Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
1De definities in artikel 1 lid 1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidslijn, tenzij daarover in lid 2 anders is bepaald.
2In deze beleidslijn wordt verstaan onder:
a.bestuursorgaan: de burgemeester van Alblasserdam onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam alsmede degenen aan wie zij een mandaat hebben verleend tot besluitvorming.
b.beschikking: een beschikking ter zake een subsidie, alsmede een beschikking ter zake van een vergunning, toekenning, erkenning of ontheffing, waarop de wet kan worden toegepast.
c.overheidsopdracht: een opdracht als beschreven in artikel 1, lid 1, sub j van de wet en waarop de wet kan worden toegepast.
d.De Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).
e.vastgoedtransactie: een overeenkomst of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel:
i.het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht;
ii.huur of verhuur;
iii.het verlenen van een gebruiksrecht; of
iv.de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt.
f.betrokkene:
i.de aanvrager van een beschikking;
ii.de houder van een beschikking;
iii.de subsidieontvanger;
iv.de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan of zal worden aangegaan,
v.de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces;
vi.de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund;
vii.de onderaannemer.
g.Bureau Bibob: het Bureau Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de wet.
h.Bibob-toets: het beoordelen van een aanvraag dan wel een onderzoek uitvoeren naar de integriteit van een onderneming of van de bij de onderneming betrokken personen door het bestuursorgaan, het Regionaal Informatie en Expertisecentrum en/of Landelijke Bureau Bibob;
i.eigen onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag, zoals beschreven in Hoofdstuk 4 van deze beleidslijn, waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, respectievelijk de beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies bij Bureau Bibob aan te vragen.
j.Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 2 Publiekrechtelijke beschikkingen
Artikel 2 Beschikkingen op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV)
1.Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in: a. artikel 2:25 van de APV (evenementenvergunning); b. artikel 2:28 van de APV (horecaexploitatie vergunning); c. artikel 2:39 en 2:40 van de APV (vergunning speelautomaten); d. artikel 2:72 van de APV (vuurwerkverkoopvergunning); e. artikel 3:3 van de APV (seksinrichting, escortbedrijf). 2. Naast de onder lid 1 sub a genoemde evenementen vindt in beginsel ook uitvoering van de Bibob- toets plaats bij evenementen als: - er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen om een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob; - er aanleiding is om actief navraag te doen bij het Landelijk Bureau Bibob en daaruit blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
Artikel 3 Beschikkingen op grond van de Drank- en Horecawet
1Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en horecawet (niet-zijnde een paracommerciële horeca- inrichting).
2Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel ook plaats bij een aanvraag voor de volgende beschikkingen op grond van de Drank- en Horecawet: - een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet; - een melding als bedoeld in artikel 30a van de Drank- en horecawet; - een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en horecawet, in het geval dat er sprake is van een paracommerciële inrichting; als:
-er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in de artikelen 11a en 26 juncto 11 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen tot een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
-er aanleiding is om actief navraag te doen bij het Landelijk Bureau Bibob en daaruit blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
Artikel 4 Beschikkingen op grond van de Wabo - activiteit bouwen
1aUitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder a van de Wabo indien:
-de aanvraag een hogere bouwsom heeft dan € 1000.000,-
of de aanvraag valt onder de risicocategorieën:
-horeca- en seksinrichtingen
-ijssalons
-smart-, head- en growshops
-wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s e.d.)
-autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage)
-opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen
-sloopbedrijven
-in- en exportbedrijven
-motorclubs
-kamerverhuur
-bouwkundige splitsingen van woningen
1bDe Bibob-toets, zoals bedoeld onder 1a, wordt niet worden toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:
-overheidsinstanties;
-semi-overheidsinstanties;
-toegelaten woning(bouw)corporaties; (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning);
-door het College van B&W bij (specifiek) besluit aangewezen aanvragers (b.v. PPS constructies van particuliere ondernemingen en overheid).
2aNaast de onder lid 1a genoemde aanvragen vindt in beginsel ook uitvoering van de Bibob-toets
plaats bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit als:
-er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen om een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
-bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau Bibob blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
2b.De Bibob-toets, zoals bedoeld onder lid 2a, wordt niet toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:
-overheidsinstanties;
-semi-overheidsinstanties.
Artikel 5 Beschikkingen op grond van de Wabo - activiteit inrichtingen Wet Milieubeheer
1aUitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij onderstaande aanvragen
omgevingsinrichtingen Wet Milieubeheer (als bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, aanhef en onder e
van de Wabo) als: de aanvraag valt onder de volgende risicocategorieën:
-de transportsector;
-de vuurwerkhandel;
-herstelinrichtingen voor motorvoertuigen;
-op- en overslagbedrijven;
-afvalbedrijven;
-inrichtingen voor gebruik en/of opslag van wapens en munitie.
1bDeBibob-toets, zoals bedoeld onder 1a, wordt niet toegepast, ingeval de
aanvraag afkomstig is van:
-overheidsinstanties;
-semi-overheidsinstanties;
-toegelaten woning(bouw)corporaties; (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning);
-door het College van B&W bij (specifiek) besluit aangewezen aanvragers (b.v. PPS constructies van particuliere ondernemingen en overheid).
2aNaast de onder lid 1a genoemde categorieën vindt in beginsel ook uitvoering van de Bibob-toets
plaats bij een aanvraag omgevingsvergunning inrichtingen Wet Milieubeheer als:
-er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen om een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
-bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau Bibob blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
2b.De Bibob-toets, zoals bedoeld onder 2a, wordt niet toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is
van:
-overheidsinstanties;
-semi-overheidsinstanties.
Artikel 6 Beschikkingen op grond van de Wabo activiteit beperkte milieutoets
Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel bij aanvragen omgevingsvergunning beperkte milieutoets (als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder i van de Wabo) plaats als:
-er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen tot een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
-er aanleiding is om actief navraag te doen bij het Landelijk Bureau Bibob en daaruit blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
Artikel 7 Subsidies
Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij aanvragen voor subsidie als genoemd in de Algemene Subsidieverordening gemeente Alblasserdam en de bijbehorende subsidieregeling als:
-er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen om een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
-bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau Bibob blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
Artikel 8 Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen
1Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij reeds verleende beschikkingen, zoals genoemd in de Wet Bibob lid 1 onder c als:
-er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in de artikel 11a en 26 juncto 11 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen tot een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
-er aanleiding is om actief navraag te doen bij het Landelijk Bureau Bibob en daaruit blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob;
-bekend wordt, dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een ernstige mate van gevaar is geconstateerd en aan betrokkene alhier een soortgelijke beschikking is verstrekt. In geval aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIEC eerder al een soortgelijke beschikking is verleend, zal het bestuur het RIEC om coördinatie in de Bibob-toets verzoeken.
2Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij reeds verleende beschikkingen, zoals genoemd in de Wet Bibob lid 1 onder c als:
-de verstrekte beschikking betrekking heeft op een locatie, die gelegen is in een concreet
bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan na verstrekking van de beschikking is aangewezen als risicogebied;
-de verstrekte beschikking onderdeel uitmaakt van een branche of onderdeel in deze branche, die op basis van een door het bestuursorgaan genomen besluit na de verstrekking van de beschikking is aangewezen voor een Bibob-toets.
3Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld te retourneren, zullen allereerst de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht toegepast worden. Bij volharding zal de weigering worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar als genoemd in artikel 4 juncto 3 van de Wet Bibob. De verstrekte vergunning zal als gevolg daarvan worden ingetrokken.
Hoofdstuk 3 Privaatrechtelijke transacties
Artikel 9 Vastgoedtransacties
1aUitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats als het bestuursorgaan dit bij het besluit tot
het aangaan van een vastgoedtransactie heeft besloten:
-behorend tot de in artikel 5 lid 1a en artikel 6 lid 1a van deze beleidslijn genoemde risicocategorieën.
1bUitvoering van de Bibob-toets vindt altijd plaats bij vastgoedtransacties:
-behorend tot de in artikel 4 lid 1a en artikel 5 lid 1a van deze beleidslijn genoemde risicocategorieën.
1cUitvoering van de Bibob-toets vindt tevens plaats bij vastgoedtransacties, niet vallend onder artikel 1b, die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben:
-hoge mate van financiële complexiteit;
-hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur; - exceptioneel financieel risico voor de gemeente.
2Naast het onder lid 1a, 1b en 1c genoemde vindt uitvoering van de Bibob-toets in beginsel ook
plaats als:
-er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen om een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
-bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau Bibob blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
3Bij de start van de onderhandelingen daartoe, zal het bestuursorgaan de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. In het kader van de transactie te sluiten overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.
4.Het niet beantwoorden van vragen op grond van artikel 30 en artikel 12 Wet Bibob kan leiden tot ontbinding van reeds gesloten overeenkomsten.
Artikel 10 Aanbestedingen
1.Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij overheidsopdrachten in de zin van de Europese aanbestedingsrichtlijn, de Aanbestedingswet of gemeentelijk beleid plaats bij transacties voor de milieusector, informatie-communicatie-technologie (ICT)sector of bouwsector als:
-er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in de artikelen 11a en 26 juncto 11 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen tot een vermoeden dat de overeenkomst zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
-er aanleiding is om actief navraag te doen bij het Landelijk Bureau Bibob en daaruit blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.
2Bij de start van de onderhandelingen daartoe, zal het bestuursorgaan de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. In de in het kader van de transactie te sluiten overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan
kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.
3Na gunning van een overheidsopdracht als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan een Bibob-onderzoek plaatsvinden. Daartoe zal in de betreffende aanbestede (concept)overeenkomst(en) een nadere bepaling worden opgenomen. Die bepaling heeft als strekking dat de overeenkomst kan worden
ontbonden door het bestuursorgaan indien (alsnog) feiten of omstandigheden in relatie tot het bbedrijf of de persoon van de opdrachtgever bekend zijn geworden die, als deze bekend waren vóór het tot stand komen van de overeenkomst, aanleiding zouden zijn geweest om de opdrachtnemer
uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbesteding. Er hoeft niet tot ontbinding te worden overgegaan indien de mate van gevaar kan worden gereduceerd door het stellen van (andere) uuitvoeringsvoorwaarden.
Hoofdstuk 4 Uitvoering
Artikel 12 Informatieplicht
1.Het bestuursorgaan informeert betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het Bureau. Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 15
van de wet. Een afschrift van deze brief wordt gevoegd bij het adviesverzoek aan het Bureau.
2.In geval een van het Bureau ontvangen adviesverzoek leidt tot het voornemen om een gevraagde beschikking te weigeren dan wel een eerder verleende beschikking in te trekken, wordt aan betrokkene een kopie van het adviesrapport ter hand gesteld. Betrokkene wordt daarbij door het
bestuursorgaan gewezen op zijn geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de wet.
Artikel 13 Adviestermijn
1Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt bij het Bureau, wordt op grond van artikel 31 van de wet, de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies door het Bureau in behandeling wordt genomen en eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan de termijn, zoals genoemd in artikel 15 van de wet.
2Indien het Bureau het advies niet binnen de in lid 1 gestelde termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op grond van artikel 15, derde lid van de wet, de termijn te verlengen. Deze verlenging bedraagt niet meer dan de termijn, genoemd in artikel 15 lid 3 van de wet.
3Het bestuursorgaan informeert betrokkene onverwijld over een verlenging als bedoeld in het vorige lid.
4De verlenging van de adviestermijn van het Bureau, alsmede eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Bureau in gevallen als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de wet, leiden tot een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de beschikking.
Artikel 14 Beschikking
1Het bestuursorgaan gaat over tot een negatief besluit op de aanvraag op de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht of het aangaan van een vastgoedtransactie, indien uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau blijkt, dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. Daarbij zal in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2013.
2Indien het bestuursorgaan voornemens is negatief te beschikken op de aanvraag op de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht op grond van de wet, of het aangaan van een vastgoedtransactie wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijze in te brengen.
3Een door het bestuursorgaan op grond van de wet genomen negatief besluit op de aanvraag voor een beschikking is vatbaar voor beroep en bezwaar.
4Het bestuursorgaan, dat een advies van het Bureau als bedoeld in de wet ontvangt, kan dit advies gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.
Hoofdstuk 5 Intrekking oude beleidslijn, citeertitel en inwerkingtreding nieuwe beleidslijn
Artikel 15 Intrekking oude beleidslijn
De beleidslijn Wet Bibob, vastgesteld in 2005, wordt ingetrokken.
Artikel 16 Citeertitel
Deze beleidslijn wordt aangehaald als "Beleidslijn Wet Bibob gemeente Alblasserdam 2017".
Artikel 17 Inwerkingtreding
Deze beleidslijn treedt in werking de dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld op 11 juli 2017.
burgemeester en wethouders, De secretaris, De burgemeester,
S.van Heeren J.G.A. Paans
De burgemeester,
J.G.A. Paans