Gemeentelijke regelgeving

Uitrittenbeleid Gemeente Altena 2023

Gemeente Altena · geldt sinds 29 november 2023

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Altena;

overwegende,

dat in artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV) is bepaald dat het verboden is zonder (omgevings)vergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg;

dat de bevoegdheid tot het beslissen op aanvragen om dergelijke vergunningen berust bij het college van burgemeester en wethouders;

dat in artikel 2:12, tweede lid van de APV vier weigeringsgronden voor de verlening van een uitwegvergunning zijn opgenomen;

dat krachtens artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) het college beleidsregels kan vaststellen;

dat het college een beleidsregel wenst vast te stellen die (potentiële) aanvragers van een uitwegvergunning en de medewerkers die de vergunning behandelen inzicht geven wanneer wel of niet een vergunning verleend mag worden;

gelet op het bepaalde in artikel 4:81 Awb en artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Altena 2020 en artikel 2.2, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Gemeentewet;

BESLUIT

Vast te stellen het navolgende:

“Uitrittenbeleid Gemeente Altena 2023”

Begrippenlijst

–Agrarisch perceel: Perceel dat planologisch is aangewezen als agrarisch of perceel met gelijk luidende functie ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering.

–Algemene uitrit: Een uitrit, niet zijnde een uitrit op een bedrijventerrein of ten behoeve van agrarisch gebruik.

–Bedrijventerrein: Een gebied dat planologisch is aangewezen als ‘Bedrijventerrein’ of een gelijkluidende functieaanduiding op aanwezig is, waar meerdere bedrijven zijn gevestigd.

–Dubbele uitrit: Twee aaneengesloten uitritten ten behoeve van twee direct naast elkaar gelegen percelen.

–Enkele uitrit: Een uitrit gesitueerd op één perceel.

–Functionele groen (blauwe) elementen: Hieronder wordt verstaan een wadi, infiltratievoorzieningen, beek of sloot.

–Gebiedsontsluitingsweg: Een weg die zowel het stromen als het uitwisselen van verkeer faciliteert. Voor gebiedsontsluitingswegen geldt een maximale snelheid van 50 km/h binnen de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom kan een hogere maximumsnelheid gelden.

–Groenvoorziening(en): Onder groenvoorziening(en) wordt onder andere verstaan de bomen, groenstroken tussen de weg en het trottoir, etc.

–Kroonprojectie: De loodrechte projectie van de kruin van de boom op de bodem.

–Nieuwbouwlocatie: Locatie waar nieuwe bouwwerken worden opgericht en waar in opdracht van de gemeente nieuw openbaar gebied wordt aangelegd.

–Openbare plaats: Hetgeen daaronder wordt verstaan in de zin van artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.

–Openbare parkeerplaats: Plaats op straat (openbaar) waar je een auto kunt en/of mag parkeren.

–Planologische regels: Regels volgens wet- en/of regelgeving die van toepassing zijn op het perceel, zoals het van toepassing zijnde bestemmingsplan c.q. omgevingsplan.

–Straatmeubilair: Voorzieningen die op of in de weg, groenvoorziening of trottoir zijn aangebracht. Hieronder wordt onder meer verstaan lantaarnpalen, bebording, etc.

–Uitrit(ten): De uitweg bedoeld als in artikel 14, lid 3 onder III Wegenwet, te weten iedere rechtstreekse ontsluitingsmogelijkheid van een perceel naar de openbare weg, waaronder we verstaan de begrippen uitrit, oprit, inrit of uitweg.

–Voorgevel: Planologisch aangewezen voorgevel. Indien geen definitie planologisch is opgenomen, wordt onder voorgevel verstaan de gevel die naar de weg is gericht (en/of waar de hoofdingang zich bevindt en/of waar de brievenbus en/of voordeur is gesitueerd).

–Weg: Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. (Zie artikel 1, eerste lid, onder b van de wegenverkeerswet 1994).

Afkortingenlijst

–APV: Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Altena

–Awb: Algemene wet bestuursrecht

–CROW: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw

–Het college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena

–Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

De overgangs- en slotbepalingen staan in dit hoofdstuk.

Toelichting

Bijgevoegde bijlagen zijn van toepassing binnen dit beleid.

–Bijlage 1 – Uitvoeringsregels uitrit binnen de bebouwde kom voor woningen

–Bijlage 2 - Uitvoeringsregels uitrit buiten de bebouwde kom voor woningen

–Bijlage 3 - Uitvoeringsregels uitrit binnen de bebouwde kom voor bedrijven

–Bijlage 4 - Uitvoeringsregels uitrit buiten de bebouwde kom voor bedrijven

–Bijlage 5 - Uitvoeringsregels uitrit voor agrarisch perceel

–Bijlage 6 - Toelichting

BIJLAGE 1 Uitvoeringsregels uitrit binnen de bebouwde kom voor woningen

Uitvoeringsregels enkele uitrit binnen de bebouwde kom voor woningen

Tekening: Altena 016a uitrit Bibeko (HIOR).pdf

Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:

Activiteit uitrit aanleggen of veranderen:

1Een uitrit met een enkele parkeervoorziening heeft een maximale breedte van 3 meter. Zie bijgevoegde tekening voor verduidelijking;

2De aanvrager dient de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren door een VCA gecertificeerd bedrijf;

3De uitrit dient te worden aangelegd zoals op de bijgevoegde tekening is weergegeven. Bij graafwerkzaamheden moeten, eventueel aanwezige, inspectieputten van de riolering worden beschermd;

4In verband met aanwezige kabels- en leidingen in de berm dient de verharding uitsluitend te bestaan uit verhardingselementen die opneembaar zijn. (bijvoorbeeld: stelconplaten, betontegels, betonstraatstenen) Dit i.v.m. de bereikbaarheid van de kabels c.q. leidingen bij storingen. Let op er moet nog wel een laag zand tussen de kabels en leidingen, en de verhardingselementen. Zodat de verharding niet op de kabels en leidingen ligt;

5Het ‘afschot‘ van de verharding zodanig is dat het regenwater afstroomt naar de bermsloten en er geen plasvorming kan optreden;

6De aan te leggen duiker of water doorgang wordt uitgevoerd overeenkomstig de door het Waterschap Rivierenland gestelde eisen en/of voorwaarden;

7Het is de vergunninghouder niet toegestaan wijzigingen aan te brengen, dan wel te laten aanbrengen na aanleg van de uitweg;

8De nodige wijzigingen, herstelling of vernieuwing van de bestrating ten gevolge van schade aan de uitweg worden uitgevoerd door de gemeente Altena. Bij plotseling optredende schade (bijvoorbeeld verzakking) veroorzaakt door het gebruik van de uitweg worden kosten op de vergunninghouder verhaald, tenzij de vergunninghouder kan aantonen dat de plotselinge schade door derden is veroorzaakt;

9Er moet toestemming zijn gegeven door het Waterschap Rivierenland voor het dempen van een gedeelte van de watergang;

10De zijkant van asfaltverhardingen, daar waar de nieuwe uitweg aansluit op de rijbaan, moet worden gezaagd om een strakke overgang te verkrijgen met de elementen. De elementen die grenzen aan het asfalt van de rijbaan moeten gelijk of iets lager liggen dan het asfalt.

Uitvoeringsregels dubbele uitrit binnen de bebouwde kom voor woningen

Tekening: Altena 016b uitrit Bibeko (HIOR).pdf

Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:

Activiteit uitrit aanleggen of veranderen:

1Een uitrit met een dubbele parkeervoorziening heeft een maximale breedte van 4,5 meter. Zie bijgevoegde tekening voor verduidelijking;

2De aanvrager dient de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren door een VCA gecertificeerd bedrijf;

3De uitrit dient te worden aangelegd zoals op de bijgevoegde tekening is weergegeven. Bij graafwerkzaamheden moeten, eventueel aanwezige, inspectieputten van de riolering worden beschermd;

4In verband met aanwezige kabels- en leidingen in de berm dient de verharding uitsluitend te bestaan uit verhardingselementen die opneembaar zijn. (bijvoorbeeld: stelconplaten, betontegels, betonstraatstenen) Dit i.v.m. de bereikbaarheid van de kabels c.q. leidingen bij storingen. Let op er moet nog wel een laag zand tussen de kabels en leidingen, en de verhardingselementen. Zodat de verharding niet op de kabels en leidingen ligt;

5Het ‘afschot‘ van de verharding zodanig is dat het regenwater afstroomt naar de bermsloten en er geen plasvorming kan optreden;

6De aan te leggen duiker of water doorgang wordt uitgevoerd overeenkomstig de door het Waterschap Rivierenland gestelde eisen en/of voorwaarden;

7Het is de vergunninghouder niet toegestaan wijzigingen aan te brengen, dan wel te laten aanbrengen na aanleg van de uitweg;

8De nodige wijzigingen, herstelling of vernieuwing van de bestrating ten gevolge van schade aan de uitweg worden uitgevoerd door de gemeente Altena. Bij plotseling optredende schade (bijvoorbeeld verzakking) veroorzaakt door het gebruik van de uitweg worden kosten op de vergunninghouder verhaald, tenzij de vergunninghouder kan aantonen dat de plotselinge schade door derden is veroorzaakt;

9Er moet toestemming zijn gegeven door het Waterschap Rivierenland voor het dempen van een gedeelte van de watergang;

10De zijkant van asfaltverhardingen, daar waar de nieuwe uitweg aansluit op de rijbaan, moet worden gezaagd om een strakke overgang te verkrijgen met de elementen. De elementen die grenzen aan het asfalt van de rijbaan moeten gelijk of iets lager liggen dan het asfalt.

BIJLAGE 2 Uitvoeringsregels uitrit buiten de bebouwde kom voor woningen

Uitvoeringsregels uitrit enkel buiten de bebouwde kom voor woningen

Tekening: Altena 011a uitrit enkel buiten de beb. kom Algemeen(HIOR).pdf

Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:

Activiteit uitrit aanleggen of veranderen:

1Een uitrit met een enkele parkeervoorziening heeft een maximale breedte van 3 meter. De insteek van de uitrit mag aan beide kanten van de uitrit maximaal 2 meter breder zijn. Zie bijgevoegde tekening voor verduidelijking;

2De aanvrager dient de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren door een VCA gecertificeerd bedrijf;

3De uitrit dient te worden aangelegd zoals op de bijgevoegde tekening is weergegeven. Bij graafwerkzaamheden moeten, eventueel aanwezige, inspectieputten van de riolering worden beschermd;

4In verband met aanwezige kabels- en leidingen in de berm dient de verharding uitsluitend te bestaan uit verhardingselementen die opneembaar zijn. (bijvoorbeeld: stelconplaten, betontegels, betonstraatstenen) Dit i.v.m. de bereikbaarheid van de kabels c.q. leidingen bij storingen. Let op er moet nog wel een laag zand tussen de kabels en leidingen, en de verhardingselementen. Zodat de verharding niet op de kabels en leidingen ligt;

5Het ‘afschot‘ van de verharding zodanig is dat het regenwater afstroomt naar de bermsloten en er geen plasvorming kan optreden;

6De aan te leggen duiker of water doorgang wordt uitgevoerd overeenkomstig de door het Waterschap Rivierenland gestelde eisen en/of voorwaarden;

7Het is de vergunninghouder niet toegestaan wijzigingen aan te brengen, dan wel te laten aanbrengen na aanleg van de uitweg;

8De nodige wijzigingen, herstelling of vernieuwing van de bestrating ten gevolge van schade aan de uitweg worden uitgevoerd door de gemeente Altena. Bij plotseling optredende schade (bijvoorbeeld verzakking) veroorzaakt door het gebruik van de uitweg worden kosten op de vergunninghouder verhaald, tenzij de vergunninghouder kan aantonen dat de plotselinge schade door derden is veroorzaakt;

9Er moet toestemming zijn gegeven door het Waterschap Rivierenland voor het dempen van een gedeelte van de watergang;

10De zijkant van asfaltverhardingen, daar waar de nieuwe uitweg aansluit op de rijbaan, moet worden gezaagd om een strakke overgang te verkrijgen met de elementen. De elementen die grenzen aan het asfalt van de rijbaan moeten gelijk of iets lager liggen dan het asfalt.

Uitvoeringsregels uitrit dubbel buiten de bebouwde kom voor woningen

Tekening: Altena 011 uitrit dubbel buiten de beb. Kom Algemeen(HIOR).pdf

Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:

Activiteit uitrit aanleggen of veranderen:

1Een uitrit met een dubbele parkeervoorziening heeft een maximale breedte van 4,5 meter. De insteek van de uitrit mag aan beide kanten van de uitrit maximaal 2 meter breder zijn. Zie bijgevoegde tekening voor verduidelijking;

2De aanvrager dient de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren door een VCA gecertificeerd bedrijf;

3De uitrit dient te worden aangelegd zoals op de bijgevoegde tekening is weergegeven. Bij graafwerkzaamheden moeten, eventueel aanwezige, inspectieputten van de riolering worden beschermd;

4In verband met aanwezige kabels- en leidingen in de berm dient de verharding uitsluitend te bestaan uit verhardingselementen die opneembaar zijn. (bijvoorbeeld: stelconplaten, betontegels, betonstraatstenen) Dit i.v.m. de bereikbaarheid van de kabels c.q. leidingen bij storingen. Let op er moet nog wel een laag zand tussen de kabels en leidingen, en de verhardingselementen, zodat de verharding niet op de kabels en leidingen ligt;

5Het ‘afschot‘ van de verharding zodanig is dat het regenwater afstroomt naar de bermsloten en er geen plasvorming kan optreden;

6De aan te leggen duiker of water doorgang wordt uitgevoerd overeenkomstig de door het Waterschap Rivierenland gestelde eisen en/of voorwaarden;

7Het is de vergunninghouder niet toegestaan wijzigingen aan te brengen, dan wel te laten aanbrengen na aanleg van de uitweg;

8De nodige wijzigingen, herstelling of vernieuwing van de bestrating ten gevolge van schade aan de uitweg worden uitgevoerd door de gemeente Altena. Bij plotseling optredende schade (bijvoorbeeld verzakking) veroorzaakt door het gebruik van de uitweg worden kosten op de vergunninghouder verhaald, tenzij de vergunninghouder kan aantonen dat de plotselinge schade door derden is veroorzaakt;

9Er moet toestemming zijn gegeven door het Waterschap Rivierenland voor het dempen van een gedeelte van de watergang;

10De zijkant van asfaltverhardingen, daar waar de nieuwe uitweg aansluit op de rijbaan, moet worden gezaagd om een strakke overgang te verkrijgen met de elementen. De elementen die grenzen aan het asfalt van de rijbaan moeten gelijk of iets lager liggen dan het asfalt.

BIJLAGE 3 Uitvoeringsregels uitrit binnen de bebouwde kom voor bedrijven

Uitvoeringsregels uitrit binnen de bebouwde kom voor bedrijven

Tekening: Altena 012 uitrit binnen de beb. Kom bedrijfsvoering (HIOR).pdf

Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:

Activiteit uitrit aanleggen of veranderen:

1Een uitrit heeft een maximale breedte van 10 meter. Vanaf de insteek van de uitrit mag de uitrit aan beide kanten onder een hoek van 45 graden taps naar de 10 meter toe lopen. Zie bijgevoegde tekening voor verduidelijking;

2De aanvrager dient de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren door een VCA gecertificeerd bedrijf;

3De uitrit dient te worden aangelegd zoals op de bijgevoegde tekening is weergegeven. Bij graafwerkzaamheden moeten, eventueel aanwezige, inspectieputten van de riolering worden beschermd;

4In verband met aanwezige kabels- en leidingen in de berm dient de verharding uitsluitend te bestaan uit verhardingselementen die opneembaar zijn. (bijvoorbeeld: stelconplaten, betontegels, betonstraatstenen) Dit i.v.m. de bereikbaarheid van de kabels c.q. leidingen bij storingen. Let op er moet nog wel een laag zand tussen de kabels en leidingen, en de verhardingselementen, zodat de verharding niet op de kabels en leidingen ligt;

5Het ‘afschot‘ van de verharding zodanig is dat het regenwater afstroomt naar de bermsloten en er geen plasvorming kan optreden;

6De aan te leggen duiker of water doorgang wordt uitgevoerd overeenkomstig de door het Waterschap Rivierenland gestelde eisen en/of voorwaarden;

7Het is de vergunninghouder niet toegestaan wijzigingen aan te brengen, dan wel te laten aanbrengen na aanleg van de uitweg;

8De nodige wijzigingen, herstelling of vernieuwing van de bestrating ten gevolge van schade aan de uitweg worden uitgevoerd door een VCA gecertificeerd bedrijf. Bij plotseling optredende schade (bijvoorbeeld verzakking) veroorzaakt door het gebruik van de uitweg worden kosten op de vergunninghouder verhaald, tenzij de vergunninghouder kan aantonen dat de plotselinge schade door derden is veroorzaakt;

9Er moet toestemming zijn gegeven door het Waterschap Rivierenland voor het dempen van een gedeelte van de watergang;

10De zijkant van asfaltverhardingen, daar waar de nieuwe uitweg aansluit op de rijbaan, moet worden gezaagd om een strakke overgang te verkrijgen met de elementen. De elementen die grenzen aan het asfalt van de rijbaan moeten gelijk of iets lager liggen dan het asfalt.

BIJLAGE 4 Uitvoeringsregels uitrit buiten de bebouwde kom voor bedrijven

Uitvoeringsregels uitrit buiten de bebouwde kom voor bedrijven

Tekening: Altena 010 uitrit buiten de beb. Kom Bedrijfsvoering(HIOR).pdf

Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:

Activiteit uitrit aanleggen of veranderen:

1De ontsluiting op de rijweg heeft een breedte van 10 meter;

2De aanvrager dient de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren door een VCA gecertificeerd bedrijf;

3De uitrit dient te worden aangelegd zoals op onder/bovenstaande tekening is weergegeven. Bij graafwerkzaamheden moeten, eventueel aanwezige, inspectieputten van de riolering worden beschermd;

4In verband met aanwezige kabels- en leidingen in de berm dient de verharding uitsluitend te bestaan uit verhardingselementen die opneembaar zijn. (bijvoorbeeld: stelconplaten, betontegels, betonstraatstenen) Dit i.v.m. de bereikbaarheid van de kabels c.q. leidingen bij storingen. Let op er moet nog wel een laag zand tussen de kabels en leidingen, en de verhardingselementen, zodat de verharding niet op de kabels en leidingen ligt;

5Het ‘afschot‘ van de verharding zodanig is dat het regenwater afstroomt naar de bermsloten en er geen plasvorming kan optreden;

6Het is de vergunninghouder niet toegestaan wijzigingen aan te brengen, dan wel te laten aanbrengen na aanleg van de uitrit;

7De nodige wijzigingen, herstel of vernieuwing van de bestrating ten gevolge van schade aan de uitweg worden uitgevoerd door de gemeente Altena. Bij plotseling optredende schade (bijvoorbeeld verzakking) veroorzaakt door het gebruik van de uitweg worden kosten op de vergunninghouder verhaald, tenzij de vergunninghouder kan aantonen dat de plotselinge schade door derden is veroorzaakt;

8Er moet toestemming zijn gegeven door het Waterschap Rivierenland voor het dempen van een gedeelte van de watergang;

9De zijkant van asfaltverhardingen, daar waar de nieuwe uitweg aansluit op de rijbaan, moet worden gezaagd om een strakke overgang te verkrijgen met de elementen. De elementen die grenzen aan het asfalt van de rijbaan moeten gelijk of iets lager liggen dan het asfalt.

BIJLAGE 5 Uitvoeringsregels uitrit voor agrarisch perceel

Uitvoeringsregels uitrit voor agrarisch perceel

Tekening: Altena 013 uitrit bestemming agrarisch(HIOR).pdf

Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden:

Activiteit uitrit aanleggen of veranderen:

1Een uitrit met een enkele parkeervoorziening heeft een maximale breedte van 6 meter. De insteek van de uitrit mag aan beide kanten van de uitrit maximaal 2 meter breder zijn. Zie bijgevoegde tekening voor verduidelijking;

2De aanvrager dient de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren door een VCA gecertificeerd bedrijf;

3De uitrit dient te worden aangelegd zoals op de bijgevoegde tekening is weergegeven. Bij graafwerkzaamheden moeten, eventueel aanwezige, inspectieputten van de riolering worden beschermd;

4In verband met aanwezige kabels- en leidingen in de berm dient de verharding uitsluitend te bestaan uit verhardingselementen die opneembaar zijn. (bijvoorbeeld: stelconplaten, betontegels, betonstraatstenen) Dit i.v.m. de bereikbaarheid van de kabels c.q. leidingen bij storingen. Let op er moet nog wel een laag zand tussen de kabels en leidingen, en de verhardingselementen, zodat de verharding niet op de kabels en leidingen ligt;

5Het ‘afschot‘ van de verharding zodanig is dat het regenwater afstroomt naar de bermsloten en er geen plasvorming kan optreden;

6De aan te leggen duiker of water doorgang wordt uitgevoerd overeenkomstig de door het Waterschap Rivierenland gestelde eisen en/of voorwaarden;

7Het is de vergunninghouder niet toegestaan wijzigingen aan te brengen, dan wel te laten aanbrengen na aanleg van de uitrit;

8De nodige wijzigingen, herstel of vernieuwing van de bestrating ten gevolge van schade aan de uitrit worden uitgevoerd door de gemeente Altena. Bij plotseling optredende schade (bijvoorbeeld verzakking) veroorzaakt door het gebruik van de uitrit worden kosten op de vergunninghouder verhaald, tenzij de vergunninghouder kan aantonen dat de plotselinge schade door derden is veroorzaakt;

9Er moet toestemming zijn gegeven door het Waterschap Rivierenland voor het dempen van een gedeelte van de watergang;

10De zijkant van asfaltverhardingen, daar waar de nieuwe uitrit aansluit op de rijbaan, moet worden gezaagd om een strakke overgang te verkrijgen met de elementen. De elementen die grenzen aan het asfalt van de rijbaan moeten gelijk of iets lager liggen dan het asfalt.

BIJLAGE 6 Toelichting

Toelichting Beleid Uitritten Altena 2023

Het college is van mening, indien aan de voorwaarden als bedoeld onder de punten 3.1 t/m 3.4 uit het ‘Uitrittenbeleid Altena 2023’ (hierna: het beleid) wordt voldaan, een uitrit in aanmerking komt voor vergunningverlening. Toch zijn er situaties waarin, in afwijking van bovengenoemde voorwaarden, deze gevallen met maatwerking ook in aanmerking komen voor vergunningverlening.

De voorwaarden zijn aan de hand CROW-normen en inzichten uit de praktijk tot stand gekomen. Aan de hand van maatwerk kan het college de gevallen die niet direct passend zijn, afwegen. En beoordelen of de afwijking toelaatbaar is binnen de algemene kaders van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2:12, tweede lid van de APV.

Onderstaand wordt per weigeringsgrond toegelicht wat de afweging is om wel of geen medewerking te verlenen aan een omgevingsvergunning voor de uitrit.

Bruikbaarheid van de weg

De uitrit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de bruikbaarheid van de weg. De weigeringsgrond heeft betrekking op de functie die de betrokken weg heeft, de inrichting van de weg en de gevolgen die de uitrit kan hebben op deze functie. Het functioneren van de weg kan bijvoorbeeld nadelig worden beïnvloed wanneer door een uitrit het verkeer wordt belemmerd, de doorstroming wordt beperkt, de vrij uitritruimte wordt beperkt of wanneer de weg onvoldoende of zelfs niet meer gebruikt kan worden voor het doel waarvoor hij is bedoeld.

Veilig en doelmatig gebruik van de weg

De uitrit mag niet leiden tot onveilig en/of niet doelmatig gebruik van de weg. Uitritten veroorzaken een verstoring van het “doorgaande” verkeer en zijn mogelijke conflictpunten tussen twee verkeerstromen. Vanwege de waarneembaarheid van de uitrit voor een weggebruiker vraagt dit aandacht en anticipatie in het weggedrag. Dit betekent ook dat uitritten die niet of nauwelijks worden gebruikt toch verstoring te weeg brengen. Bovendien is door de aanwezigheid van veel uitritten het attentieniveau van de weggebruiker, op plaatsen waar daadwerkelijk uitwisseling plaatsvindt, niet optimaal. In het algemeen kan gesteld worden des te meer uitritten op een openbare weg uitkomen, des te meer de verkeersveiligheid daaronder lijdt. De uitrit zal worden geweigerd, indien een uitrit een in overwegende mate negatief effect zal hebben op de veiligheid.

Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving

De uitrit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van het uiterlijk aanzien van de omgeving. Dit criterium betreft een stedenbouwkundig criterium. De weigeringsgrond heeft betrekking op het negatieve effect dat een uitrit kan hebben op de beeldkwaliteit en beleving van de openbare ruimte. Hoe meer uitritten worden aangelegd, des te meer afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit en de beleving van de openbare ruimte. Dit geldt des te meer, indien tevens een groenvoorziening moet worden doorkruist.

Het uiterlijk aanzien van de gemeente dient te worden beschermd tegen een wildgroei aan uitritten en voertuigen die willekeurig op particuliere gronden worden geparkeerd. Door de aanleg van uitritten wordt de gewenste scheiding tussen de openbare ruimte en particuliere percelen teniet gedaan. Het karakter van een straat wordt bepaald door de openbare ruimte en particuliere percelen te niet gedaan. Het karakter van een straat wordt bepaald door de inrichting en de maatvoering van de straat (o.a. de diepte van de voortuinen). De inrichting bestaat in het algemeen uit een rijgedeelte met trottoir en een onbebouwde strook tot aan de voor- en/of zijgevel. Deze inrichting is bepalend voor de kwaliteit van de woonomgeving. Door de aanleg van uitritten en dientengevolge het parkeren in de voor- en/of zijtuin gaat het ruimtelijke effect van de tuin verloren. De tuin sluit dan qua sfeer en gebruik aan bij de openbare ruimte. Het onderscheid tussen openbaar en privé vervaagt, waardoor de bufferwerking (tussen privé- en openbare sfeer) van de tuin (geheel) teniet wordt gedaan. Dit leidt tot een verarming van het straatbeeld.

Een uitrit zal niet worden toegestaan, indien in bijvoorbeeld een bestemmingsplan c.q. omgevingsplan, welstandsnota, beeldkwaliteitsplan, in beleidsstukken vanwege de Monumentencommissie of in het kader van een beschermd dorpsgezicht is vastgelegd dat uitritten niet wenselijk dan wel niet toegestaan zijn.

Een met beplanting ingerichte voor- of zijtuin draagt in positieve zin bij aan een aantrekkelijk straatbeeld. Door het aanleggen van extra uitritten vermindert niet alleen oppervlakte dat gebruikt kan worden voor tuin/beplanting, maar zorgt de mogelijkheid om extra voertuigen te parkeren op het perceel (gericht naar de openbare ruimte) voor een onrustiger en drukker straatbeeld.

Tussenwoningen

Bij tussenwoningen wordt, gezien bovenstaande criteria, geen uitrit toegestaan, tenzij de voortuin als zodanig in het planontwerp is opgenomen en/of de voortuin in het bestemmingsplan expliciet voor parkeren is bestemd.

Bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente

De uitrit mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de groenvoorzieningen.

Dit criterium dient tot instandhouding van houtopstanden, groenstroken, bomen en andere groenvoorzieningen in de gemeente. Groenvoorzieningen bepalen in belangrijke mate de leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.