2 Huidige ruimtelijke positie
2.1 Structuur
2.1.1 De economie van Alblasserdam
De totale economie van Alblasserdam telt in 2020 9.060 banen die werken bij 1.610 vestigingen van bedrijven en instellingen
5Bron: Stichting LISA (https://lisa.nl/data/gratis-data/overzicht-lisa-data-per-gemeente)
.
De sectoren vervoer en opslag, groothandel en detailhandel, de bouwnijverheid en metaalindustrie zijn belangrijke sectoren voor de economie en werkgelegenheid in Alblasserdam.
De bouw en groothandel kennen bovendien een sterke werkgelegenheidsgroei. Voor vervoer en opslag en detailhandel is die gemiddeld. De metaalindustrie is gekrompen in werkgelegenheid. In opkomst zijn de financiële diensten, verhuurdiensten, onderwijs en ICT. Dit blijkt uit de analyse van de hele economie die te vinden is in bijlage 4.
De bedrijventerreinen in Alblasserdam huisvesten 416 bedrijven (25,6% van alle bedrijven) met in totaal 5.200 banen (57,3% van alle banen). Dit laatste is bijzonder hoog, landelijk zit gemiddeld 30% van de banen op bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen spelen in Alblasserdam dan ook een zeer belangrijke rol voor de lokale economie.
De economie van Alblasserdam bestaat bijna volledig uit Midden- en Kleinbedrijf. Van de bedrijven op de bedrijventerreinen heeft 96,3% minder dan 100 banen. Deze bedrijven zijn goed voor 3.815 banen op de bedrijventerreinen. Dit is 73% van het totaal aantal banen op de bedrijventerreinen. Een kwart van de bedrijven is zelfs ZZP’er en nog eens 30% heeft 2 tot en met 5 banen.
3,7% van bedrijven heeft meer dan 100 banen. Deze bedrijven zijn samen wel goed voor 27% van alle banen op de bedrijventerreinen.
De zes grootste werkgevers op de bedrijventerreinen zijn Metaalbedrijf FNsteel, Kledingmerk Garcia, Transportbedrijf A Maat, Kleijn Transport, Arriva en productiebedrijf Valk Welding. Bij deze bedrijven samen zijn er 1.030 banen.
Een andere belangrijke grote werkgever in Alblasserdam is Oceanco met 200-300 banen. Dit snelgroeiende bedrijf bouwt luxe zeilschepen en jachten voor de wereldmarkt.
Oceanco werkt samen met een breed cluster van 250 toeleverende bedrijven uit Alblasserdam en de Drechtsteden. Denk daarbij aan bedrijven die gespecialiseerd zijn in interieurbouw, elektrotechniek, installatietechniek en oppervlaktebehandeling. Bij deze bedrijven zijn nog een ca. 1.000 mensen werkzaam.
De werkgelegenheid groeit dan ook in het cluster. Op dit moment is er ook een groot knelpunt op het gebied van technisch personeel. In de Drechtsteden zijn begin 2022 1.800 vacatures voor technisch personeel.
Aantal ZZP’ers neemt toe
Een kwart van alle bedrijven op de bedrijventerreinen in Alblasserdam is ZZP’er. De laatste jaren is het aantal ZZP’er ook fors toegenomen. Ook in de coronaperiode ging de groei van het aantal ZZP’ers onverminderd door. Tussen het vierde kwartaal 2019 en het eerste kwartaal 2022 groeide het aantal ZZP’ers per 10.000 inwoners in Alblasserdam met 18% van 568 naar 671 per 10.000 inwoners. Landelijk is dezelfde trend te zien en ligt het aantal ZZP’ers zelfs nog hoger. De meeste ZZP’er zijn actief in handel, zakelijke diensten en verhuur roerende goederen en overige diensten (schoonmaak, beveiliging, etc.).
Figuur 5 Vestigingen naar grootteklasse 2020 (Bron: OCD)
Figuur 6 ZZP’ers per 10.000 inwoners, Q4 2019 – Q1 2022
(Bron: KvK Regiodata)
2.2 Sectoren op de bedrijventerreinen
2.2.1 Economische ontwikkeling
Ontwikkeling aantal vestigingen
In figuur 9 is de ontwikkeling van het aantal gevestigde bedrijven op bedrijventerreinen in Alblasserdam weergegeven.
Het aantal bedrijven op bedrijventerreinen in Alblasserdam is sinds 2011 toegenomen met in totaal 43 vestigingen, een groei van ongeveer 11,5%.
Het hardst groeide het aantal vestigingen op Nieuwland Parc. Dat is ook niet vreemd, want op dit terrein werden de meeste nieuwe kavels uitgegeven. Ook op Hoogendijk is er sprake van een groei van het aantal vestigingen. Ook op dit bedrijventerrein zijn nog wat kavels uitgegeven tussen 2017 en 2020. Op Vinkenwaard en Nedstaal Klein Nieuwland is het aantal bedrijven nagenoeg gelijk gebleven. In 2022 en 2023 zal het aantal vestigingen stijgen, aangezien er nu verschillende gronden bouwrijp worden gemaakt.
Ontwikkeling werkgelegenheid
In figuur 10 is de ontwikkeling van de werkgelegenheid op de bedrijventerreinen in Alblasserdam weergegeven.
Ten opzichte van 2011 is de werkgelegenheid op de bedrijventerreinen gelijk gebleven (lichte groei van ca. 1%). Dit is een saldo van de ontwikkelingen op de verschillende bedrijventerreinen. De sterkste groei vond plaats op bedrijventerrein Nieuwland Parc. Daar kwamen ruim 150 banen bij tussen 2011 en 2020, een toename van 8%. Ook op bedrijventerrein Hoogendijk groeide de werkgelegenheid. Er kwamen 80 banen bij, waarmee er sprake was van een groei met 8%.
Bedrijventerrein Nedstaal Klein Nieuwland had juist te maken met een flink verlies aan werkgelegenheid met 18%. Door het faillissement van Nedstaal in 2017 gingen bijna 140 banen verloren. Bedrijventerrein Vinkenwaard kreeg tussen 2011 en 2014 te maken met een flinke daling van het aantal banen.
Figuur 9 Ontwikkeling aantal vestigingen 2011-2020 (Bron: Bedrijvenregister Drechtsteden - OCD)
Figuur 10 Ontwikkeling aantal banen 2011-2020 (Bron: Bedrijvenregister Drechtsteden - OCD)
Dit werd vooral veroorzaakt door het vertrek van IV Ingenieurs naar Papendrecht. Sindsdien groeit het aantal banen echter weer gestaag. Per saldo nam de werkgelegenheid tussen 2011 en 2020 met 2,8% af.
Ontwikkeling werkgelegenheid per sector
In figuur 11 is de ontwikkeling van de werkgelegenheid per sector op de bedrijventerreinen in Alblasserdam weergegeven. Hieruit blijkt dat handel en horeca de grootste werkgevers zijn. Met name tussen 2011 en 2017 was daar groei te zien. Sindsdien is de werkgelegenheid stabiel rond 1.600 banen. Eveneens een grote werkgever is de logistiek, wel fluctueert de werkgelegenheid in die sector wat door de tijd. In de metaalindustrie is het aantal banen flink afgenomen tussen 2017 en 2020. Dit heeft natuurlijk alles te maken met het faillissement van Nedstaal in 2017. Ook in de technische dienstverlening is tussen 2011 en 2020 een flinke afname van het aantal banen te zien op de bedrijventerreinen in Alblasserdam. Dat heeft te maken met de verhuizing van IV Ingenieurs van Alblasserdam naar Papendrecht. Duidelijk in de lift zit de zakelijke dienstverlening. Hier zijn tussen 2011-2020 diverse werkgevers bijgekomen.
Figuur 11Ontwikkeling aantal banen op bedrijventerreinen in Alblasserdam naar sector 2011-2020, (Bron OCD)
Ontwikkeling vestigingen naar grootteklassen banen
De sterkste groei van het aantal vestigingen zit bij de ZZP’ers (tabel 1). Dit is overigens een landelijke trend. Buiten de bedrijventerreinen groeit het aantal ZZP’ers zo mogelijk nog harder. Een andere opvallende stijging zit in het aantal vestigingen met 6-10 banen. Het aantal grotere vestigingen met meer dan 50 banen bleef redelijk stabiel. In categorie 100-250 banen was weliswaar een stijging van 14%, maar in absolute zin was dat per saldo maar een bedrijf.
Tabel 1 Bedrijven naar grootteklasse op bedrijventerreinen Alblasserdam, Bron: Bedrijvenregister Drechtsteden – OCD)
Ontwikkeling banen naar grootteklasse vestigingen
In tabel 2 is de ontwikkeling van de grootteklassen van het aantal banen tussen 2011 en 2020 in Alblasserdam weergegeven. Ook hieruit blijkt dat vooral het aantal ZZP’ers fors is gestegen. Opvallend is ook de grote groei van het aantal banen bij vestigingen met 6-10 banen. Het aantal banen bij de grotere bedrijven met meer dan 50 banen is de afgelopen jaren juist afgenomen.
Tabel 2 Banen naar grootteklasse op bedrijventerreinen Alblasserdam, Bron: Bedrijvenregister Drechtsteden – OCD)
Tabel 3 Ruimtegebruik per baan (Bron: OCD & IBIS)
Figuur 12 Samenstelling aantal banen per grootteklasse 2020 (Bron: Bedrijvenregister Drechtsteden - OCD)
Ruimtegebruik per baan
Het ruimtegebruik per baan is te berekenen door het aantal banen op een bedrijventerrein te delen door het netto uitgegeven areaal bedrijventerrein. Op basis van deze berekening voor de jaren 2011, 2014, 2017 en 2020 kan worden geconcludeerd dat het ruimtegebruik op bedrijventerreinen in de periode 2011-2020 is met 15,3% toegenomen van 221 m² per baan naar 255 m² per baan. Dat komt in 2020 neer op ca. 40 banen per ha, hetgeen relatief hoog is.
De toename zit voor een belangrijk deel op bedrijventerrein Nedstaal Klein Nieuwland waar, door het faillissement van Nedstaal en het verlies aan banen, een groot deel van het terrein ongebruikt is. Dit terrein kent sowieso het grootste ruimtebeslag per werknemer. Dit zal naar verwachting snel veranderen, omdat zich nieuwe bedrijven gaan vestigingen op het bedrijventerreinen. Ook op Hoogendijk is het ruimtebeslag flink gestegen, maar dit terrein kent samen met Vinkenwaard de hoogste banendichtheid per ha. Bovendien is dit terrein nog in uitgifte en groeien sommige bedrijven daar nog. Het enige terrein met een daling van het ruimtegebruik per baan is Nieuwland Parc, het aantal banen groeide daar sneller dan het ruimtegebruik.
Bouwjaar panden
De ontwikkeling van de bedrijvigheid in Alblasserdam is goed terug te zien in de leeftijd van de bedrijfspanden. De eerste bedrijven vestigden zich op bedrijventerreinen dicht bij de kern Alblasserdam. Het Nedstaal gebouw is een van de oudste gebouwen en dateert van voor 1960.
De bedrijventerreinen zijn daarna in zuidoostelijke richting uitgebreid. De jongste bedrijventerreinen zijn Hoogendijk en Nieuwland Parc. Daar staan dan ook de meest recente bedrijfspanden.
Figuur 13 Bouwjaar panden
Milieucategorieën
Alblasserdam kent relatief veel milieuruimte op de bedrijventerreinen. Op een groot deel van de bedrijven is milieucategorie 4.1 of meer mogelijk, waarmee bedrijven uit de hogere milieucategorieën (HMC) zich kunnen vestigen. Op Nedstaal Klein Nieuwland is zelfs op een deel van het terrein milieucategorie 5.3 mogelijk dat voorheen nodig was voor de ovens van Nedstaal.
Bedrijventerrein Vinkenwaard is gezoneerd. Aan de buitenzijden, tegen de woonbebouwing zijn relatief lage milieucategorieën toegestaan, terwijl meer centraal op het terrein gelegen de zwaardere milieucategorieën gevestigd zijn.
2.2.2 Conclusies
Op basis van de analyses van de vestigingen en werkgelegenheid kan voor de bedrijventerreinen in Alblasserdam worden geconcludeerd dat:
•De bedrijventerreinen van cruciaal belang zijn voor de economie en werkgelegenheid van Alblasserdam;
•De bedrijventerreinen intensief gebruikt worden met relatief veel werkgelegenheid per hectare;
•Er een aantal grotere bedrijven failliet zijn gegaan of vertrokken, maar dat de vrijvallende ruimte al weer snel opnieuw wordt ingevuld;
•De zware industrie in omvang afneemt en plaats maakt voor meer dienstverlenende sectoren, logistiek en bouwnijverheid;
•De terreinen verschillende productiemilieus hebben: productie, logistiek, gemengd.
Figuur 14 Milieucategorieën
3 Toekomstige ruimtelijk-economische ontwikkelingen
3.1 Trends en ontwikkelingen
3.1.1 Next economy
•De industriële sector wordt in toenemende mate ‘slimmer’. Door (de koppeling van) digitalisering, robotisering, gegevensuitwisseling en nieuwe productietechnieken zoals 3D-printing, wordt de productie efficiënter, goedkoper en kwalitatief hoogwaardiger. Deze ontwikkeling wordt ook wel smart industry genoemd. Door de ontwikkelingen op het gebied van smart industry vindt er in toenemende mate reshoring
6Bedrijven die ervoor kiezen om de productie terug te halen uit lagelonenlanden, vanwege veranderingen in de markt, veranderingen in productieprocessen, inzicht in de kosten en de kenmerken van het productieland (bron: KVK)
plaats van de (maak)industrie naar Nederland, aangezien hier de kennis en infrastructuur aanwezig is. Een andere actuele drijvende kracht achter reshoring is de onzekerheid in globale productieketens door corona en meer recent de geopolitiek.
•Reshoring leidt tot een grotere ruimtevraag. Om de smart industry te laten ontplooien, is het van belang om open innovatie te stimuleren. Belangrijk aspect hierbij is een goede samenwerking tussen bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen. De smart industry biedt (lokaal en regionaal) kansen om het sterke maritieme cluster verder te versterken.
•In het verlengde van smart industry is er steeds meer behoefte aan personeel met een theoretische achtergrond. Overalls, lange productielijnen en repetitief handwerk maken in toenemende mate plaats voor het werk van hoogopgeleide operators en laboranten die machines aansturen. De veranderende arbeidsmarkt maakt dat arbeid een voorname factor is voor de locatiekeuze van bedrijven. Bereikbaarheid en positionering ten opzichte van arbeidspotentieel zijn in dat kader belangrijke vestigingsvoorwaarden. De gemeente Alblasserdam onderkent dit en ontwikkelt ter versterking van de arbeidsmarkt samen met het onderwijs en ondernemers Praktijkleren op het Nedstaal terrein.
•Circulaire economie geldt naast smart industry als een belangrijke ontwikkeling binnen de Nederlandse industrie. Door het hergebruik van reststromen en -materialen groeit de industriële ruimtevraag en kunnen clustervoordelen worden behaald. De fysieke nabijheid van bijvoorbeeld andere bedrijven of bronnen van reststromen worden voor veel bedrijven daardoor steeds interessanter. Het kwalitatieve gevolg in de ruimtebehoefte is dat er meer vraag is naar multimodale, grootschalige locaties met ruime kavels, waterontsluiting en veel milieuruimte. De watergebonden ontsluiting zorgt voor de mogelijkheid om de logistiek duurzaam uit te kunnen voeren. De ruimtevraag op het terrein zelf zal naar verwachting vooral betrekking hebben op de opslag van (gebruikte) grondstoffen en bedrijven in de vervaardigingssfeer die deze grondstoffen toepassen in hun productielijnen. Daarnaast zijn ook kleinschalige(re), gemengde werkmilieus in de directe omgeving van het stedelijk gebied (zoals bedrijventerrein Vinkenwaard) interessante locaties, waar ruimte is voor experiment en innovatie. De verwachting is dat nieuwe circulaire initiatieven zullen leiden tot uitbreidingsvraag van bedrijventerreinen. Bij iedere ontwikkeling op het gebied van de circulaire economie speelt samenwerking een belangrijke rol. Het ondernemersfonds helpt bij het tot stand brengen van samenwerking en is daarmee een belangrijke succesfactor. Belangrijke ontwikkeling in dit kader is ook de ontwikkeling van een laadstation bij de BCTN containerterminal ten behoeve van de elektrificatie van de binnenvaart en het wegvervoer.
3.1.2 Logistieke sector
•De logistieke sector is van groot belang voor de Nederlandse economie. De omvang van de sector bedraagt bijna 9% van het totale bbp van Nederland en de werkgelegenheid in de sector bedraagt meer dan 600.000 arbeidsplaatsen
7Topsector Logistiek (2019) - Integrale actieagenda 2020-2023
.
•Er is al meer dan 15 jaar sprake van een (relatief) constante en omvangrijke vraag naar geschikte locaties voor logistieke bedrijven. In de periode 2010-2020 is de vraag naar logistiek vastgoed ruim verdrievoudigd van 1 miljoen m² tot 3,15 miljoen m². Deze sector is relatief ruimte-extensief.
•Onder invloed van trends als de toename van e-commerce en smart logistics groeit de logistieke sector naar verwachting door. De ruimtevraag neemt toe en is in kwalitatieve zin aan verandering onderhevig: enerzijds is er sprake van schaalvergroting van grote distributiecentra (XL- en XXL-dc’s). Anderzijds is er de behoefte aan kleinschalige distributieconcepten, welke een fijnmazig netwerk vormen ten behoeve van de bevoorrading van consumenten in wijken en binnensteden
Figuur 15 Goederenvervoerscorridors Oost en Zuidoost (2019, p.12)
Achterlandknooppunten hebben vooral regionaal verzorgende functie
Ongeveer 30% van de bedrijventerreinen, met twee derde van de totale bedrijfsoppervlakte, heeft een spoor- en/of een vaarwegaansluiting. Voor het containervervoer zijn vooral de aansluitingen in de vorm van een overslagterminal relevant. Nederland heeft in het achterland meer dan 20 binnenvaartcontainerterminals, 4 spoorterminals en 6 gecombineerde binnenvaart- en spoorterminals. Alle achterlandterminals in Nederland zijn gericht op het vervoer van en naar de zeehaven Rotterdam. De grote containeroverslagterminals in Nederland hebben frequente diensten met Rotterdam. Het gaat dan om de gecombineerde binnenvaart- en spoorterminals zoals TCT Venlo en Tilburg, maar ook om binnenvaartterminals zoals in Den Bosch, Oosterhout, Born, Roermond, Alphen aan den Rijn, Alblasserdam en Utrecht en de spoorterminals Coevorden en Veendam. Zowel deze grote als de kleinere terminals hebben een regionaal verzorgende functie; zo’n 80% van de klanten bevindt zich in een verzorgingsgebied van 25 kilometer. Nederland heeft in het achterland nauwelijks internationale knooppunten voor spoorvervoer of binnenvaart.
•In Alblasserdam is de sector transport & logistiek relatief sterk vertegenwoordigd in de economie. Tussen 2012-2020 kende de sector een gemiddelde werkgelegenheidsgroei in Alblasserdam (ca. 1%). Volgens NVM is er per december 2021 een totaal areaal aan logistiek vastgoed van 74.500 m².
8Het total areaal is al het logistiek vastgoed, zowel in gebruik als ongebruikt (aanbod). Bron: NVM, Logistiek vastgoed in cijfers 2021
Dit is nog exclusief het nieuwe DC van 65.925 m² dat Goodman projectontwikkeling in 2021 heeft laten bouwen op Nieuwland Parc en dat inmiddels grotendeels is verhuurd.
•In het MIRT onderzoek Goederenvervoercorridors Oost en Zuidoost (2019, p.12) is Alblasserdam beschreven als een logistiek knooppunt. Knooppunten zijn locaties waar goeden kunnen worden overgeslagen van de ene naar de andere modaliteit. Gelet op de nabijheid van o.a. Rotterdam is er in Alblasserdam geen sprake van een bovenregionaal knooppunt. De beperkte uitbreidingsmogelijkheden en het ontbreken van andere modaliteit (zoals bijv. over het spoor en met buisleidingen) maken dat er beperkte mogelijkheden zijn om het knooppunt Alblasserdam verder te versterken.
Figuur 16 Containerterminal binnenvaart Alblasserdam
3.1.3 Scheepbouw en superjachten
•Alblasserdam staat bekend om haar scheepsbouw. Oceanco is een toonaangevend bedrijf in deze superjachtsector. Prestigieuze schepen van 110 meter en langer worden in Alblasserdam gebouwd. De bouw van het megazeiljacht van Amazon-oprichter Jeff Bezos heeft dit cluster in Alblasserdam en Drechtsteden onlangs verder op de kaart gezet
9Deal Drechtcities (2022)
.
•De oorlog in Oekraïne is wel een mogelijke rem op de groei. Veel Russische oligarchen zijn belangrijke afnemers van grote jachten, Momenteel zijn de leveranties niet toegestaan vanwege sancties tegen Rusland.
•Het bedrijf Oceanco ligt niet op één van de grotere bedrijventerreinen in Alblasserdam, maar heeft een grote eigen bedrijfslocatie. Desondanks zorgt het bedrijf voor veel spin-off op de bedrijventerreinen. In de scheepsbouw in de regio Drechtsteden (en specifiek de grote jachtbouw) zitten meerdere lagen van wel 250 regionale toeleveranciers, zowel kleine als grotere bedrijven. Denk hierbij aan elektronica, staal-, kunststof- en aluminiumbedrijven, oppervlaktebehandelaars, schilders en steigerbouwers
10Algemeen Dagblad (2022). Superjachten steeds groter én belangrijker: ‘Kennis en kunde in Drechtsteden is van onschatbare waarde’.
.
•In 2022 zet de groei van de scheepvaart verder door de toegenomen internationale vraag. Het snelle en stevige herstel na de coronadip heeft geleid tot een groeiende internationale goederenhandel met vooral aanzwellende container- en bulkstromen. Voor 2022 wordt een groei van ca. 2,5% verwacht voor de binnenvaartsector
11Ing (2021). Scheepvaart veert op door industrie en energie
.
Figuur 17 Oceanco Alblasserdam
Figuur 18 Impressie transformatie voormalig Mercon-Kloosterrein
Figuur 19 Lichtere bedrijvigheid Vinkenwaard-Noord
3.1.4 Strijd om de ruimte in de stad
•De vraag naar zowel woon- als werklocaties zorgt voor een toenemende ruimtedruk. Binnenstedelijke bedrijventerreinen komen vaak in beeld als transformatielocaties naar woningbouw. In de periode 2015-2020 is (mede hierdoor) 4.500 ha binnenstedelijk bedrijventerrein in Nederland verdwenen
12Vastgoedmarkt (2020). Met het binnenstedelijke bedrijventerreinen verdwijnt de dynamiek uit de stad
.
•Transformatie van bedrijventerreinen naar woonfuncties komt in steeds meer gemeentes van de grond. Ook in de gemeente Alblasserdam is door de substantiële woningbouwopgave sprake van ruimtelijke druk op de bestaande (binnenstedelijke) bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen zijn immers vaak gelegen op aantrekkelijke locaties voor woningbouw. Dit uit zich onder andere in de transformatie van het voormalige bedrijventerrein Mercon-Kloos en de transformatieplannen op Haven-Zuid. Ook het noordelijke deel van bedrijventerrein Vinkenwaard is in beeld als mogelijke transformatielocatie. Naast de grote druk vanuit de woonbehoefte is de financiële opbrengstpotentie van woningbouw groter dan die van bedrijventerreinen.
•De afname in binnenstedelijke bedrijventerreinen leidt tot het verdwijnen van dynamiek. Bedrijven op binnenstedelijke locaties zorgen voor werkgelegenheid dicht bij huis, ontmoeting, creativiteit, innovatie en inclusie.
•Transformatie kan ook vanuit het perspectief van een bedrijventerrein een wenselijke ontwikkeling zijn. Voor matig presenterende terreinen kan dit namelijk versterking en nieuw (investerings)perspectief bieden. Dynamische, multifunctionele gebieden worden door een toenemende groep bedrijven namelijk als waardevol gezien.
•Voor bedrijven die behoren tot de ‘traditionele’ bedrijventerreinensectoren, zoals groothandel, transport en bedrijven in de vervaardigingssfeer, is het vaak lastig om het te mengen met functies als wonen. Transformatie van dit soort bedrijventerreinen leidt dan ook vaak tot een extra vervangingsvraag.
•Aan de andere kant zijn er in de loop der jaren steeds meer publieksgerichte (business tot consumer) bedrijven zich gaan vestigen op binnenstedelijke bedrijventerreinen. Hierbij valt te denken aan zakelijke dienstverleners, HR-dienstverleners, sportscholen, kerkgenootschappen, etc. Hierdoor worden dit soort terreinen in toenemende mate wijkgericht. Dit zijn typen bedrijven en voorzieningen die (mogelijkerwijs) wel mengbaar zijn met wonen.
3.1.5 Toenemende vraag naar kleinschalige bedrijfsunits
•In 2017 heeft Bureau Stedelijke Planning in opdracht van VBO Makelaar onderzoek gedaan naar de markt voor kleinschalige bedrijfsruimten in middelgrote steden
13Alblasserdam is onderdeel van een stedelijke agglomeratie.
. Hierin is aangegeven dat de markt voor kleinschalige bedrijfsruimten (toen al) is aangetrokken, o.a. door de toename in aantal ZZP’ers en kleine bedrijven, i.c.m. de groei van de economie
14BSP (2017). Kleinschalige bedrijfsruimten in middelgrote steden.
.
•De veranderende arbeidsmarkt zal naar verwachting ook de komende jaren leiden tot een toename van het aantal kleine bedrijven. Dit geldt voor vrijwel elke bedrijfsruimte-gerelateerde sector.
•Voor deze groeiende groep bestaat de grootste vraag uit bedrijfsverzamelgebouwen en kleinschalige bedrijfsunits. In toenemende mate spelen duurzaamheid en uitstraling een rol.
•Ook in Alblasserdam is de vraag naar dit type bedrijfshuisvesting aanwezig. Er is nauwelijks leegstand in dit segment en de leegstand heeft geen structureel karakter. Voor kleine en startende ondernemers is het van belang dat er voldoende kleinschalige bedrijfsunits (dicht bij huis) beschikbaar zijn. Dit soort bedrijven hebben voornamelijk een stadsverzorgende functie.
Figuur 20 Moderne kleinschalige bedrijfsunits Nieuwland Parc
3.1.6 Marktdynamiek
•De bedrijfsruimtemarkt is overspannen in Nederland en Zuid-Holland. De opname van bedrijfsruimten blijft onverminderd hoog en het aanbod is aan het slinken. Naast dat het aanbod van bestaande bedrijfsruimte afneemt is er ook een tekort aan bouwgrond. Dit leidt alles tot een flinke opwaartse druk op huur- en koopprijzen. Deze krapte op de markt zal naar verwachting voorlopig aanhouden
15NVM (2022) Stand van zaken Bedrijfsruimtemarkt 2022
.
•Bijna overal in Nederland ligt de leegstand onder frictieniveau (5 a 6%). Dit niveau is ‘gangbaar’ om voldoende keuze en dynamiek in de markt te houden. In Alblasserdam ligt de leegstand in 2021 op maximaal 1% en daarmee ver onder het frictieniveau. Daarmee is sprake van krapte op de markt voor commercieel vastgoed.
•De oorlog in Oekraïne zorgt momenteel voor veel onzekerheid. In de eerste plaats heeft dit geleid tot enorm gestegen prijzen voor energie en brandstoffen, maar ook door aanvoerproblemen voor knelpunten in de aanvoer van grondstoffen en halffabricaten. Hierdoor zijn bouwkosten enorm gestegen en zijn productieketens verstoord. Dit heeft effect op de bouwnijverheid en de industrie. Wanneer dit langere tijd aanhoudt zal dit mogelijk effect hebben op de economische groei en de vraag naar bedrijfskavels. Op dit moment is nog niet in te schatten of de oorlog nog lang zal duren.
•Om de hoge inflatie tegen te gaan heeft de Europese Centrale bank in juni 2022 voor het eerst in lange tijd de rente verhoogd en voor juli een nieuwe verhoging aangekondigd. Leningen en hypotheken worden hierdoor duurder. Dit zet mogelijk een rem op de vraag op de bedrijfsruimtemarkt.
•In vrijwel alle beroepen is medio 2022 het aantal vacatures groter dan het aantal werkzoekenden. Het gebrek aan personeel zet een rem op de groei van bedrijven. Tegelijkertijd leidt dit ertoe dat bedrijven doorgaan met automatiseren en het vervangen van personeel door appraten. Per saldo hoeft de personeelskrapte voor de langere termijn niet te leiden tot een lagere ruimtevraag.
Figuur 21 Aanbod en opname bedrijfsruimtemarkt Zuidwest-Nederland, bron: NVM (2022) Stand van zaken Bedrijfsruimtemarkt 2022
3.1.7 Duurzaamheid
Het thema ‘Duurzaamheid’ speelt een steeds belangrijkere rol op bedrijventerreinen. Op bedrijventerreinen liggen veel kansen om CO₂-uitstoot te verminderen. Duurzaam ondernemerschap moet een centrale rol gaan krijgen. Het investeren in verduurzaming levert zowel financieel als in de positionering van het bedrijf voordelen op. In de Europese Klimaatwet is aangegeven dat de CO₂-uitstoot in 2030 met 55% verminderd moet zijn en in 2050 volledig klimaatneutraal.
Op een duurzaam bedrijventerrein werken bedrijven en overheden samen aan een optimaal economisch klimaat met minimale milieubelasting en efficiënt ruimtegebruik
16Duurzamebedrijventerreinen.nl
. Het inzetten op duurzaamheid sluit ook goed aan op het accent ‘Fit & Groen dorp in de polder’ van de Omgevingsvisie.
Er zijn verschillende manieren om op bedrijventerreinen in te spelen op duurzaamheid
17Provincie Zuid-Holland (2020). Bedrijventerreinenstrategie
:
•Energiebesparing is vaak de eerste stap door panden energiezuiniger te maken onder meer via goed isolatie, energiezuinig glas, moderne energiezuinige installatie en ledverlichting.
•Volop inzetten op duurzame energie. Het potentieel aan energiebesparing en duurzame opwekking van energie op bedrijventerreinen is groot en de maatschappelijke beperking (naar verwachting) beperkt.
•Klimaatbestendige bedrijventerreinen spelen in op veranderingen in het klimaat zoals perioden van enorme hitte (hittestress) en perioden met hevige regelval en wateroverlast (klimaatadaptatie).
•(Grotere) bedrijventerreinen kunnen een belangrijke rol vervullen in de transitie naar een circulaire economie. In een circulaire economie is afval voor de één een grondstof voor een ander. De ambitie in de provincie Zuid-Holland is om in 2030 het gebruik van niet-herbruikbare materialen te halveren.
•Bijdragen aan een groene en gezonde leefomgeving met meer biodiversiteit.
Bij de revitalisering van Vinkenwaard Zuid waarmee binnenkort zal worden gestart zal duurzaamheid direct integraal worden mee worden genomen in de reconstructie.
Figuur 22 Groene gevels Hoogendijk
Hoge organisatiegraad en parkmanagement
Voor aantrekkelijke bedrijventerreinen is verduurzamen en voorbereiden op de toekomst essentieel. Hiervoor is het essentieel om een goede organisatiegraad te hebben om opgaven op het gebied van duurzaamheid collectief aan te pakken. In Alblasserdam is Parkmanagement Alblasserdam actief dat wordt deels gefinancierd uit het Ondernemersfonds. Dit is een belangrijke partner bij het beheer en verduurzamen van de bedrijventerreinen.
Er zijn dus vele voordelen te behalen op het gebied van verduurzaming van bedrijventerreinen. Er zijn in de praktijk echter verschillende drempels die ondernemers weerhouden om actief aan de slag te gaan met dit thema. Veelgenoemde drempels om te starten met verduurzamen zijn:
•Grote investeringen;
•Inspanning en uitzoekwerk;
•Bureaucratie;
•Ontbrekende expertise;
•Geen duidelijke incentives
18Nordkamp (2021). Eindrapportage. Versnellingsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen (VPVB)
Afstemming en coördinatie van programma’s en initiatieven en het vergroten van het organiserend vermogen zijn zeer belangrijk om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De provincie Zuid-Holland stimuleert de verduurzaming van bedrijventerreinen. Dit uit zich o.a. in de mogelijkheden om gebruik te maken van de subsidieregeling ‘verduurzaming bedrijventerreinen’ en de subsidieregeling ‘planvorming bedrijventerreinen’, waarbij maatregelen om duurzame energie op te wekken (bijv. zonnepanelen op daken, isolatie en aansluiting op een lokaal warmtenetwerk), maar ook het vergroenen, bloemrijke beplanting van bermen, groene zones en nest- en schuilgelegenheden worden gesubsidieerd.
3.2 Toekomstige behoefte
3.2.1 Kwantitatieve vraag bedrijventerreinen
In het navolgende is ingegaan op de kwantitatieve behoefte aan bedrijventerreinen. Hierbij wordt gekeken of het huidige (plan)aanbod voorziet in de (indicatieve) vraag naar bedrijventerreinen. De vraagzijde bestaat uit twee onderdelen:
•Uitbreidingsvraag: de vraag die voortkomt uit economische groei vanuit het bedrijfsleven als gevolg van capaciteitsgebrek in de huidige, uitgegeven voorraad terrein.
•Vervangingsvraag: ruimtevraag die ontstaat als gevolg van transformatie van bestaande bedrijventerreinen.
In onderstaande behoefteramingen ligt de focus op de uitbreidingsvraag.
Behoefteramingen
Het doel van behoefteramingen is om zicht te krijgen in vraag en aanbod op bedrijventerreinen. Het streven is naar een goede kwantitatieve en kwalitatieve balans. Een overaanbod of (kwalitatief) niet passend aanbod leidt op termijn o.a. tot leegstand en verloedering. Een tekort aan goede bedrijventerreinen zorgt ervoor dat nieuwe initiatieven niet goed gefaciliteerd kunnen worden en belemmert uitbreiding en nieuwvestiging van bedrijven.
Het evenwicht tussen vraag en aanbod kan op twee manieren worden bereikt:
•Beter benutten van de bestaande voorraad
•Realisatie van nieuwe bedrijventerreinen
Drechtsteden
In 2021 heeft Stec Groep de behoefteramingen voor bedrijventerreinen in de provincie Zuid-Holland opgesteld. Voor zes marktgebieden zijn ramingen opgesteld voor de periodes 2021 t/m 2030 en 2031 t/m 2040. De gemeente Alblasserdam is onderdeel van het marktgebied (en eveneens bestuurlijke regio) Zuid-Holland Zuid
19Gemeenten regio Zuid-Holland Zuid: Alblasserdam, Dordrecht, Goeree-Overflakkee, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht
.
De regio Zuid-Holland-Zuid heeft een forse omvang. Doordat de afstand van bedrijfsverhuizingen veelal beperkt is (voor de corop-regio Zuidoost-Zuid-Holland is de gemiddelde verhuisafstand < 7 km), is er ook een onderverdeling gemaakt naar subregio’s. De gemeente Alblasserdam is hierbij onderdeel van de subregio Drechtsteden.
Bedrijfsverhuizingen vooral binnen eigen gemeente
Uit onderzoek van het CBS blijkt dat het merendeel van de bedrijfsverhuizingen plaatsvindt binnen de gemeentegrenzen
20STEC Groep (2021) 20 jaar monitoring locatiedynamiek en CBS (2013): Bedrijven verhuizen vooral binnen eigen gemeente.
. Verhuizingen van bedrijven vinden hoofdzakelijk plaats binnen de eigen gemeentegrenzen. De gemiddelde verhuisafstand is 7,5 kilometer. Slechts een derde van de verhuizingen gaat over de gemeentegrenzen heen. De gemiddelde afstand is ca. 19 kilometer, maar de helft van de intergemeentelijke verhuizingen beperkt zich tot een afstand van 10 kilometer.
Op basis van de behoefteramingen voor de periode 2021 t/m 2030 voor de regio Zuid-Holland-Zuid en de subregio Drechtsteden kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
•De totale kwantitatieve vraag t/m 2030 is voor de regio Zuid-Holland Zuid geraamd op 70 ha (scenario Laag) tot 171 ha (scenario Hoog). Het gaat hierbij om de uitbreidingsvraag en de vervangingsvraag die nodig is om de verwachte economische groei en kansen in de regio ruimtelijk te kunnen faciliteren.
•Ook na 2030 is er naar verwachting een uitbreidingsvraag. In de periode 2031-2040 bedraagt deze vraag -17 ha (scenario Laag) tot 122 ha (scenario Hoog). Hoewel scenario laag uitgaat van een negatieve uitbreidingsvraag, is de verwachting dat (gelet op de ontwikkeling in de afgelopen jaren) de uitbreidingsvraag eerder richting scenario Hoog gaat.
•Voor de regio Drechtsteden is de vraag t/m 2030 geraamd op 43 ha (scenario Laag) tot 102 ha (scenario Hoog). In beide scenario’s bestaat 14 ha van de behoefte uit vervangingsvraag als gevolg van transformatie van bedrijventerreinen naar andere functies.
Prognoses zijn beleidsarm
Bij het opstellen van de ramingen is uitgegaan van continuering van bestaand beleid en de historische uitgifte. Het model houdt tevens rekening met macro- economische en technologische ontwikkelingen in de verwachtingen m.b.t. werkgelegenheid. Bij beleidsmatige veranderingen hebben de prognoses mogelijkerwijs minder voorspellende waarde. Op basis van de WLO-scenario’s wordt in de periode 2031-2040 voorzien in een krimp van bedrijventerreinen. De voornaamste oorzaak hiervan is dat de bevolking na 2030 zal krimpen. Beleidsambities, zoals de regionale banenambitie om extra werkgelegenheid te creëren, zijn niet meegerekend in de ramingen.
Daarnaast heeft Stec Groep de indicatieve ruimtevraag voor de scenario’s opgesplitst naar werkmilieus. Hierbij is onderscheid gemaakt in vier type werkmilieus:
•Gemengd stedelijk
•Regulier
•Grootschalige distributie (XXL > 3 ha)
•Grootschalige productie (HMC)
In de provinciale prognoses is de uitbreidingsvraag per werkmilieu alleen bepaald voor de regio Zuid-Holland-Zuid. Hieruit kan worden geconcludeerd dat:
•De meeste uitbreidingsvraag is naar het werkmilieu Grootschalige distributie (XXL > 3 ha). Dit werkmilieu is in Alblasserdam beperkt aanwezig op bedrijventerrein Nieuwland Parc. Daarnaast zijn er nieuwbouwontwikkelingen gaande in de logistieke sector op bedrijventerrein Nedstaal Klein Nieuwland.
•Er relatief veel vraag is naar het reguliere werkmilieu (10 ha in scenario Laag en 49 ha in scenario Hoog)
•Er relatief weinig vraag is naar gemengde stedelijke bedrijventerreinen (1 ha in scenario Laag en 8 ha in scenario Hoog)
•De vraag naar grootschalige productielocaties tussen de 4 ha (scenario Laag) en 26 ha (scenario Hoog) ligt.
Ruimtebehoefte gemeente Alblasserdam
Bovengenoemde analyses zijn voor de regio Zuid-Holland Zuid en de subregio Drechtsteden uitgevoerd. Om de ruimtevraag op basis van werkgelegenheid in de gemeente Alblasserdam te bepalen, is een verdeelsleutel toegepast. Hierbij is rekening gehouden met de volgende aspecten:
•In de periode 2010-2019 is in de gemeente Alblasserdam ca. 3,6 ha bedrijventerrein uitgegeven. In de subregio Drechtsteden bedroeg de totale uitgifte in deze periode ca. 63,7ha. In de gemeente Alblasserdam heeft hierdoor ca. 6% van de totale uitgifte in de subregio Drechtsteden plaatsgevonden.
•De omvang van het netto uitgegeven areaal bedrijventerrein in de gemeente Alblasserdam is ca. 139,8 ha (IBIS, 2020). Dit is ca. 12,3% van de totale netto omvang bedrijventerrein in de subregio Drechtsteden.
In de gemeente Alblasserdam zijn er ca. 5.200 banen op bedrijventerreinen. Dit is ca. 8% van de totale werkgelegenheid op bedrijventerreinen in de subregio Drechtsteden.
•De gemeente Alblasserdam omvat ca. 6,6% (9.030 banen) van de totale werkgelegenheid in de subregio Drechtsteden (136.770 banen).
Op basis van bovenstaande aspecten is de verwachting dat ca. 8% van de verwachte ruimtevraag in de subregio Drechtsteden in de gemeente Alblasserdam wordt uitgeoefend t/m 2030.
Dit komt indicatief neer op:
•3,4 ha extra ruimtevraag in de gemeente Alblasserdam t/m 2030 (scenario Laag);
•8,2 ha extra ruimtevraag in de gemeente Alblasserdam t/m 2030 (scenario Hoog).
Figuur 23 Historische uitgifte 2010-2019 Drechtsteden
3.2.2 Kwalitatieve vraag bedrijventerreinen
Om inzicht te krijgen in de kwalitatieve behoefte van ondernemers op de bedrijventerreinen in Alblasserdam, is er een enquête verspreid onder ruim 400 ondernemers en vastgoedeigenaren. In deze enquête zijn ook vragen gesteld over de ruimtebehoefte.
De ruimtebehoefte van bedrijven verschilt onderling sterk. Aan respondenten is gevraagd of er behoefte is aan ruimte om te kunnen voorzien in groei of continuering van de bedrijfsvoering. Er is onderscheid gemaakt tussen:
•Bedrijven met uitbreidingsplannen;
•Bedrijven met verplaatsingsplannen;
•Bedrijven zonder uitbreidings- of verplaatsingsplannen.
In totaal hebben 63 respondenten aangegeven dat ze plannen hebben voor uitbreiding op de huidige locatie of verplaatsing naar een andere locatie. Hiervan geven 14 respondenten aan dat ze plannen hebben om de bedrijfshuisvesting in de toekomst uit te willen breiden, 15 respondenten hebben plannen om in de toekomst te verplaatsen en 43 respondenten geven aan geen uitbreidings- of verplaatsingsplannen te hebben. De ruimtebehoefte ziet er als volgt uit:
•De totaal opgegeven uitbreidingsbehoefte bedraagt ca. 0,9 ha, waarvan 1 ondernemer een vraag heeft van ca. 0,8 ha. De meeste respondenten met een uitbreidingsvraag geven aan dat ze nog geen beeld hebben over de omvang. 4 respondenten geven aan een uitbreidingsbehoefte te hebben van 400 m² of minder.
•De totale opgegeven verplaatsingsbehoefte bedraagt ca. 5,4 ha, waarvan één respondent behoefte heeft aan ca. 4,5 ha. De overige respondenten geven aan een ruimte te zoeken van 350 m² of minder. Een tweetal respondenten geeft aan een verplaatsvraag te hebben van ca. 4.000 m². De gewenste omvang van de overige bedrijven varieert van 200 m² tot 7.000 m².
De voornaamste reden om in de toekomst uit te willen breiden is de verwachte toename van bedrijfsactiviteiten, gevolgd door een te klein bedrijfspand voor huidige bedrijfsactiviteiten. Daarnaast geven enkele respondenten aan het bedrijfspand te willen moderniseren en ruimte te willen voor innovatieve ontwikkelingen.
Er zijn 10 respondenten die hebben aangegeven in welke periode ze willen verplaatsen. Alle respondenten geven aan dit binnen 5 jaar te willen doen. 4 respondenten geven aan over 2 tot 5 jaar te willen verhuizen. Het maakt voor de ondernemers met een verplaatsingsvraagstuk over het algemeen weinig uit of ze verplaatsen naar bestaand vastgoed of nieuwbouw (ruim 67% maakt het niet uit).
Genoemde redenen om te willen verplaatsen zijn:
•Verwachte toename van bedrijfsactiviteiten;
•Geen uitbreidingsmogelijkheden;
•Te klein pand;
•Beperkte gebruiksmogelijkheden.
3.2.3 Aanbod bedrijventerrein
Plancapaciteit
In de gemeente Alblasserdam is er momenteel nog slechts 1 ha uitgeefbaar, waarvoor zich 10 geïnteresseerde bedrijven hebben gemeld. Daarnaast is er ook geen sprake meer van zacht planaanbod op de bestaande bedrijventerreinen
21Bron: IBIS Bedrijventerreinen & Gemeente Alblasserdam (2022).
.
Wel liggen er kansen om bedrijventerrein Nedstaal Klein Nieuwland te herontwikkelen. Dit terrein is momenteel in handen van een private ontwikkelaar. Inmiddels zijn de plannen voor herontwikkeling van het terrein ver gevorderd en zal de beschikbare ruimte snel opnieuw zijn ingevuld.
Dit betekent dat de gemeente Alblasserdam slechts zeer beperkt plancapaciteit heeft voor bedrijventerreinen en door de voorraad bedrijventerrein heen is. Er is daarnaast ook geen of nauwelijks fysieke ruimte binnen de gemeentegrenzen om het areaal bedrijventerreinen uit te breiden. Er wordt zelfs gekeken naar het omzetten van delen van Vinkenwaard naar andere functies.
Bedrijfs onroerend goed
Naast de plancapaciteit is onderzocht wat de leegstand op de bedrijventerreinen in de gemeente Alblasserdam is. Vanuit duurzaam ruimtegebruik en de systematiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking moet, als er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, worden gemotiveerd of bestaande leegstand geen optie biedt. Daarnaast moeten eventuele nieuwe stedelijke ontwikkelingen niet leiden tot onaanvaardbare leegstand. Er is een Funda-analyse uitgevoerd (peildatum: 9 maart 2022) naar de leegstand van panden op bedrijventerreinen in de gemeente Alblasserdam. Uit de analyse blijkt het volgende:
•Er staan in totaal 24 panden leeg op bedrijventerreinen in de gemeente Alblasserdam met een totale omvang van 15.080 m² (ca. 1,5 ha). Ca. 80% van de leegstaande panden is kantoorruimte, de overige leegstaande panden zijn bedrijfshallen.
•Qua bedrijfsvloeroppervlakte is het omgekeerd en is driekwart van het leegstaande oppervlak een bedrijfshal en een kwart kantoorruimte.
•De leegstand is zowel in aantal panden als in omvang (m²) zeer beperkt. De huidige leegstand in omvang ligt met 1% ver onder frictieniveau van 5-6%, die ‘gangbaar’ is om voldoende keuze en dynamiek in de markt te houden.
•De zeer beperkte leegstand duidt op een tekort en gebrek aan dynamiek op de markt.
•Er is een groter aanbod aan bedrijfshallen nodig in de gemeente.
•Gelet op zowel de behoefte aan nieuwe bedrijfsruimte, als de zeer beperkte leegstand, is het niet te verwachten dat er onaanvaardbare leegstand in de gemeente zal optreden wanneer er planologisch nieuw bedrijventerrein zou worden toegevoegd.
•Ruimtelijk-economisch gezien is er dus ruimte om het areaal bedrijventerrein uit te breiden. In fysieke zin is die ruimte er echter niet.
3.2.4 Vraag vs. Aanbod
Er kan op basis van de volgende argumenten worden geconcludeerd dat er sprake is van behoefte aan bedrijventerrein in de gemeente Alblasserdam:
•De kwantitatieve vraag naar nieuw bedrijventerrein in de gemeente Alblasserdam bedraagt 3,4 tot 8,2 ha t/m 2030.
•Er is slechts 1 ha planaanbod beschikbaar op de bestaande bedrijventerreinen.
•Er is dus ook maar zeer beperkte ruimte om te voorzien in de autonome groei van de Alblasserdamse bedrijven.
•De uitbreidingsbehoefte van de ondernemers op de bedrijventerreinen is 0,9 ha, waarvan één ondernemer met een behoefte van 0,8 ha.
•De totale verplaatsingsbehoefte bedraagt 5,4 ha, waarvan één respondent met een behoefte van 4,5 ha.
•De leegstand op de bedrijventerreinen is onder frictieniveau, waardoor er onvoldoende dynamiek is op de bedrijfsruimtemarkt om voldoende keuzemogelijkheden te bieden voor ondernemers die in de gemeente Alblasserdam een passende bedrijfsruimte zoeken.
•Het is, gelet op zowel de behoefte aan nieuwe bedrijventerrein, als de zeer beperkte leegstand, niet te verwachten dat er onaanvaardbare leegstand optreedt indien er planologisch nieuw planaanbod wordt toegevoegd.
•Alblasserdam heeft geen plannen meer om het areaal bedrijventerreinen uit te breiden. De oplossing voor de toekomstige behoefte aan bedrijfsruimte zal daarmee gevonden moeten worden in het intensiveren van de bestaande bedrijventerreinen. Alleen daar liggen mogelijkheden om in de autonome groei te voorzien en sterke en kansrijke sectoren in Alblasserdam de mogelijkheid te bieden zich te versterken.
•Meer werkgelegenheid in het kader van duurzaamheid en circulaire economie in het kader van Fit en groen dorp in de Polder.
3.3 Ruimtelijke ontwikkelingen
3.3.1 Woningen op voormalig Mercon-Kloos
Het voormalig Mercon-Kloos terrein is sinds enige jaren in handen van ontwikkelaar FSD. Dit bedrijf heeft een plan ingediend om daar 275 woningen te ontwikkelen. Net ten noordwesten van de locatie zitten nog enkele bedrijven gevestigd op een terrein van ongeveer 1 hectare. Op dit moment zijn hiervoor geen plannen, maar het is niet ondenkbaar dat op termijn ook deze locatie in beeld komt voor woningen. Dit zou een toekomstige additionele vervangingsvraag van ca. 1 ha opleveren.
3.3.2 Poort aan de Noord
De gemeente Alblasserdam werkt momenteel aan plannen met de titel Poort aan de Noord. Dit plan ligt tussen de A15 en de bedrijventerreinen Nedstaal Klein Nieuwland en Hoogendijk en Nieuwland Parc in.
De plannen bestaan uit:
•Een Transferium;
•Een laadstation elektrificeren scheepvaart/vrachtwagens /OV;
•Een mobility hub;
•Busstation;
•Truckparking;
•Evenementen terrein;
•Uitgeefbaar industrieterrein en/ of praktijkleren.
De ontwikkeling van een Mobility hub en een busstation leidt tot een betere bereikbaarheid van de bedrijventerreinen. Ook de ontwikkeling van een Truckparking zal van meerwaarde zijn voor de bedrijventerreinen.
In het plan wordt mogelijk ook voorzien in een kleine uitbreiding van het bedrijventerrein, dan wel ruimte voor onderwijs (praktijkleren). Beide leveren een positieve bijdrage aan de bedrijventerreinen. Een uitbreiding helpt Alblasserdam aan wat extra kavels. Tegelijkertijd is de arbeidsmarkt een belangrijk knelpunt en is het belangrijk dat het onderwijs goed aansluit op de vraag uit het bedrijfsleven. Een locatie voor praktijkonderwijs dicht op de bedrijven kan daarbij helpen, waarbij het nieuwe bedrijf Peute op Nedstaal Klein Nieuwland sowieso ruimte biedt aan praktijkleren in samenwerking met de gemeente en het ROC Da Vinci.
3.3.3 Overige ontwikkelingen
Daarnaast speelt er nog een aantal andere ontwikkelingen op de bedrijventerreinen. Ten behoeve van nieuwe bedrijven die zich zullen vestigingen op Nedstaal Klein Nieuwland zal een nieuwe kade worden aangelegd voor de overslag van goederen.
Verder wordt het terrein van het voormalige woonwagenkamp aan de Staalindustrieweg herontwikkeld. Het terrein is bestemd als bedrijventerrein en kan als zodanig worden uitgegeven. In totaal is hier ca. 1 ha uitgeefbaar. Medio 2022 is hiervoor een lijst van 10 bedrijven die zich hier zouden willen vestigen. Deze vraag is groter dan het aanbod en kan dus niet allemaal worden geaccommodeerd op dit terrein.
Figuur 24 Poort aan de Noord
4 Strategie bedrijventerreinen
4.4 Ontwikkelperspectief per bedrijventerrein
5 Actieprogramma
In dit hoofdstuk wordt een aantal acties uitgewerkt die volgen uit de ontwikkelperspectieven. Deze zullen de gemeente Alblasserdam samen met hun stakeholders verder moeten concretiseren en uitwerken.
Een aantal acties is op bijna alle bedrijventerreinen van toepassing. Andere acties zijn meer specifiek voor bepaalde bedrijventerreinen.
Bijlage 1 Beleidskaders
B1 Beleidskaders
B1.1 Provinciaal
Bedrijventerreinenstrategie (2020)
De provinciale bedrijventerreinenstrategie staat niet op zichzelf, maar is een aanvulling op andere sectorale provinciale beleidsdocumenten gericht op economie en het vestigingsklimaat, zoals het detailhandelsbeleid, het kantorenbeleid en het campussenbeleid en zal uiteindelijk, net als die beleidsdocumenten, waar nodig worden geïntegreerd in het provinciale omgevingsbeleid.
Voor het huidige bedrijventerreinenbeleid hanteert de provincie drie beleidslijnen:
1Evenwicht in vraag en aanbod
2Beter benutten en functioneren van bestaande bedrijventerreinen
3Verduurzamen en voorbereiden op de toekomst
In deze geactualiseerde strategie worden in het bijzonder nieuwe accenten gelegd ten aanzien van de woningbouw- en verstedelijkingsopgave en de verduurzamingsambities in Zuid-Holland. Bij voortzetting van het huidige beleid verwachten we dat de (groei)ruimte voor bedrijvigheid in de provincie (verder) onder druk kan komen te staan, wat kan leiden tot onbalans, een ‘bottleneck’ voor economische groei en een toenemende pendelstroom in de provincie. Dat wil de provincie voorkomen.
Wat doet de provincie om bedrijventerreinen aantrekkelijk en concurrerend te maken?
•Blijven beoordelen van nieuwe ontwikkelingen voor bedrijventerreinen aan de hand van het provinciaal Omgevingsbeleid.
•Er worden kennisbijeenkomsten georganiseerd om kennis en informatie te delen. Dit gebeurt ook middels de bedrijventerreinmonitor en beleidsonderbouwende onderzoeken.
•De succesvolle subsidieregeling planvorming bedrijventerreinen en subsidieregeling energie op bedrijventerreinen, als onderdeel van een nieuw op te stellen bredere regeling duurzaamheid, voortzetten.
Aanvullend instrumentarium en aanpassing van bestaand instrumentarium is echter ook noodzakelijk
Een overzicht van het belangrijkste aanvullende instrumentarium een aanpassingen van bestaand instrumentarium die woorden voorgesteld:
Compensatie
Er wordt een andere manier van compenseren in de Omgevingsverordening opgenomen. Staat het beter benutten, herstructureren en het verbeteren van de kwalitatieve (toekomst)potentie van bestaande bedrijventerreinen centraal. Vierkante meters bedrijventerrein kunnen op basis van huidig gebruik in plaats van planologische mogelijkheden gecompenseerd worden. Kanttekening hierbij is dat vraag en aanbod van bedrijventerreinen regionaal in balans moeten blijven en dit opgenomen is in aanvaard of vastgesteld regionale bedrijventerreinenvisie.
Geactualiseerde vraagraming en status regionale bedrijventerreinenvisies
Het actualiseren van de vraagraming en status van de regionale bedrijventerreinenvisies biedt de mogelijkheid om goed in te spelen op de steeds veranderende markt. Hierbij dient zo veel mogelijk gebruik gemaakt te worden van de regionale visies en ramingen.
Bredere inzet op duurzaamheid
Voorstel is om naast het subsidiëren van energiemaatregelen ook breder in te zetten op duurzaamheid, zoals klimaatadaptatie en vergroening op bedrijventerreinen. De inzet blijft hierbij om aan te sluiten bij de vraag vanuit ondernemers en gericht op het versterken van de kwaliteit van het bedrijventerrein.
Motie 747
Hierbij zal er worden ingezet op het gebied van klimaatadaptatie en vergroening op bedrijventerreinen. Deze inzet sluit aan bij de vraag vanuit ondernemers, waarbij de kwaliteit van bedrijventerreinen wordt versterkt.
Woon-werk-akkoorden
Deze akkoorden vormen een plek voor afspraken tussen gemeente(n) en provincie over onderwerpen als compensatie, beter benutten, behouden van voldoende aanbod of creëren van nieuw aanbod, minimale milieucategorie en functiemenging indien deze afspraken niet kunnen wachten op de regionale bedrijventerreinenvisies. Ze zullen voornamelijk dienen voor de korte termijn (en bij het creëren van nieuw aanbod op lange termijn) om op een laag schaalniveau de verstedelijksopgave verder te helpen door een meer integrale afweging en afspraken voor wonen en werken.
B1.2 Regionaal
Groeiagenda 2030
De Drechtsteden hebben gezamenlijk de ‘Groeiagenda 2030’ opgesteld met de insteek om een nog aantrekkelijker woon- en werkgebied te realiseren. De agenda heeft vier pijlers:
1Wonen
Ten aanzien van wonen wordt ingezet op 25.000 nieuwe woningen en investeringen in voorzieningen die bijdragen aan een fijne woon- en leefomgeving. Zo wordt beoogd huidige inwoners te behouden en nieuwe inwoners aan te trekken.
2Werken
In het kader van werken zet de regio in op het behouden van bestaande banen en het aantrekken van nieuwe bedrijven en werkgelegenheid. Daarnaast wordt geïnvesteerd in goed opgeleide mensen die aan de vraag van het bedrijfsleven in de regio kunnen voldoen. Het doel is om 30.000 arbeidsplaatsen te realiseren. Speerpunten zijn:
•Faciliteren en stimuleren van de verandering in de maakindustrie naar Smart Industry 4.0: duurzaam, digitaal en innovatief;
•Bestaande bedrijvigheid stimuleren;
•Nieuwe jonge, innovatieve ondernemers faciliteren;
•Promotie toekomstgerichte banen in de bouw, ICT, metaal, transport, logistiek en zorg;
•Stimuleren van investeringen en arbeidsplaatsen voor alle niveaus.
3Bereikbaarheid
Bereikbaarheid is een voorwaarde voor een aantrekkelijk woon- en werkklimaat. Om toekomstbestendig te zijn moet het autogebruik omlaag en worden alternatieve vervoersmiddelen (fiets of OV) gestimuleerd. Het centrale doel is een goede bereikbaarheid via weg, spoor en water. Speerpunten zijn:
1Samen met Rijkswaterstaat aanpakken van doorstroming op A15, A16 en N3;
2Stimuleren van openbaar vervoer over water;
3Inzetten op meer en snellere verbindingen via het spoor;
4Fietsen als lokaal en regionaal alternatief voor de auto stimuleren;
5Nieuwe woonlocaties en bedrijventerreinen goed aansluiten op het OV;
6Mobiliteitsgedrag veranderen.
4Energietransitie
De Drechtsteden wil in 2050 energie-neutraal zijn. Daarbij wordt ingezet op:
•Overgang naar duurzame energie;
•Energiebesparing;
•Ontwikkeling warmtenet;
•Duurzaam opwekken;
•Inhaken op ontwikkelingen in o.a. economie, water en afvalverwerking.
Verfijning banenambitie Drechtsteden
In Verfijning banenambitie Drechtsteden 2020 geeft de regio aan een voorgenomen ambitie om ca. 30.000 arbeidsplaatsen toe te voegen aan de regionale economie tot 2030. De regio verwacht een additionele arbeidsvraag van in totaal 9.750 tot 14.750 banen in de periode tot 2030, waarmee een gat in de banenontwikkeling bestaat van ca. 18.000. Daarnaast komt er een grotere mismatch op de arbeidsmarkt, wetende dat er al tekorten aan gekwalificeerd personeel bestaan in de techniek en zorg. Deze mismatch bevindt zich vooral met de hoogopgeleiden.
De regio heeft op basis van de regionale kenmerken, typen beroepen en vaardigheden de volgende 5 clusters onderscheden, die centraal staan in de economische structuur van de Drechtsteden:
•Smart Industry;
•Smart Logistics;
•Consumentendiensten en overige dienstverlening;
•Financieel en zakelijke dienstverlening;
•Verzorgende economie.
Binnen alle sectoren hebben bedrijven te maken met digitalisering, wat zowel gevolgen heeft op arbeid als ruimte. Voor de gemeente Alblasserdam is voornamelijk het cluster Superjachtbouw van belang.
B1.3 Lokaal
Fit en groen dorp in de polder
De gemeente Alblasserdam werkt momenteel aan een Omgevingsvisie. Hiervoor zijn in eerste instantie 5 mogelijke toekomstaccenten uitgewerkt die de nadruk leggen op verschillende ontwikkelingen. Vervolgens is ervoor gekozen om de nadruk te leggen op het accent ‘Fit & Groen dorp in de polder’. Bij dit accent zijn milieu en duurzaamheid erg belangrijk. Er wordt flink ingezet op vergroening, zonnepanelen, warmtepompen, hergebruik en omgaan met extreem weer. Hierbij zijn (natuurlijk) ook bedrijven welkom in Alblasserdam. Het bedrijfsleven moet echter net zo over milieu en duurzaamheid denken als de gemeente.
Op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling zet dit accent in op ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij de nadruk ligt op groen. Hierdoor is er minder ruimte voor woningbouw en economie. Op het gebied van infrastructuur wordt ingezet op de fiets, openbaar vervoer en deelauto’s in plaats van nieuwe wegen.
Bij dit accent zijn de volgende thema’s van belang voor de bedrijventerreinen:
•Bestaande bedrijven verplichten te voldoen aan strengere normen;
•Versterken identiteit van een groen dorp in de polder;
•Geen aandacht voor bouwen in het groen en juist wel aandacht voor natuur inclusief bouwen;
•De combinatie wonen en economie levert spanningen op;
•Bedrijven naar buiten verplaatsen;
•Bij dit accent ook denken aan het aanbieden van opleidingen voor groen onderhoud en technische zaken rondom verduurzamen.
Bijlage 2 Werkmilieus
B2 Werkmilieus
In de provinciale prognoses is een onderverdeling gemaakt in vijf werkmilieus. In deze bijlage zijn deze werkmilieus nader uitgewerkt.
Bijlage 4 Samenstelling en ontwikkeling werkgelegenheid
Bijlage 4 Samenstelling en ontwikkeling werkgelegenheid
B4.1 Omvang en samenstelling
De gemeente Alblasserdam kent in 2020 9.030 banen. De grootste sectoren qua werkgelegenheid zijn de groothandel (15,9%), detailhandel (13,2%), vervoer en opslag (12,6%) en adviesdiensten (7,3%).
In figuur 24 is aangegeven hoe de werkgelegenheidssamenstelling van Alblasserdam zich verhoudt tot die van Drechtsteden, Zuid-Holland en Nederland. Het werkgelegenheidsaandeel van een sector in Nederland is daarbij op 100 gezet. Als een sector boven 100 uitkomt dan is deze sterk vertegenwoordigd en onder 100 dan is deze juist ondervertegenwoordigd. Uit deze analyse valt op dat in Alblasserdam vooral de Groothandel, vervoer en opslag, de metaalindustrie en bouw sterk vertegenwoordigd zijn in de werkgelegenheid. Ook de detailhandel is oververtegenwoordigd. Flink ondervertegenwoordigd zijn sectoren in de dienstverlening en niet-commerciële diensten als overheid, zorg en onderwijs.
Figuur 26 Samenstelling werkgelegenheid Alblasserdam, Bron: Vestigingenregister Drechtsteden, Arbeidsmarktinzicht, bewerking BRO
Figuur 27 Specialisatie economie Alblasserdam in banen, Bron: Vestigingenregisters Drechtsteden en Overig Zuid-Holland. LISA, Arbeidsmarktinzicht, bewerking BRO
B4.2 Ontwikkeling
Tussen 2012 en 2020 is het aantal banen gegroeid met 5,2% van 8.580 banen in 2012 naar 9.030 banen in 2020. Alblasserdam kent daarmee een hoger werkgelegenheidsgroei dan de Drechtsteden (3,9%), maar een iets lagere groei dan Zuid-Holland (8,1%) en Nederland (7,8%).
De groei van de werkgelegenheid zit tussen 2012 en 2020 vooral in relatief kleine sectoren als agrarisch/visserij, financiële diensten, overheid, onderwijs en verhuurdiensten. De groei in de financiële diensten is opvallend, omdat dat landelijk een krimpsector is.
Van de grotere sectoren hebben de horeca en bouwnijverheid de sterkste groei doorgemaakt. De groothandel en detailhandel laten over 2012-2020 een bescheiden groei zien.
Een aantal sectoren is in werkgelegenheid afgenomen. De meest opvallende is daarvan de metaalindustrie. De sluiting van Nedstaal heeft geleid tot een krimp met 23% in deze sector. Ook kleinere sectoren als cultuur, sport en recreatie, Energie en overige diensten hebben een afname in de werkgelegenheid.
Opvallend is de krimp in de zorg, adviesdiensten, cultuur, sport en recreatie en overige diensten. Landelijk, provinciaal en in de regio Drechtsteden zijn dit namelijk groeisectoren.
Figuur 28Ontwikkeling banen 2012-2020, Bron: Vestigingenregisters Drechtsteden en Overig Zuid-Holland. LISA, Arbeidsmarktinzicht, bewerking BRO
B4.3 Specialisatie en groei
Als we de samenstelling van de werkgelegenheid van Alblasserdam combineren met de ontwikkeling van de werkgelegenheid, dan ontstaat een stelsel van 4 kwadranten.
Het kwadrant rechtsboven zijn sectoren die sterk vertegenwoordigd zijn en sterk gegroeid zijn. Dit geldt vooral voor de bouwnijverheid. De sectoren vervoer en opslag en groothandel en detailhandel zijn ook sterk vertegenwoordigd, maar kennen en gemiddelde werkgelegenheidsgroei.
In het kwadrant rechtsonder zitten sectoren die relatief sterk vertegenwoordigd zijn, maar te maken hebben met een afname van de het aantal banen. Dit betreft met nam de energiebedrijven en de metaalindustrie (sluiting Nedstaal).
In het kwadrant linksonder zitten sectoren die ondervertegenwoordigd zijn en waarin de werkgelegenheid is afgenomen. Dit geldt voor de overige diensten en cultuur, sport en recreatie en in mindere mate voor zorg en adviesdiensten,
In het kwadrant linksboven tot slot zitten sectoren die weliswaar minder sterk zijn vertegenwoordigd, maar die sterk gegroeid zijn in werkgelegenheid. Opvallende sectoren daarin zijn: financiële diensten, verhuurdiensten, onderwijs en ICT.
Figuur 29Specialisatiegraad en groei banen 2012-2020, Alblasserdam, Bron: Vestigingenregisters Drechtsteden en Overig Zuid-Holland. LISA, Arbeidsmarktinzicht, bewerking BRO
Bijlage 5 Resultaten enquête
B5 Resultaten enquête
Aanleiding
De gemeente Alblasserdam heeft behoefte aan een strategie voor de bedrijventerreinen. De gemeente Alblasserdam heeft 4 bedrijventerreinen die een belangrijke economische functie vervullen. De bedrijventerreinen voorzien in 5.865 banen (2020).
De bedrijventerreinenstrategie heeft als doel om vanuit inzicht in de bestaande situatie een vooruitblik naar de toekomst te maken als het gaat om ruimtegebruik en ruimtebehoefte voor bedrijfsactiviteiten. Met de resultaten krijgen we
meer zicht op de ruimtebehoefte op bedrijventerreinen. In het onderzoek zijn daarbij ook aspecten bereikbaarheid, lokale gebondenheid, duurzaamheid en veiligheid meegenomen.
Medio 2022 heeft de gemeente samen met BRO een digitale enquête gehouden onder ondernemers op de bedrijventerreinen in Alblasserdam. Bedrijven uit verschillende sectoren zijn benaderd om deel te nemen aan het onderzoek. In voorliggende bijlage zijn de resultaten uitgewerkt.
Technische voorbereiding
Uitgangspunten
De vragenlijstconstructie, doelgroepenbepaling en –benadering zijn in samenwerking tussen gemeente en BRO opgesteld.
De vragenlijst is door BRO opgesteld en gecontroleerd door de gemeente. De gemeente Alblasserdam heeft de volledige onderzoeksgroep bepaald en benaderd. De resultaten uit de enquête kunnen en behoeven dan ook niet (te) worden geëxtrapoleerd naar de totale doelgroep.
De respondenten zijn per mail benaderd om deel te nemen aan de digitale enquête. In de brief stond een QR-code naar de enquête. Vervolgens is er nog een reminder gestuurd.
Respons en consistentie
De enquête is in januari 2022 (peildatum) uitgevoerd. Er zijn ruim 400 uitnodigingen t.b.v. de enquête verstuurd naar ondernemers en vastgoedeigenaren op bedrijventerreinen in de gemeente Alblasserdam. In totaal zijn er 82 ingevulde enquêtes verkregen. Vanuit de beantwoording van de vragenlijst is bekend tot welke sector de respondent behoort.
Er is van uitgegaan, dat er bij de non-respons geen behoefte of plannen bestaan ten aanzien van de huidige bedrijfsvoering, aangezien:
•de volledige doelgroep is benaderd;
•de benadering door de gemeente heeft plaatsgevonden (aandachtswaarde bij de respondent);
•onderwerp van de enquête;
•ervaringen elders met soortgelijke enquêtes.
Aan de meetresultaten kan geen absolute waarde worden toegekend.
Op basis van de beantwoording van het type ruimtevraag (uitbreidingsvraag, verplaatsingsvraag of geen van beide) is er een vertakking aangebracht in de enquête. Voor elk type ruimtevraag zijn separate vragen opgesteld.
Bedrijfskenmerken
Type respondenten
Op een totale respons van 82 bedrijven hebben 75 bedrijven aangegeven wat voor type bedrijf ze hebben. De categorisering van de antwoordmogelijkheden komt overeen met de secties van de SBI-structuur. Het meest voorkomende type bedrijf is Groot- en detailhandel (32%) gevolgd door Bouwnijverheid (16%) en Industrie (13%). In Alblasserdam zijn de volgende type bedrijven niet aanwezig onder de respondenten: Overheid, Onderwijs, Gezonds- en welzijnszorg en Cultuur, sport en recreatie. Deze sectoren zijn over het algemeen ook beperkt op bedrijventerreinen gevestigd
Tabel 6Type bedrijf
Bedrijventerrein
De meeste respondenten zijn gevestigd op het bedrijventerrein Vinkenwaard (52%). Op de bedrijventerreinen Nieuwland Parc en Hoogendijk zijn respectievelijk 25% en 18% van de respondenten gevestigd. Op Het bedrijventerrein Nedstaal Klein Nieuwland zijn 7% van de respondenten gevestigd en is hiermee het bedrijventerrein met de minste bedrijven in Alblasserdam. De bedrijven op dit terrein zijn over het algemeen wel wat groter.
Tabel 7bedrijventerreinen
Huidige bedrijfshuisvesting
In totaal hebben 80 respondenten gereageerd op de vraag naar hun type huisvesting. Hiervan geeft het merendeel (74%) aan dat de bedrijfshuisvesting een ruimte in een zelfstandig bedrijfspand betreft. Geen bedrijfshuisvesting is gekoppeld aan een woning, bijvoorbeeld in een bijgebouw of een ruimte in een eigen woning.
De meeste respondenten met een zelfstandig bedrijfspand behoren tot de sectie Groot- en detailhandel (18 respondenten), gevolgd door de secties Bouwnijverheid (9 respondenten) en Industrie (8 respondenten). Voor bedrijfsverzamelgebouwen geldt dat de meeste bedrijven behoren tot de secties
Groot- en detailhandel (5 respondenten). Voor bedrijfspanden met een (dienst)woning gaf voor de volgende bedrijfstypen steeds 1 respondent aan deze combinatie te hebben: Groot- en detailhandel, Bouwnijverheid en Logies-, maaltijd en drankverstrekking.
Tabel 8Type huisvesting
Omvang bedrijfsruimte
Aan respondenten is gevraagd wat (ongeveer) de omvang van de bedrijfsruimte is die momenteel in gebruik is. Van de 63 respondenten geeft 29% aan dat de omvang kleiner is dan 250 m² en 13% dat de omvang tussen de 2.000 m² en 5.000 m² zit. Ruim 70% van de bedrijfsruimtes zijn kleiner dan 2.000 m². 4 respondenten geven aan een bedrijfsruimte groter dan 1 hectare te hebben dit komt neer op 6%.
Tabel 9Omvang bedrijfsruimte in gebruik
Aantal jaren actief in de gemeente Alblasserdam
71respondenten hebben aangegeven hoeveel jaar ze actief zijn in de gemeente Alblasserdam.
Relatief veel bedrijven zijn al een lange tijd actief in de gemeente Alblasserdam. Ca. 65% van de respondenten is langer dan 10 jaar actief in de gemeente Alblasserdam, waarvan 31% aangeeft tussen de 11-20 jaar actief te zijn. Ook geven veel respondenten aan dat zij minder dan 10 jaar actief zijn in de gemeente Alblasserdam, het gaat om ca. 35% van de respondenten.
Tabel 10Jaren actief in de gemeente Alblasserdam
Type onderneming
In totaal hebben 72 respondenten gereageerd op de vraag of het een hoofdvestiging of een nevenvestiging betreft. Ca. 95% geeft aan dat het een hoofdvestiging betreft en ca. 5% dat het een nevenvestiging betreft.
Daarnaast is aan respondenten de vraag gesteld hoe ze de onderneming zouden typeren. Van de 69 respondenten die deze vraag beantwoord hebben, geeft ruimt 85% aan een zelfstandige ondernemer te zijn. Daarnaast geeft 12% aan onderdeel van een concern te zijn.
Figuur 30 Type vestiging
Tabel 11Typering onderneming
Aantal werknemers
Ca. de helft van de respondenten geeft aan dat ze minder dan 10 werknemers in dienst hebben, waarvan 27% minder dan 5 werknemers. Circa 15% heeft meer dan 50 werknemers in dienst. Wanneer deze totale verdeling naar grootteklasse vergeleken wordt met de totale verdeling in Alblasserdam op basis van LISA-gegevens van bedrijventerreinen (2019), blijkt de verdeling redelijk overeenkomt tot en met 20 banen. Uit de LISA-gegevens blijkt dat ca. 83% van de bedrijven maximaal 20 werknemers heeft, terwijl uit de resultaten van de enquête blijkt dat ca. 68% van de bedrijven maximaal 20 werknemers heeft. In de respons zitten dus relatief wat meer grote bedrijven dan in de totale populatie bedrijven.
Figuur 31 Aantal werknemers
Binding aan de gemeente Alblasserdam
Er zijn in totaal vier vragen gesteld over de binding aan de gemeente Alblasserdam. Er is onderscheid gemaakt tussen manier van verbinding, reden van verbinding, specifieke keuze voor de gemeente Alblasserdam en het beeld van de gemeente Alblasserdam vóór de vestiging in de gemeente. Bij alle vragen konden respondenten meerdere antwoorden geven.
Manier van binding
In totaal zijn er 77 antwoorden gegeven op de vraag op welke manier ondernemers lokaal gebonden zijn aan de gemeente Alblasserdam. 46% gaf aan lokaal verbonden te zijn met de gemeente Alblasserdam door de locatie in eigendom te hebben en 43% gaf aan lokaal verbonden te zijn doordat de eigenaar in de woonplaats woont. Ook de herkomst van de werknemers wordt door de respondenten veel aangegeven voor lokale verbondenheid, 43% van de respondenten gaf dit aan.
Figuur 32 Soort van binding
Reden van binding
Er zijn in totaal 61 antwoorden gegeven op de vraag in de Alblasserdam. Hieruit komt naar voren dat de geografische ligging en bereikbaarheid van Alblasserdam over de weg de meest genoemde reden van binding is (54%). Daarnaast worden ook ‘de huidige bedrijfslocatie voldoen aan (bijna) alle eisen voor een goede bedrijfsvoering’ en ‘bedrijf reeds gevestigd bij overname/bedrijfsopvolging in de gemeente Alblasserdam relatief vaak genoemd (respectievelijk 41% en 26%).
Figuur 33 Reden van binding
Specifieke reden keuze gemeente Alblasserdam
In totaal hebben 59 respondenten gereageerd op de vraag of ze specifiek gekozen hebben voor het vestigen in de gemeente Alblasserdam. Hiervan heeft het merendeel aangegeven niet specifiek (80%) voor de gemeente Alblasserdam gekozen te hebben. De 12 respondenten die wel specifiek voor de gemeente Alblasserdam gekozen hebben is vervolgens gevraagd naar deze specifieke reden(en). De meest genoemde reden was de goede ontsluiting van wegen en steden (25%). Daarnaast is binding gemeente ook een rede die veel respondenten aangaven (25%). Geschikt aanbod met de juiste prijs is ook een reden die een aantal keer voorkwam (17%)
Figuur 34 Specifieke reden keuze Alblasserdam
Beeld van gemeente Alblasserdam voor vestiging
In totaal hebben 20 respondenten gereageerd op de vraag wat hun beeld was van de gemeente Alblasserdam als vestigingslocatie. Hieruit blijkt dat ca. 41% geen beeld had van de gemeente Alblasserdam als vestigingslocatie. Ca. 25% geeft aan dat het een goed beeld had.
Figuur 35 Beeld Alblasserdam vestigingslocatie
Ruimtebehoefte
De ruimtebehoefte van bedrijven verschilt onderling sterk. De gemeente wenst inzicht te krijgen in de behoefte. Om dit in beeld te brengen, is de ruimtebehoefte onderverdeeld in de volgende groepen:
•Bedrijven met uitbreidingsplannen
•Bedrijven met verplaatsingsplannen
•Bedrijven zonder uitbreidings- of verplaatsingsplannen
Problemen in huisvesting of locatie
56% van de in totaal 69 respondenten geeft aan geen problemen te hebben in huisvesting of locatie. De meest genoemde problemen zijn de matige parkeermogelijkheden (29%) en te weinig of te kleine bedrijfsruimten (16%).
Figuur 36 Problemen huisvesting locatie bedrijf
Bedrijfsruimte niet in gebruik
In totaal beschikken 4 van de 72 respondenten over bedrijfsruimte die niet in gebruik is. De bedrijfsruimten die niet in gebruik zijn vallen tussen de 70 en 180 m² en kennen een gemiddelde van ca. 120 m².
Mogelijke uitbreiding of verplaatsing
Van de in totaal 63 respondenten geeft 56% aan geen uitbreidings- of verplaatsingsplannen te hebben, 22% heeft wel verplaatsingsplannen naar een andere locatie en 22% heeft plannen om op de locatie uit te breiden.
Tabel 11Uitbreiding of verplaatsing
Tabel 12Soort uitbreidingsvraag
Recente verhuizingen
Van de 70 respondenten geeft 69% aan de laatste 10 jaar niet verhuisd zijn. De meeste bedrijven zijn dus behoorlijk honkvast. Van de bedrijven die in de afgelopen 10 jaar is verhuisd geeft 16% aan in de periode 2016-2020 te zijn verhuisd.
Tabel 13Recente verhuizingen
Recente uitbreidingen
Van de 71 respondenten geeft 56% aan niet de afgelopen 10 jaar niet te hebben uitgebreid. 44% van de respondenten geeft aan dit wel te hebben gedaan, met name in de afgelopen 5 jaar hebben er veel uitbreidingen plaatsgevonden (20%).
Tabel 14Recente uitbreidingen
Verdieping: uitbreidingsbehoefte
In de enquête zijn verdiepingsvragen toegevoegd. Wanneer een respondent in de enquête aangeeft een uitbreidings- of verplaatsingsvraag te hebben, zijn er vervolgvragen gesteld. Alleen de respondenten die aan hebben gegeven deze behoefte te hebben, hebben hier antwoord op gegeven.
Aan de respondenten met een uitbreidingsvraag is de vraag gesteld hoe hun uitbreidingsvraag eruit ziet. De meeste respondenten hebben aangegeven dat ze uitbreidingsvraag hebben op het perceel of pand van de buren of dat ze al wel plannen hebben, maar dat deze nog niet concreet zijn 43% van de respondenten geeft aan wel plannen te hebben voor de uitbreiding, echter nog geen concrete plannen. 36% geeft aan te willen uitbreiden op de huidige locatie. Op de vraag in welke periode de respondenten willen uitbreiden geeft 85% aan dit binnen 5 jaar te doen. Hiervan wilt 46% binnen nu en twee jaar en 38% over 2 tot 5 jaar uitbreiden.
Enkele ondernemers/vastgoedeigenaren hebben al in beeld met hoeveel vierkante meter ze willen uitbreiden. Het gaat hierbij om 5 ondernemers, waar er één een uitbreidingsbehoefte hebben van meer dan 2.000 m² (tot maximaal 10.000 m²) en vier een kleinere uitbreidingsbehoefte van 400 m² of minder.
Ten slotte is de respondenten gevraagd wat de voornaamste reden is om in de toekomst uit te willen breiden. De voornaamste reden is de verwachte toename van bedrijfsactiviteiten. 77% van de 13 respondenten gaf dit aan, gevolgd door een te klein pand (38%). Daarnaast geven respondenten aan het pand te willen renoveren/moderniseren (15%). Ook wordt als reden gegeven dat respondenten ruimte willen voor innovatieve ontwikkelingen (15%).
Tabel 15Motivering uitbreidingsplannen
Verdieping: Verplaatsingsbehoefte
Wanneer een respondent in de enquête aangeeft een verplaatsingsvraag te hebben, zijn hierover enkele vervolgvragen gesteld.
De eerste verdiepingsvraag over de verplaatsingsbehoefte gaat erover hoe het verplaatsingsvraagstuk eruitziet. 50% geeft aan wel plannen te hebben voor verplaatsing, maar niet nog exact te weten waarheen. 19% wil verplaatsen binnen de gemeente en eveneens 19% wil gaan verhuizen buiten de gemeente.
Op de vraag wat er gebeurt met de huidige locatie/vastgoed bij verplaatsing, geeft het merendeel van de respondenten (31%) aan dat het huidige pand/locatie gehuurd is. Ca. 19% geeft aan het vastgoed te verkopen en 19% geeft aan het te verhuren
Tabel 16Verplaatsingsvraagstuk
Wanneer er gevraagd wordt naar de ruimtebehoefte van respondenten bij verplaatsing, geven 3 respondenten aan meer dan 2.000 m² behoefte te hebben. Waarvan 1 respondent zelfs aangeeft een ruimtebehoefte te hebben van tussen de 40.000 en 50.000 m². Er geven 7 respondenten aan een ruimtebehoefte te hebben van 350 m² of lager.
Over de vraag naar de omvang van de nieuwe locatie geven 11 respondenten aan te verhuizen naar een grotere locatie. Slechts 1 respondent verhuist naar een kleinere locatie en 2 respondent naar een locatie met dezelfde omvang.
Over het gezochte type pand geeft het merendeel van de respondenten (8) aan geen voorkeur te hebben tussen een bestaand gebouw of nieuwbouw. 2 respondenten geven aan specifiek te zoeken naar een bestaand gebouw en 2 respondent zoekt naar een nieuwbouwlocatie.
Tabel 17Mogelijke nieuwe locatie
De respondenten is gevraagd naar de motivatie om te willen verplaatsen. De meest genoemde reden van verplaatsing is de verwachte toename van bedrijfsactiviteiten (7 respondenten), gevolgd door het hebben van geen uitbreidingsmogelijkheden (5 respondenten).
Op de vraag over periode waarin bedrijven zich willen verplaatsen naar een nieuwe bedrijfslocatie geven 100% van de respondenten (10) aan dit binnen 5 jaar te willen doen. 6 respondenten verwachten hier binnen nu en 2 jaar mee te beginnen. 4 respondenten geven aan dit binnen 2 tot 5 jaar te willen doen.
Tabel 18Motivering verplaatsingsplannen
Behoefte centrale voorzieningen laden/lossen
Ook is getoetst of er behoefte is aan centrale voorzieningen voor het laden en lossen. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld havenactiviteiten. Van de 68 respondenten hebben er 6 behoefte aan dergelijke centrale voorzieningen. Voor de overige 110 respondenten is deze voorziening niet van meerwaarde. Er kan geconcludeerd worden dat er weinig behoefte is een centrale voorzieningen voor laden en lossen.
Veiligheid
In de enquête zijn er ook enkele stellingen opgenomen die betrekking hebben op de veiligheid van de bedrijventerreinen in Alblasserdam. De respondenten konden antwoord geven op deze stelling in hoeverre ze het ermee eens waren doormiddel van een slider die van 0 tot 100 liep. Een score van 0 betekent “geen gevaarlijke of onveilige situaties”. Een score van 100 betekent “veel gevaarlijke situaties of onveilige situaties”. Ook heeft een aantal respondenten een locatie aangegeven waar dit plaatsvond. Deze locatie kunnen worden gevonden in figuur 35 (volgende pagina).
Inbraak/diefstal
55respondenten gaven antwoord op deze vraag. Hierbij gaven 14 respondenten een score van 60 of hoger, hiermee geeft 25% van de respondenten te maken heeft met inbraak en diefstal. 30 respondenten gaven een score van 25 of lager en geven hiermee aan dit niet mee te hebben gemaakt of in mindere mate. Het gemiddelde komt uit op 33 en de modus op 0. Dit betekent dat de meeste respondenten geen ervaringen hebben met inbraak en diefstal.
Vandalisme
Vandalisme wordt in lagere mate ervaren door de respondenten, slechts 5 respondenten geven een score van 60 of hoger bij dit veiligheidsaspect. 69% van de respondenten geeft aan niet of in een mindere mate ervaringen te hebben met vernieling of vandalisme. Het gemiddelde komt uit 24 en de modus op 0. Dit geeft aan dat de meeste respondenten geen ervaringen hebben met vandalisme of vernielingen.
Overvallen
Één respondent geeft een score van hoger dan 60 bij het veiligheidsaspect overvallen. De overige respondenten (90% geven aan dit niet te ervaren. Het gemiddelde ligt hiermee ook erg laag, namelijk op 9 en de modus staat op 0.
Brandgevaar
Brandgevaar wordt door de respondenten in mindere mate ervaren, vergelijkbaar met overvallen. Slechts 3 respondenten geven een score hoger dan 60 (6%), terwijl 79% aangeeft dit niet of in mindere mate te ervaren. Het gemiddelde ligt hiermee ook op het relatief lage getal van 18.
Geuroverlast
Het veiligheidsaspect geuroverlast wordt door de meeste respondenten ervaren. 27% van de respondenten geeft een hoge score van 60 of meer. Het gemiddelde komt uit op 29, de modus valt echter nog steeds op 0. De meeste respondenten ervaren daarmee geen geuroverlast.
Geluidsoverlast
Geluidsoverlast wordt door 18% van de respondenten ervaren, zij gaven een score van 60 of hoger. 65% van de respondenten geeft aan dit in mindere mate te ervaren.
Conclusie veiligheid
Twee veiligheidsaspecten worden door relatief veel respondenten ervaren: Inbraak/diefstal en geuroverlast. Beide veiligheidsaspecten worden door meer van een vierde van de respondenten in over mate ervaren. De ervaring van overlast door de overige veiligheidsaspecten wordt maar beperkt ervaren en wordt in de meeste gevallen door een beperkt aantal respondenten als zeer negatief beoordeeld.
Tabel 19Veiligheid
Figuur 37 Knelpunten veiligheid
Figuur 38 Maatregelen respondenten energiebesparing en duurzaamheid
Energiebesparing en duurzaamheid
Omtrent de huidige problematiek rondom klimaatverandering in de wereld wordt duurzaamheid steeds belangrijker, zo ook op bedrijventerreinen. In de enquête zijn enkele vragen geformuleerd over dit onderwerp.
De respondenten konden per onderwerp aangeven of de maatregel al genomen is, de maatregelen overwogen wordt, de maatregel niet overwogen wordt of dat de maatregel niet van toepassing is. De grafiek hieronder laat de antwoorden van de respondenten zien per duurzaamheidsonderwerp.
Een drietal maatregelen is in grote mate al genomen, het betreft het isoleren van vloeren en wanden (49%),
Ledverlichting (81%) en meer gebruik van de fiets (52%). Overige maatregelen die relatief vaak al genomen zijn het gebruik van groene stroom (45%), aanschaf elektrische auto’s (43%), energiezuinige productiemiddelen (34%) en zonnepanelen (44%).
Twee maatregelen die veel worden overwogen door de respondenten zijn de volgende twee: Aanleg van zonnepanelen (44%) en de aanschaf van elektrische auto’s (35%). De overige maatregelen die worden overwogen zitten op een aandeel van ca. 25% en 15% van de respondenten
Drie maatregelen worden duidelijk niet overwogen door de respondenten dit zijn: windenergie (42%), warmtepompen (34%) en het (meer) gebruik van het OV (26%). De overige maatregelen zitten tussen de 15% en 2%. Windenergie en meer gebruik van OV wordt ook vaak aangegeven met niet van toepassing.
Overige maatregelen die zijn genomen, maar waarnaar in de enquête niet werd gevraagd waren: terugwinnen van warmte, bijenkasten en gerecyclede diesel (1 respondent).
Klimaatadaptatie
Het klimaat is snel aan het veranderen met perioden van hitte en hittestress en tegelijkertijd perioden van heftige regelval en wateroverlast tot gevolg. Dit heeft gevolgen voor de openbare ruimte en zo ook voor bedrijventerreinen. In de enquête zijn enkele vragen opgenomen hoe de respondenten omgaan met klimaatadaptie.
Klimaatadaptatie is in mindere mate een aandachtspunt onder respondenten dan duurzaamheid onder de respondenten. Één maatregel die de meeste respondenten hebben genomen is het aanleggen van een aircosysteem, dit betreft 77% van de respondenten de eerste volgende maatregel die relatief vaak wordt genomen is het aanleggen van meer groen op het bedrijfsperceel. Hierbij gaat het om 36% van de respondenten. De overige maatregels zijn allemaal door minder dan10% van de respondenten genomen.
Ook worden de maatregelen niet veel in overweging genomen. Het bekleden van het bedrijfspand met groen wordt het vaakst in overweging genomen, slechts 12% van de respondenten geeft aan deze maatregelen in overweging te nemen.
De overige maatregelen wordt door maximaal 10% door de respondenten in overweging genomen.
Alle maatregelen op het aanleggen van het aircosysteem en het aanleggen van meer groen op het bedrijfsperceel na worden niet door de respondenten in grote getalen in overweging genomen. Minimaal 50% van de respondenten geeft aan de overige maatregelen niet in overweging te nemen. Het als toppunt dat 67% van de respondenten aangeeft geen waterberging te willen realiseren op het bedrijfsperceel.
Ook zijn veel maatregelen niet van toepassing op de respondenten. Het aanleggen van het aircosysteem en het aanleggen van meer groen op het bedrijfsperceel worden het minst aangegeven als niet van toepassing, respectievelijk 12% en 21%. De overige maatregelen worden tussen de 30 en 40% als niet van toepassing gekenmerkt door de respondenten.
Figuur 39 Maatregelen respondenten klimaatadaptie
Bereikbaarheid
In dit onderdeel van de enquête hebben respondenten knelpunten met betrekking tot bereikbaarheid en infrastructuur op de kaart aangegeven. Nadat de respondenten de locatie van het knelpunt op de kaart hebben gemarkeerd, was het in de enquête de mogelijkheid om dit antwoord toe te lichten. In figuur 37 is de overzichtskaart van alle aangegeven knelpunten weergegeven.
Goederenvervoer over de weg
Qua goederenvervoer over de weg zijn er enkele knelpunten toegelicht. Met name wordt er veel gesproken over de filevorming bij kruispunten. Op het moment dat er een aantal vrachtwagens staan opgesteld voor het verkeerslicht wordt er weinig doorstroming geconstateerd en hierdoor kan er filevorming ontstaan, dit wordt met name aangegeven op de Helling en de Van Wenaeweg. Voor Vinkenwaard Zuid staat er een revitalisering/reconstructie op de planning.
Ook wordt een aantal keer toegelicht dat de rijstroken te smal zijn voor het verkeer wat er overheen moet. Dit heeft te maken met drukte, maar ook met geparkeerde auto’s. Dit leidt ertoe dat de ruimte snel gevuld is en dat dit op zijn tijd gevaarlijke situatie kan opleveren, dit wordt met name aangegeven op de Ohmweg en de Nieuwland Parc.
Goederenvervoer over water
Er zijn geen knelpunten van het goederenvervoer over water door de respondenten aangegeven.
Openbaar vervoer
De respondenten geven aan dat er nauwelijks openbaar vervoer aanwezig is. Het openbaar vervoer stopt alleen op de twee grotere busstations op de bedrijventerreinen. Er worden geen oplossing aangedragen door de respondenten.
Bereikbaarheid met de fiets
Fietsers en wandelaar komen vaak knel te zitten tussen het verkeer en de geparkeerde auto’s langs de weg. Vaak wordt aangegeven door de respondenten dat er geen goed fietspad aanwezig is. Dit wordt met name aangegeven door de respondenten op de Ohm weg.
Daarnaast geeft 1 respondent aan dat er erg hard de dijk op wordt gereden wat gevaarlijke situaties kan opleveren voor fietsers. Dit gebeurt op de Staalindustrieweg. Eén andere respondent geeft dit ook aan en gaat vooral in op de slechte kwaliteit van het fietspad op deze locatie
Bereikbaarheid met de auto
Meerdere respondenten geven aan dat de rotonde aan de Edisonweg een knelpunt is. In de spits loopt het hier vaak vast en levert gevaarlijke situaties op.
Dit geldt ook voor de Helling. Hier geven meerdere respondenten aan dat het verkeerslicht erg lang op rood staat wat de doorstroom niet bevorderd.
Ook de Van Wenaeweg komt veel voor onder de respondenten dit is ook een weg die automobilisten het bedrijventerrein af laat rijden, echter wordt hier ook vaak gesproken van file, slechte doorstroming en dat het verkeerslicht lang op rood staat wat de eerder genoemde problemen alleen maar verergeren.
Ook worden er op sommige punten door respondenten aangekaart dat het in en uitgaande verkeer op uitritten tot overlast bezorgd.
Parkeren van vrachtwagens
Het parkeren van vrachtwagens wordt door de respondenten niet als een groot knelpunt ervaren. Één respondent geeft een locatie (Staalindustrie weg) aan waar aanhangers vaak worden geparkeerd en later weer worden opgehaald. Dit kan tot overlast leiden.
Parkeren van personenauto’s
Het parkeren van personenauto’s geeft echter een groter probleem. Veel respondenten geven aan dat er te weinig parkeermogelijkheid is op de bedrijventerreinen. Dit leidt ertoe dat mensen hun auto parkeren op de straat of in de berm. Dit leidt weer tot smallere wegen en weer tot gevaarlijke situaties. De problemen van het parkeren van personenauto’s zijn niet geconcentreerd op een gebied, maar zijn zichtbaar volgens respondenten in heel het gebied. Één oplossing die wordt genoemd is het handhaven van illegaal geparkeerde auto’s.
Bereikbaarheid overig
Op de Ohmweg wordt er door twee respondenten aangegeven dat het gevaarlijk is voor voetgangers om hier te wandelen, met name in de avond. Er moet hier over de weg gelopen worden waar ook nog eens auto’s geparkeerd staan en dit levert gevaarlijke situaties op.
Figuur 40Knelpunten aangegeven door de respondenten