Gemeentelijke regelgeving

Detailhandelsvisie Almere 2020

Gemeente Almere · geldt sinds 28 oktober 2023

Aanhef

De raad van de gemeente Almere heeft op 5 november 2020 de Detailhandelsvisie 2020 vastgesteld. De Detailhandelsvisie 2020 is eind 2020 geplaatst op de website https://www.almere.nl/fileadmin/files/al- mere/bestuur/beleidsstukken/Detailhandelsvisie_2020_T.pdf. De gemeente zal de komende tijd benutten om de geldende bestemmingsplannen voor zover nodig in overeenstemming te brengen met het in 2020 op de website openbaar gemaakte en sindsdien geldende detailhandelsbeleid.

INLEIDING

AANLEIDING EN DOEL >>

Sinds maart 2014 vormt de Detailhandelsvisie Almere het vigerende beleid als het gaat om detailhandel. Nu zes jaar verder staan de sector en de gemeente Almere voor nieuwe opgaven:

•De groei van het aandeel online in de detailhandel gaat sneller dan de groei van het aantal inwoners in de stad Almere, waardoor ondanks de inwonersgroei de behoefte aan fysieke winkels niet meegroeit.

•Het karakter van de detailhandel verandert. Fysieke winkels worden een plek van ervaring en inspiratie, in plaats van een plek om iets te kopen. De detailhandel raakt meer en meer verweven met andere (commerciële) functies, zoals horeca, vermaak en dienstverlening.

•De vestigingsstrategieën van winkelondernemers en de voorkeuren van consumenten versterken elkaar: meer en meer trekt de niet-dagelijkse sector zich terug in de grootste centra met veel bezoekers en verdwijnt uit de kleinere centra.

Daarnaast is de regelgeving voor de detailhandelsvestiging aangescherpt. Sinds 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking (“de Ladder”) van kracht en vanaf nu is ook de Europese Dienstenrichtlijn van belang. Aangezien detailhandel onder de definitie van het begrip Dienst valt, zijn er voorwaarden verbonden aan het opnemen van vestigingsbeperkingen voor dienstverleners (en dus ook detailhandel) in bestemmingsplannen. Beperkingen ten aanzien van branches en omvang van winkels zijn weliswaar niet onmogelijk, maar het moet wel ruimtelijk relevant en noodzakelijk zijn en niet verder gaan dan nodig.

Er is door deze ontwikkelingen behoefte aan een nieuwe visie waarin een beargumenteerd antwoord wordt gegeven op deze voor Almere actuele kwesties:

•De positie van Almere Centrum ten opzichte van de centra van de stadsdelen Haven en Buiten en het nog te realiseren centrum van Poort.

•Het onderscheidend vermogen van de genoemde stadsdeelcentra, zowel in relatie tot het stadscentrum als de ondersteunende centra.

•De afweging of Doemere of Twentsekant het belangrijkste centrum van volumineuze detailhandel zou moeten worden.

FIGUUR 1 ACTUELE KWESTIES IN DE NIEUWE DETAILHANDELSVISIE VOOR ALMERE

Bron: Bureau Stedelijke Planning

Dit is de nieuwe detailhandelsvisie, waarin bovenstaande aanleiding uitgewerkt wordt, met een antwoord op de hoofdvraag:

Wat is de gewenste (toekomstige) detailhandelsstructuur van de gemeente Almere en welke functie hebben de verschillende typen winkelgebieden binnen die structuur?

De detailhandelsvisie is het beleidskader op het gebied van winkels en winkelcentra in Almere. Het wordt gebruikt bij het opstellen van bestemmingsplannen en is het uitgangspunt bij het opstellen van ontwikkelingsplannen bij gebiedsontwikkelingen. De detailhandelsvisie geeft ook sturing bij ontwikkelingen op detailhandelsgebied bij stedelijke vernieuwingsvraagstukken, zoals in Almere Haven en in Almere Buiten Centrum.

OPBOUW >>

In deel A - de feitelijke visie - gaan we in op de verschillende onderdelen van de winkelstructuur. Per onderdeel onderbouwen we de visie met de uitkomsten van de analyses, gesprekken met stakeholders, de werksessie en expertopinie. Onderdeel van de visie zijn ook toetsingskaders en beleidsregels. Deel B gaat in op de uitkomsten van de analyses.

Deel ADe visie gaat achtereenvolgens in op:

1De context voor de visie;

2De visie op hoofdlijnen;

3De positie van het stadscentrum;

4De positie van de stadsdeelcentra;

5De positie van de ondersteunende centra;

6De structuur voor volumineuze detailhandel en de positie van Doemere daarin;

7De vertaling van de visie in toetsingskaders en beleidsregels.

In Deel BUitkomsten van de analyses zijn de volgende hoofdstukken opgenomen:

8Detailhandel in Almere – lokale en generieke ontwikkelingen;

9Functioneren van detailhandel in Almere.

DEEL A DE VISIE

In dit hoofdstuk is de visie uitgewerkt in een aantal toetsingskaders (7.1) en in beleidsregels (7.2).

BIJLAGE 1 BEGRIPPENLIJST

Afhaalpunt

Een locatie waar de consument uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, en waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten.

Bedrijfsvloeroppervlakte (BVO)

De bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) is de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel, bedrijf of voorziening met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

Bouwmarkt

Een bouwmarkt is een detailhandelsvestiging met een breed assortiment DHZ-artikelen, waaronder ten minste 6 van de volgende groepen: ijzerwaren, handgereedschap; installatiemateriaal (elektra/water); elektrisch handgereedschap, hout en houtwaren; groot en/of klein sanitair; verf, verfproducten en toebehoren, behang; tuinartikelen niet-levend. Het oppervlak van de winkel bedraagt minimaal 800 m² wvo.

Dagelijkse sector

Winkels in Levensmiddelen en Persoonlijke Verzorging. Dit betreffen onder meer supermarkten, versspeciaalzaken, drogisterijen, parfumeries en apotheken.

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt.

Detailhandel als ondergeschikte bedrijfsactiviteit

Detailhandel op bedrijventerreinen vanuit een bedrijf die als hoofdfunctie productie of vervaardiging van goederen heeft. De detailhandelsfunctie is gelieerd is aan de hoofdfunctie en mag tot maximaal 20% van het totale bedrijfsvloeroppervlak van de vestiging innemen (met een maximum van 100 m² wvo).

Koopkrachtafvloeiing

Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen verrichten bij gevestigde winkels buiten dat gebied of naar online kanalen.

Koopkrachtbinding

Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen verrichten bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn.

Koopkrachttoevloeiing

Aandeel van de omzet die van bewoners komt die buiten een bepaald gebied wonen.

Kringloopwinkel

Een kringloopwinkel is een vestiging welke bedrijfsmatige activiteiten en detailhandelsactiviteiten verricht, bestaande uit de inzameling “om niet” van een breed assortiment van tweedehands goederen van overwegend particulieren, de eventuele reparatie daarvan en verkoop van deze goederen (waaronder volumineuze) aan hoofdzakelijk particulieren.

Leegstand

Een unit/verkooppunt/pand met een commerciële bestemming, zonder dat daar een functie is gevestigd. Een leegstaand pand kan in het verleden een winkel zijn geweest, maar ook een andere functie hebben gehad (zoals bijvoorbeeld een ambacht, horeca of dienstverlening). Ook bij eventuele invulling van het pand kunnen naast een winkel ook andere functies gevestigd worden.

Leisure

Leisure is een brede term voor verschillende commerciële functies. Door Locatus is de groep uitgesplitst naar drie branches: Horeca, Cultuur en Vermaak. Onder Cultuur valt o.a. de bibliotheek. bioscoop, museum en theater. Vermaak betreffen functies als een pretpark. Bowlingbaan, sauna en zwembad.

Marktruimte (o.b.v. distributieve berekening)

Een veelgebruikt rekeninstrument om het huidige functioneren en eventuele indicatieve markt voor detailhandel in de toekomst te kunnen duiden is de distributieve berekening. Hierin wordt het huidige gevestigde aanbod in een specifieke branche (bijvoorbeeld dagelijkse detailhandel) in een afgebakend gebied vergeleken met het landelijke gemiddelde. Daarbij wordt de gemiddelde vloerproductiviteit berekend van het in het gebied gevestigde aanbod. Het verschil tussen de gerealiseerde vloerproductiviteit en de landelijke gemiddelde vloerproductiviteit bepaalt of de desbetreffende branche boven- of ondergemiddeld functioneert. Het verschil tussen de gerealiseerde en gemiddelde vloerproductiviteit kan worden opgevat als indicatieve uitbreidingsruimte, dan wel overaanbod.

Niet-dagelijkse Sector (regulier)

Winkels in Mode & Luxe, Vrije Tijd en Elektronica. Dit betreffen de branches warenhuizen, kleding & mode, schoenen & lederwaren, huishoudelijke & luxe artikelen, juwelier & optiek, antiek & kunst, sport & spel, hobby, media en bruin & witgoed. Deze branches treffen we gewoonlijk aan in de centrale en ondersteunende winkelgebieden.

Ondergeschikte detailhandel

Detailhandel (niet op bedrijventerreinen gelegen) vanuit een vestiging of voorziening dat een andere hoofdfunctie heeft en waarvan de detailhandelsfunctie gelieerd is aan de hoofdfunctie, een en ander tot maximaal 20% van het totale bedrijfsvloeroppervlak van de vestiging, een en ander met een maximum van 100 m² wvo.

PDV (perifere detailhandelsvestigingen)

Perifere detailhandelsvestigingen zijn winkels die vanwege hun aard en omvang over het algemeen niet in de traditionele winkelcentra (binnenstad, buurt- en wijkcentra) gevestigd kunnen worden. Het gaat hierbij vooral (en niet uitsluitend) over de volumineuze aard van de goederen. Deze benadering van perifere winkels is vanuit het voormalige rijksbeleid ingestoken en dus met name branchegericht. Veelvoorkomende branches zijn: auto’s, boten en caravans (ABC), bouwmarkten, tuincentra en detailhandel in woninginrichting. In Almere worden de ABC-branches niet als detailhandel beschouwd, daarmee verstaat de gemeente onder PDV de volgende branches: bouwmarkten, tuincentra en detailhandel in woninginrichting

Supermarkt

Winkel met een minimaal 5 verschillende soorten dagelijkse artikelen, die elk minimaal 5% van de omzet generen. Dagelijkse artikelen vormen meer dan 50% van de omzet, maar geen van de groepen levert op zichzelf meer dan 50% van de omzet. Locatus gaat uit van een oppervlakte van minimaal 150 m². In deze visie hanteren we 500 m² wvo als minimale maat voor een volwaardige supermarkt.

Tuincentrum

Een detailhandelsvestiging waar de verkoop van algemeen assortiment aan tuinartikelen, bloemen, planten, boomkwekerijgewassen, zaden en tuinbenodigdheden plats vindt. Dit kan eventueel in combinatie met zelfkweek, waarbij het omzet aandeel van zelf gekweekte producten minder dan 50% van de omzet moet uitmaken. (definitie Locatus)

Vloerproductiviteit

De vloerproductiviteit (omzet (in €) per m² wvo) is een veelgebruikt kengetal om het functioneren van een winkel inzichtelijk te maken.

Winkelvloeroppervlakte (WVO)

De winkelvloeroppervlakte betreft de winkeloppervlakte die in gebruik is voor de directe verkoop van goederen. Het betreft de voor de klant toegankelijke verkoopruimte van de winkel, oftewel de totale bedrijfsvloeroppervlakte minus eventueel kantoor-, personeels- en magazijnruimte, toiletten etc.

BIJLAGE 2 DEMOGRAFISCHE KENMERKEN ALMERE

INW

%0-15

%15-25

%25-45

%45-65

%65+

gem hh grootte

% niet-west bevolking

gem ink per inw

Almere totaal

204.031

19

13

28

29

11

2,4

31

€24.000

Almere Haven

22.795

17

11

24

28

19

2,2

20

€23.800

Almere Stad

108.825

18

14

26

31

11

2,4

32

€23.900

Almere Buiten

56.328

20

14

27

30

9

2,4

31

€23.300

Almere Poort

13.431

25

9

46

16

4

2,3

42

€26.100

Almere Hout

2.652

18

9

27

34

13

2,5

10

€41.200

Nederland

20

12

24

29

14

2,2

13

€ 24.700

TABEL 2 DEMOGRAFISCHE KENMERKEN ALMERE

Bron: De Sociale Atlas van Almere 2018 (Almere Pampus is hier onderdeel van Almere Stad); CBS Statline 2018; inkomen betreft 2016

BIJLAGE 3 WINKELAANBOD ALMERE 2014-2019

ONTWIKKELING AANBOD PER STADSDEEL >>

FIGUUR 42 ONTWIKKELING AANBOD DETAILHANDEL (IN M² WVO) IN DE VERSCHILLENDE STADSDELEN

Bron: Locatus

BIJLAGE 4 BENCHMARK STADSDEELCENTRA

gemeente

Inwoners

aantal stadsdeelcentra

namen stadsdeelcentra

m² wvo

Almere

200.000

2(3e in de planning)

Buitenmere en Almere Haven (in de planning: Poort)

Ca. 27.000 en 14.000

Groeikernen

Zoetermeer

125.000

0

-

-

Nissewaard (Spijkenisse en Bernisse)

85.000

0

-

-

Nieuwegein

65.000

0

-

-

Gemeenten 150.000 – 350.000 inwoners

Utrecht

350.000

3

Kanaleneiland, Overvecht Leidsche Rijn Centrum

Ca. 16.500, 25.500, ca. 32/35.000

Eindhoven

230.000

1

Woensel

Ca. 32.000

Groningen

230.000

1

Paddepoel

Ca. 12.500

Tilburg

215.000

1

Westermarkt

Ca. 15.000

Breda

230.000

1

Hoge Vucht

Ca. 11.000

Nijmegen

175.000

1

Dukenburg

Ca. 21.500

Apeldoorn

160.000

0

-

-

Haarlem

160.000

1

Schalkwijk

Ca. 24.000

Arnhem

160.000

2

Kronenburg en Presikhaaf

Ca. 23.000 en 17.000

Enschede

160.000

0

-

-

Amersfoort

155.000

1

Emiclaer

Ca. 12.000

Zaanstad

155.000

0

-

-

’s-Hertogenbosch

155.000

1

Helftheuvel

Ca. 13.000

Haarlemmermeer

155.000

0

-

-

TABEL 3 BENCHMARK STADSDEELCENTRA

Bron: Bureau Stedelijke Planning, o.a. onderzoek stadsdeelcentra 2016

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.