Aanhef
Het college besluit
1Het Afwijkingenbeleid doorontwikkeling deel 1 Oosterwold vast te stellen.
2De raad door middel van een raadsbrief te informeren.
6 Procedureel
Tekst
Op basis van nieuwe inzichten, nieuw beleid en regelgeving en de ervaringen met de ontwikkelingen in deel 1 van Oosterwold zijn lessen getrokken voor de verdere ontwikkeling van deel 1 van Oosterwold. Dit is één van de uitvoeringsinstrumenten daarvoor. Het afwijken voor de vier thema’s, beschreven in de vorige vier hoofdstukken, maakt een betere doorontwikkeling van Oosterwold mogelijk. Het betreft:
•regie op hoofdinfrastructuur;
•groepsgewijze uitgifte;
•programmatische functieverdeling; en
•overige afwijkingen.
Het afwijkingenbeleid wordt door het college en de gemeenteraad vastgesteld als een zelfstandig beleidsdocument. Dit betekent dat het document formeel onderdeel uitmaakt van het gemeentelijk beleid en als zodanig richtinggevend is voor de behandeling van aanvragen om afwijking van het omgevingsplan in deelgebied 1 van Oosterwold. Door middel van dit afwijkingenbeleid wordt duidelijk in welke gevallen burgemeester en wethouders bereid zijn medewerking te verlenen aan een verzoek tot het afwijken van het omgevingsplan. Dit beleid geeft dus invulling aan wat wordt gezien als afwijkingen binnen de mogelijkheden van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvullend op het bestaande omgevingsplan. Daarnaast bevordert het een objectieve beoordeling en efficiëntere manier van werken, en daarmee een snellere en transparantere afhandeling van aanvragen omgevingsvergunning. Door inzichtelijk te maken hoe het college omgaat met de wettelijke bevoegdheid om van het omgevingsplan af te wijken, wordt willekeur voorkomen.
Dit afwijkingenbeleid Oosterwold deelgebied 1 kan worden gebruikt als onderdeel van de motivering bij het verlenen van een omgevingsvergunning met afwijking van het geldende omgevingsplan (ook wel BOPA: ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’), maar kan ook dienen ter onderbouwing van een toekomstige wijziging omgevingsplan.
Het geeft de initiatiefnemers in de ontwikkelfase meer duidelijkheid over de mogelijkheden om af te wijken van de publiekrechtelijke kaders voor vergunningen die later in hun ontwikkeling kunnen worden aangevraagd.
Het afwijkingenbeleid is opgesteld op basis van actuele inzichten, beleidsontwikkelingen en praktijkervaringen bij de ontwikkeling van Oosterwold. Indien zich nieuwe afwijkingsgronden in de praktijk aandienen, kunnen deze in de toekomst als aanvulling op dit beleid worden opgenomen.
Bijlage: overzicht afwijkingen omgevingsplan
Verantwoording:
Dit document is tot stand gekomen in samenwerking tussen, en afstemming met het gebiedsteam Oosterwold en de afdelingen Stedelijk Beleid en Vergunning, Toezicht en Handhaving.
Artikel
Was
Wordt
1
-
Toevoegen definitie:
Hoofdinfrastructuur: door of namens de gemeente te realiseren en te beheren infrastructuur en voorzieningen, waaronder begrepen hoofdontsluitingswegen, watergangen, afvalwater- en nutsvoorzieningen, die primair gericht zijn op het functioneren van het plangebied als geheel.
1
-
Toevoegen definitie:
Veld: een aaneengesloten deelgebied van Oosterwold waarbinnen verschillende ontwikkelvelden worden ontwikkeld met een gezamenlijke hoofdinfrastructuur.
1
-
Toevoegen definitie:
Subkavel: individuele gronden die onderdeel zijn van de kavel die met een landschapsplan voor een ontwikkelveld wordt gerealiseerd, en waarmee aan het landschapsplan wordt voldaan.
1
-
Toevoegen definitie:Ontwikkelpaspoort: document dat de ruimtelijke structuur en de eisen voor het ontwikkelen van een ontwikkelveld vastlegt, waaraan een landschapsplan moet voldoen.
1
-
Toevoegen definitie:
Ontwikkelveld: een ruimtelijke afbakening van gronden dat in één keer wordt uitgegeven en gezamenlijk wordt ontwikkeld door middel van een landschapsplan.
1
-
Toevoegen definitie:
Landschapsplan: plan waarin wordt beschreven hoe een ontwikkelveld op hoofdlijnen wordt ontwikkeld en hoe de initiatieven ruimtelijk worden ingepast, waarbij in totaal wordt voldaan aan de percentages die gesteld zijn in artikel 13.6.
1
-
Toevoegen definitie:
Voorgevelrooilijn: de denkbeeldig doorgetrokken lijn van de voorgevel van een gebouw
13.6
Per kavel geldt dat de volgende verhouding tussen bebouwing, verharding, groen, water en stadslandbouw wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden:
13.6.1 Gezamenlijke percentages
Ten behoeve van een effectieve samenstelling van de kavel gelden de volgende regels:
a.het percentage 'Groen - verspreid' mag worden gerealiseerd als 'Water', waarbij het gezamenlijk percentage 'Groen - verspreid' en 'Water' niet minder mag bedragen dan 9,0% bij standaardkavels, 3,0 % bij landbouwkavels en 3,8% bij landschapskavels;
b.bij standaardkavels mag het percentage 'Roodkavel' worden gerealiseerd als 'Verharding / infra', waarbij het gezamenlijk percentage 'Roodkavel' en 'Verharding / infra' maximaal 36% mag bedragen en waarbij binnen dat gezamenlijk percentage het 'Roodkavel' niet meer mag bedragen dan 25%;
c.bij landbouwkavels mag het percentage 'Roodkavel' worden gerealiseerd als 'Verharding / infra', waarbij het gezamenlijk percentage 'Roodkavel' en 'Verharding / infra' maximaal 12% mag bedragen en waarbij binnen dat gezamenlijk percentage het 'Roodkavel' niet meer mag bedragen dan 7%;
d.bij landschapskavels mag het percentage 'Roodkavel' worden gerealiseerd als 'Verharding / infra' waarbij het gezamenlijk percentage 'Roodkavel' en 'Verharding / infra' maximaal 11% mag bedragen waarbij binnen dat gezamenlijk percentage het 'Roodkavel' niet meer mag bedragen dan 6%.
13.6.4 Aanleg hoofdinfrastructuur
Artikelen 13.6 en 13.6.1 zijn niet van toepassing op de aanleg van hoofdinfrastructuur, waaronder begrepen geluidwerende voorzieningen en voorzieningen voor afvalwaterzuivering.
13.6.5 Afwijken subkavels
Het bevoegd gezag kan bij de aanleg van de subkavels afwijken van de percentages uit 13.6 en 13.6.1, met dien verstande dat:
a.de ontwikkeling van de subkavel voldoet aan het landschapsplan dat is opgesteld voor de kavel waarin de subkavel gelegen is.
13.6.6 Afwijken roodkavel
Voor standaardkavels ten behoeve van de functie wonen kan worden afgeweken van het bepaalde in 13.6 en 13.6.1 b ten behoeve van een hoger percentage roodkavel mits:
1het extra roodkavel wordt verrekend met een andere kavel in het plangebied zodat de gezamenlijke kavels alsnog voldoen aan de voorgeschreven samenstelling;
2de in artikel 13.6 genoemde minimale percentages in stand worden gehouden of -indien dit op de kavel niet mogelijk is- het afwijkende ruimtegebruik wordt verrekend met een aansluitende kavel zodat de gezamenlijke kavels alsnog voldoen aan de minimale percentages.
13.7
Met betrekking tot de indeling en instandhouding van de kavel gelden de volgende regels:
a.het voorgeschreven percentage 'Groen - verspreid' bevindt zich aan een of meer van de buitenranden van de kavel;
b.alle buitenranden van de kavel worden openbaar toegankelijk voor fietsers en voetgangers ingericht en in stand gehouden met een minimale breedte van 2 meter;
c.het roodkavel wordt niet opgedeeld, maar als een aaneengesloten bouwveld gerealiseerd;
d.ten minste één zijde van de kavel wordt aangewezen voor de verharding / infra ten behoeve van de kavelontsluiting;
e.de verharding / infra sluit aan op, en biedt doorgang aan, bestaande of nieuw aan te leggen infrastructuur van de aansluitende kavel;
f.het voorgeschreven percentage 'Water' wordt gerealiseerd in aansluiting op, dan wel in verbinding met, bestaande waterlopen en/of waterberging;
g.het roodkavel bij landbouwkavels bestaat voor maximaal 1/3 deel uit woonfuncties en voor 2/3 deel uit agrarische bedrijfsbebouwing;
h.parkeren is uitsluitend toegestaan binnen het roodkavel en verharding / infra.
13.7 Kavelindeling
Met betrekking tot de indeling en instandhouding van de kavel gelden de volgende regels:
a.het voorgeschreven percentage 'Groen - verspreid' bevindt zich aan een of meer van de buitenranden van de kavel;
b.alle buitenranden van de kavel worden openbaar toegankelijk voor fietsers en voetgangers ingericht en in stand gehouden met een minimale breedte van 2 meter;
c.het roodkavel wordt niet opgedeeld, maar als een aaneengesloten bouwveld gerealiseerd;
d.ten minste één zijde van de kavel wordt aangewezen voor de verharding / infra ten behoeve van de kavelontsluiting;
e.de verharding / infra sluit aan op, en biedt doorgang aan, bestaande of nieuw aan te leggen infrastructuur van de aansluitende kavel;
f.het voorgeschreven percentage 'Water' wordt gerealiseerd in aansluiting op, dan wel in verbinding met, bestaande waterlopen en/of waterberging;
g.het roodkavel bij landbouwkavels bestaat voor minimaal 1/3 deel uit agrarische bedrijfsbebouwing;
h.parkeren is uitsluitend toegestaan binnen het roodkavel en verharding / infra.
13.7.3 Afwijken ten behoeve van hoofdinfrastructuur
Het bepaalde onder 13.7 is niet van toepassing op de aanleg van hoofdinfrastructuur.
13.7.4 Afwijken ten behoeve van gezamenlijke initiatieven
Het bepaalde onder 13.7 lid a, b, c & d is niet van toepassing op het ontwikkelen van een ontwikkelveld dat door middel van een landschapsplan wordt gerealiseerd.
13.9
Voor bebouwing binnen het roodkavel is de maximum floor area ratio 0,5.
a.Voor bebouwing binnen het roodkavel is de maximum floor area ratio 0,5.
b.De maximum floor area ratio genoemd onder a is niet van toepassing op de aanleg van hoofdinfrastructuur.
13.10.1
Binnen het gehele plangebied gelden de volgende maximale percentages per kaveltype:
•Standaard kavel 73%
•Landbouwkavel 10%
•Landschapskavel 17%
a.Binnen het gehele plangebied gelden de volgende maximale percentages per kaveltype:
•Standaard kavel 73%
•Landbouwkavel 10%
•Landschapskavel 17%
b.De kaveltypeverdeling onder a is niet van toepassing op de aanleg van hoofdinfrastructuur.
13.10.2
Binnen het gehele plangebied geldt per functie het volgende maximale percentage:
•Wonen 61%
•Bedrijven 29%
•Kantoren 4,5%
•Voorzieningen 5,5%
Binnen het gehele plangebied gelden voor de volgende functies maximale percentages:
•Bedrijven 29%
•Kantoren 4,5%
13.12.1
Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan binnen het roodkavel.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, hoofdinfrastructuur uitgezonderd, geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan binnen het roodkavel.
13.12.2
Voor het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken gelden de regels voor vergunningvrij bouwen op basis van het Besluit omgevingsrecht, met dien verstande dat als erf als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, het roodkavel wordt verstaan.
Voor het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken gelden per woning de volgende regels:
a.het bouwwerk staat op de grond;
b.het bijbehorend bouwwerk moet minimaal 1 m achter de denkbeeldig doorgetrokken lijn van de voorgevel van de woning liggen;
c.bij vrijstaande woningen mogen aangebouwde bijbehorende bouwwerken uitsluitend op een afstand van minimaal 1 m van de zijerfgrens worden gebouwd;
d.aangebouwde of vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij andere gebouwen dan woningen moeten op minimaal 4 m van de zijerfgrens zijn gelegen, tenzij gebouwen aaneen zijn gebouwd of een zijerfgrens niet gedeeld wordt met een ander bouwperceel;
e.indien aangebouwd aan de achtergevel van het hoofdgebouw: niet meer dan 4 m diep, het aangebouwde bijbehorend bouwwerk is niet hoger dan:
a.5 m;
b.0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw;
c.het hoofdgebouw.
f.een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan dat hoger is dan 3 m is voorzien van een schuin dak waarbij:
a.de dakvoet niet hoger dan 3 m;
b.de daknok gevormd wordt door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en;
c.de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3.
g.het totale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken per woning is niet meer dan 20 m2;
h.het bijbehorend bouwwerk bevindt zich niet aan of bij:
a.een woonwagen;
b.een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld;
c.of een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf voor één huishouden.
i.het bijbehorend bouwwerk is niet voorzien van een dakterras.
13.12.3 onder d
De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter en zijn uitsluitend toegestaan binnen het roodkavel.
De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoofdinfrastructuur uitgezonderd, mag niet meer bedragen dan 3 meter en zijn uitsluitend toegestaan binnen het roodkavel.
13.12.3 onder e
In afwijking van het bepaalde in 13.12.3 onder d. kunnen vergunningvrije bouwwerken buiten het roodkavel worden gerealiseerd voorzover deze betrekking hebben op nuts- en energievoorzieningen.
In afwijking van het bepaalde in 13.12.3 onder d. kunnen vergunningvrije bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het roodkavel worden gerealiseerd voorzover deze betrekking hebben op nuts- en energievoorzieningen of voor zover het bebouwing (put) betreft van een voormalige (individuele of collectieve) afvalwaterzuivering.