Aanhef
Voorwoord
Nieuwe bouwinitiatieven zijn altijd welkom. De gemeente Achtkarspelen wil initiatiefnemers zoveel mogelijk helpen om tot goede bouwplannen te komen. Deze nota met ontwerpprincipes is daarvoor een hulpmiddel en hanteert de gemeente als beoordelingskader.
De nota zet uiteen hoe de gemeente ruimtelijke kwaliteit wil bevorderen. Mede op aandringen van de raad is gewerkt naar een zo informatief, uitnodigend én eenvoudig mogelijke set van principes. Dat is naar wij verwachten gelukt door het compact te houden, minder gebieden uit te werken en niet te veel vast te leggen. De principes moeten ook ruimte laten voor interpretatie en vrijheid geven waar mogelijk.
De uitnodiging aan initiatiefnemers en plannenmakers is om er kennis van te nemen. Geven de principes voldoende aanknopingspunten voor uw plan dan is dat een mooi vertrekpunt. Lukt dat niet, schroom dan niet om in overleg te treden met de gemeente. Tijdig om tafel gaan kan u zonder meer helpen!
Met deze benadering gaan we voort op de ingeslagen weg om mooie resultaten te verkrijgen via minder ingewikkelde spelregels en met meer uitnodiging voor gesprek.
De gemeente hanteert deze nota eerst als nieuw kader voor de welstandsadvisering. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de nota van kracht. Tegelijkertijd biedt de nota heldere kaders die waar nodig doorwerking verkrijgen naar de omgevingsvisie en omgevingsplannen.
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Waarvoor dient deze nota?
Deze beleidsregels zijn opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen met de openbare ruimte de dagelijkse leefomgeving van de mensen in Achtkarspelen. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat.
Het doel is om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente Achtkarspelen. Uitgangspunt daarbij is dat met het opstellen van deze beleidsregels de gemeente een heldere en klantgerichte set informatie biedt. Burgers, ondernemers en ontwerpers worden in een vroeg stadium geïnformeerd over de principes die bij planvorming en beoordeling een rol spelen.
1.2 Hoe verhoudt deze nota zich tot ander beleid?
Deze regels vormen eigenlijk de ‘finishing touch’ van het ruimtelijk beleid: het ligt in het verlengde van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke beleidsstukken.
Bestemmingsplan
* Omgevingswet en invoeringswet:Per 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De wet herschikt de kaders voor welstand in die zin dat het begrip niet terugkeert maar wordt geregeld via artikel 4.19 ‘regels over het uiterlijk van bouwwerken’. De wet stelt: ‘ Als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, stelt de gemeenteraadbeleidsregels vast voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels zijn zo veel mogelijk toegesneden opde te onderscheiden bouwwerken’.In de overgangsfase (niet alles is direct om te zetten naar het nieuwe kader) is sprake van een zogenaamde bruidsschat waardoor geldende bestemmingsplan én ook de ‘redelijke eisen van welstand’ bruikbaar blijven. Voorliggende herziening van de welstandsnota voorziet daarin en krijgt al een andere kleuring door het nu te duiden als ‘ontwerpprincipes’.
Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan geeft, kunnen niet door welstandscriteria (of een beeldkwaliteitsplan) worden tenietgedaan. De architectonische vormgeving wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Het welstandsadvies kan zich richten op de gekozen invulling binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, kan toch een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo’n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht*
Op 1 oktober 2010 zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Met deze wet heeft de wetgever de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen vergroot. De Wabo en het Bor geven aan welke bouwplannen (en welke andere activiteiten) vergunningplichtig zijn en vormen daarmee de basis voor de welstandstoetsing. Vergunningplichtige bouwwerken kunnen vooraf op welstand worden getoetst.
Beeldkwaliteitsplan
Voor nieuw te ontwikkelen gebieden of gebieden die ingrijpend worden veranderd, zijn of worden beeldkwaliteitsplannen opgesteld (vaak ook gekoppeld aan een bestemmingsplan). De geldende beeldkwaliteitsplannen zijn in dit document vermeld (zie hoofdstuk 3 en op de bijbehorende kaart ‘gebiedsindeling). Voor nog komende ingrijpende ontwikkelingen mogen ontwerpprincipes in de vorm van beeldkwaliteitsplannen verwacht worden. Zie ook hoofdstuk 6.
1.3 Welke principes zijn in de nota opgenomen?
Om praktische redenen wordt onderscheid gemaakt naar vier soorten principes. De principes voor kleine bouwplannen, de gebiedsprincipes, de objectgerichte principes (inclusief principes voor reclame) en de algemene principes.
Principes voor veel voorkomende kleine bouwplannen
Deze principes zijn opgesteld voor veel voorkomende kleine bouwplannen. Ze zijn van belang voor aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken, voor dakkapellen en voor zonnepanelen en
-collectoren. Deze principes zijn zo concreet mogelijk geformuleerd en gelden voor het gehele gemeentelijke grondgebied (zie hoofdstuk 2). Zonnepanelen kunnen onder voorwaarden vergunningvrij aangebracht worden op daken. Er is dan geen toets aan de orde. Desalniettemin worden wel tips gegeven hoe dit op een zo fraai mogelijke manier kan worden gedaan.
NB: Voor monumenten is vergunningvrij plaatsen slechts onder stringente voorwaarden mogelijk. Daarom is het verstandig om contact op te nemen met de gemeente.
Gebiedsprincipes voor vergunningplichtige bouwplannen
De gebiedsprincipes (zie hoofdstuk 3) gelden voor alle vergunningplichtige bouwplannen en zijn verschillend per gebied. Het hele gemeentelijke grondgebied is ingedeeld in ‘deelgebieden’. Elke gebied vertoont een zekere mate van samenhang in de verschijningsvorm van de bebouwing, in de stedenbouwkundige opzet of in het type landschap. De gebiedsprincipes dagen de planindieners uit zich bij het ontwerpen te laten inspireren door de beschreven kenmerken van de omgeving.
Objectgerichte principes voor specifieke bouwwerken
De objectgerichte principes gelden voor de bouwwerken die bijzonder specifiek en/of beeldbepalend zijn voor de gemeente Achtkarspelen en zijn aanvullend op de gebiedsgerichte principes. Ook zijn principes opgenomen voor reclame-uitingen, zowel voor gevelreclame als voor vrijstaande reclame. Het doel daarvan is de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving te waarborgen (zie hoofdstuk 4).
Algemene principes voor bijzondere plannen en situaties
Het kan voorkomen dat de principes in de hoofdstukken 2 t/m 4 ontoereikend of te beperkend zijn. Het is dan nodig om met elkaar tot specifiek maatwerk te komen. Ter inspiratie wordt een aantal theoretische uitgangspunten beschreven in hoofdstuk 5. Dat geeft aan de voorkant, ongeacht de specifieke locatie,
richting aan hoe te komen tot een bouwplan dat geheel op zichzelf, op het eigen architectonische vakmanschap kan worden beoordeeld.
Begrippenlijst
Middels een begrippenlijst achter in deze nota worden diverse bouwkundige termen en begrippen gedefinieerd.
1.4. Kan worden afgeweken van de principes?
De gemeente ziet graag dat de principes worden gebruikt als middel om na te denken over de schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. Het kan dan voorkomen dat de principes in de hoofdstukken 2 t/m 4 ontoereikend of te beperkend zijn.
Een ieder die dit verwacht wordt uitgenodigd om zijn/haar planvoornemen in vooroverleg te bespreken. Leidt dat tot heldere gedragen uitgangspunten dan mag een bouwplan dat daarop verder is uitgewerkt, met positief advies voorgelegd worden aan het college van burgemeester en wethouders.
Afwijken om andere redenen:
Het college van burgemeester en wethouders heeft volgens artikel 2.10 lid 1d Wabo de mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de vergunning te verlenen indien hij van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard.
Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de vergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Ook de raad wordt hiervan op de hoogte gebracht middels de jaarlijkse verslaglegging over de toepassing van de welstandscriteria (ex artikel 12 b lid 3 Woningwet).
1.5 Wat gebeurt er als achteraf blijkt dat een bouwplan afwijkt van zijn omgeving?
Achteraf kunnen gebouwen die in extreme mate afwijken van de normale gang van zaken (excessen) worden onderworpen aan een beoordeling. Het moet dan gaan om bouwwerken waarvan de negatieve invloed op de omgeving breed wordt gedragen. De excessenregeling (hoofdstuk 7) voorziet dan achteraf in het ongedaan maken of herstellen van de schadelijke gevolgen van het betreffende bouwwerk. Burgemeester en wethouders kunnen de eigenaar aanschrijven en het bouwwerk laten verwijderen of aanpassen. Om te voorkomen dat men achteraf wordt geconfronteerd met de excessenregeling, kan de eigenaar van het te bouwen vergunningvrije bouwwerk toch laten beoordelen.
1.6. Hoe is deze nota opgebouwd?
De nota bestaat uit zeven hoofdstukken. In de navolgende hoofdstukken worden de ontwerpprincipes voor het bouwen gegeven. Hoofdstuk 2 bevat de principes voor kleine bouwplannen. In hoofdstuk 3 komen per gebiedstype principes aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de objectgerichte principes (inclusief principes voor reclame) en hoofdstuk 5 geeft kaders voor het geval de beschreven principes niet voldoende ruimte bieden. Hoofdstuk 6 gaat in (her)ontwikkelingsprojecten en beeldkwaliteitsplannen. In het laatste hoofdstuk is de excessenregeling opgenomen.
1.7. Totstandkoming van deze nota
De voorliggende nota is opgesteld naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad. Met de raadsfracties is over de inzet voor welstand (verkenning van ontwerpprincipes) een werksessie gehouden. Daarbij is een inhoudelijke koersbepaling gemaakt met als opgave: maak het eenvoudiger en informatiever. Daarna is een werksessie gehouden met een representatieve vertegenwoordiging uit de Mienskip bestaande uit lokale architecten, vormgevers, bouwers en planindieners.
Hoofdstuk 2 Principes voor kleine bouwplannen
2.1 Bijbehorend bouwwerk, aangebouwd
Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande:
Toelichting
Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is in het algemeen passend vormgegeven als aan onderstaande principes wordt voldaan.
Algemeen
-In maat, schaal en verschijningsvorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
Plaatsing
-Niet in het voorerfgebied.
-Afstand tot voorgevellijn:
-Indien bijbehorend bijgebouw minder dan 3 meter breed is, minimaal 1 meter.
-Indien bijbehorend bijgebouw meer dan 3 meter breed is, bij voorkeur minimaal 3 meter (45°- principe).
Vorm
-Vormt een eenheid met mogelijk bestaande bijbehorende bijgebouwen.
-Overwegend rechthoekige plattegrond
-Plat dak of een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm.
Maatvoering
-Goothoogte/hoogte plat dak:
-Maximaal 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw
-Maximaal gelijk aan goot/dakrand hoofdgebouw indien daaraan grenzend.
-Diepte ten opzichte van achtergevel hoofdgebouw maximaal 5 meter, voor zover gelegen binnen afstand van 1 meter van de zijdelingse erfgrens.
-Maximale oppervlakte: zie bestemmingsplan.
Materiaal- en kleurgebruik
-De naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijde:
-Steen: gelijk aan hoofdgebouw.
-Hout of gelijkwaardig: naturel vergrijzend of gedekte, donkere kleur.
-Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak dient een gevelopening te bevatten met een oppervlakte van min. 10% van het totale gevelvlak. De gevelopening kan bestaan uit een raam, toegangsdeur of garagedeur.
2.2 Bijbehorend bouwwerk, vrijstaand
Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande:
Toelichting
Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is in het algemeen passend vormgegeven als aan onderstaande principes wordt voldaan.
Algemeen
-In maat, schaal en verschijningsvorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
Plaatsing
-Niet in het voorerfgebied.
-Ten minste op 1 meter vanaf het hoofdgebouw.
-Afstand tot voorgevellijn:
-Indien de afstand van de zijgevel van het hoofdgebouw tot de buitenste contour van het bijgebouw of overkapping minder dan 3 meter bedraagt, minimaal 1 meter
-Is deze afstand groter dan bij voorkeur minimaal 3 meter (45°-principe).
Vorm
-Vormt een eenheid met mogelijk bestaande bijbehorende bouwwerken.
-Overwegend rechthoekige plattegrond.
-Plat dak of een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm.
Maatvoering
-Goothoogte/hoogte plat dak:
-Maximaal 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw.
-Maximaal gelijk aan goot/dakrand hoofdgebouw indien daaraan grenzend.
-Maximale oppervlakte: zie bestemmingsplan.
Materiaal- en kleurgebruik
-Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak:
-Steen: gelijk aan hoofdgebouw.
-Hout of gelijkwaardig naturel of gedekte, donkere kleur.
-Het naar het voorerf gekeerde gevelvlak dient een gevelopening te bevatten met een oppervlakte van min. 10% van het totale gevelvlak. De gevelopening kan bestaan uit een raam, toegangsdeur of garagedeur.
2.3 Dakkapellen aan de voorkant
Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande:
Op voordakvlak of naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak
Toelichting
Een dakkapel aan een voorkant is in het algemeen passend vormgegeven als aan onderstaande principes wordt voldaan.
Algemeen
-De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw.
-Geen dakkapel op bijbehorende bouwwerken.
-Geen dakkapel in dakvlak met dakhelling minder dan 30°.
Plaatsing
-Maximaal 1 dakkapel per woning per dakvlak.
-Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn.
-Bij vrijstaande woning en rijenwoning in het midden van het dakvlak.
-Bij twee-onder-een-kapwoning: symmetrisch t.o.v. de gezamenlijke bouwmuur.
-Minimaal 1 meter dakvlak boven en ter weerszijden van de dakkapel, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers en woningscheidende bouwmuren.
-Verticale afstand van dakvoet tot onderzijde dakkapel 0,8 meter tot 1,2 meter.
Vorm
-Plat afgedekt.
Maatvoering
-Hoogte van voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord/daktrim maximaal 50% van de verticale hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,5 meter; bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok: gelijke hoogte en breedte.
-Breedte maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 4 meter, gemeten tussen eindgevels of midden woningscheidende bouwmuren.
Materiaal- en kleurgebruik
-Afgestemd op hoofdgebouw.
-Het voorvlak van een dakkapel is gevuld met glas; geen dichte panelen of borstwering.
-Detaillering binnen eenzelfde rij of bouwblok identiek.
2.4 Dakkapellen aan de achterkant
Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande:
Op achterdakvlak of niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak
Toelichting
Een dakkapel aan een achterkant is in het algemeen passend vormgegeven als aan onderstaande principes wordt voldaan.
Algemeen
-De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw.
-Geen dakkapel op bijgebouw, aan- of uitbouw.
-Geen dakkapel in dakvlak met dakhelling minder dan 30°.
Plaatsing
-Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn.
-Minimaal onder de nokvorst en minimaal 0,5 meter dakvlak ter weerszijden van de dakkapel, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers, en bij eindsituaties afstand van minimaal 2 meter tot de zijkant van het dakvlak.
-Verticale afstand van dakvoet tot onderzijde dakkapel 0,8 tot 1,2 meter.
Vorm
-Plat afgedekt.
-Bij dakhelling >45° is aangekapte dakkapel met dakhelling >25° mogelijk mits hoogte van voet dakkapel tot druiplijn minder dan 1,3 meter bedraagt en de dakkapel minimaal 1,0 meter onder nok blijft.
Maatvoering
-Hoogte (van voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord/ daktrim) maximaal 50% van de (verticale) hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,75 meter.
Materiaal- en kleurgebruik
-Afgestemd op hoofdgebouw.
-Het voorvlak van een dakkapel is gevuld met glas; geen dichte panelen of borstwering..
2.5 Zonnecollectoren, -panelen
Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande:
Plaatsing
In het achtererfgebied (NB: niet vergunningvrij)
-Zonnecollectoren en zonnepanelen regelmatig ordenen op een lijn en/of in de vorm van een rechthoek of een vierkant ten behoeve van clustervorming.
-Kies de positie voor panelen in afstemming met opgaand groen (voorkom dat waardevol groen moet wijken.
-Niet op erfranden ter voorkoming van negatief visueel effect naar omgeving.
Schuin dak (NB is onder voorwaarden vergunningsvrij - onderstaande is advies)
-Zonnecollectoren en/of -panelen in of direct op het dakvlak plaatsen.
-De hellingshoek van de zonnecollectoren en/of zonnepanelen is hetzelfde als die van het dakvlak waarop ze staan.
-De zonnecollectoren en/of zonnepanelen zijn op minimaal 1 meter afstand van de nok, dakrand, goot, dakramen en/of dakkapellen aangebracht.
-De zonnecollectoren en zonnepanelen regelmatig ordenen op een lijn en/of in de vorm van een
-rechthoek of een vierkant.
-De zonnecollectoren en zonnepanelen niet rondom een dakraam of dakkapel aanbrengen.
-De plaatsing van de zonnecollectoren en zonnepanelen vertoont samenhang met dakramen, dakkapellen, schoorstenen, afvoerkanalen, antennes etc.
Plat dak (NB is onder voorwaarden vergunningsvrij - onderstaande is advies)
-De zonnecollectoren of zonnepanelen zijn ten minste net zo ver verwijderd van de dakrand als de zonnecollectoren of zonnepanelen hoog zijn. Is het hoogste punt van de zonnecollector bijvoorbeeld 50 cm, dan moet de afstand tot de dakrand(en) ook minimaal 50 cm zijn.
Vorm
-Afgestemd op de context van het gebied.
-Herhaling van uniforme exemplaren.
Kleur en materiaal
-Bij voorkeur donker (inclusief omranding).
-Bij voorkeur niet reflecterend.
Hoofdstuk 3 Gebiedsgerichte principes
3.1 Dorpskernen en –linten in Achtkarspelen
Gebiedsbeschrijving
De meeste dorpslinten kennen een divers bebouwingsbeeld. Bovendien komen verschillende functies voor, zoals bedrijvigheid, detailhandel, maatschappelijke instellingen en wooncomplexen. Het bebouwingsbeeld is vrij open en hoe verder van de dorpskern verwijderd hoe groter de open ruimte tussen de bebouwing. Met andere woorden: verder van het dorp verwijderd zijn de erven doorgaans groter. De bebouwing volgt in de meeste gevallen beloop van de weg, maar is niet altijd in een strakke rooilijn gebouwd. Op sommige plaatsen, zoals het gebied tussen Twijzel en Buitenpost, staat de bebouwing onder eenzelfde hoek verdraaid ten opzichte van de weg. Dit is zeer typerend voor deze gebieden.
De bebouwing kent een individueel karakter. Hier en daar zijn ook rijen-woningen in het lint gebouwd, vaak als verdichting van het bebouwingslint. Naast woonhuizen zijn in deze linten ook boerderijen, kerken, bedrijfspanden en dergelijke gebouwd. De 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse bebouwing overheerst in deze linten.
In Buitenpost (Julianalaan en Schoolstraat) zijn bebouwingsclusters gerealiseerd die het zogenaamde Jaren’30 wonen vertegenwoordigen. De woningen hebben over het algemeen een individuele uitstraling, ook al zijn ze soms in rijen of dubbel gebouwd. Doordat bepaalde kenmerken in vrijwel alle woningen terugkomen, hebben deze wijken als geheel een grote samenhang. De kenmerken die daarvoor zorgen zijn de grote dakoverstekken, de vrij grote goot- en bouwhoogte, de mee-ontworpen erkers en dakkapellen en het gebruik van rode baksteen en overwegend rode dakpannen. De detaillering van de woningen is zorgvuldig.
De bebouwing is doorgaans in één bouwlaag met kap gebouwd. Het materiaal- en kleurgebruik is overwegend traditioneel. Bijzondere functies wijken vaak af qua maat en schaal en soms qua materiaal- en kleurgebruik. In sommige linten zijn open plekken ingevuld met nieuwbouwwoningen. Over het algemeen voegen deze woningen zich in het bestaande bebouwingsbeeld.
NB: Een aantal gebieden is nog in ontwikkeling of er worden ontwikkelingen verwacht. Daarbij zijn specifieke welstandskaders vastgesteld (meestal in samenhang met het bestemmingsplan). Voor de zones waar nog ontwikkeling mogelijk is, blijft dat beleid van toepassing en is op de beleidskaart een arcering aangegeven.
3.1 Dorpskernen en –linten in Achtkarspelen
Foto
Kenmerk en principes
Vooraf
Het bebouwingsbeeld is vanouds traditioneel en in de 20e eeuw voorzien van varianten
(onder meer jaren ’30-stijl).
Voldoet u aan het bestemmingsplan en aan onderstaande aanwijzingen dan is
beoordeling goed te doen. Extra aandacht is nodig bij de volgende situaties:
1U bouwt iets anders dan een woonhuis, bijgebouw of agrarisch bedrijfsgebouw.
2U wilt een verbijzondering? Uw plek is een zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg. Zie ook hoofdstuk 5*.
3Uw pand staat op de monumentenlijst.
Plaatsing
Het belangrijkste gebouw(meestal woonhuis) is gericht op de straatzoals ter plaatse
toegepast (kijkgoed naar de omliggende gebouwen of deze haaks, evenwijdig of onder een schuine hoek staan ten opzichte van de weg).
Bijgebouwen en (agrarische) bedrijfsgebouwen liggen niet vóór het woonhuisgedeelte.
Het representatieve gebouw blijft het beeld bepalen vanaf de openbare weg. Kan een bijgebouw/bedrijfsgebouw op grond van het bestemmingsplan toch vóór het woonhuis of in het zicht gebouwdworden dan zorgvuldig inpassen.
Hoofdvorm
Vanuit een rechthoekig grondplan met daaropéén tot twee(mits mogelijk conform
bestemmingsplan) bouwlagen en een traditionele duidelijke kap (schilddak, zadeldak met eventueel wolfseind).
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen ondergeschikt en in een afgeleide architectuur
NB een asymmetrische kap, een plattekap of een gebogen kap kan in principe niet
tenzij via vooroverleg dit toch op verantwoorde wijzekan worden vormgegeven (en het planologisch akkoord is).
Aanzicht
Met name vanaf de openbare weg is sprakevan verzorgde vormgeving blijkend uit
weloverwogen indelingvan gevels (compositie) en bijpassende gevelopbouw (materiaal, maatvoering en kleurstellingen).
Ter verfijning: de compositie van gevels biedt een aangename verhouding van open
en gesloten delen, ritmiek en een spel tussen verticaal (meer smal dan hoog voor ramen en deuren) en horizontaal (zoalsgoot- of daklijst).
Elementen zoals een schoorsteen op de nok(hoeken), geven extra uitdrukking. Niet
noodzakelijk maar wel meerwaarde voor het aanzicht.
Ondergeschikte bouwdelen (aan-of uitbouw) zijn óf overeenkomstig de bestaande
vormgeving óf zijn daar op passende wijze op afgestemd.
Opmaak
Nieuwbouw hoofdgebouw: traditioneel schoon metselwerk en daken met pannen
(hooguit matglanzend) en/of riet. Afwijkende materialen zijn ondergeschikt of toegepast als gevolg van duurzaamheidsvereisten.
Nieuwbouw agrarisch bedrijfsgebouw: baksteen, hout, geprofileerde beplating
(gedekte kleur), daken met gebakken pannen en/of (donker)grijze beplating. Naar buitenzijde geen lichtuitstoot.
Bij verbouw: materiaalgebruik aan zichtzijde (vanafopenbaar gebied) afgestemd op
bestaand. Overige zijdenbij voorkeur ook maar geenvereiste.
Kleurgebruik: traditioneel afgestemd op bestaand. Gevelsen deuren in gedekte
kleuren.
* Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.
3.2 Woongebieden Achtkarspelen
Gebiedsbeschrijving
In de na-oorlogse periode is een enorme bouwactiviteit op gang gebracht. In groot aantal dorpen zijn wijken gerealiseerd met straten en straatwanden met een repeterende bebouwing. Op sommige plaatsen zijn ook dubbele woningen en vrijstaande woningen gerealiseerd. Incidenteel zijn er woningen gebouwd met een individuele uitstraling. In de wijken zijn ook voorzieningen zoals scholen, kerken, parken en begraafplaatsen gesitueerd. Deze voorzieningen nemen vaak een prominente plaats in.
De bebouwingsstructuur van deze wijken is vaak heel duidelijk: lange, rechte straten, met daaraan de repeterende bebouwing in rijen gebouwd en veelal met de nokrichting parallel aan en soms haaks op de weg. Er is gebouwd in zowel één als twee bouwlagen met een kap. Incidenteel zijn in een cluster plat afgedekte woningen in één bouwlaag gerealiseerd. De detaillering van de woningen is over het algemeen sober.
Met name in het laatste kwart van de 20e eeuw ontstaat de behoefte aan een meer individuele uitstraling van de woningen. De woonwijken, waarin deze woningen zijn gerealiseerd zijn royaler opgezet, met veel groen en water. In deze na-oorlogse uitbreidingsgebieden staan verhoudingsgewijs veel vrijstaande woningen met steeds een eigen uitstraling op overwegend ruime kavels. Hoekkavels worden in sommige gevallen benut als stedenbouwkundig accent.
Het kleur- en materiaalgebruik varieert in deze wijken van traditioneel tot modern. De detaillering van de woningen is zorgvuldig. Bijgebouwen en aan- en uitbouwen zijn veelal in een afgeleide architectuur gerealiseerd.
NB: Een aantal gebieden is nog in ontwikkeling of er worden ontwikkelingen verwacht. Daarbij zijn specifieke welstandskaders vastgesteld (meestal in samenhang met het bestemmingsplan). Voor de zones waar nog ontwikkeling mogelijk is, blijft dat beleid van toepassing en is op de beleidskaart een arcering aangegeven.
3.2 Woongebieden Achtkarspelen
Foto
Kenmerk en principes
Vooraf
Het gaat om zowel seriematige als individuele woonbuurten (voornamelijk de na-
oorlogse uitbreidingen)
Voldoet u aan het bestemmingsplan en aan onderstaande aanwijzingen dan is
beoordeling goed te doen. Extra aandacht is nodig bij de volgende situaties:
1U bouwt ietsanders dan een woonhuis of bijgebouw
2U wilt een verbijzondering? Uw plek is een zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg. Zie ook hoofdstuk 5*
3Uw pand staat op de monumentenlijst
Plaatsing
Conform mogelijkheden bestemmingsplan
Oriëntatie afgestemd op omgeving >meestal of haaks of evenwijdig aan de weg, soms
in historisch gegroeid patroon. Indien afwijkend dan eerst vooroverleg
Hoofdvorm
Ten hoogste conform maatvoering van hetbestemmingsplan
Afgestemd op omliggende bebouwingstypen
Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijnondergeschikt
Aanzicht
Afstemming in relatietot omgeving
Verbouw bij seriematige bouw: geen groteonderlinge verschillen
Verbouw bij individuele bouw: ruimte voorvernieuwing mits voldoende oog voor
bestaande en omliggende bouw
Speel in op stedenbouwkundige ligging (een hoekpand biedtkansen voor tweezijdige
oriëntatie; voorkom een harde bebouwingsrand in de overgangnaar het buitengebied
Opmaak
Afgestemd op directomliggende bebouwing
Bij verbouw ook ruimtevoor andere materialen en kleuren mits oog voor balans van
het totaalbeeld
* Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.
3.3 Sport- en groengebieden Achtkarspelen
Gebiedsbeschrijving
De grotere sport- en groengebieden zijn als afzonderlijk gebied op de beleidskaart aangegeven. Deze gebieden kenmerken zich door de zeer lage bebouwingsdichtheid. Veelal is alleen een sportkantine aanwezig, die min of meer in een paviljoenachtige setting is gerealiseerd in de groene ruimte.
De bebouwing is in één of twee bouwlagen, afhankelijk van de mogelijkheden in het bestemmingsplan.
3.3 Sport-en groengebieden Achtkarspelen
Foto
Kenmerk en principes
Vooraf
Het gaat om sport- en groengebieden
Voldoet u aan het bestemmingsplan en aan onderstaande aanwijzingen dan is
beoordeling goed te doen. Extraaandacht is nodigbij de volgende situaties:
1U wilteen verbijzondering? Uw plek is een zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg. Zie ook hoofdstuk 5*
2Uw pand staat op de monumentenlijst
Plaatsing
Conform mogelijkheden bestemmingsplan
Oriëntatie afgestemd op omgeving > naar het sportveld, naarde (semi) publieke
ruimte
Hoofdvorm
Ten hoogste conform maatvoering van hetbestemmingsplan
Afgestemd op omliggende bebouwingstypen
Aanzicht
Afstemming in relatietot omgeving
Publieksruimten (zoals kantine, clubgebouw o.i.d.) hebbenverhoudingsgewijs veel
gevelopeningen (ramen,deuren)
Naar de openbare weg toe: representatieve uitstraling
Op sport- en recreatieterreinen: naar(semi) publieke ruimterepresentatieve
uitstraling (kan aan meerdere zijden van het gebouw zijn)
Opmaak
Afgestemd op directomliggende bebouwing
Bij verbouw ook ruimte voor andere materialen en kleuren mits oog voor balans van
het totaalbeeld
* Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.
3.4 Bedrijventerreinen Achtkarspelen
Gebiedsbeschrijving
De bedrijventerreinen zijn zeer divers. Dit komt tot uitdrukking in de omvang, de aard van de bedrijvigheid, het al dan niet aanwezig zijn van de combinatie wonen/werken en de kwaliteit en representativiteit van de bebouwing. Voor wat dit laatste betreft zijn vooral de bedrijfslocaties langs de volgende wegen erg belangrijk als het gaat om representatieve uitstraling:
-De provinciale wegen (N355/N358/N369) .
-De spoorlijn Leeuwarden-Groningen.
-Entree-routes van de kernen.
Bedrijven die hier gevestigd zijn, hebben het voordeel van zichtbaarheid en andersom mag dan ook verwacht worden dat ze extra aandacht besteden aan vormgeving. Voor een aantal entree-gebieden gelden ook aanvullende voorwaarden die zijn opgesteld in beeldkwaliteitsplannen zoals tevens aangegeven op de kaart gebiedsindeling behorend bij deze nota.
De bedrijventerreinen langs het kanaal in de gemeente Achtkarspelen (nabij Kootstertille en Gerkesklooster/ Stroobos) kennen veel grootschalige bebouwing met over het algemeen ook veel buitenopslag van goederen en (half)fabricaten. De bebouwing is veelal samengesteld uit verschillende bouwmassa’s in verschillende bouwhoogten en kent een traditioneel kleurgebruik.
De overige bedrijventerreinen zijn vaak combinaties van wonen en werken, of bedrijvigheid die qua aard en schaal passend is bij kleinere kernen. Dit komt uiteraard ook tot uitdrukking in de maat en schaal van de bedrijfsbebouwing. Veelal zijn de bedrijfswoningen (indien aanwezig) voor de bedrijfsloodsen geplaatst. Ook wanneer geen bedrijfswoningen aanwezig zijn, kennen de naar de weg gekeerde gevels van de bedrijfsloodsen een duidelijke geleding (zie ook begrippenlijst) door middel van gevelopeningen en/of (kleur/materiaal) accenten in de gevel. Hierdoor kennen deze gevels een duidelijke oriëntatie op het openbare gebied.
NB: Een aantal gebieden is nog in ontwikkeling of er worden ontwikkelingen verwacht. Daarbij zijn specifieke welstandskaders vastgesteld (meestal in samenhang met het bestemmingsplan). Voor de zones waar nog ontwikkeling mogelijk is, blijft dat beleid van toepassing en is op de beleidskaart een arcering aangegeven.
3.4 Bedrijventerreinen Achtkarspelen
Foto
Kenmerk en principes
Vooraf
Het gaat om bedrijventerrein
Voldoet u aan het bestemmingsplan en aan onderstaande aanwijzingen dan is
beoordeling goed te doen. Extra aandacht is nodig bij de volgende situaties:
1U wilt een verbijzondering? Uw plek is een zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg. Zie ook hoofdstuk 5*
2Uw pand staat op de monumentenlijst
Plaatsing
Conform mogelijkheden bestemmingsplan
Oriëntatie afgestemd op omgeving >meestal of haaksof evenwijdig aan de weg.
Indien afwijkend daneerst vooroverleg
Hoofdvorm
Ten hoogste conform maatvoering van hetbestemmingsplan
Afgestemd op omliggende bebouwingstypen
Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijnondergeschikt
Aanzicht
Afstemming in relatietot omgeving
Langs genoemde hoofdroutes (zie vorige pagina): zeer representatief blijkend uit
bijvoorbeeld kantoorgedeelte, entreeof woonhuis (indientoegestaan)
Naar de openbare weg toe: representatieve en verzorgde uitstraling
Opmaak
Afgestemd op directomliggende bebouwing
Bij verbouw ook ruimte voor andere materialen en kleuren mits oog voor balans van
het totaalbeeld
* Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.
3.5 Buitengebied Achtkarspelen
Gebiedsbeschrijving
Het buitengebied van Achtkarspelen is vrijwel geheel te typeren als woudengebied. Het is een agrarisch gebied waarbij elzensingels en houtwallen zorgen voor beslotenheid. Oude waterlopen, zandruggen en later ook eigendomsgrenzen, vormen belangrijke lijnen in het landschap en zijn bepalend voor de ontginning en het verkavelingspatroon. In het noordoostelijk deel van de gemeente is sprake van een overgang naar het kleilandschap.
Het gebied wordt gekenmerkt door veel verspreid liggende bebouwing; zowel boerderijen als woonhuizen en zogenaamde “wâldspultsjes”. Hier en daar is dit fijnmazige net van huizen en boerderijen verder verdicht tot kleine bebouwingsconcentraties, zoals Rohel, Blauforlaet en Reaskuorre. Het bebouwingsbeeld is in deze concentraties even divers als in het buitengebied als geheel.
In de loop van de tijd hebben (mede door de van oorsprong kleinschalige bebouwing en de daarmee conflicterende tendens naar groter wonen en de schaalvergroting in de landbouw) vele verbouwingen plaatsgevonden, waarbij vaak nieuwe bouwmassa’s aan de reeds aanwezige bebouwing zijn toegevoegd. Ook is merkbaar dat recreatie en toerisme belangrijk zijn geworden in het buitengebied.
Voor de beschrijving van de boerderijen en de daarbij behorende principes wordt naar de objectgerichte principes verwezen. Naast de authentieke boerderijen is er op het boerenerf vaak bebouwing gerealiseerd die ten dienste staat van het akkerbouwbedrijf, dan wel het veehouderijbedrijf. De maatvoering van deze bebouwing is fors en opvallend. Het gebruik van moderne en licht gekleurde plaatmaterialen zorgt voor sterk in het oog springende effecten. Ondanks de forse nieuwe agrarische bebouwing is de historische boerderij in de meeste gevallen nog beeldbepalend voor het erf. De nieuwe bebouwing is veelal op het achtererf geplaatst.
In het buitengebied komen verspreid andere functies voor zoals woonhuizen, enkele bedrijfslocaties en bouwwerken met een bijzondere civieltechnische functie zoals gemalen, waterkeringen, molens en sluizen.
3.5 Buitengebied Achtkarspelen
Foto
Kenmerk en principes
Vooraf
Het meest voorkomende bebouwingsbeeld (boerderijen enwoningen) is traditioneel
en landelijk. Voor boerderijen gelden objectgerichte principes (zie hoofdstuk 5)
Voldoet u aanhet bestemmingsplan enaan onderstaande aanwijzingen dan is
beoordeling goed te doen. Extra aandacht is nodig bij de volgende situaties:
1U bouwt iets anders daneen woonhuis, bijgebouw of agrarische bedrijfsgebouw
2U wilteen verbijzondering? Uw plek iseen zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg. Zie ook hoofdstuk 5*
3Uw pand staat op de monumentenlijst
Plaatsing
Het belangrijkste gebouw (meestal woonhuis) isgericht op destraat zoals terplaatse
toegepast (kijk goed naar de omliggende gebouwen of deze haaks, evenwijdig of onder een schuine hoek staan ten opzichte van de weg)
Bijgebouwen en (agrarische) bedrijfsgebouwen liggen niet vóór het woonhuisgedeelte.
Kan een bijgebouw/bedrijfsgebouw op grond van het bestemmingsplan toch vóór het woonhuis ofin het zicht gebouwd worden danvraagt het ookzorgvuldige landschappelijke inpassing
Hoofdvorm
Vanuit een rechthoekig grondplan met daarop één bouwlaag eneen traditionele
duidelijke kap(schilddak, zadeldak meteventueel een wolfseind)
Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt en ineen afgeleide
architectuur
NB een asymmetrische kap, platte kap, gebogen kapvorm, een serrestal met
rondbogen (boogstal) of een sheddak kan in principe niet tenzij viavooroverleg dit
toch opverantwoorde wijze kan worden vormgegeven (en planologisch akkoord is)
Aanzicht
Met name vanaf de openbare wegis sprake vanverzorgde vormgeving blijkend uit
weloverwogen indeling vangevels (compositie) enbijpassende gevelopbouw (materiaal, maatvoering en kleurstellingen). Maak het niet overdadig: dat is minder passend en vaak onderhoudsgevoelig
Ter verfijning: de compositie van gevels moet een aangename verhouding vormen van
open en gesloten delen, ritmiek eneen spel tussen verticaal (meer smal dan hoog voor ramen en deuren) en horizontaal (zoals goot- of daklijst)
Elementen zoals een schoorsteen op denok(hoeken) geeft extra uitdrukking. Niet
noodzakelijk maar welmeerwaarde voor hetaanzicht
Ondergeschikte bouwdelen (aan- of uitbouw) zijn óf overeenkomstig debestaande
vormgeving ófzijn daar oppassende wijze opafgestemd
Opmaak
Nieuwbouw hoofdgebouw: traditioneel schoon metselwerk endaken met pannen
(hooguit matglanzend) en/of riet. Alof niet incombinatie met stucwerk, hout en
bijvoorbeeld zink. Houtals hoofdmateriaal voorgevels (schuurwoningen/’Zweed se’ woningen) afhankelijk vanlocatie – daarom na vooroverleg
Nieuwbouw bedrijfsgebouw: baksteen, hout, geprofileerde beplating (gedekte kleur),
daken met gebakken pannen en/of (donker)grijze beplating. Naar buitenzijde geen lichtuitstoot
Bij verbouw: materiaalgebruik aanzichtzijde (vanaf openbaar gebied) afgestemd op
bestaand. Overige zijden bij voorkeur ook maar geen vereiste
Kleurgebruik: afgestemd opbestaand. Gevels endeuren in gedekte kleuren
* Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.
Hoofdstuk 4 Objectgerichte principes
4.1 Boerderijen
Objectbeschrijving
Verspreid over het gemeentelijk grondgebied komen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, diverse historische boerderijen voor. Dat is niet verwonderlijk gezien het feit dat de agrarische functie binnen de gemeente vanouds dominant is. Boerderijen, hetzij bedrijfsmatig in gebruik dan wel als woonhuis, zijn in sterke mate bepalend voor het ruimtelijk aanzien van de gemeente.
Door een set van aparte principes te formuleren voor de boerderijen wordt getracht om eigenaren van boerderijen te helpen om respectvol met het gebouw en het erf om te gaan.
Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door een overwegend traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19e- en begin 20e-eeuw. Op enkele plekken zijn ook oudere boerderijen aanwezig.
Beleid, waardebepaling en ontwikkeling
Het beleid is gericht op beheer en versterking van de bestaande situatie. Het bebouwingsbeeld is cultuurhistorisch waardevol en in hoofdlijnen nog redelijk gaaf.
Ingrijpende ontwikkelingen worden niet direct verwacht, maar wel zullen in de toekomst als gevolg van de schaalvergroting in de landbouw, sommige boerderijen willen groeien en andere zullen hun agrarische functie verliezen.
Gaat het om ferme veranderingen zoals schaalvergroting, dan kan ook worden gewerkt volgens de aanpak van ‘de Nije Pleats’. Als hiervan gebruik gemaakt wordt, zullen de hier gestelde gebiedsgerichte principes ter inspiratie dienen maar niet langer gelden als toetsingskader. De beoordeling wordt dan gerelateerd aan de uitkomsten van ‘de Nije Pleats-sessies’.
De boerderijen komen vanwege hun bijzondere betekenis voor de gemeenten in aanmerking voor extra aandacht bij de planbeoordeling. De algemene lijn is gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteiten. Bij nieuwe boerderijbouw ligt het accent op zorgvuldige inpassing in het landschap.
4.1 BOERDERIJEN
Referentiefoto’s algemeen
Gebiedskenmerken en principes
Vooraf
Het meest voorkomende bebouwingsbeeld (boerderijen) is traditioneel en landelijk.
Voldoet u aan het bestemmingsplan en aan onderstaande aanwijzingen dan is
beoordeling goed te doen. Extraaandacht is nodigbij de volgende situaties:
1U wilt een verbijzondering. Kies voor vooroverleg* en/of Nije Pleats-methodiek
2Uw pand staat op de monumentenlijst
Ligging
Duidelijk onderscheid tussenwoon- en bedrijfsgedeelte.
Richting (doorgaans) loodrecht op de openbare (water-)weg, evenwijdig met
verkavelingsstructuur of vrij in het veld
Hoofdvorm
Kop-hals-romp: kop met steil zadeldak en hoge goot, hals en romp lage goot; romp
met hoog ensteil schilddak opgebouwd uit samenstel van enkelvoudige bouwmassa’s vanuit rechthoekige symmetrische grondvormen
Stelpboerderij: woonhuis met hogere gevel(s) en goot, overigelage gootlijnen
hoogopgaand schilddak enkelvoudige bouwmassa vanuit een rechthoekig grondplan
Nieuwe boerderij en bedrijfsgebouwen: woning rijzig ten opzichte van
bedrijfsgebouwen, dakhelling >25°, enkelvoudige hoofdvorm, of (indien bestaand) samengesteld vanuitrechthoekige symmetrische grondvormen.
Terughoudend met agrarische (bij)gebouwen voorzien metboogvormige kap
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn ondergeschikt of kennen een
bijzondere vormgeving
Aanzichten
Het voorhuis kenteen duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte
Met name de historische boerderijen tonen een duidelijk evenwicht tussen verticaal
gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e.d.)
Hoofdgebouw met traditionele gevelcompositie; nieuwbouw toontevenwichtige
gevelcompositie
Dakkapellen beperken zichtot het woongedeelte
Opmaak
Historischeboerderij: gevels hebbeneen stenig karakter; daken zijn voorzien van
veelal antraciet (gebakken en hooguit mat geglazuurde) pannen en/of riet. Indien het de karakteristiek van het gebouw en/of het erf niet aantast eventueel golfplaten of dakpanplaten alleen op schuurgedeelte.
Nieuwe boerderijen en bedrijfsgebouwen: woonhuis in baksteen; bedrijfsgedeelte baksteen, hout,geprofileerde beplating, dakenmet gebakken pannenen /of geprofileerde beplating.
Voor bedrijfsgebouwen: geenglanzende (dak-) bedekking, bij boogvormige kap goede
verhouding in kopse gevels.
Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande); bij nieuwbouw
gedekte tinten
De uitstraling van toegepaste materialen en de detaillering neemt af van voorzijde
naar achterzijde
Diversen
Aandacht voor inrichting en beplanting van het erf
* Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.
4.2 Mestvergistingsinstallaties bij agrarisch erf
Objectbeschrijving
(Mest-)vergistingsinstallaties maken deel uit van de schaalvergroting en uitbreiding van nevenactiviteiten van agrarische bedrijven. Deze relatief omvangrijke installaties hebben een eigen verschijningsvorm.
De meest voorkomende installaties bestaan doorgaans uit twee silo’s (vergister en navergister) en een aantal secundaire elementen. Installaties kunnen echter ook bestaan uit een groter aantal kleinere maar hogere silo’s. De vergister is een betonnen silo met veelal een diameter van 15 à 16 meter en een hoogte boven maaiveld van ca. 5 meter. Deze silo is geïsoleerd; de buitenkant is bekleed met groene stalen beplating in verticaal damwandprofiel. Het dak is een kunststof, gasdicht membraan dat door de druk een bolle vorm aanneemt. De navergister is een grotere silo met een diameter van 23 tot 35 meter en een hoogte boven maaiveld van eveneens circa 5 meter. De betonnen silo is niet geïsoleerd zodat de wanden een lichtgrijze kleur hebben. Het dak is een gespannen kap van PVC en heeft een afgeplatte kegelvorm. Van de secundaire elementen is de gasmotor de belangrijkste. Deze motor zet het biogas om in energie en is doorgaans ondergebracht in een zeecontainer. Installaties kunnen echter ook bestaan uit een groter aantal kleinere maar hogere silo’s.
Beleid, waardebepaling en ontwikkeling
De boerderijen zijn vanwege hun afmetingen en verschijningsvorm sterk bepalend voor het ruimtelijke beeld van het buitengebied. De intrede van de mestvergistingsinstallaties maakt deel uit van de ontwikkeling van schaalvergroting en uitbreiding van nevenactiviteiten van boerenbedrijven. Hoewel de ontwikkelingen in het buitengebied hoofdzakelijk in het bestemmingsplan worden geregeld, zijn de ontwerpprincipes met name gericht op een evenwichtige afstemming van de installaties op de bestaande bebouwing en een goede inpassing op het erf.
Een compacte opstelling van de bebouwing moet voorkomen dat het open gebied te zeer wordt versnipperd, terwijl een goede hiërarchie van de woon- en bedrijfsbebouwing moet zorgen voor een blijvende herkenbaarheid van de verschijningsvorm van het boerenbedrijf.
Het beleid is gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit.
4.2 MESTVERGISTINGSINSTALLATIES (bijagrarisch erf)
Referentiefoto’s algemeen
Gebiedskenmerken en principes
Vooraf
Voldoet u aan het bestemmingsplan en aan onderstaande aanwijzingen dan is
beoordeling goed te doen. Extra aandacht is nodig bij de volgende situaties:
1U wilt een verbijzondering? Uw plek is een zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg*
2Uw pand staat op de monumentenlijst
Plaatsing
In agrarisch gebieden op boerenerf
Ondergeschikt, d.w.z. doorgaans achter op het erf, zo min mogelijk zichtbaar vanaf het
openbaar domein
Binnen al dan niet uitte breiden erfbeplanting
Compacte opstelling, maaktdeel uit van een evenwichtige compositie
Hoofdvorm
Beperkt aantal primaire elementen (2 à 3). Dit om eente groot serie-effect en
versnippering te vermijden
Vormt onderdeel van een evenwichtige compositie van bedrijfsgebouwen
Opmaak
Zowel de wandenals de kap in een gedekte kleur,per cluster in dezelfde donkere
(groen, grijs)kleur
Geen hoogglanzende materialen
* Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.
4.3 Woonarken en woonboten
Objectbeschrijving
In de gemeente zijn op enkele plekken woonarken en woonboten gesitueerd. Het innemen van een ligplaats kan slechts nadat hiervoor toestemming is verkregen.
Woonschepen en woonarken kenmerken zich door hun alzijdige oriëntatie, hetgeen onder meer wordt bekrachtigd doordat ze vaak aan twee zijden (weg en water) aan openbare terreinen zijn gelegen. Dit impliceert tegelijkertijd de noodzaak van een zorgvuldige inpassing in het straat- en bebouwingsbeeld, dan wel een inpassing in het landelijk gebied.
Woonarken zijn duidelijk voor het wonen ontwikkeld en bestaan doorgaans uit een drijvende bak met daarop een opbouw. Woonarken liggen op enkele plekken
Woonschepen zijn voor wonen geschikt gemaakte voormalige schepen uit de beroepsvaart. Het uiterlijk van het schip is herkenbaar aan de romp, de stevens en in de opbouw. Voor dit laatste gaat het vaak om zaken als stuurhuis, dek, mast, roer etc.
4.3 WOONARKEN en WOONBOTEN
Referentiefoto’s algemeen
Gebiedskenmerken en principes
WOONARKEN
Wanden
Straatzijde minimaal 15% van oppervlak transparant
Vorm en plaatsing ramen in relatie tot elkaar (bijvoorbeeld op één lijn,dezelfde
vorm en afmeting)
Dak van de opbouw
Licht gebogen in dwarsrichting, of flauw hellend(bijvoorbeeld max. 15 graden) of
heeft andere functie (bijvoorbeeld daktuin, dakterras enz.)
Materiaal/kleur
Opbouw: geen steenachtige materialen
Terughoudende kleuren
Overige
Duurzame, zorgvuldige detaillering ruimte
Bij verbouw: aan-,op-, uitbouw pastqua vormgeving, materiaal en kleur bij het
bestaande
Toevoegingen (zoals schotelantennes, schoorsteen, enz.) integreren in het
totaalbeeld. Mogenniet domineren
WOONBOTEN
Wanden
Lange zijden symmetrisch wat hoofdvorm betreft
Ramen staan in relatie tot elkaar (bijv.op één lijn, dezelfde vormen afmeting)
Ramen max. 40% van de opbouw
Ramen mogen niet direct aansluiten op dak (excl.stuurhut) en gangboord
Stuurhut bij verbouw max. 10% van de lengtevan het schip,stuurhut en roef samen
max. 25%
Dak van de opbouw(niet van stuurhut)
In de zeeg van romp (indien aanwezig)
Licht gebogen in dwarsrichting, flauw hellend (evt.hellingshoek aangeven bijv.15
graden)
Daklicht mogelijk (max. hoogte aangeven, bijv. max. 25 cm)
Materiaal/kleur
Opbouw in metaalen/of hout
Kozijnen hout en/ofmetaal
Romp en opbouwverschillend van kleurof gescheden dooreen kleuraccent
Contrasterende kleuraccenten zijn mogelijk
Geen fellekleuren toepassen
Overig
Duurzame, zorgvuldige detaillering
Bij verbouw: opbouwpast qua vormgeving, materiaal en kleurbij het bestaande
Bij verbouw: detaillering afgeleid van of passend bijreeds bestaande of originele
details van het schip
Toevoegingen (zoals schotelantennes, schoorsteen, enz.) integreren in het
totaalbeeld. Mogenniet domineren
4.4 Reclame-uitingen
Wat is de juridische basis voor het reclamebeleid?
In het geval dat voor een reclame uiting een omgevingsvergunning is vereist, vindt beoordeling mede plaats op basis van de principes in dit hoofdstuk opgesteld.
Kan worden afgeweken van de reclameprincipes?
Het kan voorkomen dat de reclameprincipes ontoereikend zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een aanvraag plaatsvindt in een bijzonder gebied, of wanneer een plan afwijkt van de principes, of wanneer sprake is van een nieuw type reclame-uiting. Burgemeester en wethouders kunnen dan, na schriftelijk en gemotiveerd advies van de commissie, afwijken van deze principes. Daarbij geldt de stelregel dat de gemeente hogere eisen stelt aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.
Algemene principes
1In het buitengebied dient reclame terughoudend te worden toegepast.
2Reclames die bedoeld zijn om van veraf te worden opgemerkt worden als onaanvaardbaar gezien.
3Voornamelijk bescheidenheid, integratie in gevel en afstemming op gebouw.
4Kleine en subtiel vormgegeven reclame-uitingen hebben de voorkeur.
5Reclame wordt bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw meegenomen.
6Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en de architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans.
7Reclame past in de omgeving, bij de bedrijfsomvang en bij het gebouw. Hierbij wordt gekeken naar plaatsing, afmetingen, vormgeving, kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering van het gebouw én de reclame.
8Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten die ter plekke worden uitgeoefend.
9Reclame-uitingen op en bij een bedrijf/organisatie worden op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest en als een bedrijf in meerdere aaneengesloten panden is gevestigd.
Toelichting
Begrippenlijst
Aanbouwen Een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Achterkant De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde niet direct grenst aan de weg of openbaar groen.
Afdak Dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen.
Afgeleide architectuur Vormgeving dat qua vorm, materiaal en kleur verwantschap toont. Bij een aan- of uitbouw wel ondergeschikt aan de hoofdvorm.
Asymmetrische kap Zadeldak waarbij het dakvlak aan 1 zijde doorloopt tot aan de gevel van de daaronder gelegen bouwlaag.
Band Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen.
Bedrijfsbebouwing Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter.
Beschot Afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen.
Bestrating Verharding in de vorm van straatstenen of tegels.
Bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
Blinde muur of gevel Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.
Borstwering Lage dichte muur tot borsthoogte.
Boeibord Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.
Boerderij Gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de stolp, kop-hals-romp en andere typen.
Bouwblok Een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen.
Bouwlaag Verdieping van een gebouw.
Bovenbouw Het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels.
Bungalow Meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.
Carport Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning.
Dak Afdekking van een gebouw, vlak of hellend dak, waarop dakbedekking is aangebracht.
Dakhelling De hoek van het dak.
Dakkapel Uitbouw op een hellend dakvlak.
Dakopbouw Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
Dakraam Raam in een hellend dak.
Detail Ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam.
Drager en invulling De drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden).
Ensemble Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden.
Erf Onbebouwd stuk grond behorende bij een boerderij of huis.
Erker Kleine toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en/of glas.
Flat Groot gebouw met meerdere verdiepingen.
Galerij Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen.
Geleding Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, inspringingen of andere gevelkenmerken en - detailleringen.
Gepotdekseld Gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan.
Gevel Buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel).
Gootklos In de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot.
Individueel gebouw Zelfstandig, op zichzelf staand gebouw.
Industriebebouwing Gebouwen met een industriële bestemming. Kavel Grondstuk, kadastrale eenheid.
Kern Centrum van een dorp of stad.
Klossen Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten.
Kop In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.
Laag Zie bouwlaag.
Lak Afwerklaag van schilderwerk.
Latei Draagbalk boven gevelopening.
Lessenaarsdak Dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak.
Lichtkoepel Raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel.
Lijst Een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel.
Lint Weg met daarlangs bebouwing.
Luifel Een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur.
Maaiveld Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht.
Mansardedak Dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat.
Massa Volume van een gebouw of bouwdeel.
Metselverband Het zichtbare patroon van metselwerk.
Middenstijl Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn.
Nok Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak.
Onderbouw Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak.
Ondergeschikt Voert niet de boventoon.
Ontsluiting De toegang tot een gebied, terrein of een gebouw.
Oriëntatie De richting van een gebouw.
Overstek Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.
Paneel Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting.
Plaatmateriaal Bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel).
Plint Een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw.
Portiek Gemeenschappelijke trappenhuis.
Renovatie Vernieuwing van een gebouw.
Rijtjeshuis Huis als onderdeel van een reeks aaneen gebouwd, gelijkende woningen.
Rollaag Horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand.
Rooilijn Lijn die de grens aangeeft waarlangs maximaal gebouwd mag worden.
Schilddak Dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken.
Schuur Bijgebouw ten behoeve van opslag.
Situering Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving.
Stolp Boerderijtype met wonen, werken en stallen onder één groot dak.
Textuur De voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).
Uitbouw Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is.
Voorgevellijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk.
Voorkant De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde direct grenst aan de weg of openbaar groen.
Windveer Plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen.
Wolfseind Kort afgeschuind dakvlak aan de korte zijde van een zadeldak
Zadeldak Dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen.
Zichtlocatie Een locatie die op grond van landschappelijke, stedenbouwkundige of architectonische kenmerken zich sterk onderscheidt van de omgeving en in hoge mate visueel waarneembaar is. Dit kan ook worden veroorzaakt door de beoogde functie en de daaraan gekoppelde bijzondere vormgeving.
Zijgevellijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk.
Zijkant De zijgevel, het zij-erf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw.