Aanhef
De raad van Alphen aan den Rijn,
gelezen het voorstel van de raadswerkgroep Gedragscode c.a. van 1 februari 2022,
besluit:
1De Gedragscode volksvertegenwoordigers 2022 vast te stellen;
2De Gedragscode volksvertegenwoordigers 2020 in te trekken;
3Het Uitvoeringsprotocol Integriteit 2022 (Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur) vast te stellen;
4De wijzigingsverordening Verordening raadscommissies Alphen aan den Rijn 2020 vast te stellen;
5De raadswerkgroep gedragscode c.a. op te heffen met overnemen van de aanbevelingen van de werkgroep.
Gewaarmerkte bijlage(n):
-Gedragscode volksvertegenwoordigers Alphen aan den Rijn 2022;
-Uitvoeringsprotocol Integriteit Alphen aan den Rijn 2022 (Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur);
-De wijzigingsverordening Verordening raadscommissies Alphen aan den Rijn 2020.
Gedragscode Volksvertegenwoordigers
De raad van Alphen aan den Rijn;
Gelezen het voorstel van de Raadswerkgroep Gedragscode c.a. van 17 februari 2022;
Gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de Gedragscode raads(commissie)leden Alphen aan den Rijn 2022.
Inleiding
Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode.
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De verschillende gedragscodes richten zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet.
De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers: raadsleden. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.
Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen gemeenten contra-legem constructies op in de gedrags¬code dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen.
Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.
Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten
1Het begrip netwerkcorruptie is geïnspireerd door het promotieonderzoek van ‘Netwerkcorruptie; wanneer sociaal kapitaal corrupt wordt’ van Willeke Slingerland, 2018.
.
Waar hij staat kan ook zij gelezen worden.
Artikel 1.1
Deze gedragscode geldt voor de raadsleden en commissieleden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.
Artikel 1.2
Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 1.3
De raads- en commissieleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van deze gedragscode en tekenen voor ontvangst.
Artikel 2
1Het raads(commissie)lid levert de griffier de informatie aan over de andere functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raads(commissie)lidmaatschap. Als gaande het lidmaatschap nieuwe andere functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande andere functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de griffier.
2De informatie betreft in ieder geval:
a.de omschrijving van de andere functie;
b.de organisatie voor wie de andere functie wordt verricht;
c.of het al dan niet een andere functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap.
3De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Toelichting
Het betreft een uitwerking van de Gemeente-wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raads(commissie)lid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Over stemmen bij persoonlijk belang staat is een notitie beschikbaar onder praktische informatie in iBabs.
Artikel 3.1
Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad/raadscommissie beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.
Artikel 3.2
Het raads(commissie)lid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.
Toelichting
Artikel 3.1
Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met geheime informatie . In dit kader is het ook van belang te wijzen op bepalingen in de Algemene Verordening Gegevensbeheer en de verplichting om datalekken te melden aan het college.
In artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet is de juridische basis voor geheimhouding vastgelegd. Het begrip “vertrouwelijk” heeft géén juridische status in de Gemeentewet, maar het is in het bestuurlijk taalgebruik een veel voorkomend begrip en voor vertrouwelijke stukken kan evenzeer gelden dat in lijn met de artikelen 3.1 en 3.2 wordt gehandeld. Over openbare en besloten vergaderingen, geheimhouding en vertrouwelijkheid is een notitie beschikbaar in IBabs onder praktische informatie.
Verder is in dit verband van belang te wijzen op de door raads- en commissieleden afgelegde eed dan wel belofte bij aantreden.
Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot geheimhouding:
Na inwerkingtreding van de Wet bevordering integriteit en functioneren decentraal bestuur worden de artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet vervangen door een nieuw Hoofdstuk Va Geheimhouding.
Artikel 4.1
1Een raads(commissie)lid accepteert en biedt geen geschenken aan, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
2Onverminderd het eerste lid kan het raads(commissie)lid incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50 vertegenwoordigen behouden.
3Geschenken die het raads(commissie)lid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, door het raads(commissie)lid in eigendom overgedragen/beschikbaar gesteld aan de gemeente.
4De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hier- aan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
5Geschenken gericht aan het raads(commissie)lid worden niet op het huisadres van het raads(commissie)lid in ontvangst genomen. Er wordt door het raads(commissie)lid waar mogelijk voor zorggedragen dat geschenken worden bezorgd op het adres van het gemeentehuis Alphen aan den Rijn.
Artikel 4.2
1Deelname als raads(commissie)lid aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raads(commissie)lid binnen één week na deelname openbaar. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen.
2De griffier legt hiervoor een register aan als onderdeel van het register bedoeld in artikel 4.1.4. en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 4.3
1Een raads(commissie)lid meldt de griffier de in de hoedanigheid van raads(commissie)lid ondernomen buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de gemeente binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval het doel, de bestemming en de duur van de reis en wat daarvan de kosten waren.
2De griffier legt hiervoor een register aan als onderdeel van het register bedoeld in artikel 4.1.4 en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Toelichting
Artikel 4.1
In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raads(commissie)lid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het raads(commissie)lid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres in ontvangst genomen. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of in eigendom overgedragen/beschikbaar gesteld aan de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.
Het is niet de bedoeling dat geschenken door het raads(commissie)lid op het huisadres in ontvangst worden genomen. Echter, bij in ontvangstname van een poststuk/pakket is niet altijd meteen duidelijk dat het gaat om een geschenk of een geschenk vanwege de hoedanigheid als raads(commissie)lid. Wanneer vooraf bij een raads(commissie)lid niet bekend is dat een geschenk wordt aangeboden kan het betreffende raads(commissie)lid er niet voor zorgdragen dat het geschenk op het gemeentehuis wordt bezorgd (bijv. door de schenker hierop te wijzen).
Artikelen 4.2 en 4.3
Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raads(commissie)lid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.
Artikel 5.1
1Het college richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteren heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
2Het raads(commissie)lid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures.
Artikel 5.2
Een raads(commissie)lid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
Artikel 5.3
Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeenten ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier binnen de wettelijke kaders andere afspraken, vastgelegd in een bruikleenovereenkomst tussen het raads(commissie)lid en het college over gemaakt zijn.
Toelichting
Artikel 5.1
Aan raads(commissie)leden worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden.
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.
Het raads(commissie)lid zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden.
Artikel 5.3
Stelregel is dat privégebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, Afspraken zijn op te nemen in bruikleenovereenkomsten.
Artikel 6.1
De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet hij daarin.
Artikel 6.2
1Op voorstel van de burgemeester stelt de gemeenteraad een protocol vast waarin in ieder geval regels staan over:
a.de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder;
b.de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpuntenintegriteit;
c.de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente.
d.In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.
2Het protocol, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van deze gedragscode.
Toelichting
Artikel 6.1
De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige interpretatie daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden of leemtes.
Artikel 6.2
De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen.
Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De burgemeester krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad op voorstel van de burgemeester in een protocol regels vastlegt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt.
Al deze processuele en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2, eerste lid, zijn niet uitputtend.