Aanhef
Evenementenbeleid 2017 Gemeente Alblasserdam;
de raad van de gemeente Alblasserdam;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 april 2017;
besluit:
vast te stellen de volgende:
Evenementenbeleid 2017 Gemeente Alblasserdam.
2. Visie en doelstellingen
2.1 Visie
Alblasserdam heeft een breed en divers evenementenaanbod, van zowel kleinschalige als grootschalige aansprekende evenementen. De evenementen hebben een aantrekkingskracht op inwoners en bezoekers en vergroten de levendigheid van het dorp. Zowel kleine als grote evenementen zijn belangrijk voor Alblasserdam. Evenementen zijn een onmisbare factor in onder meer het vergroten van sociale samenhang binnen het dorp en zorgen voor ontmoeting met elkaar. De inwoners van Alblasserdam kunnen zich identificeren met de evenementen.
Een deel van deze evenementen, zoals de Paardenmarkt of het Havenfestival, is daarnaast onderscheidend ten opzichte van omliggende dorpen en steden. Alblasserdam heeft een evenemententraditie die een belangrijk deel vormt van de identiteit van de gemeente. Evenementen leveren een positief effect op de aantrekkingskracht van Alblasserdam op toeristen en recreanten.
Het succes van een evenement valt of staat met draagvlak binnen het dorp. Evenementen vinden kracht en meerwaarde in het feit dat ze gedragen worden door het dorp. Vaak gaat het om vrijwilligers: inwoners of ondernemers die belangeloos iets willen organiseren voor het dorp. De gemeente waardeert deze inzet en vervult een stimulerende, faciliterende en ondersteunende rol.
De organisatie van een evenement ligt bij vrijwilligers, bedrijven en/of evenementenorganisatoren. Dit vraagt om verbinding en nauwe samenwerking tussen de gemeente, Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, organisatoren, lokale partners en afstemming met bewoners. De gemeente wil in samenwerking met organisatoren van evenementen een gevarieerd en aantrekkelijk evenementenaanbod creëren.
2.2 Doelstellingen
Mede gelet op het profiel van het dorp zijn er in de beleidsnota evenementen van 2011 doelstellingen geformuleerd. In voorliggende beleidsnota wordt grotendeels vastgehouden aan deze doelstellingen.
Versterking en verdieping van het huidige evenementenaanbod en het met elkaar verbinden van bestaande evenementen.
Om bestaande evenementen te versterken en te verdiepen is meer aandacht nodig voor clustering van gelijksoortige evenementen en evenementen die elkaar aanvullen. Verdieping en samenwerking tussen organisatoren leidt tot een duidelijkere profilering van evenementen en een betere bundeling.
Het versterken en verbeteren van het imago en de aantrekkingskracht van Alblasserdam
Evenementen kunnen bijdragen aan het imago en de aantrekkingskracht van Alblasserdam. Evenementen brengen publiciteit met zich mee. Positieve ervaringen tijdens een evenement van zowel inwoners als bezoekers kunnen bijdragen aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van Alblasserdam als woon- en recreatieplaats.
Versterken culturele en sociaal-maatschappelijke meerwaarde
Evenementen geven een impuls aan de leefbaarheid en levendigheid in de gemeente. Evenementen vergroten het gevoel van saamhorigheid en betrokkenheid. Bezoekers beleven samen het evenement waardoor de sociale cohesie op dat moment toeneemt. Daarnaast dragen evenementen bij aan het ontmoeten van elkaar.
Vergroten economische meerwaarde
Grootschalige evenementen trekken naast inwoners uit de gemeente Alblasserdam ook bezoekers uit omliggende gemeenten. Evenementen stimuleren bestedingen van bezoekers en vergroten de economische positie van Alblasserdam.
Deregulering en vereenvoudigen vergunningaanvraag
Deregulering en vereenvoudiging van vergunningaanvragen staat hoog op de agenda. Er is vanuit de samenleving en de Raad het verzoek gekomen om het aanvragen van een evenementenvergunning eenvoudiger te maken, zonder hierbij afbreuk te doen aan het aspect veiligheid. Deregulering en vereenvoudiging is dan ook een doelstelling van het evenementenbeleid.
3. Risicoscan en classificatie
3.1 Classificering
Een organisator van een evenement moet een evenementenvergunning aanvragen.
Niet voor alle evenementen is een evenementenvergunning vereist. In sommige gevallen zijn evenementen meldingsplichting. Dit zijn zogenoemde 0-evenementen. Voor vergunningsplichtige evenementen wordt onderscheid gemaakt in A-, B- en C evenementen. In dit onderscheid komen de mate van risico's op het gebied van openbare orde en veiligheid, impact op het dorp en in hoeverre een evenement belastend is voor de omgeving. Bij de beoordeling van de risico's wordt gebruik gemaakt van een risicoscan. Hiermee is aansluiting gezocht bij de Handreiking Publieksevenementen Zuid-Holland Zuid. Deze handreiking is in vijftien van de Zuid-Holland Zuid gemeenten bestuurlijk vastgesteld, waaronder in de gemeente Alblasserdam. De handreiking vervangt wet- en regelgeving van het bevoegd gezag niet, maar zorgt voor uniformiteit en verbinding in aanpak en uitvoering.
Door het invullen van de risicoscan worden risicopunten toegewezen aan een evenement. Hierbij wordt gekeken naar drie onderdelen:
Het publieksprofiel. Hierbij wordt gekeken welk type publiek aanwezig is bij het evenement.
Er wordt onder meer gekeken naar leeftijd, aantal bezoekers, aanwezigheid van risicovolle groepen of kwetsbare groepen en de verwachting van alcohol/drugsgebruik.
Het ruimtelijk profiel. Hierbij wordt gekeken naar het type locatie. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of de locatie gevoelig is voor veranderende weersomstandigheden en of er sprake is van een bezoekersstroom van de ene locatie naar een andere.
Activiteitenprofiel. Hierbij wordt gekeken naar het soort evenement. Is het bijvoorbeeld een dance evenement of een braderie. Daarnaast wordt gekeken naar de duur van het evenement en of er verhoogde risico's zijn op slachtoffers, bijvoorbeeld het risico op blessures bij een sportevenement.
Bij alle drie de onderdelen worden ervaringen uit het verleden meegenomen. Als een evenement eerder goed verlopen is worden minder risicopunten toegekend, dan wanneer er problemen hebben plaatsgevonden bij eerdere edities van het evenement. De categorieën worden weergeven en beschreven in tabel één.
Categorie
Omschrijving
Advies van
Melding/vergunning
0-evenement/meldingsplichtig evenement
Kleinschalige evenementen zonder noemenswaardig risico waarbij geen extra capaciteit van de hulpdiensten vereist is.
Maatwerk
Melding
Categorie A
Evenement met een laag risico, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en/of beperkte gevolgen voor het verkeer en tevens een geringe extra capaciteit van de hulpdiensten is vereist.
Politie
Vergunning
Categorie B
Evenement met een verhoogd risico, waarbij sprake is van een verhoogde impact op de omgeving en/of gevolgen voor verkeer en tevens extra capaciteit van de hulpdiensten is vereist.
Politie
Vergunning
Categorie C
Risicovol evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de omgeving/regio en/of verkeer en tevens extra capaciteit van de hulpdiensten is vereist.
Integraal advies
Vergunning
Tabel 1. Indeling categorieën evenementen
De risicoscan is een hulpmiddel om de 'behandelaanpak' te bepalen. De gemeente bepaalt de definitieve categorie. Meldingsplichtige evenementen worden standaard ingedeeld in risicoklasse-0 en worden niet door middel van een risicoscan geclassificeerd. Het betreft kleinschalige evenementen zonder noemenswaardig risico of impact op de omgeving, waarbij geen extra capaciteit van de hulpdiensten vereist is. Bij het indelen van vergunningsplichtige evenementen wordt nadrukkelijk getoetst op de risico's op gebied van openbare orde en veiligheid, impact op de omgeving en in hoeverre het evenement belastend is voor de omgeving. Ook benodigde capaciteit van de hulpdiensten en eventuele gevolgen voor het verkeer worden getoetst.
Het is mogelijk dat in de aanloop naar het evenement bepaalde onderdelen van het evenement wijzigen, waardoor de categorie-indeling kan veranderen. Voor een gedegen voorbereiding vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, gezondheid en milieu is het van belang dat wijzigingen (zoals een groter bezoekersaantal, andere locatie of andere activiteiten) altijd worden doorgevoerd in de risicoscan. De vergunningverlener, evenementencoördinator maar ook de organisator dienen zich hier bewust van te zijn. Bij vergunningsplichtige evenementen in categorie B en C is vroegtijdig vooroverleg met de organisatie van belang, zodat het evenement tijdig op de juiste wijze geclassificeerd kan worden.
3.2 Analyse evenementen in Alblasserdam
4. Kaders vergunningverlening
4.1 Wettelijk kader
De basis voor het verlenen van een evenementenvergunning en het stellen van nadere regels en voorwaarden ligt in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Alblasserdam. Op evenementen is naast de APV ook nog een grote hoeveelheid andere regelingen op evenementen van toepassing, zoals:
Algemene Wet Bestuursrecht;
Gemeentewet;
Drank- en Horecawet;
Wet Ruimtelijke Ordening;
Brandbeveiligingsverordening;
Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (gebruiksbesluit);
Wegenverkeerswet 1994;
Zondagswet;
Wet op de Kansspelen;
WABO (wet algemene bepalingen omgevingsrecht).
4.2 De Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
Een gemeente verleent een evenementenvergunning op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In dit hoofdstuk wordt een kader uitgewerkt van vergunningaanvraag tot vergunningverlening. De APV is een uitwerking van het beleid en geeft de richtlijnen voor vergunningverlening. Alleen een evenementenvergunning is niet altijd genoeg om een evenement te kunnen organiseren. Zo kunnen er op basis van de drank- en horecawet voor het schenken van zwak-alcoholische dranken tijdens een evenementen nadere regels gesteld worden.
In artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Alblasserdam is de volgende regelgeving over evenementen opgenomen:
1Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2Geen vergunning is vereist voor een 0-evenement, indien:
a.het evenement een straatfeest, buurtbarbecue of kleinschalige activiteit in de open lucht betreft;
b.het aantal gelijktijdig aanwezige bezoekers niet meer bedraagt dan 250 personen;
c.het evenement tussen 09.00 en 23.00 uur plaats vindt;
d.Het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige geluidsbron, bijvoorbeeld een kleine geluidsinstallatie, niet meer bedraagt dan 80 dB;
e.het evenement niet plaatsvindt op hoofdverkeersstromen in de zin van de Wegenverkeerswet 1994 of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten, en het derhalve niet noodzakelijk is om één of meerdere verkeersmaatregel(en) te treffen;
f.Het evenement geen extra politiecapaciteit vergt;
g.slechts kleine gecertificeerde objecten van een geringe constructie worden geplaatst, met een oppervlakte van maximaal 25 m2 per object;
h.er geen ander evenement in de buurt plaatsvindt;
i.Er geen samenloop is met wegopbrekingen en/of de hoofdroutes van de hulpdiensten.
j.er een organisator is;
k.het een niet-commerciële organisator betreft;
l.de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement
daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
3Geen vergunning is vereist voor een herdenkingsplechtigheid, indien:
a.de organisator tenminste twee werkdagen voorafgaand aan de plechtigheid daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
Bij collegebesluit kan altijd afgeweken worden van de gestelde kaders. Dit wil zeggen dat een evenement dat volgens de voorwaarden meldingsplichtig is, alsnog aangeduid kan worden als vergunningplichtig evenement. Daarnaast kan een categorie A evenement dat volgens de voorwaarden vergunningsplichtig is, alsnog aangeduid worden als een meldingsplichtig evenement.
4.3 Meldingsplichtige evenementen
Binnen de gemeente Alblasserdam wordt onderscheid gemaakt in meldingsplichtige en vergunningsplichtige evenementen. In het kader van deregulering zijn evenementenvergunningen met een standaard karakter omgezet in een melding. De melding wordt getoetst aan de APV. Hierbij is aangesloten bij de handreiking publieksevenementen Zuid-Holland Zuid waarbij gewerkt wordt met de classificatie 0-evenementen. 0-evenementen zijn kleinschalige evenementen zonder noemenswaardig risico en waarbij geen extra capaciteit van de hulpverleningsdiensten is vereist. Deze evenementen zijn niet vergunningplichtig, maar wel meldingsplichtig.
De organisator moet vier weken van te voren een melding doen bij de burgemeester. Bij hoge uitzondering kan de burgemeester van deze termijn afwijken. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid handelt de meldingen voor de gemeente af. De organisator ontvangt binnen veertien dagen na de schriftelijke ontvangstbevestiging een definitief bericht van de Omgevingsdienst, zodat de organisator ervan uit kan gaan dat het evenement volgens plan kan doorgaan. Voor een 0-evenement is altijd een bevestiging nodig. De organisator van een evenement dient zich altijd te houden aan de gestelde veiligheidsvoorschriften.
Het is aan de Omgevingsdienst en de gemeente of een advies wordt gevraagd aan de dienst(en).
In geval er sprake is van twijfel over de vergunningsplicht van het evenement, dan kan de organisator dit laten toetsen door de evenementencoördinator. De evenementencoördinator zal de organisator ondersteunen en infomeren onder welke voorwaarden een meldingsplichtig evenement mag plaatsvinden.
4.4 Vergunningsplichtige evenementen
Zoals opgenomen in hoofdstuk 3 volgt na een vergunningaanvraag een risico inschatting. Door het invullen van de risicoscan wordt bepaald of een evenement een categorie A-, categorie B-, of categorie C evenement is. De uitkomst hiervan bepaald de procedure die op de aanvraag volgt.
4.4.1 Categorie A evenement
De vergunningaanvraag voor een A-evenement moet minimaal twaalf weken voorafgaand aan het evenement zijn ingediend. Afhankelijk van het evenement en de bijbehorende activiteiten wordt bepaald of het noodzakelijk is dat er naast de vergunningaanvraag ook aanvullende documenten ingediend moeten worden. In enkele gevallen kan het zijn dat een categorie A evenement wordt opgewaardeerd naar een categorie B evenement. Bij een categorie A evenement wordt altijd advies ingewonnen bij de politie. Afhankelijk van de risico's van het evenement kan de volledige aanvraag ter advisering worden voorgelegd aan andere adviesverleners, zoals de brandweer en de GHOR.
4.4.2 Categorie B evenement
De vergunningaanvraag voor een B-evenement moet minimaal veertien weken voorafgaand aan het evenement ingediend te zijn. Deze termijn is noodzakelijk om te komen tot een zorgvuldige vergunningverlening. Een belangrijke voorwaarde voor het in behandeling nemen van de vergunningaanvraag is dat deze volledig moet zijn, inclusief het calamiteitenplan en tekeningen.
Voor een categorie B evenement wordt altijd advies gevraagd aan de politie en brandweer. Afhankelijk van de risico's bij het evenement kan de aanvraag tevens ter advisering voorgelegd aan andere adviesverleners. Bij een categorie B evenement is altijd sprake van een vooroverleg met de evenementencoördinator en waar nodig adviesverleners, zodat ruim op tijd vastgesteld kan worden of het daadwerkelijk om een B-evenement gaat of opgeschaald moet worden naar categorie C. De evenementencoördinator voert hierin de regie.
4.4.2 Categorie C evenement
De vergunningaanvraag voor een C-evenement moet minimaal zestien weken voorafgaand aan het evenement ingediend te zijn. De vergunningaanvraag moet volledig zijn, inclusief tekeningen en het calamiteitenplan. Voor een categorie C-evenement vindt altijd integrale advisering plaats.
Bij een categorie C evenement, is er net als bij een categorie B evenement, sprake van een vooroverleg met de evenementencoördinator en adviesverleners. De evenementencoördinator voert hierin de regie.
4.5 Advisering bij evenementen
Bij de beoordeling van de aanvraag van een evenementenvergunning wordt, afhankelijk van de aard en de grootte van het evenement, advies ingewonnen bij meerdere organisaties en diensten, zoals:
Politie;
Brandweer;
GHOR;
Afdelingen binnen de gemeente Alblasserdam, zoals de afdeling Buitenruimte en Ruimtelijke & Maatschappelijke ontwikkeling.
Als het advies van één of meerdere adviesverleners negatief is, dan kan de evenementenvergunning worden geweigerd. Bij categorie B en C evenementen vindt in de meeste gevallen vooroverleg plaats met de verschillende adviesverleners.
4.6 Weigeren evenementenvergunning
De burgemeester is het bevoegd gezag om een aanvraag voor een evenementenvergunning te weigeren. Een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt getoetst en kan op grond van artikel 1:8 APV geweigerd worden in het belang van:
Openbare orde
Openbare veiligheid
De volksgezondheid
Bescherming van het milieu.
Daarnaast kan een vergunning voor het organiseren van een evenement geweigerd worden indien:
De vergunningaanvraag voor het organiseren van het evenement niet tijdig is ingediend.
Indien door het bevoegd gezag is geconstateerd dat de organisator van het evenement de vergunningvoorschriften van hetzelfde evenement in het jaar voorafgaand c.q. de jaren voorafgaand aan het evenement meerdere keren heeft overtreden.
Indien er op dezelfde datum waarop het evenement plaatsvindt al één of meerdere evenementen plaatsvindt.
4.7 Te laat ingediende meldingen of vergunningaanvragen
Onder een te laat gedane melding of vergunningaanvraag wordt een volledige melding of vergunningaanvraag bedoeld die niet binnen de gestelde termijn bij het bevoegd gezag ingediend is verstaan. Meldingen of vergunningaanvragen die niet tijdig gedaan worden kunnen door het bevoegd bezag buiten behandeling gesteld worden met het oog op zorgvuldige advisering van de betrokken instanties. Dit betekent dat het evenement dan niet door mag of kan gaan. Vergunningaanvragen voor evenementen die onder categorie C vallen en nieuwe evenementen moeten in ieder geval binnen de gestelde termijn zijn ingediend.
Met het vasthouden aan de termijnen willen we organisatoren niet belemmeren in creativiteit in het programma. Mocht het programma nog niet volledig rond zijn bij het verstrijken van de indientermijn, dan wordt hier indien mogelijk met enige coulance mee omgegaan.
4.8 Schaatsmolentochten
De Stichting Schaatsmolentochten Alblasserwaard is bij het organiseren van haar evenement afhankelijk van de weersomstandigheden. Het stichtingsbestuur heeft daarom een doorlopende vergunning voor het organiseren van Schaatsmolentochten, waardoor zij niet aan bovenstaande indientermijnen gebonden is. In het draaiboek gemeenten schaatsmolentochten (2009) is opgenomen dat de vergunning eens in de vijf jaar opnieuw zal worden bekeken door de betrokken gemeenten en de Stichting Schaatsmolentochten Alblasserwaard. Indien er door de Stichting Schaatsmolentochten Alblasserwaard niet wordt voldaan aan de vergunningvoorwaarden dan zal dat de aanleiding zijn om met het stichtingsbestuur in gesprek te gaan. Een mogelijke consequentie kan zijn dat de vergunning ingetrokken wordt met iedere uitsluiting van aansprakelijkheid voor de vergunningverlener(s).
4.9 Herdenkingsbijeenkomsten
Een herdenkingsbijeenkomst is een activiteit die voor iedereen toegankelijk is. In de Algemene Plaatselijke Verordening zal een aanvulling gedaan worden wat betreft herdenkingsbijeenkomsten. Voor herdenkingsbijeenkomsten dient een evenementenvergunning aangevraagd te worden. Echter geldt er voor herdenkingsbijeenkomsten een uitzondering wat betreft de indientermijnen. Een aanvraag voor een evenementenvergunning voor het houden van een herdenkingsbijeenkomst dient uiterlijk twee werkdagen voor het plaatsvinden van de herdenkingsbijeenkomst ingediend te worden. Er worden geen leges doorberekend aan de organisator of aanvrager van een vergunning voor een herdenkingsbijeenkomst.
4.10 Kamperen als evenement
In de Algemene Plaatselijke Verordening, artikel 4:18, is opgenomen dat het verboden is om ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd. Het college van B&W kan ontheffing verlenen van het verbod. Kamperen tijdens een evenement valt niet onder het artikel evenementen zoals opgenomen in de APV. Voor kamperen tijdens een evenement is in de APV, artikel 4:18, nadere uitwerking gedaan.
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
1Het is verboden zonder voorafgaande melding bij het college ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.
2De kampeermiddelen kunnen worden geplaatst indien het college niet binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat het plaatsen van de kampeermiddelen wordt verboden.
3Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
4Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:
a.de bescherming van natuur en landschap;
b.de bescherming van een stadsgezicht.
5Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de vergunning als genoemd in lid 3, om dringende redenen van algemeen belang, zoals de bescherming van het (stedelijk) milieu
Er worden op gebied van brandveiligheid, milieu en gezondheid aanvullende voorwaarden gesteld. Bij dergelijke meldingen worden de brandweer en politie altijd geïnformeerd, evenals de afdeling Buitenruimte als het om openbaar terrein gaat. Zij weten dan op welk moment en waar er gekampeerd wordt in Alblasserdam.
4.11 Evenementen op zondag
Bij evenementen die op zondag plaatsvinden, geldt de Zondagswet. Op grond van de Zondagswet mogen evenementen op zondagen en op Hemelvaartsdag, de eerste en tweede Kerstdag, tweede Pinksterdag, tweede Paasdag en Nieuwjaarsdag niet plaatsvinden in de nabijheid van kerken en gebouwen waardoor de godsdienstuitoefening belemmerd kan worden. De Zondagswet bepaalt dat er op zon- en feestdagen vóór 13:00 uur geen openbare vermakelijkheden gehouden mogen worden.
Het is op zondag niet toegestaan om een evenement plaats te laten vinden. Slechts bij expliciet B&W besluit mag een evenement op zondag plaatsvinden.
4.12 Uitzonderingen
Het uitgangspunt van de beleidsnota is dat de afspraken worden nageleefd. Echter is niet alles altijd tot in detail te voorzien. Op grond van artikel 4:84 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan het bevoegd gezag, de burgemeester, gemotiveerd afwijken van vastgesteld beleid. De gemeente Alblasserdam wil evenementen faciliteren en ondersteunen. Met het beleid willen we juist organisatoren niet belemmeren in creativiteit en in het programma. We willen ruimte houden voor onverwachte en niet voorzienbare activiteiten, zoals viering van een sportsucces. Het gaat hier dan nadrukkelijk om niet te voorspellen, bijzondere gebeurtenissen.
4.13 Evaluatie
Nadat het evenement heeft plaatsgevonden kan door de gemeente een evaluatie worden georganiseerd. De evaluatie kan tevens dienen als vooroverleg voor een volgende editie.
De gemeente benadert daar de organisator, de Omgevingsdienst en adviesverleners voor. Het evalueren van evenementen is niet gekoppeld aan een categorie zodat, daar waar gewenst, een evenement geëvalueerd kan worden. Evenementen waarbij gezamenlijk geadviseerd is worden altijd geëvalueerd. De evaluatie van het evenement wordt vastgelegd en bij het evenementendossier gevoegd. Bij de evaluatie beoordelen de adviesverleners en vergunningsverlener de effectiviteit van de getroffen maatregelen en trekken conclusies die in het daaropvolgende jaar kunnen leiden tot een verbeterde opzet. Ook berichten vanuit de gemeente (bewoners, de media, ondernemers) die betrekking hebben op het evenement vormen een vast onderdeel in de evaluatie.
5Evenementenkalender
De evenementenkalender is een belangrijk instrument. Via de evenementenkalender is in een vroegtijdig stadium voor alle betrokkenen (zowel intern als extern) en de bewoners inzichtelijk welke evenementen op welke datum en locatie plaatsvinden. De evenementenkalender wordt samengesteld aan de hand van aanvragen voor een evenementenvergunning. Plaatsing op de evenementenkalender is geen garantie dat de organisatie ook daadwerkelijk een vergunning krijgt. Categorie B en categorie C evenementen moeten zich vóór 1 november van het voorafgaande jaar melden voor de evenementenkalender bij de evenementencoördinator. De evenementenkalender is een instrument met zowel een interne en externe functie.
6. Nadere regels bij evenementen
6.1 Geluid
Een minder positief effect dat evenementen met zich mee kunnen brengen is geluidsoverlast. Evenementen kunnen zorgen voor een geluidsproductie die tot ver buiten het terrein van het evenement te horen is. Geluidsoverlast kan overlast voor omwonenden bezorgen en het leefklimaat aantasten. In deze beleidsnota wordt alleen ingegaan op het ten gehore brengen van muziek of ander geluid tijdens evenementen. In de vergunning kunnen aanvullende voorschriften worden opgenomen, zoals het maximale toegestane geluidsniveau, de situering van geluidsbronnen en tijden waarop geluid ten gehore gebracht mag worden. Dit betreft maatwerk en verschilt per evenement.
De organisator van een evenement is zelf verantwoordelijk voor het niet overschrijden van de gestelde geluidsnormen. De gemeente Alblasserdam laat – indien nodig – ter controle geluidsmeting uitvoeren door de Omgevingsdienst. Voor de naleving van de gestelde geluidsnormen bij evenementen en klachtafhandeling wordt er gehandhaafd. Dit wil zeggen dat overschrijding van normen aangepakt wordt. Dit kan variëren van een waarschuwing, onmiddellijk bijstellen volume, ingrijpen van de politie en het stilleggen van het evenement en daarnaast kan het consequenties hebben voor het verlenen van een vergunning voor een volgend evenement.
6.2 Eindtijden
Ook hier geldt dat een evenementenvergunning maatwerk is. In onderstaande tabel zijn de uiterlijke eindtijden genoemd. Een evenement kan dus altijd op een ander tijdstip eindigen. Afspraken over eindtijden worden vastgelegd in de vergunningvoorwaarden.
Dag
Eindtijd
Maandag t/m donderdag
23.00 uur einde muziek
24.00 uur einde evenement
Vrijdag en zaterdag
01.00 uur einde muziek
02.00 uur einde evenement
6.3 Evenementenlocaties
Het evenementenbeleid is zodanig opgesteld dat er beperkte algemene regels gelden voor de gehele gemeente. De verwachting is dat het aantal evenementen slechts beperkt zal toenemen en daarmee geen toenemende druk zal komen te staan op bepaalde locaties. Er wordt geen maximum gesteld aan het aantal evenementen per locatie. In de meeste gevallen is er veel draagvlak voor de evenementen die plaatsvinden. Daarnaast worden omwonenden goed geïnformeerd. Mocht op een later moment uit de evaluatie blijken dat het stellen van aanvullende regels per locatie toch noodzakelijk is, dan worden deze regels aan het beleid toegevoegd.
6.4 Drank- en Horeca ontheffing
Indien een organisator tijdens het evenement zwak alcoholische dranken wil schenken dient deze een drank- en horecaontheffing aan te vragen. De ontheffing krachtens artikel 35 van de drank- en horecawet geeft toestemming tot het verstrekken van zwak alcoholische dranken bij bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard. De wet geeft geen definitie van het begrip “bijzondere gelegenheid vantijdelijke aard”. In een toelichting op de wet is een bijzondere gelegenheid omschreven als: “een kermis, een braderie, muziek- en/of sportfeest, jaarmarkt en andere manifestaties die eenmalig, dan wel in deregel niet meer dan tweemaal per jaar voorkomen”. Het gaat om incidentele gevallen. Dit is een toelichting en geen definitie. De gemeente maakt bij het verlenen van de ontheffing zelf de afweging wat er onder “bijzondere gelegenheid” verstaan wordt. Voorbeeld van een bijzondere gelegenheid is Koningsdag.
6.5 Paracommercie
Regelmatig komen er aanvragen binnen voor drank- en horecaontheffingen, ook door paracommerciële instellingen. Paracommerciële instellingen zijn verenigingen of stichtingen (zoals een voetbalvereniging) die horeca-activiteiten ontplooien die los staan van hun hoofddoelstelling.
De hoofddoelstelling van een voetbalvereniging is het verzorgen van trainingen en wedstrijden en niet het schenken van alcohol in de kantine. Op deze manier ontstaat er de kans op oneerlijke concurrentie tussen de paracommerciële instellingen en de commerciële horecaondernemers. De gemeente wil deze oneerlijke concurrentie zoveel mogelijk tegengaan.
Dit betekent het volgende:
Het is verboden in de inrichting bijeenkomsten van persoonlijke aard te houden, waarbij alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt of genuttigd.
Artikel 25 van de Drank- en Horecawet verbiedt het aanwezig c.q. in voorraad hebben van alcoholhoudende drank als de ruimte openstaat voor publiek, en wanneer op dat moment niet het slijtersbedrijf of horecabedrijf rechtmatig (dus met vergunning) wordt uitgeoefend.
Onder dergelijke bijeenkomsten worden verstaan: bijeenkomsten die geen direct verband houden met de (statutair vastgelegde) doelstellingen en activiteiten. Daaronder vallen in elk geval: bruiloften, en partijen, zoals bedrijfsfeesten en condoleance-bijeenkomsten.
Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard in de inrichting, openlijk aan te prijzen.
Het is verboden in de inrichting alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken langer dan drie uur na het gebruik van de inrichting overeenkomstig de statutaire doelstelling(en) en/of bestemming van de inrichting.
Ook voor het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard, waarbij geen alcohol genuttigd of verstrekt wordt, moet op grond van de APV een melding gedaan te worden of moet een evenementenvergunning aangevraagd te worden. Nadere voorwaarden wat betreft paracommercie zijn opgenomen in de beleidsnotitie paracommercialisme, zoals vastgesteld in augustus 2003 door het college van burgemeester en wethouders.
6.6 Televisieschermen
Horecaondernemers mogen sportwedstrijden (bijvoorbeeld tijdens het EK voetbal) op schermen in hun horeca-onderneming of op het terras vertonen. Zij dienen hier echter wel tijdig een evenementenvergunning voor aan te vragen. Het televisiescherm mag in ieder geval niet te zien zijn vanaf de straatkant.
Er morgen geen grote schermen in de buitenruimte geplaatst worden, met uitzondering van afgesloten ruimtes zoals een afgebakend evenemententerrein. Voorgenoemde moet aan alle veiligheidseisen voldoen en moet door een professionele organisator georganiseerd worden.
De organisator wordt in staat geacht kennis en ervaring te hebben om een evenement te kunnen organiseren. Dit moet blijken uit eerder georganiseerde evenementen of samenwerking met professionele partijen zoals een bedrijf of instelling die zich hoofdzakelijk bezighoudt met het organiseren van evenementen.
Regelmatig komen er aanvragen binnen van bewoners die bijvoorbeeld buiten met elkaar het WK willen kijken op televisie. Dergelijke activiteiten bevorderen de sociale cohesie. Er mogen op straatniveau kleine televisieschermen voor een bescheiden publiek worden neergezet.
Er mogen hierbij niet meer dan 50 personen aanwezig zijn, er dient een melding gedaan te worden bij de gemeente, er mag geen alcohol genuttigd worden op of aan de openbare weg en de plaatselijke politie moet op de hoogte zijn van de voorgenomen activiteit.
6.7 Milieuzorg
De gemeente hecht veel waarde aan een leefbaar en duurzaam Alblasserdam. De leefbaarheid van de gemeente wordt bepaald door een gezond en duurzaam leefmilieu. Een duurzame omgang met onze leefomgeving is van belang. Evenementen kunnen impact hebben op onze leefomgeving. Milieuzorg wordt dan ook steeds belangrijker bij de organisatie van een evenement. Daarbij kan gedacht worden aan het zorgdragen voor afvalvoorzieningen en energie- en watervoorziening. De gemeente wil milieubelasting van een evenement zo veel mogelijk beperken. Daartoe wordt bij verlening van een evenementenvergunning voorschriften en richtlijnen gegeven op gebied van onder andere geluid, afval en bodem- en groenbescherming. Het doel van de te stellen voorschriften en richtlijnen is beperking van overlast voor de directe woon- en leefomgeving.
9. Toezicht en handhaving
9.1 Toezicht
Bij categorie B en C evenementen vindt doorgaans vooraf een gesprek plaats met de organisator van het evenement en adviesverleners. In dit overleg worden afspraken gemaakt over voorwaarden, het naleven van de gestelde voorwaarden en het waarborgen van veiligheid. Afhankelijk van de aard van het evenement en de locatie van het evenement wordt bepaald welk type toezicht nodig is tijdens het evenement. Bij categorie B en C evenementen vindt, indien nodig, enkele uren voor aanvang van het evenement een multidisciplinaire schouw plaats. Deze schouw vindt plaats onder coördinatie van de vergunningverlener van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Bij de schouw is in ieder geval aanwezig: de vergunningverlener, de hulpdiensten, de evenementencoördinator en andere partijen waarvan aanwezigheid nodig wordt geacht. De toezichthouders schouwen het terrein aan de hand van de gestelde vergunningvoorwaarden. Knelpunten worden direct kenbaar gemaakt aan de organisator. De organisator dient de knelpunten tijdig te herstellen en/of op te lossen.
Tijdens het evenement houden de toezichthoudende diensten toezicht tijdens het evenement.
9.2 Handhaving
Als blijkt dat de organisator zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden kunnen er consequenties aan verbonden worden. Een maatregel kan variëren van een bestuurlijke maatregel tot het onmiddellijk stilleggen van het evenement. In eerste instantie wordt er na constatering van een overtreding eerst gewaarschuwd met het doel de situatie te herstellen. Afhankelijk van de aard en ernst van de geconstateerde overtreding of het niet nakomen van afspraken, beslist de burgemeester welke bestuurlijke maatregel passend is.
Bestuurlijke waarschuwing
De burgemeester kan besluiten tot het geven van een bestuurlijke waarschuwing. Er wordt kenbaar gemaakt dat de organisator in overtreding is geweest. In de waarschuwingsbrief kan ook opgenomen worden dat bij een nieuwe overtreding de burgemeester kan overgaan tot een bestuursrechtelijke maatregel, zoals een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. De bestuurlijke waarschuwing is geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb). Hiertegen kan ook geen bezwaar worden gemaakt.
Het opleggen van het soort bestuursrechtelijke maatregel is afhankelijk van de spoedeisendheid. Het ongedaan maken van een overtreding en/of gevaarlijke situatie tijdens een evenement heeft vaak een spoedeisend belang. Om die reden wordt in de regel eerder gebruik gemaakt van een last onder bestuursdwang, dan een last onder dwangsom.
Last onder dwangsom (artikel 5:32 Awb)
Bij een last onder dwangsom wordt aan de organisator een termijn gegeven om de overtreding alsnog ongedaan te maken. De overtreder wordt zelf opgedragen om een eind te maken aan de overtreding, wanneer de overtreder hier geen gehoor aan geeft wordt de dwangsom verbeurd. Een last onder dwangsom kan ook worden opgelegd om herhaling te voorkomen. De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom. Op grond van de Awb moet er binnen één jaar na het verbeuren van de dwangsom een wettelijke aanmaning plaatsvinden. De termijn van één jaar gaat dan weer opnieuw in.
Last onder bestuursdwang (artikel 5:25 Awb)
Indien er een last onder bestuursdwang wordt opgelegd krijgt de organisator, indien er geen sprake is van spoedeisendheid, de gelegenheid tot het herstel van de overtreding. Wanneer de organisator hier geen gehoor aan geeft of indien er spoedeisendheid is wordt de overtreding door of namens de gemeente beëindigd. De eventuele kosten kunnen op de organisator verhaald worden. Hieronder vallen materiele, personele en administratieve kosten.
Intrekking of wijzigen van de vergunning (artikel 1:6 APV)
Een evenementenvergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. Deze maatregel kan ook genomen worden als er verandering van de omstandigheden of inzichten hebben opgetreden na het verlenen van de vergunning. Intrekking of wijziging is dan noodzakelijk om de belangen te beschermen die met de vergunning zijn beoogd. Een vergunning kan ook worden gewijzigd of ingetrokken als de voorschriften en beperkingen niet worden nagekomen. Een evenement kan door de burgemeester worden stil gelegd/ afgelast op het moment dat het zonder geldige vergunning plaatsvindt. Tijdens een evaluatiegesprek met de evenementenorganisatie en betrokken veiligheidspartners zal worden beoordeeld of en in welke vorm een mogelijke volgende editie van het evenement kan plaatsvinden.
Alblasserdam,
De raad voornoemd,
De secretaris, de voorzitter