Tekst
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft;
overwegende,
dat de buitengewoon opsporingsambtenaar Openbare ruimte (domein I) op grond van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Stscrt. 2016, 33381, § 6.4, onder 10) bevoegd is om te handhaven op verordeningen voor zover de betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
dat de buitengewoon opsporingsambtenaar Milieu, welzijn en infrastructuur (domein II) op grond van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Stscrt. 2016, 33381, § 7.4, onder 12) bevoegd is om te handhaven op verordeningen voor zover de betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
dat op grond van artikel 6:2, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening kan het college dan wel de burgemeester personen met het toezicht op de naleving van de Algemene plaatselijke verordening belasten;
dat het in het kader van efficiënte en effectieve handhaving in het kader van het handhavingsarrangement Overlast op openbaar water noodzakelijk is dat de buitengewoon opsporingsambtenaar domein I en domein II van Landschap Noord-Holland worden belast met het toezicht op de naleving van artikel 2:45 (hinderlijk drankgebruik) en artikel 4:5 (geluidsoverlast) van de Algemene plaatselijke verordening;
b e s l u i t :
I. aan te wijzen als personen belast met het toezicht op de naleving van artikel 2:45 (hinderlijk drankgebruik) en artikel 4:5 (geluidsoverlast) van de Algemene plaatselijke verordening: de buitengewoon opsporingsambtenaar domein I en domein II van Landschap Noord-Holland;
II. dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na publicatie in het Gemeenteblad.