1. Inleiding
1.3 Relevante ontwikkelingen
1.3.1 Wet VTH
In de Wet VTH is de vernieuwing van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving vastgelegd. Deze wet legt de basis voor de omgevingsdiensten en het basistakenpakket omgevingsrecht dat zij uitvoeren. De Wet VTH is de verankering van de afspraken tussen de rijksoverheid, de provincies en gemeenten om vergunningverlening, toezicht en handhaving van het omgevingsrecht te verbeteren en te borgen. Gemeenten dienen een kwaliteitsverordening op te stellen, waarin de gewenste kwaliteit van de vergunningverlening en handhaving van hun omgevingstaken worden opgenomen.
De Wet VTH betreft een wijziging van de Wabo. Daarom is het Besluit omgevingsrecht (Bor) aangepast. Hierin zijn verschillende proceseisen die al verplicht waren voor handhaving, ook verplicht gesteld voor vergunningverlening. Het gaat dan onder meer om het opstellen van een beleidsnota en uitvoeringsplan. Onder de Omgevingswet blijven deze eisen vergelijkbaar. Met de VTH-beleidsnota geven wij uitvoering aan deze verplichting.
1.3.2 Omgevingswet
De Omgevingswet behelst een grootschalige transitie van het Omgevingsrecht. Na herhaald uitstel treedt de Omgevingswet vooralsnog op 1 januari 2024 in werking. De wijzigingen in wet- en andere regelgeving vereisen een nieuwe manier van werken van overheden. Namelijk meer integraal, participatief, digitaal en gebruikmakend van lokaal maatwerk. De verantwoordelijkheid voor de leefomgeving wordt een (nog) meer gedeelde verantwoordelijkheid en dat komt onder meer tot uiting in de nadruk op participatie. Het nieuwe participatiebeleid van de gemeente sorteert hierop voor. De gemeente pakt de implementatie van de Omgevingswet programmatisch aan. Vanuit het programma worden alle acties ter voorbereiding op deze wet gecoördineerd.
1.3.3 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) strekt tot het verbeteren van de bouwkwaliteit door het versterken van de privaatrechtelijke positie van de gebruiker van een bouwwerk. Binnen het nieuwe stelsel is de aanvrager van de omgevingsvergunning als eerste verantwoordelijk om aan te tonen dat het bouwwerk voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Het bevoegd gezag heeft bij het toetsen van de aanvraag niet meer in alle gevallen een inhoudelijke rol met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal in die gevallen daarom niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Het bevoegd gezag toetst nog wel aan welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid en blijft hier ook toezicht op houden.
De Wkb gaat in eerste instantie alleen gelden voor nieuwbouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen. Hierbij kan worden gedacht aan de nieuwbouw van eenvoudige bouwprojecten zoals eengezinswoningen en bedrijfspanden. De toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf en het toezicht tijdens de bouw door de gemeente wordt vervangen door toetsing en toezicht door kwaliteitsborgers op het bouwwerk zoals dat wordt gebouwd. De kwaliteitsborger is (privaatrechtelijk) verantwoordelijk is voor het oplossen van afwijkingen maar heeft geen bevoegdheid om handhavend op te treden. Dat blijft een taak van de gemeente.
2. Doelstellingen
2.2 Beleidsdoelstellingen en bijbehorende activiteiten
2.2.2 Verbeteren dienstverlening
Alkmaar blijft inzetten op een toekomstbestendige en innovatieve organisatie en speelt in op ontwikkelingen zoals verdergaande digitalisering, de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De dienstverlening voor (aanvragen van) omgevingsvergunningen en de kwaliteit van de interne samenwerking is de afgelopen jaren verbeterd. Dit wordt komende periode verder uitgewerkt om te bereiken dat alle VTH-medewerkers (vergunningverleners, bouwinspecteurs en handhavers) volgens vastgestelde werkprocessen (risicogericht en geprioriteerd werken) kunnen werken.
2.2.3 Investeren in de veranderende rol
Met de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen komt er een verandering in de manier van werken. De verantwoordelijkheid voor de leefomgeving wordt een (nog) meer gedeelde verantwoordelijkheid. Daarnaast zijn de inwoners en ondernemers steeds beter geïnformeerd en zien we meer betrokkenheid bij hen.
Daarnaast betekent dit voor de medewerkers die zich bezighouden met VTH-gerelateerde taken dat zij meer zorgen voor afstemming in het voortraject met aanvragers/ontwikkelaars/inwoners zodat omwonenden/wijkbewoners meer betrokken worden bij (grote) ontwikkelingen in hun buurt. Het participatiebeleid levert hieraan een grote bijdrage. Voor alle plannen die strijdig zijn met het bestemmingsplan/omgevingsplan moet een participatietraject worden gevolgd.
Met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) wordt het Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken primair belegd bij private kwaliteitsborgers. De Wkb zal eerst alleen gelden voor nieuwbouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen. Renovatie- of verbouwprojecten worden bij de invoering van de Wkb vooralsnog uitgesloten van de toepassing van de Wkb en vallen pas later (zes maanden na inwerkingtreding) onder gevolgklasse 1.
De gevolgklasse 1 is van toepassing op eenvoudige bouwprojecten zoals de bouw van eengezinswoningen en bedrijfspanden. De toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt vervangen door toetsing en toezicht door kwaliteitsborgers op het bouwwerk zoals dat wordt gebouwd. De kwaliteitsborger is (privaatrechtelijk) verantwoordelijk is voor het oplossen van afwijkingen maar heeft geen bevoegdheid om handhavend op te treden. Als de kwaliteitsborger aangeeft dat er onderdelen niet voldoen aan de wet- en regelgeving kan de gemeente handhavend optreden. Dit geeft een rolverandering van toezicht vooraf en tijdens de bouw naar handhaving achteraf indien nodig.
In het VTH-beleid leggen we vast dat we onder de Wkb volgens een bepaalde prioritering gaan werken. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en het gebruik van een bouwwerk ligt bij de burger of ondernemer. De gemeente beziet of die verantwoordelijkheid (voldoende) wordt genomen en onderneemt alleen acties op basis van ingeschat risico en wettelijke voorschriften om daarmee om de grootste risico’s te beperken. Bij risico's die betrekking hebben op de (persoonlijke) veiligheid, zoals constructieve veiligheid of brandveiligheid, gaat de gemeente optreden. Kleinere risico’s worden, zoals landelijk afgesproken, geaccepteerd. Bij deze wijze van geprioriteerd werken wordt gebruik gemaakt van de Landelijke toetsmatrix Bouwbesluit.
Leefbaarheid en veiligheid 2.3.1 Constructieve veiligheid gebouwen bouwklasse CC3, openbaar toegankelijk > 500 p.
Vooruitlopend op de nieuwe wetgeving met betrekking tot APK-keuringen voor grote publiek toegankelijke gebouwen vallend onder gevolgklasse 3 is met de gemeenteraad afgesproken dat er gestart gaat worden met de APK onderzoeken voor de gemeentelijke panden die in deze klasse vallen.
Afgelopen jaar is geïnventariseerd welke panden in Alkmaar vallen onder deze klasse en is het eerste pand (sportpaleis) onderzocht en zijn de geconstateerde gebreken aangepakt.
In de komende jaren gaat de APK-keuring voor de andere gemeentelijke gebouwen die onder de gevolgklasse CC3 vallen plaatsvinden. Zodra de wetgeving (NTA) voor het uitvoeren van APK-keuringen van kracht wordt (gelijktijdig met de Omgevingswet) zal er een onderzoeksplicht gaan gelden voor alle publiekstoegankelijke CC3 gebouwen. Wij gaan dan de eigenaren van niet gemeentelijke panden die tot deze categorie behoren verzoeken te starten met het doen van deze onderzoeken.
2.3.2 Constructieve veiligheid bruggen
Stadswerk072 is bezig met de controle of alle bruggen die zij in beheer hebben voldoen aan de huidige wet- en regelgeving (Eurocodes). Uit dit onderzoek is gebleken dat een aantal bruggen niet voldoet aan de wetgeving. Er zijn maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat deze veilig gebruikt kunnen blijven worden. Dit zal in eerste instantie gebeuren door het plaatsen van borden met gewichtsbeperking. Dit betekent echter dat er dan geen zwaar bouwverkeer meer over deze bruggen kan. Omdat er de komende jaren ontwikkelingen plaatsvinden bij het Alkmaars Kanaal onderzoeken we of er versterkende maatregelen nodig zijn zodat dit bouwverkeer weer over deze bruggen kan. Als er bruggen zijn die bijvoorbeeld voor bouwverkeer voor het Alkmaars Kanaal een zwaardere belasting moeten kunnen dragen zal worden gekeken of er versterkingsmogelijkheden zijn.
2.3.3 Risicogerichte werkwijze
Het beheer van gebouwen in Alkmaar is in de eerste plaats de eigen verantwoordelijkheid van de eigenaren en gebruikers hiervan. Het niveau van beheer en de activiteiten die in gebouwen plaatsvinden zijn tegelijkertijd van grote invloed op de uitstraling van woonwijken en bedrijventerreinen.
De leefbaarheid in de bebouwde omgeving is belangrijk en wij proberen zoveel mogelijk aantasting hiervan te voorkomen. Dit doen wij door signalen door te geven naar andere afdelingen binnen de gemeente als wij constateren dat bijvoorbeeld op beleidsniveau een aanpassing moet plaatsvinden. Daarnaast willen wij onze capaciteit zoveel mogelijk projectmatig inzetten om een gerichte aanpak in bijvoorbeeld een woonwijk mogelijk te maken.
De gemeentelijke organisatie is beperkt in de mogelijkheden om alle VTH-taken volledig uit te voeren en werkt met een risicogerichte benadering waarbij de gemeentelijke inzet afhankelijk is van de risico’s van de gevraagde activiteit. Om hierin verantwoorde afwegingen te maken, wordt op basis van de al vastgestelde categorisering in het Bouwtoezicht (conform landelijk toetsingsprotocol, niveau 0 t/m 4) gewerkt. De werkprocessen zijn hierop ingericht. Dit heeft betrekking op zowel de vergunningverlening als de juridische controle, als ook het toezicht op verleende omgevingsvergunningen. Voor de handhavingstaken worden op basis van de risicoanalyse keuzes gemaakt en prioriteiten bepaald. Dit wordt verder uitgewerkt in de Uitvoeringsnota VTH en Uitvoeringsprogramma 2023.
Leefbaarheid en Alkmaars Kanaal 2.5 Verantwoorde bijdrage aan ontwikkeling Alkmaars Kanaal en Stationsgebieden
2.6.1 Energielabel C Kantoren
Volgens het Bouwbesluit 2012 moet elk kantoorgebouw vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben. De verplichting volgt uit het Energieakkoord 2013 en moet een bijdrage leveren aan een reductie van de CO2-uitstoot met 49% in 2030. Eigenaren van de kantoorgebouwen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk om te voldoen aan deze wettelijke verplichting. In 2022 heeft de gemeente een inventarisatie uitgezet voor de panden die onder deze verplichting vallen. Komend jaar wordt toegezien op de navolging ervan en neemt de gemeente uiteindelijk handhavende maatregelen als hieraan niet voldaan wordt.
2.6.2 Energiezuinigheid bij vergunningverlening en toezicht
Bij de toetsing en toezicht tijdens de bouw van een bouwwerk werkt Alkmaar volgens het landelijk toetsingsprotocol waarbij de gemeentelijke inzet afhankelijk is van de risico’s van de gevraagde activiteit. Gelet op het streven naar een duurzame leefomgeving wordt het aspect energiezuinigheid extra meegenomen bij zowel de toetsing van een bouwplan als bij het bouwtoezicht.
2.6.3 Stimuleren duurzaamheidsmaatregelen
Duurzaamheidsmaatregelen leiden vaak tot hogere bouw- of aanlegkosten, werken daarmee kostenverhogend voor de leges en vormen een drempel om tot het nemen van duurzaamheidsmaatregelen over te gaan. Alkmaar wil duurzame bouwinitiatieven juist stimuleren. Als het (vergunningplichtige) project past in de door de gemeente gestelde duurzaamheidsprogramma kan aanspraak gemaakt worden op een vermindering van de leges voor de activiteit bouwen.