Gemeentelijke regelgeving

Verordening op het gebruik en beheer van de begraafplaats te Aadorp

Gemeente Almelo · geldt sinds 1 januari 2003

Aanhef

Geldende tekst

regelingnummer: 2220

Nr. 35

Raadsbesluit van 12 december 2002, houdende vaststelling van de Verordening op het gebruik en beheer van de begraafplaats te Aadorp.

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet

besluit

vast te stellen de:

Verordening op het gebruik en beheer van de begraafplaats te Aadorp

HOOFSTUK I INLEIDENDE BEPALINGEN

Gemeenteblad van Almelo

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a begraafplaats: de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Kerkhofsweg in Aadorp;

b eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

-het doen begraven en begraven houden van lijken;

-het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

-het doen verstrooien van as;

c algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot:

-het doen begraven en begraven houden van lijken;

d eigen urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder urnen;

e urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

f asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

g verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

h grafbedekking: gedenkteken en/ of winterharde grafbeplanting op een graf, een verstrooiingsplaats of gedenkplaats;

i gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;

j gedenkteken: een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften en figuren, waaronder kettingen, hekwerken en randen;

k grafbeplanting: winterharde beplanting die door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf wordt aangebracht;

l beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;

m rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf.

Artikel 2 Uitbreiding begrip eigen graf

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder 'eigen graf' mede verstaan: eigen urnennis en eigen gedenkplaats.

HOOFDSTUK II OPENSTELLING ,ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 3 Openstelling begraafplaats

1De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de door het College van Burgemeester en Wethouders bij nadere regels vast te stellen tijden. Zij maken deze tijden openbaar bekend.

2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. Ten behoeve van werkzaamheden op de begraafplaats kan de beheerder tijdelijk delen voor publiek afsluiten.

3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4 Ordemaatregelen

1Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

2Het is verboden met motorrijtuigen, brom- of snorfietsen op de begraafplaats te rijden.

3Het is verboden zich met een hond op de begraafplaats te bevinden, tenzij het een gecertificeerde hondengeleidehond betreft.

4Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a en b van het tweede lid en van het verbod bedoeld in lid 3.

5Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

6Degenen die zich niet aan de in het vijfde lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

7Het is verboden op de begraafplaats:

bloemen of andere artikelen te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen met betrekking tot de verzorging van graven en/of grafbedekkingen;

-op enigerlei wijze reclame te maken voor handel, beroep of bedrijf;

8Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in artikel 7.

Artikel 5

1Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten een week tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

2De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6 Opgravingen en ruimen

Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

HOOFDSTUKI III VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

1Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

2Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen bij het begraven mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. De beheerder geeft de nabestaanden alleen toestemming voor het verrichten van werkzaamheden die zij met inachtneming van de wettelijke regels kunnen verrichten en werkzaamheden die geen speciale kundigheid vereisen waarvan aangenomen mag worden dat de nabestaanden daarover niet beschikken.

2Artikel 7a Gebruik begraafplaats

1Op de gemeentelijke begraafplaats in Aadorp mogen slechts inwoners van het dorp Aadorp worden begraven

2Het College van Burgemeester en Wethouders kan ontheffing verlenen van de beperking bedoeld in artikel 7a lid 1.

2Artikel 8 Bijzondere diensten en faciliteiten

1Het gebruik van bijzondere diensten en faciliteiten moet uiterlijk om 12.00 uur van de

1werkdag voorafgaande aan de dag waarop men gebruik wil maken van deze bijzondere diensten en faciliteiten worden aangevraagd bij de beheerder.

22Deze bijzondere diensten en faciliteiten staan voor iedere plechtigheid ter beschikking van de aanvrager.

2Artikel 9 Over te leggen stukken

21Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

22Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

23Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 17, tweede lid.

24De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

2Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging

21De tijd van begraven en het bezorgen van as is:

2op werkdagen van 9.00 tot 15.00 uur;

2op zaterdag en zondag van 10.00 tot 15.00 uur;

22Het College van Burgemeester en Wethouders kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

2HOOFDSTUK IV INDELING EN UITGIFTE VAN GRAVEN

2Artikel 11 Indeling graven en asbezorging

21Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:

2aeigen graven en eigen urnengraven;

2beigen urnennissen;

2ceigen gedenkplaatsen.

22Het College van Burgemeester en Wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens de afmetingen van de eigen graven.

2Artikel 12 Aantal overledenen in algemene graven

2Het College van Burgemeester en Wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken er kunnen worden bijgezet in de algemene graven. Zij bepalen tevens de afmetingen van de algemene graven.

2Artikel 13 Volgorde van uitgifte

21De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

2Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

2Artikel 14 Categorieën

2Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

2Artikel 15 Termijnen eigen graven

21Het College van Burgemeester en Wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig of dertig jaar het uitsluitend recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.

22Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

23Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

2Artikel 16 Grafkelder

2Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.

2Artikel 17 Overschrijving van verleende rechten

21Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot, de geregistreerde partner of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen of van een rechtspersoon is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

22Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, de geregistreerde partner of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

23Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het College van Burgemeester en Wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn het College van Burgemeester en Wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.

24Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen het College van Burgemeester en Wethouders het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.

2Artikel 18 Afstand doen van graven

2Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen het College van Burgemeester en Wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

2HOOFDSTUK V GRAFBEDEKKINGEN

2Artikel 19 Vergunning grafbedekking

21Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het College van Burgemeester en Wethouders.

22Omtrent de wijze van aanvrage van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen Burgemeester en Wethouders nadere regels vaststellen.

23Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.

24Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen de vergunning weigeren indien:

2aniet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;

2bde grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

2cde duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

2dde constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is.

2e de financiële verplichtingen betreffende de grafrechten niet zijn voldaan.

2Artikel 20 Grafbeplanting en voorwerpen

2Beplantingen en losse voorwerpen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.

2Artikel 21 Verwijdering grafbedekking

21De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het College van Burgemeester en Wethouders worden verwijderd.

22Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het College van Burgemeester en Wethouders ingediende aanvraag, kan de grafbedekking gedurende 3 maanden voor afloop van de termijn door of namens de rechthebbende worden verwijderd.

2Artikel 22 Tijdelijk verwijdering en afneming en aanbrenging van grafbedekking

21De rechthebbenden op graven zijn verplicht bij begraving in of voor noodzakelijk onderhoud van belendende graven de tijdelijke verwijdering toe te staan van al hetgeen op of om hun graven is geplaatst of geplant.

22Bij de begraving of bijzetting in, de ruiming van en de opgraving uit graven dient het afnemen en aanbrengen van daarop aanwezige grafbedekking en het openen en sluiten van grafkelders door een erkende steenhouwer en voor rekening van de rechthebbende te geschieden.

2Artikel 23

2Vervallen artikel.

2Artikel 24 Onderhoud door de rechthebbende

1De in artikel 19 bedoelde grafmonumenten, beplantingen of andere grafbedekkingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende.

2De rechthebbende op een graf is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

3In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een graf, waarop een uitsluitend recht berust, voor zover dit onderhoud niet op de houder van de begraafplaats berust, kan deze verwaarlozing worden geconstateerd bij een schriftelijke verklaring van de houder van de begraafplaats, die hij toezendt aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is of redelijk bekend kan zijn.

4Blijkt het adres onbekend dan wordt de verklaring aangeplakt bij de ingang van de begraafplaats. Een mededeling daarvan wordt bij het graf aangeplakt.

5Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud is voorzien, vervalt in ieder geval dertig jaren nadat in dat graf de laatste bijzetting heeft plaats gevonden het uitsluitend recht voor onbepaalde tijd op het graf.

6Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen de grafbedekking doen verwijderen indien toepassing is gegeven aan het vierde en vijfde lid. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

2HOOFDSTUK VI RUIMING VAN GRAVEN ENURNENNISSEN

2Artikel 25 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

21De ruiming van graven waarop de rechten zijn geëindigd of vervallen geschiedt vanwege de gemeente.

22De bij de ruiming nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.

2HOOFDSTUK VII INSTANDHOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

2Artikel 26 Lijst

21Het College van Burgemeester en Wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

22Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken het College van Burgemeester en Wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

23De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

2HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN

2Artikel 27 Overgangsbepaling

1De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die voortvloeien uit de ingevolge artikel 29 ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan, met dien verstande dat de ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds gevestigde uitsluitende rechten op eigen graven in volle omvang worden gehandhaafd.

2Voor de ingevolge deze verordening gevestigde uitsluitende rechten op graven geldt nadrukkelijk dat zij worden gevestigd onder de nadere voorwaarden, bij eventuele aanvulling of wijziging van deze verordening te stellen.

2Artikel 28 Strafbepaling

21Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 3e lid en 4, 1e, 2e, 3e, 6e en 7e lid wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

22Overtreding van artikel 4, 1e lid van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 29 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt op een nader door het College van Burgemeester en Wethouders te bepalen dag in werking, met ingang van welke datum de bestaande “Gebruiks- en beheersverordening begraafplaatsen" van de gemeente Vriezenveen van 9 april 1981 vervalt.

Artikel 30 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als; Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Aadorp.

Bij B&W-besluit van 12 november 2002 nr. B&B/2002/6676 is bepaald dat de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Aadorp in werking zal treden op 1 januari 2003.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december 2002,

De secretaris, De voorzitter,

Uitvoeringsbesluit grafbedekkingen Aadorp

Artikel 1 InleidingDe verordening verstaat onder:

a.grafbedekking: gedenkteken en winterharde grafbeplanting;

b.gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;

c.grafbeplanting: winterharde beplanting welke door de rechthebbende en/of gemeente op een graf wordt aangebracht.

Artikel 2 Aanvraag vergunningBij de schriftelijke aanvraag voor vergunning tot het hebben van een gedenkteken behoord een werktekening te worden ingediend.Op deze werktekening dienen ten minste voor te komen:

a.een boven-, een voor- en een zijaanzicht met alle hoogte, breedte, dikte en lengtematen;

b.de tekst van het opschrift;

c.de wijze van bevestigen op de door de gemeente aangebrachte fundatie

2Indien aanvraag geschiedt door een steenhouwer, ontvangt de steenhouwer een kopie van de vergunning en de rechthebbende het origineel. De kosten van de fundatie en de leges worden dan in rekening gebracht bij de desbetreffende steenhouwer.

Artikel 3 Gedenkteken

1Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort

2De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken verbonden zijn.

3Op een algemeen graf mag als gedenkteken worden geplaatst:

a.Voor de overledene dubbeldiep begraven een gedenksteen links aan het hoofdeind op een fundatie van gemeentewege aangebracht.

b.Voor de overledene enkeldiep begraven een gedenksteen rechts aan het hoofdeind op een fundatie van gemeentewege aangebracht.

c.De maatvoering van de gedenksteen is 45 cm breed, 60 cm hoog en 8 tot 10 cm dik op een voetstuk van 50 cm lang, 15 cm hoog en 20 cm breed.

4Op een algemeen kindergraf mag als gedenkteken geplaatst worden: Voor de overledene dubbeldiep begraven een staande steen van 40 cm breed en 50 cm hoog op een voetstuk van 50 cm lang, 10 cm hoog en 10 cm breed.

a.Voor de overledene enkeldiep begraven een schuin geplaatste gedenksteen van 40 cm breed en 50 cm hoog.

5Op een eigen graf afdeling B mag geplaatst worden aan het hoofdeinde van het graf, op de van gemeenteweg aangebrachte fundering;

a.een gedenksteen uit het door het College van Burgemeester en Wethouders vastgestelde lijst met gedenkstenen.

b.Met de afmeting van 80 cm breed, 60 cm hoog en een dikte tussen de 8 en 10 cm op een voetstuk van 100 cm lang, 15 cm dik en 20 cm breed.

c.Indien zonder voetstuk, dan met de afmeting van 80 cm breed, 75 cm hoog en maximaal 12 cm dik.

6Op een eigen graf afdeling C mag een grafbedekking naar keuze worden aangebracht binnen de grafmaat van 100 x 200 cm, met dien verstande dat de fundatie aan het hoofdeind van gemeentewege wordt aangebracht. Indien noodzakelijk moet door de steenhouwer fundatie worden aangebracht aan het voeteneind.

7Op eigen kindergraven mag een grafbedekking naar keuze worden aangebracht binnen de grafmaat van 70 x 160 cm, met dien verstande dat de fundatie aan het hoofdeind van gemeentewege wordt aangebracht. Indien noodzakelijk moet door de steenhouwer fundatie worden aangebracht aan het voeteneind.

Artikel 4 Winterharde gewassen

1Op de eigen graven behalve op de afdeling B mogen op het gehele grafoppervlakte, wintervaste beplanting worden geplant. Deze mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare ruimte niet overschrijden of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden.

2Op de eigen graven afdeling B mogen in de plantstrook aan het hoofdeinde winterharde beplanting worden geplant. Deze mogen bij volle wasdom het oppervlak van de plantstrook van 40 x 100 cm niet overschrijden of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden.

Artikel 5 Planten en losse bloemen

1Op eigen graven afdeling B mogen eenjarige planten worden aangebracht in de beplantingsstrook bij het hoofdeinde van het graf.

2Op de overige eigen graven mogen eenjarige planten op de gehele grafoppervlakte worden aangebracht.

Artikel 6 InwerkingtredingDeze nadere regels treden in werking op 1 januari 2003

Artikel 7 CiteerartikelZij kunnen worden aangehaald als: “Uitvoeringsbesluit grafbedekkingen Aadorp”

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van Burgemeester en Wethouders van 12 november 2002.

De secretaris, De voorzitter

Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en gedenkplaatsen Aadorp

Artikel 1 Algemene graven

1.In de algemene graven wordt gelegenheid gegeven om lijken te begraven voor de tijd van

10jaar.

2De algemene graven voor overledenen vanaf 12 jaar, hebben een breedte van 100 cm en een lengte van 200 cm.

3De algemene kindergraven hebben een breedte van 70 cm en een lengte van 160 cm.

4In algemene graven wordt enkel- en dubbeldiep begraven.

5Er wordt op vaste volgorde begraven, waarbij na het dubbeldiep begraven bij een eerstvolgende gelegenheid ook enkel diep wordt begraven, zonder dat beide overledenen enige relatie met elkaar hebben.

6De fundatie voor de gedenksteen wordt door de gemeente aangebracht.

Artikel 2 De eigen graven voor overledenen >= 12 jaar

1De eigen graven voor overledenen >= 12 jaar worden uitgegeven voor de tijd van 20 of 30 jaar met de mogelijkheid van verlenging voor telkens maximaal 10 jaar; hebben een breedte van 100 cm en een lengte van 200 cm: zijn bestemd voor het begraven van ten hoogste twee lijken en twee asbussen; of dan wel het plaatsen van ten hoogste 4 asbussen met of zonder urn; of het verstrooien van de as van ten hoogste 4 overledenen.

2De eigen graven voor overledenen >= 12 jaar worden onderverdeeld in B-graven en C-graven. A) B-graven zijn die behoudens uitzonderingen in volgorde van ligging worden uitgegeven en waarbij in rij wordt begraven, hart op hart 110 cm. Als gedenksteen is een staande steen met een voetstuk toegestaan. Aansluitend aan de staande steen wordt een bloemborder van 50 cm aangelegd. Het overige oppervlak bestaat uit grasbedekking. Binnen de border van 50 cm mag men een natuurstenen rand plaatsen van 40 x100 cm. De fundatie van de gedenksteen wordt door de gemeente verzorgt. B) C-graven zijn graven die behoudens uitzondering in volgorde van ligging wordt uitgegeven en waarbij in rij wordt begraven, hart op hart 125 cm. Men is niet gebonden aan een voorgeschreven type grafbedekking. Indien men dat wenst, mag over het gehele grafoppervlak van 100 x 200 cm een gedenksteen worden aangebracht. De fundatie aan het hoofdeinde wordt door de gemeente aangebracht. Indien nodig dient men de fundering aan het voeteneind door de steenhouwer te laten verzorgen.

Artikel 3 Eigen kindergraven voor overledenen < 12 jaar

1De eigen kindergraven voor overledenen < 12 jaar worden uitgegeven voor de tijd van 20 of 30 jaar met de mogelijkheid van verlenging voor telkens maximaal 10 jaar; hebben een breedte van 70 cm en een lengte van 160 cm: zijn bestemd voor het begraven van ten hoogste twee lijken en twee asbussen; of dan wel het plaatsen van ten hoogste 4 asbussen met of zonder urn; of het verstrooien van de as van ten hoogste 4 overledenen.

2Asbusbijzetting mag alleen plaats vinden als het gaat om een asbus van een overledene in de leeftijd van 0 tot 12 jaar of om de asbus van één van de ouders van het kind dat reeds begraven is.

Artikel 4 Eigen urnennissen

1Eigen urnennissen worden uitgegeven voor de tijd van 5, 10, 15 of 20 jaar en zijn bestemd voor de bijzetting van ten hoogste twee asbussen en/of urnen.

2Bij niet verlengen van de huur binnen de wettelijke grafrusttermijn van 20 jaar, stemt de rechthebbende in met verstrooiing van de asresten.

3Onder urnennissen wordt in dit artikel ook verstaan; urnenbijzetplaatsen, urnenkeldertjes en urnenelementen.

Artikel 5 Inwerkingtreding

§De nadere regels treden inwerking op 1 januari 2003.

Artikel 6 Citeerartikel

§De nadere regels kunnen worden aangehaald als: “Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en gedenkplaatsen Aadorp”

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van Burgemeester en Wethouders van

12november 2002.

De secretaris, De voorzitter,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.