Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena,
gelet op o.a.:
-Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
-Artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet;
-Artikel 172, 175 en 176 van de Gemeentewet;
-Artikel 15 van de Wet Veiligheidsregio’s;
-Wel wapens en munitie;
-Omgevingswet;
-Bommenregeling;
-Circulaire vliegtuigberging;
overwegende dat:
-het college het wenselijk vindt om beleid vast te stellen in het belang van de veiligheid en het beperken van risico’s voor die gebieden waar naar verwachting ontplofbare oorlogsresten in de grond kunnen liggen;
-het in 2020 vastgestelde explosievenbeleid gericht was op harmonisering en inzicht geven in de processen, werkwijzen en (financiële) gevolgen rondom het opsporen, benaderen en ruimen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog;
-dat in dat beleid een duidelijk ruimtelijk toetsingskader ontbrak voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen er in het nieuw beleid 2024 een duidelijk ruimtelijk toetsingskader is opgenomen en waarin de in 2022 opgestelde risicokaart is verwerkt;
-het ontwerpbeleid “Ontplofbare Oorlogsresten” van 8 december 2023 tot en met 18 januari 2024 ter inzage heeft gelegen, met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen;
-tegen het ontwerpbeleid één zienswijze is ingediend;
-deze zienswijze geen aanpassing tot gevolg heeft;
-het beleid aangevuld is met nadere informatie over statistieken over aangetroffen ontplofbare oorlogsresten en ongelukken met ontplofbare oorlogsresten;
Besluit:
Het beleid Ontplofbare Oorlogsresten 2024 als volgt vast te stellen:
5. Uitvoering proces
5.1 Opstellen LEI
5.1.1 Processchema OO
5.2 Vervolgstappen naar aanleiding van de LEI
5.2.1 Aanvullend onderzoek
Als op basis van de resultaten van de LEI blijkt dat nader onderzoek noodzakelijk is, dan neemt de gemeente een voorwaardelijke verplichting in de vergunning. Bij vormen van aanvullend onderzoek kun je denken aan:
1Aanvullend archiefonderzoek – In dit aanvullende onderzoek wordt diepgaander onderzoek uitgevoerd in bijv. gemeente- of provinciaalarchief, The National Archives (Londen), uitbreiding luchtfoto-onderzoek, etc. op basis van de gebeurtenissen, met als doel het verdachte gebied te verkleinen/ te laten vervallen.
2Onderzoek na-conflictperiode: in het onderzoek worden de grondroerende handelingen na-conflictperiode (1945- heden) binnen het verdachte gebied beschreven en beoordeeld. Een studie naar zogeheten contra-indicaties is gericht op het verzamelen van informatie waarom OO niet (meer) aanwezig zijn. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat naoorlogs geroerde grond onverdacht is op de aanwezigheid van grote objecten als vliegtuigbommen. Onder onderzoek naar contra-indicaties kan een veelheid aan gegevens worden verstaan: zoals vrijwaringstekeningen opgesteld door CS-OOO gecertificeerde explosievenopsporingsbedrijven, gegevens over naoorlogs bodemverzet waaruit blijkt dat naoorlogs significante hoeveelheden grond zijn verwijderd of informatie over aangebrachte infrastructuur.
5.2.2 Risicoanalyse
Op basis van de LEI kan de gemeente als onderdeel van de vergunning een voorwaardelijke verplichting opnemen om een risicoanalyse (RA) uit te laten voeren. De RA heeft tot doel om de risico’s van de in het projectgebied mogelijk aanwezige OO in relatie tot het toekomstige gebruik vast te stellen en te beoordelen. De RA wordt uitgevoerd conform de eisen zoals omschreven in hoofdstuk 2 in het CS-VROO en is opgebouwd uit de volgende elementen:
1Identificatie toekomstig gebruik
2Vasstellen soorten OO
3Vaststellen locatie specifieke omstandigheden
4Identificatie van invloedsfactoren
5Studie van gevaar factoren
6Identificatie van uitwerkingsfactoren
7Beoordeling risico's
5.2.3 Opsporingswerkzaamheden
Opstellen projectplan
Voordat met de opsporing wordt begonnen, laat de initiatiefnemer door het CS-OOO gecertificeerde opsporingsbedrijf, dat de daadwerkelijke opsporing uitvoert, een projectplan opstellen. Dit plan beschrijft de onderlinge relatietussen de betrokken partijen, de planmatige voortgang, afspraken, toezicht, documentatie, procedures en werkmethode om de werkzaamheden op een adequate en veilige wijze uit te kunnen voeren. Het projectplan dient aantoonbaar te worden goedgekeurd door de burgemeester of een gemandateerd ambtenaar openbare veiligheid (AOV) van de gemeente Altena. Indien de uitvoering van het project ook van invloed kan zijn op de openbare orde en publieke veiligheid in een buurgemeente, wordt door de initiatiefnemer ook aan deze gemeente om goedkeuring van het projectplan gevraagd. Goedkeuring van het projectplan is niet vereist ingeval het project uitsluitend een detectieonderzoek bestaande uit non-realtime detectie betreft. In dit geval kan worden volstaan met een kennisgeving van de uitvoering van het project aan de gemeente. Deze kennisgeving wordt naar de ambtenaar AOV-er.
De opsporingswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een gecertificeerd opsporingsbedrijf.
Uitvoeren detectieonderzoek
Detecteren omvat het vaststellen van de aanwezigheid van (mogelijke) OO dit gebeurt met behulp van detectieapparatuur, uitvoeren van een meting en de beoordeling van de meetgegevens. Op basis van het zoekdoel, de locatie specifieke omstandigheden en de toepasbaarheid van de verschillende detectiemethode dient door een gecertificeerd opsporingsbedrijf per locatie een maatwerk aanpak te worden uitgewerkt. Resultaat hiervan is een algehele vrijgave van het verdachte gebied, of een gedeeltelijke vrijgave op basis van de diepte van de uit te voeren werkzaamheden.
Indien er detectiewerkzaamheden door een gecertificeerd bedrijf wordt uitgevoerd volstaat een kennisgeving aan de gemeente (in plaats van de ondertekening van het projectplan). Er is dan geen gevaar voor de openbare orde en veiligheid (er wordt immers niet ongecontroleerd gegraven naar OO).
Benaderen en ruimen
Als binnen het projectgebied verstoringen zijn gedetecteerd en geïnterpreteerd die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een OO, is het nodig om deze te benaderen om vast te stellen (identificeren) of daadwerkelijk sprake is van OO en deze, in geval het daadwerkelijk OO betreft, te ruimen. Het is ook mogelijk om OO achter te laten indien deze zich onder de werkdiepte bevinden. Dit dient in voorkomende gevallen tussen de initiatiefnemer en de AOV te worden afgestemd. Dit is maatwerk dat vastgelegd dient te worden in het projectplan.
Bij het aantreffen van een OO dient de situatie tijdelijk veiliggesteld te worden. Het tijdelijk veiligstellen van de situatie omvat alle activiteiten na de benadering en identificatie die benodigd zijn om de uitwerkingsrisico’s van OO in relatie tot de omgeving te beheersen tot aan het tijdstip van overdracht van het explosief aan de EODD. Er worden bij het tijdelijk veiligstellen van de situatie geen demontagehandelingen aan OO zelf verricht. De wijze van tijdelijk veiligstellen en de getroffen beschermende maatregelen worden geregistreerd in het projectdossier paragraaf VTVS en veiligstellen OO.
Het opsporingsbedrijf dient te borgen dat de voorziening voor het tijdelijk veiligstellen van de situatie (VTVS) van OO voldoet.
Indien er explosieven opsporingswerkzaamheden worden uitgevoerd, dient het gecertificeerde bedrijf een projectplan in te dienen. Het bevoegd gezag dient deze na goedkeuring te ondertekenen, om toestemming te geven voor de werkzaamheden.
Na afronding van deze werkzaamheden wordt door het opsporingsbedrijf een PvO (proces-verbaal van oplevering) opgesteld een aangeleverd aan de gemeente. Hierin is onder andere vastgelegd welke bijzonderheden zich tijdens het opsporingsproces hebben voorgedaan en of wel of geen OO zijn aangetrokken. Bij het PvO hoort een kaart met daarop het vrijgegeven gebied. Ook een evaluatie over het verloop van het project behoort tot de afronding.
Als voorwaarde dient gesteld te worden dat de resultaten van een aanvullend onderzoek of risicoanalyse, het detectierapport of het proces-verbaal van oplevering (PvO) en het vrijgegeven gebied in pdf, dwg, shapefile of autocad na uitvoering dient te worden aangeleverd aan de gemeente Altena, zodat de resultaten kunnen worden verwerkt in de risicokaart.
10. Bijlagen
A. Begrippenlijst
OO
Ontplofbare Oorlogsresten
LEI
locatiegebonden explosieven inventarisatie
CS-OOO
Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten
CS-VROO
Certificatieschema Vooronderzoek en Risicanalyse Ontplofbare Oorlogsresten
BZK
ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
RA
risicoanalyse
PvO
proces-verbaal van oplevering
EODD
Explosieven Opruiming Dienst Defensie
TEV
Team Explosieven Veiligheid
VTVS
Voorziening voor het Tijdelijk Veiligstellen van de Situatie
B. Protocollen
C. Vernietingslocatie
D. Risicokaart OO