Bijlage A: Invulformat
Is de ontwikkeling categorie 1, 2 of 3?
Aantal punten dat u haalt voor
‘gezonde & groene leefomgeving’
Aantal punten dat u haalt voor
‘Natuur-inclusief bouwen’
Aantal punten dat u haalt voor
‘Wateroverlast'
Aantal punten dat u haalt voor
‘Klimaatadaptief bouwen'
Aantal punten dat u haalt voor het totaal
Maatregelen Gezonde en groene leefomgeving
Punten
Hoeveel punten scoort het initiatief op deze maatregel?
Toelichting hoe dit aangetoond wordt
Behoud waardevolle bomen (zie bijlage C en D)
Verplicht
Planten van een solitaire boom
-1e grootte
-2e grootte
-3e grootte
Per boom:
-0,5
-0,4
-0,3
Bij soortkeuze boom extra waarde voor vogels of insecten (zie bijlage C en Dvoor lijst van bomen)
Verdubbeling punten per boom
Cluster van inheemse/insectvriendelijke/bloeiende struiken
0,5 per 10m2, max. 2 punten te halen
Groene tuin met minimaal 5 soorten vaste planten en/of siergrassen die verspreid over het jaar bloeien en een thuis vormen voor vlinders en bijen
0,5 per 10m2, max. 2 punten te halen
Bloemrijk grasland/berm
0,5 per 20m², max. 2 punten te halen
Aanbrengen haag (type haag, zie bijlage C)
1per 50m lengte, max. 4 punten te halen
Tiny forest/klimaatbosje
1per 25m², max. 8 punten te halen
Natuurlijke verharding/ halfverharding paden
+ Halfverharding is in olivijn uitgevoerd
1
+1
60% van de woningen heeft ten minste 2 m² ingebouwde bloembakken of groeiplaatsen
2,5
Geveltuintjes
0,5 per 10 m2, max 2 punten te halen
Maatregelen natuur-inclusiefbouwen
Punten
Hoeveel punten scoort het initiatief op deze maatregel?
Toelichting hoe dit aangetoond wordt
Vleermuizen
Geschikt en bereikbaar maken van de spouw voor vleermuizen
5
Inbouwkast kraam/zomer/ paarverblijf of Gevelkast (niet ingebouwd)
4
Anders geplaatste kasten (bv aan bomen op losse palen)
1
Massawinterverblijf voor vleermuizen
5
Vleermuisvriendelijke zolder
5
Het aanbrengen van gevelbetimmering (boeiborden), geschikt gemaakt voor vleermuizen bij alle bebouwing
2
Vleermuisvriendelijke openbare verlichting
1
Huismus & gierzwaluw
Aanbrengen ingemetselde kasten
4
Aanbrengen vogelvide
4
Aanbrengen losse kasten
1
Overstek of gootbekisting of ander soort toepassing voor nestgelegenheid
3
Overige soorten vogels
Bruin dak met grind of schelpen (evt. i.c.m. vermalen steen, grassen en kruiden), geschikt voor scholekster of visdief
1,5 per 50m2, max. 4,5 punten te halen
Aanbrengen kunstmatige nestvoorziening voor huiszwaluw ingebouwd
2
Aanbrengen kunstmatige nestvoorziening voor huiszwaluw niet ingebouwd
1
Nestplaatsen voor zwarte roodstaart
1
Aanbrengen uilenkast
1per kast, max. 3 punten te halen
Aanbrengen kast voor slechtvalk
1per kast, max. 3 punten te halen
Insecten
Aanbrengen insectenstenen
1per 50 stuks, max. 3 punten te halen
Insectenhotel
0,5 per hotel, max. 2 punten te halen
Een biotoop voor waterinsecten
1
De oevers van sloten natuurvriendelijk maken door het toevoegen van passend en inheems groen
3
Maatregelen wateroverlast
Punten
Hoeveel punten scoort het initiatief op deze maatregel?
Toelichting hoe dit aangetoond wordt
Bij aanleggen van nieuwe riolering dient deze ontworpen te worden op basis van Bui=9
+ Extra punten voor Bui=10 als ontwerpcriterium
Verplicht
+5
Er dient minimaal 40 mm waterberging te worden gerealiseerd over het totaal verharde oppervlakte binnen het plangebied.
Verplicht
Hoogbouw
Er dient minimaal 2 m3 (20 mm) waterberging per 100m2 bebouwd oppervlak te worden gerealiseerd. Het gaat hier over bebouwd oppervlak binnen het plangebied. Het water moet binnen 48 uur geïnfiltreerd kunnen zijn.
Grondgebonden woningen
Er dient minimaal 2 m3 (20 mm) waterberging per woning te worden gerealiseerd. Het water moet binnen 48 uur geïnfiltreerd kunnen zijn
Verplicht
Realisatie van waterberging boven op de verplichte waterberging.
Hoogbouw
Per 10 mm extra waterberging over het bebouwd oppervlak binnen het plangebied.
Grondgebonden woningen
Voor elke woning 1 m3 extra waterberging.
4per 10 mm/1m3, max. 12 punten te halen
Voldoende afwatering of infiltratie van wegen en straten, parkeerplaatsen, trottoir binnen het plangebied, etc. om wateroverlast bij Bui=9 te beperken
2
Voldoende groen langs wegen en straten, parkeerplaatsen, trottoir, etc om wateroverlast bij Bui=9 te beperken
2
Verhogen van trottoir om wateroverlast bij Bui=9 te beperken
2
Behoud van bestaande sloten
Verplicht
Maatregelen klimaatadaptiefbouwen
Punten
Hoeveel punten scoort het initiatief op deze maatregel?
Toelichting hoe dit aangetoond wordt
Groene daken
Groen sedumdak met waterbergende capaciteit
+ Extra punten voor combinatie met verschillende type begroeiingen. Denk aan Grassen, kruiden, dwerheesters, struiken
+ Extra punt voor minimaal 30% inheemse soorten (zie bijlage C)
5per 50m2, max. 10 punten te halen
+1 per 50m2, tot max. 4 extra
+1
Groene Gevels
Groene gevels met inheemse soorten (zie bijlage C)
1,5 per 50 m2, max. 6 punten te halen
Of groene gevels met andere soorten
0,5 per 50 m2, max 2 punten te halen
Passieve koeling
Voor nieuwbouw en renovatie moet worden voldaan aan een minimale isolatie RC-waarde volgens het Bbl.
+ Extra punt voor elke 1.0 puntverhoging van de RC-waarde (Rc- max =10)
verplicht
+1 per 1.0 puntverhoging, max 15 extra punten te halen
Integratie van buitenzonwering in het ontwerp
1
Electrische warmtepomp
2
Hergebruik van hemelwater
Ondergrondse hemelwateropslag voor het hergebruik van hemelwater voor toiletspoeling en het besproeien van de tuin en het buitenterrein met installatie om hergebruik te faciliteren
5
Waterput met een minimale bergingscapaciteit van 1.000 liter/1 m3
+ Punt voor aanvullende 1000 liter/1 m3 aan waterberging
2
+ 1 per 1000liter/1m3, max 18 punten extra te halen
Grindkoffer met minimale waterberging van 0,4 m³ per m³ toegepast grind
+ Punt voor aanleg van extra grindkoffer
5
+ 1, max 5 punten extra te halen
Waterzak in kruipruimte in een standaard rijtjeswoning met een minimale opvangcapaciteit van 4.5 m3
+ Punt voor aanleg van extra waterzak
2
+ 1, max 2 punten extra te halen
Bijlage B: Synergiën met de Regionale Adaptatie Strategie
Ambities en doelen Gezonde en groene leefomgeving
Ambities
•Ambitie A: we willen groenstructuren in bebouwd gebied versterken om klimaatverandering en de gevolgen ervan beter op te kunnen vangen. Groen buffert water, groen gaat verdroging tegen, groen brengt verkoeling, groen geeft biodiversiteit meer kans. Groen is één van de oplossingen om klimaatbestendiger te worden in de bebouwde omgeving.
•Ambitie B: hevige en langdurige neerslag mag niet leiden tot schade in de bebouwde omgeving. Enige hinder is acceptabel, bijvoorbeeld wanneer een weg, een groenstrook of parkeerterrein tijdelijk onder water staan.
•Ambitie C: de bebouwde omgeving moet tijdens langdurige extreme hitte leefbaar en gezond blijven. Mensen ondervinden minimale gezondheidsrisico’s en geen sterfte als gevolg van hitte. Langdurige, extreme hitte heeft gevolgen voor de gezondheid van mensen. Om gezondheidsrisico’s te voorkomen moet de bebouwde omgeving voldoende verkoeling bieden.
•Ambitie D: langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving. Dat droogte niet leidt tot inklinking van de bodem en het extreem uitzakken van het grondwaterpeil.
•Ambitie E: bodemdaling blijft in de bebouwde omgeving beperkt en betaalbaar.
•Ambitie F: we gaan vitale objecten en infrastructuur en vitale objecten in de bebouwde omgeving klimaatbestendig en waterrobuust inrichten. Vitale en kwetsbare functies zijn elektriciteit, telecom (publiek en hulpdiensten), drinkwater, afvalwater, verzorgingshuizen en ziekenhuizen. Ook de gemalen van het waterschap moeten droog blijven, want die zijn nodig om het water weer weg te pompen.
•Ambitie G: inwoners, gebruikers en ondernemers zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering. Zij gaan zich inspannen om terreinen en tuinen zo min mogelijk te verharden en zoveel mogelijk te vergroenen, zodat het regenwater de bodem van terreinen en tuinen kan infiltreren.
Doelen
•Doel 1: Het watersysteem in en om de bebouwde omgeving is robuust en veerkrachtig ingericht, zodat pieken in zowel natte en droge perioden worden opgevangen.
•Doel 2: Aansluiten bij Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland en Utrecht.
•Doel 3: In bestaande bebouwde omgeving zoeken we kansen en quickwins door het concept van de ‘Blauw/Groene bril’ toe te passen op de bebouwde omgeving.
•Doel 4: De waterkwaliteit mag niet negatief beïnvloed worden door de klimaatverandering.
•Doel 5: Regionaal moeten we inzichtelijk krijgen welke gevolgen bodemdaling heeft in de bebouwde omgeving.
•Doel 6: Inwoners kennen de gevaren van hitte en weten wat ze moeten doen.
•Doel 7: We verankeren klimaatadaptatie in ons handelen en borgen het onderwerp in onze ruimtelijke visies en plannen, zoals de omgevingsvisies en omgevingsplannen.
•DOEL 8: We vergroten het klimaatbewustzijn in onze regio.
•DOEL 9: Met subsidieregelingen stimuleren we dat de inwoners en bedrijven in de regio zelf aan de slag gaat met klimaatadaptatie.
Ambities en doelen Landbouw en Natuur
Ambities
•Ambitie H: Een klimaatadaptieve landbouw en natuur. Landbouw- en natuurgebieden zijn bestand tegen langdurige droogte. Gewassen, natuur en groenvoorzieningen in de leefomgeving onder vinden geen extreme nadelige gevolgen van verdroging.
•Ambitie I: Dieren ondervinden geen last van extreme hitte. We zorgen voor voldoende verkoeling.
•Ambitie J: Het effect van versnelde bodemdaling door droogte en hitte wordt beperkt. Dit betekent dat we samen met agrariërs gaan kijken naar manieren om de grondwaterstand in percelen voldoende hoog te houden om afbraak van de bodem te remmen.
•Ambitie K: Beregenen is in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden niet snel aan de orde.
Doelen
•Doel 10: Het watersysteem op orde houden in relatie tot klimaatadaptatie.
•Doel 11: Bij het bepalen van ruimtelijke functies en het instellen van peilbeheer zullen klimaatscenario’s en bijbehorende effecten betrokken worden.
•Doel 12: Kansen pakken voor het versterken van groenblauwe structuren bij nieuwe projecten.
•Doel 13: Klimaatadaptatie goed borgen in de veenweidestrategieën die bij de provincies worden opgesteld.
Ambities en doelen Infrastructuur en Vitale objecten
Ambities
•Ambitie O: Infrastructuur en Vitale objecten in de A5H zijn waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Eigenaren en beheerders hebben dit goed in beeld en weten waar en hoe ze ermee om moeten gaan.
•Ambitie P: Vitale en kwetsbare functies zijn bestand tegen de gevolgen van extreme of langdurige hitte.
•Ambitie Q: Voor waterveiligheid hanteren we het principe van meerlaagsveiligheid. Deze benadering werkt in drie ‘lagen’. De eerste laag is: het zoveel mogelijk voorkomen van een overstroming (preventie). De tweede laag richt zich op het realiseren van een duurzame ruimtelijke inrichting (gevolgen beperking). De derde laag zet in op een betere (organisatorische) voorbereiding op een mogelijke overstroming (rampenbeheersing).
Doelen
•Doel 17: Eigenaren en beheerders voeren stresstesten uit en nemen op basis hiervan beslissingen over aanpassingen aan hun bedrijfsmiddelen.
•Doel 18: We volgen de landelijke ontwikkelingen bij grote netwerkbeheerders, zoals ProRail, Stedin en de Gasunie.
•Doel 19: Het bewustzijn bij ondernemers en eigenaren vergroten die gelegen zijn in een overstromingsgevoelig gebied.
Bijlage C: Inheemse Flora A5H
Bij de (her)inrichting in het landelijk gebied kiezen wij voor streekeigen inheemse bomen, struiken en kruiden. Inheemse soorten stimuleren de biodiversiteit, maar bieden daarnaast ook andere ecosysteemdiensten. Door verschillende soorten te mixen kan de bloeiboog (bloeiperiode) worden verlengd en wordt een monocultuur (= gevoeliger voor ziekte) voorkomen. Diversiteit in beplanting is goed voor het voedselaanbod voor verschillende soorten insecten en hiermee indirect voor vogels, vleermuizen en andere dieren. Ook in de bebouwde kom heeft het de voorkeur om gebruik te maken van streekeigen inheemse bomen en struiken, maar hier kan (gemotiveerd) vanaf geweken worden.
Bomen
Struiken
Bloemen en andere kruiden
In de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden wordt de diversiteit aan streekeigen inheemse kruiden gestimuleerd door bosschages, bermen, oevers en watergangen zo veel mogelijk ecologisch te beheren. Inzaaien met een streekeigen inheems mengsel mag binnen de bebouwde kom of (her)inrichtingsprojecten buiten de bebouwde kom. Het mengsel dat hierbij wordt gebruikt bestaat uit biologisch geteelde inheems (in Nederland gewonnen) en streekeigen soorten (zie lijst per grondsoort/streek). Nog beter is om niet in te inzaaien, maar gebruik te maken van maaisel afkomstig van kruidenrijke graslanden uit de regio. Dit vergt enige afstemming, maar kan geregeld worden via SBB, ZHL of PZH (maaisel van gebiedsparels N214).