Aanhef
Voorwoord
Almelo is een groene en waterrijke stad waar het fijn wonen en werken is, een stad om trots op te zijn! Des te belangrijker is het dan ook om in actie te komen wanneer een van de grootste transities van de komende decennia voor de deur staat: de warmtetransitie.
Uiterlijk in 2050 gebruiken we geen aardgas meer om onze stad te verwarmen. Aardgas is een fossiele brandstof en daarom geen duurzame energie. 2050 lijkt nog ver weg, maar het aardgasvrij maken van ruim 33.000 woningen en 5.000 andere gebouwen is een enorme opgave. We hebben de tijd hard nodig om de warmtetransitie gefaseerd uit te voeren.
Hoe gaan we dit doen? Voor u ligt de Warmtevisie van Almelo, het document wat deze vraag gaat beantwoorden maar waarin nog geen definitieve keuzes gemaakt worden. We stellen wel belangrijke uitgangspunten vast. We staan voor een betaalbare, betrouwbare, duurzame en een gedragen transitie.
Per wijk gaat de gemeente, samen met professionals en inwoners door middel van wijkuitvoeringsplannen op zoek naar de meest haalbare en betaalbare alternatieven. Mogelijk is dit een warmtenet, of verwarming door middel van elektrische oplossingen, of in de toekomst misschien wel waterstof.
Als wethouder ben ik trots op dit document. We hebben deze zoektocht namelijk niet alleen afgelegd, er is nauw samengewerkt met belangrijke partners. Zo’n grote opgave als het aardgasvrij maken van de stad, kan de gemeente simpelweg niet alleen. De komende tijd zal de gemeente samen met haar partners gaan werken aan de uitvoering van deze visie. Ik hoop van harte dat iedere inwoner van Almelo zich samen met ons wil gaan inspannen en de schouders onder deze uitdaging wil zetten.
Eugène van Mierlo Wethouder Duurzaamheid
DE WARMTEVISIE VAN ALMELO IN VOGELVLUCHT
Almelo gaat van het aardgas af. Dit doen we voor een klimaatneutraal Nederland. In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat we in de gebouwde omgeving vanaf 2050 geen aardgas meer gebruiken voor ruimteverwarming, warm tapwater en koken. Bij de verbranding van de fossiele brandstof aardgas komt CO2 vrij. CO2 veroorzaakt klimaatverandering.
Ook is de voorraad aardgas eindig. In verband met risico’s voor inwoners en gebouwen in Groningen stoppen we op termijn met het oppompen van aardgas. Daarom zoeken we naar warmtealternatieven voor de gebouwde omgeving.
DE HUIDIGE SITUATIE
BIJLAGE I
PROCES
In deze bijlage wordt het proces van de totstandkoming van de Warmtevisie visueel weergegeven en worden sommige aspecten toegelicht. De aanleiding voor de Warmtevisie is visueel weergegeven in Tekening 1.
In juli 2019 werd de aanpak vanuit het programma Duurzaamheid en de partners vormgegeven. Dit is visueel weergegeven in
Tekening 2
Van september 2019 tot en met december 2019 zijn de technische mogelijkheden verkend. Onderdeel hiervan was een sprintsessie met verschillende partners. Dit is visueel weergegeven in Tekening 3.
Als resultaat daarvan, is de verkenning van de warmtebronnen visueel weergegeven in Tekening 4.
In januari 2020 en februari 2020 was er aandacht voor communicatie en participatie in het vervolgproces. Onderdeel hiervan was een bijeenkomst met onder andere huurders- en andere bewonersverenigingen. Dit is visueel weergegeven in Tekening 5. Op 25 februari was er een politiek beraad rondom dit thema.
De maanden maart tot en met mei 2020 waren gereserveerd voor de uitwerking van de warmtevisie. In juni 2020 wordt de concept warmtevisie gepresenteerd aan de gemeenteraad.
BIJLAGE 2
ALTERNATIEVEN VOOR AARDGAS
In deze bijlage wordt technische uitleg geboden over de potentiële alternatieven voor aardgas. In grote lijnen zijn er drie hoofdcategorieën: (duur- zaam) gas, warmte of elektriciteit, of een combi- natie hiervan. Van elk van deze hoofdcategorieën bestaan verschillende varianten, zie Box II.a, Box II.b en Box II.c verderop in deze bijlage.
Elk alternatief heeft bepaalde eigenschappen. De be- langrijkste kenmerken zijn: de benodigde infrastructuur, de schaalgrootte van de oplossing en de temperatuur van de geleverde warmte.
1.Benodigde infrastructuur
Dit verschilt voor de drie hoofdcategorieën: een gasnet, warmtenet, of (verzwaard) elektriciteitsnet.
Interferentie in de bodem kan een rol spelen bij de mogelijke aanpassingen in de infrastructuur. In het stedelijk gebied ligt een wirwar aan kabels en
leidingen in de bodem. Leidingen van warmtenetten en zwaardere stroomkabels moeten daar een plek tussen krijgen.
2.Benodigde schaalgrootte van de oplossing:
Individueel of collectief. Elk individueel huishouden kan bijvoorbeeld kiezen voor een warmtepomp, maar voor de overstap naar een warmtenet is een collectief nodig. Een combinatie is ook mogelijk, waarbij er een collec- tieve oplossing wordt gekozen, zoals een warmtenet, gecombineerd met een warmtepomp per woning, om de warmte op de juiste temperatuur te brengen.
3.Temperatuur van de geleverde warmte
Dit varieert per oplossing en per situatie. Verschillen- de warmtebronnen leveren warmte op verschillende temperaturen. Duurzame gassen hebben een hoge temperatuur en individuele elektrische oplossingen leveren veelal warmte op een relatief lage tempera- tuur. Bij een warmtenet is de temperatuur afhanke- lijk van de warmtebron. De verschillende temperatu- ren worden voor een warmtenet aangegeven als HT (hoge temperatuur, +/- >80 graden), MT (midden temperatuur, +/- 65-80 graden), en LT (lage tempe- ratuur, +/- <65 graden).
Welk alternatief geschikt is in een bepaald gebied is afhankelijk van het type bebouwing. Globaal maken we onderscheid tussen 4 gebieden: (4 boxen naast/onder elkaar?)
Oudere woonwijken
Driekwart van de gebouwen in Almelo is vóór 1992 gebouwd en daardoor hoogstwaarschijnlijk zonder grote investeringen niet geschikt te maken voor een warm- tepomp. Deze gebouwen komen veeleer in aanmerking om aangesloten te worden op een warmtenet of duur- zaam gas. Zeker wanneer veel van dergelijke gebou- wen dicht bij elkaar staan. Er is in Almelo een aantal warmtebronnen die geschikt is om aan te sluiten op een warmtenet. Ook is er in de toekomst de mogelijkheid om aan te sluiten bij het regionale warmtenet.
Nieuwere woonwijken
Voor nieuwere woonwijken geldt dat bij de bouw deze woningen al relatief goed geïsoleerd zijn, vanwege het toen geldende Bouwbesluit. Voor goed geïsoleerde gebouwen volstaat lage temperatuur warmte. Voor wij- ken met voornamelijk goed geïsoleerde woningen lijkt all-electric het meest haalbaar en betaalbaar, met een bodem- of luchtwarmtepomp.
Bedrijventerreinen
Bedrijven vallen ook onder de afspraken die gemaakt zijn in het Klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving. Dit geldt alleen voor ruimteverwarming en warm tap- water en niet voor proceswarmte. Sommige bedrijven hebben restwarmte van hun bedrijfsprocessen, die kan worden ingezet via een warmtenet op het bedrijven- terrein. Verder zijn er vaak collectieven van bedrijven op het terrein die mogelijk samen aan de slag kunnen met de verduurzaming van hun omgeving. Ook voor bedrij- venterreinen is maatwerk nodig.
Buitengebieden
Het buitengebied kent twee extra uitdagingen voor de overgang naar aardgasvrij(-ready). Ten eerste, de af- standen tussen woningen en/of boerderijen zijn relatief groot. Door deze lage bebouwingsdichtheid is het niet rendabel om een warmtenet aan te leggen. Ten tweede, woningen in het buitengebied zijn doorgaans ouder en vrijstaand. Verwarmen met een volledig elektrische warmtepomp is daarom lastig. Er is een relatief hoge temperatuur energiebron nodig om deze woningen te verwarmen. Op dit moment lijkt een duurzaam gas de meest voor de hand liggende optie voor oudere woningen in het buitengebied. Mogelijk in combinatie met de inzet van een hybride warmtepomp om efficiënt om te gaan met het beschikbare duurzaam gas.