Gemeentelijke regelgeving

Toezicht- en Handhavingsbeleid Kinderopvang Alphen aan den Rijn 2025

Gemeente Alphen aan den Rijn · geldt sinds 28 mei 2025

Aanhef

Besluit

1Het Toezicht- en Handhavingsbeleid Kinderopvang AadR 2025 vast te stellen en deze ter informatie aan de raad aan te bieden.

2Het Handhavingsbeleid kinderopvang 2017 in te trekken.

Voorwoord

Geachte betrokkenen in de kinderopvang,

Voor u ligt het actuele Toezicht- en Handhavingsbeleid Kinderopvang Alphen aan den Rijn 2025. Het beleid is met zorg en in afstemming met betrokken organisaties opgesteld met verschillende omliggende gemeenten, de GGD Hollands Midden, de VNG en enkele opvanglocaties.

Met deze actualisatie gaan we verder met het bieden van veilige opvang voor onze kinderen in onze gemeente. Het beleid biedt houvast voor professionals. Zoals de titel al aangeeft, gaat het grotendeels over twee zaken, namelijk het Toezicht door onze uitvoerende organisatie, de GGD Hollands Midden en over de Handhaving, die wij als gemeente zelf uitvoeren. De grootste verandering met het huidige beleid (2017) is dat we strenger aan de poort willen zijn. Dat houdt in dat we er van het begin, bij de aanvraag, bovenop zitten. Dit doen we om langdurige verbetertrajecten te voorkomen. En dat is in ieders belang.

Naast veiligheid controleren wij de kinderopvanglocaties op pedagogiek en gezondheid. Door regelmatig contact te onderhouden en er voor te zorgen dat aanbieders van kinderopvang ook samen blijven werken met andere betrokken organisaties in het onderwijs, rondom veiligheid en (jeugd)zorg, vergroten we de ontwikkelingskansen van iedere (jonge) inwoner van de gemeente Alphen aan den Rijn.

Op dit moment (begin 2025) zijn er in onze gemeente ongeveer drieënzestig kinderopvanglocaties, negenenvijftig buitenschoolse opvanglocaties en éénenzeventig gastoudervoorzieningen. Daarnaast werken we nog samen met vier gastouderbureaus. Allemaal organisaties die zich samen met ons volop inzetten voor de toekomst van onze kinderen. Zodat zij zich volop kunnen ontwikkelen, waarbij sociale activiteiten zoals samen spelen, samenwerken en van elkaar leren een belangrijke rol spelen. Daar draagt dit beleid aan bij, het biedt handvatten om dit tot in de puntjes goed te laten verlopen en goed te organiseren.

Wethouder Gert Jan Schotanus

5. Handhaving: Gericht op structureel herstel

5.6 Handhavingsmiddelen

5.6.1 De aanwijzing

Met de aanwijzing zet het college in op structurele verbetering. Dat betekent dat de overtreding niet alleen moet worden opgeheven, maar dat een houder ook maatregelen moet nemen om te voorkomen dat hij de overtreding opnieuw begaat. In de aanwijzing staat welke maatregelen de houder, binnen welk termijn, moet nemen om de wettelijke voorwaarden na te leven. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie.

De aanwijzing blijft geldig, ook nadat de overtreding is hersteld. Het college betrekt deze aanwijzing bij handhavingsbesluiten in de opvolgende 3 jaar.

De aanwijzing is doorgaans de best geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken. Met de aanwijzing maakt het college aan een overtreder duidelijk dat die te allen tijde aan het opgenomen voorschrift moet voldoen. Daarmee is de aanwijzing in de eerste plaats ook de minst ingrijpende handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken.

5.6.2 De last onder dwangsom

Als de aanwijzing niet tot structureel herstel van de overtreding heeft geleid, legt het college in principe een last onder dwangsom op. Het college kan ook direct een last onder dwangsom opleggen zonder dat eerst een aanwijzing is gegeven. Met een last onder dwangsom legt het college de houder de plicht op om maatregelen uit te voeren binnen een aangegeven termijn. Als een houder binnen de hersteltermijn de overtreding opheft en/of niet herhaalt, hoeft deze de dwangsom niet te betalen.

Is vastgesteld dat een overtreding niet is opgeheven of is herhaald, dan moet de houder de dwangsom betalen. Met een last onder dwangsom kan op meerdere herhalingen worden gehandhaafd. Een last onder dwangsom kent daarvoor een maximumbedrag.

Als er binnen 3 jaar, sinds de laatste opgelegde aanwijzing, een overtreding van dezelfde kwaliteitseis is vastgesteld legt het college doorgaans een last onder dwangsom op. Ook als de kwaliteitseis in de tussenliggende periode is beoordeeld en er geen overtreding is vastgesteld.

De last onder dwangsom is de best geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken na de aanwijzing, als sluiting van de opvang (nog) niet proportioneel is. Wordt de overtreding na het opleggen van een last onder dwangsom toch herhaald, dan heeft dat financiële gevolgen zonder dat de bedrijfsvoering wordt onderbroken. Daarmee is de last onder dwangsom een handhavingsmaatregel met een gedoseerde financiële prikkel om de overtreding structureel op te heffen.

5.6.3 Verlengen van een bevel

Als de toezichthouder een schriftelijk bevel heeft opgelegd en de overtreding(en) zijn naar het oordeel van de toezichthouder niet of onvoldoende hersteld, dan verlengt het college het bevel met minimaal 7 dagen en zolang de houder nodig heeft om de overtreding(en), naar het oordeel van de toezichthouder, structureel te herstellen.

5.6.4 Sluiting van de kinderopvang: het exploitatieverbod

Zodra uit een inspectieonderzoek blijkt dat geen sprake (meer) is van verantwoorde kinderopvang sluit het college de kinderopvang tijdelijk. Wat onder verantwoorde kinderopvang wordt verstaan is vastgelegd in artikel 1.49 van de Wet kinderopvang. Ook kan de kinderopvang gesloten worden zolang de houder een bevel van de toezichthouder of aanwijzing niet opvolgt.

Daarnaast gaat het college over tot tijdelijke sluiting bij locaties waar de kwaliteit structureel ondermaats is. Eerdere minder zware handhavingsmaatregelen hebben dan niet tot (structureel) herstel geleid. Bij deze tijdelijke sluiting moet de kinderopvang gesloten blijven zolang niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Pas als de houder aantoont dat de kwaliteit verbeterd is en blijft, mag de kinderopvang weer open. De toezichthouder beoordeelt dit tijdens een inspectieonderzoek.

Het sluiten van een locatie voor kinderopvang is een ingrijpende maatregel die niet alleen gevolgen heeft voor de houder maar ook voor diens personeel, ouders en kinderen. In de hiervoor beschreven situaties is sluiting van een locatie doorgaans noodzakelijk. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang weegt altijd zwaarder dan het belang van continuïteit van opvang of een financieel belang. Met een gesloten locatie kan de houder zich samen met het personeel volledig richten op herstel van de kwaliteit van opvang zonder dat (emotionele) veiligheid en/ of gezondheid van de opgevangen kinderen nog langer in het geding is.

Als het college een kinderopvanglocatie sluit, moet de houder de ouders zelf op de hoogte stellen van deze sluiting. Als de houder dit niet doet, informeert het college of de toezichthouder ouders hierover. Dit gebeurt schriftelijk of mondeling.

5.6.5 Intrekken toestemming; verwijdering LRK

Lukt het de houder na sluiting van een locatie niet om (binnen redelijke termijn) de overtredingen structureel op te heffen dan kan het college de toestemming tot exploitatie intrekken. Ook als een houder de kwaliteitseisen structureel niet naleeft, na verbetering opnieuw overtredingen begaat, veel en/of ernstige overtredingen of overtredingen die redelijkerwijs niet kunnen worden hersteld, sluit het college de kinderopvang permanent. Dit doet zij door de toestemming tot exploitatie in te trekken en de voorziening te verwijderen uit het LRK.

Een onvermijdelijke ingreep als de houder voldoende gelegenheid heeft gehad om de kwaliteit van opvang te herstellen en dit, naar het oordeel van de toezichthouder, niet is gelukt.

Het college kan de toestemming ook direct intrekken bijvoorbeeld als:

-niet langer wordt voldaan aan de definitie van kinderopvang, ouderparticipatiecrèche, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau;

-er sprake is van (een) overtreding(en) die, naar het oordeel van de toezichthouder, niet hersteld kan (kunnen) worden.

5.6.6 De last onder bestuursdwang

De manier waarop de houder de kinderopvang wil vormgeven is aan de houder. Bij een last onder bestuursdwang neemt het college bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. Dat maakt dat de last onder bestuursdwang doorgaans geen geschikt handhavingsmiddel is. Dit handhavingsmiddel is bijvoorbeeld wel geschikt om een kinderopvangvoorziening te sluiten en gesloten te houden bij overtreding van een exploitatieverbod. Alle kosten die gemaakt worden bij de last onder bestuursdwang zijn voor rekening van de houder.

5.8 Gastouderopvang

5.8.1 Handhaving bij een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente

De toezichthouder kan bij een onderzoek bij een voorziening voor gastouderopvang binnen onze gemeente een overtreding vaststellen, begaan door een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente. Aan gastouderbureaus gevestigd buiten onze gemeente mag het college geen aanwijzing opleggen. Ook het opleggen van een last onder dwangsom is in dit geval geen geschikt handhavingsmiddel. Immers, het college is doorgaans niet zelf verantwoordelijk voor het toezicht op deze bureaus. Een last onder dwangsom is alleen een effectief handhavingsmiddel als deze ook wordt ingevorderd bij herhaling van een overtreding. Nu het college hierop buiten haar gemeentegrenzen geen toezicht kan houden, vervalt de effectiviteit van dit handhavingsmiddel. Het enige handhavingsmiddel dat geschikt en daarmee noodzakelijk voor handhaving bij deze bureaus is het opleggen van een bestuurlijke boete.

Bijlage 1: Samenvatting Handhaving

Het college treedt handhavend op als de toezichthouder een overtreding vaststelt op een kinderopvangvoorziening. In dit afwegingsmodel geeft het college aan welke bedragen het uitgangspunt zijn bij de inzet van handhavingsmiddelen.

De toezichthouder kan een houder van een kinderopvangvoorziening de gelegenheid bieden om vastgestelde overtredingen nog tijdens de onderzoeksperiode op te heffen (het herstelaanbod). Als de houder de overtreding al heeft hersteld of redelijkerwijs snel zal herstellen, kan het college besluiten af te zien van handhaving gericht op herstel.

➢ Het college kan bij herstellende handhaving kiezen voor de aanwijzing, daarin staat welke maatregelen moeten worden genomen om de overtreding te herstellen. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie.

➢ Het college kan bij herstellende handhaving ook kiezen voor de last onder dwangsom. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de aanwijzing niet tot herstel van de overtreding heeft geleid.

➢ Als ook de last onder dwangsom en de invordering daarvan niet leiden tot structureel herstel sluit het college de locatie (tijdelijk) met een exploitatieverbod. Als een houder geen verantwoorde kinderopvang aanbiedt sluit het college een kinderopvanglocatie direct.

➢ Blijkt na (tijdelijke) sluiting de kwaliteit van opvang alsnog niet structureel hersteld dan trekt het college de toestemming in door uit te schrijven uit het LRK. Het college kan de toestemming ook direct intrekken.

➢ Bij enkele ernstige overtredingen kan het college altijd een boete opleggen. Voor andere overtredingen kan het college een boete opleggen via het niet opvolgen van een aanwijzing.

De hier opgenomen bedragen gelden per overtreding van een voorschrift. Het aantal overtredingen waarvoor het college een financiële sanctie oplegt is beperkt tot 4 overtredingen van hetzelfde voorschrift per inspectieonderzoek.

Voor de bedragen sluit het college aan bij de categorieën genoemd in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Gezien de ernst van het niet aanbieden van kinderopvang die voldoet aan de minimale kwaliteitseisen is met name aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. Een financiële sanctie is nooit lager dan het genoemde bedrag uit de eerste categorie.

➢ eerste categorie, € 515,-

➢ tweede categorie, € 5.150,-

➢ derde categorie, € 10.300,-

➢ vierde categorie, € 25.750,-

Voor de gastouderopvang, met uitzondering van de gastouderbureaus, en de ouderparticipatiecrèches wordt hierop een uitzondering gemaakt. Daar gelden andere bedragen. In de tabel is het maximum sanctiebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive verdubbelt het college dit maximum.

➢ Overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel direct of binnen maximaal 14 kalenderdagen worden beëindigd.

➢ Overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen maximaal 1 maand worden hersteld.

➢ Overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen een gemiddelde termijn van maximaal 2 maanden worden hersteld.

Voor elke overtreding beoordeelt het college welk hersteltermijn passend en geboden is.

Bijlage 2: Dwangsommen

2.1 Dwangsommen Kindercentrum

Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving

Administratie

derde categorie

Maatregelen aanpak A-ziekten

derde categorie

Overtredingen in het domein Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Pedagogisch klimaat

Pedagogisch beleid

derde categorie

Pedagogische praktijk

derde categorie

Voorschoolse educatie

derde categorie

Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie

derde categorie

Overtredingen in het domein pedagogisch klimaat hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Personeel en groepen

Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang

derde categorie

Opleidingseisen

derde categorie

Aantal beroepskrachten

derde categorie

Eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en Stagiairs

derde categorie

Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers

tweede categorie

Stabiliteit van de opvang voor kinderen

tweede categorie

Voertaal

tweede categorie

Overtredingen in het domein Personeel en groepen hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Veiligheid en gezondheid

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

tweede categorie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

tweede categorie

Meld- overleg- en aangifteplicht

tweede categorie

Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Accommodatie

Eisen aan ruimtes

tweede categorie

Overtredingen in het domein Accommodatie hebben, bij het ontbreken van een acute situatie, gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang. Bij acute situaties hebben overtredingen grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Ouderrecht

Informatie

tweede categorie

Oudercommissie

tweede categorie

Klachten en geschillen

tweede categorie

Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

2.2 Dwangsommen Gastouderbureau

Personeel

Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang

derde categorie per ontbrekende VOG, inschrijving en/of koppeling

Personeelsformatie per gastouder

tweede categorie

Overtredingen in het domein Personeel hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

Veiligheid en gezondheid

Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid

tweede categorie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

tweede categorie

Meld- overleg- en aangifteplicht

tweede categorie

Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

Ouderrecht

Informatie

tweede categorie

Oudercommissie

tweede categorie

Klachten en geschillen

tweede categorie

Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben Lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht

Kwaliteitscriteria

tweede categorie

Administratie gastouderbureau

tweede categorie

Overtredingen in het domein Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

2.3 Dwangsommen Gastouder

Het maximum dwangsombedrag voor een voorziening voor gastouderopvang is gelijk aan het bedrag genoemd bij de eerste categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.

2.4 Dwangsommen Ouderparticipatieopvang

Het maximum dwangsombedrag voor een ouderparticipatiecrèche is gelijk aan het bedrag genoemd bij de tweede categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.

2.5 Bestuurlijke boete

Voor enkele overtredingen kan het college, naast een herstelsanctie, in beginsel een boete opleggen. Deze overtredingen staan in de eerste tabel: Bijlage 3: Directe boete. Voor de overige overtredingen kan naast een herstelsanctie ook een boete worden opgelegd. In de tabel is het maximum boetebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive verdubbelt het college het maximum boetebedrag.

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete stemt het college de hoogte van de boete altijd af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij houdt het college rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Om tot matiging over te gaan, verwacht het college een actieve houding van de overtreder. Het is belangrijk dat een houder niet alleen stelt dat bepaalde (bijzondere) omstandigheden zich hebben voorgedaan, maar dat de houder dit ook schriftelijk aantoont.

Als met 1 feitelijke gedraging 2 of meer overtredingen zijn begaan legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag. Daarnaast matigt het college een boete aan de hand van de omvang van de organisatie.

Bijlage 3: Directe boete

algemeen

kindercentrum en GOB

gastouders

Exploitatie zonder toestemming college

de vierde categorie

de derde categorie

Aanbieden kinderopvang zonder schriftelijke overeenkomst

de derde categorie

Schenden medewerkingsplicht

de derde categorie

de tweede categorie

Niet opvolgen bevel

de vierde categorie

de derde categorie

Overtreden exploitatieverbod

de vierde categorie

de tweede categorie

Niet (tijdig) melden wijzigingen

de tweede categorie

Personeel en groepen

kindercentrum en GOB

Verklaring omtrent Gedrag (VOG)

de tweede categorie per ontbrekende VOG

Personenregister kinderopvang

de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling

Beroepskrachtkind-ratio (BKR)

de tweede categorie per ontbrekende beroepskracht

Op de uren dat niet tenminste de helft van het conform de BKR benodigde aantal beroepskrachten is ingezet.

de helft van het bedrag genoemd bij de tweede categorie per ontbrekende beroepskracht

Kwalificatie

Het benodigde diploma, certificaat, enz.

de tweede categorie per ontbrekende kwalificatie

Gastouders - Personeel en groepen

Verklaring omtrent Gedrag (VOG)

de eerste categorie per ontbrekende VOG

Groepsgrote en groepssamenstelling

de eerste categorie per overtreding

Kwalificatie

Het benodigde diploma, certificaat, enz.

de eerste categorie per ontbrekende kwalificatie

Kwaliteit gastouderbureau

Pedagogische praktijk

Begeleiding en ondersteuning van de Gastouder:

Uitvoering pedagogisch beleid door gastouders leidt tot verantwoorde gastouderopvang.

de tweede categorie per VGO waar onvoldoende is toegezien op de kwaliteit van opvang en/of de begeleiding tekortschiet

Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht:

De samenstelling van de groep kinderen bij de gastouder

de tweede categorie per VGO waar de groepsgrootte en/of samenstelling niet voldoet

Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang:

Inschrijving en koppeling gastouder, huisgenoten en structureel aanwezigen

de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling

Veiligheid en gezondheid:

Inventarisatie van risico’s voorzieningen voor gastouderopvang

de tweede categorie

Overige kwaliteitseisen

Niet opvolgen aanwijzing

de derde categorie, voor gastouder tweede categorie

Eisen ruimtes gastouderopvang:

De houder van een gastouderbureau toetst aantoonbaar jaarlijks op naleving van deze eisen

de tweede categorie per VGO waar niet is voldaan aan deze kwaliteitseisen en niet aantoonbaar is getoetst op de naleving

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

de tweede categorie per gastouder waar de kennis en het gebruik van de handelwijze uit de meldcode niet is bevorderd.

Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers

de derde categorie

Bijlage 4: Was – wordt – lijst

Onderwerp

Beleid AadR 2017

Beleid AadR 2025

Kwaliteit kinderopvang (1.1 en 1.2)

Handhaving volgens beleid

Handhaving op maat

Wettelijk kader (2.1)

-

Vastgelegde kwaliteitseisen kinderopvang

Streng aan de poort (3.2)

-

Bij de start voldoen aan de kwaliteitseisen

Niet gemelde opvang (3.4)

-

Illegaal. College treed op

Wijziging houder of rechtsvorm (3.6)

Wijzingen niet uitgeschreven

Houder moet toestemming vragen aan college

Toezicht (4)

Als taak omschreven (2.2)

Gedetailleerde taken uitgeschreven

Dialooggericht werken (4.1)

Hoor en wederhoor

Tevens gedetailleerd vragen stellen, luisteren, doorvragen

Risico gestuurd toezicht (4.2)

-

Intensievere inspectie bij zorgen

Inspectie gastouderopvang (4.4)

Minimaal 5% van alle gastouders en minimaal eens per vijf jaar

Minimaal 50% van alle gastouders en minimaal eens per drie jaar

Speerpunten (4.5)

Planning werd al wel besproken

Nu ook benoemd in beleid

Herstelaanbod (4.6)

Overleg en overreding (H3 stap 1)

Bijbehorende overtredingen zijn uitgewerkt

Schriftelijk Bevel (4.7)

-

Toezichthouder kan zelf een schriftelijk bevel uitschrijven

Signalen (4.8)

Signalen uit de samenleving (2.2)

Signaal – gestuurd – toezicht uitgeschreven

Handhaving (5)

Verwijzing GGD

Kwaliteit Kinderopvang is uitgeschreven

Preventief Handhaven (5.1)

-

Gesprekken tussen gemeente, houders en toezichthouders

Handhavingsafwegingen (5.2)

Afwegingsmodel handhaving (3.2)

Maatwerk door gemeente

Herstellend en bestraffend handhaven (5.3)

Overleg en overreding door GGD (H3 stap 1)

College kan ook overleggen en straffen

Recidive (5.4)

-

Stappen die het college kan zetten bij herhaling

Organisatieniveau (5.5)

-

Op locatieniveau handhaven en op organisatieniveau onderzoek doen

Handhavingsmiddelen (5.6)

-

Inzet op effect en verbetermaatregelen

Last onder dwangsom (5.6.2)

Sanctionering (H3 stap 3), vervangende regeling of dwangsom

Dwangsom

Verlengen bevel (5.6.3)

-

Verlengen met zeven dagen

Last onder bestuursdwang (5.6.6)

beschreven als sanctionering om overtreding tegen te gaan (H3 stap 3)

Beschreven als zesde handhavingstap om sluiting door te zetten.

Bestuurlijke boete (5.7)

Verouderde tekst en verwijzing (3.1)

Volledig herzien

Gastouderopvang (5.8)

Boetes gehalveerd (3.1)

Boetes op maat

Handhaving bij GO binnen gemeente met GOB buiten gemeente (5.9)

-

Uitleg over bestuurlijke boete

Publicatie van handhavingsbesluiten (5.10)

-

publicatie is in het lrk

Samenvatting Handhaving (bijlage 1)

-

Alle stappen, categorieën/ bedragen en hersteltermijnen

Dwangsommen (bijlage 2)

Bijlage; afwegingsmodel

Ingedeeld in categorieën

Directe Boete (bijlage 3)

-

Ingedeeld in categorieën

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.