Aanhef
Gemeente Almelo
Hoofdstuk 4. Kaders
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze nota wordt verstaan onder:
1Activeren
Het op de balans presenteren van de financiële waarde van aangeschafte of vervaardigde kapitaalgoederen met meerjarig nut.
2Afschrijven
Jaarlijks vermindert de waarde van een investering. Deze vermindering wordt afschrijving genoemd. Deze waardedaling wordt veroorzaakt door technische slijtage (technische levensduur) en/of economische veroudering (economische levensduur). Het af te schrijven bedrag hangt af van de gebruiksduur van de investering. Deze gebruiksduur bepaalt dan ook de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de afschrijvingslasten.
3A-investeringen: Investeringen worden als A-investering aangemerkt indien:
a.Niet voldaan wordt aan de definitie van B-investering zoals beschreven in lid 5.
b.Er sprake is van investeringen die in hoofdzaak het karakter van een nieuwe investering of een uitbreidingsinvestering hebben;
a.Er sprake is van politiek-gevoelige en/of beleidsrelevante investeringen waarvan het krediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd (art. 8 lid 4 financiële verordening 2021)
b.De gemeenteraad in overige voorkomende gevallen heeft aangegeven dat er in specifieke gevallen sprake is van een A-investering.
4BBV
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
5B-investeringen: Investeringen worden als B-investering aangemerkt indien:
a.Er sprake is van een onontkoombare vervangingsinvestering; én
b.De investering gedekt wordt uit erkende stelposten voor kapitaallasten; én
c.De investering voortvloeit uit een reeds door de raad vastgesteld plan (bijvoorbeeld: onderwijshuisvestingsplan, nota kapitaalgoederen, meerjarenonderhoudsplannen, Vgrp etc…)
6Componentenbenadering
De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waarde verloop van die individuele delen. Per samenstellend deel kunnen de economische gebruiksduren namelijk verschillen. Bij toepassen van deze benadering, worden afzonderlijke vervangingen opnieuw geactiveerd.
7(Dis)agio
(Dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd.
8Financiële vaste activa
Financiële vaste activa is een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen).
9Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa zijn uitgaven waar geen gemeentelijke bezittingen tegenover staan. Dit zijn die activa die niet stoffelijk van aard zijn en die niet onder de financiële vaste activa worden begrepen.
10Investeren.
Het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.
11Investeringen
Uitgaven waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.
12Investeringen met economisch nut
Investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of die verhandelbaar zijn. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de mogelijkheid middelen te verwerven. Voorbeelden van investeringen met economisch nut zijn rioleringen (verwerving middelen d.m.v. rioolheffing) en gebouwen (verwerving middelen d.m.v. verhuur en/of verkoop).
13Investeringen met maatschappelijk nut
Investeringen die geen economisch nut opleveren (geen middelen genereren en/of verhandelbaar zijn). Voorbeelden van investeringen met maatschappelijk nut zijn investeringen in wegen en groenvoorzieningen.
14Kapitaallasten
Het totaal van de afschrijvingskosten en de rentekosten.
15Lineaire afschrijving
De lineaire afschrijvingsmethode houdt in afschrijven volgens een vast percentage van de aanschafprijs. Het jaarlijkse afschrijvingsbedrag is gelijk, terwijl de rentelasten jaarlijks afnemen. Dit laatste betekent dat de kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks een dalend verloop laten zien.
16Materiële vaste activa
Materiële vaste activa zijn investeringsuitgaven waar tegenover bezittingen staan, waarvan de gebruiksduur gedurende meerdere jaren kan worden toegepast. Materiële vaste activa zijn dus feitelijk de objecten die door investeringen worden verworven.
17Nominale waarde
Waarde zoals die staat aangegeven op een waardepapier.
18Rente
Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente.
19Restwaarde
De restwaarde vertegenwoordigt de schatting, tegen het prijspeil van het moment van ingebruikname, van de opbrengst die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief.
Artikel 2. Waardering
1Tot de vervaardigingsprijs worden naast directe kosten een redelijk deel van de indirecte kosten (overhead) gerekend.
2Rentelasten worden niet meegenomen in de vervaardigingprijs.
3Voor het bepalen van de omvang van de afschrijvingslast wordt er niet gerekend met restwaarden.
Artikel 3. Activeren
1Investeringen met een verkrijgingsprijs lager dan € 15.000 worden niet geactiveerd.
2Identieke goederen die binnen een boekjaar op verschillende momenten worden aangeschaft en gezamenlijk de € 15.000 overschrijden worden als cluster geactiveerd.
3De kosten voor het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden niet geactiveerd.
4Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
Artikel 4. Afschrijving en rente
1Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven.
2Gemeente Almelo hanteert de in de afschrijvingstabel vermelde afschrijvingstermijnen (zie bijlage II).
3Indien de werkelijke levensduur sterk afwijkt, is het mogelijk om bij raadsbesluit af te wijken van de genoemde afschrijvingstermijnen in de afschrijvingstabel.
4Voor materiële activa die niet in de afschrijvingstabel zijn opgenomen, stelt het college de afschrijvingstermijn vast.
5Met afschrijven wordt begonnen in het jaar dat volgt op het jaar waarin het actief gereed komt/verworven wordt.
6Rentelasten worden jaarlijks berekend over de boekwaarde per 1 januari van het boekjaar.
Artikel 5. Componentenmethode
1Indien een actief uit meerdere onderdelen bestaat, dan wordt geactiveerd volgens de componentenmethode.
2De opsplitsing in componenten wordt bepaald aan de hand van de economische of technische levensduur van de verschillende componenten.
3De afzonderlijke componenten moeten een verkrijgings- of vervaardigingsprijs hebben van minimaal € 15.000;
4De componenten moeten zinvol en eenduidig te onderscheiden zijn. De afschrijvingstabel bij deze nota vormt daarvoor het uitgangspunt.
Artikel 6. Voorbereidingskosten
1Kosten tijdens de initiatieffase van een project (fase waarin het nog niet zeker is dat er een project wordt opgestart c.q. uitgevoerd) kunnen, eventueel met terugwerkende kracht, worden geactiveerd op het moment dat er een besluit is genomen tot het daadwerkelijk starten van het project en hiervoor dekking aanwezig is.
2Voorbereidingskredieten mogen worden geactiveerd onder de navolgende voorwaarden:
-de kosten dienen direct te zijn toe te rekenen aan een project dat leidt tot de totstandkoming van een activum dat conform deze nota mag worden geactiveerd;
-de kosten van voorbereiding dienen volgtijdig aan te sluiten op de periode van uitvoering van het project (oftewel geen significante tijdsperiode tussen voorbereiding en uitvoering);
-de daadwerkelijke uitvoering van het project dient zeker te zijn;
-aan een voorbereidingskrediet, waarvan de kosten worden geactiveerd, dient een raadsbesluit ten grondslag te liggen.
3Indien de raad via de begroting dan wel een afzonderlijk raadsbesluit reeds een uitvoeringskrediet heeft vastgesteld dan kan er via de tussentijdse rapportages een voorbereidingskrediet ingesteld worden als onderdeel van het totale vastgestelde krediet.
4Indien op een bepaald moment blijkt danwel besloten wordt dat het project om welke reden dan ook niet wordt uitgevoerd, dan dienen de voorbereidingskosten (het voorbereidingskrediet) direct (in de periode van constatering) ten laste van de exploitatie te worden gebracht.
Artikel 7. Meerjaren Investeringsplan
1In het Meerjaren Investeringsplan (MIP) van de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen A-investeringen en B-investeringen.
2Waar mogelijk wordt een onderscheid gemaakt tussen voorbereidingskredieten en uitvoeringskredieten.
3Voor alle investeringen die zijn opgenomen in het Meerjaren Investeringsplan van de begroting is dekking beschikbaar binnen de begroting en meerjarenraming.
Artikel 8. Tussentijdse rapportage en bijstelling van bestaande kredieten
1In de tussentijdse rapportages wordt een onderscheid gemaakt tussen A-investeringen en B-investeringen.
2Bij voorziene over- of onderschrijdingen van vastgestelde investeringskredieten met meer dan 10% of meer dan € 50.000 wordt de raad via de tussentijdse rapportages geïnformeerd.
3Met het vaststellen van de tussentijdse rapportages autoriseert de gemeenteraad de voorgestelde bijstelling van de investeringskredieten.
4Alleen voor de B-investeringen geldt dat het mogelijk is om een verhoging van een krediet te compenseren door een verlaging van een ander krediet binnen hetzelfde begrotingsjaar.
5Indien er sprake is van een noodzakelijke verhoging van een krediet uit jaar t die niet past binnen het in de begroting beschikbare investeringsvolume voor dat jaar, dan komt het meerdere ten laste van de investeringsruimte van jaar t + 1 of de daarop volgende jaren. Uitgangspunt is dat de kapitaallasten meerjarig worden opgevangen binnen de bestaande investeringsruimte van het financieel meerjarenperspectief.
6De hogere kapitaallasten die samenhangen met een bijstelling als bedoeld in het voorgaande lid dienen bij het opstellen van de eerstvolgende programmabegroting en het daarin opgenomen MIP verwerkt te worden binnen de sluitende (meerjaren)begroting.
7Het is niet mogelijk om investeringskredieten uit het lopende begrotingsjaar te verhogen ten laste van investeringsruimte/vrijval van kredieten uit voorgaande jaren. Hiermee wordt voorkomen dat investeringsruimte uit voorgaande jaren via bijstellingen in de tussentijdse rapportages voortdurend wordt ‘meegesleept’ naar volgende jaren.
Artikel 9. Tussentijdse rapportage en instelling van nieuwe kredieten
1Via de tussentijdse rapportages kunnen in het kader van het verzamelbesluit uitsluitend kredieten voor B-investeringen worden ingesteld. Het instellen van een krediet voor A-investeringen verloopt via een afzonderlijk raadsbesluit.
Artikel 10. Verantwoording van investeringskredieten
1In de jaarverantwoording wordt een onderscheid gemaakt tussen A-investeringen en B-investeringen.
2In de jaarverantwoording wordt van alle lopende investeringen (= alle nog niet afgesloten kredieten) de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.
3De kredieten worden in de jaarverantwoording niet bijgesteld. Over- of onderschrijdingen ten opzichte van de vastgestelde kredieten worden zichtbaar in het kredietenverslag. Het is niet mogelijk over- of onderschrijdingen te vereffenen.
4Eventuele bijstelling van kredieten naar aanleiding van de jaarverantwoording, vindt plaats in de voorjaarsrapportage.
Artikel 11. Afsluiten van investeringskredieten
1Het afsluiten van investeringskredieten vindt jaarlijks plaats via het kredietenverslag bij de jaarverantwoording;
2Om te voorkomen dat kredieten onnodig open blijven staan vindt er jaarlijks bij het opmaken van de jaarverantwoording een interne toets op de openstaande investeringskredieten plaats.
Artikel 12. Onderuitputting kapitaallasten
1Onderuitputting op kapitaallasten vloeit terug naar de algemene middelen.
2Als uitzondering op voornoemde lid gelden:
a.Kapitaallasten met betrekking tot gebonden heffingen waarvoor geldt dat de besteding van de heffingsopbrengsten is gebonden aan een specifieke taak (afvalstoffenheffing, rioolheffing)
b.Stelpost onderwijshuisvesting voorgaande jaren.
Artikel 13. Inwerkingtreding
1Deze nota treedt in werking vanaf 1 januari 2023, met dien verstande dat de Nota activabeleid 2017 nog van toepassing blijft op het verslagleggingsjaar 2022.
2De Nota activabeleid 2017 komt met de inwerkingtreding van deze nota te vervallen.
BIJLAGE I: RELEVANTE WET- EN REGELGEVING
Gemeentewet
Artikel 212
1De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
2De verordening bevat in ieder geval:
a.regels voor waardering en afschrijving van activa;
b.grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
c.regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.
Financiële verordening gemeente Almelo
Artikel 3
Programmabegroting
7Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. Met de vaststelling van de begroting wordt de eerste jaarschijf uit het Meerjaren Investeringplan (MIP) geautoriseerd.
Artikel 7
Jaarstukken
2In de jaarstukken wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
Artikel 8
Financiële positie
3De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting en de financiële positie de specifiek benoemde investeringskredieten.
4Voor politiek-gevoelige en/of beleidsrelevante investeringen waarvan het krediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Artikel 9
Waardering en afschrijving activa
1Voor de waardering en afschrijving van vaste activa wordt gehandeld conform de gemeentelijke Nota activabeleid.
2Het college biedt de raad eens in de vier jaar de Nota activabeleid aan.
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
Artikel 9
1In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen.
2De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij de provincie onderscheidenlijk gemeente niet aan de orde is:
a.lokale heffingen;
b.weerstandsvermogen;
c.onderhoud kapitaalgoederen;
d.financiering;
e.bedrijfsvoering;
f.verbonden partijen;
g.grondbeleid.
Artikel 12
1De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen:
a.wegen;
b.riolering;
c.water;
d.groen;
e.gebouwen.
2Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven:
a.het beleidskader;
b.de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties;
c.de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
Artikel 20
1De uiteenzetting van de financiële positie bevat:
a.een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid dat in de programma’s is opgenomen;
b.een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen, en
c.het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar.
2Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan:
a.de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume;
b.de investeringen; onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut;
c.de financiering;
d.de stand en het gespecificeerde verloop van de reserves;
e.de stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen.
Artikel 33
Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.
Artikel 34
In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
b.kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
c.bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Artikel 35
1In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.investeringen met een economisch nut;
b.investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
c.investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
2Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.
Artikel 44
1Voorzieningen worden gevormd wegens:
a.verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
b.op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c.kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
2Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.
3Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
Artikel 51
In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend
Artikel 52
1In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.gronden en terreinen;
b.woonruimten;
c.bedrijfsgebouwen;
d.grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
e.vervoermiddelen;
f.machines, apparaten en installaties;
g.overige materiële vaste activa.
2In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:
a.de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de investeringen of desinvesteringen;
c.de afschrijvingen;
d.bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
e.afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
f.de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 59
1Alle investeringen worden geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
Artikel 60
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:
a.het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
b.de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
c.het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
d.de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Artikel 61
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:
1er sprake is van een investering door een derde;
2de investering bijdraagt aan de publieke taak;
3de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;
4de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Artikel 62
1Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.
3In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
Artikel 63
1Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
2De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
3De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
4Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
5Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
6In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
7Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
8Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.
Artikel 64
1De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
3Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
4In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
5In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.
6Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Artikel 65
1Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
3Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Stellige uitspraken en aanbevelingen van de commissie BBV
De richtlijnen van de Commissie zijn onderverdeeld naar stellige uitspraken en aanbevelingen.
Met stellige uitspraken geeft de Commissie een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Dit betekent dat verwacht wordt dat stellige uitspraken worden gevolgd. Indien een gemeente toch voor een afwijkende interpretatie kiest (de gemeente is van oordeel dat in haar specifieke omstandigheden een andere lijn beter past en ook ‘BBV-proof’ is), dan moet zij dit expliciet motiveren en kenbaar maken bij de begroting en de jaarstukken.
Bij aanbevelingen gaat het om uitspraken die ‘steun en richting geven aan de praktijk’. De Commissie BBV spoort gemeenten aan om deze aanbevelingen te volgen, omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie).
In de Notitie Materiele Vaste Activa (januari 2020) heeft de commissie BBC de navolgende stellige uitspraken en aanbevelingen gedaan:
Stellige uitspraken
1
Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa, als bedoeld in artikel 35 lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut).
2
Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht vallen onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut).
3
Voor vastgoed met een economische functie is – ingeval van een duurzame waardevermindering - afwaardering verplicht en wordt de toets met behulp van de directe opbrengstwaarde voorgeschreven.
4
Een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit is een schattingswijziging. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven.
4
Een wijziging van de ‘vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven.
5
Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot een stelsel- of schattingswijziging met betrekking tot materiële vaste activa uiterlijk tot het eind (31 december) van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad.
6
Klein- en groot-onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is dus niet van invloed op de bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object en mag daarom niet worden geactiveerd.
7
Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan.
8
Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en de jaarstukken.
9
Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht, indien een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud.
10
In geval van achterstallig onderhoud, waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties, wordt er op basis van artikel 44 lid 1a BBV een voorziening gevormd.
Aanbevelingen
1
De commissie BBV beveelt aan om de wijze waarop met investeringen en afschrijvingen wordt omgegaan vast te leggen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, een nota investeringen of de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. In aanvulling hierop kan een investeringsplan voor het huidige en de komende jaren een bijlage vormen die jaarlijks geactualiseerd wordt.
BIJLAGE II: AFSCHRIJVINGSTABEL
Omschrijving
Afschrijvingstermijn
Immateriële vaste activa
Kosten onderzoek en ontwikkeling
5
Materiële vaste activa
Gronden en terreinen
Grond
n.v.t.
Sportveld kunstgras - onderlaag
30
Sportveld kunstgras - bovenlaag
15
Natuurgrasveld - onderlaag
40
Natuurgrasveld - toplaag
15
Hekwerken
20
Gebouwen - algemeen
Aanschaf/vervaardiging
40
Renovatie, restauratie, en verbouw
25
Woningen en woonwagens
25
Tijdelijke gebouwen
15
Onderwijs - eerste inrichting
20
Dakbedekking - vervangen
30
Dakbedekking - overlagen
15
Bouwkundige voorzieningen algemeen
15
Gebouwen - technische installaties
CV installaties (groot) / warmtepomp
20
Liftinstallatie
25
Liftinstallatie - appendages
10
Zonnepanelen
15
Overige technische installaties
15
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Wegen, fiets- en voetpaden: aanleg vervanging
40
Wegen, fiets- en voetpaden: reconstructie
25
Bruggen: aanleg / vervanging
40
Bruggen: reconstructie
25
Kademuren
40
Openbare verlichting - masten
40
Openbare verlichting - armaturen
20
Verkeersvoorzieningen: verkeersremmende maatregelen
10
Verkeersregelinstallaties
15
Openbaar groen
Plantsoenen/parken/recreatiegebieden: aanleg
40
Bomen
40
Overig groen (incl. reconstructie)
25
Speelvoorzieningen
10
Riolering
Riolering bouwkundige constructies
60
Riolering electrotechnische installaties
15
Riolering mechanische installaties
15
Relining
30
Sporttechnische zaken
Veldafscheidingen
10
Kantplanken
20
Oefenveldverlichting
15
Doelen, ballenvangers
10
Sportvloeren - toplaag/facelift
10
Sportvloeren - renovatie
25
Scheidingswanden
20
Tribunes (sportaccommodaties)
20
Vervoersmiddelen en machines
Personenauto's/bestelauto's
7-9
Vrachtauto's/huisvuilauto's
7-9
Tractoren
7-9
Aanhangwagens
10
Machines gladheidbestrijding
10
Werktuigen en gereedschappen
7
Stemmachines
10
Informatisering & automatisering
Netwerkswitches/firewalls
5
Beeldschermen / dockingstations
5
Werkplekaccesoiers (Toetsenbord/muizen)
5
Servers & storage
4
Laptops/thins clients/ PC's
4
Smartphones/tablets
3
Parkeren
Parkeergarages: aanleg/vervanging
40
Parkeerplaatsen: aanleg/vervanging (tijdelijke voorzieningen)
10
Parkeermeters/parkeerautomaten/camera's
10
Overige
Minicontainers/vloeistofdichte containers
10
Ondergrondse bakken papier/glas 20
20
Immateriële vaste activa
Bijdragen aan activa in eigendom
Afhankelijk van actief
van derden
BIJLAGE III: Benchmark afschrijvingstermijnen
Omschrijving
Termijn
Almelo
Benchmark
Immateriële vaste activa
2017
Hengelo
Enschede
Deventer
Zwolle
Kosten onderzoek en ontwikkeling
5
5
5
4
5
5
Materiële vaste activa
Gronden en terreinen
Grond
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Sportveld kunstgras - onderlaag
30
30
30
30
30-36
30
Sportveld kunstgras - bovenlaag
15
15
10-15
15
10-15
10
Natuurgrasveld - onderlaag
40
40
30
25
40
Natuurgrasveld - toplaag
15
n.v.t.
30
25
-
20
Hekwerken
20
20
10-15
15
25
15
Gebouwen - algemeen
Aanschaf/vervaardiging
40
40
40
40
40
40
Renovatie, restauratie, en verbouw
25
25
25
25
-
20-30
Woningen en woonwagens
25
25
-
-
25
-
Tijdelijke gebouwen
15
15
15
-
15
20
Onderwijs - eerste inrichting
20
20
10-15
10
10
15
Dakbedekking - vervangen
30
n.v.t
25
25
20
15-40
Dakbedekking - overlagen
15
n.v.t
-
-
20
-
Bouwkundige voorzieningen algemeen
15
n.v.t
15
15
-
-
Gebouwen - technische installaties
CV installaties (groot) / warmtepomp
20
n.v.t
10-15
-
20
20
Liftinstallatie
25
15/25
-
-
25
25
Liftinstallatie - appendages
10
15
-
-
-
15
Zonnepanelen
15
n.v.t
-
-
15
20-25
Overige technische installaties
15
15
15
15
-
-
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Wegen, fiets- en voetpaden: aanleg vervanging
40
40
30
40
20-25
30
Wegen, fiets- en voetpaden: reconstructie
25
25
30
-
20-25
30
Bruggen: aanleg / vervanging
40
40
30-50
40
15-25
15-40
Bruggen: reconstructie
25
25
30
-
-
30
Kademuren
40
40
30-50
40
40
30
Openbare verlichting - masten
40
n.v.t
25
40
20
30
Openbare verlichting - armaturen
20
20
25
20
20
30
Verkeersvoorzieningen: verkeersremmende maatregelen
10
10
-
-
-
-
Verkeersregelinstallaties
15
15
15
10
10
15
Openbaar groen
Plantsoenen/parken/recreatiegebieden: aanleg
40
40
25
15
-
30
Bomen
40
n.v.t.
25
25
-
30
Overig groen (incl. reconstructie)
25
20
25
15
-
30
Speelvoorzieningen
10
n.v.t.
10
10
10
10-15
Riolering
Riolering bouwkundige constructies
60
30
30-50
50
40
40
Riolering electrotechnische installaties
15
30
15-30
10
-
15
Riolering mechanische installaties
15
30
15-30
15
-
15
Relining
30
n.v.t
-
20
-
-
Sporttechnische zaken
Veldafscheidingen
10
10
10-15
15
25
15
Kantplanken
20
n.v.t
-
-
-
-
Oefenveldverlichting
15
n.v.t
-
-
15
-
Doelen, ballenvangers
10
10
-
15
25
15
Sportvloeren - toplaag/facelift
10
10
-
15
-
-
Sportvloeren - renovatie
25
25
-
15
-
-
Scheidingswanden
20
n.v.t
-
-
20
-
Tribunes (sportaccommodaties)
20
n.v.t
-
15
25
-
Vervoersmiddelen en machines
Personenauto's/bestelauto's
7-9
7
6-10
5
5
6
Vrachtauto's/huisvuilauto's
7-9
7
6-10
5
-
8
Tractoren
7-9
7
5-10
5
-
-
Aanhangwagens
10
10
5-8
5
10
10
Machines gladheidbestrijding
10
10
6-10
-
-
-
Werktuigen en gereedschappen
7
7
7-15
-
-
-
Stemmachines
10
10
-
-
10
-
Informatisering & automatisering
Netwerkswitches/firewalls
5
5
3-6
3
4
5-7
Beeldschermen / dockingstations
5
5
3-6
3
4
4
Werkplekaccesoiers (Toetsenbord/muizen)
5
5
3-6
3
4
4
Servers & storage
4
4
3-6
3
4
5-7
Laptops/thins clients/ PC's
4
4
3-6
3
4
4
Smartphones/tablets
3
3
3-6
3
3
4
Parkeren
Parkeergarages: aanleg/vervanging
40
40
-
-
-
40
Parkeerplaatsen: aanleg/vervanging (tijdelijke voorzieningen)
10
10
-
10
-
-
Parkeermeters/parkeerautomaten/camera's
10
10
10-15
-
10
7-10
Overige
Minicontainers/vloeistofdichte containers
10
10
-
5
-
-
Ondergrondse bakken papier/glas 20
20
20
-
-
10
-
Immateriële vaste activa
Bijdragen aan activa in eigendom
Afhankelijk van actief
van derden