5 Aanvullend gebiedsspecifiek beleid
5.3 Gemeentelijke wegbermen
5.3.1 Grondverzet in Rijks- en spoorwegbermen
Ten aanzien van de toepassing van grond binnen Rijks- en spoorwegbermen, wordt gebruik gemaakt van het generieke beleidskader.
5.3.2 Grondverzet in gemeentelijke en provinciale wegbermen buiten de bebouwde kom
Voor de wegen buiten de bebouwde kom, die niet in beheer zijn bij Rijkswaterstaat, is een onderverdeling gemaakt in:
•Doorgaande wegen
•Overige wegen.
De definitie van deze wegen is opgenomen in de begrippenlijst in bijlage 1 van deze Nota. De bermen van de doorgaande wegen zijn aangemerkt als aparte zone en ingedeeld in de functie industrie. De bermen langs de overige wegen buiten de bebouwde kom, zijn niet in een aparte zone ingedeeld. Deze wegbermen vallen in de kwaliteitszone van het omliggende gebied (buitengebied) en hebben ook de bodemfunctie van dat gebied (overig: landbouw en natuur).
Voor de toepassing van grond binnen de bermen van de doorgaande wegen, is een Lokale Maximale Waarde (LMW) vastgesteld op het niveau van de kwaliteitsklasse industrie. Voorwaarde bij het grondverzet is dat de toe te passen grond afkomstig is uit het gezamenlijke bodembeheergebied. Is deze grond afkomstig van elders, dan mag die toegepast worden indien voldaan wordt aan de generieke toepassingseisen. De gebiedskwaliteit binnen het bodembeheergebied blijft hiermee gelijk, waarmee voldaan wordt aan het stand-still principe.
Onderzoeksinspanning
Om bij de doorgaande wegen vast te stellen of de vrijkomende grond minimaal voldoet aan de kwaliteitsklasse industrie, kan volstaan worden met een verminderde onderzoeksinspanning volgens de NEN 5740, onderzoekstrategie VED HE verdacht met onbekende plaats van voorkomen.
De resultaten hiervan worden indicatief getoetst aan de normen van de Regeling bodemkwaliteit. Dergelijk bodemonderzoek kan plaatsvinden op projectbasis of in het kader van de jaarlijkse onderhoudsplanning.
De wegbermen langs de overige wegen buiten de bebouwde kom worden niet in een aparte zone ingedeeld. Zij vallen in de kwaliteitszone van het omliggende gebied (buitengebied) en hebben ook de bodemfunctie van dat gebied (overig: landbouw en natuur). Het grondverzet binnen deze wegbermen kan plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart. Indien grond uit deze bermen elders (dus niet in bermen maar in woon- of buitengebied) wordt toegepast, dient een partijkeuring plaats te vinden.
Wegbermen binnen de gemeente Tytsjerksteradiel
Gemeente Tytsjerksteradiel hanteert een onderscheid tussen doorgaande/lokale wegen en overige wegen. Bij de toepassing van grond en baggerspecie in de doorgaande en lokale wegen wordt gebruik gemaakt van LMW, passend bij de bodemfunctie Wonen. Bij de toepassing van grond uit de wegbermen doorgaande en lokale wegen wordt gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten uit het vastgestelde voorgaande bodembeheer Wegbermen Gemeente Tytsjerksteradiel (mei 2003). De wegbermen zijn destijds volgens de NEN5740 onderzocht. Uit de toetsing volgens het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de boven- en ondergrond van de wegbermen doorgaande en lokale wegen klasse Wonen betreft. PAK-10 is hierin de kritische parameter.
Voor de toepassing van grond en baggerspecie van grond uit wegbermen langs ‘overige wegen’ wordt gebruik gemaakt van LMW, passend bij de bodemfunctie Industrie. Hier geldt de beperking dat de vrijkomende grond uit wegbermen van ‘overige wegen’ niet toegepast mag worden in de doorgaande en lokale wegen. Uit de toetsing volgens het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de boven- en ondergrond van de wegbermen van ‘overige wegen’ circa 80% klasse Industrie betreft en circa 20% Niet Toepasbare grond ofwel sterk verontreinigde grond betreft. PAK-10 is hierin de kritische parameter. Om vast te stellen dat vrijgekomen grond uit de wegbermen van ‘overige wegen’ minimaal voldoet aan de kwaliteitsklasse industrie, kan volstaan worden met een verminderde onderzoeksinspanning volgens de NEN 5740, onderzoekstrategie VED HE verdacht met onbekende plaats van voorkomen.
Gebruiksrisico’s
Het Besluit bodemkwaliteit schrijft voor dat deze Nota bodembeheer onderbouwt dat de gekozen verruiming van toepassingsnormen niet leidt tot onaanvaardbare risico’s en dat de bodemfunctie geschikt blijft voor het gebruik. De gemeenten hebben ervoor gekozen om de maximale waarden voor de zone “wegbermen hoofdwegen” met bodemgebruiksfunctie industrie aan te laten sluiten bij de landelijke generieke waarden voor deze bodemgebruiksfunctie. Daarmee is per definitie onderbouwd dat de beleidsmatig gekozen verruimde toepassingsmogelijkheden niet tot onaanvaardbare risico’s leiden en de bodem duurzaam geschikt blijft voor het gebruik. De generieke maximale waarden van de functie industrie zijn immers gebaseerd op de afwezigheid van onaanvaardbare risico’s bij deze functie. Daarmee is voldaan aan deze eis.
Tabel grondverzet in bermen
Grondverzet in bermen
Doorgaande wegen Overige wegen
Binnen bebouwde kom
Functie: Gelijk aan omgeving
Toepassing: conform ter plaatse geldend beleid (generiek c.q. gebiedsspecifiek in Harlingen
Bewijsmiddel: bodemkwaliteitskaar of AP04
Buiten bebouwde kom
Functie: Industrie
Toepassing grond en baggerspecie in bermen:
Gebiedsspecifiek, LMW=industrie;
Onderzoek bij grondverzet tussen bermen
Toe te passen grond: indicatief onderzoeken (NEN 5740, strategie VED-HE)
Toepassing van grond van buiten de wegbermen
Bewijsmiddel is de bodemkwaliteitskaart of AP04-onderzoek
Functie: overige (landbouw en natuur)
Toepassing: vrij binnen wegbermen in dezelfde ca-tegorie (buiten bebouwde kom, overige wegen)* Onderzoek: geen Toepassing grond van elders: generiek met bewijsmiddel: bkk of AP04
Indien bermgrond elders (buiten de wegbermen van de overige wegen buiten de bebouwde kom) wordt toegepast, dan is een AP04 keuring noodzakelijk
•Onder de gebruikelijke voorwaarden als genoemd in par. 6.3 t/m 6.5
•Voor Tytsjerksteradiel is de tabel afwijkend, zie hiervoor paragraaf 5.3.2 ”Wegbermen binnen de gemeente Tytsjerksteradiel”
5.3.3 Wegbermen in Grondwaterbeschermings- en waterwingebieden
Ongeacht het hiervoor beschrevene dient voor de toepassing van grond in gebieden die door de provincie Fryslân zijn aangewezen als grondwaterbeschermings- en waterwingebieden voldaan te worden aan de eisen die daarvoor gesteld zijn in de Provinciale Milieuverordening.
5.7 Gebiedsspecifieke toepassingszones gemeente Harlingen
5.7.1 Beleidsmatige keuze
Harlingen streeft ernaar waar mogelijk, vrijkomende grond en baggerspecie toe te passen binnen de eigen gemeentegrenzen. Het aandeel grond daarin met de kwaliteitsklassen wonen en industrie is geschikt voor de bodemfuncties wonen en/of industrie. In de structuurvisie 2025 bestaan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen uit een herstructurering van woongebieden en een herstructurering (Hermes, Koningsbuurt, Industriehaven) en uitbreiding van bedrijventerreinen richting Waddenzee en aan de oostzijde van Harlingen. Bij deze werkzaamheden en met name de uitbreidingen, is een grote grondvraag. In de woongebieden is grond met kwaliteitsklasse wonen daarvoor uitstekend geschikt. Op bedrijventerreinen geldt dit voor grond met de kwaliteitsklasse industrie.
Onder het generieke beleid vormt de dubbele toets op functie en kwaliteit vaak een belemmering op het toepassen van grond met deze kwaliteitsklassen.
Om die reden kiest de gemeente Harlingen beleidsmatig voor het loslaten van de dubbele toets in een aantal zones. Dat betekent dat de gemeente Harlingen bij de toepassing van grond en baggerspecie slechts toetst aan de bodemgebruik-functie.
5.7.2 Uitwerking en randvoorwaarden
De beleidsmatige keuze om de dubbele toets los te laten en slechts te toetsen aan de functie (kwaliteit volgt functie) heeft tot gevolg dat de hergebruiksmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklassen wonen en industrie verruimd worden. Concreet betekent dit dat in woongebieden grond met de kwaliteitklasse wonen toegepast mag worden en op (toekomstige) bedrijventerreinen grond met de kwaliteitsklassen wonen en industrie. De Lokaal Maximale Waarden voor de functies Wonen en Industrie zijn weergegeven in tabel 3.
Bodemgebruiksfunctie
Lokaal Maximale Waarde
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Tabel 3: Lokaal Maximale Waarden gemeente Harlingen
Plaatselijk staan we toe dat de kwaliteit minder wordt, maar wel geschikt blijft voor de functie die het gebied heeft; elders werken we aan verbetering van de bodemkwaliteit. Met het oog op behoud van de overall bodemkwaliteit in Harlingen (stand-still principe) stelt Harlingen de voorwaarde dat de toepassing van voor het gebruik geschikte grond in zones waarvan de bestaande kwaliteit beter is, slechts mag onder de voorwaarde dat de toe te passen grond afkomstig is van het grondgebied van de gemeente Harlingen. Indien grond toegepast wordt die afkomstig is van buiten de gemeentegrenzen, dan is het generieke kader met dubbele toets op functie én kwaliteit van toepassing.
In deze paragraaf zijn de toepassingsmogelijkheden onder dit gebiedsspecifieke kader in Harlingen in een gebiedsspecifieke toepassingskaart opgenomen.
5.7.3 Gebruiksrisico’s
Het Besluit bodemkwaliteit schrijft voor dat deze Nota bodembeheer onderbouwt dat de gekozen verruiming van toepassingsnormen niet leidt tot onaanvaardbare risico’s en dat de bodemfunctie geschikt blijft voor het gebruik. Harlingen heeft ervoor gekozen om de maximale waarden voor de zones met bodemgebruiks-functie wonen en industrie aan te laten sluiten bij de landelijke generieke waarden voor deze bodemgebruiksfuncties. Daarmee is per definitie onderbouwd dat de beleidsmatig gekozen verruimde toepassingsmogelijkheden niet tot onaanvaardbare risico’s leiden en de bodem duurzaam geschikt blijft voor het gebruik.
De generieke maximale waarden wonen en industrie zijn immers gebaseerd op de afwezigheid van onaanvaardbare risico’s bij deze functies. Daarmee is voldaan aan deze eis.
5.8 Gebiedsspecifieke toepassingszones gemeenten Terschelling en Vlieland
5.8.1 Gemeente Terschelling
De gemeente Terschelling continueert het beleid dat grond, vrijkomend uit de oude dorpskernen van Terschelling-West en Midsland (zone B4), zoveel mogelijk op eigen terrein herschikt moet worden. Overtollige grond dient afgevoerd te worden naar het vasteland.
In paragraaf 6.2 is beschreven dat er geen sprake is van onacceptabele risico’s voor de mens bij hergebruik van grond uit zone B4 in een woonomgeving.
5.8.2 Gemeente Vlieland
De gemeente Vlieland continueert het beleid dat grond, vrijkomend uit de oude dorpskern (zone B3), zoveel mogelijk op eigen terrein herschikt moet worden. Overtollige grond dient afgevoerd te worden naar het vasteland.
In paragraaf 6.2 is beschreven dat er geen sprake is van onacceptabele risico’s voor de mens bij hergebruik van grond uit zone B3 in een woonomgeving.