Aanhef
Samenvatting
Deze beleidsregel beschrijft hoe de gemeenten in de regio Midden-Holland (gemeenten Alphen aan den Rijn / Bodegraven / Gouda / Krimpenerwaard / Waddinxveen / Zuidplas) bij ruimtelijke ontwikkelingen geluidsoverlast van wegen, spoorwegen en bedrijven wil beheersen en voorkomen. Een ruimtelijke ontwikkeling is bijvoorbeeld een nieuwbouwplan van woningen of een plan voor het aanleggen of wijzigen van een weg.
Om de mensen te beschermen tegen geluid hebben we in Nederland wetten en regels. Binnen die wetten en regels hebben gemeenten ruimte gekregen om eigen regels op te stellen. De regels die de gemeenten zelf mogen opstellen gelden in situaties waar het geluid van wegen, spoorwegen of bedrijven hoger is dan de wettelijk bepaalde grens. Deze grens is de voorkeursgrenswaarde. De gemeente kan dan een besluit nemen om een zogenaamde ‘hogere waarde’ vast te stellen. De gemeente kan een besluit hogere waarden pas vaststellen als goed is uitgelegd hoe de inwoners binnen de ruimtelijke ontwikkeling tegen geluid worden beschermd. Dit document beschrijft onder welke voorwaarden de bovenstaande gemeenten willen meewerken aan ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden waar meer geluid is.
Dit document vervangt de “Beleidsregel Hogere waarden Regio Midden-Holland, versie 2 d.d. 16 april 2012”. Aan de inhoud van de beleidsregel is weinig veranderd. Wel nieuw is dat:
-er is gewerkt aan de publieksvriendelijkheid. Een hoofdstuk ‘Proces’ is toegevoegd en ook een begrippenlijst. In het proceshoofdstuk staat bijvoorbeeld hoeveel tijd het kost om een besluit te nemen.
-er extra regels zijn opgesteld voor transformatie. Bij een transformatie krijgt een bestaand pand een geluidsgevoelige bestemming. Bijvoorbeeld een kantoor dat wordt omgebouwd naar woningen. Dit was nodig omdat het Bouwbesluit in dit soort situaties de inwoner minder beschermt dan bij nieuwbouw.
Kortweg komt het beleid hogere waarden er op neer dat als je een woning of ander geluidsgevoelig gebouw mogelijk maakt met een geluidsbelasting op de gevel die 5 decibel of meer boven de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder ligt, dan moet deze woning of dit geluidsgevoelige gebouw beschikken over een geluidsluwe gevel en een geluidsluwe buitenruimte.
Bij transformatie streven we naar een geluidsniveau in het te realiseren geluidsgevoelige gebouw dat overeenkomt met de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit. Als deze eis onhaalbaar blijkt, dan staat het beleid toe om hier gemotiveerd van af te wijken. In het kader van een goede ruimtelijke ordening vraagt de gemeente, naarmate de afwijking ten opzichte van de nieuwbouweis voor het binnenniveau voor geluid groter wordt, een betere onderbouwing over de aanvaardbaarheid. De afwijking is in principe maximaal 5 decibel. Alleen in hele bijzondere situaties kan ook met 10 decibel worden afgeweken van de nieuwbouweis.
Als uit het besluit hogere waarden blijkt dat aanvullende geluiddempende maatregelen nodig zijn, dan neemt de gemeente deze op in de ruimtelijke procedure. In het bestemmingsplan wordt het in de artikelen en op de verbeelding opgenomen, in de omgevingsvergunning in de voorschriften.
De beleidsregel hogere waarden Regio Midden-Holland is geschreven voor lezers met specialistische kennis van geluid. Bij vragen kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst Midden-Holland, team geluid.
3. Voorwaarden hogere waarden
3.2 Voorwaarden Beleid hogere waarden Midden-Holland
3.2.1 Voorwaarden geluidsluwe gevel, geluidsluwe buitenruimte
Bij het vaststellen van een hogere waarde wordt getoetst of de geluidsbelasting meer is dan:
-53 dB wegverkeerslawaai of;
-60 dB railverkeerslawaai of;
-55 dB(A) industrielawaai.
De toetsing heeft betrekking op het geluid van de weg / spoorweg / industrieterrein waarvoor de hogere waarde wordt verleend. Bij de toetsing wordt geen rekening gehouden met het geluid dat andere bronnen veroorzaken.
Als de vast te stellen hogere waarde meer is dan de hierboven genoemde waarde:
a.dan moet de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw worden gerealiseerd met een geluidsluwe gevel; en
b.ten minste één buitenruimte moet dan aan een geluidsluwe gevel liggen.
Het toepassen van de geluidsluwe gevel en buitenruimte wordt als volgt ingevuld:
-Een grondgebonden woning hoeft alleen een geluidsluwe gevel te hebben op de verdieping waar de buitenruimte aan grenst. Als een tuin op de begane grond geluidsluw ligt hoeft de geluidsbelasting op de verdieping niet aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. In een gebouw met meerdere niet grondgebonden woningen (bijvoorbeeld een appartementencomplex) moet iedere woning een geluidsluwe gevel hebben.
-De geluidsluwe buitenruimte moet aan een geluidsluwe gevel liggen. Als uitgangspunt voor de geluidsbelasting in de gehele geluidsluwe buitenruimte wordt de geluidsbelasting op de geluidsluwe gevel gebruikt.
-Als het redelijkerwijs niet mogelijk is om een geluidsluwe gevel te creëren, dan geldt de scheidingswand tussen een (deels) afsluitbare buitenruimte en een verblijfsruimte als geluidsluwe gevel. De geluidsbelasting op deze scheidingswand moet dan wel voldoen aan de voorkeursgrenswaarde.
-Voor andere geluidsgevoelige gebouwen dan woningen geldt dat het beleid op het gehele gebouw wordt getoetst en niet op elk onderdeel van het gebouw. Een verpleeghuis moet bijvoorbeeld één geluidsluwe buitenruimte hebben voor alle bewoners van het verpleeghuis.
-Geluidsgevoelige terreinen zoals woonwagenstandplaatsen zijn vrijgesteld van de verplichting om een geluidsluwe gevel of buitenruimte te realiseren.
-Woningen of andere gebouwen die al een geluidsgevoelige bestemming hebben bij de start van de procedure hogere waarden, hoeven geen geluidsluwe gevel of buitenruimte te hebben als dit redelijkerwijs niet te realiseren is
1Uit de manier van omschrijven in de bestaande Beleidsregel Hogere waarden Regio Midden-Holland, versie 2 d.d. 16 april 2012 kan gelezen worden dat een bestaand niet geluidsgevoelig gebouw dat geluidsgevoelig wordt geen geluidsluwe gevel of buitenruimte hoeft te hebben. Dit is niet de intentie van het bestaande beleid geweest en is daarom in dit beleid hersteld.
.
-Het realiseren van een buitenruimte is vanuit dit beleid geen verplichting. Dit ontslaat een initiatiefnemer niet van de plicht om een geluidsluwe gevel te realiseren.
-Voor het bepalen van de binnenwaarde van geluidsgevoelige gebouwen langs de spoorlijn Rotterdam – Utrecht wordt uitgegaan van het spectrum voor wegverkeerslawaai. Dit vanwege het aandeel goederentreinen in de geluidsbelasting van de spoorlijn. Het spectrum van de geluidsproductie komt meer overeen met dat van wegverkeer dan dat van railverkeer. Op de overige spoorlijnen in de regio Midden-Holland wordt uitgegaan van het spectrum voor railverkeerslawaai.
Om te bepalen of de geluidsbelasting zo laag is dat er sprake is van een geluidsluwe gevel / buitenruimte geldt de volgende rekenwijze:
-Een woning of ander geluidsgevoelig gebouw kan door meerdere zoneringsplichtige bronnen van één lawaaisoort belast worden (bijvoorbeeld twee wegen). Er is dan sprake van een geluidsluwe gevel of buitenruimte als de totale geluidsbelasting niet boven de voorkeursgrenswaarde van deze lawaaisoort ligt.
-Als een woning of ander geluidsgevoelig gebouw wordt belast door twee of meer zoneringsplichtige bronnen van verschillende lawaaisoorten (bijvoorbeeld een weg en een spoorweg), dan wordt de gecumuleerde geluidsbelasting van die gevel of buitenruimte bepaald overeenkomstig de methode uit hoofdstuk 2 van bijlage 1 van het reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006. De gecumuleerde geluidsbelasting wordt vervolgens conform de methode terug-gerekend naar de lawaaisoort waarvoor de hogere waarde wordt verleend. Bij een geluidsluwe gevel / buitenruimte mag de terug-gerekende geluidsbelasting niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde van het lawaaisoort.Bij wegverkeerslawaai wordt de gecumuleerde geluidsbelasting bepaald inclusief aftrek artikel 110g Wgh juncto artikel 3.4 reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012.
3.2.2 Voorwaarden geluidsbelasting binnen gebouwen die geluidsgevoelig worden
In een aantal procedures hogere waarden wordt niet alleen aandacht geschonken aan het beheersen van het geluid buiten, met een geluidsluwe gevel / buitenruimte, maar worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook voorwaarden gesteld voor het geluid binnen geluidsgevoelige gebouwen. Deze voorwaarden zijn een aanvulling op het Bb.
Uitgangspunt zijn de eisen aan de gevelwering voor nieuwbouw uit de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bb. Hiervan afwijken is mogelijk. Hierbij geldt dat naarmate de afwijking ten opzichte van de nieuwbouweis voor de geluidsbelasting binnen het gebouw groter wordt, de onderbouwing over de aanvaardbaarheid beter moet zijn. Een tot 5 dB lagere gevelwering dan volgt uit artikel 3.3 van het Bb is acceptabel wanneer de initiatiefnemer kan motiveren dat het niet mogelijk is om te voldoen aan dit artikel. Een tot 10 dB lagere gevelwering dan volgt uit artikel 3.3. van het Bb is alleen mogelijk in bijzondere gevallen. Wij verwachten dat de initiatiefnemer de maatregelen beschrijft die moeten worden getroffen om aan artikel 3.3. te voldoen. Er moet worden aangegeven welke bezwaren er zijn die het treffen van deze maatregelen verhinderen. Het volstaat niet om alleen te noemen dat deze bezwaren bestaan. Bijvoorbeeld bij financiële bezwaren moet duidelijk worden gemaakt waarom de kosten van de maatregelen niet kunnen worden gedragen door de transformatie van het gebouw.
Per aanvraag beoordeelt de gemeente / ODMH de motivering om af te wijken. Het is niet mogelijk om hier op voorhand eisen voor te benoemen. Over het detailniveau van de motivering kan de initiatiefnemer contact opnemen met de ODMH.
3.2.3 Overschrijding maximale grenswaarde
Hogere waarden kunnen niet worden verleend voor geluidsgevoelige gebouwen als de geluidsbelasting hoger is dan de maximale grenswaarde. Dit betekent dat geluidsgevoelige gebouwen niet geplaatst kunnen worden op locaties waar de geluidsbelasting hoger is dan de maximale grenswaarde. Om op deze locaties toch te kunnen bouwen kan gebruik worden gemaakt van een zogenoemde „dove gevel‟ of kan aan de woning een vliesgevel worden bevestigd.
Overschrijdingen van de maximale grenswaarde zijn onwenselijk; zij worden echter niet uitgesloten.
Bij toepassing van een dove gevel of een vliesgevel gelden de volgende voorwaarden:
-Een geluidsgevoelig gebouw heeft hoogstens één gevel met een geluidsbelasting boven de maximale grenswaarde.
-De voorwaarden uit de paragrafen 3.2.1 of 3.2.2 van dit beleid zijn van toepassing.
-Voor een geluidsgevoelig gebouw met een geluidsbelasting op de gevel die hoger is dan de maximale grenswaarde is de mogelijkheid tot afwijking van de voorwaarden uit paragraaf 3.3 van dit beleid ook van toepassing.
6. Voorbeelden
6.1 Voorbeeld situaties
6.1.1 Nieuwe woning langs bestaande weg
Stap 1.
Past de nieuwe woning in het huidige bestemmingsplan en ook in het bouwvlak dat in het bestemmingsplan staat? Zo ja, ga na of in het verleden een hogere waarde is vastgesteld. Sinds 2012 worden hogere waarden ingeschreven in het kadaster, hier kan een initiatiefnemer dus navraag doen. Voor hogere waarden van voor 2012 is het huidige of voorgaande bestemmingsplan relevant. U kunt ook contact opnemen met de ODMH, team geluid. Wanneer er een hogere waarde is vastgesteld ga dan naar stap 12. Wanneer er voor een kavel met een woonbestemming geen hogere waarde is vastgesteld, dan is geen verdere actie nodig. Als de nieuwe woning niet in het huidige bestemmingsplan past, ga dan naar stap 2.
Stap 2.
Als de nieuwe woning niet in het bestemmingplan past, ga dan na of de nieuwe woning in de geluidszone van een (spoor-)weg of industrieterrein ligt. In de praktijk is dit vrijwel altijd zo. Breng in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook wegen met een maximum snelheid van 30km/uur in beeld.
Stap 3.
Laat in een eerste globaal onderzoek bepalen welke geluidsbelasting de weg veroorzaakt bij de nieuwe woning. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd door een akoestisch adviesbureau of door iemand met voldoende expertise binnen de eigen organisatie. De uitvoerder van het onderzoek kan contact opnemen met de ODMH voor de verkeersintensiteiten op de weg en informatie over geluid gezoneerde industrieterreinen in de buurt van de nieuwe woning. De berekende geluidsbelasting heeft betrekking op de verwachte situatie 10 jaar na de realisatie van de woning.
Stap 4.
Uit het eerste globale onderzoek kan blijken dat de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai niet wordt overschreden. In dat geval hoeft geen besluit hogere waarden te worden genomen. Het eerste globale onderzoek moet wel worden gebruikt voor de ruimtelijke procedure waarbinnen de nieuwe woning mogelijk wordt gemaakt. Paragraaf 5.2 van dit beleid hogere waarden bevat de eisen voor de rapportage. De verdere stappen hoeven niet te worden doorlopen.
Stap 5.
Als uit het eerste globale onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai, dan kan het eerste onderzoek niet worden gebruikt voor de ruimtelijke procedure en voor een besluit waarin een hogere waarde wordt vastgesteld. De initiatiefnemer moet een uitgebreid onderzoek indienen.
Stap 6.
Een uitgebreid onderzoek wordt meestal opgesteld door een akoestisch adviesbureau. Wanneer binnen de eigen organisatie geluidsspecialisten aanwezig zijn is te overwegen het uitgebreide onderzoek in eigen hand te houden.
Stap 7.
De opsteller van het uitgebreide onderzoek gaat na welke maatregelen kunnen worden getroffen om het geluid bij de te realiseren woning terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde.
Stap 8.
In veel gevallen zijn de maatregelen die noodzakelijk zijn om de voorkeursgrenswaarde te bereiken niet realistisch. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om een klein deel van een weg te voorzien van een stillere wegverharding, dit moet over een grotere lengte van een weg worden gedaan. Een geluidsscherm met een hoogte van meer dan 2 meter is vaak vanuit stedenbouwkundig of landschappelijk oogpunt lastig inpasbaar. De opsteller van het akoestische onderzoek mag na de beschrijving van de maatregelen die noodzakelijk zijn om de geluidsbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde een voorstel doen voor maatregelen die doelmatig zijn en de geluidsbelasting bepalen die zal heersen na het treffen van de maatregelen. Het uitgebreide onderzoek wordt opgesteld conform de voorwaarden die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van dit beleid hogere waarden.
Stap 9.
Het uitgebreide onderzoek moet aantonen dat wordt voldaan aan de voorwaarden in dit beleid inzake de aanwezigheid van een geluidsluwe gevel en een geluidsluwe buitenruimte.
Stap 10.
U dient het uitgebreide onderzoek in bij de gemeente. De ODMH gaat na of akkoord kan worden gegeven op de voorgestelde maatregelen. Wanneer nodig nemen wij contact op met de wegbeheerder over het wijzigen van de wegverharding en het plaatsen van schermen op korte afstand van de weg. Wij geven akkoord op de maatregelen of vragen om een aangepast rapport met naar onze mening doelmatige maatregelen.
Stap 11.
De ODMH zorgt voor het doorlopen van de procedure hogere waarden. De initiatiefnemer hoeft hiervoor geen verdere actie te nemen. De initiatiefnemer ontvangt het (ontwerp-)besluit hogere waarden.
Stap 12.
Een woning waarvoor een hogere waarde is verleend heeft een hogere geluidsisolatie dan de in het Bb opgenomen minimum waarde. Alleen zo wordt een voldoende laag geluidsbinnenniveau bereikt. Bij de toetsing van de aanvraag voor de bouwvergunning gaat de gemeente na of dit binnenniveau niet wordt overschreden. Bijvoorbeeld door het toepassen van glaspartijen met een hoge geluidsisolatie en/of het gebruiken van geluidsgedem pte ventilatieopeningen. Het uitgebreide onderzoek (zie stap 5) hoeft niet op dit punt in te gaan.
6.1.2 Bestaand geluidsgevoelig gebouw splitsen langs bestaande weg
Deze situatie treedt op als een bestaand geluidsgevoelig gebouw, bijvoorbeeld een school of een woning, wordt gewijzigd in meerdere woningen. Omdat er nieuwe woningen langs een bestaande weg worden gerealiseerd is in principe de aanpak hetzelfde als die bij de realisatie van een nieuwe woning langs een bestaande weg (paragraaf 6.1.1). De aanpak verschilt in enkele stappen. Deze worden hierna beschreven.
Stappen 1 t/m 6.
Gelijk aan de stappen 1 t/m 6 in paragraaf 6.1.1.
Stap 7.
De opsteller van het uitgebreide onderzoek gaat na welke maatregelen kunnen worden getroffen, om het geluid bij de te realiseren woningen terug te brengen. Omdat er sprake is van een al bestaand geluidsgevoelig gebouw hoeft niet na te worden gegaan welke maatregelen noodzakelijk zijn om de geluidsbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Er kan worden volstaan met het beschouwen van maatregelen die doelmatig zijn.
Stap 8.
De uitvoerder van het onderzoek bepaalt de geluidsbelastingen bij de te realiseren woningen na het treffen van de doelmatig beschouwde maatregelen. Het uitgebreide onderzoek wordt opgesteld conform de voorwaarden die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van dit beleid hogere waarden.
Stap 9.
Het uitgebreide onderzoek toont aan dat wordt voldaan aan de voorwaarden in dit beleid inzake de aanwezigheid van een geluidsluwe gevel en een geluidsluwe buitenruimte. Wanneer het bestaande geluidsgevoelige gebouw geen geluidsluwe gevel en/of buitenruimte heeft, dient onderzocht te worden of dit redelijkerwijs toch te realiseren is. Als dit niet mogelijk is dan dient dit gemotiveerd in het uitgebreide onderzoek te worden opgenomen.
Stappen 10 t/m 12.
Gelijk aan de stappen 10 t/m 12 in paragraaf 6.1.1.
6.2 Voorbeelden van mogelijkheden tot verlaging van de geluidsbelasting
6.2.1 Bron, overdracht, ontvanger
De Wet geluidhinder hanteert een voorkeursvolgorde, te weten:
-Maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld het vervangen van de wegverharding door een stillere verharding of een snelheidsverlaging);
-Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld met een geluidsscherm);
-Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld een dove gevel).
Bronmaatregelen
Bronmaatregelen zijn maatregelen die getroffen worden aan de geluidsbron. Bij wegverkeerslawaai zijn bronmaatregelen het vervangen van de wegverharding door een stillere verharding of het verlagen van de maximum snelheid. Toepassing van een stillere verharding geeft een verlaging van de geluidsbelasting met enkele dB's. Op kruispunten kan een stillere verharding niet worden toegepast vanwege de hoge slijtage van dit wegdek bij optrekkend, afremmend of afslaand verkeer. Verlaging van de maximum snelheid van bijvoorbeeld 80 km/uur naar 50 km/uur geeft een verlaging van de geluidsbelasting met 3 dB.
Bij railverkeerslawaai kan de geluidsbelasting met enkele dB's worden terug gebracht door het aanbrengen van raildempers.
Voor zowel wegverkeer als railverkeer geldt dat de beheerder van de (spoor-)weg bereid moet zijn de maatregel te treffen.
Overdrachtsmaatregelen
Met overdrachtsmaatregelen worden geluidsschermen en geluidswallen bedoeld. Met deze maatregelen kan een forse afname van de geluidsbelasting worden bereikt. Met een geluidscherm van enkele meters hoog op korte afstand van de (spoor-)weg is een afname van de geluidsbelasting met 10 dB haalbaar.
Toepassing van overdrachtsmaatregelen stuit regelmatig op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard. Vanuit stedenbouw is het namelijk vaak niet wenselijk om in een bebouwde omgeving een geluidsscherm tussen de weg en het trottoir te plaatsen. Om een verkeersveilige situatie te behouden kunnen geen schermen worden geplaatst bij kruispunten of opritten. Een scherm kost al snel circa € 600,-/m². De kosten van een scherm met een hoogte van enkele meters en een lengte van 30 meter bedragen hiermee circa € 50.000,-.
Overwogen kan worden om bij het ontwikkelen van een woonwijk langs een drukke weg de eerstelijnsbebouwing de functie van geluidsscherm te geven. Wanneer de eerstelijnsbebouwing parallel aan de weg wordt gebouwd en bestaat uit geschakelde gebouwen ontstaat een effectieve afscherming voor de achterliggende woningen. De consequentie van deze minder dure oplossing is wel dat bij de eerstelijnsbebouwing hogere geluidsbelastingen ontstaan dan bij de plaatsing van een scherm op korte afstand van de weg.
Maatregelen bij de ontvanger
Met maatregelen bij de ontvanger worden voorzieningen bedoeld die deel uitmaken van het gebouw. Dit is bijvoorbeeld een gesloten borstwering van een balkon of het geluidsabsorberend uitvoeren van het plafond van een balkon. Hiermee kan de geluidsbelasting van de gevel achter het balkon met enkele dB's worden terug gebracht. Met de toepassing van een vliesgevel over de volledige gevel kan een aanmerkelijk hogere reductie worden gehaald.
6.2.2 Geluidsluwe gevel en buitenruimte
Voor woningen die door één geluidsbron worden belast is het relatief eenvoudig om een geluidsluwe gevel en buitenruimte te realiseren. Omdat het geluid uit één richting komt zal door de afscherming van de woning zelf een geluidsluw gebied ontstaan aan de andere zijde van de woning.
Een meer complexe situatie ontstaat als het geluid vanuit meerdere richtingen invalt. Een dergelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld als twee wegen bij twee woningen vanuit verschillende richtingen geluid veroorzaken. Het is mogelijk om in deze situatie voor beide woningen een geluidsluwe buitenruimte te creëren door de woningen tegen elkaar te plaatsen. Wanneer er maar één woning is kan het afschermend effect van de tweede woning ook worden bereikt met een scherm op de plaats van de tweede woning. Omdat dit scherm tegen de geluidsluwe buitenruimte staat is een hoogte van 2 meter vaak voldoende. Dergelijke hoogten komen ook voor bij normale tuinafscheidingen. In vergelijking met normale tuinafscheidingen moet alleen worden voorkomen dat de afscheiding (grote) openingen heeft.
Bij het bepalen of een buitenruimte geluidsluw is wordt de geluidsbelasting gebruikt op de gevel die aan de buitenruimte grenst. Met het creëren van een geluidsluwe buitenruimte wordt hiermee ook een geluidsluwe gevel gerealiseerd.
Voor appartementen kan een geluidsluwe buitenruimte worden gemaakt door het balkon af te schermen voor geluid. Bijlage 6 van dit beleid bevat foto's van uitvoeringsvormen.
6.2.3 Samenloop met thermische isolatie / energieprestatie
In principe kan bij ieder pand het gewenste binnenniveau van geluid worden gerealiseerd. De belemmeringen liggen niet op het bouwkundige vlak, maar op de kosten die gepaard gaan met het verbeteren van de gevel.
De ramen en de ventilatieopeningen zijn de elementen van een gevel die het meeste geluid doorlaten. Dit zijn ook de delen van de gevel die bepalend zijn voor de thermische isolatie. Het verbeteren van een gevel vanuit het perspectief van geluid heeft ook voordelen voor het thermische comfort en een betere energieprestatie. Er zijn, buiten geluid, dus nog andere redenen om de gevel te verbeteren.
Bijlage 1 Begrippenlijst
De definities in deze begrippenlijst zijn deels (verkort) overgenomen uit de Wet geluidhinder of het Bouwbesluit. De definitie in deze regelgeving is altijd leidend boven het onderstaande.
aftrek artikel 110g Wgh
In de wet geluidhinder gebruikte aftrek voor wegverkeerslawaai. De berekende geluidsbelasting wordt verminderd met de aftrek om rekening te houden met de verwachte afname van het geluid van wegverkeer.
Binnenniveau
Geluidsbelasting binnen een gebouw.
Dove gevel
Een gevel waarin geen te openen delen aanwezig zijn alsmede een gevel waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
Geluidsbelasting
Zie definitie uit Wgh. Geluidsbelasting zonder nadere toevoeging in de tekst van dit document slaat op de geluidsbelasting op de gevel.
Geluidsgevoelige bestemming
Een gebied in een bestemmingsplan waarbinnen geluidsgevoelige gebouwen mogelijk zijn.
Geluidsgevoelig gebouw
Een (bedrijfs-)woning, onderwijsgebouw, ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, psychiatrische inrichting of kinderdagverblijf.
Geluidsgevoelige ruimte
Ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m². Ook leslokalen, theorielokalen en theorievaklokalen van onderwijsgebouwen, onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten alsmede ruimten voor patiëntenhuisvesting van ziekenhuizen en verpleeghuizen, onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, conversatie-, woon- en slaapruimten van verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven.
Geluidsgevoelig terrein
Een geluidsgevoelig terrein is een standplaats voor woonwagens of een ligplaats voor een woonschip in het water.
Geluidsluwe buitenruimte
Buitenruimte van een gebouw die grenst aan een geluidsluwe gevel.
Geluidsluwe gevel
Gevel van een gebouw waarop de geluidsbelasting niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde.
Geluidswering gevel
De geluidswering van een gevel is het verschil tussen de geluidsbelasting buiten en de geluidsbelasting binnen een gebouw. Onder gevel valt ook een dak.
Geluidszone
Aandachtsgebied voor geluid waarbinnen de Wet geluidhinder van toepassing is.
Gevel
De buitenwand van een gebouw (bijvoorbeeld woning, school, ziekenhuis, verzorgingshuis, enz.).
Maximale grenswaarde
De hoogste geluidsbelasting waarvoor een hogere waarde mag worden vastgesteld.
Nieuwbouw
Vanuit het Bb: een gebouw dat wordt gebouwd.
Vanuit het bestemmingsplan: ruimtelijke procedures die een geluidsgevoelige bestemming mogelijk maken.
Transformatie
Vanuit het bestemmingsplan: een ruimtelijke procedure waarmee een niet geluidsgevoelig gebouw wordt omgezet in een geluidsgevoelig gebouw.
Verbouw
Vanuit het Bb: het verbouwen van een gebouw
Voorkeursgrenswaarde
De hoogste geluidsbelasting waarvoor geen nadere afweging hoeft plaats te vinden.
Zoneringsplichtige bronnen
Geluidsbronnen die volgens de Wet geluidhinder een geluidszone hebben. Dit zijn wegen met een maximum snelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en industrieterreinen waarop zoneringsplichtige bedrijven liggen.
Bijlage 2 Voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden
In de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) staan de te toetsen normen. De normen zijn verdeeld per soort lawaai, te weten:
1Industrielawaai;
2Wegverkeerslawaai;
3Railverkeerslawaai.
Per lawaaisoort zijn de te toetsen normen beschreven bij de realisatie van nieuwe woningen (of andere geluidsgevoelige bestemmingen). Uitgegaan is van de versie van de wet op 1 januari 2017.
Ad 1. Normen voor industrielawaai
Realisatie van nieuwe of vervanging van bestaande geluidsgevoelige bestemming
Bij het realiseren van nieuwe of het vervangen van bestaande geluidsgevoelige bestemmingen zijn de artikelen 48 tot en met 51 en 57 tot en met 61 van de Wgh van toepassing. Hierin staan de voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden voor woningen. Voor andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen is de voorkeursgrenswaarde in artikel 2.1 Bgh opgenomen en de maximale grenswaarde in artikel 2.2 Bgh.
Tabel 1.1 – Ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe of vervanging van bestaande eluidsgevoelige bestemming bij industrielawaai.
Bestemming
Voorkeurs-grenswaarde [dB(A)]
Maximale Grenswaarde [dB(A)]
Woningen
50
55
Woningen binnen de zone van een industrieterrein met zeehavengebonden activiteiten
1De zeehavengebonden activiteiten dienen noodzakelijkerwijs in de open lucht plaats te vinden. Daarnaast dienen deze woningen te worden gebouwd in het kader van een herstructurering, plan-matige verdichting van een bestaand woongebied of aansluitend aan het bestaande woongebied en dient slechts sprake te zijn van een beperkte uitbreiding van het bestaande woongebied (artikel 50 Wgh).
50
60
Woningen ter vervanging van bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen
2Als woningen worden gebouwd ter vervanging van de bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen en dit niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur of een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen (artikel 51 Wgh).
50
65
Onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen
50
60
Andere gezondheidszorggebouwen
50
55
Buitenterreinen
50
55
Woonwagenstandplaatsen
50
55
Ad 2. Normen voor wegverkeerslawaai
Realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen en vervanging van bestaande geluidsgevoelige gebouwen
De voorkeursgrenswaarden voor wegverkeerslawaai zijn overgenomen uit artikel 82 Wgh (woningen) en artikel 3.1 Bgh (andere geluidsgevoelige bestemmingen). De maximale grenswaarden voor wegverkeerslawaai zijn overgenomen uit artikel 83 Wgh (woningen) en artikel 3.2 Bgh (andere geluidsgevoelige bestemmingen).
Tabel 1.4 – Voorkeurs- en maximale grenswaarden ten gevolge van wegverkeerslawaai bij realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen en vervanging van bestaande geluidsgevoelige gebouwen.
Bestemming
locatie
weg
Voorkeurs- grenswaarde
[dB]
Maximale grenswaarde
[dB]
Woningen
Binnen
bebouwde kom
Lokale en provinciale wegen
48
63
Auto(snel)wegen
48
53
Buiten
bebouwde kom
Lokale en provinciale wegen
48
53
Auto(snel)wegen
48
53
Woningen, ter vervanging bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen
1Als woningen worden gebouwd ter vervanging van de bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen en dit niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur of een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen. (Artikel 83 Wgh)
Binnen
bebouwde kom
Lokale en provinciale wegen
48
68
Auto(snel)wegen
48
63
Buiten
bebouwde kom
Lokale en provinciale wegen
48
58
Auto(snel)wegen
48
58
Agrarische bedrijfswoning
Buiten
bebouwde kom
Lokale, provinciale en auto(snel)wegen
48
58
Onderwijsgebouwen
Binnen
bebouwde kom
-
48
63
Buiten
bebouwde kom
-
48
53
Ziekenhuizen en verpleeghuizen
Binnen
bebouwde kom
-
48
63
Buiten
bebouwde kom
-
48
53
Andere
gezondheidszorggebouwen
48
53
Buitenterreinen
-
-
53
58
Woonwagenstandplaatsen
-
-
48
53
Ad 3. Normen voor railverkeerslawaai
Realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen en vervanging van bestaande geluidsgevoelige gebouwen
De voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden zijn opgenomen in de artikelen 4.9 t/m 4.12 van het Bgh.
Tabel 1.7 - Voorkeurs- en maximale grenswaarden bij realiseren van nieuwe bestemmingen binnen de zone van een spoorlijn.
bestemming
Voorkeurs- grenswaarde[dB]
Maximalegrenswaarde[dB]
Woningen
55
68
Onderwijsgebouwen, Ziekenhuizen en verpleeggebouwen
53
68
Andere gezondheidszorg gebouwen
53
68
Buitenterreinen
55
63
Woonwagenstandplaatsen
55
63
Bijlage 3 Grenswaarden voor binnenniveau volgens de Wet geluidhinder en het Bouwbesluit
In de kolom ‘situatie’ wordt met ‘nieuwe woning’ of ‘vervangende nieuwbouw’ nieuwbouw bedoeld. Wanneer een geluidsgevoelige bestemming ontstaat doordat een bestaand pand een geluidsgevoelige bestemming krijgt is dit aangeduid met transformatie.
De grenswaarden gelden voor de meeste geluidsgevoelige gebouwen, zoals woningen. Sommige geluidsgevoelige gebouwen, bijvoorbeeld ziekenhuizen hebben andere eisen voor het binnenniveau. Deze eisen zijn niet in deze bijlage opgenomen. Er wordt daarvoor verwezen naar de geldende regelgeving.
Grenswaarden binnenniveau wegverkeer voor woningen langs een we
Situatie
Wgh
Bb
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Wgh
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Bb
Nieuwe woning langs bestaande weg
geen
-/-
33dB
3.3
Nieuwe agrarische woning langs bestaande weg
geen
-/-
33dB
3.3
Vervangende nieuwbouw langs bestaande weg
geen
-/-
33dB
3.3
Aanwezige of in aanbouw zijnde woning langs nieuwe weg
33dB
111blid 2
geen
-/-
Transformatie langs een bestaande weg
geen
-/-
Rechtens verkregen niveau
3.5
Grenswaarde binnenniveau spoorwegverkeer
Situatie
Wgh
Bb
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Wgh
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Bb
Nieuwe woning langs bestaande spoorweg
Geen
-/-
33dB
3.3
Bestaande of in aanbouw zijnde woning langs een te wijzigen spoorweg
35dB
Art. 4.24 Bgh
geen
-/-
Transformatie langs bestaande spoorweg
Geen
-/-
Rechtens verkregen niveau
3.5
De voorkeursgrenswaarden en de maximale grenswaarden voor de andere geluidsgevoelige bestemmingen dan woningen zijn opgenomen in artikel 4.15 van het Bgh.
Grenswaarde binnenniveau industrielawaai
Bestaande zones
Situatie
Wgh
Bb
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Wgh
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Bb
Nieuwe woning
Geen
-/-
35dB(A)
3.3
Vervangende nieuwbouw woning
Geen
-/-
35dB(A)
3.3
Transformatie
Geen
-/-
Rechtens Verkregen niveau
Wijziging zones
Situatie
Wgh
Bb
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Wgh
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Bb
Wijziging zone en eerder vastgestelde hogere waarde > 55
40dB(A)
111b
geen
-/-
Wijziging zone, niet eerder vastgestelde hogere waarde of hogere waarde <=55
35dB(A)
111b
geen
-/-
Vaststelling zone
Situatie
Wgh
Bb
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Wgh
Grenswaarde binnenniveau
Artikel Bb
Aanwezige of in aanbouw zijnde woning
35dB(A)
111b
geen
-/-
Bijlage 4 Schema Awb procedure vaststellen besluit hogere waarden
Paragraaf 2.5 van dit document beschrijft drie procedures waarin een besluit hogere waarden kan worden vastgesteld:
1Omgevingsvergunning RO, kruimelgeval (art 2.12 lid 1, onder a, onder 2 wabo): procedure als bedoeld in titel 4.1 van de Awb;
2Omgevingsvergunning RO (art 2.12 lid 1, onder a, onder 3 wabo): Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afgekort UOV; afdeling 3.4 Awb);
3Bestemmingsplan: Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afgekort UOV; afdeling 3.4 Awb).
De tweede en derde zijn dezelfde. Daarom staan deze in één schema.
Ad 1. Omgevingsvergunning RO, kruimelgeval (art 2.12 lid 1, onder a, onder 2 wabo): procedure als bedoeld in titel 4.1 van de Awb
Figuur B4.1 – Schema procedure omgevingsvergunning en procedure hogere waarden
Ter informatie van de aanvrager en de belanghebbenden worden beide besluiten (besluit hogere waarden en omgevingsvergunning) tegelijk gepubliceerd.
Ad 2 en 3: Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afgekort UOV; afdeling 3.4 Awb): bij bestemmingplan en Omgevingsvergunning RO (art 2.12 lid 1, onder a, onder 3 wabo)
Figuur B4.2 – Schema met bestemmingsplan procedure en procedure hogere waarden.
De inzage- en zienswijzetermijnen van het ontwerpbesluit hogere waarden en het ontwerp bestemmingsplan / omgevingsvergunning zijn gelijk. Hiermee wordt bedoeld dat beide ontwerpbesluiten gelijktijdig ter inzage liggen. De inzage- en beroepstermijnen van het besluit hogere waarden en het bestemmingsplan / de omgevingsvergunning zijn gelijk.
Het besluit hogere waarden wordt als eerste vastgesteld. Op deze manier borgen we dat geluiddempende maatregelen uit een besluit hogere waarden ook worden vastgesteld in het bestemmingsplan / de omgevingsvergunning.
Bijlage 5 Proces hogere waarde
Onderstaande afbeelding bevat een stroomschema om te bepalen of een procedure hogere waarden aan de orde is en welke stappen de initiatiefnemer daarbij moet doorlopen