5. Gemeentelijke beleidsregels
5.1 Gemeenschappelijke regelingen
5.1.1 Kadernota
1GR-en zijn verplicht jaarlijks voor 1 januari financiële en beleidskaders (kadernota) naar de raad te zenden.
2De kadernota bevat tenminste:
a.De visie (en de ontwikkelingen op de visie) van de gemeenschappelijke regeling;
b.De ontwikkeling van het meerjarenperspectief en een samenvatting van belangrijke ontwikkelingen welke de komende jaren van invloed zijn op de taken en middelen van de gemeenschappelijke regeling. Dit kunnen ontwikkelingen zijn als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving, rijksbeleid, maar ook gevolgen van eerdere besluitvorming door het Algemeen Bestuur of voortkomen uit de visie;
c.De actualisering van het financieel perspectief, de autonome ontwikkelingen, nieuwe beleidsvoorstellen, dekkingsmogelijkheden, bezuinigingsvoorstellen, de post onvoorzien en het verloop van het meerjarenperspectief;
d.Weerstandsvermogen inclusief een set financiële kengetallen;
e.De te hanteren (financiële) uitgangspunten voor het opstellen van de komende begroting;
3De raad wordt in de gelegenheid gesteld om jaarlijks voor 1 maart een zienswijze af te geven ten aanzien van de kadernota
5.1.2 Ontwerpbegroting
1Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient de ontwerpbegroting toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
2In de ontwerpbegroting dient naar voren te worden gebracht wat de doelstellingen zijn, de beoogde resultaten en hoe deze resultaten worden gemeten.
3De raden van de deelnemende gemeenten kunnen vóór 1 juli bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
5.1.3 Jaarstukken
1Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt vóór 15 april de voorlopige jaarrekening en het accountantsverslag aan de raden van de deelnemende gemeenten.
2De raden van de deelnemende gemeenten kunnen vóór 25 juni bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen.
5.1.4 Rapportages
1Tussentijdse rapportages zijn niet verplicht gesteld. Dit is facultatief omdat GR-en sterk verschillen qua aard, omvang en risico’s.
2Indien rapportages zijn afgesproken binnen de GR of met de gemeenteraad, dan wordt deze bestuursrapportage gericht aan het algemeen bestuur.
3In het kader van de informatieplicht wordt de bestuursrapportage beschikbaar gesteld aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.