Hieronder wordt genoemd binnen welke kaders de werkzaamheden plaatsvinden.
2. KADERS
2.1. Samenwerking
2.1.1. Eigen organisatie
De Eenheid Toezicht en Handhaving is sinds 1 januari 2013 werkzaam voor beide gemeenten. Het team maakt vanaf 2016 deel uit van de Werkmaatschappij 8KTD.
De samenwerking heeft als voordeel dat:
1Meer kwaliteit kan worden geleverd;
2Kosten kunnen worden gedeeld;
3Er klantgerichter kan worden gewerkt;
4De organisatie minder kwetsbaar is.
Met ingang van 1 januari 2025 wordt de Werkmaatschappij 8KTD ontbonden en gaan beide gemeenten zelfstandig verder.
2.1.2. Regionale Uitvoeringsdienst FUMO
Per 1 januari 2014 is de Friese variant op de Regionale Uitvoeringsdienst, de Fryske Útfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) inhoudelijk operationeel. Deze gemeenschappelijke dienst voor alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en It Wetterskip Fryslân voert voor deze deelnemers werkzaamheden uit op het gebied van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) en vanaf 1 januari 2024 op het gebied van de Omgevingswet. Meer specifiek liggen de werkzaamheden vooral op het gebied van omgevingsvergunningverlening onderdeel Milieu en het toezicht op de naleving van milieuregels bij vergunningplichtige bedrijven en bij nader genoemde bedrijfstakken. De FUMO oefent het milieutoezicht uit bij circa 1000 bedrijven in Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen. Per 1-1-2024 is het basistakenpakket flink uitgebreid. Naast een uitbreiding van inrichtingen heeft er een verschuiving van taken van Provincie naar Gemeenten plaatsgevonden (WBB en Zuivelbedrijven).
Er wordt jaarlijks een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de FUMO gesloten, waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden dat jaar door de FUMO worden uitgevoerd en onder welke condities. De FUMO zal zelf een jaarprogramma en een jaarverslag opstellen ter verantwoording van haar werk. In dit programma wordt niet ingegaan op het werk van de FUMO. Eind 2023 is de gezamenlijke uitvoerings- en handhavingsstrategie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van de Fryske gemeenten en provincie vastgesteld. Deze uitvoerings- en handhavingsstrategie gaat over de basistaken die de FUMO voor haar deelnemers uitvoert.
Naast het uitvoeren van (milieu)toezicht wordt ook de bereikbaarheid (Milieualarmnummer) en beschikbaarheid buiten kantooruren voor beide gemeenten door de FUMO uitgevoerd.
2.1.3. Veiligheidsregio Fryslan (VRF)
De VRF is een belangrijke ketenpartner voor gemeenten. De VRF is de adviseur van de gemeente en heeft geen mandaat voor vergunningverlening of handhaving. Dit blijft de gemeente zelf doen. Daarnaast heeft de VRF een adviestaak bij grote(re) evenementen en kan een beroep worden gedaan op het delen van inhoudelijke kennis bij ingewikkelde vraagstukken.
2.1.4. Wetterskip Fryslan
Het waterschap zorgt voor een goed waterpeil in sloten en meren, bewaakt de waterkwaliteit en zuivert het afvalwater. De gemeente werkt nauw samen met het Wetterskip Fryslân om te komen tot integraal waterbeheer. Een voorbeeld is (planologische) medewerking bij het realiseren van wateropgaven of het rekening houden met waterbelangen bij nieuwbouw en herstructurering.
2.1.5. Provinsje Fryslan
De provincie heeft de coördinerende taak om de samenwerking tussen gemeentes op het gebied van onder andere vergunningen, toezicht en handhaving te coördineren. Hiervoor heeft de provincie een Fries VTH-overleg in het leven geroepen. Het VTH-overleg vindt zowel ambtelijk als bestuurlijk plaats. In het ambtelijk overleg worden de onderwerpen voor het bestuurlijk overleg voorbereid. Het Fries VTH-overleg heeft als doel om de hoogwaardige algehele leefkwaliteit in de provincie Fryslân te behouden en verder te versterken door afstemming.
2.1.6. Politie en Openbaar Ministerie
De politie en het Openbaar Ministerie (OM) zijn onze samenwerkingspartners op het strafrechtelijk vlak. In het geval dat strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen en/of situaties waarbij sprake is van economische delicten, vindt er afstemming plaats met deze partners. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het OM. De regie op de samenwerking en afstemming wordt gevoerd in het lokaal driehoeksoverleg tussen de burgemeester, de politie en de Officier van Justitie (OvJ). De LHS(O) geeft een belangrijk kader voor de afstemming tussen straf- en bestuursrecht in het VTH-domein. De LHS(O) regelt een heldere rolverdeling en goede afstemming tussen de gemeente, de politie en het OM.
2.1.7. Rijkswaterstaat
Rijkswaterstaat (RWS) Noord–Nederland is één van de zeven regionale Rijkswaterstaatonderdelen. Dit onderdeel is verantwoordelijk voor onderhoud, beheer en aanleg van snelwegen en hoofdvaarwegen in Noord-Nederland. In overleg met medewegbeheerders, zoals de gemeente Heerenveen, zorgt Rijkswaterstaat Noord-Nederland voor vlotte en veilige doorstroming. Verder worden in overleg met de partners in de regio de noordelijke prioriteiten op het gebied van verkeer en vervoer bepaald.
2.3. Handhavingsbeleid
2.3.1. Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2024
Het handhavingsbeleid van beide gemeenten is beschreven in het in december 2023 vastgestelde “Beleid Vergunningen, toezicht en handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2024” (hierna VTH-Beleidsplan). Dit nieuwe VTH Beleidsplan is aangepast op de recent inwerking getreden Omgevingswet. In het beleidsplan staat het risicogericht werken centraal. Dit nieuwe beleidsplan vervangt het Beleidsplan Toezicht en Handhaving van 2017 en omvat nu zowel het beleid van Vergunningen als Toezicht en Handhaving (VTH).
2.3.2. Het bestaand handhavingsbeleid in een notendop
Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen willen een veilige, leefbare en duurzame omgeving behouden en daar waar nodig versterken. Goed toezicht op naleving van regels en zo nodig handhavend optreden is een instrument om dit doel te bereiken.
Het doel van handhaving is te bevorderen dat regels worden nageleefd, maar ook om geconstateerde overtredingen te laten stoppen en de gevolgen hiervan ongedaan te (laten) maken.
Preventie
Voorkomen is beter dan genezen. Dit geldt ook zeker in het VTH-domein. Inwoners zullen nooit 100% voldoen aan de regels. Redenen die hiervoor vaak worden aangewend zijn o.a. onwetendheid en een gebrek aan inzicht in de consequenties van eigen handelen. Preventieve maatregelen kunnen helpen in het verbeteren van het naleefgedrag. Wij kiezen ervoor om dit als volgt richting te geven:
1Herkenbaarheid van toezicht en handhaving;
2Informeren/voorlichting geven;
3Overbrengen boodschap;
4Preventief controleren (waar de capaciteit dat toelaat);
5Repressief toezicht;
6Publicatie van sanctiebesluiten.
Er wordt bij het laten stoppen van overtredingen oplossingsgericht gewerkt. Als het nodig is wordt handhavend opgetreden.
Meetbare doelen
Gestreefd moet worden naar meetbare en realistische doelen. Het streven naar een veilige, leefbare en duurzame omgeving is een subjectief doel. Wanneer is dit doel bereikt; als 100% van de bevolking dat vindt? En hoe meet je dat? Bovendien zijn er meer factoren die invloed hebben op de omgeving en op de veiligheid en leefbaarheid daarvan.
De aandacht wordt gericht op het toezicht op de naleving van voorschriften vooral op potentiële overtreders (de grootste naleefrisico’s). Zo zullen er bij vergunningssoort c.q. bedrijven waar een slecht naleefgedrag wordt gemeten, vaker en meer controles plaatsvinden dan bij die waar de regels wel goed worden nageleefd. Goed naleefgedrag wordt daarbij dus ook “beloond”. Deze werkwijze stimuleert goed naleefgedrag, bovendien wordt de beschikbare handhavingscapaciteit efficiënter ingezet.
Omdat de aandacht voornamelijk uitgaat naar potentiële overtreders, is het niet naleven in verhouding tot wel naleven niet in absolute cijfers uit te drukken. Wel is een trend te meten. Een eerdere overtreder die bij een volgende controle wel aan alle voorschriften voldoet kan worden gezien als “winst”. Ook zal een verbetering van het naleefgedrag logischerwijs leiden tot minder klachten en meldingen.
Om inzicht te krijgen in het naleefgedrag wordt nauwkeurig geregistreerd waarop toezicht wordt uitgeoefend en welke handhavingsacties zijn gevoerd. De verhouding naleving/niet-naleving wordt uitgedrukt in een naleefscore. (Meetbaar) doel is deze naleefscore te laten stijgen en hier de aandacht te verleggen naar die onderdelen waar de naleefscore niet stijgt of zelfs daalt.
Een logisch doel van dit handhavingsprogramma is dat alle hierin genoemde activiteiten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit wordt gemeten en verantwoord in het jaarverslag 2024 (begin 2025).
Prioriteiten (WAT)
Overal op controleren is niet reëel. Er moeten keuzes worden gemaakt over waarvoor de beschikbare capaciteit wordt ingezet.
De activiteiten/overtredingen die een bedreiging vormen voor het algemene doel om een veilige, leefbare en duurzame omgeving te willen behouden of te creëren, worden met voorrang behandeld ten opzichte van activiteiten/overtredingen die hier minder invloed op hebben. Ook het doel om het naleefgedrag te verbeteren leidt tot een verschuiving van aandacht. Zoals hiervoor genoemd, worden bij bedrijfscontroles eerdere overtreders vaker bezocht dan bedrijven die de zaken goed op orde hebben.
Voor een duidelijk en weloverwogen handhavingsbeleid is prioriteitsstelling noodzakelijk, zodat de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk kan worden ingezet. Onder prioriteren verstaan wij het volgende: met een vaste methodiek bepalen op welke activiteiten wij de meeste nadruk leggen en op welke activiteiten minder (lees: uren inzet). Meer specifiek koppelen we activiteiten in het VTH-domein aan een score. Activiteiten met een hoge score krijgen de meeste aandacht en worden, in beginsel, altijd opgepakt.
Het prioriteren wordt gedaan op basis van een risicoanalyse. De risicoanalyse is gebaseerd op een landelijk veelgebruikt model. Dit model heeft de volgende definitie:
Risico = kans op overtreding x effect
Hierbij verstaan we onder kans: de kans waarop de regels worden overtreden. Onder effect verstaan we: de mate van ongewenste gevolgen bij het overtreden van de regels.
De uitkomst van de risicoanalyse bepaalt op welke wijze wij de zaak m.b.t. de desbetreffende activiteit uitvoeren. De vier uitkomsten zijn:
Lage prioriteit – klachten worden alleen opgepakt indien er formatie beschikbaar is, periodieke controles worden alleen steekproefsgewijs gepland.
Midden prioriteit - klachten worden opgepakt, periodieke controles worden gepland.17
Hoge prioriteit - klachten worden direct opgepakt, periodieke controles worden gepland waarbij er minimaal eens in de 1 tot 3 jaar een controle plaatsvindt.
Top prioriteit - klachten worden met hoge urgentie opgepakt, periodieke controles worden minimaal jaarlijks gepland.
In Bijlage 1 wordt de risicoanalyse weergegeven.
Handhavingsstrategie (HOE)
Als een overtreding wordt geconstateerd, dan moet deze worden beëindigd. In de aanpak van overtredingen zal door de toezichthouders oplossingsgericht te werk worden gegaan. Is, om wat voor reden dan ook, een milde oplossing niet mogelijk/gewenst dan wordt binnen de gestelde prioriteiten handhavend opgetreden. Om willekeur te voorkomen wordt volgens een vaste handhavingsstrategie opgetreden. Deze is verwoord in paragraaf 5.4 van het VTH-beleidsplan. De keuze van welk handhavingsmiddel wordt ingezet en welke strategie wordt toegepast, is verwoord in de interventiematrix. Deze interventiematrix is opgenomen in Bijlage 2. Deze interventiestrategie is in zijn algemeenheid overeenkomstig de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).
Naleefscore
Per onderdeel (zoals bijvoorbeeld kapvergunningen, sloopvergunningen en milieucontroles bij bedrijven) wordt bijgehouden wat het percentage goede naleving is. Is dit percentage gedurende 2 achtereenvolgende jaren hoger dan 85% dan wordt de controle-intensiteit (hoe vaak en hoe veel controleer je) in principe naar beneden gebracht. De controlefrequentie zal nooit onder de 10% mogen liggen. Andersom, als de naleefscore 2 jaren achtereen onder de 50% ligt dan zal de controle-intensiteit indien mogelijk worden verhoogd.
In paragraaf 3.4. wordt per onderdeel rekening gehouden met deze regel. Als de controlefrequentie wijzigt ten opzichte van vorig jaar/voorgaande jaren, dan wordt dit hier benoemd.
2.3.3. Strafrechtelijk optreden
Met het vaststellen van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHSO) door alle bevoegde bestuursorganen in Fryslân (Gemeenten, Provincie en Wetterskip) wordt strafrecht meer en meer een middel dat toegepast wordt door de gemeenten om overtredingen tegen te gaan. In de handhavingsmatrix, als onderdeel van de LHSO (Bijlage 2), wordt aangegeven bij welk soort overtreding strafrechtelijk optreden moet worden overwogen.
Om strafrechtelijk op te kunnen treden wijst de gemeente Bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) aan.
Er zijn in het fysieke domein twee soorten BOA’s.
-BOA’s domein I, (BOA I). Deze treden op in het publieke domein (algemene overlast APV), Verkeer (zoals parkeren) en de Alcoholwet (voorheen D&H Wet);
-BOA’s domein II (BOA II), ook wel Milieu-Boa’s genoemd, treden op in het WABO-domein. Dit betreft niet alleen Milieu, maar ook Bouwen, Slopen, RO en Kappen.
In het VTH-overleg
1Een formeel bestuurlijk overleg tussen alle instanties die betrekking hebben op Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving in het fysiek domein. Deelnemers zijn: Provincie Fryslân, Friese gemeenten, Wetterskip Fryslân, FUMO, Openbaar Ministerie, Politie, It Fryske Gea, Staatbosbeheer en Hengelsport Fryslân.
is besloten dat er een provinciedekkende BOA II-structuur moest worden opgezet. In gemeente Noardeast-Fryslân is de samenwerking gezocht en gevonden. Dit is vastgelegd in een convenant. Er is een samenwerkingsverband opgezet voor de BOA domein II. Hiermee werd voldaan aan de kwaliteitscriteria. Door het uiteenvallen van de samenwerking in Noard-East Fryslân is ook de bezetting van BOA’s veranderd. Er zijn in 2024 niet voldoende BOA’s domein II. Er wordt gewerkt aan een oplossing. Door het opheffen van de samenwerking tussen Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel is nog niet duidelijk welke richting dit zal krijgen. De gehele taak bij de FUMO beleggen is één van de mogelijkheden. Samenwerking tussen de naastgelegen gemeenten heeft de ambtelijke voorkeur.
Ook ten aanzien van domein I wordt ingezet op een samenwerkingsverband met de gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel. Deze gemeenten zijn op dit moment bezig met een ontvlechting, waardoor zij op dit moment nog geen medewerking kunnen verlenen aan een samenwerkingsverband. In de loop van dit jaar zal opnieuw toenadering worden gezocht om te kijken of het mogelijk is een samenwerkingsverband op te zetten ten aanzien van domein I.
Ten behoeve van de overweging om wel of niet strafrechtelijk op te treden is door beide gemeenten een afwegingskader vastgesteld. Dit kader
2Zie hiervoor de notitie “Toepassen gemeentelijk strafrecht in de Landelijke Handhavingsstrategie.”
is richtinggevend voor de BOA’s in hun keuze wel of niet strafrechtelijk op te treden bij een concrete zaak.
Binnen het team VTH-V zijn in totaal vier medewerkers aangewezen als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA); drie voor Domein I, één voor Domein II. Ten tijde van het schrijven van dit programma zijn nog niet alle functies vervult.
Verder werken de gemeenten samen met de politie en het Openbaar Ministerie (OM) op het strafrechtelijk vlak. In het geval dat strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen en/of situaties waarbij sprake is van economische delicten, vindt er afstemming plaats met deze partners. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het OM. De regie op de samenwerking en afstemming wordt gevoerd in het lokaal driehoeksoverleg tussen de burgemeester, de politie en de Officier van Justitie (OvJ). De LHSO geeft een belangrijk kader voord afstemming tussen straf- en bestuursrecht in het VTH-domein. De LHSO regelt een heldere rolverdeling en goede afstemming tussen de gemeente, de politie en het OM.
2.3.4. Privaatrechtelijk optreden
Dit programma gaat hoofdzakelijk over bestuursrechtelijk en strafrechtelijk (zie § 2.3.3.) optreden tegen overtredingen. Hierop is de formatie berekend. Een ander instrument is privaatrechtelijk optreden. Dit is aan de orde als de gemeente zelf partij is. Bijvoorbeeld wanneer burgers illegaal grond van de gemeente in gebruik nemen. Hier tegen optreden is ook (sinds 2019) een taak van team VTH-V. In 2021 is er bij de handhavingsjuristen structureel formatie (0,25 fte per gemeente) toegevoegd t.b.v. privaatrechtelijke handhaving.
2.3.5. Leerpunten uit het jaarverslag 2022
Het Jaarverslag Toezicht en Handhaving 2022 leert dat het doel, verbetering van het naleefgedrag, is gehaald. Het naleefgedrag is achtereenvolgend 70% (2017) / 72% (2018) / 74% (2019) / 79% (2020) / 83% (2021) / 84% (2022).
Het jaar 2022 was, na twee afwijkende jaren als gevolg van de Covid-19-maatregelen, weer relatief normaal te noemen. Dat wil zeggen dat in 2022 een groot deel van de gebruikelijke controles door de eenheid Toezicht en Handhaving zijn uitgevoerd. Uitzondering hierop zijn de schenken-onder-18 controles in de horeca. Deze zijn niet uitgevoerd in 2022. Deze controles zijn voor het laatst uitgevoerd in 2019 en toen was de naleefscore slecht (46%). Door het ontbreken van deze naleefscore is er mogelijk een vertekend beeld ontstaan wat betreft de naleefscore in het horecadomein, waardoor de gemiddelde naleefscore wellicht ook lichtelijk bijgesteld zou moeten worden.
3. UITVOERINGSPROGRAMMA
3.1. ORGANISATIE
3.1.1. Handboek Toezicht en Handhaving
Ten behoeve van een adequate uitvoering van de handhavingstaak wordt een Handboek handhaving Toezicht en Handhaving opgesteld. In dit handboek worden protocollen en werkwijzen vastgelegd. In voorgaande jaren zijn een aantal protocollen aangepast/geactualiseerd. Eind 2023 is een nieuwe Kwaliteitsverordening vastgesteld, welke intreedt op 1 januari 2024.
3.1.2. Opleidingen
Het op peil houden of brengen van inhoudelijke kennis is noodzakelijk voor professioneel toezicht en handhaving. Daarnaast zijn voor een aantal functies binnen de Eenheid Toezicht kwaliteitscriteria vastgesteld. De medewerkers die deze functies bekleden moeten o.a. voldoen aan bepaalde opleidingseisen. Dit is geborgd bij de medewerker Kwaliteit en Ontwikkeling VTH.
Voor het op peil houden van de kennis bij de medewerkers is in de begroting van de Werkmaatschappij 8KTD opleidingsbudget opgenomen.
Ten behoeve van de Eenheid Toezicht en Handhaving zijn in ieder geval de volgende opleidingen gepland.
Permanente her- en bijscholing BOA’s
Alle BOA’s moeten ieder jaar een module volgen in het kader van permanente her- en bijscholing. Alleen bij het voldoen aan deze opleidingseis kunnen de BOA-bevoegdheden worden behouden. Er is met een externe organisatie (NIVOO) een opleidingsovereenkomst afgesloten. NIVOO houdt voor onze gemeente bij wanneer door wie een module gevolgd moet worden.
Kwaliteitscriteria
Op grond van de Wabo-kwaliteitscriteria (zie 3.1.3.) moeten medewerkers (bij)scholing volgen, om te kunnen voldoen aan deze criteria. Inmiddels is de Omgevingswet in werking getreden, waardoor de kwaliteitscriteria uit de Omgevingswet (afdeling 18.3 van de Omgevingswet) van toepassing zijn.
Ook werken medewerkers nu met nieuwe wetgeving, waardoor extra inzet van de medewerkers wordt gevraagd om individueel en collectief met het nieuwe technisch juridisch kader te gaan werken.
Overig
Voor het overige wordt ad-hoc bijscholingstraject gevolgd, al naar gelang de behoefte.
3.1.3. Implementatie Kwaliteitscriteria
Op grond van het besluit omgevingsrecht (BOR) moet de uitvoering van de Wabo taken
3Voor dit programma meer concreet toezicht en handhaving Omgevingsvergunningen en -meldingen onderdelen milieu, bouwen, slopen, RO, reclame, inritten en kappen.
voldoen aan kwaliteitscriteria. Er gelden criteria voor de medewerkers (opleiding, frequentie en aantal medewerkers per taak) en voor de organisatie procescriteria (inrichting, beleid, borging).
In Fryslân zijn de landelijke kwaliteitscriteria 2.1 vertaald naar een provinciaal model, het zogenaamde Frysk Peil. Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen hebben in een verordening vastgelegd dat de medewerkers en de organisaties moeten voldoen aan dit kwaliteitsniveau.
Op Friese schaal is een projectgroep bezig met het doen van voorstellen hoe aan de procescriteria (waaronder een provincie brede omgevings- en risicoanalyse) kan worden voldaan.
In 2019 is door de beide colleges een verbeterplan vastgesteld, waarin staat wat er moet worden gedaan om aan de kwaliteitscriteria te voldoen. Met betrekking tot de massacriteria is er nog een opleidingsnoodzaak voor een aantal medewerkers. Volgens het verbeterplan worden deze gevolgd.
Per 1 juli 2019 zijn de Kwaliteitscriteria geüpdatet naar een KC 2.2 versie. Om de kwaliteit binnen het Frysk Peil actueel te houden, is de gelijkluidende Friese set VTH-Kwaliteitscriteria aangesloten bij het geüpdatete begrippenkader als gebruikt in de KC 2.2. In 2022 is een verbeterplan vastgesteld. De verbeterpunten zijn in 2023 doorgevoerd.
Met het inwerking treden van de Omgevingswet is een derde set (2.3) van kracht geworden. Deze set zal in Fryslân omgezet worden in het Frysk Peil F3. Naar verwachting wordt het Frysk Peil F3 in april 2024 door beide colleges vastgesteld. In 2024 zal een nieuw verbeterplan worden opgesteld voor F3.
3.2. Beleid
3.2.1. Uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid basistaken
Op grond van de Wet VTH moet er voor de basistaken
4Dit zijn de taken die de FUMO, verplicht voor ons uitvoert.
uniform (provinciaal) beleid worden opgesteld. Dit beleidsplan is onderhand opgesteld en voorgelegd aan de beide colleges. Wij zullen ons beleid af moeten stemmen op dit beleid (level playing field).
3.2.2. Provinciale en regionale BOA-structuur
In § 2.3.3. is beschreven dat strafrechtelijk optreden door de gemeenten een steeds belangrijker middel wordt om de handhavingsdoelen
5Het verbeteren van het naleefgedrag, om bij te dragen aan een veilige, leefbare en duurzame leefomgeving.
te bereiken. Er is in Fryslân een provinciedekkende BOA II-structuur opgezet. Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben ervoor gekozen om de BOA II-taak zelf uit te voeren. Er is hierbij samenwerking gezocht in Noordoost Fryslân (Noardeast-Fryslân). Niet alleen wordt daarmee voldaan aan de Wabo-kwaliteitscriteria (zie § 3.1.3.), we kunnen elkaar ook versterken en we zijn minder kwetsbaar. Zo mogen de BOA’s van 8KTD controles uitvoeren op grond van de Alcoholwet. Iets waar de BOA’s van Noardeast-Fryslân niet voor zijn opgeleid. De samenwerking is in 2020 gestart. Alle BOA’s in Noardeast-Fryslân worden in de samenwerking ingebracht (ca 10 medewerkers). Dit geldt ook voor de BOA’s domein I (waaronder openbare orde en Alcoholwet). Voor de coördinatie wordt een medewerker van Noardeast-Fryslân ingezet.
De Werkmaatschappij 8KTD heeft vier BOA’s. Eén medewerker is volledig BOA domein II (milieu). De andere drie BOA’s acteren in domein I (openbare orde en veiligheid en de Alcoholwet). Twee van de domein I BOA’s hebben een taakaccent ‘jeugd’. Dit betekent dat deze medewerkers, naast dat zij regulier handhaver zijn, ook specialistische kennis hebben van jeugdgroepen. Zij zijn gespecialiseerd in het in contact komen en blijven met jeugdgroepen en het monitoren daarvan. Dit contact wordt gebruikt om jeugdgroepen in kaart te brengen en waar nodig wordt dit ingezet bij de aanpak van problematische jeugdgroepen.
3.3. Opzet Toezicht
3.3.1. Vergunning-/meldinggericht toezicht.
De gemeenten stellen voorwaarden aan vergunningen die zij verlenen. Van belang is dat de gemeenten er ook op toezien dat deze regels worden nageleefd. Op basis van de naleefscore (zie paragraaf 3.3.2.) worden nieuw verleende vergunningen en meldingen, waaraan voorschriften worden verbonden gecontroleerd op naleving van deze voorschriften.
Er zijn verschillende momenten waarop een vergunning wordt gecontroleerd:
-nieuwe vergunningen / meldingen
Deze worden gecontroleerd bij de uitvoering en daarna niet meer.
-In de gebruiksfase
Deze vergunningen worden zolang ze van kracht zijn periodiek gecontroleerd.
Dit zijn:
-Omgevingsvergunningen/-meldingen Milieu;
-Omgevingsvergunningen/-meldingen Brandveilig gebruik;
-Horecavergunningen/-meldingen;
-Vergunningen Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
3.3.2. Controlefrequentie
Overeenkomstig het handhavingsbeleid worden vergunningen die in voorgaande jaren niet goed worden nageleefd (naleefscore < 85 %) allemaal gecontroleerd. Worden vergunningen wel goed nageleefd (naleefscore > 85 %) dan wordt 10 % van de verleende vergunningen gecontroleerd op naleving van de voorschriften. Bij het toezicht op naleving van sloopmeldingen wordt hiervan afgeweken, omdat hierbij het aspect Veiligheid (handelingen met asbest) aan de orde is. Ondanks een goede naleving worden alle sloopmeldingen gecontroleerd.
3.3.3. Inzet drone
De drone is in november 2023 voor het eerst ingezet bij toezicht en handhaving om controles uit te voeren in het groendomein. De inzet van de drone spitst zich specifiek toe op de controles in het groendomein, dat wil zeggen controles van houtsingels, groenstroken en dergelijke in landelijke gebieden. Met de inzet van de drone wordt tijd bespaard en kunnen moeilijk begaanbare gebieden makkelijker gecontroleerd worden. Bovendien kunnen overtredingen doelmatiger worden opgespoord. Dit komt de leefbaarheid van de fysieke omgeving ten goede. Daarnaast zal ook de FUMO gebruik maken van een drone met betrekking tot milieu-toezicht.
3.4. Toezicht
3.4.1. Evenementenvergunning
In 2023 zijn in Achtkarspelen ongeveer 350 meldingen/vergunningen/ontheffingen verleend voor evenementen. In Tytjerksteradiel waren dit 485 meldingen/vergunningen/ontheffingen. In totaal zijn in 8KTD dus ongeveer 835 meldingen/vergunningen/ontheffingen verleend voor evenementen. De naleefscore in 2023 was ongeveer 85%. Bij kermiscontroles of brandveiligheidscontroles worden problemen vaak ter plekke opgelost als die er zijn.
In 2024 wordt hetzelfde aantal meldingen/vergunningen/ontheffingen voor evenementen verwacht als in 2023. Deze zullen niet allemaal worden gecontroleerd. Veel evenementen zijn zodanig van aard dat toezicht niet altijd nodig is. Controles worden alleen uitgevoerd bij risicovolle evenementen. Hieronder worden evenementen verstaan waarvan op basis van omvang en/of eerdere ervaringen overlast verwacht kan worden, zoals grotere evenementen als het Concours Hippique Buitenpost en de Wielerronde Surhuisterveen.
Op basis van ervaring uit voorgaande jaren is ca 10% van de verleende evenementen-vergunningen/meldingen aan te merken als risicovol. Op basis van de impact van grote en risicovolle evenementen is het wenselijk dat bij ieder van dit soort evenementen toezicht wordt uitgeoefend.
Naleefscore
2022
Controlefrequentie
Beleid (§ 3.3.2.)
Opmerkingen
Controles 2024
85%
10%
Grote impact op openbare orde en Veiligheid. Frequentie 100 %
84
3.4.2. Brandveiligheid evenementen/kermissen
De medewerkers Brandpreventie zien toe op brandveiligheidsregels zoals vluchtroutes en brandbaarheid van versieringen bij (grote) evenementen en kermissen. Er zullen 30 tot 60 evenementen/kermissen worden gecontroleerd.
Naleefscore
2022
Controlefrequentie
Beleid (§ 3.3.2.)
Opmerkingen
Controles 2024
nvt
5-10%
30-60
3.4.3. Omgevingsvergunning onderdeel Kap/kapmeldingen
Niet alle omgevingsvergunningen onderdeel Kap worden gecontroleerd. Aan veel vergunningen worden geen voorschriften verbonden. Een kapmelding moet worden gedaan
bij onderhoud van houtwallen/-singels. Deze worden wel allemaal op naleving van (algemene) voorschriften gecontroleerd. Op basis van voorgaande jaren wordt geschat dat in 2024 in Achtkarspelen 24 kapvergunningen worden verleend en in Tytsjerksteradiel 74 kapvergunningen worden verleend (totaal 98). Op basis van de voorgaande jaren is de verwachting dat in Achtkarspelen 102 kapmeldingen worden ontvangen en in Tytsjerksteradiel 87 (totaal 189). Alle kapvergunningen met voorwaarden (ca 80% in Achtkarspelen en 70% in Tytsjerksteradiel) en alle kapmeldingen worden gecontroleerd.
Naleefscore
2022
Controlefrequentie
Beleid (§ 3.3.2.)
Opmerkingen
Controles 2024
96%
75%
260
3.4.4. Ontheffing verbranden snoeihout
Bij het onderhoud aan het landschap (kap- en snoeiwerk bij houtsingels) wordt aan landeigenaren/-beheerders vaak een ontheffing verleend van de APV om dit hout ter plaatse te verbranden. Jaarlijks worden ongeveer 150 ontheffingen verleend (ongeveer 86 voor Achtkarspelen en ongeveer 65 voor Tytsjerksteradiel). Deze worden allemaal gecontroleerd.
Naleefscore
2022
Controlefrequentie
Beleid (§ 3.3.2.)
Opmerkingen
Controles 2024
87%
100%
150
3.4.5. Omgevingsvergunning, onderdeel Aanleg
Voor bepaalde activiteiten die van invloed zijn op (o.a. landschappelijke) waarden moet een
Omgevingsvergunning, onderdeel Aanleg worden aangevraagd. Een en ander is geregeld in
het bestemmingsplan. Voorbeelden van activiteiten zijn het dempen van sloten, het rooien van boomwallen en het ophogen van landerijen. In 2024 worden in TD naar verwachting hooguit drie aanlegvergunningen verleend en in 8K 5.
Naleefscore
2022
Controlefrequentie
Opmerkingen
Controles 2024
80%
100%
8
3.4.6. Omgevingsvergunning, onderdeel Bouwen
De omgevingsvergunningen onderdeel Bouw worden tijdens verschillende bouwfasen gecontroleerd in overeenstemming met de toezicht matrix van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland. De te onderscheiden fasen tijdens de bouw zijn: Aanloop, Onderbouw, Bovenbouw, Gevel/Dak en Afbouw. Binnen deze fasen zijn er verschillende toets momenten, die zijn geconformeerd aan het bouwbesluit 2012
6Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving vervangt het Bouwbesluit 2012, tegelijk met de invoering van de omgevingswet.
.
In Achtkarspelen is het toezicht alleen gericht op het onderdeel Veiligheid (constructie zoals de fundering). Het ontslaat de vergunninghouder overigens niet van de verplichting zich te houden aan de regels van de overige onderdelen. In Tytsjerksteradiel richt het toezicht zich op de hoofdstukken veiligheid, gezondheid en energiezuinigheid uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen: bouwbesluit). Het hoofdstuk bruikbaarheid krijgt niet of minder aandacht.
In beide gemeenten is het uitzetten van een bouwwerk vanwege de onomkeerbaarheid een integraal onderdeel van het toezicht.
Naast deze inhoudelijke aspecten worden diensten aan andere afdelingen geleverd ten behoeve van Basisadministratie gebouwen (BAG; verplicht) en de Onroerendzaakbelasting (WOZ; van invloed op de hoogte van de belasting. Concreet betekent dit het afhandelen van Start- en gereedmeldingen en het bijhouden van de vorderingen in de bouw.
Nieuwbouw onder gevolgklasse 1 valt per 1-1-2024 onder de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB). Het toezicht hierop ligt nu bij de Kwaliteitsborgers.
Geschat wordt dat er in 2024 ca 500 omgevingsvergunningen (exclusief gevolgklasse 1), onderdeel bouw worden verleend. Deze zijn van toepassing op bouwwerken, en worden allemaal volgens bovenstaande wijze gecontroleerd.
Naleefscore
2022
Controlefrequentie
Beleid (§ 3.3.2.)
Opmerkingen
Controles 2024
86%
100%
Circa 1100
3.4.7. Erfgoed
Het toezicht op behoud van cultureel erfgoed is een belangrijke zaak. Ongeoorloofde veranderingen zijn meestal niet terug te draaien. Er zijn in Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 223 rijksmonumenten. Het zonder monumentenvergunning veranderen, beschadigen of vernielen van een monument is strafbaar (Economisch delict). Er worden per jaar enkele omgevingsvergunningen onderdeel monumenten verleend. Er wordt in alle gevallen toegezien op juiste uitvoering van de vergunningen. Verder zijn we alert op illegale activiteiten op dit gebied.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven gemeenten bevoegd gezag voor vergunningverlening voor de rijksmonumentenactiviteit bij zogeheten meervoudige aanvragen. Bij enkelvoudige aanvragen is de minister van OCW bevoegd gezag (evenals vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet).
3.4.8. Brandveilig gebruik
Brandveiligheid heeft een hoge prioriteit binnen onze organisatie. Het voornaamste doel is het voorkomen van doden en gewonden en het voorkomen van uitbreiding van brand naar andere percelen.
Het toezicht bij het onderdeel brandveilig gebruik gebouwen, richt zich op de vergunning-
7Tot eind 2023 is de gebruiksvergunning van toepassing. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet in 2024 wordt de vergunningplicht automatisch een meldingsplicht.
en meldingsplichtige objecten. Dit zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven en tehuizen. Echter, ook andere plaatsen die voor publiek toegankelijk zijn zoals horeca(hotels), wijkcentra en sporthallen, zijn opgenomen in de cyclus van de periodieke controles. Het gebruik van gebouwen en inrichtingen moet voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit en de voorwaarden die bij de verleende vergunningen horen. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt de vergunningenplicht een meldingsplicht. Meldingen die onder de Omgevingswet, en daarmee het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) worden behandeld, moeten voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in het Bbl, en aan de gebruiksmelding verbonden voorwaarden.
Een (tijdelijke) afname in de toezicht capaciteit, zal direct effect hebben op het aantal uit te voeren controles. Als gevolg hiervan zullen keuzes gemaakt moeten worden. Dit resulteert in een daling van het aantal uit te voeren controles in 2024. Dit zal ook van toepassing zijn op het aantal uit te voeren controles op brandveilig gebruik bij evenementen.
Een specifieke zorgplicht voor brandveilig gebruik is vastgelegd in artikel 6.4 Bbl). Deze specifieke zorgplicht houdt in: ‘iedereen die een bouwwerk gebruikt of laat gebruiken, en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat als gevolg van dat gebruik een gevaarlijke situatie kan ontstaan, is verplicht alle redelijke maatregelen te nemen om zo’n situatie te voorkomen’. Bij overtreding van de zorgplicht, met als gevolg een onveilige situatie, kan handhavend worden opgetreden.
De zorgplicht die is vastgelegd in de Bbl is anders dan de algemene zorgplicht die de Omgevingswet met zich meebrengt. Artikel 1.8 van de Omgevingswet bepaalt dat men aan de zorgplicht voldoet ‘voor zover bij wettelijk voorschrift of besluit specifieke regels zijn gesteld met het oog op de doelen van de wet, en die regels worden nageleefd’.
Naleefscore
2022
Controlefrequentie
Beleid (§ 3.3.2.)
Opmerkingen
Controles 2024
N.v.t.
100%
Een (tijdelijke) verlaging van het aantal controles met 30%
200
3.4.9. Milieutoezicht
Al sinds het begin van de jaren 90 wordt het gericht milieutoezicht bij bedrijven op dezelfde wijze gepland. Alle bedrijven worden verdeeld in 4 categorieën, waarbij de categorie-1 bedrijven de minste potentiële belasting hebben en categorie-4 bedrijven de meeste. Er wordt een vaste controlefrequentie aan de categorisering gehangen. De “zwaardere” bedrijven worden vaker gecontroleerd dan de minder zware.
Omgevingswet
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen er een kleine 800 bedrijven (350 in Achtkarspelen en 450 in Tytsjerksteradiel) overgaan naar de FUMO. De volledige milieutaak qua toezicht en handhaving is voor deze en de reeds overgedragen bedrijven gemandateerd bij de FUMO. Naast deze basistaakbedrijven blijven er bedrijven achter bij Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel. Dit zijn er ongeveer 600. Het betreft o.a. horecabedrijven, woon-verblijfsgebouwen, detailhandel, supermarkten, maneges, hondenkennels. De zware thema’s zijn verantwoordelijkheid van de FUMO en de lichte thema’s, denk aan horeca, detailhandel e.d., zijn verantwoordelijkheid van 8KTD.
De regels voor deze bedrijven staan beschreven in de Bruidsschat.Deze bruidsschat vervangt tijdelijk de regels die eerder nog in bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling stonden en met de Omgevingswet gedecentraliseerd zijn.
Het up-to-date houden van het bedrijvenbestand is geen basistaak bij de FUMO. Daarnaast is dit ook niet als extra taak bij de FUMO belegd. Deze taak wordt hierom door 8KTD uitgevoerd. Een actueel bedrijvenbestand draagt bij aan een leefbare omgeving.
Projectmatig werken
Om bovenstaande reden en in een poging om het naleefgedrag een boost te geven, wordt gekozen om het milieutoezicht voortaan projectgewijs te organiseren. Er kan nu gericht op aspecten worden gestuurd. Er kan ook beter worden ingespeeld om landelijke en lokale ontwikkelingen en regelgeving. Ieder jaar worden gerichte projecten gepland, waarop de beschikbaar capaciteit deels op in wordt gezet. In 2024 zal de focus liggen op energie en afvalwater. Naast deze controles worden klachten, meldingen en handhavingsverzoeken opgepakt die milieugerelateerd zijn en niet onder de basistaken van de FUMO vallen.
Vanuit het ruimtelijk spoor worden klachten behandeld met betrekking tot strijdig gebruik en bedrijfsmatige activiteiten. Denk hierbij aan bedrijvigheid in voormalige agrarische gebouwen.
Deze nieuwe werkwijze past binnen de meer activiteitengerichte benadering van het Activiteitenbesluit.
Opleveringscontroles
Bedrijven die nieuw zijn of bestaande die een belangrijke wijziging/uitbreiding doorvoeren, worden gecontroleerd op het juist melden hiervan bij de gemeente. Met deze bedrijven wordt ook besproken welke voorschriften op de activiteiten van toepassing zijn en worden indien van toepassing afspraken gemaakt over het voldoen aan deze voorschriften of het indienen van verplichte onderzoeksrapporten. Dit soort controles zijn dus vooral informatief van aard; de inrichtinghouder helpen aan de voorschriften te voldoen. Hierna treedt het toezichtstraject in werking.
3.4.10 Wet Kinderopvang
Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente (Achtkarspelen of Tytsjerksteradiel) is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving in de kinderopvang. De toezichthouder van GGD Fryslân voert onderzoek uit naar de kwaliteit van de kinderopvanglocaties en rapporteert dit aan de afdeling toezicht en handhaving middels een inspectierapport. Jaarlijks worden in zowel Achtkarspelen als Tytsjerksteradiel alle kindercentra en gastouderbureaus bezocht door de GGD. Vanaf 1 januari 2023 is het een wettelijke taak om 50% van de voorzieningen voor gastouderopvang te inspecteren (voorheen was dit 10%). Gemeente Tytsjerksteradiel heeft extra budget vrijgegeven om 50% van de betreffende voorzieningen te kunnen controleren. Gemeente Achtkarspelen heeft geen extra budget vrijgemaakt en blijft jaarlijks 10% van de voorzieningen voor gastouderopvang inspecteren.
De GGD werkt met name op grond van risicoprofielen. Dit houdt in dat een voorziening voor kinderopvang middels een risicomodel een kleur krijgt toegekend, waarin de mate van zorg bij de locatie kleurgewijs toeneemt. Groen (geen zorg) geel, oranje tot rood (grote zorg). Hoe groter de zorg hoe meer en uitgebreider er toezicht zal worden gehouden. De Wet kinderopvang kent verder een aantal handhavingsinstrumenten om af te dwingen dat er aan de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang wordt voldaan. Indien uit het inspectierapport blijkt dat er niet of onvoldoende wordt voldaan aan de kwaliteitseisen zal een handhavingsprocedure worden opgestart. Een handhavingsprocedure zal ingezet worden op basis van de zwaarte van de geconstateerde overtreding(en).
Daarnaast draagt de gemeente (Achtkarspelen of Tytsjerksteradiel) zorg voor de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en stelt de jaarlijkse verantwoording van haar taken op aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het toezicht op de gemeente bij de uitvoering van haar taken wordt uitgeoefend door de Inspectie van het Onderwijs.
3.4.11 Horeca
Vergunningen
Er wordt toezicht op de Alcoholwet -vergunningen, de Alcoholverordening, horeca-exploitatievergunningen en de Wet op de kansspelen uitgeoefend. Er zijn in totaal ca 154 horecabedrijven in beide gemeenten (incl. Theetuinen, snackbars etc. zonder alcoholvergunning). Daarnaast zijn er ca 64 paracommerciële horecabedrijven in beide gemeenten (sportkantines, dorpshuizen etc.). Over het algemeen houdt de horeca zich prima aan de regels rondom deze regelingen. Uitzondering is het verbod op verstrekking van alcoholhoudende drank aan personen jonger dan 18 jaar c.q. het vragen om een ID bij jongeren.
Op het gebied van alcoholcontroles wordt veel samengewerkt met het sociaal domein. Per 1 december 2023 is er een nieuwe coördinator middelengebruik. Het sociaal domein is bezig met het maken van een nieuw uitvoeringsplan en aansluitend het preventie- en handhavingsplan middelengebruik, waarbij ze willen inzetten op een brede integrale aanpak ter voorkoming en vermindering van middelengebruik, zowel bij oudere als bij jongere inwoners. Deze aanpak wordt breed ingezet op verschillende leefgebieden. Hiervoor is betrokkenheid en medewerking vanuit onder andere verenigingen en dorpen nodig. In deze fase kan een grootschalige mystery handhavingsactie voor veel weerstand zorgen. Om deze reden wordt het komende jaar sterk ingezet op preventie door middel van samenwerken en bijvoorbeeld het aanreiken van bestaande interventies en hulpmiddelen.
Naleefscore
2022
Controlefrequentie
Beleid (§ 3.3.2.)
Opmerkingen
Controles 2024
N.V.T.
±30%
20-30
Horecaconvenant
Met de meeste horecabedrijven en paracommerciële horeca-inrichtingen is een convenant afgesloten. In het convenant staat dat er bij deelnemers aan het convenant minder vaak toezicht plaats zal vinden (10%), Dit geldt niet als er sprake is van overtredingen. Niet-deelnemers worden minimaal éénmaal gecontroleerd.
Er zijn ca 180 horeca- en paracommerciële horeca-inrichtingen aanwezig. Toezicht op de drankverkoop door de slijterijen en supermarkten zal adhoc plaatsvinden. Zeker rond jeugdfeesten, waarbij uit ervaring blijkt dat de jeugd vóór deze feesten drank wil kopen, zal gericht toezicht op de detailhandel plaatsvinden.
3.4.12. Registerplicht handelaren tweedehands goederen
Handelaren in tweedehands goederen zijn conform artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht verplicht aantekening te houden van alle gebruikte en ongeregelde goederen die zij verworven hebben in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register. De burgemeester heeft hiervoor het Digitaal Opkopers Register (DOR) gewaarmerkt.
Het doel is om de afzetmarkt voor gestolen goederen te verstoren en de pakkans van woninginbrekers te vergroten. Het gebruik van het DOR draagt bij aan dit doel, omdat de ingevoerde goederen automatisch worden gecontroleerd in het politiesysteem. Daarmee wordt inzichtelijk of goederen afkomstig zijn van diefstal.
Op basis van de Kamer van Koophandel zijn er circa dertig geregistreerde handelaren. Verwacht wordt dat bij iedere handelaar een hercontrole moet worden uitgevoerd, omdat de bestaande wettelijke taak opnieuw bij handelaren onder de aandacht wordt gebracht.
3.4.13. Verkeer
In 2020 is een BOA I aangewezen voor verkeerszaken. Deze bevoegdheid wordt beperkt ingezet bij parkeerknelpunten, zoals hinderlijk parkeren in blauwe zones en andere verkeersexcessen.
3.5. Projecten
3.5.1. Zwemgebieden
Zowel in gemeente Tytsjerksteradiel als in gemeente Achtkarspelen zijn veel zwemgebieden. Hier wordt in de zomer veel gezwommen door voornamelijk jeugd. Om deze reden is er in de zomer regelmatig sprake van overlast door deze groepen. Binnen het project zwemgebieden wordt er ingezet op een substantiële verhoging van toezicht op zwemgebieden binnen de gemeenten. De boa’s acteren op verschillende vormen van overlast rondom de zwemstrandjes, bruggen, meren en kanalen. In samenspraak met de boa’s is er een lijst met de zogenoemde hotspotlocaties binnen de gemeente Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen ontworpen. Voornamelijk zal er worden ingezet op deze hotspotlocaties en verdere meldingen die binnen komen gedurende het seizoen. De locaties waar meldingen van binnenkomen worden vervolgens toegevoegd aan de lijst met hotspotlocaties. Door het verhogen van toezicht in de zwemgebieden willen we overlast verminderen. Daarnaast zijn de boa’s met taakaccent jeugd ook zichtbaar in beeld voor de jeugd binnen de gemeenten. Op deze manier kan de band tussen de jeugd en de boa’s ook versterkt worden. Tevens gaan we de samenwerking met de havenmeesters in ons gebied verder optimaliseren.
Hotspotlocaties
Gemeente Tytsjerksteradiel:
-De Blauwhoek, Marwei, 9381 BB Jistrum
-Earnewâld
-Wetter en Willepark, Prins Bernhardstraat 1a, 9251 GJ Burgum
Gemeente Achtkarspelen:
-Recreatiestrandje Schuilenburg, Bosweg Drogeham
-Hossebos, 9289 Drogeham
3.5.2. Middelengebruik evenementen
De evenementenkalender van de gemeente Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel is druk in het evenementenseizoen. Met een grotere bezetting van boa’s doet de kans zich voor om het toezicht op evenementen substantieel te verhogen en dit met name in te steken op het thema jeugd, dit gaat verhoogd worden van 10% naar 20%. Om dit mogelijk te maken zijn er, in samenspraak met de boa’s, acties ontworpen om toezicht te houden op jeugd en middelengebruik tijdens evenementen. De acties die uitgevoerd gaan worden zijn de acties; wederverstrekking en blaasacties tijdens evenementen. Hieronder worden deze twee acties verder toegelicht. Tijdens het uitvoeren van deze acties is de samenwerking tussen de gemeente en de organisatie van het evenement belangrijk. Het is van belang dat beide partijen achter deze acties staan. Op die manier zijn de acties zo effectief en efficiënt mogelijk en zal het een bijdrage leveren aan de aanpak van jeugd en middelengebruik. Ons voornaamste doel is om een stuk bewustwording te creëren, daarnaast is het doel het terugdringen van wederverstrekking van alcoholische dranken en het zorgen voor een afname van dronken minderjarigen. Hiermee sluiten we ook aan op ons gezondheidsbeleid. Vanuit verscheidene organisaties van evenementen binnen de gemeenten is er al belangstelling getoond voor deze acties. De planning is om circa 12 grote evenementen te controleren en 5 sportkantines (bij bezoeken van (sport)clubs waarbij veel supporters meereizen. De acties die uitgevoerd worden tijdens de evenementen worden hieronder nader toegelicht.
Wederverstrekking
Bij deze actie wordt er ingezet op het demotiveren van het consumeren van alcohol onder minderjarigen. Samen met de beveiliging gaan twee toezichthouders op grond van de Alcoholwet een toezichtcontrole uitoefenen tijdens een groot evenement (1000 of meer bezoekers). Bij wederverstrekking wordt er gekeken naar wie er alcohol verstrekt aan de jeugd. Het proces gaat als volgt: de boa’s gaan op een plek staan waar ze overzicht hebben op de vloer en bezoekers. Zij kijken naar wie er meerdere drankjes haalt en aan wie deze persoon de drankjes uitdeelt. Vervolgens lichten zij de beveiliging, die op de vloer staat, in en worden de personen gecontroleerd. Bij een geconstateerde overtreding zal de leidinggevende die genoemd is in de ontheffing, op grond van artikel 35 Alcoholwet worden aangesproken op de overtreding. Bij herhaling van de overtreding zal een boeterapport worden opgesteld.
Blaasacties
De blaasactie wordt opgezet om te voorkomen dat jeugd onder de 18 jaar vooraf alcohol consumeren. Zo wordt er vooraf een weringsbeleid gecommuniceerd. Door het vooraf kenbaar te maken wordt er wederom ingezet op het demotiveren van alcoholgebruik onder minderjarigen. Bij de blaasactie moet de jeugd bij de ingang van het terrein blazen op de blaasapparatuur die beschikbaar gesteld is. In afstemming met de organisatie en beveiliging van het evenement worden er afspraken gemaakt met betrekking tot het verdere handelen.
3.5.3. Bezoeken van scholen
Om erachter te komen wat jongeren beweegt tot alcohol- en middelengebruik, wordt een actie opgezet om scholen te bezoeken en met de jongeren in gesprek te gaan. Er komen wellicht in deze gesprekken ook diepere beweegredenen naar boven, bijvoorbeeld gebrek aan ouderlijk toezicht thuis, slechte omstandigheden thuis etc. Doel van de actie is het krijgen van een inkijkje in de belevingswereld van jongeren en het krijgen van grip hierdoor op probleemgevallen.
3.5.4. Bezoeken van jeugdketen
Jongeren maken veel gebruik van keten om samen te komen en (alcohol) te drinken. Om de keten die nog niet bekend zijn in kaart te brengen, wordt een actie gehouden door bij schooljeugd te vragen naar keten en bij bekende keten een oor te luister leggen. Doel van de actie is achterhalen waar jongeren socialiseren binnen de gemeenten.
3.5.5. Uniforme aanpak van de toezichthouders
Hangplekken van jongeren worden gekoppeld aan de mate van hinder. De plekken waar veel overlast wordt veroorzaakt, zoals bijvoorbeeld woonwijken, krijgen een hoge score. De plekken waar de mate van overlast minder is, zoals bijvoorbeeld bij sportvelden, krijgen een gemiddelde score. Plekken waar geen overlast wordt veroorzaakt en geen overlast wordt verwacht, krijgen een lage score. Bij plekken met een hoge score wordt repressief toezicht uitgeoefend. Bij plekken met een gemiddelde score wordt alleen gewaarschuwd en bij een lage score wordt alleen een gesprek gevoerd. Het doel van de actie is het aanbrengen van uniformiteit in de aanpak op overlastgevende situaties met hangjongeren.
3.5.6. Social media-accounts
Om in contact te komen met jongeren kan sociale media worden ingezet. Eerst moet worden bepaald welke social media platformen het beste kunnen worden ingezet en vervolgens moeten de accounts worden aangemaakt. De accounts moeten transparant zijn. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat het om een overheidsaccount gaat. Het doel van de actie is het kunnen benaderen van jongeren en het op de hoogte blijven van wat er leeft onder de jeugd.
3.5.7. Onderzoek inzet portofoons BOA’s
Het is van belang dat de boa’s hun werk veilig kunnen doen. Om deze reden wordt er onderzoek gedaan naar het uitrusten van de boa’s met een portofoon. Door het verstrekken van portofoons aan de boa’s wordt de communicatie geoptimaliseerd. Dit zorgt voor een betere samenwerking onderling maar ook met onder andere de politie, andere hulpverlening en de beveiliging op evenementen. Daarnaast zorgt het inzetten van portofoons er ook voor dat er sneller geschakeld kan worden richting onze inwoners. Het inzetten van portofoons zou het uitvoeren van de acties op evenementen, zoals hierboven genoemd, ook gemakkelijker laten verlopen. Daarnaast zouden de boa’s met taakaccent jeugd ook ondersteuning kunnen bieden in het werk van de politie. Zo zouden ze dan kunnen rijden op meldingen van jeugdoverlast, indien zij in de buurt zijn.
3.5.8. Handhaving op Grondstoffenbeleidsplan
Op 1 januari 2021 is het Grondstoffenbeleidsplan in werking getreden in de Gemeente Tytsjerksteradiel. Het beleidsplan regelt o.a. dat de frequentie van het ledigen van de grijze container wordt verlaagd. Deze maatregel moet bijdragen aan het beter scheiden (o.a. glas, papier, textiel, groen) van afval en zo het verminderen van de kilo’s van het “grijze” afval.
Naast een afvalcoach wordt er ook een beroep gedaan op Toezicht en Handhaving. Eén van de BOA I medewerkers wordt ingezet om excessen met afvalafgifte (o.a. afvalbrandjes, afvaldumpingen, onjuiste afvalstromen in de grijze container, grijs afval in groene container) aan te pakken. Hierbij is er regelmatig overleg met de beleidsmedewerkers van beheer en de afvalinzamelaars van de buitendienst.
In 2024 zal er vanuit bovenstaande samenwerking een communicatiebericht in de Gemeentelijke kranten en websites komen over het regelmatig aantreffen van asbestverdacht materiaal in de particuliere afvalcontainers.
3.5.9. Project aankleding en versiering horeca (brandveiligheid)
In de periode 14 juni tot 14 juli vindt het EK voetbal plaats in Duitsland. De ervaring leert dat er tijdens een EK of WK voetbal de nodige versiering wordt aangebracht in horecagelegenheden. Deze aankleding kan voor zeer brandonveilige situaties leiden. De brand in het Hemeltje te Volendam staat iedereen nog vers op het netvlies. Ook was er recent een brand in een restaurant in London met brandonveilige aankleding.
Om de risico’s op brand, en daarbij gewonden en dodelijke slachtoffers te verkleinen gaan wij preventief toezicht toepassen op de horecagelegenheden. Hiervoor worden de BOA’s, de toezichthouders APV, de brandpreventisten en de Horeca coördinator ingezet. In situaties waarbij er sprake is van substantiële aankleding kan de brandpreventist onderzoek doen naar de brandeigenschappen van de aankleding. Brandonveilige aankleding zal verwijderd moeten worden. De verantwoording tot bewijslast zal bij de ondernemer neergelegd worden.
Voorafgaand aan dit project wordt een communicatiebericht in de Gemeentelijke kranten en websites geplaatst.
BIJLAGE 1: Handhavingsprioriteiten 2024
Beoordelingscriteria EFFECTEN
Score
Veiligheid
Gezondheid
Natuur/
Duurzaamheid
Leefbaarheid
Cultuurhistorie
Financieel-
Economisch
Imago
0
Geen effect
Geen effect
Geen effect
Geen effect
Geen effect
Geen effect
Geen effect
1
Pijn/licht letsel individu
Licht effect op gezondheid
Enige verstoring van milieu en/of natuur
Verstoring van leefbaarheid voor een individu
Lichte schade aan cultuurhistorische objecten
1– 10.000 euro schade voor gemeenschap
Nauwelijks imagoschade bestuur
3
Licht letsel meerdere personen
Effect op gezondheid
Aantasting milieu en/of natuur
Verstoring leefbaarheid voor cluster meerdere huishoudens of ernstige verstoring voor een individu
Schade aan cultuurhistorische objecten
10.000 – 50.000 euro schade voor gemeenschap
Lokaal imagoschade bestuur
6
Ernstig letsel individu / letsel meerdere personen
Gezondheid individu sterk verminderd
Aantasting milieu en/of natuur lange duur
Kwaliteit leefbaarheid wordt permanent verstoord voor een individu
Ernstige schade aan cultuurhistorische objecten
50.000 – 1.000.000 euro schade voor gemeenschap
Regionaal imagoschade bestuur
10
Ernstig letsel meerdere mensen / dood enkeling
Ernstige gevolgen voor gezondheid groep
Permanente schade milieu en/of natuur
Kwaliteit leefbaarheid wordt permanent verstoord voor meerdere huishoudens
Verdwijnen van cultuurhistorische objecten
>1.000.000 euro schade voor gemeenschap
Landelijk imagoschade bestuur
16
Dodelijk letsel meerdere mensen
Beoordelingscriteria KANS
Score
Voorkomen
1
Komt nauwelijks voor
1.1
Komt weinig voor <3 maal per jaar
1.3
Komt regelmatig voor 3 – 10 maal per jaar
1.6
Komt vaak voor > 10 maal per jaar
Totaalscore
0t/m 3
Lage prioriteit
4t/m 9
Midden prioriteit
10t/m 15
Hoge prioriteit
16en hoger
Top prioriteit
Publiek domein
Activiteit
Veiligheid
Gezondheid
Natuur/ Duurzaamheid
Leefbaarheid
Cultuurhistorie
Financieel-economisch
Imago
Kans
Totaal
Prioriteit
Dieren
Loslopende honden
1
0
1
3
0
0
0
1.3
6.5
Midden
Hinderlijke/gevaarlijke honden
6
1
0
6
0
0
3
1.3
20.8
Top
Verontreiniging door honden, paarden en pony’s overige dieren
0
0
0
1
0
1
0
1.6
3.2
Laag
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren (geluid/geur)
0
3
0
1
0
0
0
1.6
6.4
Midden
Openbare weg/ruimte
Gevaarlijke of hinderlijke voorwerpen op of aan de weg
3
0
0
0
0
0
0
1.1
3.3
Laag
Reclame-uitingen
0
0
0
0
0
0
1
1.3
1.3
Laag
Drankgebruik
1
3
0
1
0
0
1
1.3
7.8
Midden
Handel in en gebruik van drugs
1
6
0
3
0
0
3
1.6
20.8
Top
Verontreiniging van de weg en terreinen
6
0
0
1
0
1
0
1.3
10.4
Hoog
Defecte voertuigen / wrakken
1
0
1
1
0
1
0
1.1
4.4
Midden
Stallen caravans, trailers, karren e.d. op de openbare weg
1
0
0
1
0
0
0
1.6
3.2
Laag
Parkeeroverlast
1
1
0
6
0
0
0
1.6
10.8
Hoog
Op/aan het water
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
0
0
0
1
0
0
0
1.1
1.1
Laag
Innemen ligplaats / aanleggen
0
0
1
0
0
1
0
1.3
2.6
Laag
Handel/bedrijven/ evenementen
Evenement A
0
0
0
1
0
0
0
1.1
1.1
Laag
Evenement B
1
0
1
3
0
1
1
1.6
11.2
Hoog
Evenement C
1
1
1
3
0
1
3
1
10
Hoog
Seksinrichtingen en escortbedrijven
6
3
0
6
0
0
3
1.1
19.8
Top
Sluitingstijden
0
1
0
3
0
0
1
1.1
5.5
Midden
Speelautomaten
0
0
0
1
0
0
0
1.1
1.1
Laag
Illegale handelsreclame
0
0
0
0
0
0
0
1.3
0
Laag
Verkoopregister
0
0
0
1
0
1
3
1.1
5.5
Midden
Geluid
Overige geluidshinder
0
0
1
1
0
0
0
1
2
Laag
Overig
Vuurwerk/carbid
6
3
3
3
0
1
1
1.3
22.1
Top
Bouwen/slopen/brandveiligheid
Activiteit
Veiligheid
Gezondheid
Natuur/ Duurzaamheid
Leefbaarheid
Cultuurhistorie
Financieel-economisch
Imago
Kans
Totaal
Prioriteit
Bouwen
Illegale (ver)bouw hoofdgebouw
6
1
0
1
0
0
0
1.1
8.8
Midden
Illegale (ver)bouw bijbehorend bouwwerk
1
0
0
0
0
0
0
1.6
1.6
Laag
Illegale activiteit monument
3
1
0
1
6
0
6
1.1
18.7
Top
Houtrook
0
3
1
1
0
0
1
1.3
7.8
Midden
Illegale erfafscheiding
0
0
0
1
0
0
0
1.6
1.6
Laag
Leegstand/verwaarlozing gebouwen
3
0
0
3
0
1
3
1.1
11
Hoog
Sloop
Illegale sloop
6
1
1
0
0
0
0
1.1
8.8
Midden
Sloop met asbest (<35m2)
0
3
1
0
0
1
0
1.1
5.5
Midden
Brandveiligheid
Veilig vluchten wonen voor zorg
16
1
0
0
0
0
6
1.6
36.8
Top
Veilig vluchten wonen
6
1
0
0
0
0
6
1.6
20.8
Top
Veilig vluchten algemeen
3
1
0
0
0
0
3
1.3
9.1
Hoog
Aankleding / versiering
10
3
0
0
0
0
10
1.3
29.9
Top
WBDBO fysieke scheidingen
6
1
0
0
0
0
3
1.6
16
Hoog
WBDBO doorvoeren/doorgangen
3
1
0
0
0
0
3
1.6
11.2
hoog
Installaties brandmeld- en ontruiming
16
1
0
0
0
0
6
1.3
29.9
Top
Installaties overig
3
1
0
0
0
0
3
1.6
11.2
Hoog
Actuele staat melding / vergunning
6
0
0
0
0
0
6
1.6
19.2
Top
Garanderen bereikbaarheid
1
0
0
0
0
0
3
1.3
5.2
Midden
Brandveiligheid tentfeesten
10
1
0
0
0
0
10
1.3
27.3
Top
Brandveiligheid overige plaatsen
3
0
0
0
0
0
3
1.3
7.8
Midden
Ruimtelijke ordening
Activiteit
Veiligheid
Gezondheid
Natuur/
Duurzaamheid
Leefbaarheid
Cultuurhistorie
Financieel-economisch
Imago
Kans
Totaal
Prioriteit
Strijdig gebruik gronden buitengebied (particulieren)
0
0
1
1
3
0
0
1.3
6.5
Midden
Strijdig gebruik bouwwerken buitengebied (particulieren)
1
1
0
1
0
0
0
1.6
4.8
Midden
Strijdig gebruik gronden dorpen/clusterbebouwing
0
0
0
3
0
0
0
1.1
3.3
Laag
Strijdig gebruik bouwwerken dorpen/clusterbebouwing
3
1
0
3
0
0
1
1.3
10.4
Hoog
Strijdig gebruik gronden bedrijven
0
0
1
1
3
0
0
1.3
6.5
Midden
Strijdig gebruik bouwwerken bedrijven
3
3
1
3
0
0
3
1.3
16.9
Top
Illegale bewoning recreatieparken
0
3
0
1
0
0
3
1.3
9.1
Midden
Illegale bewoning bedrijfspanden
6
1
0
0
0
0
0
1.3
9.1
Midden
Groen
Activiteit
Veiligheid
Gezondheid
Natuur/ Duurzaamheid
Leefbaarheid
Cultuurhistorie
Financieel-economisch
Imago
Kans
Totaal
Prioriteit
Zonder omgevingsvergunning vellen houtopstanden
0
0
3
1
3
1
1
1.3
11,7
Hoog
Zonder melding vellen houtopstanden
0
0
1
1
1
0
0
1.3
3,9
Laag
Beschadigen/kappen monumentale bomen
0
0
3
3
10
1
3
1
20
Top
Beschadigen/kappen dijkswallen/houtsingels ed.
0
0
6
3
10
0
3
1
22
Top
Illegale uitritten
3
0
0
0
0
0
0
1.1
3.3
Laag
Gebruik gemeentelijke grond
0
0
0
1
0
1
1
1.3
3.9
Laag
Aantasting gemeentelijke groenvoorzieningen
0
0
0
1
0
1
0
1.3
2.6
Laag
Zonder melding branden snoeiafval
3
1
3
1
0
0
0
1.3
10.4
Hoog
Milieu
Activiteit
Veiligheid
Gezondheid
Natuur/
Duurzaamheid
Leefbaarheid
Cultuurhistorie
Financieel-economisch
Imago
Kans
Totaal
Prioriteit
Geluidsoverlast door fokken en houden honden
0
1
0
3
0
0
1
1.3
6.5
Midden
Opslag afvalstoffen
0
1
1
1
0
1
0
1.3
5.2
Midden
Verbranden afvalstoffen
1
1
1
3
0
0
0
1.3
7.8
Midden
Opslag dierlijke meststoffen
0
0
1
1
0
0
0
1.6
3.2
Laag
In werking hebben technische installatie (koel-, stook-, luchtinstallatie)
0
3
3
3
0
1
0
1.3
13
Hoog
Onvoorziene lozingen
1
1
1
1
0
1
0
1.6
8
Midden
Opslag gevaarlijke stoffen
6
1
0
0
0
1
0
1.3
10.4
Hoog
Drugsafval ‘dumping’
6
1
3
1
1
3
3
1.1
19.8
Top
Opslag energiedragers
6
3
1
0
0
1
3
1
14
Hoog
Lichthinder
1
1
1
1
0
0
0
1.3
5.2
Midden
Asbest ‘dumping’
0
6
0
1
0
1
1
1.3
11.7
Hoog
Vaste geluidsinstallaties
0
3
1
3
0
0
0
1.3
9.1
Midden
Energiebesparende maatregelen
0
0
3
0
0
0
6
1.6
14.4
Hoog