Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Altena;
overwegende,
-Onder voorwaarden zonnepanelen op grond voor eigen gebruik en op eigen terrein tot maximaal 350 m² te kunnen realiseren.
BESLUIT
Vast te stellen het navolgende:
“Beleid kleinschalige grond- en veldopstellingen van zonnepanelen voor eigen gebruik”
2. Voorwaarden en afwegingskader
2.3 Ruimtelijke impact en omvang (voorwaarden)
2.3.1 Voorwaarden plaatsing binnen bouwvlak
Binnen een bouwvlak mogen al diverse gebouwen en ‘bouwwerken geen gebouwen zijnde’ worden gerealiseerd. De ruimtelijke impact van het plaatsen van een kleinschalig zonneveld, zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied, is dan ook in beginsel kleiner als ze binnen het bouwvlak worden geplaatst. Het bouwvlak bevat al bouwmogelijkheden en voor het zonneveld worden geen nieuwe bouwmogelijkheden gecreëerd.
Een kleinschalig zonneveld, dat binnen het bouwvlak in het stedelijk gebied of in het buitengebied wordt geplaatst moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
1Een kleinschalig zonneveld mag niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw of voor de voorgevel van naastgelegen hoofdgebouwen worden geplaatst;
2De bouwhoogte bedraagt maximaal 1,20 meter (gemeten vanaf het maaiveld);
3Maximaal 50% van het onbebouwde perceel binnen de functietoedeling (voorheen bestemmingsvlak) in het achtererfgebied mag worden bebouwd met een kleinschalig zonneveld tot een maximum van 350 m².
2.3.2 Voorwaarden plaatsing buiten bouwvlak, maar binnen (bijbehorende) functietoedeling
Buiten een bouwvlak zijn de bouwmogelijkheden vaak beperkter. De ruimtelijke impact van het plaatsen van een kleinschalig zonneveld binnen dit gebied is dan ook groter dan het plaatsen binnen het bouwvlak. De voorwaarden genoemd onder 2.3.1 zijn van toepassing en worden aangevuld met de volgende voorwaarden:
4De naastgelegen percelen, die in eigendom zijn van derden mogen niet in hun gebruiksmogelijkheden worden beperkt;
Is het kleinschalig zonneveld groter dan 50 m² én gelegen in het buitengebied, dan gelden ook de volgende voorwaarden:
5Het kleinschalig zonneveld dient aan het zicht te worden onttrokken door het planten van streekeigen bomen en/of struiken rondom dat zonneveld (landschappelijke inpassing).
2.3.3 Voorwaarden plaatsing buiten (bijbehorende) functietoedeling
Buiten een functietoedeling (voorheen bestemmingsvlak) zijn er vaak geen bouwmogelijkheden ten behoeve van bouwwerken voor een andere activiteit. In het stedelijk gebied is de impact van het realiseren van een kleinschalig zonneveld buiten de eigen (bijbehorende) functietoedeling vaak groot, maar in het buitengebied is dat vaak nog groter. In het buitengebied hebben gebieden vaak (hoofdzakelijk) agrarische functies en mag er enkel kleinschalig of tijdelijk gebouwd worden ten behoeve van deze agrarische activiteiten (denk bijvoorbeeld aan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen).
Vanwege de ruimtelijke impact van het bouwen buiten de eigen (bijbehorende) functietoedeling (voorheen
bestemmingsvlak) gelden daarom de volgende voorwaarden:
1Een kleinschalig zonneveld mag niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw of de voorgevel van naastgelegen hoofdgebouwen worden geplaatst;
2De bouwhoogte bedraagt maximaal 1,20 meter (gemeten vanaf maaiveld), tenzij vanwege de aanwezige landschappelijke of cultuurhistorische waarden (denk bijvoorbeeld aan het open karakter van het landschap of aan bepaalde cultuurhistorische zichtlijnen) een lagere bouwhoogte gewenst is;
3Het kleinschalige zonneveld moet zo veel mogelijk grenzen aan de bijbehorende functietoedeling, op een zo efficiënt mogelijke wijze met een zo laag mogelijke impact op de omgeving, in het kader van zuinig ruimtegebruik. Op welke exacte locatie het zonneveld wordt gerealiseerd, dient per situatie te worden getoetst. Dit is een vorm van maatwerk.
Is het kleinschalig zonneveld groter dan 50 m² én gelegen in het buitengebied dan gelden ook de volgende voorwaarden:
4Bij de keuze van de plaatsing en situering moet aangesloten worden bij het landschapstype en de aanwezige landschapselementen. Het kleinschalig zonneveld leidt niet tot een aantasting van de bestaande aanwezige kernkwaliteiten van het landschap en landschapselementen (zoals een heg, houtwal of een talud);
5Het kleinschalige zonneveld moet zorgvuldig landschappelijk ingepast worden, passend binnen het gebied, waarbij gebruik gemaakt wordt van streekeigen beplanting;