Gemeentelijke regelgeving

Nota Kostenverhaal 2026

Gemeente Alphen aan den Rijn · geldt sinds 17 oktober 2026

Aanhef

De raad van Alphen aan den Rijn,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 08 januari 2026

besluit:

1De Nota Kostenverhaal 2026 vast te stellen;

2De Nota Bovenwijkse Voorzieningen 2022 in te trekken

Samenvatting

De gemeente Alphen aan den Rijn biedt ruimte aan private initiatieven voor ruimtelijke ontwikkelingen die bijdragen aan het realiseren van gemeentelijke opgaven. In dat geval voert de ontwikkelende partij de grondexploitatie terwijl de gemeente, in haar publiekrechtelijke taak, eindverantwoordelijk blijft voor -onder andere- de aanleg van openbare voorzieningen, de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het wijzigen van het omgevingsplan. De Omgevingswet (OW) verplicht gemeenten om kosten die voortvloeien uit deze initiatieven te verhalen op de initiatiefnemers, waaronder plankosten, uitvoeringskosten, kosten voor het opstellen en begeleiden van de planprocedure en plan-overstijgende kosten.

De Nota Kostenverhaal is het kader voor de wijze waarop gemeentelijke kosten worden verhaald op initiatiefnemers bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat hier om ruimtelijke ontwikkelingen op private grond waarop beoogd wordt een bouwactiviteit te realiseren waarvoor een ruimtelijke procedure nodig is. De nota maakt inzichtelijk welke kosten de gemeente wettelijke moet -of mag- verhalen op initiatiefnemers en op welke wijze hieraan uitvoering wordt gegeven. De verplichting tot kostenverhaal was voorafgaand aan inwerkingtreding van de OW verankerd in de Wet ruimtelijke ordening, hierna Wro genoemd. Het publiekrechtelijk kostenverhaal in de OW wijkt daar op onderdelen van af.

Gemeenten kunnen kosten verhalen via de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke weg. Bij privaatrechtelijk kostenverhaal wordt een overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer terwijl bij publiekrechtelijk kostenverhaal de kosten via een kostenverhaalbeschikking worden verhaald. Publiekrechtelijk kostenverhaal kent onderscheid in kostenverhaal voor een integrale gebiedsontwikkeling of een organische gebiedsontwikkeling. Er zijn verschillende categorieën kostensoorten zoals gebiedseigen kosten, de bijdrage bovenwijkse voorzieningen, de financiële bijdrage kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving en de vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling. In deze Nota is praktische informatie voor initiatiefnemers opgenomen waardoor vooraf meer duidelijkheid geboden wordt over de verschillende verhaalbare kostensoorten waar men mee te maken kan krijgen bij het indienen van een initiatief.

In deze nota is de geactualiseerde uitvoeringsparagraaf van de voormalige Nota Bovenwijkse Voorzieningen geïntegreerd. Deze geeft inzicht in de bovenwijkse voorzieningen van de gemeente en welke bijdragen per kern worden gevraagd. De uitvoeringsparagraaf wordt periodiek, bij voorkeur jaarlijks, herzien.

In deze nota maakt de gemeente de volgende beleidskeuzes.

Het beleid van de gemeente Alphen aan den Rijn is om in te zetten op het privaatrechtelijk kostenverhaal door het sluiten van een overeenkomst met de initiatiefnemer voorafgaand aan de wijziging van het Omgevingsplan en een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

De gemeente Alphen aan den Rijn geeft voorkeur aan de aanleg van het openbaar gebied door de initiatiefnemer. De gemeente blijft eindverantwoordelijk en legt contractueel vast dat dit conform de richtlijnen en eisen van de gemeente -die zijn vastgelegd in gemeentelijk beleid- wordt aangelegd. Afspraken worden vastgelegd in de anterieure exploitatie overeenkomst.

3. Verschillende vormen van kostenverhaal

3.2 Publiekrechtelijk kostenverhaal

3.2.1 Integrale en organische gebiedsontwikkeling

Bij integrale gebiedsontwikkeling ligt het tijdvak en het eindbeeld vast in het omgevingsplan. Daarentegen is er bij organische gebiedsontwikkeling geen blauwdruk voor de ontwikkeling van het gebied. In het omgevingsplan zijn dan globale functieaanduidingen opgenomen die divers kunnen worden uitgewerkt. Initiatiefnemers hebben hier een grotere vrijheid voor het bepalen van de invulling, fasering, werkzaamheden en looptijd.

Integrale gebiedsontwikkeling.

Het gemeentelijk kostenverhaal kan plaatsvinden via het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarin de regels voor het kostenverhaal worden opgenomen. Het besluit over de activiteit vermeldt deze regels over het kostenverhaal. De regels staan dus in het omgevingsplan of in de voorschriften van de omgevingsvergunning.

1er wordt een tijdvak bepaald;

2de kosten die verhaald worden zijn de kosten van het hele gebied die worden verdeeld over de bouwactiviteiten;

3de hoogte van de totale kosten wordt begrensd door de totale kosten van het kostenverhaalsgebied te vergelijken met de totale opbrengsten. Er mogen niet meer kosten worden verhaald dan er opbrengsten zijn;

4in het omgevingsplan wordt een raming van de kosten en opbrengsten opgenomen.

Organische gebiedsontwikkeling

De regels over kostenverhaal worden opgenomen in het omgevingsplan, kostenverhaal is niet mogelijk via de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

1in het omgevingsplan is geen tijdvak bepaald.

2kostenverhaal is beperkt tot de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen die nodig zijn in het openbare gebied.

3de kosten worden begrensd op het niveau van de bouwactiviteit en niet op het niveau van het kostenverhaalsgebied als geheel. Daarvoor wordt kort voor de start van de bouwactiviteit een waardevermeerderingstoets uitgevoerd. Er wordt getoetst aan de waardevermeerdering ten gevolge van de aanvraag voor een te verrichten activiteit. Het te verhalen bedrag mag niet hoger zijn dan de waardevermeerdering op het eigen perceel. Dit voorkomt dat een initiatiefnemer meer moet betalen dan zijn grond in waarde is gestegen.

4het omgevingsplan hoeft slechts het maximale kostenverhaal voor het gebied (kostenplafond) te vermelden en de maximale kostenverhaalbijdrage per activiteit.

5. Praktische informatie voor initiatiefnemers

5.1 Kostenverhaal gebiedseigen kosten

5.1.1 Kostenverhaal gemeentelijke plankosten

De te verhalen plankosten zijn de plankosten die de gemeente maakt voor projectbegeleiding, beoordeling, benodigde onderzoeken, advisering en toetsing en opstellen van de ruimtelijke procedure. De plankosten worden verhaald via intentie- en anterieure exploitatie overeenkomsten.

Plankosten bij kostenverhaalplichtige activiteiten

Voor het plankostenverhaal bij overige kostenverhaalplichtige activiteiten onderscheiden we als gemeente initiatieven op complexiteit van het bouwactiviteit. Hierbij speelt de omvang van de bouwactiviteit een rol, of er andere werkzaamheden zijn zoals bijvoorbeeld sloop of werken in het openbaar gebied, en de complexiteit van de ontwikkeling. In de gemeente Alphen aan den Rijn hanteren we de onderstaande vier categorieën:

-kleine bouwactiviteiten

-eenvoudige bouwactiviteiten

-middelgrote bouwactiviteiten

-grote en/of complexe bouwactiviteiten

Kleine bouwactiviteiten

In bijlage 3. is opgenomen welke activiteiten vallen onder ‘kleine bouwactiviteiten’. Het gaat bijvoorbeeld om het bouwen van kassen, een bedrijfswoning, een kleine uitbreiding of verbouwing van een gebouw. Het publiekrechtelijk kostenverhaal wordt voorgeschreven in artikel 13.5 van de Omgevingsregeling. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd

18Artikel 13.9. (jaarlijkse indexatie) Omgevingsregeling

. In het artikel wordt onderscheid gemaakt tussen algemene plankosten

19Artikel 13.5. (plankosten kleine bouwactiviteiten) lid 1, Omgevingsregeling

plus kosten voor specifieke producten en activiteiten

20Artikel 13.5. (plankosten kleine bouwactiviteiten) lid 2, Omgevingsregeling

. Bij privaatrechtelijk kostenverhaal kan de gemeente afwijken van het in de wet genoemde bedrag in gevallen waar maatwerk nodig is.

Eenvoudige bouwactiviteiten

Hiermee wordt in deze Nota bedoeld: een bouwactiviteit bestaande uit 2 of 3 woningen zonder complicerende factoren. Bij een eenvoudige bouwactiviteit wordt geen intentieovereenkomst gesloten maar direct een anterieure exploitatie overeenkomst gesloten voor het vaste bedrag van € 18.000,- prijspeil 01-01-2026. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de Consumentenprijsindex (CPI) van het CBS.

Middelgrote, grote en/of complexe bouwactiviteiten

Initiatieven die niet voldoen aan de criteria voor kleine- of eenvoudige bouwactiviteiten zullen per initiatief beoordeeld worden op grootte en complexiteit. Daarom wordt vooraf wordt geen hard criterium gegeven wanneer plannen als middelgroot, of groot-, en/of complex aangemerkt worden. Bij deze categorieën wordt altijd een intentieovereenkomst afgesloten waarbij een bedrag aan plankosten verhaald wordt voor de werkzaamheden in deze fase. Als na de initiatieffase blijkt het initiatief een ‘go’ krijg voor verdere uitwerking, dan volgt de anterieure fase die leidt tot een anterieure overeenkomst en wordt het totale plankostenverhaal voor de hele ontwikkeling bepaald. Bij afbreuk vindt geen restitutie plaats van het betaalde bedrag in de initiatieffase. Als het initiatief doorgang vindt wordt het in de initiatieffase betaalde bedrag als voorschot gezien op het totale plankostenverhaal.

Bij ondertekening Intentieovereenkomst:

-kleine bouwactiviteiten: n.v.t.

-eenvoudige bouwactiviteiten: n.v.t.

-middelgrote bouwactiviteiten: € 15.000,-

-grote en/of complexe bouwactiviteiten: 15% van het totaalbedrag aan plankostenverhaal op basis van de ministeriële plankostenscan met een minimum van € 25.000,-

Bij ondertekening Anterieure Exploitatie Overeenkomst:

-kleine bouwactiviteiten: conform bedrag Omgevingsregeling

-eenvoudige bouwactiviteiten: € 18.000,-

21prijspeil 2026, indexatie cf. CPI

-middelgrote, grote - en complexe bouwactiviteiten: maximaal het totaalbedrag op basis van de ministeriële plankostenscan, rekening houdend met de activiteiten die de gemeente doet, minus het voorschotbedrag dat al betaald is na ondertekening van de intentieovereenkomst.

Bij onvoorziene omstandigheden, planwijzigingen en andere zaken die leiden tot hogere plankosten voor de gemeente dan was voorzien bij het sluiten van de intentie- of anterieure exploitatie overeenkomst treden partijen in overleg voor een aanvullende passende oplossing.

Indexatie plankosten bij kostenverhaalplichtige activiteiten

De bedragen zijn prijspeil 01-01-2026 en worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de Consumentenprijsindex (CPI) van het CBS. De gemeente bepaalt per categorie op de onderstaande wijze haar te verhalen plankosten.

5.1.2 Kostenverhaal nadeelcompensatie (voorheen: planschade)

Door planologische wijzigingen, zoals een omgevingsplanwijziging, kunnen omwonenden schade lijden. Zaken in de omgeving van de belanghebbenden kunnen zodanig veranderen dat zij hierdoor benadeeld worden en daar nadeelcompensatie

22Afdeling 15.1 Nadeelcompensatie OW

voor aanvragen. Alhoewel de juridische term ‘nadeelcompensatie’ is, wordt vaak gesproken over ‘planschade’ en wordt daarmee hetzelfde bedoeld. Dit aspect dient te worden meegewogen, met name bij herontwikkelings- en inbreidingsprojecten. De schadekosten worden, in overeenstemming met Afdeling 15.1 OW, verhaald op de ontwikkelende partij. Nadeelcompensatie is altijd een onderdeel van een anterieure exploitatie overeenkomst.

Het risico op nadeelcompensatie kan op voorhand inzichtelijk worden gemaakt door het opstellen van een nadeelcompensatie-risicoanalyse. Het resultaat en (eventuele) aanpassingen kunnen worden doorgevoerd in het plan ter voorkoming/vermindering van nadeelcompensatie. De verantwoordelijkheid om al dan niet een nadeelcompensatie-risicoanalyse op te stellen ligt bij de ontwikkelende partij.

5.1.3 Kostenverhaal overige gebiedseigen exploitatiekosten

Naast plankosten en kosten voor nadeelcompensatie vallen ook andere kosten zoals sloop, sloop, sanering, aanleg van infra en openbaar gebied, voorbereiding en toezicht op de werkzaamheden onder het kostenverhaal. Een lijst van alle verhaalbare kosten is te vinden in bijlage IV van artikel 8.15 OB. Deze lijst is tevens toegevoegd als bijlage 1. van deze nota.

De gemeente is verantwoordelijk voor een goede aanleg van het openbaar gebied. Het principe van het kostenverhaal is dat alle kosten die verband houden met de ontwikkeling voor rekening zijn van de initiatiefnemer. Dit kan op twee manieren:

1de initiatiefnemer legt het openbaar gebied aan voor eigen rekening en conform de vastgestelde normen en eisen van de gemeente;

2de gemeente legt het openbaar gebied aan en verhaalt de kosten op de initiatiefnemer.

De gemeente Alphen aan den Rijn geeft voorkeur aan de aanleg van het openbaar gebied door de initiatiefnemer. De gemeente blijft eindverantwoordelijk en legt contractueel vast dat dit conform de richtlijnen en eisen van de gemeente, die zijn vastgelegd in gemeentelijk beleid, wordt aangelegd. Afspraken worden vastgelegd in de anterieure exploitatie overeenkomst.

5.3 Financiële bijdrage kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving

5.3.1 Vereveningsfonds sociale-, middeldure huur- en betaalbare koop- woningen

De bijdrage aan het Vereveningsfonds is een gespecificeerde ‘Financiële bijdrage Kwaliteitsverbetering Fysieke Leefomgeving’ zoals beschreven wordt in 4.3. Het Vereveningsfonds is een middel om binnen de gemeente Alphen aan den Rijn een -naar prijsklasse- evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad te bewerkstelligen door middel van het realiseren van sociale- en middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen.

Om te komen tot een evenwichtige verdeling op de woningmarkt heeft de gemeente Alphen aan den Rijn de ‘Woonvisie 2021-2025’

23Woonvisie 2021-2025, inclusief Addendum

vastgesteld. Hierin is opgenomen dat het woningbouwprogramma van projecten ten minste moet bestaan uit:

•30% sociale huur

•20% middelduur (middeldure huurwoningen of goedkope koopwoningen)

•15% betaalbare koop

Bovenstaande percentages komen uit de ‘Woonvisie 2021-2025’welke periodiek wordt herzien. Naar verwachting wordt de woonvisie per 2027 vervangen door een ‘Volkshuisvestingsprogramma'. Voor actuele informatie over de vereiste percentages categorieën per project en de prijsgrenzen per categorie wordt verwezen naar de vigerende beleidsnota.

Het kan voorkomen dat het niet mogelijk is om binnen een woningbouwproject de vereiste categorieën te realiseren. De initiatiefnemer kan dan een verzoek indienen bij het College van burgemeester en wethouders, om op een andere locatie het aantal te compenseren woningen realiseren. In praktijk blijkt dat ook dit niet altijd mogelijk is en daarom heeft de gemeente met het vaststellen van de Nota Vereveningsfonds voor een socialere woningvoorraad een ‘Vereveningsfonds’ ingesteld. Hierdoor kan een initiatiefnemer een verzoek indienen tot ‘afkoop’ van één of enkele te realiseren woningen in het sociale segment. De te betalen bijdrage per woning is het verschil tussen de opbrengst van een vrije sector woning en de niet-gerealiseerde sociale woning. De bijdragen aan het Vereveningsfonds worden ingezet bij projecten waar méér dan de vereiste sociale woningen gerealiseerd worden. Woningen die onder de ruimte-voor-ruimte regeling gebouwd worden zijn vrijgesteld van een vereveningsbijdrage.

Het huidige Vereveningsfonds, zoals hierboven beschreven, ziet enkel toe op de vervening ten aanzien van sociale woningbouw. Er wordt gewerkt aan een actualisatie waarin deze ook verevening bij van middeldure huur- en betaalbare koopwoningen wordt opgenomen.

Ter illustratie toont de onderstaande tabel een rekenvoorbeeld van vereveningsbijdragen voor verschillende woningtypes. Dit betreft een voorbeeldberekening, voor actuele grondwaarden en berekeningen wordt verwezen naar het vigerend beleid.

24Nota Vereveningsfonds voor een socialere woningvoorraad

Voorbeeldberekening, werkelijke bedragen kunnen afwijken

5.3.2 Overige financiële bijdrage kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving

Het bestuur kan bepaalde categorieën ontwikkelingen aanwijzen waarvoor financiële bijdragen worden verhaald.

25Afdeling 13.7 Omgevingswet

In de OW wordt dit ‘Financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied’ genoemd. Dit betreft ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij om ontwikkelingen waar fysieke maatregelen gericht zijn op natuurbescherming en -herstel, zoals de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden, natuurbescherming of natuurherstel, maatregelen ter vermindering van de stikstofdepositie, maatregelen ter bescherming en verbetering van de kwaliteit van watersystemen of de aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur. Maar ook om infrastructurele maatregelen van gemeentelijk of regionaal belang, ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad door middel van het realiseren van sociale huur- of koopwoningen, en stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen.

Om (spraak)verwarring te voorkomen noemen we dit in de gemeente Alphen aan den Rijn de Financiële bijdrage Kwaliteitsverbetering Fysieke Leefomgeving. Deze bijdrage kan verhaald worden bij aangewezen activiteiten: de bouwactiviteiten zoals opgenomen in artikel 8.13 van het OB plus de activiteiten zoals opgenomen in artikel 8.20 van het OB.

In de Omgevingsvisie of Programma is de functionele samenhang tussen de activiteit (het initiatief) en de beoogde ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving opgenomen, de bijdrage is opgenomen in de regels van het Omgevingsplan.

De bijdrage aan het Vereveningsfonds is in feite een Financiële bijdrage Kwaliteitsverbetering Fysieke Leefomgeving’. De gemeente Alphen aan den Rijn heeft geen andere ontwikkelingen aangewezen waarvoor een bijdrage verhaald wordt.

Bijlage 1. Kostensoortlijst Omgevingsbesluit artikel 8.15 bijlage IV

De kostensoorten, bedoeld in artikel 8.15, zijn de in de tabellen A en B bedoelde kostensoorten.

A. Kostensoorten bij kostenverhaal met of zonder tijdvak

A1

De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek

A2

De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid

A3

De kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten

A4

Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten

A5

De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder A2

A6

De kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder A2

A7

De kosten van de noodzakelijke compensatie van in het kostenverhaalsgebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen

A8

De kosten van de aanleg of wijziging van:

1°. wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken;

2°. infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken;

3°. groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen;

4°. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen;

5°. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte;

6°. distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; en

7°. riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken

A9

De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit

A10

De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder A3, A5, A6, A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek

A11

Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15. van de wet

A12

Niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder A1 en A3 tot en met A10

A13

De rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten

A14

De kosten van andere door of in opdracht van het bestuursorgaan te verrichten werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in deze bijlage bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen

B. Kostensoorten bij kostenverhaal met tijdvak; in aanvulling op tabel A

B1

De waarde van de gronden waar de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de wet, zullen worden verricht, inclusief de waarde van de daar aanwezige, te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid

B2

De kosten om de gronden, bedoeld onder B1, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten

B3

De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder B1

B4

De kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder B1

Bijlage 2. Toelichting PPT-criteria

Toetsing van de kosten: drie criteria (PPT)

Alle kosten van de kostensoortenlijst moeten voldoen aan de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit (de zogenaamde PPT-criteria). Op deze wijze wordt bepaald of de kosten geheel of deels aan een kostenverhaalsgebied kunnen worden toegerekend. De beoordeling aan de PPT-criteria vindt plaats op de schaal van het kostenverhaalsgebied, niet per individuele activiteit. Een kostenpost wordt dus ook verhaald als de kosten ten goede komen aan slechts een klein deel van het kostenverhaalsgebied.

Profijt

Het kostenverhaalsgebied moet nut ondervinden van de te treffen werken, maatregelen of voorzieningen. Deze toets geldt voor het kostenverhaalsgebied als geheel, niet per bouwperceel binnen de locatie. Bij maatregelen zoals het opheffen van stankcirkels en bij compensatie buiten het gebied schuilt het profijt in het feit dat dankzij deze ingrepen een groter gebied ontwikkeld kan worden.

Toerekenbaarheid

Dit criterium valt in twee onderdelen uiteen:

1Causaal verband

Er moet een verband bestaan tussen de gebiedsontwikkeling en de kosten. De werken, werkzaamheden en maatregelen zouden niet aan de orde zijn zonder de ontwikkeling (causaal verband) of de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van de ontwikkeling. Het kan bij bovenwijkse voorzieningen ook gaan om voorzieningen die al in het verleden zijn uitgevoerd, mits toen al rekening was gehouden met de toekomstige ontwikkeling van het kostenverhaalsgebied.

2Kosten die op een andere manier bekostigd zijn

Wanneer uitgaven langs andere weg gedekt dan wel gefinancierd worden, of wanneer dat gebruikelijk is, zijn deze niet toerekenbaar. Nutsvoorzieningen (gas, water, elektra, kabel, telefoon) worden doorgaans langs andere weg bekostigd. Wanneer de gemeente een deel van de aanlegkosten moet betalen omdat kabels, leidingen en daarbij behorende bouwwerken vóór het einde van de afschrijvingstermijn moeten worden vervangen, kunnen deze kosten wél toerekenbaar zijn. Dat is soms ook het geval met een onrendabel deel van een investering, als sprake is van onzekerheid over plannen de termijn van ontwikkelen. Onderhoudskosten zijn in geen geval toerekenbaar, omdat die uit reguliere opbrengsten gefinancierd behoren te worden.

Proportionaliteit

De meeste kosten die in het kostenverhaalsgebied worden gemaakt zullen volledig toerekenbaar zijn aan het kostenverhaalsgebied. Dat ligt anders bij kosten voor voorzieningen of maatregelen die ook een functie hebben voor andere kostenverhaalsgebieden, zoals bovenwijkse voorzieningen, of bestaande gebieden. Van deze kosten mag slechts een deel aan het kostenverhaalsgebied toegerekend worden. Daarop ziet het criterium ‘proportionaliteit’. In dat geval zal de gemeente moeten bepalen hoeveel profijt het kostenverhaalsgebied van die werken, werkzaamheden en maatregelen ondervindt in vergelijking met andere gebieden. Hierbij zal de gemeente in het algemeen gebruik kunnen maken van de onderzoeken die zijn verricht voor plannen als het gemeentelijk verkeer- en vervoersprogramma en het gemeentelijk groenprogramma of voor investeringsbeslissingen over de aanleg van infrastructuur of groenvoorzieningen. Daarin is in het algemeen te zien in welke mate de toekomstige bewoners en bedrijven in het kostenverhaalsgebied gebruik zullen maken van de betreffende voorzieningen. Ook andere programma’s op grond van de OW kunnen houvast verschaffen. Als meerdere gebieden profijt hebben van een werk, maatregel of voorziening moeten de kosten naar evenredigheid worden toegedeeld aan de gebieden.

Bijlage 3. Activiteiten kleine bouwactiviteiten 28 Artikel 13.5. (plankosten kleine bouwactiviteiten), Omgevingsregeling

In Artikel 13.5. OR worden drie categorieën genoemd die vallen onder het plankostenverhaal voor kleine bouwactiviteiten:

a) Categorie 1: het bouwen van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 3.000 m²;

b) Categorie 2:

1het bouwen van een gebouw met één woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

2het bouwen van een hoofdgebouw voor agrarische of bedrijfsdoeleinden zonder bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie of winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 1.500 m², of een bedrijfswoning op hetzelfde perceel waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;

3een uitbreiding met niet meer dan 2.000 m² bruto-vloeroppervlakte van een gebouw met een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, of een uitbreiding met niet meer dan een bedrijfswoning op hetzelfde perceel waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;

4een uitbreiding van een ander gebouw dan bedoeld onder 1° tot en met 3° met niet meer dan 2.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met niet meer dan een gebouw met één woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

5kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 3.000 m² en niet meer dan 10.000 m²; of

6een verbouwing als bedoeld in artikel 8.13, onder e of f, van het Omgevingsbesluit;

c) Categorie 3: het bouwen van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 10.000 m² en niet meer dan 30.000 m².

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.