Aanhef
De raad van de gemeente Altena,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
besluit:
1De Begroting 2026, inclusief de mutaties in de reserves, vast te stellen en kennis te nemen van de Meerjarenraming 2027-2029.
2De exploitatiebudgetten voor het jaar 2026 te voteren op het niveau van de programma’s.
3De B-investeringen voor het begrotingsjaar 2026 te voteren en de bijbehorende investeringsbudgetten beschikbaar te stellen.
4Het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2026 vast te stellen.
5De nota Reserves en voorzieningen 2026 vast te stellen en de reserves die vervallen op te heffen.
6De nota Waarderen en afschrijven 2026 vast te stellen.
3. Waarderen
3.1 Waarderingsgrondslagen
3.1.1 WAARDERING FINANCIËLE VASTE ACTIVA
Financiële vaste activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd.
3.1.2 WAARDERING IN ERFPACHT UITGEGEVEN GROND
Voor in erfpacht uitgegeven grond geldt de uitgifteprijs voor de eerste uitgifte als historische kostprijs. Voor grond in eeuwigdurende erfpacht geldt de registratiewaarde.
3.1.3 WAARDERING VOORRADEN EN DEELNEMINGEN
Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd als deze lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
4. Kapitaallasten
4.1 Afschrijven
4.1.1 AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN
Het BBV kent geen regels voor een sluitend systeem waaraan afschrijvingen moeten voldoen, wel zijn kaders gesteld. Die kaders zijn terug te vinden in de artikelen 51 en 64 (lid 1, lid 3 en lid 5).
De afschrijvingstermijn van een actief is afhankelijk van de gebruiksduur en wordt bepaald door de economische en technische levensduur. Omdat de economische levensduur gebaseerd is op een schatting zullen hiervoor richtlijnen moeten worden opgesteld voor de diverse activa.
In de gemeente Altena wordt afgeschreven op grond van de economische levensduur. De afschrijvingstermijnen worden gehanteerd zoals beschreven in bijlage 1.
4.1.2 AFSCHRIJVING OP GRONDEN EN TERREINEN
Op gronden en terreinen wordt in overeenstemming met de Notitie Materiële vaste activa van de Commissie BBV niet afgeschreven, tenzij het een geheel is met het gerealiseerde.
4.1.3 METHODEN VAN AFSCHRIJVING
Er zijn verschillende methoden om op basis van de afschrijvingsduur te komen tot de afschrijving per periode waarvan de lasten worden toegerekend. In beginsel wordt in de gemeente Altena lineair afgeschreven. Als het in afwijking hiervan beter is de annuïteitenmethode toe te passen, wordt dit gemotiveerd aangegeven.
4.1.4 WIJZIGING METHODEN VAN AFSCHRIJVING
In het BBV is artikel 64, lid 2 gewijd aan de wijziging van de afschrijvingsmethode. Nadere richtlijnen zijn te vinden in de BBV-notitie Stelsel- en schattingswijzigingen uit 2012.
4.1.5 EXTRA AFSCHRIJVEN
Extra afschrijven is alleen toegestaan (en zelfs verplicht) als de boekwaarde van het actief hoger is dan het verwachte toekomstige economische nut. Zie hiervoor artikel 3.5 Afwaarderen activa. Zulke inhaalafschrijvingen worden zodra de noodzaak hiervoor is ontstaan, meegenomen bij de eerstvolgende tussentijdse rapportage of jaarrekening.
4.1.6 RESTWAARDE
Het is denkbaar (en in sommige gevallen logisch) dat er na volledige afschrijving van een actief, het actief toch een waarde vertegenwoordigt. In veel gevallen is deze restwaarde vooraf niet of moeilijk in te schatten. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe verdient het dan ook de voorkeur geen rekening te houden met een restwaarde. Bij bepaalde activa kan echter op basis van ervaring en bijvoorbeeld het repeterende karakter van het aanschaffen en inruilen van voertuigen wel een goede inschatting worden gemaakt.
Uitgangspunt voor de gemeente Altena is dat er in beginsel geen rekening wordt gehouden met een restwaarde. Mocht er bij een investeringsvoorstel echter toch voor gekozen worden om rekening te houden met een (goed onderbouwde) restwaarde, zal dit apart besloten worden.
Bijlage 1 – Begrippenlijst
Begrip
Toelichting
Activa
De bezittingen van de gemeente. Deze worden ingedeeld in vlottende activa en vaste activa.
Vlottende activa
De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode korter dan een jaar is vastgelegd. Binnen een jaar moeten de vlottende activa zijn omgezet in geld.
Investering
Een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meer jaren uitstrekt. Onderscheid wordt gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut.
Investering met economisch nut
Activa die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen of die verhandelbaar zijn, zoals gebouwen. Volgens artikel 35 eerste lid van het BBV dienen de investeringen met economisch nut waarvoor heffingen worden geheven op de balans apart verantwoord te worden.
Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
Activa die geen mogelijkheid hebben middelen te genereren maar wel duidelijk een publieke taak vervullen zoals wegen, bruggen e.d.
Activeren
Het opnemen van investeringen op de balans. De waarde van de vaste activa wordt bij het vermogen van de gemeente geteld. De jaarlijkse kosten worden in de toekomst ten laste van de exploitatie gebracht, dit zijn de kapitaallasten.
Vaste activa
De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen en inventaris. De vaste activa worden verder verdeeld in: Immateriële vaste activa, Materiële vaste activa en Financiële vaste activa.
Immateriële vaste activa
Investeringsuitgaven waar geen gemeentelijke bezittingen tegenover staan. Dit zijn die activa die niet stoffelijk van aard zijn en die niet onder de financiële vaste activa worden begrepen (bijvoorbeeld kosten sluiten geldleningen en kosten van onderzoek en ontwikkeling).
Materiële vaste activa
Dit zijn investeringsuitgaven waar bezittingen tegenover staan van stoffelijke aard, waarvan de gebruiksduur gedurende meer jaren kan worden toegepast.
Financiële vaste activa
Een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen).
Levensduurverlengende investeringen
Dit zijn investeringen, niet zijnde groot onderhoud, die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffend actief.
Verkrijgingsprijs
Het bedrag dat is betaald om activa aan te schaffen (de inkoopprijs en de bijkomende kosten).
Vervaardigingsprijs
De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het intern vervaardigen van een actief.
Voorraden
Dit zijn goederen die je in bewaring houdt voor later gebruik. In de BBV is het volgende onderscheid opgenomen: grond- en hulpstoffen, onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie, gereed product en handelsgoederen, vooruitbetalingen.
Boekwinst
Als het actief wordt verkocht tegen een prijs die hoger is dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop.
Technische levensduur
Het aantal jaren dat een actief daadwerkelijk meegaat, voordat het technisch versleten is.
Boekwaarde
Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.
Restwaarde
Vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde aan het eind van de economische levensduur tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief.
Kapitaallasten
Dit zijn de jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten kunnen bestaan uit afschrijvingen en rente.
Afschrijven
Een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage en economische veroudering. Het af te schijven bedrag hangt af van de economische levensduur van de investering. De afschrijvingen zijn onderdeel van de kapitaallasten. De meest voorkomende afschrijvingsmethoden zijn lineaire afschrijving en annuïtaire afschrijving.
Annuïtaire afschrijvingsmethode
Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de gehele economische levensduur van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind ligt deze verhouding andersom.
Lineaire afschrijvingsmethode
Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van een daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af.
Integraal afschrijven
Alle onderdelen van een en hetzelfde actief worden over dezelfde periode afgeschreven.
Componentenbenadering
Deze houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waardeverloop van die individuele delen.
Economische levensduur
De maximale periode waarin een productiemiddel economisch verantwoord kan worden gebruikt. Er komen nieuwe machines op de markt waarin de jongste technische kennis is verwerkt. De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen.
Bijlage 2 – Afschrijvingstermijnen voor geactiveerde investeringen
Bij investeringsvoorstellen wordt aangegeven:
a.welke afschrijvingstermijn op grond van deze nota wordt gehanteerd, dan wel
b.een afwijkende afschrijvingstermijn met de reden van afwijking.
Omschrijving
Afschrijvingstermijn
Automatisering
Hardware
4-5
Software
5
Gronden
Gronden
niet van toepassing
Gebouwen
Nieuwbouw gebouwen
60
Bestaande gebouwen
50
Verbouwingen (renovatie en restauratie)
20
Inrichting-/ inventaris-/ installaties gebouwen
5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes
Renovatie toren/ monumenten
25
Noodgebouw
maximaal 15 jaar, afhankelijk van werkelijke situatie
Bedrijfswagens, aanhangers
Vracht-/ bedrijfs-/ personenwagen
8
Gladheidsbestrijdingsmaterieel
8
Traktor/ trekker
8
Overige vervoersmiddelen
8
Aanhangwagens
8
Riolering
Riolering: bouwkundig
50
Riolering: mechanisch
15
Afval
Milieustraat incl. KCA-depot
30
Milieuparkjes/ onderliggende containers
15
Minicontainers
10
Sport- en speelterreinen
Sportvelden, natuurlijk
20
Kunstgrasveld toplaag
10
Kunstgrasveld, sporttechnische laag
20
Kunstgrasveld, onderlaag
40
Zwembad
40
Kleedaccommodaties
40
Lichtmasten sportvelden
20
Speeltoestellen / speelplaatsen
5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes
Installaties
Overige installaties
5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes
Begraafplaatsen
Begraafplaatsen
30
Civiele kunstwerken
Bruggen, nieuwbouw en vervanging (hout)
25
Bruggen, nieuwbouw en vervanging (niet hout)
50
Havens, haventerreinen, kades steigers
25
Overige civiele kunstwerken
5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes
Openbare verlichting
Armaturen
25
Lichtmasten
50
Straten, pleinen en wegen
Aanleg wegen, straten, pleinen, rotondes incl. reconstructie (fundering)
40
Straatmeubilair/ verkeers(regel)installaties
5-10-15-20-25 op basis van economische keuzes
Verkeersmaatregelen
25
Overig
Leningen aan woningbouwcorporaties
niet afschrijven
Overige langlopende leningen
niet afschrijven
Aandelen/ deelnemingen in gem.regelingen
niet afschrijven
Effecten
niet afschrijven
Bijdrage in activa van derden
afhankelijk type activa