Gemeentelijke regelgeving

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Alkmaar houdende regels omtrent baatbelasting Verordening baatbelasting Noordelijke ontsluiting Beverkoog

Gemeente Alkmaar · geldt sinds 23 december 2017

Aanhef

De raad van de gemeente Alkmaar;

gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlage nr. 2016-2011;

gelet op het advies van de commissie Bestuur en Middelen

gelet op artikel 222 van de Gemeentewet

b e s l u i t :

vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van de BaatbelastingNoordelijke ontsluiting Beverkoog.

(Verordening baatbelasting Noordelijke ontsluiting Beverkoog)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder een onroerende zaak:

1een gebouwd eigendom;

2een ongebouwd eigendom;

3een appartement, als zijnde een gedeelte van een onder 1 en/of 2 bedoeld eigendom, terzakevan welk eigendom een splitsing in appartementsrechten, al dan niet in combinatie met eenondersplitsing van een zodanig appartementsrecht, heeft plaatsgevonden;

4een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom, dan wel onder 3 bedoeld appartement,dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

5een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen, onder 3bedoelde appartementen of onder 4 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandighedenbeoordeeld bij elkaar horen.

Artikel 2 Belastbaar feit

1Onder de naam 'baatbelasting Noordelijke ontsluiting Beverkoog' wordt in de vorm van eenheffing ineens een directe belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in degemeente binnen de gestippelde omlijning en rood/roze gekleurde gebieden op de bij dezeverordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart die op 1 maart 2016 zijn gebaatdoor de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn gebracht door of metmedewerking van het gemeentebestuur.

2De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten het realiseren van de weg tussen hetbedrijventerrein Beverkoog en het nieuwe kruispunt de N242/Westtangent en de invoeglustussen dit kruispunt en de N242.

Artikel 3 Belastingplicht

1De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2,eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit ofbeperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indiende belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van hetbelastingjaar als zodanig in de Basisregistratie Kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

3Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel 2, tweede lid, terzake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt debelasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De maatstaf van heffing is het aantal volle vierkante meters oppervlakte van de onroerende zaak.

Artikel 5 Belastingtarief

De belasting bedraagt voor elke vierkante meter van de heffingsmaatstaf € 4,27.

Artikel 6 Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting

1In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige debelasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 20 jaren. Het verzoekgenoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslagschriftelijk bij de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoeldegemeenteambtenaar te worden ingediend.

2Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

3De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde, berekend op basis

van een periode van 20 jaren en een rentevoet van 3,75 %.

4De belasting over de nog niet aangevangen belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. Deafkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar,waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar eenrentevoet van 3,75 %.

a.Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en debelastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigtals gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwegenothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgendebelastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van hetbelastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.

b.In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeelbedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd.Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolgeonderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewetbedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.

6Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en in de loop van hetbelastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt recht van een gedeelte van deonroerende zaak wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterendebelastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor de betreffendeonroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van hetaanslagbiljet.

2In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljetverenigde bedragen, of als het aanslagbiljet een aanslag bevat, het bedrag daarvan meer isdan € 100,00 en minder dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middelvan automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moetenworden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van detweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elkvan de volgende termijnen telkens een maand later.

3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gesteldetermijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffingen invordering van de baatbelasting Noordelijke Ontsluiting Beverkoog.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeerartikel

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

3Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening baatbelasting Noordelijke ontsluitingBeverkoog”.

Bijlage genoemd in artikel 2, lid 1: kaart met binnen de gestippelde omlijning en rood/roze gekleurde

gebieden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.