Gemeentelijke regelgeving

BELEIDSREGELS PARKEEREXCESSEN ALBLASSERDAM 2023

Gemeente Alblasserdam · geldt sinds 25 augustus 2023

Aanhef

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam houdende regels omtrent het parkeren van voertuigen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam;

overwegende dat,

-het op grond van artikel 5:4 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) verboden is om een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg parkeren;

-het op grond van artikel 5:5 van de APV verboden is een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren;

-het op grond van artikel 5:6, eerste lid, aanhef en onder a van de APV, verboden is een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt, langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;

-het op grond van artikel 5:7, eerste lid van de APV verboden is een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken;

-het wenselijk is om de handelingswijze van de gemeente vast te leggen in de vorm van beleidsregels die van toepassing zijn op overtreding van de hierboven genoemde artikelen uit hoofdstuk 5 (afdeling 1) van de APV.

gelet op:

Hoofdstuk 5 (afdeling 1) van de APV van de gemeente Alblasserdam.

Besluit:

vast te stellen "Beleidsregels Parkeerexcessen Alblasserdam 2023".

1 Begrippen

1.1. Begripsbepaling

-Parkeerexces

In de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: "Wvw") wordt nergens aangegeven wat het begrip “parkeerexces” precies inhoudt. Volgens (vaste) jurisprudentie kan onder het begrip “parkeerexces” worden begrepen ieder excessief parkeren op de weg. Dat wil zeggen het parkeren op de weg dat met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte jegens andere weggebruikers die gelegenheid willen hebben om te parkeren buitensporig is en uit dien hoofde niet toelaatbaar kan worden geacht. Maar ook parkeren dat onaanvaardbaar is om andere motieven, zoals het tegengaan van aantasting van de openbare orde of veiligheid en de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente en het voorkomen van uitzichtbelemmering en stankoverlast.

-Parkeren

De omschrijving van het begrip “parkeren” is dezelfde als de omschrijving in artikel 1, tweede lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Dit artikelonderdeel verstaat onder parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

Anders dan in het RVV 1990 richten de bepalingen van hoofdstuk 5, afdeling 1 van de APV zich ook tot niet-bestuurders die anderszins belanghebbend zijn bij een voertuig (de eigenaar, huurder, opdrachtgever etc.). Het betreft dus een ruimere strekking dan in het RVV 1990. Deze ruimere strekking maakt dat het mogelijk is om ook andere belanghebbenden dan alleen de bestuurder van het voertuig aan te spreken op niet-naleving van de (parkeer)verboden in deze afdeling van de APV.

-Voertuigen

Tot uitgangspunt is genomen de definitie van “voertuigen” die in artikel 1, onder al, van het RVV 1990 wordt gegeven. Voertuigen in de zin van dit artikel zijn: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens. Voor kleine voertuigen, zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen is een uitzondering gemaakt.

1.2. APV

1.2.2. Ontheffingsmogelijkheden

1.3. Algemene wet bestuursrecht

De Gemeentewet regelt in art. 125 de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. De Awb regelt in hoofdstuk 5, afdeling 5.3. herstelsancties, 5.3.1. de last onder bestuursdwang (artikel 5:21 e.v.).

De last onder bestuursdwang wordt in artikel 5:21 van de Awb als volgt gedefinieerd:

“de herstelsanctie,

inhoudende:

a.een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding; en

b.de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd."

Voor het toepassen van de “last onder bestuursdwang” zijn bepalingen van afdeling 5.3.1. van de Awb bepalend.

Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen (artikel 5:32 Awb). In artikel 5:31d van de Awb wordt de last onder dwangsom gedefinieerd:

"de herstelsanctie, inhoudende:

a.een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

b.de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd."

Voor het toepassen van een last onder dwangsom zijn de bepalingen van afdeling 5.3.2. van de Awb bepalend.

2 Procedure

2.1. Handhaving voertuig met kenteken

2.1.4. Opslag en taxatie

2.2. Handhaving voertuig zonder kenteken

3 Spoedeisende bestuursdwang

3.1. Bewaren

Het college van B&W heeft de bevoegdheid om de meegevoerde en opgeslagen voertuigen vast te houden totdat de verschuldigde kosten betaald zijn. De kosten worden daarom bij de overtreder in rekening gebracht voordat het voertuig wordt opgehaald.

De kosten van het bewaren en verwijderen van een voertuigen komen ten laste van de overtreder. Deze kosten zijn vastgesteld in de Wegsleepverordening. Deze kosten dienen aan de gemeente Alblasserdam voldaan te worden.

3.2. Ophalen van voertuigen

De eigenaar/houder of gemachtigde die zijn voertuig op komt halen, moet tijdens de afspraak de kentekenpapieren van het betreffende voertuig en een geldig rijbewijs tonen. Als het betreffende voertuig niet wettelijk verplicht is tot het voeren van een kenteken, zoals een aanhangwagen, moet het eigenaarschap/houderschap op een andere wijze afdoende worden aangetoond.

Een voertuig wordt teruggegeven na voldoening van de gemaakte kosten.

In het bijzijn van de eigenaar/houder of gemachtigde wordt het voertuig op eventuele schade gecontroleerd welke tijdens het wegslepen of bewaren veroorzaakt zou kunnen zijn. De overdracht van de gemeente naar de eigenaar/houder of gemachtigde wordt schriftelijk vastgelegd en toegevoegd aan het dossier.

3.3. Maximale bewaartermijn

Niet opgehaalde voertuigen kunnen na 13 weken worden verkocht of vernietigd. Echter, deze termijn hoeft niet altijd afgewacht te worden. Er kan eerder overgegaan worden tot verkoop of vernietiging als de kosten, vermeerderd met de voor de verkoop geraamde kosten, in verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog worden.

3.4. Invorderen

Burgemeester en wethouders kunnen ervoor kiezen om bij dwangbevel de verschuldigde kosten, verhoogd met de kosten gemaakt in verband met de invordering, in te vorderen bij de overtreder. Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Deze beleidsregels treden in werking een dag na de bekendmaking.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Parkeerexcessen Alblasserdam 2023

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.