Aanhef
Voorwoord van de wethouder
"Beste lezer,
Albrandswaard is een groene gemeente. Daar zijn we trots op! Niet voor niets hebben we als motto ‘dorpen tussen groen en stad’. Groen is belangrijk voor onze inwoners en draagt bij aan gezond wonen.
Graag delen wij onze ambities voor het groenbeleid met u. Kort samengevat zijn onze ambities: Meer groen, ander groen, en anders denken over groen. Wij willen niet alleen een groene gemeente zijn maar ook blijven!
Het huidige groenbeleid dateert van 2009 en is aan vervanging toe. Klimaatverandering en de druk op de biodiversiteit zorgen voor urgentie. We moeten nieuwe lijnen uitzetten hoe we met het groen omgaan. Groen speelt namelijk een hele belangrijke rol in het aanpassen van onze leefomgeving op het veranderende klimaat (klimaatadaptatie). Een blijvend groene buitenruimte zorgt voor een betere afvoer van regenwater en helpt hittestress voorkomen. Bovendien nodigt een groene omgeving uit tot bewegen en elkaar ontmoeten.
Biodiversiteit, de verscheidenheid aan levensvormen, is essentieel voor onze leefomgeving. Ons doel is om groene gebieden te creëren die bloeien met diverse inheemse flora en fauna om zo een gezond ecosysteem te bevorderen.
Om tot de geformuleerde ambities te komen, is input gevraagd bij natuurverenigingen, aan de Bomenridders en is een thema-avond georganiseerd voor burger- en raadsleden. De aandacht gaat niet alleen uit naar het openbare groen in beheer van de gemeente maar ook naar het groene karakter van de omgeving als geheel.
Mijn wens is dat onze inwoners en ondernemers geïnspireerd raken door het groenbeheer wat wij gaan doen en in het onderhoud van hun privétuinen en buitenruimte ook aandacht geven aan biodiversiteit en hittestress. Als gemeente kunnen wij veel betekenen op het gebied van groenbeheer maar voor een groene gemeente waar wij biodiversiteit willen laten toenemen, is de inzet van onze inwoners en ondernemers van groot belang.
Ik zie uit naar de samenwerking.
Richard Polder,
Wethouder Ruimtelijke Ordening, Woningbouw, Duurzaamheid en Buitenruimte"
4. Onze missie en ambities
4.2 Thema’s en ambities
4.2.1 Toekomstbestendig groen
“Zowel het bestaande als nieuwe groen binnen de gemeente dient toekomstbestendig te zijn, zodat zowel de huidige als komende generaties van Albrandswaard blijvend kunnen profiteren van de voordelen en uitstraling van deze groene omgeving.”
Groen in evenwicht met de andere elementen
Groen is een essentieel onderdeel van de fysieke leefomgeving met veel maatschappelijke waarden. Samen met de andere elementen (wegen, riolering, verlichting, kunstwerken etc.) geeft groen vorm aan de fysieke leefomgeving. Echter wordt het groenareaal nog vaak gezien als sluitpost in plaats van een volwaardig aspect binnen de bestaande openbare ruimte en bij herontwikkeling. Om toekomstbestendig groen te behouden en te creëren brengen we groen in evenwicht met de andere elementen in de fysieke leefomgeving. We spreken af dat groen in het vervolg structureel deel uitmaakt van ruimtelijke ontwikkelingen. Groen is niet langer een sluitpost en heeft aantoonbare meerwaarde. We leggen vast dat groen altijd een bepaald aandeel en/of oppervlak uitmaakt van nieuwe plannen of bij renovaties.
Bestaande bomen en groenelementen beter beschermen
Een belangrijk onderdeel van toekomstbestendig groen zijn de bestaande bomen en groenelementen (zoals hagen en struikgewas, bloemperken en parken) binnen de gemeente. De bestaande bomen en groenelementen met waarde dienen beter beschermd te worden.
Het is belangrijk dat de gemeente inzichtelijk heeft welke bomen en groenelementen er beschermwaardig zijn. Dit geld niet alleen voor bomen en groenelementen in eigendom van de gemeente maar ook van andere overheden en particulieren. Daarom gaan we aan de slag met het opzetten van de ‘Groene Kaart gemeente Albrandswaard’. Met deze basis brengen we al het groen met waarde in beeld van andere overheden en van particulieren om vervolgens dit waardevolle groen beter te kunnen gaan beschermen.
Buitengebied
Het buitengebied in Albrandswaard vormt een belangrijk onderdeel van het toekomstbestendig groen binnen de gemeente. Denk aan de Oever van de Oude Maas, de bijbehorende dijklinten, het Buijtenland van Rhoon met haar akker-/weidegebieden en de bosgebieden. Deze karakteristieke landschappen hebben een belangrijke natuur- en recreatiewaarde binnen de gemeente. Daarom streven we in het buitengebied naar het behoud en verbetering van de landschappelijke kwaliteit van ons eigen groenareaal en we bekijken dit integraal samen met de overige stakeholders zoals het waterschap, Staatsbosbeheer en gebiedscorporatie. Op deze wijze zorgen we voor robuust groen dat minder gevoelig is voor ontwikkelingen. Zo behouden en verbeteren we de biodiversiteit in deze gebieden en kunnen inwoners en bezoekers hier vrijuit recreëren. Het Rapport Basiskwaliteit Natuur
1Biesmeijer, J.C. et al. (2021) Op weg naar Basiskwaliteit Natuur. Naturalis Biodiversity Center
biedt hiertoe handvatten.
Participatie in openbaar en privaat groen
De gemeente vindt het belangrijk goed contact te hebben met haar inwoners en het bedrijfsleven. Daarom stimuleren we participatie op zowel openbaar als privaat groen. Wat we daarbij vooral willen bereiken is dat onze inwoners bewust omgaan met hun woon- en leefomgeving, zich willen verbinden aan de groene ontwikkelingen binnen de gemeente en zich daar betrokken bij voelen. We betrekken inwoners daarom actief bij herinrichtingen.
Ambities
•Het groen in evenwicht met andere elementen; (Geen sluitpost maar een volwaardig aspect binnen bestaande openbare ruimte en bij herontwikkeling)
•Bestaande bomen en groenelementen beter beschermen
•Behouden en verbeteren landschappelijke kwaliteit buitengebied
•Stimuleren participatie in openbaar en privaat groen
4.2.2 Meer groen met identiteit en waarde
“Gezien de brede maatschappelijke waarde van groen zetten we in op meer groen in de gemeente. Komende jaren kijken we waar we meer groen kunnen creëren en waar we het bestaande groen meer toegevoegde waarde kunnen geven.”
Meer oppervlakte aan groen
De vraag om meer groen vertaalt zich onder andere in het omvormen van (overbodige) verhardingen naar groen. Door onder andere brede trottoirs te versmallen, overbodige voetpaden op te heffen en speelplaatsen en schoolpleinen groen in te richten krijgen we in plaats van overbodige verharding een groene uitstraling, meer biodiversiteit en een betere sponswerking van de bodem. Afhankelijk van de nieuwe inrichting helpt dit om meer schaduw te creëren, hittestress te voorkomen, meer overtollig water te bergen en maakt het de wijken groener en leefbaarder. Om dit te realiseren stimuleren we de aanleg van meer groen op schoolpleinen op zowel financieel als educatief vlak. Naast dat we inwoners en bedrijven stimuleren om bestaand groen te beschermen en te onderhouden, stimuleren we ook de aanleg van nieuw groen. Daarnaast betekent meer groen ook: niet minder groen. We offeren in principe geen groen op voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen. En wanneer dit onverhoopt nodig blijkt, compenseren we dit groen ruimschoots en in de directe omgeving.
Meer groen met waarde
Bij nieuw aan te leggen gebieden krijgt het groen een hoge prioriteit, waar met name wordt gekeken naar de extra waarde van groen omtrent klimaat en biodiversiteit. We reserveren voldoende ruimte voor groen en nemen daarbij ook de ondergrond mee. Een goede bodemkwaliteit legt de basis voor groen dat toekomstbestendig is. We kijken ook naar de mogelijkheden van het bestaande groen in de leefomgeving en nemen hier maatregelen om dit groen meer waarde te geven.
Goede uitgangssituatie voor bomen
We planten meer bomen aan. Hierbij gaan we altijd voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Een vereiste daarbij is dat er voldoende ruimte voor de bomen aanwezig is of kan wordt gecreëerd, zowel onder- als bovengronds. We willen bomen de kans geven om oud te worden. Met hun grote kroonvolume dragen volwassen bomen bij aan biodiversiteit (leefgebied voor veel andere planten en dieren). Ook de belevingswaarde van goede, gezonde bomen is groot. Een gezond bomenbestand betekent minder onderhoud.
Groen met identiteit
Bij elke vorm van meer groen is het belangrijk dat het groen past binnen de beschikbare ruimte en de identiteit van de omgeving. Zo willen we uiteraard ook ruimte houden voor siergroen, dat bijdraagt aan de beleving van de woonomgeving en voor gazons om op te kunnen spelen. Dit groen dient er dan ook verzorgd uit te zien. Het is immers vooral de directe leefomgeving van onze inwoners, waar men wandelt, sport, speelt, beweegt en ontmoet. We beheren het groen zodat het aan de functie kan blijven voldoen.
Groene doorkijk Oostdorpseweg
Ambities
•Het creëren van meer oppervlakte aan groen door overtollige verharding te verwijderen
•Groene schoolpleinen stimuleren en ondersteunen bij de aanleg ervan (financieel en met kennis)
•Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers actief ondersteunen bij het vergroenen van hun eigen buurt
•Meer groen betekent ook: niet minder groen!
•Meer groen met waarde (omvormen, aanpassingen binnen bestaand areaal)
•We geven bomen voldoende ruimte, zowel onder- als bovengronds
4.2.3 Biodiversiteit
“Het beschermen, onderhouden en het aanleggen van groen is van groot belang voor het behoud en verbeteren van biodiversiteit binnen de gemeente. Door zorg te dragen voor biodiversiteit behoudt de gemeente een gezonde toekomstbestendige groene leefomgeving met ecologische waarde.”
Biodiversiteit in Albrandswaard
Groen vormt het leefmilieu voor vogels, insecten, zoogdieren en in feite ook voor de mens. De gezondheid van mens en dier vereist een ecologisch verantwoord systeem waarin we leven. Dat begint bij een gezonde bodem, met bodemleven dat voeding biedt aan planten en dieren. In deze bodem groeien planten en bomen die hier thuishoren, en die de kans krijgen zich te ontwikkelen en volgroeid te raken. In een inheemse boomsoort als de wilg komen vele honderden soorten insecten voor. Deze insecten zijn een belangrijke schakel in allerlei voedselketens.
Biodiversiteit betekent niet alleen soortenrijkdom, maar ook een natuurlijk systeem (ecosysteem) dat zichzelf in stand houdt en ontwikkelt. Soortenrijke vegetaties en gemengde beplantingen zijn beter bestand tegen droogte, hitte en wateroverlast dan monoculturen (=beplantingen bestaande uit één soort, vaak zelfs genetisch identiek). Daarnaast passen inheemse soorten beter in het ecosysteem en dienen exoten die niet in het ecosysteem thuishoren te worden verwijderd. In de toekomst gaan we binnen de ontwikkelingen meer sturen op het totale ecosysteem dan op individuele keuzes voor planten en bomen. Dit maakt ons groen meer weerbaar en waardevol.
Biodiversiteit krijgt prioriteit bij beheer
Door op de juiste manier te beheren, behouden en verbeteren we biodiversiteit waar mogelijk. Het beheren en onderhouden van het groen is een belangrijk element om biodiversiteit te verbeteren. Zo gaan we per locatie beoordelen welke manier van maaien het beste resultaat oplevert. Door bijvoorbeeld diverse maaiwijzen toe te passen en minder te gaan maaien zorgen we ervoor dat zaden zich beter kunnen verspreiden en dat insecten zich kunnen verplaatsen. Waar mogelijk laten we bladafval liggen in heestervakken en hagen ter stimulering van de biodiversiteit. Gevallen bladeren zorgen namelijk voor voeding van de bodem en zijn een leefmilieu voor veel insecten. Wel blijft het veilig gebruik van de openbare ruimte altijd prioriteit hebben. Bijvoorbeeld bij kruisingen of langs fiets- en wandelpaden maaien we vaker.
Biodiversiteit en nieuwe ontwikkelingen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is vergroten van de biodiversiteit het uitgangspunt. Meer variatie in bomen, beplanting en vegetatie betekent meer soorten die een gunstig effect hebben op overig planten- en dierenleven. Ook het creëren van ecologische verbindingen tussen losse groenelementen draagt bij aan het behoud en versterken van biodiversiteit. Van aanwezig groen leggen we niet alleen de kwaliteit en kwantiteit vast, maar ook de waarde, zodat voorkomen wordt dat groen achteraf wordt ingepast of moet wijken voor ontwikkelingen. Daarnaast is het van belang duidelijk in beeld te hebben wat de identiteit is of wordt van het groen en welke doelen daarbij worden nagestreefd.
Ambities
•Door op de juiste manier te beheren, behouden en verbeteren we biodiversiteit waar mogelijk
•Het vergroten van de biodiversiteit wordt uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling
•We brengen inheemse soorten aan en soorten die bijdragen aan het stimuleren van de biodiversiteit
4.2.4 Klimaatadaptief groen
“Klimaatverandering brengt grote risico’s op hittestress, extreme wateroverlast en droogte met zich mee. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van inwoners en gebruikers van de buitenruimte, heeft impact op biodiversiteit en heeft effect op de waterhuishouding in Albrandswaard. Het toekomstbestendig groen dient daarom ook klimaatadaptief te zijn, zodat we de gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk op kunnen vangen.”
Klimaatadaptief inrichten
Groen vormt een zeer belangrijk element om de effecten van de klimaatverandering en het bijbehorende extremere weer te kunnen beperken. Een klimaatadaptieve inrichting wordt daarom het uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling, herinrichting of beheersmaatregel. Gezien de invloed van andere onderdelen in de buitenruimte op klimaatadaptatie, zoals wegen, riolering en stedelijk water, is het belangrijk om klimaatadaptatie op een integrale manier te benaderen.
Bomen en beplantingen hebben een belangrijke rol in het tegengaan van hittestress, door te zorgen voor een verkoelend effect en vasthouden van water. Bovendien infiltreert water langzaam in het groen als hier de inrichting van de openbare ruimte op wordt ingericht. Dat geeft extra buffer om extreme neerslagpieken op te vangen en dit water kan in perioden van droogte weer goed van pas komen. Voor gebruikers van de openbare ruimte is het creëren van voldoende schaduwplekken belangrijk, vooral in verblijfsgebieden zoals pleinen, speelplekken en (sport)parken.
Ook voor het groen zelf zijn aanpassingen benodigd om te kunnen omgaan met klimaatverandering. Bepaalde soorten zijn minder geschikt voor de toenemende extremen aan droogte en natte periode. Hier anticiperen we op door zowel in inrichting, soortgebruik als bijvoorbeeld groeiplaatsomstandigheden keuzes te maken.
Klimaatmitigatie
Naast klimaatadaptatie kijken we ook naar mogelijkheden voor klimaatmitigatie. Mitigatie betreft het verminderen van klimaatverandering aan de voorkant in plaats van het aanpassen aan de klimaatverandering door adaptatie. We kunnen als gemeente bijdragen, bijvoorbeeld door uitstoot van CO2 te reduceren en door koolstof vast te leggen. Hierbij kijken we naar mogelijkheden in het onderhoud, door koolstof vast te leggen in extra bomen of areaal groen. Ook zijn er mogelijkheden door materiaal dat vrijkomt uit het groenonderhoud in te zetten voor circulaire toepassingen die langdurig koolstof binden. In algemene zin draagt het goed inrichten, beheren en beschermen van groen bij aan het tegen gaan van klimaatverandering.
Zonnepanelen en bomen
Op verschillende fronten wordt gewerkt aan het tegengaan van en aanpassen aan klimaatverandering, denk aan de energietransitie en het klimaatadaptief inrichten van de buitenruimte. Dit kan soms zorgen voor conflicten, zo ook bij de aanleg van zonnepanelen. Inwoners en bedrijven plaatsen steeds meer zonnepanelen. Als gevolg daarvan krijgt de gemeente meer verzoeken binnen voor het kappen of snoeien van bomen in verband met schaduwvorming en verminderd rendement van de zonnepanelen. Bij de plaatsing van zonnepanelen zal de initiatiefnemer rekening moeten houden met de aanwezigheid van bomen en het feit dat deze nog kunnen groeien. Bij nieuwbouw wordt altijd een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de aantallen, locaties en soorten bomen die geplant worden in relatie tot de aanwezigheid en/of komst van zonnepanelen. Bij een goed inrichtingsplan is de combinatie tussen zonnepanelen en groen mogelijk!
Ambities
•Een klimaatadaptieve inrichting wordt uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling, herinrichting of beheersmaatregel
•We bieden ruimte voor groen om bij te dragen aan klimaatmitigatie en kijken naar het binden van koolstof/ CO2 in het groenareaal en in circulaire toepassingen van restmateriaal uit het onderhoud
•Bij de plaatsing van zonnepanelen zal de initiatiefnemer rekening moeten houden met de aanwezigheid van bomen en het feit dat deze nog kunnen groeien
5. Onze aanpak
5.2 Aanpak per thema
5.2.1 Toekomstbestendig groen
Ambities
•Het groen in evenwicht met andere elementen; (Geen sluitpost maar een volwaardig aspect binnen bestaande openbare ruimte en bij herontwikkeling)
•Bestaande bomen en groenelementen beter beschermen
•Behouden en verbeteren landschappelijke kwaliteit buitengebied
•Stimuleren participatie in openbaar en privaat groen
Beheer en onderhoud
Om te komen tot toekomstbestendig groen gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor het beheer en onderhoud:
-Beeldkwaliteit: we voeren beheer en onderhoud uit volgens de systematiek van beeldkwaliteit van het CROW:
o Voor het beheer en onderhoud is het kwaliteitsniveau B van toepassing in onze woongebieden, doorgaande wegen en in groengebieden. Op industrieterreinen en in het buitengebied accepteren we een iets lagere kwaliteit.
o Historische plekken, winkelcentra en OV-knooppunten zijn publiekslocaties, deze onderhouden we op een intensievere wijze, conform kwaliteitsniveau A. Hier geldt tevens een hogere inrichtingskwaliteit (materiaalgebruik).
-Specifieke beheermaatregelen: beeldkwaliteit is niet overal de leidende norm. Objecten die we niet op beeldkwaliteit beheren zijn onder andere kruidenrijk gras, ruw gras (bermen) en bomen. Hier volgen de maatregelen vanuit een technische noodzaak (veiligheid) of we sturen specifiek op de ecologische functies. Langs voetpaden maaien we het gras korter, waar het kan met een golfbeweging (geen strakke lijn). Klepelen van gras – als ‘goedkope’ maatregel – willen we minimaliseren, uiteindelijk alleen toe te passen op locaties waar de verkeersfunctie kort gras vereist. Waar het gras kort moet zijn om goed te functioneren maaien we het als gazon. Denk aan kleinschalig buurtgroen en trapveldjes. De groei naar deze situatie zal een gefaseerd proces zijn, waarbij we beginnen met de plekken waar de grootste winst valt te behalen.
-Groeiplaatsen: de basis voor een goede groenstructuur is een gezonde bodem. Nieuw aan te brengen grond is vrij van verontreiniging (denk ook aan wortelresten van exoten als de Japanse duizendknoop en wortelonkruiden zoals zevenblad etc.). Bij gladheidsbestrijding moet worden voorkomen dat zout in de beplanting terecht komt en we gebruiken geen onnodige bemesting.
-Ongewenste kruiden: onkruiden in beplantingen gaan we tegen door schoffelen en wieden. Het gebruik van gif als onkruidbestrijdingsmiddel is hierbij niet toegestaan.
-Onderhoud bomen: Op plekken waar dat veilig kan geven we bomen de kans om zo natuurlijk mogelijk uit te groeien. Bij het onderhoud van bomen in de gemeente beoordelen we welke onderhoudsmaatregelen nodig zijn door ze regelmatig te inspecteren, waarmee we de veiligheid waarborgen en de beheermaatregelen op een efficiënte wijze inzetten. Hierbij is het handboek bomen (meest recente versie) van het Norminstituut bomen de basis.
-Vervangen van groen: We houden groen zo lang mogelijk in stand. Maar als groen aan het einde van de levensduur is gekomen, moet het worden vervangen. Voor de vervanging van bomen is reeds een vervangingsplan opgesteld voor de periode 2017-2027. We nemen jaarlijks budget op voor het structureel vervangen van groen, waarmee we kwaliteit kunnen behouden en verbeteren. De daadwerkelijke vervanging van groen bepalen we door kwaliteitsbeoordeling en de expertise van de beheerder. We streven bij vervanging naar een integrale aanpak, door een en ander af te stemmen met (groot)onderhoud aan wegen en rioleringen. Dit is over het algemeen een kostenefficiënte wijze van aanpakken waarbij de overlast voor de buurt zo beperkt mogelijk blijft.
-Kwaliteit vóór kwantiteit: Bij vervanging gaat kwaliteit vóór kwantiteit, met andere woorden: het is niet automatisch zo dat een gekapte boom 1 op 1 wordt vervangen, het is beter om één boom de ruimte te geven om te ontwikkelen, dan drie bomen aan te planten met onvoldoende ruimte.
-Circulariteit: bij het groenbeheer streven we naar werken op basis van circulariteit. Dit is een thema waar we op kleine schaal al uitvoering aan geven door bijvoorbeeld snoeihout te verwerken in takkenrillen van bosplantsoen. In de komende planperiode is hier meer aandacht voor nodig. Hierbij valt te denken aan actiever uitvragen aan aannemers (denk aan hergebruik van houtsnippers) en maatschappelijk verantwoord inkopen.
Ontwerp en inrichting
Om te komen tot toekomstbestendig groen gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor ontwerp en inrichting:
-Oppervlakte aan groen in planfase: we leggen vast dat groen altijd een bepaald aandeel en/of oppervlak uitmaakt van nieuwe plannen of bij renovaties. Niet alleen de kwaliteit en kwantiteit van het groen moet worden vastgelegd, maar ook de waarden en functies die het vervult. Zo voorkomen we dat groen achteraf wordt ingepast of moet wijken voor andere ontwikkelingen.
-Verbinden van groen: we verbinden waar mogelijk losse groenelementen om te komen tot groenelementen van robuuste omvang. Dit kan betekenen dat we extra groen realiseren tussen waardevolle groene elementen of dat we bij nieuwe ontwikkelingen waardevol groen realiseren.
-Beschermen van groen: We gaan bestaande bomen beter beschermen tegen ongewenste kap. Met het opzetten van de ‘Groene Kaart gemeente Albrandswaard’ maken we inzichtelijk welke bomen en groenelementen van de gemeente en andere overheden waardevol en dus beschermwaardig zijn. Bij werkzaamheden in de buitenruimte worden beschermende maatregelen genomen zodat het aanwezige groen niet onnodig slijtage of schade oploopt. Zo worden bomen beschermd en worden afspraken gemaakt met nutsbedrijven over het beschermen van de wortelzone’s van bomen.
-Dijken met eigen karakter: We houden rekening met het groene karakter van dijken zoals omschreven staat in de in 2017 opgestelde
Dijkenvisie Albrandswaard. Per dijk is een dijkenpaspoort opgesteld, met aanbevelingen die zich richten op openbaar groen, bomen, verhardingen en openbare verlichting. Dit karakter behouden en versterken we.
-Soortkeuze inheems en resistent: Bij de keuze voor de boomsoorten houden we rekening met inheemse soorten en resistentie tegen ziekten en plagen. Bovendien variëren we in soorten zodat eventueel toekomstige ziekten en plagen niet leiden tot kaalslag of grootschalige uitval van bomen. Ook voor plantmateriaal van bosplantsoen, heesters e.d. kiezen we voor soorten die tegen een stootje kunnen en die inheems zijn.
-Behouden van groen: wanneer we projecten of reconstructies uitvoeren, beoordelen we op welke wijze we groen kunnen handhaven of eventueel kunnen verplaatsen binnen het gebied of naar andere locaties. Daarmee behouden we het groen en creëren direct een groener beeld.
Oude platanen
Regelgeving en handhaving
Om te komen tot toekomstbestendig groen gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor regelgeving en handhaving:
-Schade en risico’s: De gemeente spant zich in om schade en overlast zo veel mogelijk te beperken, maar met levend materiaal is dit niet altijd te voorkomen. Door vakkundig beheer en onderhoud streven we naar gezonde groenvoorzieningen met zo min mogelijk overlast. Door gerichte veiligheidsinspecties op bomen worden risico’s tijdig in beeld gebracht zodat hiernaar gehandeld kan worden.
-Overlast en hinder: in bepaalde situaties ervaren mensen niettemin overlast van bomen. Vallende vruchten, bloesem of blad, honingdauw, schaduwwerking, ziekten en plagen, vogelpoep, etc. zijn onvermijdelijke gevolgen van het hebben van groen en vormen geen reden om in te grijpen. We communiceren op onze gemeentelijke pagina over onze groenvoorzieningen en hoe we onderhoud plegen. (Zie ook participatie en communicatie). In situaties met ernstige overlast zoekt de gemeente naar redelijkheid en billijkheid een passende oplossing. Waar mogelijk proberen we de oorzaak weg te nemen, bijvoorbeeld het verwijderen van eikenprocessierupsen.
-Opstellen kapbeleid: bomen vinden we belangrijk en we gaan zorgvuldig met ons bomenbestand om. Daarom is kapbeleid nodig. Voor de bomen die in beheer zijn bij de gemeente en andere overheden zoals provincie en waterschap geldt, dat als kap noodzakelijk wordt gevonden, een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Hiermee is het voor inwoners duidelijk wat de plannen zijn en kan men desgewenst bezwaar aantekenen tegen voorgenomen kap.
-Handhaven en toezicht: de gemeente houdt toezicht op ontoelaatbaar gebruik van het groen. Aandachtspunt hierbij is illegale ingebruikname van openbaar groen, zoals is vastgelegd in het ‘Beleidsplan ongeregistreerd grondgebruik gemeente Albrandswaard’. Het doel van dit plan is het formaliseren of rectificeren van het ongeregistreerd grondgebruik. Waar ongewenste situaties zich voordoen treden we op. In geval van snippergroen bekijken we de mogelijkheden ter plekke.
Communicatie en participatie
Om te komen tot toekomstbestendig groen gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor communicatie en participatie:
-Waardevolle particuliere bomen: ook particuliere bomen kunnen waardevol zijn. We brengen alle waardevolle particuliere bomen in beeld aan de hand van nog vast te stellen criteria. We benaderen bewoners met het verzoek deze bomen vrijwillig aan te melden. De betreffende bomen komen uiteindelijk op een ‘kaart waardevolle particulieren bomen’ en worden vervolgens beschermd d.m.v. een kapvergunningsplicht. Als tegen prestatie worden deze beschermde bomen door de gemeente periodiek geïnspecteerd gelijktijdig met de boom veiligheidscontrole van de gemeentelijke bomen. De daaruit voorkomende reguliere veiligheidssnoei en een naderonderzoek wordt eveneens door de gemeente uitgevoerd.
-Samen optrekken in buitengebied: in het buitengebied zetten we in op het behoud en verbetering van de landschappelijke kwaliteit van ons eigen groenareaal en we bekijken dit integraal samen met de overige stakeholders zoals de natuurorganisaties, agrariërs, het waterschap, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer. Waarbij we gezamenlijk kijken welke concrete acties en maatregelen er nodig zijn om de natuur en recreatieve waarde rondom de gemeente te versterken.
-Adoptie, verhuur of verkoop snippergroen: groen is soms van beperkte waarde, terwijl de kosten voor het onderhouden van dergelijk ‘snippergroen’ relatief hoog zijn. In die gevallen is het mogelijk dat het groen wordt uitgegeven aan particulieren. De groenstroken die hiervoor in aanmerking komen zijn in kaart gebracht. De gemeente kan deze groenstroken verkopen, verhuren of in gebruik geven (met overeenkomst zelfbeheer). Dit wordt per situatie afgewogen op basis van duidelijke uitgangspunten, zoals de aanwezigheid van bijvoorbeeld nutsvoorzieningen, groenstructuren of toekomstige ontwikkelingen.
-Communicatie en informeren: op de gemeentelijke website plaatsen wij algemene info over ons groenareaal. Daarnaast informeren we regelmatig via de gemeentelijke kanalen over projecten, werkzaamheden en ontwikkelingen. Hiertoe behoort bijvoorbeeld het omvormen van gazon naar ruw gras of berm, vervangingsprojecten enzovoorts.
5.2.2 Meer groen met identiteit en waarde
Ambities
•Het creëren van meer oppervlakte aan groen door overtollige verharding te verwijderen
•Groene schoolpleinen stimuleren en ondersteunen bij de aanleg ervan (financieel en met kennis)
•Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers actief ondersteunen bij het vergroenen van hun eigen buurt
•Meer groen betekent ook: niet minder groen!
•Meer groen met waarde (omvormen, aanpassingen binnen bestaand areaal)
•We geven bomen voldoende ruimte, zowel onder- als bovengronds
•Het groen past in de identiteit van de omgeving
Beheer en onderhoud
Om te komen tot meer groen met identiteit en waarde gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor het beheer en onderhoud:
-Ontwerp bewust beheren: Bij het ontwerpen van openbaar groen hebben we een bepaald eindbeeld voor ogen. Om dit te bereiken is het nodig dat ook de beheerder daarvan op de hoogte is, dat hij hetzelfde eindbeeld ziet. Aan de kant van de beheerder geldt evenzo: de beheerder kent de doelstellingen, beheer en onderhoud zijn erop gericht het gekozen eindbeeld en resultaat te ondersteunen – ontwerpbewust beheren.
-Beheren naar functie: Bij de aanleg van nieuw groen wordt er gekeken naar de functie van het groen en het beheer om aan deze functie te blijven voldoen. Zo dient siergroen er mooi bij te liggen om bij te dragen aan de beleving van de leefomgeving en krijgen gazons voor recreatie structureel onderhoud.
-Beheerbaarheid: Bij het aanleggen van meer groen dient er rekening te worden gehouden met de beheerbaarheid en kosten van het onderhoud. Denk hierbij aan het aanleggen van bijvoorbeeld laagblijvende heestervakken die slechts 1 keer per 3 jaar gesnoeid dienen te worden in plaats van blokhagen die 2 keer per jaar gesnoeid moeten worden.
Ontwerp en inrichting
Om te komen tot meer groen met identiteit en waarde gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor ontwerp en inrichting:
-Van steen naar groen: We creëren meer groen door onnodige verharding om te vormen. Denk bijvoorbeeld aan het versmallen van (te) brede trottoirs en het opheffen van onnodige voetpaden.
-Vergroenen schoolpleinen: We stimuleren de aanleg van meer groen op schoolpleinen op zowel financieel als educatief vlak.
-Geen vermindering groen: Daarnaast betekent meer groen ook: niet minder groen. We offeren geen groen op voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen. Als het niet anders gaat compenseren we dit groen ruimschoots en in de directe omgeving. Hierbij kan ervoor worden gekozen om gazon om te vormen tot heestervakken, bosplantsoen of vaste planten vakken. Ook het aanvullend aanplanten van bomen wordt hierin afgewogen.
-Meer bomen: We planten meer bomen aan. Hierbij is voldoende ruimte, zowel onder -als bovengronds, een vereiste. Ook houden we rekening met de identiteit van de omgeving, zoals bijvoorbeeld staat omschreven voor dijken in de Dijkenvisie Albrandswaard.
-3-30-300-regel: Bij het ontwerpen en inrichten van openbare ruimte hanteren we de 3-30-300-regel als leidraad:
o Vanuit elk huis moet je minimaal 3 bomen (van behoorlijke omvang) kunnen zien;
o In elke buurt is minimaal 30% kroonbedekking aanwezig;
o Voor iedereen is er op maximaal 300 m. afstand een park of andere locatie waar recreatieve mogelijkheden zijn.
In nieuw aan te leggen gebieden streven we ernaar aan deze leidraad te voldoen. In bestaande situaties is dat niet altijd haalbaar, wel zoeken we dan naar mogelijkheden voor meer groen binnen de beschikbare ruimte.
-Activiteiten: We creëren ruimte voor activiteiten in het groen, voor jong en oud, door middel van bespeelbare grasvelden, goed begaanbare wandelroutes, een recreatief aantrekkelijke inrichting.
-Speelplaatsen: We richten speelplaatsen groener in om aantrekkelijke gezonde speelplaatsen te creëren die tegelijkertijd bijdragen aan de doelstellingen om de biodiversiteit te verhogen en water vast te houden.
Regelgeving en handhaving
Om te komen tot meer groen met identiteit en waarde gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor regelgeving en handhaving:
-Ondergrondse infra: we maken afspraken over de bescherming van het bestaande groen met de partijen die de ondergrondse infra verzorgen. De eisen van hoofdstuk 2 ‘Het werken rondom bomen’ uit het handboek bomen (meest recente versie) staat hierin centraal. Gezamenlijk kijken we wat de impact is op het overige groen. Uitgangspunt hierbij is dat de kwaliteit en de kwantiteit van het bestaande groen niet achteruit mag gaan door de werkzaamheden, ook niet op de langere termijn.
Communicatie en participatie
Om te komen tot meer groen met identiteit en waarde gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor communicatie en participatie:
-Herinrichting: Bij herinrichting van enige omvang betrekken we de inwoners in een vroegtijdig stadium. Dit kan op de eerste plaats door inwoners te vragen welke inrichting zij graag zouden zien. Bijvoorbeeld middels een enquête of een opiniërende informatieavond kan de mening van de inwoners worden gevraagd. Tijdens de planvorming kunnen de uitkomsten worden verwerkt. Daarnaast kan de gemeente een planuitwerking of enkele keuzemogelijkheden voorleggen aan de inwoners. Zij kunnen hun voorkeur uitspreken aan de hand van concrete voorstellen, waarin de eisen die de gemeente stelt al zijn verwerkt.
-Burgerinitiatieven: In bredere zin zal de gemeente burgerinitiatieven die bijdragen aan de gemeentelijke groenambities en de klimaatdoelstellingen positief benaderen. We stimuleren dit door inwoners te wijzen op de mogelijkheden door informatie aan te bieden. We faciliteren inwoners die actief zelf iets willen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld door gereedschap ter beschikking te stellen. Een ander mogelijk voorbeeld van het bieden van praktische hulp is het instellen van een ‘tegeltaxi’: ophalen van overbodige tegels/verharding bij het omvormen van verharding in tuinen naar groen.
-Geveltuinen: We stimuleren vergroening door inwoners stukjes openbare ruimte te laten vergroenen, bijvoorbeeld in de vorm van geveltuintjes (de tegels langs de woning).
Geveltuintjes Dorpsstraat Poortugaal
5.2.3 Biodiversiteit
Ambities
•Door op de juiste manier te beheren, behouden en verbeteren we biodiversiteit waar mogelijk
•Het vergroten van de biodiversiteit wordt uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling
•We brengen inheemse soorten aan en soorten die bijdragen aan het stimuleren van de biodiversiteit
Beheer en onderhoud
Om biodiversiteit te stimuleren gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor het beheer en onderhoud:
-Maaibeheer: we passen het maaien en afvoeren van het maaisel aan om de biodiversiteit te bevorderen. We gaan per locatie beoordelen welke manier van maaien het beste resultaat voor biodiversiteit oplevert. We slaan deze gegeven centraal op en stemmen dit af met de beheerders.
-Kruidenrijke vegetatie: het omvormen van gazon naar een meer kruidenrijke vegetatie is een proces dat stapsgewijs wordt uitgevoerd, waarbij kansrijke locaties als eerste worden aangepakt. Met name in combinatie met de oevers langs watergangen biedt dit kansen (natuurvriendelijke oevers).
-Bladafval: waar mogelijk laten we bladafval liggen in heestervakken en hagen om voornamelijk de insectenbiodiversiteit te vergroten.
-Ecologische verbindingen: met de bomen- en groenstructuur houden we rekening met ecologische verbindingen. Dit betekent dat planten- en diersoorten zich via het groen kunnen verspreiden of verplaatsen.
-Stobben: na kap van een boom laten we de stobben (de ondergrondse delen tot net boven de grond) en deel van de stam zitten als er op die locatie geen nieuwe boom komt en als deze verder geen belemmering is voor het beheer. De stobbe is dan nog van nut voor zwammen en insecten en de stam voor vogels en zelfs vleermuizen. Ook afstervende en afgestorven bomen laten we – waar dit zonder gevaar kan – staan (vanwege de ecologische waarde van dood hout).
Ontwerp en inrichting
Om biodiversiteit te stimuleren gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor ontwerp en inrichting:
-Biodiversiteit als uitgangspunt: biodiversiteit is het uitgangspunt bij het aanbrengen van beplanting. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij renovaties dient dit voorop te staan.
-Inrichting bestaand groen: we kijken ook naar de mogelijkheden van het bestaande groen in de leefomgeving en nemen hier maatregelen om dit groen meer waarde te geven, bijvoorbeeld door in plantvakken met monocultuur ook andere soorten toe te voegen of door gazon om te vormen naar andere beheergroepen.
-Soort beplanting: we brengen inheemse soorten aan en soorten die bijdragen aan het stimuleren van de biodiversiteit. Op straat- en buurtniveau is het soms wenselijk om heestervakken en hagen aan te planten die uit één soort bestaan, maar in grotere vakken en in buitengebieden streven we gemengde beplanting na, bij voorkeur van soorten die zich in de plaatselijke grondslag en in het huidige (en toekomstige) klimaat thuis voelen.
-Insecten en bestuiving: Verder geldt voor het sortiment aan bomen, planten en grasmengsels dat we gerichte aandacht besteden aan insecten en bestuiving, zodat vlinders, inheemse bijen en andere insecten het hele jaar door voedsel kunnen vinden.
-Vastleggen waarde biodiversiteit: In de ‘Groene Kaart gemeente Albrandswaard’ en in het uitvoeringsplan leggen we, waar dit relevant is, de identiteit van het groen vast en welke doelen (waaronder biodiversiteit) daarbij worden nagestreefd.
Regelgeving en handhaving
Om biodiversiteit te stimuleren gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor regelgeving en handhaving:
-Exoten: de opmars van invasieve exoten, zoals de Japanse Duizendknoop, is een bedreiging voor de kwaliteit van het groen in het algemeen en zeker ook voor de biodiversiteit. Alertheid op de aanwezigheid en zorgvuldig handelen is essentieel om vestiging en verspreiding te voorkomen.
Communicatie en participatie
Om biodiversiteit te stimuleren gaan we aan de slag met de volgende maatregelen voor communicatie en participatie:
-Educatie: We gaan aan de slag met educatie op het gebied van biodiversiteit. Samen met verenigingen, vrijwilligersorganisaties, scholen en andere groenbeheerders wil de gemeente komen tot een natuureducatieprogramma. Hierbij is het ook van belang dat de onderhoudsmedewerkers zelf voldoende betrokken en op de hoogte zijn.
-Natuurverenigingen: Bij vraagstukken met grote invloed op de natuur en biodiversiteit betrekken we natuurverenigingen. Waar nodig schakelen we een ecoloog in voor expertise.
-Communicatie: Bij herinrichtingen en ontwikkelingen communiceren we de maatregelen die we nemen om biodiversiteit in het project te vergroten. Zo creëren we betrokkenheid en bewustzijn bij inwoners.
-Operaratie Steenbreek: Met Operatie Steenbreek stimuleren wij inwoners om hun tuin te vergroenen. Elke vierkante meter steen die wordt vervangen door groen draagt bij aan de biodiversiteit. Zo vinden insecten, amfibieën, vogels en kleine dieren weer een leefgebied en wordt het bodemleven verbetert.
5.2.4 Klimaatadaptief groen
Ambities
•Een klimaatadaptieve inrichting wordt uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling, herinrichting of beheersmaatregel
•We bieden ruimte voor groen om bij te dragen aan klimaatmitigatie en kijken naar het binden van koolstof/CO2 in het groenareaal en in circulaire toepassingen van restmateriaal uit het onderhoud
•Bij de plaatsing van zonnepanelen zal de initiatiefnemer rekening moeten houden met de aanwezigheid van bomen en het feit dat deze nog kunnen groeien
Beheer en onderhoud
Om de buitenruimte klimaatadaptief te beheren en onderhouden gaan we aan de slag met de volgende maatregelen:
-Klimaatbestendige soorten: We stellen het juiste assortiment op van hitte- en droogtebestendige soorten die passen binnen de gemeente. Bij nieuwe ontwikkelingen, renovaties en vervanging passen we de soorten toe die het meest geschikt zijn en passen binnen de gestelde kaders.
-Voorkomen uitdroging: We laten bladafval op bepaald plekken liggen om een strooisellaag te creëren die vocht vasthoudend werkt en uitdroging voorkomt.
-Weer: We stemmen het beheer af op de weersomstandigheden en bepalen in overleg wat wel en niet gaat.
-Integraal beheer: Bij beheer en onderhoud van de openbare ruimte, denk aan vervanging van wegen/riolering, kijken we naar de kansen en mogelijkheden voor het groen om hieraan bij te dragen. Het aanleggen van Wadi’s voor waterberging is hier een concreet voorbeeld van.
-Beheergroepen: We passen de beheergroepen aan zodat ze beter bestendig zijn tegen hitte en droogte. Zo kan ruw gras meer hitte en droogte weerstaan dan een strak gazon.
Ontwerp en inrichting
Om de buitenruimte klimaatadaptief te ontwerpen en in te richten gaan we aan de slag met de volgende maatregelen:
-Integrale benadering: Een klimaatadaptieve inrichting wordt uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling, herinrichting of beheersmaatregel. We benaderen klimaatadaptatie integraal waarbij we op zoek gaan naar versterkingen met andere onderdelen in de openbare ruimte. Denk aan het combineren van groen met waterberging en het vergroenen van verharding tegen hittestress.
-Hittestress kaarten: Bij het klimaatadaptief ontwerpen en inrichten van groen nemen we de inzichten van de hittestress kaarten mee als uitgangspunten.
-Halfverharding: We bekijken de mogelijkheid voor het plaatsen van halfverharding in plaats van volledige verharding, bijvoorbeeld voor parkeerplaatsen. Halfverhardingen dragen bij aan water infiltratie en warmen minder op dan volledige verhardingen.
-Waterberging: Bij de aanleg van nieuw groen denken we ook aan waterberging. Door bijvoorbeeld het grondniveau van de plantvakken lager aan te brengen dan de omliggende verharding.
-Speelplaatsen: In verband met hittestress streven we ernaar dat minstens 30% van de oppervlakte van elke speelplek schaduw moet bieden.
-Soorten bomen: Met het aanplanten van bomen houden we rekening met de toekomstverwachtingen van de verschillende soorten. Dat betekent dat we bomen planten die goed bestand zijn tegen enige wateroverlast en tegen droogte kunnen.
-Vastleggen waarde klimaatmitigatie en klimaatadaptatie: In de ‘Groene Kaart gemeente Albrandswaard’ en in het uitvoeringsplan leggen we, waar dit relevant is, de identiteit van het groen vast en welke doelen (waaronder klimaatadaptatie) daarbij worden nagestreefd.
Regelgeving en handhaving
Om te voldoen aan regelgeving en handhaving gaan we aan de slag met de volgende maatregelen:
-Zonnepanelen en bomen: Waar bomen en zonnepanelen elkaar in de weg zitten, kiezen we voor de bomen. Bestaande bomen gaan altijd vóór. Bij nieuwbouw dient een zorgvuldige keuze te worden gemaakt voor aantallen, locaties en soorten bomen in relatie tot het aanbrengen van zonnepanelen. Bij een goed inrichtingsplan is de combinatie zeker mogelijk!
Communicatie en participatie
Om de een klimaatadaptieve buitenruimte te stimuleren gaan we voor communicatie en participatie aan de slag met de volgende maatregelen:
-Educatie: Net als voor biodiversiteit gaan we aan de slag met een educatieprogramma om de waarde van een klimaatadaptieve buitenruimte te delen. Klimaatadaptatie is onderdeel van het op te stellen natuureducatieprogramma.
-Operatie Steenbreek: Met Operatie Steenbreek stimuleren wij inwoners om hun tuin te vergroenen en zo hun steentje bij te dragen aan klimaatadaptatie. Elke vierkante meter steen die wordt vervangen door groen helpt. Het water kan weer in de bodem zakken, de temperatuur in de stad wordt getemperd en fijnstof wordt afgevangen.