Gemeentelijke regelgeving

Welstandsnota Alkmaar 2016

Gemeente Alkmaar · geldt sinds 14 mei 2022

Aanhef

De raad van de gemeente Alkmaar;

gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlage nr. 2016-1091;

gelet op het advies van de commissie Ruimte

b e s l u i t

-de Welstandsnota Alkmaar 2013, zoals vastgesteld op 16-05-2013, in te trekken,

-de Welstandsnota Graft-De Rijp 2012, zoals vastgesteld in oktober 2003 met een herziening in 2008 en een herziening (t.g.v. Wabo) in 2012, in te trekken,

-de Welstandsnota Schermer 2002 zoals vastgesteld op 27-02-2002, in te trekken,

-de Welstandsnota Alkmaar 2016 vast te stellen, met uitzondering van pagina 32 “Kleine Windtubines”. Deze tekst in de nota te vervangen door:

“Alkmaar kent op moment van het vaststellen van de Welstandsnota 2016, d.d. 26 september 2016, géén kadernota kleine windturbines. Derhalve is de tekst over voorwaarden en eisen verwijderd. En verwijst dit artikel naar de (in een later stadium) vast te stellen Kadernota Kleine Windturbines”.

Bijlage 1 Begrippenlijst

Onderstaande verklarende woordenlijst is geschreven voor een beter begrip van de welstandsnota (aan eventuele verschillen met definities in ander beleid kunnen geen rechten worden ontleend).

Aanbouw grondgebonden ondergeschikte toevoeging van één bouwlaag

Aangekapt met kap bevestigd aan dakvlak

Achterkant het achtererf, de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw en het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied

Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen

Authentiek overeenstemmend met het oorspronkelijke, origineel, eigen kenmerken dragend, oorspronkelijk

Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen

Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter

Beschot afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen

Bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn vastgelegd

Bijgebouw ondergeschikt gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage

Blinde muur of gevel muur of gevel zonder raam, deur of andere opening

Borstwering lage dichte muur tot borsthoogte

Boeibord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal

Boerderij gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis

Bouwblok een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt

Bouwlaag verdieping van een gebouw, door vloeren of balklagen begrensd

Bovenbouw het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels

Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd

Buurtschap verzameling woningen of boerderijen buiten de bebouwde kom

Carport afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning

Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht

Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak

Dakkapel uitbouw op een hellend dakvlak

Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert

Dakraam raam in een hellend dak

Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam

Detaillering uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen of aansluitingen

Drager en invulling de drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden)

Ensemble architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden

Erf het perceel exclusief hoofdgebouwen, waarbij voor kleine bouwwerken onderscheid te maken is tussen erven aan een voorkant en aan een achterkant

Erker ondergeschikte toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in hout en glas

Flat groot kantoorof woongebouw met meerdere verdiepingen

Galerij gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen

Geleding verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen

Gepotdekseld gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan

Gevel buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zijof achtergevel)

Gootklos in de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot

Groengebied gebied met veel beplanting zoals parken, plantsoenen, sportterreinen en natuurgebieden

Hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken

Hoogbouw gebouwen van meer dan vier lagen

Individueel gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw

Industriebebouwing gebouwen met een industriële bestemming

Industriegebied gebied bestemd voor de vestiging van industrie

Kavel grondstuk, kadastrale eenheid

Kern centrum van een dorp of stad

Klossen uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten

Kop in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw

Laag zie bouwlaag

Laagbouw gebouwen van één of twee lagen

Lak afwerklaag van schilderwerk

Landelijk gebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied

Latei draagbalk boven gevelopening

Lessenaardak dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak

Lichtkoepel raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel

Lijst een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel

Lineair rechtlijnig, langgerekt

Lint langgerekte weg met daarlangs overwegend vrijstaande bebouwing in een gegroeide structuur met variërende dichtheden. Linten komen voor in de polders, langs dijken en in de dorpen (oude invalswegen).

Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur

Maaiveld bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht

Mansardekap dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat

Massa volume van een gebouw of bouwdeel

Metselverband het zichtbare patroon van metselwerk

Middelhoogbouw gebouwen van drie of vier lagen

Middenstijl verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn

Monument aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan of aangewezen onroerend goed als bedoeld in de gemeentelijke Monumentenverordening

Negge het vlak of de maat tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn

Nok horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak

Onderbouw het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak

Ondergeschikt voert niet de boventoon

Ontsluiting de toegang tot een terrein of een gebouw

Oriëntatie de richting van een gebouw

Oorspronkelijk origineel, aanvankelijke vorm, authentiek

Orthogonaal rechthoekig

Overstek bouwdeel dat uitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel

Paneel rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting

Peil

a.voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang.

b.in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

Piramidedak dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar bovenaan in een punt ontmoeten

Plaatmateriaal bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel)

Planmatige bebouwing groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan

Plint een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw

Portiek gemeenschappelijk trappenhuis

Profilering omtreklijn van een gebouw of gebouwdeel

Renovatie vernieuwing van een gebouw

Rijtjeshuis huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen

Ritmiek regelmatige herhaling

Rollaag horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand

Rooilijn lijn die de grens aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden

Sanering herinrichting door middel van sloop en vervangende nieuwbouw

Schilddak dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken

Schuur bijgebouw ten behoeve van opslag

Situering de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving

Stads- en dorpsvernieuwing maatregelen voor de verbetering of vervanging van bebouwing en de openbare ruimte daaromheen

Stijl architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of een bepaalde stroming

Textuur de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk)

Trendsetter een plan dat in vergelijkbare situaties als uitgangspunt gehanteerd kan worden

Voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk

Voorkant het voorerf, de voorgevel en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw en het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied

Windveer plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen

Wolfseind meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft

Zadeldak dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen

Bijlage 2 Algemene criteria

De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Deze criteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling, omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden voor de planbeoordeling. Deze criteria zijn opgesteld door voormalig Rijksbouwmeester prof.dr.ir. Tjeerd Dijkstra.

Toepassing

In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expli ciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan (slaafs) is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggegrepen op de algemene welstandscriteria. De commissie kan burgemeester en wethouders in zo’n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.

Relatie tussen vorm, gebruik en constructie

Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft.

Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm.

Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong.

Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die hun invloed kunnen hebben zoals de omgeving en de associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele context.

Maar als de vorm in tegenspraak is met het gebruik en de constructie dan verliest zij daarmee aan begrijpelijkheid en integriteit.

Relatie tussen bouwwerk en omgeving

Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.

Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een openbare context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan.

Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen.

Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context

Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.

Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd.

Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang.

In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, maar bij nieuwof verbouw in bestaande (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te ‘begrijpen’ als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.

Evenwicht tussen helderheid en complexiteit

Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.

Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie.

Schaal en maatverhoudingen

Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen.

Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar wáárom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen.

Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben.

De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.

Materiaal, textuur, kleur en licht

Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.

Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.

Bijlage 3 Welstandsnota Alkmaar, Actualisatie 2022

De raad van de gemeente Alkmaar;

Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 15-03-2022;

Gelet op het advies van de commissie: Ruimte;

Gelet op het bepaalde in artikel 12a van de Woningwet;

B e s l u i t

De volgende beeldwaliteitplannen en aanvullende welstandscriteria in te trekken:

-Bedrijventerrein Beverkoog, beeldkwaliteitsplan & welstandcriteria, november 2012, vastgesteld 16 mei 2013

-Stationsgebied Traverse, het station in relatie tot de omgeving, maart 2013, vastgesteld 7 maart 2013

-Een Havenkwartier voor Alkmaar, welstandscriteria voor de Schelphoek, september 2005, vastgesteld 31 oktober 2005

-Welstandcriteria voor de Schelphoek, november 2007, vastgesteld 10 januari 2008

-Jaagpad-deel 1 (West en midden), welstandcriteria, oktober 2010, vastgesteld 6 juli 2011

-Lauwershof, Beeldkwaliteitplan & Welstandcriteria, vastgesteld 10 september 2009

-Brede School-Vitaal Graft-De Rijp, Stedenbouwkundig plan en welstandcriteria, vastgesteld 21 januari 2013

De Welstandsnota Alkmaar, Actualisatie 2022 vast te stellen, als onderdeel van de Welstandsnota Alkmaar 2016.

1Inleiding

Op 26 september 2016 is de Welstandsnota Alkmaar vastgesteld door de gemeenteraad van Alkmaar. Sindsdien hebben verschillende ruimtelijke ontwikkelingen plaatsgevonden, zijn nieuwe inzichten ontstaan en is wet- en regelgeving veranderd. Dat is aanleiding voor een actualisatie, met enkele technische aanpassingen als gevolg. Deze aanpassingen zijn opgenomen in voorliggend document. Bij elke aanpassing wordt verwezen naar de betreffende pagina van de vastgestelde welstandsnota.

De gemeente Alkmaar heeft een online Omgevingsviewer (alkmaar.omgevingsviewer.nl) waarop het welstandsbeleid is opgenomen. Hiermee zijn de verschillende welstandsniveaus en -gebieden op adres raadpleegbaar. De technische aanpassingen worden integraal doorgevoerd in deze viewer. Daarbij zijn ook alle gekoppelde beeldkwaliteitsplannen per gebied inzichtelijk gemaakt in de viewer en is dit document ‘Welstandsnota Alkmaar, Actualisatie 2022’ samen met de vastgestelde Welstandsnota Alkmaar 2016 via de viewer te downloaden.

Dit document ‘Welstandsnota Alkmaar, Actualisatie 2022’ wordt apart vastgesteld als onderdeel van de Welstandsnota Alkmaar 2016 conform artikel 12a van de Woningwet.

Relatie met de Omgevingswet

De vastgestelde welstandsnota inclusief de technische aanpassingen blijft voorlopig van toepassing na het inwerking treden van de Omgevingswet. Op dat moment krijgt de nota automatisch de status van ‘beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken’ als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dat is geregeld met het overgangsrecht.

Na het in werking treden van de Omgevingswet krijgen de gemeente te maken met een tijdelijk omgevingsplan bestaande uit alle bestemmingsplannen e.d. en de zogenaamde bruidsschat. Dit zijn de rijksregels die overgeheveld worden naar het gemeentelijk omgevingsplan, waaronder bijvoorbeeld de weigeringsgrond voor bouwwerken die niet voldoen aan redelijke eisen van welstand. Er zal (vooralsnog) een overgangsperiode gaan gelden tot 31 december 2029. Op die datum moeten alle regels uit het tijdelijke deel worden opgenomen in een nieuw omgevingsplan. Dat geldt ook voor de regels over het uiterlijk van bouwwerken (welstand). De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het nieuwe omgevingsplan een koppeling te maken met een aparte beleidsregel, zoals de huidige welstandsnota (artikel 4.19 Ow).

Overigens hoeven de beleidsregels niet beperkt te zijn tot het uiterlijk van bouwwerken. Bij een eventuele inhoudelijke vernieuwing van het kwaliteitsbeleid, kan ook gewerkt worden aan integraal beoordelingskader voor omgevingskwaliteit, waaronder erfgoed, stedenbouw, landschap en ook het uiterlijk van bouwwerken.

2Welstandsgebieden en -niveaus

Vanwege het vervallen en aanwijzen van ontwikkellocaties en aanpassingen in gebiedstyperingen zijn de overzichtskaarten op pagina 22 (welstandsniveaus) en 34 (welstandsgebieden) aangepast.

Kaart Welstandsniveaus (pagina 22)

Er zijn meerdere ontwikkellocaties aangewezen en vervallen ten opzichte van de in 2016 vastgestelde welstandsnota.

Nieuwe en gecorrigeerde ontwikkellocaties

Vervallen ontwikkellocaties

•Zone bedrijvenpark ‘de Etalage’ aan gebied Boekelermeer Zuid.

•Ziekenhuisterrein Noordwest Ziekenhuisgroep

•Koelmalaan 310

•Alkmaars Kanaal met deelgebieden Viaanse Molen, RWZI, Overstad, Oudorp en Overdie

•Stationsgebieden

•Bedrijventerrein Beverkoog

•Woongebied De Schelphoek

•Jaagpad West en Midden

Bovenstaande vervallen ontwikkellocaties hebben nu een regulier welstandsniveau.

Kaart Welstandsgebieden (pagina 34)

Een aantal gebieden zijn veranderd in gebiedstype.

Gebied

Wijziging gebiedstype

•De Schelphoek

•Zone bedrijvenpark ‘de Etalage’ (Boekelermeer)

•Jaagpad West en Midden (gedeelte)

•Van multifunctioneel gebied naar thematische wijk.

•Van groen, sport en recreatie naar bedrijven en industrie.

•Van bedrijven en industrie naar thematische wijk.

Op de volgende pagina’s zijn de nieuwe overzichtskaarten opgenomen.

3Beeldkwaliteitsplannen en aanvullende welstandscriteria

Voor ontwikkellocaties bevat de nota geen nadere uitwerkingen. Hier gelden de beginselen zoals beschreven in de algemene welstandscriteria op pagina 20 (hoofdstuk 2) van de vastgestelde welstandsnota. Eventuele beeldkwaliteitsplannen kunnen worden gezien als een uitwerking van het gebiedskarakter en richtlijnen voor de interpretatie van de algemene welstandscriteria. In sommige gevallen worden ook aanvullende welstandscriteria vastgesteld. De beeldkwaliteitsplannen of aanvullende criteria gaan in procedure veelal gelijk op met de stedenbouwkundige plannen en worden als aanvulling op de welstandsnota vastgesteld. Alle genoemde beeldkwaliteitsplannen en aanvullende welstandscriteria van voor 2016 zijn in het kader van de fusie van de gemeenten Alkmaar en Schermer en Graft - de Rijp op 12 november 2015 opnieuw door de gemeenteraad vastgesteld (harmonisatie van beleid).

Sinds de vaststelling van de welstandsnota in 2016 zijn enkele nieuwe beeldkwaliteitsplannen en criteria vastgesteld. Daarnaast zijn enkele beeldkwaliteitsplannen of criteria niet meer van toepassing omdat de betreffende ontwikkeling inmiddels is gerealiseerd en/of niet langer actueel is. Hierna volgt een overzicht.

Bedrijventerrein Beverkoog (2013)

Het beeldkwaliteitsplan voor het bedrijventerrein Beverkoog is in 2013 opgesteld vanwege een gewenste kwaliteitsimpuls bij de revitalisering van het bedrijventerrein. De revitalisering is inmiddels afgerond en er is geen sprake meer van een ontwikkellocatie maar van een regulier welstandsgebied.

Aanpassingen

•Kaart pagina 22: het gebied bedrijventerrein Beverkoog heeft een regulier welstandsniveau in plaats van de aanduiding ontwikkellocatie.

•De hierna volgende gebiedsuitwerking wordt als aanvulling opgenomen in de welstandsnota na pagina 211:

Gebied 14D Beverkoog

Beschrijving

De Beverkoog ligt aan de noordzijde van Alkmaar en is ingesloten tussen het dorp Sint Pancras (gemeente Langedijk) en woongebied Nollen-oost in het westen en door het Kanaal Omval-Kolhorn en Westerweg N242 in het oosten. Tussen de woningbouw aan de westzijde en het terrein ligt de groenstrook De Nollen en de spoorlijn naar Heerhugowaard. Aan de zuidkant grenst het terrein aan de Nollenweg N508 en aan de noordkant aan de kruising van het spoorlijn met het kanaal. Het bedrijventerrein wordt volledig door water omringd en heeft hierdoor een duidelijk kader.

De Beverkoog beschikt over één hoofdontsluitingsweg, de Berenkoog, welke op enkele plekken een laanachtige structuur heeft. De Berenkoog sluit aan op de Nollenweg (provinciale weg N508) en op de N242. Aan de westzijde van de Beverkoog ligt de spoorlijn Alkmaar-Schagen. Het station Alkmaar-Noord is aan de overzijde van de N508 gelegen. De Berenkoog is de centrale as op het bedrijventerrein waaraan meerdere ontsluitingslussen zijn aangesloten. Vanaf de Berenkoog bevinden zich ook enkele toegangen tot de groenstrook De Nollen, waar fiets- en wandelroutes doorheen lopen.

De bedrijven in de Beverkoog behoren tot bedrijfstakken en branches variërend van productie, handel en bouwnijverheid tot transport en dienstverlening. Naast de herkenbare, representatieve, showrooms van autodealers in het zuiden wordt het terrein gekenmerkt door een redelijk grote hoeveelheid productiehallen. Veel van de bedrijfsbebouwing zijn opgebouwd met gemetselde gevels of plaatmateriaal zoals damwandprofielen. Aan de voorzijde bevindt zich meestal het kantoorgedeelte, dat van verschillend materiaal is opgetrokken. De hoogte van de bedrijfsbebouwing is beperkt. De meeste gevels zijn opgetrokken op de rooilijn, zodat over het algemeen wel een rustig beeld is ontstaan.

Uitgangspunten

Bedrijventerrein Beverkoog is een regulier welstandsgebied. Het gebied wordt gekenmerkt door een duidelijke hoofdstructuur, de Berenkoog. Langs deze structuur is de groenstrook De Nollen nog goed zichtbaar en voelbaar. Het behouden en waar mogelijk versterken van de relatie tussen de Beverkoog en het recreatieve groengebied de Nollen is een belangrijk uitgangspunt. De Beverkoog heeft twee belangrijke entrees; aan de noordzijde bij de Westerweg (N242) en aan de zuidzijde bij de Nollenweg (N508). Bij deze entrees en langs de Beverkoog is de representativiteit van bebouwing belangrijk.

Belangrijkste kenmerken

•per kavel is er één hoofdmassa, waarvan de gevels gericht op belangrijke openbare ruimten zijn uitgevoerd als voorgevels

•gebouwen zijn overwegend vrijstaand en individueel

•de hoofdmassa is in de regel eenduidig, representatieve delen zoals kantoren staan aan de straatzijde

•de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen bescheiden, evenwichtig, gevarieerd en sober en soms representatief (met name de showrooms)

•gevels bestaan uit materialen met een structuur, zoals baksteen, hout of plaatmateriaal

•grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur, kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang

•wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume

•hekwerken worden verzorgd uitgevoerd met spijlen (in een donkergroene tint). Behalve grenzend aan openbaar gebied, hier worden geen hekwerken toegepast.

•parkeerplaatsen kennen een groene afzooming

Stationsgebied Traverse (2013)

In 2009 zijn voor de noordzijde van station Alkmaar CS een beeldkwaliteitsplan en welstandscriteria vastgesteld. In 2013 zijn voor de nieuwe stationsbebouwing met traverse aanvullende uitgangspunten vastgesteld voor de vormgeving, het programma, de beeldkwaliteitseisen en de welstandscriteria. Het beeldkwaliteitplan 'Stationsgebied Traverse, het station in relatie tot de omgeving (maart 2013)' wordt ingetrokken, omdat de bouw van de traverse is voltooid.

Op dit moment werkt de gemeente samen met NS Stations aan een nieuw ontwikkelbeeld voor het stationsgebied. Het ontwikkelgebied wordt uitgebreid met een deel van de Wognumsebuurt en Zocherbuurt. Het stationsgebied maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van het Alkmaars Kanaal. Het in 2009 vastgestelde BKP en welstandscriteria blijven (vooralsnog) van toepassing.

Aanpassingen

-Kaart pagina 22: de aanduiding ontwikkellocatie wordt aangepast op basis van het concept Ontwikkelbeeld Stationsgebied.

Schelphoek (2008)

In 2005 zijn voor de ontwikkeling van het gebied van voormalig industrieterrein naar woningbouw voor de Schelphoek afzonderlijke welstandcriteria vastgesteld. In 2008 zijn deze criteria aangepast en aangevuld, vanwege een aanpassing in de bouwplannen. De ontwikkelingen zijn afgerond. Er is geen sprake meer van een ontwikkellocatie maar van een regulier welstandsgebied. Het gebied wordt aangeduid als thematische wijk in de welstandsnota.

Aanpassingen

•Kaart pagina 22: Het gebied Schelphoek heeft een regulier welstandsniveau in plaats van de aanduiding ontwikkellocatie.

•Kaart pagina 34: Het gebied Schelphoek is getypeerd als thematische wijk in plaats van multifunctioneel gebied.

•De hierna volgende gebiedsuitwerking wordt als aanvulling opgenomen in de welstandsnota na pagina 189:

Gebied 10h De Schelphoek

Beschrijving

De Schelphoek wordt gezien als deel van de binnenstad met de kenmerkende complexiteit van activiteiten, functies en gebouwen. De Turfmarkt en Schelphoekgracht voegen een nadrukkelijke watersfeer toe aan de Schelphoek. De Turfmarkt vormt de schakel tussen de historische binnenstad en het nieuwe woongebied. De Voormeer, met zijn stadsfront aan de bocht van het Noordhollands Kanaal, en de informele Singelstrook zijn karakteristiek te noemen.

Er is sprake van een eigentijdse architectuur en openbare ruimte met respect voor watersfeer. De bebouwing is gevarieerd in typologie, hoofdvormen en kleur- en materiaalgebruik. Het wijkje heeft over het algemeen een stedelijke uitstraling. Er zijn geen echte groene voortuinen, maar wel groenvoorzieningen in de openbare ruimte.

Uitgangspunten

De Schelphoek is aangeduid als regulier welstandsgebied. De ligging in/aan de binnenstad maakt aansluiting op de binnenstad belangrijk, waarbij het beeld van de Korte Vondelstraat, passantenhaven en de singelbebouwing belangrijke onderdelen zijn. Uitgangspunt voor welstand is het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De nadruk ligt ook op het aanzien van de openbare ruimte. Per cluster is met name de herkenbare samenhang tussen de bouwvolumes en architectuur van belang. Dit geldt ook voor op- en aanbouwen.

Belangrijkste kenmerken

•gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral het onderscheid tussen de clusters en de variatie in de openbare ruimte van belang zijn

•bouwmassa’s en hoofdvormen zijn per cluster bepaald en vertonen een grote mate van samenhang, waarbij in het plan van de wijk op sommige punten gekozen is voor een variatie

•de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd

•materialen en kleuren zijn bepalend voor de architectuur

Bedrijventerrein Boekelermeer (2013)

In 2013 is een nieuw beeldkwaliteitsplan vastgesteld, deels ter vervanging van het in 2002 vastgestelde en in 2007 aangevulde beeldkwaliteitsplan Boekelmeer Zuid 2. De ontwikkeling is nog niet afgerond. Op de overzichtskaart op pagina 22 (welstandsniveaus) is per abuis de ‘Zone bedrijvenpark - de Etalage’ niet als ontwikkellocatie aangegeven. Voor dit gebied gelden het in 2002 vastgestelde en in 2007 aangevulde beeldkwaliteitsplan Boekelmeer Zuid 2. Criteria uit 2013 gelden voor de rest van het gebied.

Aanpassingen

•Kaart pagina 22: Het gebied ‘Zone bedrijvenpark - de Etalage’ heeft de aanduiding bedrijven en industrie in plaats van groen, sport en recreatie.

•Kaart pagina 34: Het gebied ‘Zone bedrijvenpark - de Etalage’ heeft de aanduiding ontwikkellocatie.

Jaagpad deel 1 (West en Midden) en deel 2 (Oost) (2010)

In 2010 zijn welstandscriteria vastgesteld voor het Jaagpadgebied. De ontwikkeling Jaagpad West en Midden (deel 1) is ondertussen afgerond. De herontwikkeling van Jaagpad Oost is nog niet afgerond, daarvoor blijven de in 2010 vastgestelde welstandscriteria vooralsnog van toepassing.

Aanpassingen

•Kaart pagina 22: Het gebied Jaagpad West en Midden (deel 1) heeft een regulier welstandsniveau in plaats van de aanduiding ontwikkellocatie.

•Kaart pagina 34: Het gebied Jaagpad West en Midden (deel 1) is getypeerd als thematische wijk.

•De hierna volgende gebiedsuitwerking wordt als aanvulling opgenomen in de welstandsnota na pagina 189:

Gebied 10i Jaagpad

Beschrijving

Aan de noordzijde van het Noordhollands kanaal ligt een relatief smalle strook die begrensd wordt door enerzijds het kanaal en anderzijds de Schermerweg (de historische Westfriese Omringdijk). Ten noorden van de Schermerweg ligt het bedrijventerrein Oudorp, waarvan enkele bedrijven gebruik maken van de Schermerweg voor de ontsluiting.

Ten westen wordt het gebied begrensd door het Schermereiland, de buurten Hondsbosch en Veneetse eiland. Het totale gebied wordt aangeduid als Jaagpadgebied (verwijzend naar de historische context). De ontwikkeling van het westelijke deel is afgerond. Dit deel sluit aan op de historische binnenstad. Het deel ten oosten van de Scheepsjagerstraat is nog in ontwikkeling, en is onderdeel van de ontwikkeling van het Alkmaars Kanaal in aansluiting op deelgebied Oudorp.

Gebied

Er is sprake van een ordelijke stedenbouwkundige structuur, waarin clusters woningen zijn gerealiseerd met ieder een eigen plek en een herkenbaar architectuurthema. De bebouwingshoogte van de solitaire bebouwing reageert op het stedelijke karakter en de schaal van het kanaal. Daarnaast wordt de lijn die het kanaal door de stad vormt versterkt door de bebouwing die het kanaal begeleidt.

Het begin en het eind van het terrein worden met hoogte-accenten versterkt, die tevens als oriëntatiepunten voor de stad gaan functioneren. De transparantie wordt bereikt door openheid tussen de bebouwing, vooral ter hoogte van de groene corridors. Parkeren maakt onderdeel uit van de gebouwen en is vanaf de openbare ruimte niet of nauwelijks waarneembaar (geen blinde gevels op de begane grond). Alleen aan de kant van de dijk kan op maaiveld geparkeerd worden.

De uitstraling van de bebouwing refereert naar het industriële verleden van de locatie. Dit komt onder andere tot uitdrukking in vormgeving van de bebouwing in bijvoorbeeld een heldere compositie van de massa’s en robuust materiaal gebruik.

Doordat de gebouwen als losse solitairen op de woonkade zijn geplaatst is een alzijdigheid van de bebouwing vereist.

Uitgangspunten

Voor het westelijk deel van het Jaagpadgebied is een regulier welstandsniveau van toepassing. De waarde ligt vooral in de stedenbouwkundige structuur, de herkenbare architectuur en ligging aan het kanaal. Uitgangspunt voor welstand is het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De nadruk ligt op het aanzien van de openbare ruimte, waarbij moet worden aangetekend dat een deel van de gebouwen aan meerdere zijden grenst aan straten, water of groen.

Overig beleid

Voor Jaagpad Oost geldt een ontwikkelingskader.

Belangrijkste kenmerken

•gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon langs het kanaal, waarin vooral het onderscheid tussen de clusters en de variatie in de openbare ruimte van belang zijn

•bouwmassa’s vertonen een grote mate van samenhang, waarbij op sommige punten gekozen is voor een variatie in hoogte en gevelindeling en kleurkeuze

•er is veelal sprake van een alzijdige oriëntatie

•de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en vertonen een sterke samenhang

•materialen en kleuren zijn bepalend voor de architectuur

Lauwershof (2009)

Voor Lauwershof zijn in 2009 een beeldkwaliteitsplan en aanvullende welstandscriteria opgesteld ten behoeve van de herontwikkeling van het verpleeghuis naar een woongebied met uiteenlopende woonvormen gecombineerd met zorg en dienstverlening. Het stedenbouwkundig plan wordt niet meer uitgevoerd en het beeldkwaliteitsplan is niet meer actueel. De welstandscriteria zijn reeds geborgd in de welstandsnota, gebied 8d Oudorp Oost.

Aanpassingen

•Het beeldkwaliteitsplan en aanvullende welstandscriteria Lauwershof (2009) zijn niet meer van toepassing als formeel toetsingskader.

Ziekenhuisterrein noordwest Ziekenhuisgroep (2017)

Om optimaal te blijven functioneren in de toekomst, dient het ziekenhuisterrein van Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaarderhout te worden vernieuwd. Het gebied is daarom aangewezen als ontwikkellocatie. Voor het ziekenhuisterrein is door de gemeenteraad op 14 december 2017 een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan vastgesteld.

Aanpassingen

•Kaart pagina 22: Het ziekenhuisterrein heeft de aanduiding ontwikkellocatie.

•De hierna volgende tekst wordt als aanvulling opgenomen in de welstandsnota op pag. 70 bij de uitgangspunten (gebied 2, Westerhoutkwartier):

Overig beleid

Het ziekenhuisterrein is aangewezen als ontwikkellocatie.

Brede School-Vitaal Graft-De Rijp (2013)

Voor de Brede School-Vitaal Graft-De Rijp zijn in 2013 een stedenbouwkundig plan en welstandcriteria opgesteld. De Brede School is ondertussen gerealiseerd. Het plan en de criteria zijn daarom niet meer van toepassing.

Aanpassingen

•Het beeldkwaliteitsplan en welstandscriteria Brede School-Vitaal Graft-De Rijp (2013) is niet meer van toepassing als formeel toetsingskader.

Koelmalaan 310 (2019)

Het plangebied is aangewezen als ontwikkellocatie voor woningbouw. Hiervoor is een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld.

Aanpassingen

•Kaart pagina 22: Het gebied heeft de aanduiding ontwikkellocatie.

•De hierna volgende tekst wordt als aanvulling opgenomen in de welstandsnota op pag. 151 bij de uitgangspunten (gebied 8b Nieuw Overdie en Kooimeer)

Overig beleid

Voor het winkelcentrum aan de Geert Groteplein en omgeving geldt een ontwikkelingskader. Ook het perceel aan de Koelmalaan 310 is aangewezen als ontwikkellocatie voor woningbouw.

Omgevingsbeeld ‘Alkmaars Kanaal’ en ontwikkelbeelden deelgebieden (2019)

Het Alkmaars Kanaal wordt getransformeerd tot een aantrekkelijke stedelijke leefomgeving met ruimte voor wonen, werken en recreëren. Op 4 juli 2019 zijn het Omgevingsbeeld Kanaalzone en de ontwikkelbeelden Viaanse Molen, RWZI, Overstad, Oudorp en Overdie vastgesteld. Deze vormen inspirerende ruimtelijke kaders voor de herontwikkeling van de zone langs het Alkmaars kanaal.

Aanpassingen

•Kaart pagina 22: Het gebied ‘Alkmaars Kanaal’ heeft de aanduiding ontwikkellocatie.

Alkmaar, 21 april 2022

De raad van Alkmaar

mw.drs. A.M.C.G. Schouten, burgemeester

mw.mr. V.H. Hornstra, griffier

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.