Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Geluidsbeheerplan Distripark Eemhaven Albrandswaard

Gemeente Albrandswaard · geldt sinds 26 februari 2022

Aanhef

Leeswijzer

Dit is de beleidsregel waarin het geluidsbeleid voor Distripark Eemhaven te Albrandswaard is neergelegd. Deze beleidsregel bestaat uit een viertal onderdelen:

Deel 1:Aanleiding, inleiding en toelichting

Dit deel geeft een inleiding over de afspraken en achtergronden van het beleid en geeft argumenten voor de beleidsdoelstellingen weer. Daarnaast geeft deel 1 een toelichting op deel 2 en 3.

Deel 2:Akoestisch Inrichtingsplan

Dit deel geeft de vertaling weer van de doelen naar de middelen.

Deel 3: Artikelen

Dit deel beschrijft de artikelen waarin wordt verwoord hoe de geluidseisen in het kader van de Wm worden gesteld.

Deel 4:Ondertekening

3 Deel 3: De Artikelen

3.1 Definities en begripsbepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Activiteitenbesluit:

Besluit algemene regels voor inrichtingen miliuebeheer.

akoestisch inrichtingsplan:

een plan waarin het beleid voor het inrichten van een industriegebied of bedrijventerrein is vertaald naar een akoestisch rekenmodel. In het akoestische rekenmodel is de totaal beschikbare geluidsruimte verdeeld in emissiebudgetten (dB(A)/m2) of in immissiebudgetten in dB(A);

bewakingspunt:

geografisch (X,Y,Z) eenduidig bepaald punt in het veld of op de gevel van een woning, waarop de geluidsbelasting (in dB(A)) door het bevoegd gezag is vastgesteld;

bewakingswaarde:

maximaal toelaatbare geluidsbelasting in dB(A) (etmaalwaarde) vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Albrandswaard;

emissie:

de emissie is het geluid dat de verschillende (geplande) individuele geluidsbronnen van een kavel of inrichting gezamenlijk produceren;

geluidsbelasting:

(vanwege een industrieterrein)

de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen op een industrieterrein;

(gezoneerd) industrieterrein:

een terrein waaraan een bestemming is gegeven die mogelijkheid van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, insluit.

grenswaarde:

maximaal toelaatbare geluidsbelasting in dB(A) (etmaalwaarde) vastgesteld door het bevoegd gezag;

immissie:

de immissie is de geluidsbelasting die een inrichting of kavel(s) in dB(A), na overdracht, op een immissiepunt veroorzaakt;

immissiebudget:

de toegestane wenselijke geluidsbelasting van een inrichting of kavel(s) in dB(A), na overdracht, op een immissiepunt;

immissiepunt:

geografisch (X,Y,Z) eenduidig bepaald punt in het veld of op de gevel van een woning, waarop de geluidsbelasting (in dB(A)) ten gevolge van geluidsbronnen door berekeningen (of metingen) is bepaald;

inrichting:

een inrichting als bedoeld in de zin van artikel 1.1 van de Wet milieubeheer;

meldingsplichtige inrichting:

een inrichting waarop een besluit ex artikel 8.40 van de Wet milieubeheer van toepassing is;

totale geluidsruimte:

de in totaal toelaatbare geluidsbelasting, in getalswaarde gelijk aan de grenswaarde of de bewakingswaarde;

vergunning:

vergunning in het kader van de Wet milieubeheer.

vergunningplichtige inrichting:

een inrichting als bedoeld in de zin van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.

3.2 Reikwijdte en doel

Artikel 2

1Deze beleidsregel is van toepassing op:

a) voor wat betreft het bevoegd gezag: de gemeenteraad van Albrandswaard;

b) voor wat betreft de inrichtingen: alle inrichtingen in het kader van de Wet milieubeheer, die zijn gelegen binnen het plangebied (zie figuur 1).

Artikel 3

Doel van de beleidsregel is om de geluidsuitstraling van alle installaties en activiteiten van alle inrichtingen, die vallen binnen de reikwijdte van deze beleidsregel, te laten overeenstemmen met de vastgestelde bewakingswaarden.

Artikel 4

Het bevoegd gezag behoudt het recht gemotiveerd af te wijken van deze beleidsregel.

3.3 Toetsingscriteria

Artikel 5

1Geluidseisen die worden gesteld aan vergunningplichtige inrichtingen worden getoetst aan:

a) de beste beschikbare technieken;

b) de geluidsruimte van de inrichting ten opzichte van de geplande bijdrage op de immissiepunten (tabel 1);

c) de bewakingswaarden.

2Indien voor een inrichting de geluidssituatie niet voldoet aan de toetsingscriteria, genoemd in het eerste lid, onder a, b en c, wordt de vergunning in principe geweigerd.

3Het tweede lid is niet van toepassing indien niet direct aan het toetsingscriterium zoals genoemd onder het eerste lid, onder b, kan worden voldaan, maar in de vergunning is voorgeschreven op welke wijze en in welke termijn de geluidssituatie wel zal voldoen aan de geplande bijdrage op de immissiepunten en er wel aan de criteria van a en c wordt voldaan.

Artikel 6

1Geluidseisen die worden gesteld aan meldingsplichtige inrichtingen worden getoetst aan:

a) de beste beschikbare technieken;

b) het Activiteitenbesluit;

c) de geluidsruimte van de inrichting ten opzichte van de geplande bijdrage op de immissiepunten (tabel 1);

d) de bewakingswaarden.

2Indien voor een meldingsplichtige inrichting de geluidssituatie niet voldoet aan de toetsingscriteria, genoemd in het eerste lid, onder a, b, c en d worden in principe bij het stellen van maatwerkvoorschriften de oorzakelijke activiteiten geweigerd.

3Het tweede lid is niet van toepassing indien niet direct aan het toetsingscriterium zoals genoemd onder het eerste lid, onder c, wordt voldaan, maar er in de maatwerkvoorschriften afspraken worden gemaakt op welke wijze en in welke termijnen (maximaal 3 maanden) de geluidsituatie wel kan voldoen aan de criteria van a en d.

3.4 Procedures, uitvoering en evaluatie

Artikel 7

Voor de berekening en het bijhouden van de actuele geluidsruimte per kavel wordt gebruik gemaakt van het Informatiesysteem Industrielawaai.

Artikel 8

Minimaal eens in de tien jaar of na honorering van één of meerdere blijvende overschrijding(en) van immissiebudgetten wordt deze beleidsregel geëvalueerd. Hierbij komt ten minste aan de orde:

a) hoe ver de huidige situatie afwijkt van de bewakingswaarden;

b) of er ontwikkelingen zijn die nopen tot aanpassing van de bewakingswaarden;

c) een overzicht van welke afwijkingen van de budgetten er hebben plaatsgevonden bij vergunningverlening en het stellen van maatwerkvoorschriften, met opgaaf van redenen;

Artikel 9

De resultaten van de evaluatie worden voorgelegd aan de leden van de gemeenteraad van Albrandswaard. Indien uit de evaluatie blijkt dat aanpassing nodig is van het akoestisch inrichtingsplan of de bewakingswaarden, dient dit ter besluitvorming te worden voorgelegd aan de leden van de gemeenteraad van Albrandswaard.

3.5 Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 10

1Aanvragen die zijn ingediend na de inwerkingtreding van deze beleidsregel worden voor wat betreft de geluidsaspecten beoordeeld aan de hand van deze beleidsregel.

2Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel, maar waarop nog geen besluit is genomen, worden voor wat betreft de geluidsaspecten beoordeeld aan de hand van deze beleidsregel.

3Vergunningen die reeds zijn verleend of inrichtingen die voldoen aan de in het Activiteitenbesluit gestelde eisen, zullen bij de eerst volgende wijziging of revisie, maar in ieder geval vóór 2010, voor wat betreft de geluidsaspecten, worden aangepast aan deze beleidsregel.

4Meldingsplichtige inrichtingen die reeds zijn gevestigd op het industrieterrein binnen het plangebied krijgen op basis van deze beleidsregel maatwerkvoorschriften opgelegd.

Artikel 11

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan.

Artikel 12 (citeertitel)

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Geluidsbeheerplan Distripark Eemhaven”.

Bijlagen

Bijlage 1: I-kwadraat, het systeem voor zonebewaking

Bijlage 2: Kavelverdeling inclusief kavelnummering en bewakingspunten

Bijlage 3: Bestuursovereenkomst

BIJLAGE 1: I-kwadraat , het systeem voor zonebewaking

I-kwadraat, Zonebeheer en zonebewaking in de regio Rijnmond

Inleiding

Sinds eind 1995 ondersteunt het “Informatiesysteem Industrielawaai”, kortweg genoemd I kwadraat het proces van zonebewaking en zonebeheer in de Rijnmond. In deze toelichting is beschreven wat de filosofie en het vastgestelde beleid is achter zonebewaking en zonebeheer in de Rijnmond en hoe I-kwadraat deze filosofie ondersteunt. Echter voordat is ingegaan op de filosofie en het vastgestelde beleid, is de vigerende wetgeving op dit gebied behandeld en de vertaling hiervan naar uitvoerbaar beleid in de regio Rijnmond.

Wetgeving

In de Wet geluidhinder is in artikel 40/53 vastgelegd dat rond bepaalde industrieterreinen zones moeten worden vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat industrieterrein niet hoger mag worden dan 50 dB(A). Met het vaststellen van de zonegrens rond een industrieterrein, is daarmee ook de in totaal beschikbare geluidsruimte voor dat industrieterrein wettelijk vastgelegd.

In de Wet milieubeheer is in artikel 8.8 lid 3 vastgelegd dat het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag de geldende grenswaarden in acht moet nemen. In art 8.10 lid 2 van diezelfde wet staat dat een vergunning in ieder geval moet worden geweigerd als verlening daarvan niet in overeenstemming is met artikel 8.8.van de Wm. In artikel 8.8 lid 1, punt c, is bovendien bepaald dat het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn te betrekken.

Vertaling van de wetgeving in uitvoerbaar beleid

In de Rijnmond is deze wetgeving vertaald naar het toetsen aan de vastgestelde grenswaarde inclusief de opbouw van die grenswaarden. Als een deel van de in de grenswaarde vastgelegde geluidsruimte bestemd is voor toekomstige ontwikkelingen, dan mag de daarvoor bestemde geluidsruimte in beginsel niet worden ‘weggegeven’ aan andere doeleinden.

Dit houdt dus concreet in dat het bevoegd gezag in de regio Rijnmond, die dit beleid heeft vast-gesteld, een aanvraag voor een Wm-vergunning moet weigeren, als de aangevraagde geluids-productie er toe zou leiden dat, rekening houdend met de geluidsbelasting van geplande industriële ontwikkelingen, de vastgestelde zone in de toekomst zal worden overschreden.

Het ontwikkelde informatiesysteem ondersteunt zowel het bevoegde gezag bij het bewaken van de vastgestelde zone op de grenswaarden als bij het toetsen aan de toekomstige geplande industriële ontwikkelingen. Deze geplande industriële activiteiten zijn visies van de terreinexploitant.

Voor de industrieterreinen Rijnmond-West

5Botlek, Pernis, Europoort en 1e Maasvlakte.

wordt deze functie uitgevoerd door het Havenbedrijf Rotterdam. Omdat bij uitgifte van gronden aan toekomstige bedrijven impliciet geluidsruimte wordt uitgeven voor de geplande industriële activiteiten, is het mede van belang dat dergelijke inpassing past binnen de vastgestelde grenswaarden en binnen de toekomstvisie.

Door deze inzichten en de wetenschap dat door het vaststellen van de zone rond een industrie¬terrein de beschikbare hoeveelheid geluidsruimte beperkt is, is besloten gezamenlijk met betrokken partijen (Het Havenbedrijf Rotterdam, de provincie Zuid-Holland en de DCMR Milieudienst Rijnmond) een systeem te ontwikkelen.

Filosofie van het Informatiesysteem Industrielawaai

Een van de eerste afspraken die werden gemaakt tussen alle betrokken partijen is dat het Informatiesysteem Industrielawaai de akoestische waarheid bevat. Om deze akoestische waarheid van een dynamisch gebied zoals de haven van Rotterdam te kunnen volgen, is het proces van het bijhouden van de gegevens direct gekoppeld aan de werkprocessen van de akoesticus. Ook is besloten dat alle betrokken partijen gebruik maken van dezelfde akoestische data; met andere woorden één akoestische boekhouding in de Rijnmond. Natuurlijk zijn er meerdere afspraken gemaakt en vastgesteld

6Deze afspraken zijn vastgelegd in het Handboek Administratieve Organisatie (HAO).

.

Zoals reeds uit de inleiding blijkt is het van belang voor de gezoneerde industriegebieden in de Rijnmond een toekomstige invulling te maken. Dit toekomstig inrichtingsplan kan worden vertaald in een akoestisch model, het akoestisch inrichtingsplan. In I-kwadraat is een dergelijke akoestische vertaling van de toekomstige invulling opgenomen.

In termen van I-kwadraat wordt dit toekomstmodel ook wel B-model genoemd (het budgetmodel). In dit B-model is het industriegebied verdeeld in kavels. Elk kavel heeft een toegekende hoeveel¬heid geluidemissie en geluidimmissie. Het budget per kavel is dus in het B-model vastgelegd. Met andere woorden in het B-model wordt de beschikbare geluidsruimte verdeeld over de kavels. Mogelijke toekomstige situaties zijn akoestisch vertaald en vastgelegd in het B model. Dit proces wordt ook wel zonebeheer genoemd.

Naast dit toekomstige model is er een actueel model, het A-model. Hierin is de huidige vergunde situatie vastgelegd. Met het A-model wordt de zone van het industrieterrein bewaakt. Omdat in de Rijnmond de processen “zonebeheer” en “zonebewaking” als processen zodanig sterk met elkaar zijn verweven, wordt in I-kwadraattermen slechts gesproken over “zonebewaking”. Namelijk het proces van het beheren van de geluidsruimte is primair gericht op het voorkomen van het over¬schrijden van de zone. Anderzijds heeft het proces van zonebewaking weinig waarde, als daarmee niet vroegtijdig kan worden ingegrepen op een onzorgvuldig beheer.

Vastleggen van emissie en immissie

Omdat de geluidsruimte een schaars goed is geworden, hebben de betrokken partijen besloten dat bij de invulling van de industriegebieden in Rijnmond gebruik mag worden gemaakt van afscherming van gebouwen zowel in het brongebied (het industrieterrein) als in het overdrachts-gebied. Van het ontvangergebied wordt veelal de eerstelijns bebouwing ingevoerd.

De consequentie van deze keuze is dat het bewaken van de zone in de Rijnmond niet meer volstaat met een immissieboekhouding waarin de gecumuleerde geluidsbelasting per bedrijf wordt bijgehouden.

De geluidsbelasting vanwege een bedrijf wordt conform deze werkafspraak berekend met een akoestisch rekenmodel. In dit model is het bedrijf in haar omgeving gemodelleerd. De berekende geluidsbelasting van dit bedrijf is nu onlosmakelijk verbonden met haar omgeving. Een mutatie in de omgeving leidt per definitie tot een verandering van de met dat rekenmodel berekende geluidsbelasting. De grootte en relevantie van de verandering verschilt van geval tot geval.

Winst en verlies

Een aantal processen hebben invloed op de geluidsbelasting van het industriegebied op de zone.

Zo heeft het proces bouwen en slopen van gebouwen op het industriegebied en in het overdrachts-gebied direct invloed op de berekeningsresultaten. Ook het verhogen van dijken, het plaatsen van schermen naast snelwegen en dergelijke hebben invloed. De invloed op de zone kan zowel positief (afscherming) als negatief zijn (verwijderen van de afscherming). In I-kwadraat worden de akoestische consequenties ‘zichtbaar’. Het is een probleem van het bevoegd gezag om, indien noodzakelijk, de juiste maatregelen te treffen.

Bewaking van de zone

De ligging van de zonegrens wordt niet op zich zelf bewaakt, maar aan de hand van een beperkt aantal punten, de zogenaamde zone-immissiepunten (ZIP's, of wel zonebewakingspunten).

Op deze punten worden zodanig de bewakingswaarden vastgesteld dat op een juiste manier de zone wordt bewaakt.

De vastgelegde gegevens op de zonebewakingspunten wordt ook wel de zone-administratie genoemd. De zonebewakingspunten liggen bij voorkeur op herkenbare posities in het gebied. Bijvoorbeeld voor de eerstelijnsbebouwing rondom een industriegebied.

De zonebewakingspunten zijn identiek voor het A- en B-model. Alleen het bevoegd gezag kan de ligging en de bewakingswaarde van de zonebewakingspunten wijzigen.

Op een zonebewakingspunt wordt in I-kwadraat de gecumuleerde situatie van de “geluids-belasting” van het industrieterrein geregistreerd. Bewust staat het woord “geluidsbelasting” tussen aanhalingstekens. Op een zonebewakingspunt wordt de actuele situatie van de reeds uitgegeven gronden, de geplande situatie van de braakliggende terreinen en de gereserveerde geluidsruimte die in optie uitstaat bij een bedrijf bij elkaar opgeteld. Met andere woorden de geplande immissie van de braakliggende gebieden worden meegenomen bij de cumulatie. Op deze wijze wordt er sturing geven aan de gewenste toekomstige invulling. Elk zonebewakingspunt heeft nagenoeg van elk kavel op het industrieterrein een immissiewaarde. Bij de zonetoets wordt de toegekende geluidsbelasting van de kavel vergeleken met de waarden uit het akoestisch rapport. Bij over¬schrijding wordt contact opgenomen met het Havenbedrijf Rotterdam. Gezamenlijk wordt besloten hoe dit verder wordt opgepakt.

Muteren van opgeslagen gegevens in I-kwadraat

Besloten is dat met beschikbare software op de markt buiten het systeem om modellen moeten kunnen worden gemuteerd. De betrokken partijen hebben gekozen voor de modelsoftware van DGMR. Via deze modelsoftware kan worden gecommuniceerd met I-kwadraat.

Omdat besloten is buiten I-kwadraat de akoestische modellen aan te passen, is I-kwadraat zo gebouwd dat op juiste wijze een akoestisch model kan worden geknipt uit het centrale hoofdmodel. Een dergelijk model wordt ook wel een deelmodel genoemd. Van dit geknipte deelmodel wordt door I-kwadraat een registratie bijgehouden. Aan de hand van deze registratie kan in een later stadium het geretourneerde deelmodel worden geïdentificeerd en vergeleken worden met het oorspronkelijk geknipte deelmodel.

Binnen I-kwadraat wordt een aantal standaard deelmodellen onderscheiden, die in het kader van specifieke deelprocessen worden gebruikt. De naam van de deelmodellen is ontleend aan het deelproces c.q. gebruiksdoel. Zo is bijvoorbeeld een IRP-deelmodel bedoeld voor het doorvoeren van mutaties in het InRichtingsPlan (het B-model). De binnen I-kwadraat uitgevoerde geautomatiseerde controle van aangeleverde deelmodellen is afgestemd op de context (het proces) waarbinnen het betreffende deelmodel wordt gebruikt. Zo mag bijvoorbeeld alleen een zonebewakingspunt worden ingevoerd of verwijderd via een Environment-deelmodel, een ENV-deelmodel. Als in een IRP-deelmodel een zonebewakingspunt is verwijderd, dan wordt het model afgekeurd door I-kwadraat. De ongewenste mutaties kunnen nooit in het systeem worden ingevoerd.

Van elk uitgegeven deelmodel wordt in I-kwadraat een uitgebreide administratie bijgehouden. Aan de hand van deze administratie kan elk modelelement (bron, object, punt) van een aangeleverd deelmodel door I-kwadraat worden herkend, en worden vergeleken met de oorspronkelijk uit¬gegeven modelelementen. Deze automatische controle door I-kwadraat wordt gerapporteerd in een controlerapport. Als na controle blijkt dat de mutaties akkoord zijn bevonden, kan met één druk op de knop het model worden geïntegreerd in I-kwadraat. De mutaties worden door I-kwadraat verwerkt in het A- of B-model. Na deze verwerking is er een nieuwe akoestische situatie (werkelijkheid) ontstaan.

Waarheid van de zoneadministratie

De zoneadministratie is een directe afgeleide van het A-model. Het A-model bevat een nieuwe akoestische waarheid als een deelmodel is geïntegreerd. Deze nieuwe akoestische waarheid vervalt pas na integratie van een volgend deelmodel. Echter de zoneadministratie, de berekende bijdragen op de zonebewakingspunten, is nog niet conform de nieuwe akoestische waarheid.

Er zijn twee oorzaken voor het naijlen van de zoneadministratie op het A-model.

1Omdat bij het uitgeven van een deelmodel als voorwaarde wordt gesteld dat het deelmodel geheel moet zijn doorgerekend bij aanlevering, worden slechts een beperkt aantal zone-bewakingspunten meegegeven. Dit om de lokale rekentijden te beperken. Na integratie van een deelmodel ontbreken in de database de bijdragen (van de geïntegreerde geluidsbronnen) op de niet uitgegeven zonebewakingspunten.

2Ook de lokaal (in een deelmodel) berekende geluidsbelastingen zijn niet gebaseerd op de meest recente akoestische waarheid.

Dit naijlen kan niet worden voorkomen, maar het effect kan wel zo beperkt mogelijk worden gehouden door:

1de bij een deelmodel mee te geven zonebewakingspunten zo goed mogelijk te kiezen, waardoor de (voor zonebewaking) meest relevante bronbijdragen direct na integratie in de zoneadministratie zijn opgenomen;

2het A-hoofdmodel na integratie centraal zoveel mogelijk gericht door te rekenen, zodat

-de ontbrekende bronbijdragen in de zoneadministratie worden bijberekend, en

-de geïntegreerde bronbijdragen worden nagerekend;

3het aantal uitstaande deelmodellen en de duur van de uitleen te beperken.

De zoneadministratie bevat pas de waarheid nadat het A-model geheel is doorgerekend. Dit doorrekenen gebeurt geheel automatisch in I-kwadraat. Dit is een aandachtspunt bij het raadplegen van de zoneadministratie.

Voordelen van het Informatiesysteem Industrielawaai

De akoestische data wordt centraal beheerd en biedt altijd een snel en betrouwbaar overzicht.

Eén akoestische waarheid schept duidelijkheid en bespaart tijd en geld.

Alle gebruikers werken met dezelfde bestanden en dezelfde programmatuur. Dat voorkomt misverstanden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.