Hoofdstuk 2 . Beschrijving bodemkwaliteit PFAS
2.1 Regiogemeenten Twente
De algemene bodemkwaliteit ten aanzien van PFAS is beschreven in de bodemkwaliteitskaart PFAS (Twente bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw, projectnummer 1272743, 20 mei 2020). Voor de bodemkwaliteitskaart PFAS is dezelfde zonering aangehouden als de regionale bodemkwaliteitskaart uit 2018. Zo kan de bodemkwaliteitskaart PFAS eenvoudig als aanvulling op de bestaande bodemkwaliteitskaart worden gehanteerd.
Er is één wijziging in de zonering. In de bodemkwaliteitskaart voor de genormeerde stoffen (2018) is de ondergrond van de zones AW2000 en Wonen gecombineerd in één zone. Dit is voor de PFAS-bodemkwaliteitskaart niet het geval.
De zones zijn gekwalificeerd aan de hand van de 80-percentielwaarden (het gehalte waar 80 % van de waarnemingen onder ligt). Deze waarde is ook gebruikt in de bodemkwaliteitskaart voor de genormeerde stoffen. Als deze 80-percentielwaarden (P80) worden getoetst aan de voorlopige nomen uit het THK dan ontstaat de classificering zoals is opgenomen in tabel 2.1. Hierbij is er verschil te zien in de kwaliteit, maar de maximale toepassingsnormen worden in geen van de zones overschreden. Belangrijk is te realiseren dat er getoetst wordt aan voorlopige normen. Naar verwachting worden eind 2020 definitieve normen voor PFAS vastgesteld. De classificering kan dan nog wijzigen.
Tabel 2.1 P80 voor som PFOS, som PFOA en overige PFAS
In tabel 2.1 (laatste kolom) is voor de volledigheid ook de classificering op basis van de genormeerde parameters opgenomen (Regionale bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen + Bos, projectcode ES349-1, 23 maart 2018).
De kaart is opgesteld tot een diepte van 2,0 m-mv. Omdat er dieper dan 2,0 m -mv geen hogere gehalten aan PFAS te verwachten zijn wordt de kwaliteit van de ondergrond voor PFAS ook representatief geacht voor de diepere ondergrond beneden 2,0 m -mv. Dit met uitzondering van de verdachte locaties.
De bodemkwaliteitskaarten PFAS zijn opgenomen in bijlage 2.
2.2 Zandvangers waterschap Vechtstromen
De zandvangers van het waterschap Vechtstromen zijn steekproefsgewijs onderzocht, omdat deze ook zijn opgenomen in de bodemkwaliteitskaart uit 2018. Uit het onderzoek blijkt dat bij twee van 40 zandvangers gehalten boven de maximale toepassingsnorm zijn aangetroffen. In 37 zandvangers liggen de gehalten beneden de voorlopige achtergrondwaarden. De aangetroffen kwaliteit ten aanzien van PFAS is echter slechts een momentopname. Vanwege de mobiliteit van PFAS en het grote hechtingsvermogen van baggerspecie kan de kwaliteit variëren. De werkwijze van de bodemkwaliteitskaart voor PFAS leent zich dan ook minder goed voor de kwalificatie van zandvangers. Voorgaande constatering heeft geleid tot aanvullende maatregelen voor de toepassing van vrijkomend materiaal uit deze zandvangers (zie paragraaf 5).
Bijlage 3 – Checklist mogelijk verdachte locatie
De regiogemeente Twente hebben op basis van beschikbare bodemonderzoeken een bodemkwaliteitskaart opgesteld voor de parameters uit het standaardpakket en PFAS. Deze kaart geeft een inschatting van de bodemkwaliteit ter plaatse van onverdachte gebieden/terreinen binnen de gemeente. Onder voorwaarden (zie Nota bodembeheer en Notitie beleidsregels PFAS) is het mogelijk om op basis van deze bodemkwaliteitskaarten grond te ontgraven en elders toe te passen zonder dat een bodemonderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Eén belangrijke voorwaarde is dat u 5 werkdagen voor het toepassen van grond dit meld bij het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. Bij elke melding moet u deze checklist toevoegen.
Onverdachte locatie
Een voorwaarde voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart is dat hier sprake is van een onverdachte locatie. Hiermee wordt bedoeld dat op de locatie geen activiteiten worden/zijn uitgevoerd die de bodem hebben kunnen verontreinigen. Bij elke melding controleert de gemeente op basis van het informatiesysteem en het archief of er sprake is van een onverdachte ontgravingslocatie. Daarnaast dient u de onderstaande vragen te beantwoorden.
Adres
Ontgravingslocatie
Toepassingslocatie
Vragen over ontgravingslocatie
1Heeft sloop van gebouwen plaatsgevonden?
ja
nee
onbekend
2Is een puinpad, erfverharding of funderingslaag aanwezig?
ja
nee
onbekend
3Heeft een calamiteit (vb. morsen) of brand plaatsgevonden?
ja
nee
onbekend
4Is op de locatie of in de nabije omgeving gebruik
gemaakt van asbesthoudende materialen (ook in gebouwen)?
ja
nee
onbekend
5Is in het verleden sprake geweest van ophoging of demping?
ja
nee
onbekend
6Hebben bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden, bijvoorbeeld de (voormalige) aanwezigheid van
ondergrondse tanks?
ja
nee
onbekend
7Heeft er eerder onderzoek of sanering op de locatie plaatsgevonden?
ja
nee
onbekend
8Is er sprake van een risicolocatie (binnen 25 m) voor PFAS conform de door de gemeente gehanteerde lijst (opvragen bij gemeente). Of is anderszins bekend dat er met PFAS is gewerkt zoals het blussen van een brand met
schuim?
ja
nee
onbekend
Indien u één van de bovenstaande vragen met Ja heeft beantwoord moet u dit in het navolgende opmerkingenvak nader toe te lichten. Het is ook mogelijk om aanvullende informatie (een bodemonderzoek) digitaal aan deze melding toe te voegen aan de melding.
Zelf verantwoordelijk
De gemeente behoudt het recht om alsnog een historisch onderzoek of bodemonderzoek te verlangen als twijfel bestaat of het een overdachte locatie betreft. Het is uw keus of u gebruik maakt van de bodemkwaliteitskaart of een bodemonderzoek laat uitvoeren. Als tijdens graafwerkzaamheden een verontreiniging wordt aangetroffen moet u direct contact opnemen met de Omgevingsdienst Twente.
Opmerkingen