Aanhef
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar van 1 augustus 2023 en de gemandateerde vaststelling door de gemeentesecretaris;
gelet op het bepaalde in de Omgevingswet.
Overwegende dat:
De gemeente is wettelijk verplicht uitvoerings- en handhavingsbeleid vast te stellen voor de VTH-taken
Op grond van zowel de huidige wetgeving (art. 7.2 Besluit omgevingsrecht) als op grond van de Omgevingswet (art. 13.5 Omgevingsbesluit) die vooralsnog op 1 januari 2024 in werking treedt stelt het college uitvoerings- en handhavingsbeleid vast voor haar taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving van het omgevingsrecht. Met het vaststellen van de uitvoeringsnota wordt hieraan voldaan.
Besluit:
In te stemmen met de Uitvoeringsnota-VTH 2023-2026;
de gemeentesecretaris te mandateren de Uitvoeringsnota-VTH 2023-2026 vast te stellen.
2. Werkwijzen, technieken en instrumenten
2.2 Werkwijzen en toetsingsprotocollen
2.2.1 Ruimtelijke ordening
We toetsen Iedere omgevingsvergunningaanvraag aan het vigerende bestemmingsplan en het geldende planologisch regime. Voor zover een initiatief of aanvraag niet past binnen de hierin gestelde regels, zijn vergunningverleners bevoegd om zelf de betrokken belangen af te wegen en is de unitmanager gemandateerd voor de besluitvorming voor zover het gaat om:
•tijdelijke afwijkingen
•binnenplanse afwijkingen;
•buitenplanse afwijkingen die voorkomen op de kruimellijst;
De zware buitenplanse afwijkingen worden per geval gemandateerd aan de unitmanager Leefgebied.
In alle andere gevallen maken de behandelaren van vergunningaanvragen in overleg met de collega’s van ruimtelijk beleid een afweging en waar nodig leggen zij dit voor aan de betreffende portefeuillehouder(s).
2.2.2 Welstand
Ten aanzien van Welstand is een uitgebreide Welstandsnota opgesteld in 2016. Bij elk bouwplan toetsen we conform deze welstandsnota, uiteraard met uitzondering van gebieden die welstandsvrij zijn. De plantoetsers toetsen aanvragen ook ambtelijk, conform de werkwijze die is vastgelegd in de welstandsnota. De plannen die niet ambtelijk getoetst kunnen worden, worden door een onafhankelijk ingestelde welstandscommissie beoordeeld.
2.2.3 Bouwbesluit 2012
Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. De gemeente hanteert voor het toetsen van vergunningaanvragen aan het Bouwbesluit 2012 de methodiek van het landelijk toetsprotocol (LTP) zoals die in 2002 werd ontwikkeld (en structureel geactualiseerd) onder de verantwoordelijkheid van de Vereniging BWT Nederland.
Dit protocol is speciaal ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toets-intensiteit per onderdeel van het bouwbesluit al naar gelang het bouwwerktype en de risico’s die men voorziet. In 2022 wordt, mede in het kader van optimalisering van de digitalisering een aangepast protocol geïntegreerd, in ons werkproces. Dit is reeds ingesteld voor de toetsing van een aanvraag (zogeheten BRIS-toets). Dit jaar wordt een dergelijk toezicht protocol digitaal (via een app) gekoppeld aan het nieuwe registratiesysteem (Centric Leefomgeving).
De verschillende activiteiten in het kader van de Wabo zijn door middel van een risicoanalyse gescoord. Door middel van het scoren op verschillende onderdelen, zoals beschreven staat in de VTH beleidsnota, is er een prioritering vastgesteld.
2.2.4 Meldingen
Indien een melding brandveilig gebruik ingediend wordt aan de hand van een vaste protocollen en sjablonen getoetst of de melding voldoet. Indien de melding als ontvankelijk wordt beoordeeld, ontvangt de melder de acceptatie van de gebruiksmelding.
Indien een sloopmelding wordt gedaan waarbij geen sprake is van asbestverwijdering maar wel 30m3 sloopafval vrijkomt, wordt er gecontroleerd of de melding voldoet aan de indieningsvereisten. Als blijkt dat dit niet het geval is, wordt aan de melder een brief toegezonden dat de melding niet is geaccepteerd en niet tot sloop mag worden overgegaan. Indien de melding voldoet aan de wettelijk gestelde eisen, ontvangt de melder een acceptatie waarin wordt verwezen naar de algemene voorwaarden uit het Bouwbesluit 2012.
2.2.5 Principeverzoek bouwplannen
De gemeente ontvangt jaarlijks veel aanvragen omgevingsvergunning en principeverzoeken voor bouwinitiatieven. De prioriteit gaat in eerste instantie uit naar de aanvragen omgevingsvergunning vanwege de wettelijke termijnen die voor de afhandeling hiervan gelden.
Om een positieve bijdrage te kunnen leveren aan de vele principeverzoeken voor bouwinitiatieven wordt het woningbouwloket ingezet om plannen voor woningbouw met meer dan 12 woningen binnen een termijn van 12 weken af te handelen. Voor de afhandeling van principeverzoeken is de volgende werkwijze afgesproken:
a.voor kansrijke en concrete bouwplannen (bijv. kleinere plannen zoals dakkapel) wordt geadviseerd om direct een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Geen verdere behandeling in vooroverleg nodig en leges voor principeverzoek worden dan kwijtgescholden (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-476718.html);
b.kansarme principeverzoeken die relatief veel capaciteit vragen ontvangen een brief dat het verzoek niet (snel) wordt behandeld wegens het toekennen van prioriteit aan kansrijke verzoeken en aanvragen met fatale termijn. Wie toch een antwoord wil krijgt het advies een aanvraag in te dienen en is dan leges verschuldigd voor zowel het principeverzoek als voor de aanvraag omgevingsvergunning);
c.complexe principeverzoeken van grotere projecten (met meerwaarde voor bijv. woningnood) worden in behandeling genomen als principeverzoek via bv vooroverleg en met inzet van het Woningbouwloket.
Bijlage 2: Tafel van Elf
De zogenoemde Tafel van Elf heeft in totaal elf mogelijke redenen van niet naleven van regels onderscheiden, te weten:
Reden niet naleven
Definitie
Spontane naleving
1
Gebrekkige kennis van de regels
De bekendheid met en duidelijkheid van wet- en regelgeving bij de doelgroep
2
Kosten wegen niet op tegen de baten
De (im)materiële voor- en nadelen die uit overtreden of naleven van de regel(s) volgen, uitgedrukt in tijd, geld en moeite
3
Mate van acceptatie
De mate waarin het beleid en de regelgeving acceptabel worden gevonden door de doelgroep.
4
Normgetrouwheid van de doelgroep
De mate van bereidheid van de doelgroep om zich te conformeren aan het gezag van de overheid
5
Gebrek aan informele controle/maatschappelijke controle
De door de doelgroep ingeschatte kans op positieve of negatieve sanctionering van hun gedrag door anderen dan de overheid.
Controle
6
Kans op een informele melding
De door de doelgroep ingeschatte kans dat een overtreding die is geconstateerd door anderen dan de overheid wordt gemeld aan overheidsinstanties.
7
Kans op controle
De door de doelgroep ingeschatte kans dat men door de overheid gecontroleerd wordt op het begaan van een overtreding.
8
Kans om gesnapt te worden (detectie)
De door de doelgroep ingeschatte kans op constatering van de overtreding indien door de overheid gecontroleerd wordt.
9
Selectie
De (verhoogde) gepercipieerde kans op controle en detectie in het geval van een overtreding door selectie van te controleren bedrijven, personen, handelingen of gebieden.
Sanctie
10
Kans op een sanctie
De door de doelgroep ingeschatte kans op een sanctie indien na controle een overtreding is geconstateerd.
11
Hoogte van een sanctie
De hoogte en soort van de aan de overtreding gekoppelde sanctie en bijkomende nadelen van sanctieoplegging.
Bijlage 3: in te zetten instrumenten
Op basis van analyse van de overtreding kan worden bepaald welke instrumenten het meeste effect zal hebben.
Reden niet naleven
Verbetermogelijkheid
1Gebrekkige kennis van de regels
Gerichte voorlichting (ook in vreemde talen).
Daar waar beleidsvrijheid bestaat, het zo eenvoudig mogelijk houden van het beleid of de regelgeving. Dit kan bijdragen aan betere naleving, bijvoorbeeld door uitzonderingsmogelijkheden te beperken.
2Kosten wegen niet op tegen de baten
Het instellen van een subsidie, extra heffingen of prijsregulering kunnen naleving bevorderen. Daarnaast kan worden gedacht aan het publiceren van ‘zwarte lijsten’ (van organisaties die zich niet aan de regels houden), certificering en verklaringen omtrent gedrag.
3Mate van acceptatie (begrip)
In geval van nieuw beleid/regels: betrek belangengroeperingen en invloedrijke leden van de doelgroep bij het te ontwerpen beleid.
4Normgetrouwheid van de
doelgroep
Deze dimensie is zeer moeilijk door de gemeente te beïnvloeden.
5Gebrek aan informele controle/maatschappelijke controle
Voorlichting geven aan de omgeving van de doelgroep, zodat de omgeving overtredingen beter kan signaleren. Het stimuleren van zelfregulering, certificering en keurmerken verstrekt door de brancheorganisatie.
6Kans op een informele melding
Het instellen van kliklijnen en het verbeteren van de algemene bereikbaarheid van de gemeente.
7Kans op controle
Wanneer de objectieve controlekans groter is dan de subjectieve kans op controle (de doelgroep denkt dat de kans dat zij zullen worden gecontroleerd kleiner is dan de werkelijke kans op controle) is het verstandig om informatie over controlekansen in de publiciteit te brengen.
Daarnaast kan de controlekans zelf verhoogd worden door meer controles uit te voeren door meer controlecapaciteit beschikbaar te stellen. Dit zal dan ook naar de doelgroep kenbaar moeten worden gemaakt.
8Kans om gesnapt te worden
Het toepassen van geavanceerde techniek, het vergelijken en uitwisselen van gegevensbestanden en een combinatie van opsporingsmethoden toepassen (administratief en fysiek). Ook hier geldt: verstrek informatie over de ‘hoge’ kans op ontdekking van de overtreding.
9Selectie
Onderzoek wie van de doelgroep een verhoogd risico heeft op overtreden, zodat de controleactiviteiten zich daar op kunnen richten.
10Kans op een sanctie
Houdt gedoogbeleid tot een minimum beperkt en houdt strak vast aan het sanctiebeleid. Verstrek informatie over de sanctie-kans.
11Hoogte van een sanctie
Het verhogen van de sanctie. Een snelle sanctieoplegging (lik-op-stuk-beleid) heeft meer invloed dan een latere sanctieoplegging.
Bijlage 4: Sanctiestrategie
Bij het constateren van een overtreding treedt de sanctiestrategie in werking. Deze strategie is uitgewerkt voor een aantal situaties, afhankelijk van de aard van de overtreding. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken.
1Bij overtredingen waarbij geen sprake is van verwijtbaar handelen en/of mogelijk gevaar
-1e stap: waarschuwingsbrief/verzoek tot aanpassing
-2e stap bij continuering van de overtreding, versturen voornemen tot aanschrijving
1Tegen de aanschrijving (opgelegde last) staat bezwaar en beroep open.
-3e stap: bij continuering van de overtreding, versturen aanschrijving
-4e stap: controleren of de overtreding is beëindigd
2Indien de overtreding niet is beëindigd verbeurt de overtreder de opgelegde dwangsom. Voor de invordering van de verbeurde dwangsom wordt een afzonderlijke procedure gestart waartegen bezwaar en beroep kan worden ingediend. Ingeval van het niet naleven van een last onder bestuursdwang wordt overgegaan tot het – op kosten van de overtreder – uitvoeren van de last.
2Indien sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen en/of mogelijk gevaar
-1e stap: versturen voornemen tot aanschrijving
-2e stap: bij continuering van de overtreding, versturen aanschrijving
-3e stap: controleren of de overtreding is beëindigd
3Bij overtredingen met acuut gevaar en/of onomkeerbaar en/of veiligheidsgevolgen (ernstige overlastsituaties) wordt in één keer gehandeld
-1e stap: versturen beschikking (meestal last onder bestuursdwang), dit kan ook achteraf plaatsvinden bij zeer acute situaties
-2e stap: controleren of de overtreding is beëindigd danwel van gemeentewege tot handelen over gaan
Bestuurlijke en strafrechtelijke instrumenten
Voor de aanpak van overtredingen staan de volgende instrumenten ter beschikking.
1Instrumenten gericht op herstel van de overtreding
a.Last onder dwangsom
3Indien de dwangsom volledig is verbeurd en de overtreding niet is beëindigd zal een nieuwe last worden opgelegd. Dan zal een keuze worden gemaakt tussen het opleggen van een hogere dwangsom of een last onder bestuursdwang.
Een situatie waarbij de overtreding geheel of gedeeltelijk moet worden opgeheven c.q. hersteld en waarbij een financiële prikkel effectief is. Het betreft een herstelsanctie gericht op het geheel of gedeeltelijk herstellen van de overtreding c.q. het voorkomen en/of herhalen van de overtreding. De hoogte van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en het beoogde voordeel van de overtreding.
b.Last onder bestuursdwang
Wanneer het een ernstige overtreding betreft, er gezien de gevolgen sprake is van spoed bij het ongedaan te maken. Het betreft een herstelactie gericht op het geheel of gedeeltelijk herstellen van de overtreding op kosten van de overtreder.
c.Intrekken vergunning
Een eerder verleende vergunning of ontheffing kan ingetrokken worden als sanctie op onrechtmatig gedrag van een houder van een beschikking. Intrekking is slechts mogelijk op grond van verschillende wet- en regelgeving waarvoor de gemeente bevoegd gezag is.
Te denken valt hierbij aan het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens of het niet nakomen van de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen. In sommige gevallen zijn nog aanvullende handhavingsmaatregelen nodig in de vorm van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. De situatie waarin van de intrekkingsbevoegdheid gebruik wordt gemaakt, wordt van geval tot geval beoordeeld.
2Instrumenten gericht op bestraffing (dit instrument wordt achteraf ingezet indien er sprake is van een onomkeerbare situatie)
a.Bestuurlijke boete (bestuursrecht)
Wanneer het gaat om ongewenste situaties waarbij een financiële prikkel preventief kan werken (bestraffende sanctie). Dit moet expliciet in de wet geregeld zijn. Dit is bijvoorbeeld mogelijk bij de Huisvestingswet (onrechtmatige bewoning).
b.Bestuurlijke strafbeschikking (strafrecht)
Wanneer het gaat om ongewenste situaties waarbij een financiële prikkel preventief kan werken. De beschikking is niet bedoeld om hiermee een overtreding te beëindigen. Een belangrijk verschil met bestuurlijke boete is dat de oplegging en inning bij de bestuurlijke strafbeschikking via het CJIB loopt en deze onder het strafrecht valt. De bestuurlijke strafbeschikking kan alleen in aangewezen gevallen worden opgelegd.