Aanhef
De Raad van de Gemeente Almelo;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 september 2025;
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
besluit:
de volgende verordening vast te stellen:
Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2026.
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
b.Inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan;
c.Inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of-plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens;
d.Grove huishoudelijke afvalstoffen: het begrip huishoudelijke afvalstoffen omvat ook grof huishoudelijk afval. Hieronder wordt verstaan huishoudelijke restafvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouden vrij komen, doch die te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden.
e.Grof tuinafval: tuinafval, dat met enige regelmaat in een huishouden vrij komt, doch dat te groot en/of te zwaar is om op dezelfde wijze als g.f.t. - afval aan de inzameldienst te worden aangeboden.
f.Milieupas: de vanwege de gemeente verstrekte pas, met daaraan een bepaald gekoppeld tegoed, ten behoeve van het ontdoen van afvalstoffen.
Artikel 2 Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Belastingplicht
1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
2De belasting voor het achter laten van afvalstoffen op het Milieupark aan de Turfkade wordt geheven van degene die de afvalstoffen achter laat.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven van de in de hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2Voor de berekening van de belastingen wordt een gedeelte van een in de tarieventabel bedoelde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
Artikel 9 Termijn van betaling
1De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na de op het aanslagbiljet vermelde dagtekening.
2In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met een minimum van twee en maximaal tien, indien aan het navolgende wordt voldaan:
a.het totaal bedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere belastingen moet minder zijn dan € 7.700,-;
b.de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.
De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
Kwijtschelding van de belasting vindt plaats op basis van de kwijtscheldingsverordening.
Artikel 11 Overgangsrecht
De “Verordening afvalstoffenheffing 2025”, vastgesteld op 7 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing 2026”.
Tarieventabel, behorende bij de Verordening Afvalstoffenheffing 2026
Hoofdstuk 1 Maatstaf jaarlijks tarief afvalstoffenheffing
1Voor de toepassing van de tarieven in dit artikel wordt met inachtneming van wat hierover in de afvalstoffenverordening 2013 en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten is bepaald onder de basisvoorziening verstaan de beschikbaarstelling per perceel van:
a.Een set minicontainers
i.een 140 of 240 liter container met groen deksel, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval (gft container);
ii.een 140 of 240 liter container met grijs deksel, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen (restafvalcontainer);
iii.Een 140 of 240 liter container met blauw deksel, bestemd voor oud papier en karton;
iv.Een 140 of 240 liter container met oranje deksel, bestemd voor Plastic, Metalen en Drankenkartons (PMD).
b.Of een verzamelcontainer (intern, boven- of ondergronds)
i.groenafval wordt bij hoogbouw niet meer ingezameld. Bij laagbouw geldt voor groenafval dat de totale hoeveelheid afval van de gebruikers van een perceel, niet meer mag bedragen dan wordt aangeboden via een minicontainer (70 liter per week);
ii.grijs afval, de totale hoeveelheid afval van de gebruikers van een perceel mag niet meer bedragen dan wordt aangeboden via een minicontainer (120 liter per week).
c.Of huisvuilzakken
i.huisvuilzakken, per keer mogen er maximaal 8 huisvuilzakken worden aangeboden.
d.De beschikbaarstelling van een milieupas voor het ophalen en wegbrengen van grof huishoudelijk afval naar het afvalbrengpunt met een maximum van 500 kilo per jaar per perceel en voor het openen van de ondergrondse verzamelvoorziening.
2De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:
a.indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 273,60.
b.indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of meer personen € 298,80.
c.Voor de toepassing van het bepaalde onder a. en b. is beslissend de gebruikssituatie bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht. Onder de gebruikssituatie wordt verstaan het aantal personen dat deel uitmaakt van een particuliere huishouding die gebruik maakt van een perceel. Voor de vaststelling van die gebruikssituatie is beslissend hetgeen de basisregistratie personen is geregistreerd tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is.
3De belasting als bedoeld in de onderdelen a. en b. wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven op de basisvoorziening):
a.container van 140 liter groen, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per extra container per jaar met € 81,60;
b.container van 140 liter grijs, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container per jaar met € 102,00;
c.Container van 140 liter blauw, bestemd voor oud papier, per extra container per jaar met € 20,40;
d.Container van 140 liter oranje, bestemd voor PMD, per extra container per jaar met € 40,80;
e.container van 240 liter groen, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per extra container per jaar met € 122,40;
f.container van 240 liter grijs, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container per jaar met € 146,40;
g.Container van 240 liter blauw, bestemd voor oud papier, per extra container per jaar met € 20,40.;
h.Container van 240 liter oranje, bestemd voor PMD, per extra container per jaar met € 51,60.
Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven overige afvalstoffenheffing
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor:
1het achterlaten op het afvalbrengpunt van elektrische en elektronische apparaten,
metaal, oud papier en karton, glas (potten en flessen), klein chemisch afval, textiel, kunststof verpakkingsmateriaal en snoeiafval op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats € 0,00
2puin per 10 kilogram of gedeelte daarvan € 0,75
3asbest en tuinafval (grof) per 10 kilogram of gedeelte daarvan € 1,00
4groente-, fruit en tuinafval, hout, metalen/schroot, restafval, tapijt, hout, bielzen en
geïmpregneerd hout, per 10 kilogram of gedeelte daarvan € 1,75
5autobanden per 10 kilogram of gedeelte daarvan € 2,00
6asbest plastic (4 meter breed) per strekkende meter € 3,00
7tractorbanden per 10 kilogram of gedeelte daarvan € 4,00
8het op aanvraag verwijderen van grove huishoudelijke afvalstoffen
(voorrijkosten): € 25,00
9Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 bedraagt de belasting voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
a.verstrekken van een vervangende milieupas bij verlies of na drie maanden
na verhuizen € 10,00
b.omwisselen van een minicontainer € 10,00
(binnen drie maanden na verhuizing is dit gratis)
Behoort bij besluit van de raad van 6 november 2025,
de raadsgriffier van Almelo,
drs. J.W. Scherpenzeel