Gemeentelijke regelgeving

Nota Parkeernormen Almere 2025

Gemeente Almere · geldt sinds 1 mei 2026

Bijlage A Achtergrond bij parkeernormering

Bij het formuleren van de parkeernormen is het belangrijk dat deze recht doen aan de plaatselijke situatie. In deze bijlage is de achtergrond opgenomen die is meegenomen bij het opstellen van de parkeernormen.

B.A.1Stedelijkheidsgraad

De stedelijkheid van een gemeente blijkt van invloed te zijn op het autobezit en autogebruik in die gemeente. De stedelijkheidsgraad wordt uitgedrukt in de ‘omgevingsadressendichtheid’, het aantal adressen per vierkante kilometer. CBS onderscheidt hierin vijf klassen, zoals weergegeven in onderstaande tabel.

Stedelijkheidsgraad

Aantal adressen per km²

1(Zeer sterk stedelijk)

Meer dan 2500

2(Sterk stedelijk)

1500 – 2500

3(Matig stedelijk)

1000 – 1500

4(Weinig stedelijk)

500– 1000

5(Niet stedelijk)

Minder dan 500

Tabel B.A.1.1: Indeling stedelijkheidsgraden

In 2024 kent de gemeente Almere een gemiddelde dichtheid van 1.636 adressen per vierkante kilometer. De gemeente valt daarmee in de categorie sterk stedelijk. Almere is een gemeente die zich kenmerkt door een groot landoppervlakte en groter is dan bijvoorbeeld Den Haag en Utrecht. Binnen de gemeente Almere zijn grote verschillen in stedelijkheidsgraad, zoals blijkt uit Figuur B.A.1.1.

Figuur B.A.1.1: Stedelijkheidsgraad in Almere

De opbouw van de parkeernormering gebeurt aan de hand van stedelijkheidsgraden. Op basis van Figuur B.A.1.1 is een gebiedsindeling van 5 deelgebieden logisch; A, B+, B, C en D gebieden. Dit vormt de basis voor de verdere gebiedsindeling in deze nota parkeernormen.

B.A.2Autobezit, autogebruik en fietsgebruik

Als onderbouwing voor de hoogte van de parkeernorm voor woningen is een analyse uitgevoerd naar het autobezit en auto- en fietsgebruik binnen de gemeente Almere. Het autobezit is van belang voor het opstellen van een passende parkeernorm voor woonfuncties. De eigen auto staat namelijk vooral thuis. Voor overige functies is het autobezit minder relevant; juist het gebruik van vervoersmiddelen is dan leidend voor het aantal benodigde parkeerplaatsen bij de functie. Het gebruik geeft namelijk inzicht of de auto of juist de fiets bij de bestemming geparkeerd moet worden. Het autobezit is geanalyseerd op basis van CBS-gegevens. Het auto- en fietsgebruik is onderzocht op basis van een analyse van de data uit het ODiN (Onderweg in Nederland).

Autobezit

Het gemiddelde autobezit in de gemeente Almere bedraagt in 2023 1,15 personenauto’s per huishouden

7Bron: StatLine - Regionale kerncijfers Nederland (cbs.nl).

. Het gemiddelde autobezit in 2023 binnen sterk stedelijke gemeentes bedraagt 1,06 personenauto’s per huishouden

8Bron: StatLine - Regionale kerncijfers Nederland (cbs.nl). Exclusief vijf gemeentes in deze categorie met een groot aantal leasemaatschappijen, die het gemiddelde aantal personenauto’s per huishouden sterk beïnvloeden.

. Het aantal personenauto’s per huishouden in Almere is ook vergeleken met het autobezit binnen andere stedelijkheidsgraden (Tabel B.A7.2.13). Echter, is de woningvoorraad in Almere anders samengesteld dan in de gemiddelde sterk stedelijke gemeenten (zie Figuur B.A.) Almere kent relatief gezien veel koop rijwoningen en weinig sociale huurwoningen ten opzichte van het gemiddelde van sterk stedelijke gemeenten. Het autobezit per type woningvorm is in Almere vergelijkbaar met de overige sterk stedelijke gemeenten van Nederland (zie Tabel B.A.27.24).

Stedelijkheidsgraad

Gemiddeld aantal personenauto’s per huishouden (2023)

1(Zeer sterk stedelijk)

0,82

2(Sterk stedelijk)

1,06

3(Matig stedelijk)

1,18

4(Weinig stedelijk)

1,28

5(Niet stedelijk)

1,28

Tabel B.A7.2.13: Autobezit naar stedelijkheidsgraad (bron: StatLine - Regionale kerncijfers Nederland (cbs.nl))

Categorie

Autobezit gemeente Almere

Autobezit sterk stedelijke gemeenten (exclusief Almere)

Koopwoning vrijstaand

1,73

1,76

Koopwoning tweekapper

1,66

1,54

Koopwoning rijwoning

1,38

1,41

Koopwoning meergezins

1,04

1,03

Sociale huurwoning rijwoning

0,82

0,88

Sociale huurwoning meergezins

0,52

0,55

Particuliere huur rijwoning

1,07

1,01

Particuliere huur meergezins

0,73

0,68

Tabel B.A.27.24: Vergelijking autobezit Almere en andere sterk stedelijke gemeenten

Figuur B.A.2.1: Verdeling woningvoorraad gemeente Almere

Naast de vergelijking met gemeentes op basis van stedelijkheidsgraad is ook het autobezit op buurtniveau geanalyseerd. De aanpak en gedetailleerde resultaten van deze analyse zijn omschreven in B.A.3. Uit de analyse blijkt dat het autobezit per buurt sterk varieert. Hierbij geldt dat over het algemeen het autobezit stijgt naarmate de buurt verder van de binnenstad gelegen is.

Auto- en fietsgebruik

Het auto- en fietsgebruik is geanalyseerd op basis van ODiN data

9ODiN is het Verplaatsingsonderzoek Onderweg in Nederland, waarin het verplaatsingsgedrag van de Nederlandse bevolking is beschreven naar plaats van herkomst en bestemming, tijdstip waarop het vervoer plaatsvindt, gebruikte vervoermiddelen en reismotieven voor de verplaatsingen. Daarnaast is aandacht geschonken aan de achtergrondvariabelen voor een bepaald verplaatsingspatroon en de keuze van een vervoermiddel.

. Aan de hand van ODiN data is per vervoerswijze het aandeel verplaatsingen op alle verplaatsingen inzichtelijk gemaakt. In Figuur B.A.2.2 is het aandeel autoverplaatsingen weergegeven, inclusief een uitsplitsing naar bestuurders en passagiers van personenauto’s.

Figuur B.A.2.2: Aandeel autoverplaatsingen (bron (ODiN)

Uit Figuur B.A.2.2 blijkt dat het autogebruik in Almere het meest aansluit bij het gemiddelde autogebruik van sterk stedelijke gemeentes. 38% van het aantal verplaatsingen in Almere wordt uitgevoerd met de auto (als bestuurder). Voor alle sterk stedelijke gemeentes gecombineerd is het aantal verplaatsingen dat wordt uitgevoerd met de auto (als bestuurder) 37% ten opzichte van alle verplaatsingen.

Binnen de gemeentegrenzen wordt naast de auto ook vaak de fiets gepakt. Het fietsgebruik in Almere is vergeleken met het fietsgebruik in de rest van Nederland. Deze vergelijking is weergegeven in Figuur B.A.2.3.

Figuur B.A.2.3: Aandeel fietsverplaatsingen (bron: ODiN).

Uit Figuur B.A.2.3 blijkt dat het aandeel fietsverplaatsingen – zowel binnen de gemeentegrenzen als in totaal – een aantal procent achterblijft bij het aandeel fietsverplaatsingen in Nederland en overige sterk stedelijke gemeenten.

B.A.3Analyse autobezit per type woning Almere

Voor het opstellen van de Nota parkeernormen voor de gemeente Almere is op basis van data een analyse gemaakt van het autobezit in deze gemeente, waaruit een parkeernorm is afgeleid. In deze bijlage is de betreffende analyse opgenomen.

Onderzoeksverantwoording

Aanpak CBS-microdata

Goudappel heeft de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar parkeernormen in Nederland in relatie tot het autobezit. Om dit verder te onderzoeken heeft Goudappel de beschikking over niet-openbare microdata op basis van CBS-gegevens over autobezit, die gekoppeld zijn aan woningtypen. Zo kan voor heel Nederland op gemeente-, wijk- en buurtniveau het autobezit gericht geanalyseerd worden. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden naar autobezit per categorie zoals:

•Eigendomssituatie (koop, particuliere huur en sociale huur);

•Woningtype (vrijstaand huis, twee-onder-een-kap, rijwoning en appartement);

•Leeftijd (0-30 jaar, 30-65 jaar en 65+ jaar);

•Oppervlakte (tot 50 m² gbo, 50-75 m² gbo, 75-100 m² gbo, 100-125 m² gbo en groter dan 125 m² gbo).

Deze categorieën kunnen ook ‘gestapeld’ worden en zo inzichtelijk maken wat het autobezit is onder bijvoorbeeld kleine sociale huurappartementen (tot 50 m² gbo) in buurt X in gemeente Y (bij voldoende waarnemingen). De microdata zorgt zodoende voor een cijfermatige onderbouwing om parkeernormen op te stellen die aansluiten bij het autobezit in een gemeente.

Inhoud van de data

De resultaten uit de data zijn gebaseerd op niet-openbare microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aangevuld met onderzoeksgegevens van Goudappel. De data gaan over autobezit, woningvoorraad, type woningen, eigendomssituatie en inkomen. Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat CBS-microdata altijd binnen de volledig afgesloten netwerkomgeving van het CBS blijft, en alleen resultaten van bewerkingen/statistische gegevens die niet naar personen te herleiden is, worden geëxporteerd. En om in deze gegevens de laatste mogelijke vorm van onthullingsgevaar naar huishoudens te voorkomen, zijn alle gegevens die betrekking hebben op minder dan tien huishoudens verwijderd. Ook zijn de aantallen huishoudens afgerond op vijftallen en het gemiddelde aantal auto’s per huishouden is afgerond op twee decimalen.

De gebruikte indeling van gemeente, wijk en buurt is conform de CBS-indeling van 2022. De stedelijkheidsgraad (‘omgevingsadressendichtheid’) van gemeenten, wijken en buurten komt uit ‘Kerncijfers wijken en buurten 2022’. De in de analyse gebruikte gegevens betreffende woningvoorraad, eigendomssituatie en RDW-gegevens hebben betrekking op het jaar 2022. Het ‘bezit’/gebruik van een leaseauto heeft betrekking op het jaar 2021 en is ook inbegrepen in de data.

Grijze en buitenlandse kentekens

Er zijn auto’s die niet staan geregistreerd bij het CBS. Dit zijn voornamelijk auto’s met een buitenlands kenteken en bedrijfswagens. Voor laatstgenoemde geldt dat deze kentekens meestal beginnen met een B of V. Uit ervaringscijfers van Goudappel blijkt dat het aandeel grijze en buitenlandse kentekens circa 8% is. Deze 8% dient daarom opgeteld te worden bij het autobezit van bewoners zoals blijkt uit de data. Het gemiddelde autobezit in de hele gemeente Almere is 1,15 auto’s per huishouden. Het aandeel grijze kentekens bedraagt daarmee 0,1 auto’s per huishouden en wordt als vast verhoging meegerekend op het autobezit. Tevens is de data op één decimaal naar boven afgerond om rekening te houden met verschillen tussen individuele woningen en toekomstige ontwikkelingen.

Autobezit per type woning

Wanneer naar de data wordt gekeken, blijkt dat het autobezit tussen buurten verschilt. Om recht te doen aan deze verschillen is op buurtniveau onderscheid gemaakt naar A gebieden, B+ gebieden, B gebieden, C gebieden en D-gebieden. Voor het A-gebied (45% reductie) en het B+ gebied (15% reductie) is al rekening gehouden met de toegepaste reducties op het autobezit. Het in de tabel getoonde autobezit is het gewogen gemiddelde autobezit over alle buurten, die in de respectievelijke gebiedsindeling vallen. De parkeernormen voor bewoners passend bij het autobezit zijn opgenomen in onderstaande tabellen.

Autobezit grondgebonden woningen

Categorieën woningen

A

B+

B

C

D

Eenheid

Sociale huur

Kleiner dan 75 m²

Geen data

0,60

0,70

0,90

Geen data

Woning

75-99 m²

0,36

0,72

0,85

1,05

Geen data

Woning

100-124 m²

Geen data

0,89

1,05

1,25

Geen data

Woning

Groter dan 125 m²

Geen data

1,06

1,25

1,45

Geen data

Woning

Vrije sector huur

Woning

Kleiner dan 75 m²

Geen data

Geen data

Geen data

1,10

Geen data

Woning

75-99 m²

Geen data

0,85

1,00

Geen data

1,40

Woning

100-124 m²

Geen data

1,02

1,20

1,40

1,60

Woning

Groter dan 125 m²

Geen data

1,19

1,40

1,60

1,90

Woning

Koop

Woning

Kleiner dan 75 m²

Geen data

1,02

1,20

1,30

1,50

Woning

75-99 m²

0,61

1,11

1,30

1,40

1,60

Woning

100-124 m²

0,69

1,23

1,45

1,55

1,65

Woning

Groter dan 125 m²

Geen data

1,40

1,65

1,85

1,95

Woning

Autobezit appartementen

Categorieën woningen

A

B+

B

C

D

Eenheid

Sociale huur

Kleiner dan 50 m²

0.15

0,51

0,60

0,70

Geen data

Woning

50-74 m²

0.20

0,60

0,70

0,80

Geen data

Woning

75-100 m²

0.30

0,68

0,80

0,90

Geen data

Woning

Groter dan 100 m²

0.33

0,77

0,90

Geen data

Geen data

Woning

Vrije sector huur

Geen data

Woning

Kleiner dan 50 m²

0.23

0,68

0,80

Geen data

Geen data

Woning

50-74 m²

0.33

0,77

0,90

1,00

Geen data

Woning

75-100 m²

0.42

0,85

1,00

1,10

Geen data

Woning

100-124 m²

0.44

0,94

1,10

geen data

Geen data

Woning

Groter dan 125 m²

0.61

Geen data

1,40

1,50

Geen data

Woning

Koop

Geen data

Woning

Kleiner dan 50 m²

0.44

0,85

1,00

Geen data

Geen data

Woning

50-74 m²

0.47

0,89

1,05

1,15

Geen data

Woning

75-100 m²

0.50

0,98

1,15

1,25

Geen data

Woning

100-124 m²

0.52

1,06

1,25

1,35

Geen data

Woning

Groter dan 125 m²

0.63

1,32

1,55

1,65

Geen data

Woning

Bijlage B Lijst met parkeernormen auto

De parkeernormen voor niet-woonfuncties zijn gebaseerd op het gemiddelde van de CROW-kencijfers voor ‘sterk stedelijke’ gemeenten. Voor het A gebied is een alternatieve tabel met parkeernormen gemaakt op basis van recent autobezit en CBS cijfers, waar de reductiefactoren (een reductie van 10% door het inzetten op actieve mobiliteit en 15% door de nabijheid van Intercitystation Almere Centrum (in totaal dus 25%)) op zijn toegepast als opgenomen in het ‘Mobiliteitsplan Hart van de Stad’ voor het centrum van Almere Stad zijn beschreven. Dit heeft geleid tot de parkeernormentabel voor het A-gebied in deze nota parkeernormen.

Voor de woonfuncties wordt aanvullend in het A-gebied 20% van het autobezit ingevuld met deelmobiliteit. Daarom geldt per woning verplichte parkeernorm voor deelmobiliteit. Deze parkeernorm is gebaseerd op 20% van het autobezit en het uitgangspunt dat 1 deelauto 5 privéauto’s vervangt (afgerond op 2 decimalen).

Deze reducties zijn direct in de parkeernormen verwerkt. Daarnaast kiest de gemeente ervoor om de parkeernormen in A- en B+-/B-gebieden als minimum- en maximumeis te hanteren. In C- en D-gebieden is de parkeereis een minimale eis waar aan voldaan moet worden. Hierop bestaat één uitzondering: supermarkten. Daar zijn de autoparkeernormen in alle gebieden een maximumeis. Het is namelijk ongewenst dat supermarkten elkaar beconcurreren op het aantal autoparkeerplaatsen dat ze hebben.

Niet voor iedere functie is een parkeernorm opgenomen. Mocht een norm ontbreken, dan verwijzen wij u naar de meest recente CROW-publicatie.

10CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024’, juni 2024

De parkeernormen zijn uitgedrukt in aantal parkeerplaatsen per eenheid functie. Bij iedere functie is de eenheid weergegeven.

De afkorting ‘bvo’ staat voor ‘bruto-vloeroppervlakte’. Het bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlakte van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw inclusief gevels, bouwmuren, ramen etc. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bruto-vloeroppervlakte. Zie NEN 2580 voor verdere informatie.

Categorieën woningen

A

B+ (met parkeerregulering)

B (zonder parkeerregulering)

C

D

Eenheid

Bewoner/bezoek

Bewoner

Bezoek

Deel-mobiliteit

Bewoner

Bezoek

Bewoner

Bezoek

Bewoner

Bezoek

Bewoner

Bezoek

Grondgebonden woningen

sociale huur

Kleiner dan 75 m²

0,28

0,10

0,02

0,60

0,15

0,70

0,20

0,90

0,20

1,00

0,30

woning

75-99 m²

0,36

0,10

0,03

0,72

0,15

0,85

0,20

1,05

0,20

1,15

0,30

woning

100-124 m²

0,47

0,10

0,03

0,89

0,15

1,05

0,20

1,25

0,20

1,35

0,30

woning

Groter dan 125 m²

0,58

0,10

0,04

1,06

0,15

1,25

0,20

1,45

0,20

1,55

0,30

woning

Vrije sector huur

Kleiner dan 75 m²

0,39

0,10

0,03

0,77

0,15

0,90

0,20

1,10

0,20

1,30

0,30

woning

75-99 m²

0,44

0,10

0,03

0,85

0,15

1,00

0,20

1,20

0,20

1,40

0,30

woning

100-124 m²

0,55

0,10

0,04

1,02

0,15

1,20

0,20

1,40

0,20

1,60

0,30

woning

Groter dan 125 m²

0,66

0,10

0,05

1,19

0,15

1,40

0,20

1,60

0,20

1,90

0,30

woning

Koop

Kleiner dan 75 m²

0,55

0,10

0,04

1,02

0,15

1,20

0,20

1,30

0,20

1,50

0,30

woning

75-99 m²

0,61

0,10

0,04

1,11

0,15

1,30

0,20

1,40

0,20

1,60

0,30

woning

100-124 m²

0,69

0,10

0,05

1,23

0,15

1,45

0,20

1,55

0,20

1,65

0,30

woning

Groter dan 125 m²

0,80

0,10

0,06

1,40

0,15

1,65

0,20

1,85

0,20

1,95

0,30

woning

Appartementen

sociale huur

Kleiner dan 50 m²

0,15

0,10

0,02

0,51

0,15

0,60

0,20

0,70

0,20

0,80

0,30

woning

50-74 m²

0,20

0,10

0,02

0,60

0,15

0,70

0,20

0,80

0,20

0,90

0,30

woning

75-99 m²

0,30

0,10

0,02

0,68

0,15

0,80

0,20

0,90

0,20

1,00

0,30

woning

Groter dan 100 m²

0,33

0,10

0,03

0,77

0,15

0,90

0,20

1,00

0,20

1,10

0,30

woning

Vrije sector huur

Kleiner dan 50 m²

0,23

0,10

0,02

0,68

0,15

0,80

0,20

0,90

0,20

1,10

0,30

woning

50-74 m²

0,33

0,10

0,03

0,77

0,15

0,90

0,20

1,00

0,20

1,20

0,30

woning

75-99 m²

0,42

0,10

0,03

0,85

0,15

1,00

0,20

1,10

0,20

1,30

0,30

woning

100-124 m²

0,44

0,10

0,04

0,94

0,15

1,10

0,20

1,20

0,20

1,40

0,30

woning

Groter dan 125 m²

0,61

0,10

0,05

1,19

0,15

1,40

0,20

1,50

0,20

1,70

0,30

woning

Koop

Kleiner dan 50 m²

0,44

0,10

0,03

0,85

0,15

1,00

0,20

1,10

0,20

1,30

0,30

woning

50-74 m²

0,47

0,10

0,03

0,89

0,15

1,05

0,20

1,15

0,20

1,35

0,30

woning

75-99 m²

0,50

0,10

0,04

0,98

0,15

1,15

0,20

1,25

0,20

1,45

0,30

woning

100-124 m²

0,52

0,10

0,04

1,06

0,15

1,25

0,20

1,35

0,20

1,55

0,30

woning

Groter dan 125 m²

0,63

0,10

0,05

1,32

0,15

1,55

0,20

1,65

0,20

1,85

0,30

woning

Bijzondere woonfuncties

Aanleunwoning/extramurale zorgwoning (*)

0,10

0,10

0,10

0,15

0,10

0,20

0,40

0,20

0,80

0,30

wooneenheid

Intramurale zorgwoning (**)

0,10

0,10

0,20

0,15

0,30

0,20

0,40

0,20

0,40

0,30

wooneenheid

Kamerverhuur, studio of tiny house < 30 m²

0

0,10

0,10

0,15

0,20

0,20

0,30

0,20

0,40

0,20

wooneenheid

Kamerverhuur arbeidsmigranten

0,10

0,10

0,20

0,15

0,20

0,20

0,30

0,20

0,40

0,20

slaapplaats

Kamerverhuur studenten

0

0,10

0

0,10

0

0,10

0,10

0,10

0,20

0,20

kamer

Functie

Winkelen en Boodschappen

A

B+ (met parkeerregulering)

B (zonder parkeerregulering)

C

D

Aandeel bezoekers

Eenheid

Bouwmarkt

n.v.t.

n.v.t.

1,75

2,25

2,45

87%

pp per 100 m² bvo

Tuincentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,25

2,55

2,85

89%

pp per 100 m² bvo

Groencentrum (1)

n.v.t.

n.v.t.

2,25

2,55

2,85

89%

pp per 100 m² bvo

Bruin- en witgoedzaken

2,70

3,65

5,55

7,35

9,25

92%

pp per 100 m² bvo

Woonwarenhuis (zeer groot)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4,75

5,15

95%

pp per 100 m² bvo

Kringloopwinkel

n.v.t.

n.v.t.

1,15

1,65

2,25

89%

pp per 100 m² bvo

Woonwarenhuis/woonwinkel

0,83

1,15

1,55

1,65

1,95

91%

pp per 100 m² bvo

Meubelboulevard/woonboulevard

n.v.t.

n.v.t.

1,85

2,25

n.v.t.

93%

pp per 100 m² bvo

Winkelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

3,45

3,95

n.v.t.

94%

pp per 100 m² bvo

Outletcentrum

n.v.t.

n.v.t.

8,8

9,60

10,40

94%

pp per 100 m² bvo

Binnenstad of hoofdwinkelcentrum >175.000 inwoners

2,7

3,6

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

99%

pp per 100 m² bvo

Stadsdeelcentrum

n.v.t.

n.v.t.

5,2

6,3

n.v.t.

85%

pp per 100 m² bvo

Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum

n.v.t.

n.v.t.

3,1

3,70

n.v.t.

72%

pp per 100 m² bvo

Buurtsupermarkt

1,43

1,9

2,7

3,40

n.v.t.

89%

pp per 100 m² bvo

Fullservice supermarkt (2)

1,95

3,3

4,3

5,15

n.v.t.

93%

pp per 100 m² bvo

Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)

n.v.t.

n.v.t.

5,65

5,90

n.v.t.

80%

pp per 100 m² bvo

Grote supermarkt (XL)

1,95

5,9

6,8

7,70

n.v.t.

84%

pp per 100 m² bvo

Groothandel algemeen

n.v.t.

n.v.t.

6,4

6,40

n.v.t.

80%

pp per 100 m² bvo

Weekmarkt (3)

0,15

0,2

0,2

0,20

n.v.t.

85%

pp per 100 m² bvo

cc

A

B+ (met parkeerregulering)

B (zonder parkeerregulering)

C

D

Aandeel bezoekers

Eenheid

Kantoren (zonder baliefunctie)

0,83

1,15

1,55

1,65

2,55

5%

pp per 100 m² bvo

Commerciële dienstverlening (kantoren met baliefunctie) (4)

1,13

1,55

1,85

2,25

3,55

20%

pp per 100 m² bvo

Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) (5)

0,98

1,35

1,75

2,15

2,35

5%

pp per 100 m² bvo

Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) (6)

0,45

0,65

0,75

0,95

1,05

5%

pp per 100 m² bvo

Opslagruimte (particulier)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

10,00

10,00

nb

per vestiging

Functie

Horeca en (verblijfs)recreatie

A

B+ (met parkeerregulering)

B (zonder parkeerregulering)

C

D

Aandeel bezoekers

Eenheid

Bungalowpark (huisjescomplex)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1,60

2,10

91%

pp per bungalow

Camping (kampeerterrein) (14)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1,20

90%

pp per standplaats

1* Hotel (15)

0,3

0,4

0,8

2,30

4,50

77%

pp per 10 kamers

2* Hotel (15)

1,23

1,35

2,15

3,85

6,25

80%

pp per 10 kamers

3* Hotel (15)

1,5

2

3,1

4,70

6,80

77%

pp per 10 kamers

4* Hotel (15)

3

3,2

4,9

6,80

9,00

73%

pp per 10 kamers

5* Hotel (15)

3,75

5

7,6

10,10

12,60

65%

pp per 10 kamers

Discotheek

4,58

6,1

12,3

18,40

20,80

99%

pp per 100 m² bvo

Café/bar/cafetaria (15)

3

5

5

6,00

n.v.t.

90%

pp per 100 m² bvo

Restaurant (inclusief fastfoodrestaurant) (15)

3,75

5

5

6,00

8,00

80%

pp per 100 m² bvo

Evenementenhal/beursgebouw/

congresgebouw

3,75

4

5,5

7,50

n.v.t.

99%

pp per 100 m² bvo

Functie

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

A

B+ (met parkeerregulering)

B (zonder parkeerregulering)

C

D

Aandeel bezoekers

Eenheid

Huisartsenpraktijk (-centrum)

1,50

2,05

2,45

2,95

3,25

57%

pp per behandelkamer

Fysiotherapiepraktijk (-centrum)

0,90

1,25

1,45

1,75

1,95

57%

pp per behandelkamer

Consultatiebureau

0,90

1,25

1,55

1,85

2,15

50%

pp per behandelkamer

Gezondheidscentrum

1,13

1,55

1,85

2,15

2,45

55%

pp per behandelkamer

Consultatiebureau voor ouderen

0,92

1,3

1,6

1,90

2,20

38%

pp per behandelkamer

Tandartsenpraktijk (-centrum)

1,13

1,55

1,95

2,35

2,65

47%

pp per behandelkamer

Apotheek

1,65

2,25

2,75

3,15

n.v.t.

45%

pp per apotheek

Ziekenhuis

1,05

1,4

1,6

1,70

2,00

29%

pp per 100 m² bvo

Crematorium

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

30,10

30,10

99%

pp per gelijktijdige plechtigheid

Begraafplaats

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

31,60

31,60

97%

pp per gelijktijdige plechtigheid

Penitentiaire inrichting

1,20

1,65

2,15

3,25

3,65

37%

pp per 10 cellen

Religiegebouw

0,15

0,15

0,15

0,15

n.v.t.

nb

pp per zitplaats

Verpleeg-/verzorgingstehuis (16)

0,45

0,6

0,6

0,60

n.v.t.

60%

pp per wooneenheid

Functie

Cultuur en ontspanning

A

B+ (met parkeerregulering)

B (zonder parkeerregulering)

C

D

Aandeel bezoekers

Eenheid

Bowlingcentrum

1,20

1,6

2,2

2,80

2,80

89%

pp per baan

Biljart-/snookercentrum

0,60

0,85

1,05

1,35

1,75

87%

pp per tafel

Fitnessstudio/sportschool

1,05

1,4

3,4

4,70

6,50

87%

pp per 100 m² bvo

Fitnesscentrum

1,28

1,7

4,4

6,20

7,40

90%

pp per 100 m² bvo

Dansstudio

1,13

1,5

3,8

5,40

7,40

93%

pp per 100 m² bvo

Golfbaan (18 holes) (7)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

95,60

118,30

98%

pp per 18 holes

Golfoefencentrum (pitch and putt) (8)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

50,70

56,20

93%

pp per centrum

Sporthal

1,05

1,45

2,05

2,65

3,45

96%

pp per 100 m² bvo

Sportzaal (9)

0,75

1,05

1,85

2,65

3,55

94%

pp per 100 m² bvo

Sportveld (10)

11,25

20

20

20,00

20,00

95%

pp per ha netto terrein

Stadion

0,08

0,125

0,12

0,12

n.v.t.

99%

pp per zitplaats

Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)

0,83

1,15

1,35

1,65

2,05

98%

pp per 100 m² bvo

Kunstijsbaan (400 meter)

1,65

n.v.t.

2,05

2,35

2,75

98%

pp per 100 m² bvo

Ski- en snowboardhal

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2,35

n.v.t.

98%

pp per 100 m² bvo

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner

2,18

2,9

3,7

4,40

5,10

97%

pp per 100 m² bvo

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot

2,63

3,5

4,3

5,30

6,10

98%

pp per 100 m² bvo

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

2,78

3,7

4,6

5,50

6,40

98%

pp per 100 m² bvo

Tennishal

0,23

0,3

0,4

0,50

0,50

87%

pp per 100 m² bvo

Squashhal

1,20

1,6

2,4

2,70

3,20

84%

pp per 100 m² bvo

Padelhal

0,26

0,35

0,45

0,65

0,65

87%

pp per 100 m² bvo

Zwembad overdekt (11)

7,43

n.v.t.

10,7

11,50

13,30

97%

pp per 100 m² bassin

Zwembad openlucht (11)

5,48

n.v.t.

10,1

12,90

15,80

99%

pp per 100 m² bassin

Zwemparadijs (12)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4,00

4,00

99%

pp per 100 m² bvo

Wellnesscentrum (thermen, Kuurcentrum, beautycentrum)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

9,30

10,30

99%

pp per 100 m² bvo

Sauna, hammam

1,88

2,5

4,6

6,60

7,30

99%

pp per 100 m² bvo

Bibliotheek

0,38

0,45

0,75

1,05

1,35

97%

pp per 100 m² bvo

Museum

0,38

0,4

0,6

0,95

n.v.t.

95%

pp per 100 m² bvo

Bioscoop (13)

2,40

3,2

7,9

11,00

13,70

94%

pp per 100 m² bvo

Filmtheater/filmhuis

1,95

2,6

5,2

7,70

9,90

97%

pp per 100 m² bvo

Theater/schouwburg

5,48

7,3

7,9

9,80

12,00

87%

pp per 100 m² bvo

Musicaltheater

2,18

2,9

3,4

3,90

5,10

86%

pp per 100 m² bvo

Casino

4,28

5,7

6,1

6,50

8,00

86%

pp per 100 m² bvo

Volkstuin

0,83

n.v.t.

1,25

1,35

1,45

100%

pp per 10 tuinen

Attractie- en pretpark

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

8,00

8,00

99%

pp per ha netto terrein

Dierenpark

4,50

8

8

8,00

8,00

99%

pp per ha netto terrein

Jachthaven

0,53

0,6

0,6

0,60

0,60

n.b.

pp per ligplaats

Manege (paardenhouderij)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,40

90%

pp per box

Kinderboerderij (stadsboerderij)

2,18

2,9

3,7

4,40

5,10

97%

pp per boederij

Plantentuin (botanische tuin)

n.v.t.

n.v.t.

7,5

10,50

13,50

99%

pp per tuin

Functie

Onderwijs

A

B+ (met parkeerregulering)

B (zonder parkeerregulering)

C

D

Aandeel bezoekers

Eenheid

Kinderdagverblijf (kdv) (crèche) (18)

0,68*

0,9*

1,1*

1,2*

1,5*

0%

pp per 100 m² bvo

Basisonderwijs (19)

0,56*

0,75*

0,75*

0,75*

0,75*

48%

pp per lokaal

Middelbare school

3,23

3,3

4

4,30

4,90

11%

pp per 100 leerlingen

ROC

3,90

4,2

4,8

5,20

5,90

7%

pp per 100 leerlingen

HBO

7,73

8,3

8,9

9,50

10,90

72%

pp per 100 studenten

Universiteit

10,28

11,7

13,5

14,70

16,80

48%

pp per 100 studenten

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs (17)

3,75

4

5

6,00

10,50

95%

pp per 10 studenten

*de parkeernorm voor kinderdagverblijf (kdv) en basisonderwijs is exclusief het halen en brengen van kinderen.

1) Tuin- en groencentrum: wanneer in de buitenruimte producten worden verkocht (verkoopruimte) dient deze ruimte te worden meegenomen bij de omvang van de functie.

2) Fullservice-supermarkt: vloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m² wvo.

3) Weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum: Van deze functie kunnen alleen globale parkeernormen gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. 1 m1 kraam = 6 m² bvo (indien geen parkeren achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder).

4) Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie): hier worden ook functies als een makelaar, hypotheekverstrekker, kapper of zonnebankstudie onder beschouwd.

5) Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, een garagebedrijf, een laboratorium of werkplaatsen. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 25-35 m² bvo. De parkeernorm is exclusief het parkeren voor vrachtwagens en andere bedrijfsgerelateerde voertuigen.

6) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bedrijven zoals een loods, opslag of transportbedrijf. Bij deze bedrijven geldt globaal 1 arbeidsplaats per 30-50 m² bvo. De parkeernorm is exclusief vrachtwagen parkeren.

7) Golfbaan (18 holes): een 18-holes golfbaan is gemiddeld 60 – 70 ha. groot.

8) Golfoefencentrum (pitch and putt): uitgaande van een omvang van circa 6 ha.

9) Sporthal en sportzaal: let op bij grotere aantallen bezoekers zijn de kencijfers te laag.

10) Sportveld: normen zijn exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten. Van deze functie kunnen alleen globale normen worden opgenomen. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.

11) Zwembad overdekt & openlucht: bij combinatie zwembad overdekt en openlucht berekenen via verhouding bassin overdekt en openlucht aan de hand van normen overdekt per 100 m² bassin en normen openlucht per 100 m² bassin.

12) Zwemparadijs: een zwemparadijs is vaak onderdeel van een andere voorziening, zoals een vakantiepark. Van deze functie kunnen alleen globale normen worden opgenomen. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen.

13) Bioscoop: 1 zitplaats is circa 3 m bvo. Bij bioscopen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+ 40%). Gegeven kengetallen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand.

14) Camping: exclusief 10% voor gasten van bezoekers.

15) Hotel, café/bar/cafetaria en restaurant: terrasruimte dient te worden meegenomen bij de omvang van de functie. De parkeerbehoefte van deze functie is namelijk in sterke mate afhankelijk van het aantal zitplaatsen en van het autogebruik van de bezoekers.

16) Verpleeg- en verzorgingstehuis: normen zijn inclusief parkeren voor personeel.

17) Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs: bezoekers zijn studenten en overig is personeel.

18) Halen en brengen auto kinderdagverblijf: de gemeente Almere hanteert een rekentool voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen voor het halen en brengen van de kinderen (de standaardwaarde van 80% kan worden gewijzigd als het autogebruik van de doelgroep lager blijkt te zijn):

•Aantal groepen kinderdagverblijf x aantal kindplaatsen per groep (standaard 16 kinderen) x 0,28 (turnover

11‘Turnover’ is een kengetal voor de reductiefactor bij parkeerduur. De percentages voor turnover bij kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en basisscholen (onderbouw en bovenbouw) in Almere worden gebaseerd op kentallen volgend uit landelijk onderzoek van het CROW.

) x autogebruik ouders (standaard 80%). Bij alles standaard: 4 parkeerplaatsen per groep.

•Aantal groepen buitenschoolse opvang x aantal kindplaatsen per groep (standaard 16 kinderen) x 0,28 (turnover) x autogebruik ouders (standaard 80%) x aandeel kinderen dubbel met basisschool op dezelfde locatie. Bij alles standaard: 4 parkeerplaatsen per groep.

19) Halen en brengen auto basisonderwijs: de gemeente Almere hanteert een rekentool voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen voor het halen en brengen van de kinderen (de standaardwaarde van 80% kan worden gewijzigd als het autogebruik van de doelgroep lager blijkt te zijn):

•Aantal klassen onderbouw x aantal leerlingen per klas (standaard 23 leerlingen) x 0,38 (turnover) x autogebruik ouders (standaard 80%). Bij alles standaard: 7 parkeerplaatsen per klas.

•Aantal klassen bovenbouw x aantal leerlingen per klas (standaard 23 leerlingen) x 0,21 (turnover) x autogebruik ouders (standaard 80%). Bij alles standaard: 4 parkeerplaatsen per klas.

Bijlage C Lijst met parkeernormen fiets

De parkeernormen zijn gebaseerd op het gemiddelde van de bandbreedte in de nieuwste CROW- fietsparkeerkencijfers uit 2025.

In het A-gebied is het gemiddelde van het bandbreedte met 10% verhoogd. In het ‘Mobiliteitsplan Hart van de Stad’ voor het centrum is een reductie van 10% op de autoparkeerbehoefte door het inzetten op actieve mobiliteit opgenomen. Daarom worden de fietsparkeernormen voor het A-gebied met 10% verhoogd.

In B+/B gebieden gelden hogere parkeernormen dan in C gebieden. Voor het buitengebied zijn geen fietsparkeernormen gedefinieerd. Dit is altijd maatwerk. Indien CROW nieuwe fietsparkeerkencijfers publiceert, gelden deze kencijfers als basis voor de parkeernormen.

Functies met een verwijzing hebben onder de tabel een aanvullende toelichting staan. Bij eenheid staat de afkorting ‘pp’ voor een fietsparkeerplaats / stallingsplaats. De afkorting ‘bvo’ staat voor het bruto-vloeroppervlak. Het bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw incl. gevels, bouwmuren, ramen etc. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Voor winkels is het bruto-vloeroppervlak gemiddeld 1,25 maal het winkelvloeroppervlak. Zie NEN 2580 voor verdere informatie.

Functie

A

B+/B

C

Aandeel bezoek

Eenheid

Kantoor (zonder baliefunctie)

1,87

1,15

1,05

5%

per 100 m² bvo

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

3,30

2,05

1,35

20%

per 100 m² bvo

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

1,54

1,1

0,9

5%

per 100 m² bvo

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

0,66

0,45

0,4

5%

per 100 m² bvo

Opslagruimte (particulier)

n.v.t.

n.v.t.

6

n.b.

per vestiging

Buurtsupermarkt

4,07

2,65

2,05

89%

per 100 m² bvo

Fullservice-supermarkt

5,89

4,1

3,5

93%

per 100 m² bvo

Grote supermarkt (XL)

5,89

4,1

3,5

84%

per 100 m² bvo

Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)

n.v.t

1,65

1,4

80%

per 100 m² bvo

Groothandel algemeen

n.v.t.

1,65

1,4

80%

per 100 m² bvo

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum > 175.000 inwoners

3,80

n.v.t.

n.v.t.

99%

per 100 m² bvo

Buurt- en dorpscentrum

3,69

3,6

3

72%

per 100 m² bvo

Stadsdeelcentrum

n.v.t.

6,15

5,05

85%

per 100 m² bvo

Weekmarkt (bij klein wijk-, buurt- en dorpscentrum)

3,69

3,6

3

85%

per 100 m² bvo

Kringloopwinkel

n.v.t.

2,45

1,6

89%

per 100 m² bvo

Bruin- en witgoedzaken

0,44

0,4

0,3

92%

per 100 m² bvo

Woonwarenhuis/woonwinkel (overig)

0,44

0,4

0,3

91%

per 100 m² bvo

Woonwarenhuis (zeer groot)

n.v.t.

n.v.t.

0,3

95%

per 100 m² bvo

Meubelboulevard/woonboulevard

n.v.t.

0,5

0,4

93%

per 100 m² bvo

Winkelboulevard

n.v.t.

0,5

0,4

94%

per 100 m² bvo

Outletcentrum

n.v.t.

0,5

0,4

94%

per 100 m² bvo

Bouwmarkt

n.v.t.

0,45

0,35

87%

per 100 m² bvo

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

n.v.t.

0,45

0,35

89%

per 100 m² bvo

Groencentrum (inclusief buitenruimte)

n.v.t.

0,45

0,35

89%

per 100 m² bvo

Bibliotheek

4,40

4

3,3

97%

per 100 m² bvo

Museum

1,87

1,25

0,85

95%

per 100 m² bvo

Bioscoop

9,90

7,5

3,5

94%

per 100 m² bvo

Filmtheater/filmhuis

9,90

7,5

3,5

97%

per 100 m² bvo

Theater/schouwburg

28,60

20,5

17,5

87%

per 100 m² bvo

Musicaltheater

28,60

20,5

17,5

86%

per 100 m² bvo

Casino

2,20

2

1,65

86%

per 100 m² bvo

Bowlingcentrum

4,95

3,2

2,55

89%

per bowlingbaan

Biljart-/snookercentrum

2,75

1,85

1,55

87%

per tafel

Dansstudio

6,44

3,7

3

93%

per 100 m² bvo

Fitnessstudio/sportschool

6,44

3,7

3

87%

per 100 m² bvo

Fitnesscentrum

6,44

3,7

3

90%

per 100 m² bvo

Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)

n.v.t.

n.v.t.

4

99%

per 100 m² bvo

Sauna, hammam

6,05

4

4

99%

per 100 m² bvo

Sporthal

6,05

3,9

3

96%

per 100 m² bvo

Sportzaal

7,37

3,9

2,7

94%

per 100 m² bvo

Tennishal

0,88

0,55

0,5

87%

per 100 m² bvo

Padelhal

1,71

1,15

0,95

87%

per 100 m² bvo

Squashhal

5,61

3,4

3

84%

per 100 m² bvo

Zwembad overdekt

n.v.t.

26

20

97%

per 100 m² bassin

Zwembad openlucht

n.v.t.

34

28

99%

per 100 m² bassin

Zwemparadijs

n.v.t.

n.v.t.

9,5

99%

per 100 m² bassin

Sportveld

63,25

57,5

57,5

95%

per hectare netto terrein

Stadion

0,22

0,2

0,2

99%

per zitplaats

Kunstijsbaan (< 400 meter)

3,36

2,5

2,1

98%

per 100 m² bvo

Kunstijsbaan (400 meter)

n.v.t.

3,9

3,4

98%

per 100 m² bvo

Ski-/snowboardhal

n.v.t.

n.v.t.

3,45

98%

per 100 m² sneeuw (exclusief oefenpistes)

Jachthaven

0,17

0,15

0,15

n.b.

per ligplaats

Golfoefencentrum (pitch en putt)

n.v.t.

n.v.t.

17,5

93%

per centrum

Golfbaan (18 holes)

n.v.t.

n.v.t.

17,5

98%

per 18 holes, 60 ha.

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner

1,65

1,5

1

97%

per 100 m² bvo

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot

1,65

1,5

1

98%

per 100 m² bvo

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

1,65

1,5

1

98%

per 100 m² bvo

Kinderboerderij (stadsboerderij)

13,75

12,5

12,5

97%

per gemiddelde boerderij

Manege (paardenhouderij)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

90%

per box

Dierenpark

11,83

10,75

10,75

99%

per ha. netto terrein

Attractie- en pretpark

n.v.t.

n.v.t.

10,75

99%

per ha. netto terrein

Volkstuin

n.v.t.

1,9

1,8

100%

per 10 tuinen

Plantentuin (botanische tuin)

n.v.t.

19,7

14,05

99%

per gemiddelde tuin

Camping (kampeerterrein)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

90%

per standplaats

Bungalowpark (huisjescomplex)

n.v.t.

n.v.t.

0,15

91%

per bungalow

1* Hotel

2,20

2

2

77%

per 10 kamers

2* Hotel

2,20

2

2

80%

per 10 kamers

3* Hotel

2,20

2

2

77%

per 10 kamers

4* Hotel

2,20

2

2

73%

per 10 kamers

5* Hotel

2,20

2

2

65%

per 10 kamers

Café/bar/cafetaria

12,65

11,5

11,5

90%

per 100 m² bvo

Restaurant

12,65

11,5

6,5

80%

per 100 m² bvo

Discotheek

13,75

12,5

10

99%

per 100 m² bvo

Evenementenhal/beursgebouw/

congresgebouw

1,10

1

1

99%

per 100 m² bvo

Huisartsenpraktijk (-centrum)

1,49

1,35

1,05

0%

per behandelkamer

Apotheek

7,70

7

7

57%

per apotheek

Fysiotherapiepraktijk (-centrum)

1,49

1,35

1,05

45%

per behandelkamer

Consultatiebureau

1,49

1,35

1,05

57%

per behandelkamer

Consultatiebureau voor ouderen

1,49

1,35

1,05

50%

per behandelkamer

Tandartsenpraktijk (-centrum)

2,97

2,7

2,4

38%

per behandelkamer

Gezondheidscentrum

1,49

1,35

1,05

47%

per behandelkamer

Verpleegtehuis

0,61

0,55

0,75

55%

per wooneenheid

Ziekenhuis

1,21

1

0,95

60%

per 100 m² bvo

Crematorium

n.v.t.

n.v.t.

6,5

29%

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

Begraafplaats

n.v.t.

n.v.t.

6,5

99%

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

Penitentiaire inrichting

0,50

0,45

0,45

97%

per 10 cellen

Religiegebouw

0,39

0,35

0,35

37%

per zitplaats

Kinderdagverblijf (crèche)

1,10

1

0,75

n.b.

per 100 m² bvo

Basisschool

12,65

11,5

11,5

0%

per leslokaal

Middelbare school

88,00

80

80

90%

per 100 leerlingen

ROC

52,80

48

48

90%

per 100 leerlingen

Hogeschool

70,40

64

64

90%

per 100 studenten

Universiteit

70,40

64

64

90%

per 100 aanwezige studenten

Avondonderwijs

4,13

3,75

3,75

90%

per 10 studenten

Bijlage D Aanwezigheidspercentages

Dubbelgebruik wordt volgens de CROW-methodiek berekend aan de hand van aanwezigheidspercentages. Onderstaande aanwezigheidspercentages zijn dan ook afkomstig van CROW. Wanneer CROW haar aanwezigheidspercentages wijzigt, worden de meest actuele aanwezigheidspercentages overgenomen. Voor de functies waarvoor geen aanwezigheidspercentages zijn opgenomen, dient te worden aangesloten bij een passende alternatieve functie of dient een specifieke onderbouwing voor de gebruikte aanwezigheidspercentages te worden gegeven.

Doelgroep

Werkdagochtend

Werkdagmiddag

Werkdagavond

Werkdagnacht

Koopavond1)

Vrijdagmiddag

Vrijdagavond

Zaterdagmiddag

Zaterdagavond

Zondagmiddag

Woningen bewoners

60%

60%

90%

100%

80%

70%

70%

75%

80%

75%

Woningen bezoekers

40%

50%

75%

0%

70%

60%

100%

100%

100%

90%

Kantoor/bedrijven

100%

100%

5%

0%

5%

60%

0%

0%

0%

0%

Commerciële dienstverlening

100%

100%

5%

0%

75%

100%

5%

0%2)

0%

0%

Detailhandel

30%

60%

10%

0%

75%

60%

60%

100%

0%3)

60%

Grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

0%

80%

60%

70%

100%

0%3)

0%4)

Supermarkt

50%

60%

40%

0%

80%

80%

80%

100%

40%

60%

Sportfuncties binnen

50%

50%

100%

0%

100%

40%

100%

100%

100%

75%

Sportfuncties buiten

25%

25%

50%

0%

50%

25%

50%

100%

25%

100%

Bioscoop/theater/podium

5%

40%

50%

0%

50%

40%

100%

40%

100%

40%

Sociaal medisch

100%

100%

10%

0%

10%

75%

0%

0%

0%

0%

Verpleeghuis/ verzorgingstehuis

100%

100%

50%

25%

50%

100%

50%

100%

100%

100%

Ziekenhuis patiënten en bezoekers

100%

100%

40%

5%

40%

100%

40%

40%

40%

40%

Ziekenhuis medewerkers

100%

100%

40%

10%

40%

100%

40%

20%

20%

20%

Restaurant5)

30%

40%

80%

0%

80%

60%

90%

70%

100%

40%

Dagonderwijs

100%

100%

0%

0%

0%

100%

0%

0%

0%

0%

Avondonderwijs

0%

0%

100%

0%

100%

0%

100%

0%

0%

0%

1) Indien sprake van een traditionele koopavond

2) Indien op zaterdag open: 100%

3) Indien 's avonds open: 70%

4) Indien koopzondag: 100%

5) Hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij de verschillende typen restaurants noodzakelijk

Bijlage E Richtlijnen kwaliteit stallingen fiets en scooter

Het gebruik van een stalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen en de stabiliteit van de fiets in de aangeboden voorzieningen beïnvloeden het gebruik, evenals de (on)mogelijkheid om fietsen met bijzondere afmetingen te stallen. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 741), het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl, artikel 4.171 – 4.173) en Fietsparkeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitsrichtlijnen voor het ontwerpen van een stalling opgenomen.

De fiets staat op de best mogelijke locatie

Om actieve mobiliteit te stimuleren moet de fiets de eerste vervoerskeuze zijn die gebruikers tegenkomen bij vertrek en kan de fiets ten opzichte van andere vervoersmiddelen op de beste plek staan bij aankomst. In de situatie dat de fietsparkeervoorziening niet direct bij de entree geplaatst kan worden, is de voorziening eenvoudig vindbaar en bereikbaar voor alle gebruikers.

Dit kan worden bereikt door fietsparkeervoorzieningen dichter bij de entree van de functie te plaatsen dan parkeervoorzieningen voor andere voertuigen. Het is belangrijk dat de fietsparkeervoorziening op een logische locatie ligt ten opzichte van de aanrijroute(s) voor fietsers. Dat betekent ook dat fietsers zo min mogelijk moeten omlopen om van- en naar de fietsparkeervoorziening te komen. Met name bij bezoekersfuncties draagt een goede zichtbaarheid en herkenbaarheid van de voorziening bij aan het gebruik. Ook kan met duidelijke bewegwijzering op de loop- en fietsroutes van- en naar de voorziening het gebruik worden gestimuleerd.

Een eenvoudig toegankelijke voorziening voor alle doelgroepen

Fietsparkeervoorzieningen zijn voor alle mogelijke gebruikers zeer eenvoudig en veilig toegankelijk. Fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers en voor bakfietsen of aangepaste fietsen (voor mindervaliden) zijn altijd op maaiveldniveau. Ook voor vaste gebruikers zijn fietsparkeervoorzieningen in principe op maaiveldniveau, zeker als de specifieke doelgroep anders geen of weinig gebruik zal maken van de voorziening (bijvoorbeeld ouderen). Waar het overbruggen van een hoogteverschil met een fiets onvermijdelijk is, is het belangrijk dat dit zo comfortabel mogelijk wordt ingericht.

In de praktijk is het overbruggen van een hoogteverschil altijd oncomfortabel met de fiets. Daarom is het belangrijk dat een eventuele hellingbaan of fietstrap voldoende breed is en niet te steil. Bij een fietstrap zijn fietsgoten met de juiste afmetingen aanwezig, eventueel voorzien van elektrische ondersteuning om het gebruik van de fietstrap te vereenvoudigen. Leidraad Fietsparkeren van CROW bevat uitgebreide informatie over maatvoering en ontwerprichtlijnen voor fietsparkeervoorzieningen. In de opsomming hierna zijn de belangrijkste opgenomen.

Een ander aandachtspunt voor ontwerp is het aantal deuren, de draairichting en het type deur dat wordt toegepast bij afgesloten fietsparkeervoorzieningen. Deuren zorgen namelijk voor een drempel en vertragen het stallingsproces. Deze vertraging kan worden verminderd door zo min mogelijk deuren toe te passen, deuren met de juiste draairichting te plaatsen of gebruik te maken van een automatische toegangsdeur. Deuren zijn met name een aandachtspunt onder- en bovenaan een fietstrap of hellingbaan.

Verder is het voor een veilige toegang van belang dat bij alle fietsparkeervoorzieningen een veilige plek is om op- en af te kunnen stappen.

De belangrijkste richtlijnen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn:

1Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en).

2De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming.

3De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd.

4De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.).

5Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden.

6Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden. Voor de hellingspercentages wordt verwezen naar CROW Leidraad Fietsparkeren 2023.

7Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer.

Passende, kwalitatieve fietsparkeervoorzieningen voor iedereen

De fietsparkeervoorziening is passend bij de doelgroepen die gebruik maken van de fietsparkeervoorziening en het type fiets dat deze doelgroep gebruikt. Dat betekent in de eerste plaats dat de fietsparkeervoorzieningen voldoen aan het kwaliteitsniveau gesteld door Fietsparkeur. Ook is het type fietsparkeervoorziening afgestemd op de doelgroep en worden indien nodig meerdere soorten voorzieningen toegepast. Zodat bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met voldoende, passende voorzieningen voor buitenmodelfietsen.

Bij het ontwerpen van de fietsparkeervoorzieningen op de doelgroepen is het belangrijk om twee vragen te stellen: wie gaat hier mogelijk stallen en is het realistisch dat zij met genoegen gebruik gaan maken van deze fietsparkeervoorziening. Voor ouderen, kinderen en gebruikers van zware fietsen is een etagerek bijvoorbeeld geen optie. En bij gezinnen, scholen of winkels is de kans groot dat er plek nodig is voor fietsen met krat voorop of een bakfiets. Daar moeten passende voorzieningen voor worden gerealiseerd. Indien bij gezamenlijke fietsparkeervoorzieningen voor bewoners etagerekken worden toegepast, is het wenselijk om de plekken te nummeren en te koppelen aan een woning. Zo worden de gunstige plekken onderin eerlijk verdeeld. Hierbij is per woning tenminste één van de plekken onderin beschikbaar. Naast de etagerekken dient er ook ruimte te zijn voor fietsen met andere maten.

In sommige situaties zijn aanvullende voorzieningen nodig om fietsgebruik goed te faciliteren, zoals stroompunten of kluisjes voor het opladen van accu’s van elektrische fietsen (en scooters) in een gemeenschappelijke fietsparkeervoorziening. Bij zakelijke functies neemt de aanwezigheid van omkleedmogelijkheid en/of douches een drempel weg voor werknemers om met de fiets van en naar werk te gaan.

Een ander belangrijk aandachtspunt bij het ontwerp van de fietsparkeervoorziening is de verwachte parkeerduur van de doelgroep. Met name voor kortparkeerders (< 60 minuten) mag de actie van de fiets in het rek plaatsen hooguit enkele seconden in beslag nemen, voordat zij het hinderlijk vinden. Voor veel bezoekers is bovenin een etagerek parkeren dus geen (aantrekkelijke) optie. Op de website van Stichting Fietsparkeur staat de laatste versie van het normstellende document met geschikte systemen. Deze website bevat een keuzewijzer waarmee de juiste fietsparkeervoorziening geselecteerd kan worden voor een specifieke situatie en doelgroep.

De belangrijkste richtlijnen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn:

1De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld.

2Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling.

3De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.

4Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren.

5Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van Fietsparkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm.

6De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen.

7De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed;

8De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter;

9Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald.

10De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers.

11De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.

Een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening.

De inrichting en locatie van fietsparkeervoorzieningen is zodanig dat de sociale veiligheid van stallers is gewaarborgd. De sociale veiligheid kan worden bevorderd door te zorgen voor een goed overzichtelijke, verlichte, schone en onderhouden fietsparkeervoorziening.

Een aantrekkelijke en sociaal veilige fietsparkeervoorziening komt niet alleen voort uit een kwalitatief hoogstaand ontwerp. Even belangrijk zijn adequate afspraken over schoonmaak, beheer en onderhoud. Kapotte verlichting dient snel te worden vervangen en een defecte automatische toegangsdeur moet zo snel mogelijk worden gerepareerd.

Of een fietsparkeervoorziening aantrekkelijk en sociaal veilig wordt gevonden, hangt ook af van de locatie en de doelgroep. Voor bezoekers die lang op een plek stallen heeft een afgesloten, of ten minste een overdekte voorziening vaak de voorkeur. Ook is het van belang dat de route in de stalling logisch en prettig is, bijvoorbeeld door doodlopende paden en verborgen hoeken te voorkomen. Evengoed speelt de route van en naar de fietsparkeervoorziening een rol bij hoe gebruikers de voorziening ervaren. Daarom is ook de directe omgeving van de fietsparkeervoorziening bij voorkeur goed verlicht, overzichtelijk en schoon.

Indien de fietsparkeervoorziening enige vorm van toezicht of bewaking geniet, kan het bevorderlijk werken voor het veiligheidsgevoel om dit buiten de fietsparkeervoorziening zichtbaar en duidelijk aan te gegeven.

Bijlage F Parkeerprotocol parkeeronderzoeken

Parkeeronderzoeken

Parkeeronderzoeken die worden uitgevoerd in verband met het benutten van openbare restparkeercapaciteit moeten een representatief beeld geven van de parkeerdruk in de omgeving van een plan. Voor het uitvoeren van parkeeronderzoeken moet altijd contact opgenomen worden met de gemeente. De gemeente geeft vervolgens akkoord op het parkeeronderzoek, dat als basis dient voor het benutten van restcapaciteit in de omgeving. Daarbij moet rekening worden gehouden met het volgende:

•Het onderzoek moet in een representatieve periode worden uitgevoerd (geen vakantie en/of feestdagen).

•Het onderzoek moet de parkeerdruk op maatgevende momenten in beeld brengen (op basis van de aanwezigheidspercentages). De te ontwikkelen functies én de functies binnen de loopafstand van het gebied zijn bepalend voor de maatgevende momenten. Voor een woonomgeving heeft de werkdagavond doorgaans de hoogste parkeerdruk, bij werklocaties is dat een werkdag overdag en bij winkelfuncties is dat meestal de vrijdag- of zaterdagmiddag. Als richtsnoer voor een meting kan worden aangehouden: werkdagavond 20:00-22:00 uur, werkdag tussen 10:00-16:00 uur en middag 13:00-16:00 uur. De aanwezigheidspercentages uit bijlage D kunnen worden gebruikt om de maatgevende momenten te bepalen.

•Het gebied waarin het onderzoek moet plaatsvinden, wordt bepaald op basis van de loopafstanden, zoals opgenomen in Tabel 7.1.

•Voor een compleet beeld moet er op meerdere maatgevende momenten (verschillende dagen en meerdere tijdstippen) worden gemeten. Het minimum aantal metingen is drie.

•Een parkeeronderzoek mag niet langer dan twee jaar geleden zijn uitgevoerd.

Parkeerdrukmetingen die de gemeente zelf heeft (binnen gereguleerd gebied), kunnen ter beschikking worden gesteld.

Bijlage G Projectenlijst overgangsregeling

Onderstaande projecten komen in aanmerking voor de overgangsregeling, zoals aangemerkt onder paragraaf 2.3, ad 1:

1Europakwartier Oost 1 (New Brooklyn);

2Olympiakwartier Oost fase 1;

3Nobelhorst fase 3 en 5 – bouwvelden 18, 26, 28 en 29;

4Kustzone Haven;

5Annapark;

6Transformatiegebied Louis Armstrongweg.

Bijlage H Begrippenlijst

Toelichting

Aanwezigheidspercentages

Aan de hand van de aanwezigheidspercentages kan worden bepaald welk aandeel van de parkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende doelgroepen kan worden benut.

Bruto-vloeroppervlakte (bvo)

Het Bruto-vloeroppervlakte is het vloeroppervlak van de buitenomtrek van een ruimte of gebouw incl. gevels, bouwmuren, ramen etc. Inpandig gebouwde parkeervoorzieningen maken geen deel uit van het bvo. Zie NEN 2580 voor verdere informatie.

CROW

Nationaal kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur dat landelijke richtlijnen opstelt. Onder andere op het gebied van parkeernormering.

Deelvervoer/deelmobiliteit

Deelvervoer, ook wel deelmobiliteit genoemd, is een vorm van mobiliteit waarbij voertuigen zoals auto's, fietsen, scooters of elektrische steps door meerdere gebruikers gedeeld worden. In plaats van eigendom van een voertuig, maakt men gebruik van een voertuig dat beschikbaar is voor kortdurend gebruik via een deelplatform. Dit systeem draagt bij aan efficiënter ruimtegebruik, vermindert de behoefte aan eigen parkeerplaatsen en stimuleert duurzame mobiliteit.

Dubbelgebruik

Het beoordelen of parkeerplaatsen door meer dan één doelgroep op verschillende momenten kunnen worden gebruikt. Bijvoorbeeld gebruik door kantoorbezoekers overdag en 's avonds door bewoners.

Eigen terrein

De grond die de initiatiefnemer ter beschikking heeft of onherroepelijk zal gaan verkrijgen op de locatie of in de directe nabijheid (binnen de maximaal acceptabele loopafstand) van de ruimtelijke activiteit.

Gebruiksoppervlakte (gbo)

De totale vloeroppervlakte van een gebouw of een gedeelte daarvan die daadwerkelijk bruikbaar is voor het gebruiksdoel van het gebouw, gemeten volgens de norm NEN 2580. De gbo omvat alle binnenruimten die geschikt zijn voor gebruik, met uitzondering van constructieve elementen zoals dragende wanden, schachten en niet-toegankelijke ruimtes.

HOV-knooppunt

Een HOV-knooppunt (Hoogwaardig Openbaar Vervoer-knooppunt) is een locatie waar verschillende vormen van hoogwaardig openbaar vervoer samenkomen of een belangrijke verbinding bieden voor reizigers. Dit kan bijvoorbeeld een station zijn waar trein-, tram- en busdiensten elkaar kruisen, of een belangrijk OV-haltepunt dat wordt bediend door snelle en frequente vervoerslijnen zoals snelle bussen.

Initiatiefnemer

De bouwer, ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen door wie of namens wie de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwontwikkeling is ingediend.

Maatgevend moment

Indien dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is, het moment waarop de parkeerbehoefte het hoogst is, rekening houdend met de aanwezigheidspercentages.

Maatgevende parkeerbehoefte

Het aantal parkeerplaatsen dat nodig is op het maatgevende moment binnen een bepaald gebied of voor een specifieke functie, rekening houdend met de aanwezigheidspercentages van de doelgroepen in het gebied.

Normatieve parkeerbehoefte

De van één of meerdere functies, op basis van de van toepassing verklaarde parkeernormen berekende parkeerbehoefte, waarbij nog geen rekening is gehouden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen.

Ontwikkeling

Een ontwikkeling waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend moet worden. Het kan gaan over het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een gebouw.

Openbare parkeerplaats

Een parkeerplaats die zich in de openbare ruimte bevindt en voor een ieder vrij toegankelijk is.

Openbaar toegankelijke parkeerplaats

Een parkeerplaats die niet per definitie openbaar is, maar wel voor een ieder toegankelijk is.

Parkeerbehoefte

De vraag naar het aantal parkeerplaatsen dat een bepaalde functie met een bepaalde omvang heeft.

Parkeerdruk

De parkeerdruk betreft de bezetting van de parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen.

Parkeereis

Het aantal parkeerplaatsen dat conform de parkeerbehoefte, na de toets op dubbelgebruik, op het maatgevende moment en – in het geval van transformatie na salderen – in het plangebied gerealiseerd moet worden.

Parkeerkencijfers

Op de praktijk gebaseerde cijfers, die door veel Nederlandse gemeenten als basis voor parkeernormering worden gehanteerd.

Parkeernormen

Een parkeernorm is een getal dat van een specifieke ontwikkeling aangeeft hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn per 100 vierkante meter oppervlakte of per eenheid.

Plangebied

Gebied waarbinnen de ruimtelijke activiteit plaatsvindt.

Restcapaciteit

Het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment onbezet is. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in het openbaar gebied voor straat parkeren onder de 90% is.

Ruimtelijke activiteit

Een ontwikkeling, zijnde nieuwbouw, transformatie en/of functiewijziging.

Stedelijkheidsgraad

De stedelijkheidsgraad wordt uitgedrukt in de ‘omgevingsadressendichtheid’, het aantal adressen per vierkante kilometer.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.