Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Achtkarspelen 2023

Gemeente Achtkarspelen · geldt sinds 5 maart 2024

Aanhef

1.Algemeen

1.1 Inleiding

1.2 Model Achtkarspelen

1.3 Goed samenhangend stelsel

1.4 Het regisseursmodel

1.5 Het gespreksverslag en ondersteuningsplan

2.Toegang tot de Wmo

2.1 De melding

2.2 Cliëntondersteuning

2.3 Het persoonlijk plan

2.4 Vaststellen identiteit

2.5 Het onderzoek

2.6 Het verslag

2.7 De aanvraag

2.8 De verkorte aanvraagprocedure

2.9 De beschikking

3.Algemeen afwegingskader maatwerkvoorziening

3.1 Financiële mogelijkheden

3.2 Ondersteuning door mantelzorgers en vrijwilligers

3.3 Gebruikelijke hulp/zorg

3.4 Afstemmen met voorzieningen die op grond van andere wettelijke voorzieningen kunnen worden verstrekt.

3.5 Goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening

3.6 Langdurig noodzakelijk

3.7 Algemene voorzieningen

3.8 Algemeen gebruikelijke voorziening

3.9 Vervanging en renovatie

3.10 Vervanging hulpmiddelen

3.11 Huishoudelijke apparatuur

3.12 Aanvaardbaar niveau

3.13 Voorzienbaarheid

3.14. Contra-indicatie

4.Maatwerkvoorziening

4.1 Vormen van verstrekkingen

4.2 Voorziening in natura

4.3 Persoonsgebonden budget (Pgb)

4.4 Financiële tegemoetkoming

5.Verstrekken maatwerkvoorziening

5.1 Zelfstandig leven en Maatschappelijke deelname

5.2 Wonen

5.3 Rolstoel in en om de woning en lokaal kunnen verplaatsen

5.4 Vervoer

5.5 Beschermd wonen

5.6 Opvang

5.7 Kortdurend verblijf

5.8 Respijtzorg

6.Slotbepalingen

6.1 Inwerkingtreding en overgangsrecht

6.2 Citeertitel

Bijlagen

1Richtlijn gebruikelijke hulp

2Overzicht maatwerkvoorzieningen (inclusief algemene kwaliteitseisen, perceelspecifieke eisen, normenkader huishoudelijke hulp en kwaliteitskader Wmo maatwerkvoorzieningen)

3Objectief Normenkader en maatstaf Huishoudelijke Hulp

4Kwaliteitskaders bij Wmo maatwerkvoorzieningen

5Richtlijnen maatwerkvoorzieningen ‘Zelfstandig Leven’ en ‘Maatschappelijke Deelname’

3 Algemeen afwegingskader maatwerkvoorziening

Tekst

Wanneer een inwoner een beroep doet op ondersteuning op basis van de Wmo, dan wordt dit verzoek gewogen. Het gaat daarbij om een individuele weging, waarbij we altijd de volgende onderdelen betrekken:

Bijlagen 1. Richtlijn gebruikelijke hulp Wmo

Gebruikelijke hulp

Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Wat onder gebruikelijke hulp valt, wordt dus bepaald door wat op dat moment normaal is en kan in de loop van de tijd veranderen. Volgens de regering is het op dit moment in onze samenleving normaal dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten waar nodig en mogelijk hun rol nemen in het huishouden, zeker wanneer er sprake is van een huisgenoot met een beperkte zelfredzaamheid.

Van wie wordt gebruikelijke hulp verwacht?

De leefeenheid van de cliënt die een beroep doet op ondersteuning is primair verantwoordelijk voor het functioneren van de leefeenheid. Dat betekent bijvoorbeeld dat van een leefeenheid wordt verwacht dat, bij uitval van één van de leden van die leefeenheid, gestreefd wordt naar een herverdeling van de huishoudelijke taken binnen die leefeenheid. Ook valt te denken aan het overnemen van administratieve taken als een lid van de leefeenheid die dit normaliter doet uitvalt. De huisgenoten moeten meewerken aan het onderzoek dat noodzakelijk is om te bepalen of er sprake is van gebruikelijke hulp. Daarbij moeten de huisgenoten alles aangeven wat van belang kan zijn voor het onderzoek. Doen zij dit niet, dan kan dat inhouden dat de gemeente de noodzaak tot of de omvang van de maatwerkvoorziening niet kan vaststellen. Dit kan dus betekenen dat er geen maatwerkvoorziening kan worden verstrekt.

•Leefeenheid

De leefeenheid waartoe cliënt behoort, bestaat, gelet op artikel 1.1.1 Wmo 2015, uit de:

•echtgenoot

•ouders

•inwonende kinderen, of

•andere huisgenoten waarmee cliënt een gezamenlijke huishouding voert.

Gelet op de definitie van gebruikelijke hulp in de Wmo 2015, en Memorie van Toelichting, kunnen meer dan twee volwassen personen tot de leefeenheid behoren. Het begrip gezamenlijke huishouding heeft betekenis in relatie tot ‘andere huisgenoten’. Hiermee is bedoeld om bijvoorbeeld kamerhuurders uit te sluiten of personen die omwille van hun zorgbehoefte op één adres ieder zelfstandig wonen.

Als de cliënt deel uitmaakt van een leefeenheid bestaande uit meerdere personen (meerpersoonshuishouden) moet de medewerker van de toegang vaststellen wat, gezien de samenstelling van die leefeenheid, in dat geval verstaan wordt onder gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar.

•Hoofdverblijf in dezelfde woning

Het gaat erom dat men feitelijk zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde woning. De enkele inschrijving in de Brp is onvoldoende om de vraag te beantwoorden waar iemand zijn woonadres heeft. Die vraag moet beantwoord worden aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. Het enkele feit dat een persoon in het Brp is ingeschreven op het adres van de cliënt is onvoldoende om te spreken van hoofdverblijf in dezelfde woning.

Belangrijk zijn de concrete feiten en omstandigheden. Hierbij kan gekeken worden naar

-de plek waar iemand slaapt

-waar iemand zijn persoonlijke bezittingen heeft

-waar iemand meestal eet, doucht, de was doet en zijn administratie regelt

-waar iemand zijn sociale contacten heeft.

Soms kan er twijfel bestaan of het gaat om huisgenoten of dat men feitelijk in twee verschillende woningen verblijft. Denk hierbij aan de situatie waarbij iemand woont in een apart bijgebouw. In die situatie kunnen de volgende factoren onderzocht worden om te bepalen of het gaat om één leefeenheid:

•zijn de woningen kadastraal gesplitst?

•hebben ze een eigen huisnummer?

•is er sprake van een huurovereenkomst?

•Is het mogelijk om huurtoeslag aan te vragen voor de woning?

•Beschikt de woning over algemeen gebruikelijke voorzieningen? • Heeft de woning een eigen toegangsdeur?

•Echtgenoot

Met een echtgenoot wordt gelijkgesteld (artikel 1.1.2 Wmo 2015):

•de geregistreerde partner

•de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad.

•Gezamenlijke huishouding

Van een gezamenlijke huishouding is sprake wanneer twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

De algemene wettelijke definitie bevat drie eisen waaraan moet zijn voldaan (artikel 1.1.2 lid 3 Wmo):

1het moet gaan om twee personen;

2men moet het hoofdverblijf hebben in dezelfde woning;

3men moet blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

•Twee personen

Het is uitdrukkelijk niet mogelijk dat meer dan twee personen met elkaar een gezamenlijke huishouding voeren. Het is wel mogelijk dat als meer dan twee personen in een woning wonen, twee daarvan een gezamenlijke huishouding voeren. Voorwaarde is dan wel dat die twee personen ten opzichte van elkaar blijk geven van een mate van zorg, die niet aanwezig is ten opzichte van de andere persoon of personen die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben.

Behoren er meer dan twee personen tot de leefeenheid, en voeren twee daarvan een gezamenlijke huishouding, dan kan niettemin ten aanzien van de andere huisgenoten ook sprake zijn van gebruikelijke hulp. Echter, zal dan vastgesteld moeten worden wat gebruikelijke hulp is voor deze huisgenoten t.o.v. de cliënt.

•Zorg dragen voor elkaar

Een ander belangrijk criterium voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding wordt ook wel het verzorgingscriterium genoemd en is in de praktijk het lastigste om aan te tonen. De betrokkenen moeten voor elkaar zorgdragen door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. De aanwezigheid van een contract of van bewijsstukken dat huur of kostgeld wordt betaald, betekent niet dat de betrokkenen geen gezamenlijke huishouding kunnen voeren.

Het is niet vereist dat de geboden verzorging van weerszijden dezelfde omvang en intensiteit heeft. Wanneer er echter enkel door één van beide personen zorg wordt geboden, is aan het verzorgingscriterium niet voldaan.

Bij (onder)huurders en kostgangers is sprake van een zuiver zakelijke relatie. Daarvan is geen sprake als er een mate van financiële verstrengeling aanwezig is, die verder reikt dan de betaling van de huur of het kostgeld en een wederzijdse verzorging die niet beperkt blijft tot het onderhoud van de gehuurde kamer of de levering van de overeengekomen diensten, zoals de maaltijden of de bewassing. Zoals dat ook het geval is in andere situaties waarin de betrokkenen beweren niet elkaars partners te zijn, kan het college een onderzoek instellen naar de feitelijke omstandigheden van de betrokkenen.

•Gebruikelijke hulp door kinderen

Wanneer er gebruikelijke hulp van een kind wordt verwacht, dan moet er onderzoek gedaan worden naar het vermogen van dit kind (voor wat betreft het verrichten van huishoudelijk werk). Er moet rekening gehouden worden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, de ontwikkelingsfase van het specifieke kind en het feitelijke vermogen van dit kind om een bijdrage te leveren. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties.

•Verschil met mantelzorg

Gebruikelijke hulp en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Bij mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschreden. Bovendien hoeven mantelzorgers niet per se een gezamenlijke huishouding te voeren met de zorgvrager. Een huisgenoot kan wel naast gebruikelijke hulp ook mantelzorg verlenen, omdat de zorg die hij verleent boven de gebruikelijke hulp uitstijgt. Deze bovengebruikelijke hulp (mantelzorg) kan, in tegenstelling tot gebruikelijke hulp, echter niet verplicht worden.

Wanneer kan geen gebruikelijke hulp worden verwacht?

•Geobjectiveerde beperkingen / ontbreken kennis & vaardigheden

Wanneer partner, ouders, kind en/of elke andere huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/ of kennis/vaardigheden mist, hoeven zij geen gebruikelijke hulp te bieden. Tenzij de betreffende huisgenoot nog leerbaar is. In dat geval kan er alleen kortdurend ondersteuning toegekend worden, zodat de huisgenoot zich de vaardigheden eigen kan maken.

•Niet-inwonende kinderen

Niet-inwonende kinderen hoeven geen gebruikelijke hulp te bieden, want zij behoren niet tot de leefeenheid. De medewerker van de toegang kan wel met de cliënt bespreken of niet-inwonende kinderen (op vrijwillige basis) een helpende hand kunnen bieden.

•Dreigende overbelasting

Bij gebruikelijke hulp moet onderzocht worden of diegene waarvan gebruikelijke hulp wordt verwacht, ook in staat is om deze gebruikelijke hulp te bieden of dat er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een medisch onderzoek kan deel uitmaken van het onderzoek

Bij het onderzoek moet het college aandacht besteden aan draaglast en draagkracht. Bekeken moet worden of de echtgenoot of huisgenoot, naast zijn/ haar werk en de door hem te verlenen zorg aan zijn echtgenoot of huisgenoot, fysiek en psychisch nog in staat is gebruikelijke hulp aan cliënt te verlenen. Als dat niet het geval is en er is dus sprake van (dreigende) overbelasting, zal het college (tijdelijk) een indicatie moeten verstrekken.

In eerste instantie zal die indicatie van korte duur zijn om de gelegenheid te bieden de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen.

Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp met andere activiteiten, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om geen toepassing te geven aan het uitgangspunt van de gebruikelijke hulp. Dit kan alleen anders zijn als de vrijetijdsbesteding noodzakelijk is om niet overbelast te raken. Dit moet altijd in het individuele geval onderzocht worden.

•Korte levensverwachting

7Een levensverwachting korter dan 1 jaar

In geval de zorgvrager een korte levensverwachting heeft, kan ter fysieke en psychische ontlasting van de leefeenheid van de zorgvrager besloten worden om geen toepassing te geven aan het uitgangspunt van de gebruikelijke hulp.

•Afweging gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp

Bij gebruikelijke hulp wordt gekeken naar wat aan tijdsbesteding bij die activiteit bij een gezond persoon gebruikelijk is. Daarbij omvat gebruikelijke hulp de zorg die iedereen nodig heeft (wassen, eten en dergelijke) maar ook de zorg die deze activiteiten in verband met gezondheidsproblemen vervangt. Denk hierbij aan stomaverzorging in plaats van toiletgang en sondevoeding in plaats van eten.

Van bovengebruikelijke hulp is sprake wanneer mensen elkaar bij ziekte of handicap langdurig meer zorg bieden dan wat binnen de sociale relatie gewoon is.

Voorbeeld: het is niet gebruikelijk dat een volwassene langdurig hulp nodig heeft bij de toiletgang. Hier is dus sprake van bovengebruikelijke hulp.

•Culturele diversiteit

Bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden van het huishouden wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Er is sprake van een pluriforme samenleving waarin iedereen gelijke aanspraken op zorg kan maken.

•Opvang en verzorging van kinderen

Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen, in het kader van de opvoeding. Dit houdt in het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles. Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van een kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de zorg bij kortdurende ziekte.

Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg voor de kinderen over. Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon, zoals de leeftijd en ontwikkeling van het kind vereisen. Indien nodig dient de ouder gebruik te maken van de voor hem/haar geldende mogelijkheden van zorgverlof. Indien dit niet mogelijk is dient de ouder gebruik te maken van (een combinatie van) algemeen gebruikelijke voorliggende voorziening zoals crèche, buitenschoolse opvang, gastouderbureau e.d. Het verplichte gebruik van alternatieve opvangmogelijkheden wordt redelijk geacht, onafhankelijk van de financiële omstandigheden. Zijn deze mogelijkheden reeds maximaal gebruikt of afwezig, of is er slechts kortdurende overbrugging nodig, dan kan hulp worden ingezet.

Indien er sprake is van uitval van de ouder in een eenoudergezin, en de voorliggende algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn niet aanwezig, niet toepasbaar of uitgeput, dan is afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind hulp mogelijk tot 40 uur per week voor oppas, opvang, begeleiding en verzorging van gezonde kinderen. Een dergelijke indicatie is in principe van korte duur (maximaal 3 maanden), met de bedoeling binnen deze termijn een eigen oplossing te realiseren.

•Huishoudelijke verzorging

Van wie kan gebruikelijke hulp worden verwacht bij huishoudelijke verzorging?

•Volwassene

Van een volwassen gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze alle huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt.

Uit een uitspraak van de CRvB volgt dat wanneer de echtgenoot, huisgenoot of inwonende zoon of dochter wel in staat is om gebruikelijke hulp te verlenen maar weigert om huishoudelijke taken te verrichten, de gemeente geen hulp bij het huishouden hoeft te verstrekken met toepassing van de hardheidsclausule (ECLI:NL:CRVB:2016:3665).

•Taken van een 18-23 jarige

Een 18-23 jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. De huishoudelijke taken voor een éénpersoonshuishouden zijn:

•schoonhouden van wc en badkamer,

•schoonhouden van keuken, leefruimte en één slaapkamer,

•wasverzorging,

•boodschappen doen,

•maaltijd verzorgen,

•afwassen en opruimen.

Dit betekent dat er wel huishoudelijke verzorging kan worden toegekend voor het schoonhouden van overige slaapkamer(s) inclusief het verschonen van bedden, het schoonmaken van de hal/bijkeuken en het zemen van ramen aan de binnenzijde. Daarnaast kunnen 18-23 jarigen eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.

•Bijdrage van kinderen aan het huishouden

In geval de leefeenheid van cliënt mede bestaat uit kinderen, dan gaat de medewerker van de toegang ervan uit, dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.

•Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.

•Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien.

•Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.

•Het aanleren van huishoudelijke activiteiten

Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijke werk willen en/of kunnen verrichten' leiden niet tot een indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken. Als hiervoor motivatie aanwezig is, kan er een indicatie worden gesteld voor 6 weken zorg voor het aanleren van huishoudelijke taken en/of het leren (efficiënter) organiseren van het huishouden.

Wanneer in redelijkheid niet (meer) kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het huishouden nog is te trainen of aan te leren, kan, indien nodig, huishoudelijke verzorging voor die zwaar huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke hulp zouden worden gerekend.

•Belasting door werk, studie, maatschappelijke participatie of zorgtaken

Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan ondersteuning te bieden. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren.

Ook studie of werkzaamheden vormen in principe geen reden om van de gebruikelijke hulp af te zien. Immers, iedereen die werkt zal naast zijn werk het huishouden moeten doen of hier eigen oplossingen voor zoeken (zoals het inhuren van particuliere hulp). Dat geldt ook voor tweeverdieners. Iedere volwassen burger wordt verondersteld naast een volledige baan of opleiding een huishouden te kunnen voeren. In geval van een meerpersoonshuishouden staat het hebben van een normale baan of het volgen van een opleiding per definitie het leveren van gebruikelijke hulp niet in de weg. Gebruikelijke hulp gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie.

Ook ouderen die in staat zijn tot het verrichten van huishoudelijk werk vallen onder de gebruikelijke hulp. Een (zeer) hoge leeftijd kan in omstandigheden aanleiding zijn niet te vragen het huishoudelijke werk aan te leren.

Bij werkenden wordt geen rekening gehouden met zeer drukke werkzaamheden en (zeer) lange werkweken. Over het algemeen kan alleen rekening worden gehouden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Daardoor zijn zij immers de facto niet in staat het huishoudelijk werk over te nemen. Maar in alle situaties dat daarbij sprake is van een eigen keuze, zal daar geen rekening mee worden gehouden. De afwezigheid moet een verplichtend karakter hebben. Het gaat te ver, om chauffeurs die op het buitenland reizen, medewerkers in de offshore of marinemensen die maanden achtereen van huis zijn, te dwingen een andere functie te zoeken.

In geval de leden van een leefeenheid dreigen overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een indicatie voor hulp bij het huishouden worden gesteld op onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. In eerste instantie zal getracht worden die indicatie van korte duur te laten zijn, om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het (plotseling) overlijden van de andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen.

•Respijtzorg

Respijtzorg doet zich voor in situaties waarin de huisgenoot, partner of ouder die feitelijk gebruikelijke hulp op zich moet nemen daartoe niet in staat is wegens (dreigende) overbelasting, die niet op een andere manier door hem is op te lossen. Het college moet de cliënt met beperkingen dan ondersteunen. Het college beoordeelt de situatie dan alsof de cliënt zonder gebruikelijke hulpverlener woont.

Er is een variëteit aan respijtvoorzieningen waarmee vervangende zorg vorm zou kunnen krijgen. Hierbij kan gedacht worden aan begeleiding thuis, informele zorg, dagopvang, een logeerhuis en kortdurend verblijf. Ook kan het maatwerk bestaan uit het bieden van diensten, hulpmiddelen of andere maatregelen die van belang zijn bij het ondersteunen van een cliënt door een mantelzorger.

•Persoonlijke Verzorging

Van wie kan gebruikelijke hulp worden verwacht bij persoonlijke verzorging?

Van belang is onderscheid te maken tussen:

•gebruikelijke persoonlijke verzorging van partners voor elkaar,

•gebruikelijke persoonlijke verzorging van volwassen huisgenoten voor elkaar, w.o. inwonende volwassen kinderen (> 18 jaar) voor hun ouders.

Onder partner wordt verstaan: De volwassene met wie de zorgvrager een intieme, emotionele relatie heeft èn een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert.

•Partners onderling

•Kortdurende situaties

Van partners wordt verwacht dat zij elkaar persoonlijke verzorging bieden als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie (hierbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden) met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt dat persoonlijke verzorging daarna niet langer is aangewezen.

De zorgplicht van partners onderling betreft persoonlijke, lichamelijke zorg inclusief assistentie bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen, aandacht en begeleiding bij ziekte en psychosociale problemen. Een voorbeeld hiervan is de zorg voor een huisgenoot of partner tijdens een kortdurend gezondheidsprobleem als herstel na een operatie, griep, gekneusde ledematen e.d. Deze vorm van zorg is in principe (afhankelijk van de aard, omvang en duur) gebruikelijk.

Alleen als er gemotiveerd kan worden, in geval van een kortdurende zorgsituatie, dat een partner niet de persoonlijke verzorging kan bieden aan diens zorgbehoevende partner kan er alsnog een indicatie voor persoonlijke verzorging worden gegeven.

•Langdurige situaties

Bij een zorgvraag die naar verwachting langer dan 3 maanden zal gaan duren, is persoonlijke verzorging ook tussen partners geen gebruikelijke hulp. Als vanaf de start van de zorgsituatie duidelijk is dat de zorgsituatie een langdurig karakter heeft, is er geen sprake van gebruikelijke hulp. Er hoeft dan dus niet eerst drie maanden ‘gebruikelijke hulp’ door partners geleverd te worden, alvorens zorg kan worden ingezet.

Wanneer de partner voor het deel dat de gebruikelijke hulp overstijgt, een aanvraag indient voor ondersteuning, dient dat te worden opgevat als een signaal dat geen mantelzorg wordt verleend.

•Volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling

Persoonlijke verzorging van volwassen inwonende kinderen en andere volwassen huisgenoten, anders dan partners onderling, is geen gebruikelijke hulp.

•Begeleiding

Van wie kan gebruikelijke hulp worden verwacht bij begeleiding?

•Partners onderling, ouders en volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling

Kortdurende situaties

Alle begeleiding van de cliënt door de partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat begeleiding daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.

Langdurige situaties

Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een volwassen cliënt gebruikelijke hulp wanneer die begeleiding normaal gesproken door partner, ouder, inwonend kind en/of andere huisgenoot in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een cliënt:

•Het begeleiden van cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort.

•Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte cliënt werd uitgevoerd.

Aanleren aan derden

Het leren omgaan van derden (familie/vrienden) met de cliënt is gebruikelijke hulp.

Bijlage 2: Overzicht maatwerkvoorzieningen

a.Algemeen overzicht maatwerkvoorzieningen

Maatwerkvoorziening

Resultaat

Intensiteiten

Bekostiging

ZL. 1

Administratie en financiën

De administratie van de cliënt en het beheer van zijn (huishoud)geld zijn op orde.

Licht

Resultaatgericht (tarief per maand)

Midden

Resultaatgericht (tarief per maand)

Zwaar

Resultaatgericht (tarief per maand)

ZL. 2.

Sociale redzaamheid in contact met anderen

Cliënt kan in een sociale context een gesprek voeren en voor zichzelf opkomen.

Licht

Resultaatgericht (tarief per maand)

Midden

Resultaatgericht (tarief per maand)

Zwaar

Resultaatgericht (tarief per maand)

ZL. 3.

Zelfoplossend vermogen en dagstructuur

Cliënt heeft voldoende regelvermogen, besluitvaardigheid en initiatief om zelfregie en dagstructuur te ontwikkelen en te behouden.

Licht

Resultaatgericht (tarief per maand)

Midden

Resultaatgericht (tarief per maand)

Zwaar

Resultaatgericht (tarief per maand)

ZL. 4.

Werknemersvaardigheden

Cliënt beschikt over werknemersvaardigheden.

Licht

Resultaatgericht (tarief per maand)

Midden

Resultaatgericht (tarief per maand)

Zwaar

Resultaatgericht (tarief per maand)

ZL. 5.

Onderhouden van een Sociaal Netwerk

Cliënt beschikt over een betrokken en actief sociaal netwerk.

Licht

Resultaatgericht (tarief per maand)

Midden

Resultaatgericht (tarief per maand)

Zwaar

Resultaatgericht (tarief per maand)

ZL. 8. Schoon Huis

Cliënt beschikt over een schoon huis.

Basis

Resultaatgericht (tarief per maand)

ZL. 9 - Schone Kleding & Linnen

Cliënt beschikt schone kleding en linnengoed.

Basis

Resultaatgericht (tarief per maand)

ZL. 10 - Maaltijdvoorziening

Cliënt wordt ondersteund in dagelijks gebruik van voldoende maaltijden.

Maatwerk

Inspanningsgericht (Maatwerkbudget)

ZL. 11 - Huishoudelijke Hulp plus

Licht

Resultaatgericht (tarief per maand)

Midden

Resultaatgericht (tarief per maand)

Zwaar

Resultaatgericht (tarief per maand)

MD. 1

Zinvolle dagbesteding

Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding.

Licht

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

Midden

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

Zwaar

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

MD. 2.

Zinvolle arbeidsmatige dagbesteding

Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding met arbeidsmatig karakter.

Licht

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

Midden

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

Zwaar

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

MD. 3.

Zinvolle educatieve dagbesteding

Cliënt heeft een zinvolle en educatieve dagbesteding.

Licht

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

Midden

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

Zwaar

Inspanningsgericht (tarief per dagdeel)

Vervoer

Regulier

Inspanningsgericht (tarief per retour)

Rolstoel

Inspanningsgericht (tarief per retour)

ZL. 12 - Thuisplus Maatwerk

De cliënt kan (met ondersteuning) veilig en zelfstandig thuis wonen.

Maatwerk

Inspanningsgericht (maatwerkbudget)

ZL. 13 - Kortdurend Verblijf

De mantelzorger van de cliënt is tijdelijk ontlast van ondersteuningstaken.

Met aandacht

Inspanningsgericht (tarief per etmaal)

Met zorg

Inspanningsgericht (tarief per etmaal)

De volgende paragrafen geven per groep maatwerkvoorzieningen toelichting op de concrete resultaten, de tarieven en onderbouwing daarvan.

2.1 ZL. 1 – 5 Zelfstandig leven

De maatwerkvoorzieningen Zelfstandig Leven 1, 2, 4 en 5 worden niet gewijzigd ten opzichte van de huidige systematiek. Zelfstandig Leven 3 is aangevuld met enkele sub resultaten corresponderend met Persoonlijke Verzorging. De tabel hieronder geeft de concrete resultaten per maatwerkvoorziening weer.

2.1.1.Resultaatgebieden

Maatwerkvoorziening

Resultaat

Subresultaten

Complexiteiten

ZL. 1 Administratie en financiën

De administratie van de cliënt en het beheer van zijn (huishoud)geld zijn op orde.

-Cliënt opent, leest, begrijpt en beantwoordt zijn post

-De administratie van de cliënt is op orde

-Cliënt maakt de juist financiële keuzes (beheert zijn (huishoud)geld) en kan betalen, pinnen en/of overmaken

-Cliënt maakt gebruik van regelingen, uitkeringen en toeslagen waar hij voor in aanmerking komt

-Cliënt heeft inzicht in zijn administratie en financiën

Licht Midden Zwaar

ZL. 2 Sociale redzaamheid in contact met anderen

Cliënt kan in een sociale context een gesprek voeren en voor zichzelf opkomen.

-Cliënt kan zichzelf begrijpelijk maken

-Cliënt begrijpt wat anderen zeggen - Cliënt kan een gesprek voeren

-Cliënt durft voor zichzelf op te komen (heeft zelfvertrouwen)

-Cliënt weet in veelvoorkomende situaties op welke wijze hij het best voor zichzelf kan opkomen

-Cliënt houdt zich aan afspraken en regels

-Cliënt leert omgaan met zijn beperking of gedragsproblematiek

-Cliënt ervaart een gevoel van veiligheid en geborgenheid in eigen woonomgeving en vormt geen gevaar voor zichzelf of anderen

Licht Midden Zwaar

ZL. 3 Zelf-oplossend vermogen en dagstructuur

Cliënt heeft voldoende regelvermogen, besluitvaardigheid en initiatief om zelfregie en dagstructuur te ontwikkelen en te behouden.

-Cliënt maakt zelfstandig beslissingen

-Cliënt overziet de gevolgen van zijn beslissingen

-Cliënt herkent praktische problemen die buiten de dagelijkse routine vallen en lost deze op

-Cliënt kan plannen en zijn agenda bijhouden

-Cliënt initieert eenvoudige taken en voert deze ook uit

-Cliënt voert activiteiten voor persoonlijke verzorging uit en heeft hier routine in

-Cliënt komt afspraken na met zorgaanbieders/ professionals en andere organisaties.

Licht Midden Zwaar

ZL. 4 Werknemersvaardigheden

Cliënt beschikt over werknemersvaardigheden.

-Cliënt komt op tijd

-Cliënt komt afspraken na

-Cliënt ziet er verzorgd uit

-Cliënt kan omgaan met gezag

-Cliënt kan omgaan met emoties en spanningen van de arbeidsmatige activiteiten

Licht Midden

Zwaar

ZL. 5 Onderhouden van een Sociaal netwerk

Cliënt beschikt over een betrokken en actief sociaal netwerk.

-Cliënt wordt herkend en erkend door zijn omgeving

-De omgeving van de cliënt kan omgaan met (de beperking of gedragsproblematiek van) de cliënt

-Cliënt is op de hoogte van contacten in zijn leefomgeving en maakt daar gebruik van

-Cliënt is in staat zijn sociaal netwerk te ontwikkelen en te onderhouden

Licht Midden Zwaar

2.1.1.Tarieven

De tarieven voor ZL. 1 t/m 5 zijn berekend zoals omschreven in de bijlage Openhouse Uitgangspunten Tariefberekening welke is doorgesproken met de deelnemers aan de Overlegtafels.

Deze calculatie levert een gemiddelde inspanning op voor elke combinatie van resultaatgebied en complexiteit. Deze inspanningen zijn vermenigvuldigd met een gewogen gemiddelde inzet van twee tariefgroepen waaruit de volgende tarieven per periode van een maand resulteren.

De geldende tarieven worden opgenomen in een door het college vastgesteld Besluit en worden gepubliceerd in Gemeenteblad en op de gemeentelijke website.

7– 11 Schoon huis, schone kleding, maaltijdverzorging, Huishoudelijke Hulp Plus

2.1.1.Aanleiding

De huidige resultaatgerichte maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp wordt vanaf 2018 aangepast. De uitspraken van de Centrale Raad van Beroep rondom resultaatgerichte voorzieningen Huishoudelijke Hulp maken duidelijk dat voor cliënten voldoende duidelijk moet zijn wat een toegewezen maatwerkvoorziening nu precies inhoudt: op welke ondersteuning kan men rekenen. Tevens moet deze ondersteuning gebaseerd zijn op een objectieve maatstaf en normenkader. Dit betekent niet dat een cliënt een beschikking in uren moet krijgen – resultaten zeggen immers meer dan een aantal uren ondersteuning – maar dat resultaten wel voldoende concreet beschreven moeten worden.

De Opdrachtgever heeft vanuit dit kader in dialoog met zorgaanbieders nieuwe maatwerkvoorzieningen Huishoudelijke Hulp ontwikkeld. Hierbij sluiten we – op onderdelen – aan bij objectief onderzoek dat andere gemeenten al eerder hebben laten uitvoeren. Belangrijk: de sub resultaten, activiteiten en frequentie bij de resultaatgebieden zijn in veel detail bepaald. Dit is van belang om aan te sluiten bij een objectief normenkader (‘wat is een objectieve norm voor het schoonmaken van bepaalde vertrekken in een huis’) en een objectieve maatstaf (‘hoe lang duurt het schoonmaken van een vertrek als dit door een professionele schoonmaakhulp gebeurt’). De gemeente wil echter op geen enkele wijze voorschrijven hoe de resultaten bereikt moeten worden. Als een zorgaanbieder een innovatieve methode of werkwijze heeft om bepaalde sub resultaten te bereiken, dan wordt inzet van deze methode of werkwijze juist toegejuicht. Mits de resultaten en genoemde frequenties uit het normenkader maar op vergelijkbare wijze worden gerealiseerd.

In Bijlage 1 Objectief normenkader en maatstaf huishoudelijke hulp is per maatwerkvoorziening in detail omschreven welke sub resultaten (activiteiten en frequenties) volgen uit het objectieve normenkader. Tevens volgt uit extern onderzoek een maatstaf voor de inzet om de norm te bereiken. Wij schrijven nadrukkelijk geen inzet voor, maar hanteren deze wel als gegeven om reële tarieven voor de resultaatgebieden te bereken.

Per maatwerkvoorziening worden hierna de voorwaarden, bekostiging en tarieven beschreven.

7.1.1ZL. 8 - Schoon Huis

De maatwerkvoorziening voorziening Schoon Huis voorziet in de ondersteuning bij het periodiek schoonmaken van de leef vertrekken van het huis van de cliënt. Bijlage 1 geeft de concrete schoonmaakactiviteiten per type vertrek, frequentie volgend uit de onafhankelijk gestelde norm, en gemiddelde tijdsbesteding volgend uit onafhankelijk onderzoek weer. Voor Schoon Huis hanteert de Opdrachtgever de resultaatgerichte bekostiging met een vast maand tarief.

7.1.2ZL. 9 - Schone kleding en linnengoed

De maatwerkvoorziening Schone Kleding en Linnengoed voorziet in de ondersteuning bij het wassen, drogen, opbergen en waar nodig strijken van kleding en linnengoed. Bijlage 1 benoemt de concrete activiteiten, frequentie en gemiddelde tijdsbesteding volgend uit extern onafhankelijk onderzoek. Voor Schone Kleding en Linnengoed hanteert de Opdrachtgever een resultaatgerichte bekostiging met een vast maand tarief.

7.1.3ZL. 10 - Maaltijdvoorziening

In de maatwerkvoorziening Maaltijdvoorziening onderscheidt de Opdrachtgever drie verschillende onderdelen: (1) boodschappen doen, (2) het klaarzetten van broodmaaltijden en (3) het klaarzetten van warme maaltijden. Uit gesprekken met de cliëntondersteuners in de gebiedsteams en met de huidige leveranciers van maatwerkvoorzieningen Hulp bij het Huishouden blijkt dat een beperkte groep cliënten een zeer uiteenlopende ondersteuningsbehoefte heeft ten aanzien van de maaltijdvoorziening. Tevens zijn er diverse voorliggende voorzieningen aanwezig op dit terrein. Voor de cliënten waarbij deze voorliggende voorzieningen geen passende oplossing bieden, biedt de Opdrachtgever de maatwerkvoorziening Maaltijdverzorging.

De maatwerkvoorziening Maaltijdverzorging wordt inspanningsgericht bekostigd. De beperkte groep gebruikers en de uiteenlopende behoefte laat niet toe dat er een resultaatgericht gemiddeld tarief wordt gebruikt. Bijlage 1 geeft het afwegingskader en rekenkader weer dat sociaal werkers gebruiken bij toewijzing van een maatwerkvoorziening Maaltijdvoorziening.

7.1.4ZL. 11 - Huishoudelijke hulp Plus

De norm en maatstaf voor ZL. 8 - Schoon Huis en ZL. 9 - Schone Kleding en Linnen zijn gebaseerd op uitgebreid onafhankelijk onderzoek. Echter, deze norm en maatstaf houden geen rekening met buitengewone verzwarende omstandigheden. Daar waar sprake is van een of meerdere verzwarende omstandigheden biedt de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp Plus extra financiële ruimte voor een hoger niveau van hygiëne, extra aanvullende resultaten en de inzet van hoger gekwalificeerd personeel. Een maatwerkvoorziening ZL. 11 Huishoudelijke Hulp Plus komt altijd in de plaats van ZL. 8 en/of ZL. 9 en kan dus niet tegelijk met één of beide van deze voorzieningen toegekend worden. Een combinatie met ZL. 10 - Maaltijdvoorziening is wel mogelijk.

De maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp Plus kan worden ingezet in situaties waarin:

a) er verzwarende omstandigheden zijn waaronder ondersteuning moet worden geleverd, waardoor er meer tijd nodig is om schoon te maken dan de basisnorm; en/of

b) er is sprake van snellere vervuiling door situatie in het huishouden (door aard van de beperking van de cliënt of aanwezigheid van jonge kinderen in het huishouden) of er is een hoger niveau van hygiëne nodig waardoor er vaker moet worden schoongemaakt, en er dus meer tijd nodig is om schoon te maken dan de basisnorm; en/of

c) er aanvullend extra sub resultaten van toepassing zijn bij de cliënt, bijvoorbeeld omdat er een regievraagstuk is; en/of

d) cliënten ondersteuning nodig hebben van een hulpverlener met aanvullende competenties en ervaring, bijvoorbeeld bij een regievraagstuk gecombineerd met een complex ziektebeeld.

Als één of meerdere van de genoemde omstandigheden speelt, biedt de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp Plus een hoger tarief om een hoger gekwalificeerde hulpverlener in te zetten, om met een reguliere hulpverlener vaker de resultaten te bereiken of extra resultaten te bereiken, of een combinatie hiervan.

In het Gespreksverslag maakt de sociaal werker duidelijk met welke doelen en bijbehorende concrete resultaten Huishoudelijke Hulp Plus wordt ingezet.

7.1.5Afwegingskader Huishoudelijke Hulp Plus

Huishoudelijke Hulp Plus kan alleen worden toegewezen als een cliënt een ondersteuningsbehoefte heeft op het vlak van het Schone Huis en/of Schone Kleding en Linnen, én bovendien is er ten minste een verzwarende omstandigheid geconstateerd. De sociaal werker stelt eerst vast of de ondersteuningsbehoefte:

1Enkel van toepassing is op het Schone Huis

2Of van toepassing is op het Schone Huis én Schone Kleding en Linnengoed.

Als er enkel sprake is van ondersteuning voor het schoonmaken van het huis, en er is sprake van één verzwarende omstandigheid – dan is complexiteit Licht passend voor deze cliënt. Bij meerdere verzwarende omstandigheden tegelijkertijd is complexiteit Midden passend.

Als er ondersteuning nodig is voor het schoonmaken van het huis én de kleding/ linnengoed, en er is sprake van één verzwarende omstandigheid – dan is complexiteit Midden passend voor deze cliënt.

In de situaties waarin meerdere verzwarende omstandigheden tegelijkertijd aan de orde zijn, is complexiteit Zwaar passend.

De onderstaande tabel geeft schematisch weer welke complexiteit (licht, midden of zwaar) aan de orde is in welke situatie.

Verzwarende omstandigheden

Ondersteuningsbehoefte

Kennis ziektebeeld

Extra hygiëne

extra vervuiling

regie

combinaties

Schoon huis

Licht

Licht

Licht

Licht

Midden

Schoon Huis + Schone kleding

en Linnengoed

Midden

Midden

Midden

Midden

Zwaar

7.1.6Tarieven ZL.8 t/m 11

De berekening van de tarieven voor de bouwstenen is enerzijds gebaseerd op de objectieve maatstaf per resultaatgebied: welke gemiddelde inzet volgt uit extern onderzoek om de resultaten te bereiken? Deze inzet wordt vermenigvuldigd met een rekentarief per uur om tarieven voor de maatwerkvoorzieningen te berekenen.

Er is stapeling mogelijk van tarieven voor ZL. 8., ZL. 9. en ZL. 10. óf tussen ZL.10 en ZL. 11. (licht, midden óf zwaar).

Er is nadrukkelijk géén stapeling mogelijk tussen ZL. 11. en de basisvoorzieningen ZL. 8. en ZL. 9.

De geldende tarieven worden opgenomen in een door het college vastgesteld Besluit en worden gepubliceerd in Gemeenteblad en op de gemeentelijke website.

7.2MD. 1 t/m 3 - Maatschappelijke Deelname

De maatwerkvoorzieningen Maatschappelijke Deelname 1 tot en met 3 worden inhoudelijk niet gewijzigd ten opzichte van de bestaande systematiek en omschrijvingen.

7.2.1Resultaatgebieden

Maatwerkvoorziening

Resultaat

Sub resultaten

Complexiteiten

MD-1. Zinvolle dagbesteding

Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding

-Cliënt heeft sociale contacten buiten huis

-Cliënt neemt deel aan georganiseerde (groeps)activiteiten

-Mantelzorgers van de cliënt is dermate ontlast dat mantelzorg langdurig wordt vol gehouden

-Situatie van cliënt is stabiel, achteruitgang wordt voorkomen

-Cliënt veroorzaakt geen overlast

-Cliënt voelt zich ondersteund bij onvermijdelijke achteruitgang

Licht Midden Zwaar

MD-2. Zinvolle arbeidsmatige dagbesteding

Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding met arbeidsmatig karakter

-Cliënt bouwt ervaring en ritme op in arbeidsmatige omgeving

-Cliënt ervaart een waardevolle arbeidsmatige bijdrage;

-Cliënt ervaart behoud of vergroting eigen waarde en sociale acceptatie

-Cliënt bouwt arbeidsvaardigheden en arbeidsritme op, met zicht op doorstroming naar reguliere of begeleide arbeid

-Cliënt voert met ondersteuning werk uit

Licht Midden Zwaar

MD-3. Zinvolle educatieve dagbesteding

Cliënt heeft een zinvolle en educatieve dagbesteding

-Cliënt heeft vaardigheden aangeleerd ter vergroting van zijn zelfstandigheid

-Cliënt heeft vaardigheden aangeleerd gericht op arbeidsmatige participatie en heeft verhoogde arbeidsmatige waarde

-Cliënt ervaart groei en ontwikkeling na terugval

-Cliënt onderhoudt aangeleerde vaardigheden

Licht Midden Zwaar

7.2.2Tarieven Maatschappelijke Deelname

De geldende tarieven worden opgenomen in een door het college vastgesteld Besluit en worden gepubliceerd in Gemeenteblad en op de gemeentelijke website.

7.3Vervoer

Wanneer een cliënt voor de ondersteuning Maatschappelijke Deelname zich niet op eigen kracht naar de locatie kan begeven waar de ondersteuning wordt geleverd, is de Opdrachtnemer verantwoordelijk voor het organiseren van vervoer. Bij vervoer gaat het om verplaatsingen per auto of autobus.

7.3.1Tarieven vervoer

De geldende tarieven worden opgenomen in een door het college vastgesteld Besluit en worden gepubliceerd in Gemeenteblad en op de gemeentelijke website.

7.4ZL. 12 - Thuisplus maatwerk

Een groep inwoners met andere beperkingen dan die met een GGZ-grondslag hebben ondersteuning nodig om zelfstandig verantwoord en veilig thuis te gaan of juist blijven wonen. Voor inwoners met een GGZ-grondslag koopt Sociaal Domein Fryslân (SDF) een product ‘Thuisplus’ in op regionaal niveau. De opdrachtgever constateert dat er andere groepen cliënten zijn die ook baat hebben bij deze vorm van ondersteuning.

De maatwerkvoorziening ZL. 12 - Thuisplus Maatwerk richt zich op cliënten met een vergelijkbare ondersteuningsbehoefte, maar die niet passen binnen de doelgroep van ‘SDF ThuisPlus’.

Deze maatwerkvoorziening kan bijvoorbeeld worden ingezet om:

cliënten met gevorderde dementie langer thuis te laten wonen met reguliere ambulante begeleiding en opname in een verpleegtehuis te kunnen uitstellen.

cliënten met een Licht Verstandelijke Beperking of met autisme met begeleiding en training zelfstandig te leren en laten wonen.

begeleiding te bieden aan (jong-) volwassenen met dementie

een meer natuurlijke overgang in ondersteuning te bieden voor inwoners die 18 worden en onder de Wmo gaan vallen, maar tot hun 18e een intensief behandeltraject doorlopen. Hiervoor is op dit moment nog geen geschikte bouwsteen waarmee de wenselijke ‘zachte landing’ en natuurlijke overgang kan worden gerealiseerd.

Thuisplus Maatwerk beoogt begeleiding bij, en training voor zelfstandig wonen. Denk hierbij aan zorgvormen als ‘begeleid wonen’ en ‘kamertraining’, maar dan in het kader van de Wmo. Het uitgangspunt is dat cliënten zelfstandig wonen met geplande – en soms ongeplande - ondersteuning. De Opdrachtgever heeft met Thuisplus Maatwerk geen intramurale zorgvorm voor ogen.

Bij inzet van Thuisplus Maatwerk geldt dit als een integrale maatwerkvoorziening met corresponderende vergoeding. Er is nadrukkelijk geen gelijktijdige toekenning mogelijk van maatwerkvoorzieningen Zelfstandig Leven 1 tot en met 5.

De groep cliënten voor deze maatwerkvoorziening is klein, en binnen deze groep is de ondersteuningsbehoefte zeer variabel. Dit betekent dat deze maatwerkvoorziening zich niet leent voor resultaatgerichte bekostiging met een vast maand tarief.

7.4.1Doelgroep en voorwaarden toegang

Deze maatwerkvoorziening richt zich op de volgende doelgroepen:

cliënten met gevorderde dementie langer thuis te laten wonen met reguliere ambulante begeleiding en opname in een verpleegtehuis te kunnen uitstellen.

cliënten met een Licht Verstandelijke Beperking of met autisme met begeleiding en training zelfstandig te leren en laten wonen.

begeleiding te bieden aan (jong-) volwassenen met dementie

een meer natuurlijke overgang in ondersteuning te bieden voor inwoners die 18 worden en onder de Wmo gaan vallen, maar tot hun 18e een intensief behandeltraject doorlopen. Hiervoor is op dit moment nog geen geschikte bouwsteen waarmee de wenselijke ‘zachte landing’ en natuurlijke overgang kan worden gerealiseerd.

Er is geen sprake van voorliggende of gelijktijdige inzet van voorzieningen uit:

Zvw (behandeling met wonen)

Wlz (verstandelijke of lichamelijke beperking)

ThuisPlus Maatwerk kan worden ingezet om een thuissituatie van de cliënt te stabiliseren, bijvoorbeeld bij cliënten die met ondersteuning langer thuis kunnen wonen. ThuisPlus Maatwerk kan ook gericht zijn op ontwikkelen en trainen: het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te wonen. Het stabiliseren richt zich met name op de groep ouderen met dementie die met stevige ondersteuning langer thuis kunnen blijven wonen. Het aanleren/ ontwikkelen richt zich op (jong)volwassenen met een beperking (bijvoorbeeld LVB of Autisme) die vaardigheden moeten aanleren om zelfstandig(er) thuis te wonen.

7.4.2Afwegingskader inzet ThuisPlus Maatwerk

De voorziening ThuisPlus Maatwerk richt zich op inwoners waarvoor de reguliere voorzieningen Zelfstandig Leven niet voldoende ruimte bieden om de benodigde ondersteuning te realiseren. De ernst en omvang van de beperking is zo zwaar dat de benodigde ondersteuning buiten de bandbreedte van Zelfstandig Leven valt – zelfs als meerdere of alle resultaatgebieden in zware complexiteit gestapeld toegewezen worden. Ter illustratie: het gaat dan om situaties waarin meer dan 10 uur individuele begeleiding óf meer dan 8 uur specialistische individuele begeleiding per week noodzakelijk is.

Het introduceren van de voorziening ThuisPlus beoogt ook situaties te voorkomen waarin maatwerkvoorzieningen Zelfstandig Leven worden toegewezen puur uit financiële noodzaak (‘opplussen’) terwijl ondersteuning bij de corresponderende resultaten en sub resultaten voor de betreffende cliënt niet aan de orde is.

Het is de verantwoordelijkheid van de sociaal werkers in de gebiedsteams om te adviseren over de exacte inzet van de elementen ‘basis-begeleiding’ en ‘specialistische begeleiding’ in het kader van de voorziening ThuisPlus maatwerk. Hierbij weegt de sociaal werker de aard en omvang van de beperking, en de mate van informele ondersteuning die aanwezig is. De sociaal werker kan bij deze afweging advies vragen van een zorgaanbieder en/of onafhankelijke derde partij.

7.4.3Resultaten

De maatwerkvoorziening Thuisplus Maatwerk bestaat uit het bieden van ondersteuning op (meerdere) geplande en mogelijk ook ongeplande momenten per dag. In voorkomende gevallen worden afspraken gemaakt over de aard en omvang van bereikbaarheid en beschikbaarheid van de zorgaanbieder. Er geldt echter niet per definitie 24-uurs bereikbaarheid of beschikbaarheid.

De zorgaanbieder draagt de verantwoordelijkheid om te signaleren dat iemand achteruitgaat en maatregelen te nemen om tijdig een interventie te doen. Dat betekent ook dat de zorgaanbieder op ongevraagde momenten ondersteuning biedt aan de cliënt.

Ondersteuning vindt integraal plaats, dat betekent dat er een breed gedragen ondersteuningsplan wordt opgesteld door de zorgaanbieder en de cliënt waarin diverse leefgebieden zoals wonen, daginvulling, financiën, persoonlijke verzorging aan bod komen. De sociaal werker houdt de regie op het behalen van het gewenste resultaat. Er is één zorgaanbieder die regie heeft op de ondersteuning vanuit Thuisplus Maatwerk en hiervoor de eindverantwoordelijkheid draagt. Deze aanbieder schakelt waar nodig aanvullende expertise in om het palet aan ondersteuning dat de cliënt nodig heeft te kunnen bieden.

ThuisPlus Maatwerk kenmerkt zich door een hoog intensieve inzet. Wanneer het resultaat gericht is op de ontwikkeling van vaardigheden dan zal de inzet na verloop van tijd (bijvoorbeeld na een half jaar of een jaar) afhankelijk van de vorderingen teruggebracht kunnen worden. De sociaal werker houdt bij deze cliënten regelmatig de vinger aan de pols, en in deze situatie passen beschikkingen met een beperkte duur. Wanneer het resultaat gericht is op stabiliseren, dan zal de inzet na verloop van tijd wellicht juist moeten toenemen. Ook hier houdt de sociaal werker – naar eigen inzicht – regelmatig de vinger aan de pols.

Concrete sub resultaten kunnen overeenkomen met de sub resultaten van Zelfstandig Leven 1 tot en met 5, en worden op maat aangevuld door de sociaal werker.

Maatwerkvoorziening

Resultaat

Sub resultaten

Complexiteit

ZL. 12.

De cliënt kan (met ondersteuning) veilig en zelfstandig thuis wonen

Mogelijke sub resultaten: zie Zelfstandig Leven 1 tot en met 5

Maatwerk

Thuisplus Maatwerk

Sub resultaten ThuisPlus Maatwerk worden eventueel aangevuld door de cliëntondersteuner in het Gespreksverslag.

7.4.4Tarieven ThuisPlus maatwerk

Voor ThuisPlus Maatwerk geldt een inspanningsgerichte bekostiging, waarbij de sociaal werker in overleg met cliënt (en eventueel zorgaanbieder) vaststelt welke inzet nodig is. De sociaal werker heeft hierbij de beslissende en doorslaggevende rol.

De vergoeding voor ThuisPlus Maatwerk wordt per cliënt – op maat - samengesteld op basis van de volgende inspanningsgerichte componenten:

inzet basis begeleiding

inzet specialistische begeleiding

Voor deze elementen bepaalt de Opdrachtgever een vast tarief per uur of dagdeel. De sociaal werker bepaalt in overleg met de zorgaanbieder en de cliënt hoeveel eenheden per element (dus bijvoorbeeld uren basis begeleiding) moet worden ingezet. Er is geen stapeling mogelijk met maatwerkvoorzieningen Zelfstandig Leven 1 tot en met 5.

De geldende tarieven worden opgenomen in een door het college vastgesteld Besluit en worden gepubliceerd in Gemeenteblad en op de gemeentelijke website.

7.5ZL. 13 - Kortdurend verblijf

Kortdurend Verblijf is tijdelijke ondersteuning voor bepaalde vooraf vastgestelde duur ter ontlasting van de gebruikelijke zorg of de mantelzorgers. Het resultaat is het bieden van tijdelijk verblijf en noodzakelijke ondersteuning aan cliënten zodat de mantelzorger ontlast wordt en de thuissituatie leefbaar blijft.

Bij Kortdurend Verblijf gaat het om logeren gedurende maximaal drie etmalen per week gemiddeld. Het verblijf is ter aanvulling op het wonen in de thuissituatie en niet bedoeld als wonen in een instelling voor het grootste deel van de week. Kortdurend verblijf betreft de mogelijkheid voor de inwoner om ergens te logeren waarbij zo nodig zorg en ondersteuning geboden wordt. Enkel zorg en ondersteuning die normaliter door de mantelzorger wordt geleverd wordt hierbij overgenomen. Het uitgangspunt is om het verblijf thuis tijdelijk te vervangen – niet om ook in zorg of begeleiding op te schalen. Als vormen van ondersteuning in de thuissituatie door (andere) professionele zorgaanbieder worden geleverd, dan blijft deze zorgaanbieder hiervoor verantwoordelijk tijdens het kortdurend verblijf – mits dit onder vergelijkbare condities kan worden georganiseerd. Een aanzienlijke grotere reistijd naar verblijfslocatie is bijvoorbeeld een reden om van het voorgaande uitgangspunt af te wijken.

Cliënten die in aanmerking komen voor kortdurend verblijf:

•Hebben een mantelzorger die overbelast is, of dreigt overbelast te raken;

•Hebben chronische complexe problemen door een somatische, zintuiglijke of verstandelijke beperking, een psychische- of cognitieve aandoening.

•Hebben maximaal drie etmalen nodig omdat de andere etmalen door gebruikelijke hulp en/of de mantelzorg worden geboden. (Er kunnen ten behoeve van vakantie van de mantelzorger ook etmalen gespaard worden en achtereenvolgend worden gebruikt als zijnde een opname van bijvoorbeeld drie weken).

Bij een aanvraag voor kortdurend verblijf toetst de sociaal werker of er mogelijkheden zijn voor het inschakelen van netwerk of dat andere alternatieve voorliggende oplossingen aanwezig zijn. Denk aan: respijthuis, kortdurend eerstelijnsverblijf vanuit Zorgverzekeringswet (via aanvullende verzekering) of logeren vanuit een indicatie Wet langdurige zorg, alarmering of video op afstand, inschakelen van anderen uit het netwerk en inzet van vrijwilligers. Als voorliggende mogelijkheden de ondersteuningsvraag voldoende oplossen, is er geen indicatie voor kortdurend verblijf.

7.5.1Resultaten Kortdurend verblijf

Het meest wezenlijke resultaat is het ontlasten van een mantelzorger of gebruikelijke hulpverlener door de ondersteuning van de cliënt gedurende een afgesproken tijdsduur uit zijn of haar handen te nemen, en de ondersteuning gedurende een afgesproken tijdsduur over te nemen

Maatwerkvoorziening

Resultaat

Subresultaten

Complexiteit

ZL. 13 -

Kortdurend Verblijf

De mantelzorger is ontlast en kan mantelzorg langdurig volhouden

-de mantelzorger van de cliënt is ontlast zodat mantelzorg langdurig wordt volgehouden.

-de mantelzorger van de cliënt weet de balans tussen zorgtaken en overige activiteiten te bewaken.

-de mantelzorger is in staat vervangende zorg in te zetten en voorkomt hiermee overbelasting.

-de cliënt is tijdelijk uit de thuissituatie om zich aan spanningen en stress te onttrekken, als dit bevorderlijk is voor de gebruikelijke zorg of mantelzorger.

KDV met aandacht (etmaal)

KDV met zorg (etmaal)

7.5.2Tarieven kortdurend verblijf

De maatwerkvoorziening Kortdurend Verblijf worden inspanningsgericht bekostigd. De duur van de ondersteuning is een wezenlijk aspect en hierdoor levert een resultaatgerichte bekostiging naar verwachting geen of een te geringe meerwaarde.

De maatwerkvoorziening heeft twee complexiteiten:

•Kortdurend verblijf etmaal ‘met aandacht’: gedurende een etmaal (24 uur) verblijft de cliënt in een instelling waarbij geen persoonlijke verzorging uit de Wmo nodig is. De aanvulling ‘met aandacht’ geeft aan dat er in dit geval vaak wel enige mate van toezicht nodig is: een aanspreekpunt, iemand die een oogje in het zeil houdt en die in voorkomende gevallen een cliënt even gerust kan stellen.

•Kortdurend verblijf etmaal ‘met zorg’: gedurende een etmaal (24 uur) verblijft de cliënt in een instelling waarbij persoonlijke verzorging uit de Wmo nodig is – de persoonlijke verzorging die normaal door de mantelzorger wordt ondersteund.

NB: Bij bestaande ondersteuning van Persoonlijke Verzorging van uit de Zorgverzekeringswet gaat deze ondersteuning in principe mee indien daarbij een redelijke reisafstand kan worden gehanteerd. In die gevallen kan Kortdurend Verblijf met aandacht worden ingezet. In alle andere gevallen wordt Kortdurend Verblijf met Zorg ingezet en wordt de Persoonlijke Verzorging overgenomen door de Opdrachtnemer.

Kortdurend Verblijf met aandacht omvat het bieden van een onderdak met in ieder geval de basale voorzieningen die men thuis ook zou verwachten: een bed, toegang tot toilet en wastafel, de cliënt moet kunnen voorzien in zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen, eten en drinken.

De geldende tarieven worden opgenomen in een door het college vastgesteld Besluit en worden gepubliceerd in Gemeenteblad en op de gemeentelijke website.

8Algemene Eisen kwaliteit en geschiktheid

8.1Algemene eisen

Eisen aan onderneming/dienstverlening geldig voor alle percelen van de Opdracht.

1De Opdrachtnemer accepteert de (beleids-)uitgangspunten en werkwijze van de Opdrachtgever zoals beschreven in dit Programma van Eisen, de Procesovereenkomst en Uitvoeringsovereenkomst voor levering van maatwerkvoorzieningen, en verklaart niet in strijd met deze uitgangspunten en werkwijze te zullen handelen.

2Opdrachtnemer heeft acceptatieplicht voor alle betreffende inwoners van de gemeenten Achtkarspelen en Achtkarspelen op die maatwerkvoorzieningen waarop is ingeschreven en draagt er zorg voor dat de betreffende inwoner geleverd krijgt wat is toegekend binnen de gestelde termijnen. Wachtlijsten zijn niet toegestaan. Opdrachtnemer draagt er zorg voor dat levering binnen gestelde termijnen geschiedt.

3De Opdrachtnemer start met de levering van ondersteuning binnen een termijn van uiterlijk 5 werkdagen na de toewijzing. Voor individuele percelen kan een termijn worden vastgesteld die hiervan afwijkt.

4De Opdrachtnemer maakt met de cliënt afspraken over hoe de zorgaanbieder handelt op het moment dat een cliënt zorg gaat mijden en afspraken niet nakomt. Opdrachtnemer treedt bij zorg mijdend gedrag van de cliënten onmiddellijk in overleg met de Cliëntondersteuner om tot een juiste inzet en aanpak te komen.

5Opdrachtnemer garandeert dat kwaliteit (inclusief veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid) systematisch wordt geborgd in de organisatie, bijvoorbeeld middels een geldig HKZ, ISO voor de zorg of een vergelijkbaar branche specifiek certificaat en overlegt dit certificaat bij inschrijving.

Indien Opdrachtnemer geen certificaat kan overleggen dient Opdrachtnemer zelf door het overleggen van een schriftelijk kwaliteitsplan aan de gemeente aantoonbaar te maken hoe de kwaliteit in de organisatie duurzaam is geborgd. Doel is dat de aanbieder zich aantoonbaar richt op handhaving of verbetering van kwaliteit van de ondersteuning door een verbetercyclus in te richten. Tevens wordt geïnvesteerd in vernieuwingen en ontwikkelingen van de zorg. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar kansen en verbetermogelijkheden. Interne en externe audits, risico-inventarisaties, cliënt- en medewerkers tevredenheidsonderzoeken worden gehouden. De resultaten worden schriftelijk vastgelegd en zijn input voor nieuw (kwaliteits-)beleid. Bijlage 4 beschrijft de vereisten aan dit schriftelijk kwaliteitsplan.

6Opdrachtnemers werken mee aan het verder ontwikkelen van kwaliteitseisen. De huidige kwaliteitseisen, beschreven in de Wet maatschappelijke ondersteuning, dienen als uitgangspunt. De ambitie is om samen met aanbieders en burgervertegenwoordiging de normen met betrekking tot de kwaliteit van de uitvoering verder te ontwikkelen. Deze normen zijn vervolgens weer onderwerp van – gezamenlijk op te zetten - proactief toezicht.

7Opdrachtnemer werkt onverkort en zonder meerkosten mee aan het uitvoeren van incidentele proactieve onderzoeken die de toezichthoudend ambtenaar doet naar de toepassing van de uitvoering van de eisen die worden gesteld aan kwaliteit bij de uitvoering van de maatwerkvoorzieningen. Om overmatige belasting van Opdrachtnemers te voorkomen past Opdrachtgever deze onderzoeken met mate toe.

8Opdrachtnemer zorgt voor een goede kwaliteit van maatwerkvoorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten en andere medewerkers daaronder begrepen, door:

a.het afstemmen van maatwerkvoorzieningen op de persoonlijke situatie van de betreffende inwoner en zijn mantelzorger(s);

b.het afstemmen van maatwerkvoorzieningen op andere vormen van ondersteuning en op vormen van zorg;

c.het afstemmen van maatwerkvoorzieningen op andere vormen van informele en professionele ondersteuning;

d.erop toe te zien dat medewerkers tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard.

9Opdrachtgever treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening door de Opdrachtnemer. Opdrachtnemer voldoet onverkort aan de eisen zoals deze door Opdrachtgever in de regeling worden gesteld.

Opdrachtnemer meldt iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening onverwijld, doch binnen drie werkdagen, aan de toezichthoudend ambtenaar en stelt ter uitvoering hiervan een interne regeling op. Opdrachtnemer werkt mee aan het onderzoek dat de toezichthoudend ambtenaar doet naar de calamiteiten en geweldsincidenten.

10Opdrachtnemer stelt een effectieve en laagdrempelige regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van gedragingen van de Opdrachtnemer jegens een cliënt. Jaarlijks wordt een overzicht van het aantal klachten en de wijze van afhandeling opgeleverd aan de Opdrachtgever. Dit wordt nader gedetailleerd vastgelegd in administratieve afspraken.

11Opdrachtnemer is van alle (betaalde en onbetaalde) medewerkers met cliëntcontacten in bezit van een verklaring omtrent gedrag (VOG) gericht op de uit te voeren werkzaamheden, als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Deze verklaring is op het moment van inzet van de medewerker niet ouder dan drie jaar.

12De Opdrachtnemer conformeert zich bij het beloningsbeleid voor bestuurders, directie en management van de Opdrachtnemer aan de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.

13Opdrachtnemer garandeert dat er geen onverenigbaarheid van functies en belangenverstrengeling zal zijn. Bestuurders en directieleden van de Opdrachtnemer hebben geen belang of indirecte invloed in het voorliggende proces van toeleiding of enige functies of taken die direct of indirect verband houden met besluitvorming van de Opdrachtgever.

14Opdrachtnemers die vanaf 1 januari 2018 toegelaten worden tot de Uitvoeringsovereenkomst maatwerkvoorzieningen Wmo 2018 moeten in overleg treden over de mogelijke overname van personeel van Opdrachtnemers die vanaf 1 januari 2018 niet worden toegelaten, maar tot 1 januari 2018 nog wel een Raamovereenkomst hebben. Deze verplichting tot overleg geldt ook voor situaties waarbij een tussentijdse ontbinding dan wel beëindiging van de Uitvoeringsovereenkomst van een Opdrachtnemer op gerede gronden plaatsvindt.

15Opdrachtnemer is bereikbaar tenminste tijdens kantoortijden (fysiek, telefonisch en/of via e-mail).

16Opdrachtnemer dient kosteloos medewerking te verlenen aan cliëntervaringsonderzoeken, waarbij wordt gestreefd naar aansluiting bij de landelijk vast te stellen formats voor deze onderzoeken.

17De Opdrachtgever hecht belang aan het thema Social return om duurzame arbeid te realiseren. Het door de Inschrijver creëren van werkgelegenheid voor arbeidsdeelname van werkzoekenden die staan ingeschreven bij het UWV werkbedrijf, en/of door arbeidsdeelname van mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt krijgt veel aandacht.

De Opdrachtnemer levert een bijdrage aan Social Return waar dit in redelijkheid te realiseren is. Hierbij is sprake van een inspanningsverplichting.

Daartoe dient de Inschrijver een gesprek aan te gaan met het werkgeversteam van de gemeenten om te streven naar de invulling van een afspraak over SROI op de juiste maat. Het initiatief tot dit gesprek wordt genomen door het werkgeversteam van de gemeenten. Door in te schrijven gaat Inschrijver akkoord met deze voorwaarde waaraan na gunning uitwerking wordt gegeven.

18Na afsluiting van het boekjaar verstrekt Opdrachtnemer aan Opdrachtgever (per Gemeente) een productieverantwoording over de uitgevoerde werkzaamheden, in het format zoals landelijk afgestemd en gepubliceerd op website i-Sociaaldomein. Deze productieverantwoording dient vóór 1 april van het opvolgend kalenderjaar bij opdrachtnemer te zijn ingediend. Indien Opdrachtnemer voor de geleverde Wmo maatwerkvoorzieningen een totale jaaromzet heeft kleiner dan €125.000 dan is geen controleverklaring van haar accountant vereist.

19Opdrachtnemer neemt deel aan leveranciersgesprekken (voortgangsoverleg). Deze gesprekken vinden in principe eens per half jaar plaats, maar de Opdrachtgever kan de frequentie naar boven of beneden bijstellen als de situatie zich hiertoe leent, met een minimum van één en een maximum van vier gesprekken per jaar.

20Opdrachtnemer maakt integraal gebruik van de landelijk gedefinieerde administratieve- en informatiestandaarden voor i-Wmo berichtenverkeer. Nadere invulling van afspraken daarover zijn opgenomen in Bijlage 2 Administratieprotocollen en i-Wmo

21Opdrachtnemer werkt mee aan de administratieve uitvoering die benodigd is voor de inhouding van de eigen bijdragen die wettelijk van toepassing zijn. De eigen bijdragen worden (landelijk) door het CAK geïnd. Dit is in een Algemene Maatregel van Bestuur vastgelegd. Opdrachtnemer geeft voor de Maatwerkvoorzieningen Maatschappelijke deelname (MD 1,2 en 3 inclusief eventueel toegekend vervoer), Thuisplus Maatwerk en Kortdurend verblijf, binnen 4 weken na het aflopen van de betreffende periode, de gegevens van de Cliënt en de door de gemeenten Achtkarspelen en Achtkarspelen vergoede tarieven door aan het CAK conform de door het CAK aangegeven digitale interfacestandaard. Eventuele hieruit voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de Opdrachtnemer. Voor de overige maatwerkvoorzieningen worden de gegevens door Opdrachtgever aan het CAK verstrekt.

22De medewerkers van de Opdrachtnemer die contact hebben met Cliënten beschikken over een aanvaardbare beheersing van de Nederlandse taal in woord en geschrift en zijn in ieder geval in staat de Friese taal te verstaan. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dienen de medewerkers van de Opdrachtnemer probleemloos te kunnen communiceren met cliënten die zich in de Friese taal (wensen te) uiten. Cliënten krijgen in voorkomende gevallen een medewerker toegewezen die de Friese taal in elk geval passief beheerst. Voor specifieke percelen kan van deze eis worden afgeweken.

9Perceelspecifieke eisen

Voor alle percelen van de maatwerkvoorzieningen die betrekking hebben op ondersteuning Zelfstandig Leven 1 tot en met 5 in de zware complexiteit geldt dat de begeleiding wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal HBO denk en werkniveau VVT, MWD, GGZ of een vergelijkbare richting. Daar waar de situatie van de cliënt en de inhoudelijke complexiteit van de ondersteuningsbehoefte dit toestaan, is het toegestaan de begeleiding (deels) uit te voeren door een professional van minimaal MBO 4 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting. De kwaliteit van ondersteuning en veiligheid van de cliënt mogen hierdoor niet in gevaar komen.

9.1 Zelfstandig Leven

9.1.1Zelfstandig Leven 1

Licht:

Begeleiding Zelfstandig Leven 1 Licht wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 3 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Midden:

Begeleiding Zelfstandig Leven 1 Midden wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 4 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Zwaar:

Begeleiding Zelfstandig Leven 1 Zwaar wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal HBO denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

9.1.2Zelfstandig Leven 2

Licht:

Begeleiding Zelfstandig Leven 2 wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 3 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Midden:

Begeleiding Zelfstandig Leven 2 Midden wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 4 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Zwaar:

Begeleiding Zelfstandig Leven 2 Zwaar wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal HBO denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

9.1.3Zelfstandig Leven 3

Licht:

Begeleiding Zelfstandig Leven 3 Licht wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 3 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Midden:

Begeleiding Zelfstandig Leven 3 Midden wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 4 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Zwaar:

a) Begeleiding Zelfstandig Leven 3 Zwaar wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal HBO denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

9.1.4Zelfstandig Leven 4

Licht:

Begeleiding Zelfstandig Leven 4 Licht wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 3 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Midden:

Begeleiding Zelfstandig Leven 4 Midden wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 4 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Zwaar:

Begeleiding Zelfstandig Leven 4 Zwaar wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal HBO denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

9.1.5Zelfstandig Leven 5

Licht:

Begeleiding Zelfstandig Leven 5 Licht wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 3 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Midden:

Begeleiding Zelfstandig Leven 5 Midden wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 4 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Zwaar:

Begeleiding Zelfstandig Leven 5 Zwaar wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal HBO denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

9.1.6Zelfstandig Leven 8, 9, 10 en 11

Voor de voorzieningen Zelfstandig Leven 8, 9 en 10 gelden geen aanvullende specifieke eisen.

Aanvullende eisen Zelfstandig Leven 11 – Huishoudelijke Hulp Plus Licht, Midden, Zwaar:

Bij toewijzing van Zelfstandig Leven 11 Licht, Midden of Zwaar kan er sprake zijn een ondersteuningsbehoefte bij het voeren van regie óf een situatie waarbij de hulpverlener kennis moet hebben van het ziektebeeld van de cliënt. In deze situaties wordt Huishoudelijke Hulp Plus (Licht, Midden of Zwaar) uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 4 denk en werkniveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

9.2Maatschappelijke Deelname

9.2.1Maatschappelijke Deelname 1, 2 en 3

Licht:

De voorziening wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal MBO 3 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Midden:

De voorziening wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal MBO 4 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen Zwaar:

De voorziening wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal HBO denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

9.3Zelfstandig Leven 12 – ThuisPlus Maatwerk

Aanvullende eisen voor de inzet van basis begeleiding:

Basis begeleiding als onderdeel van de maatwerkvoorziening ThuisPlus Maatwerk wordt uitgevoerd door een professional van minimaal MBO 4 denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

Aanvullende eisen voor de inzet van specialistische begeleiding:

Specialistische begeleiding als onderdeel van de maatwerkvoorziening ThuisPlus Maatwerk wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een professional met minimaal HBO denk en werk niveau VVT, WMD, GGZ of een vergelijkbare richting.

9.4Kortdurend Verblijf

De mantelzorger van de Cliënt is tijdelijk ontlast van ondersteuningstaken.

•Er geldt een maximum van 3 etmalen per week dat achtereen ingezet kan worden. Cliënten mogen dit wel opsparen tot maximaal 3 weken (21 dagen) aaneengesloten.

•De noodzakelijke levering van andere vormen van Wmo-ondersteuning (individuele begeleiding, dagbesteding, ondersteuning bij zelfzorg) en eventuele ondersteuning uit andere wetten (bijv. wijkverpleging) gedurende het kortdurend verblijf blijft de verantwoordelijkheid van de vaste zorgaanbieder – maar vindt dus mogelijk plaats op de locatie van de zorgaanbieder die kortdurend verblijf levert. Het uitgangspunt is dus Kortdurend verblijf zonder persoonlijke verzorging.

•Wanneer de mantelzorger of gebruikelijke hulp noodzakelijke persoonlijke verzorging en ondersteuning biedt aan de cliënt en hiervoor geen professionele ondersteuning aanwezig is, dan wordt deze persoonlijke verzorging en ondersteuning onderdeel van het kortdurend verblijf. Hier wordt Kortdurend verblijf met persoonlijke verzorging ingezet.

•Kortdurend verblijf/respijtzorg onder de Wmo kan alleen wanneer er geen indicatie is voor de WLZ of een aanspraak op de ZVW in het kader van een opname (Wmo 2015, art. 1.1.1.) Sommige zorgverzekeraars vergoeden respijtzorg (Wmo) geheel of gedeeltelijk binnen de aanvullende verzekering.

•De ondersteuning vanuit de ZVW, persoonlijke verzorging en/of verpleging, blijft ook tijdens de opname in het kader van KDV, gefinancierd worden vanuit de ZVW.

Bijlage 3: Objectief Normenkader en maatstaf Huishoudelijke Hulp

Objectief Normenkader en maatstaf Huishoudelijke Hulp

In deze bijlage staat de onderbouwing voor de bouwstenen Huishoudelijke Hulp. Deze onderbouwing is gebaseerd op onafhankelijk onderzoek uitgevoerd voor Achtkarspelen en Tytstjerksteradiel, waarbij tevens gebruik is gemaakt van onafhankelijke onderzoeksrapporten voor andere gemeenten met dezelfde beleidskaders voor Huishoudelijke Hulp.

De tabellen hieronder beschrijven de basis-activiteiten en incidentele activiteiten voor resultaatgebied Schoon Huis. Niet elke cliënt heeft voor elk van deze activiteiten altijd professionele ondersteuning nodig.

Code

Basisactiviteiten Schoon huis

Vertrekken

A1

Stof afnemen hoog

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

A2

Stof afnemen midden

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

A3

Stof afnemen laag

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

A4

Opruimen

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

A5

Stofzuigen

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree, trap

A6

Dweilen

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

A7

Afval opruimen

Woonkamer, keuken, wc/badkamer

A8

Bed verschonen /opmaken

slaapkamer

A9

keukenblok - buitenkant reinigen

keuken

A10

keukenapparatuur reinigen

keuken

A11

Badkamer reinigen

badkamer

A12

Toilet reinigen

Badkamer / wc

Code

Incidentele activiteiten Schoon huis

Vertrekken

I1

Gordijnen wassen

woonkamer, slaapkamer, keuken

I2

Reinigen lamellen / luxaflex

woonkamer, slaapkamer, keuken

I3

Ramen wassen binnen

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

I4

Deuren / deurposten

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

I5

Radiatoren afnemen

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

I6

Meubels afnemen

Woonkamer, slaapkamer, keuken, wc/badkamer, hal - entree

7

Matras draaien

Slaapkamer

I8

Keukenblok - binnenkant (in de keukenkastjes, koelkast, vriezer, oven/magnetron)

Keuken

I9

Afzuigkap

Keuken

I10

Tegelwand

Badkamer, Keuken

I11

Bovenkant keukenkastjes

Keuken

De tabel hieronder beschrijft de activiteiten voor het resultaatgebied Schone Kleding en Linnen. Niet elke cliënt heeft voor elk van deze activiteiten altijd professionele ondersteuning nodig.

Code

Schone Kleding en Linnen

K1

Kleding en linnen sorteren en wassen in wasmachine

K2

Was uitnemen en drogen in droogmachine of uithangen

K3

Vouwen, strijken (optioneel), opbergen

8Strijken is niet altijd nodig, maar leidt naast kreukvrije kleding ook tot verhoogde hygiëne en moet om die reden in voorkomende gevallen afdwingbaar zijn. Bij het vaststellen van de norm en maatstaf voor deze bouwsteen wordt meegerekend dat bij een deel van de cliënten wordt gestreken.

De tabel hieronder beschrijft de activiteiten resultaatgebied Maaltijdverzorging. Niet elke cliënt heeft voor elk van deze activiteiten altijd professionele ondersteuning nodig.

Code

Maaltijdverzorging

M1

Boodschappen doen

9Er zijn diverse voorliggende voorzieningen voor boodschappen doen, en dit deelaspect wordt enkel toegewezen als er geen andere mogelijkheid is om hierin te voorzien.

M2

Broodmaaltijd klaarzetten

M3

Tafel dekken en afruimen

M4

Koffie/thee zetten

M5

Afwassen (machinematig) en opruimen

M6

Warme maaltijd opwarmen en opdienen

9.5Bepaling maatstaven

Alle maatstaven hieronder zijn overgenomen uit objectieve onderzoeksrapporten (ons ‘referentie-onderzoek’) uitgevoerd voor andere gemeenten met dezelfde systematiek en uitgangspunten van de resultaatgebieden. De maatstaven zijn bepaald op basis van het vaststellen van een objectieve norm door experts: hoe vaak moeten bepaalde activiteiten worden uitgevoerd? Vervolgens is gemeten hoelang het uitvoeren van deze activiteiten duurt bij volledige overname. Bij deze uitkomsten wordt indirecte tijd opgeteld, en vervolgens worden weegfactoren meegerekend: bijvoorbeeld dat niet bij elke cliënt álle activiteiten moeten worden overgenomen. De resulterende maatstaf-tijden zijn dus gemiddelden, en de daadwerkelijk benodigde tijd zal bij een deel van de cliënten iets hoger liggen (als alles moet worden overgenomen in het betreffende resultaatgebied) óf lager liggen (als slechts een deel van de activiteiten moet worden overgenomen).

Wij wijken gemotiveerd af van de vastgestelde maatstaven als naar onze inschatting de situatie in Achtkarspelen en Achtkarspelen niet volledig vergelijkbaar is met die in de steden waarvoor het referentie-onderzoek is uitgevoerd.

9.6Norm en maatstaf Schoon Huis

Voor dit resultaatgebied wordt aangesloten bij onderzoeken van HHM voor respectievelijk de gemeente Amsterdam en (HHM samen met KPMG Plexus) gemeente Utrecht. Tevens zijn resultaten vergeleken met onderzoek voor de gemeente ‘s Hertogenbosch.

Elk deelaspect wordt in een normale thuissituatie met een bepaalde frequentie per leefvertrek in het huis (woonkamer, keuken, hal en ruimtes waarin wordt geslapen) uitgevoerd om vervuiling te voorkomen. De onderstaande tabel geeft deze norm: de norm omvat álle regels in de tabel – dus per ruimte elke genoemde basisactiviteit en bijbehorende frequentie. Uit het ‘Amsterdamse’ onderzoek volgt dat al deze activiteiten samen met 104 uur per jaar kunnen worden bereikt. Zie voor volledige onderbouwing van de maatstaf de onderzoeksrapporten

•Onderzoek Maatstaf hulp bij het huishouden, Gemeente Amsterdam, HHM, 28 februari 2017

•Normering van de basisvoorziening Schoon Huis, Gemeente Utrecht, KPMG Plexus & HHM, 12 augustus 2016

Ruimte

Basisactiviteit

Expertnorm

Woonkamer

Stof afnemen hoog

1x per 2 weken

Stof afnemen midden

1x per week

Stof afnemen laag

1x per week

Opruimen

1x per week

Stofzuigen

1x per week

Dweilen

1x per 2 weken

Slaapkamer

Stof afnemen hoog

1x per 6 weken

Stof afnemen midden

1x per week

Stof afnemen laag

1x per week

Opruimen

1x per week

Stofzuigen

1x per week

Dweilen

1x per 4 weken

Bed verschonen of opmaken

1x per 2 weken

Keuken

Stofzuigen

1x per week

Dweilen

1x per week

Keukenblok (buitenzijde) incl. tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, evt. tafel

1x per week

keukenapparatuur (buitenzijde)

1x per week

Afval opruimen

1x per week

Sanitair

Badkamer schoonmaken

1x per week

Toilet schoonmaken

1x per week

Hal

Stof afnemen hoog

1x per week

Stof afnemen midden

1x per week

Stof afnemen laag

1x per week

Stofzuigen

1x per week

Dweilen

1x per 2 weken

Ruimte

Incidentele activiteiten

Expertnorm

Woonkamer

Gordijnen wassen

1x per jaar

Reinigen lamellen / luxaflex

2x per jaar

Ramen binnenzijde

4x per jaar

Deuren / deurposten nat afdoen

1x per 8 weken

Meubels afnemen (droog/nat)

1x per 8 weken

radiatoren afnemen

2x per jaar

Slaapkamer

Gordijnen wassen

1x per jaar

Reinigen lamellen / luxaflex

2x per jaar

Ramen binnenzijde

4x per jaar

Deuren / deurposten nat afdoen

2x per jaar

radiatoren afnemen

2x per jaar

matras draaien

2x per jaar

Keuken

Gordijnen wassen

1x per jaar

Reinigen lamellen / luxaflex

3x per jaar

Ramen binnenzijde

4x per jaar

Deuren / deurposten nat afdoen

1x per 8 weken

Radiatoren afnemen

3x per jaar

Keukenkastjes (binnenzijde)

2x per jaar

Koelkast (binnenzijde)

3x per jaar

Oven/magnetron (binnenzijde)

4x per jaar

Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid)

1x per jaar

Afzuigkap reinigen (binnenzijde) vaatwasserbestendig

2x per jaar

Afzuigkap reinigen (binnenzijde) niet vaatwasserbestendig

2x per jaar

Bovenkant keukenkastjes

1x per 6 weken

Tegelwand (los van keukenblok)

2x per jaar

Sanitair

Radiatoren afnemen

2x per jaar

Tegelwand badkamer afnemen

4x per jaar

Gordijnen wassen

1x per jaar

Ramen binnenzijde

4x per jaar

Reinigen lamellen / luxaflex

3x per jaar

Hal

Trap stofzuigen

1x per 4 weken

radiatoren afnemen

2x per jaar

Deuren / deurposten nat afdoen

2x per jaar

9.7Norm en maatstaf Schone Kleding en Linnen

Voor dit resultaatgebied wordt aangesloten bij onderzoek van de gemeente Amsterdam. Zie voor volledige onderbouwing van de maatstaf het onderzoeksrapport Onderzoek Maatstaf hulp bij het huishouden, Gemeente Amsterdam, HHM, 28 februari 2017.

Resultaat

Activiteit

Expertnorm

Beschikken over Schone Was

Wasgoed sorteren

1x per week

Behandelen van vlekken

5x per 2 weken (indien nodig)

Was in de machine stoppen en aanzetten

5x per 2 weken

Wasmachine leeghalen

5x per 2 weken

Sorteren naar droger of waslijn

5x per 2 weken

Was in de droger stoppen

5x per 2 weken

Droger leeghalen

5x per 2 weken

Was ophangen

5x per 2 weken

Was afhalen

5x per 2 weken

Was opvouwen

5x per 2 weken

Was strijken

1x per week

Was opbergen/opruimen

5x per 2 weken

Voor het vaststellen van een maatstaf voor tijdsduur weegt mee dat machinaal drogen (in voorkomende gevallen mogelijk) tijdwinst oplevert. Uit het onderzoek volgt dat het volledig overnemen van alle activiteiten neerkomt op een inzet van 62 minuten per week. Vervolgens wordt meegewogen dat de cliënt een deel van de activiteiten nog zelf kan uitvoeren, en dat soms het sociale netwerk kan worden ingezet voor een deel van de activiteiten. Na meewegen van deze factoren volgt een maatstaf voor dit resultaatgebied van 38 minuten per week.

Factoren die van invloed zijn op deze norm: fysieke beperkingen zoals incontinentie, nachtzweten en veel knoeien met eten en drinken; andere medische aandoeningen; de omvang en samenstelling van het huishouden; besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemotherapie of Noro-virus) en het dragen van strijkvrije kleding.

Lokale factoren

Gesprekken met medewerkers uit de dorpenteams van Achtkarspelen en Achtkarspelen bevestigen dat in veel gevallen slechts een deel van de taken moet worden overgenomen. Het verzamelen en sorteren van was, en het inruimen van een wasmachine lukt dan wel zelf, maar het uithalen en ophangen van de vochtige was lukt niet. Tevens is er variatie in de mate waarin de cliënt strijken van kleding noodzakelijk acht. Toch wordt de Amsterdamse norm erg beperkt geacht, en wordt deze omhoog bijgesteld naar 45 minuten per week.

9.8Norm en maatstaf Maaltijdvoorziening

Voor dit resultaatgebied wordt aangesloten bij onderzoek van de gemeente Amsterdam. Omdat de gemeenten Achtkarspelen en Achtkarspelen vanuit geografisch perspectief behoorlijk afwijken van de gemeente Amsterdam, achten wij de tijdsbesteding volgend uit het Amsterdamse onderzoek voor boodschappen doen niet geheel representatief. Deze maatstaf wordt naar boven bijgesteld om grotere afstand tussen woonruimte en winkels te compenseren. Zie voor volledige onderbouwing van de maatstaf het onderzoeksrapport Onderzoek Maatstaf hulp bij het huishouden, Gemeente Amsterdam, HHM, 28 februari 2017.

Voor het beschikken over boodschappen volgt uit het Amsterdamse onderzoek een wekelijkse tijdsbesteding van 41 minuten. Om ruimere afstand van woonruimte naar winkels in Achtkarspelen en Achtkarspelen te compenseren, wordt deze norm naar boven bijgesteld naar 50 minuten.

Voor maaltijden bereiden, opdienen, afruimen en afwassen volgen uit het Amsterdamse onderzoek de volgende normtijden:

-Broodmaaltijd opdienen: 15 minuten

-Opwarmen maaltijd: 15 minuten

-Indirecte tijd per bezoek: 5 minuten

Amsterdam berekent een vaste tijd per maaltijd per jaar, omdat het aantal maaltijden per week waarbij een cliënt ondersteuning nodig heeft in grote mate varieert.

De CIZ Wmo-richtlijn hanteert voor deze deelaspecten de volgende maatstaf:

-Broodmaaltijd opdienen: 15 minuten per keer

-Warme maaltijd opdienen: 30 minuten per keer

De norm in het CIZ-indicatieprotocol gaat hierbij uit van het koken van een warme maaltijd. Gezien het aanbod van kant-en-klare maaltijden wordt hier van afgeweken en wordt uitgegaan van het opwarmen van een kant-en-klare maaltijd. Dit kost tevens minder tijd – om deze reden is de norm van het CIZ voor de warme maaltijd naar beneden bijgesteld tot 20 minuten per maaltijd.

In het kader van het verzorgen van maaltijden kan een indirecte tijd van 5 minuten per bezoek worden opgeteld, omdat maaltijden klaarzetten niet altijd gecombineerd kan worden met andere activiteiten.

Resulterend afwegingskader Maaltijdverzorging:

Deelaspect

Activiteiten

Frequentie (norm)

Maatstaf 8KTD

Boodschappen

Boodschappen doen en opslaan

1x per week

50minuten per week

Broodmaaltijd

Tafel dekken en afruimen, broodmaaltijd klaarzetten, afwassen, koffie/thee zetten

Maatwerk

15min per keer

Warme maaltijd

Tafel dekken en afruimen, warme maaltijd opwarmen, afwassen, koffie/thee zetten

Maatwerk

20min per keer

Indirecte tijd maaltijden verzorgen

Alle indirecte tijd per bezoek

Per bezoek

5min per keer

9.9Huishoudelijke hulp Plus

Er zijn voor elke bouwsteen Huishoudelijke Hulp omstandigheden mogelijk die van invloed zijn op de benodigde inzet om de resultaten te bereiken. Bij het bepalen van de normtijden is al rekening gehouden met verlichtende omstandigheden, maar bij aantoonbare verzwarende omstandigheden voldoen de normtijden niet. Wij onderscheiden diverse verzwarende omstandigheden, die elk afzonderlijk óf in combinatie kunnen voorkomen. Als er sprake is van één of meerdere verzwarende omstandigheden dan kan een plusmodule worden ingezet. De tabel hieronder maakt duidelijk welke verzwarende omstandigheden worden onderscheiden en wat de impact is op de maatstaven voor de bouwstenen HH.

Verzwarende omstandigheid

Impact Schoon Huis

Impact Schone Kleding

Overige impact

Extra hygiëne

50% extra tijd

-

-

Extra snel vervuilen

50% extra tijd

50% extra tijd

-

Regie-vraagstuk

Rekentarief 2

Rekentarief 2

30minuten extra tijd per week

Kennis nodig van ziektebeeld cliënt

Rekentarief 3

Rekentarief 3

-

De extra vergoeding bij verzwarende omstandigheden voor de extra benodigde tijd en/of inzet van een hoger gekwalificeerde (en ingeschaalde) hulp hangt af van de bouwstenen die ingezet zijn. De onderstaande tabel geeft weer welke plusmodule aan de orde is bij welke (combinatie van) bouwstenen en (combinatie van) verzwarende omstandigheden.

Kennis ziektebeeld

extra hygiëne

extra vervuiling

regie

combinaties

Schoon huis

Licht

Licht

Licht

Licht

Midden

Schoon Huis + kleding

Midden

Midden

Midden

Midden

Zwaar

Bijlage 4 : Kwaliteitskaders bij Wmo maatwerkvoorzieningen

Kwaliteitskaders bij Wmo maatwerkvoorzieningen

Voor de inhoud van dit schriftelijke kwaliteitsplan sluiten we aan bij de wettelijke kwaliteitseisen zoals die beschreven zijn in de Wmo. De aanbieder beschrijft hoe de uitwerking van de kwaliteitseis wordt vormgegeven. Hiermee wordt bedoeld dat de aanbieder beschrijft in welke mate de uitwerking van toepassing is en op welke wijze de uitwerking gerealiseerd wordt.

Wettelijke

Kwaliteitseis

Uitwerking

1De voorziening is doelmatig, doeltreffend en cliënt gericht (art. 3.1, tweede lid sub a, Wmo).

1.1 Er is een plan waaruit blijkt wat de kansen/mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften zijn van de cliënt en welke voorziening wordt geboden. Een signaleringsplan is eventueel opgesteld waarin signalen die duiden op mogelijke decompensatie of andere incidenten/calamiteiten worden vastgelegd.

1.2. De cliënt heeft zijn/haar ondersteuningsvraag kunnen formuleren, is betrokken bij het opstellen van het plan, wat zijn/haar instemming heeft. Cliënt voert zoveel als mogelijk de regie. Het sociale netwerk van cliënt is eveneens betrokken bij het opstellen van het plan.

1.3 De op basis van het plan verleende ondersteuning wordt regelmatig besproken en zo nodig bijgesteld.

1.4 De op basis van de voorziening geboden ondersteuning sluit aan op de reële behoefte en mogelijkheden van de cliënt en zijn/haar sociale netwerk (waaronder evt. mantelzorgers).

1.5 In de ondersteuning wordt gewerkt aan zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie cq voorkomen van sociale uitsluiting.

1.6 Er wordt gewerkt richting uitstroom van cliënten. Indien van toepassing is er sprake van afschaling en/of wordt gewerkt aan uitstroom, bijvoorbeeld richting een vervolgtraject.

2De voorziening is veilig (art. 3.1, tweede lid sub a, Wmo).

2.1 De fysieke en sociale veiligheid van de cliënt is in kaart gebracht en er wordt daarmee voldoende rekening gehouden bij de geboden voorziening.

2.2 De beroepskracht heeft eventuele veiligheidsrisico’s gesignaleerd en geanalyseerd.

2.3 Eventuele veiligheidsrisico’s en zijn/haar eigen verantwoordelijkheid zijn besproken met de cliënt en zijn/haar sociale netwerk.

2.4 Indien wordt afgeweken van de risicoanalyse, wordt dit gemotiveerd en besproken met de cliënt en zijn/haar sociale netwerk.

2.5 De organisatie heeft actuele werkinstructies en handelingsprotocollen; bijvoorbeeld een agressieprotocol en medicatieprotocol – indien van toepassing.

2.6 De organisatie heeft afspraken gemaakt over het gebruik van alcohol en verdovende middelen.

2.7 De organisatie kent een brandveiligheids- en ontruimingsplan.

2.8 Er is beleid, inclusief visie, rondom vriendschap, intimiteit, seksualiteit en seksueel grensoverschrijdend gedrag, preventie van seksueel misbruik en het melden van seksueel misbruik.

3De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp (art. 3.1, tweede lid sub b, Wmo).

3.1 De aangeboden voorziening is voldoende afgestemd op andere vormen van geboden hulp en zorg (voor afstemming op reële behoefte cliënt zie 1.)

3.2 In geval van meervoudige, complexe problematiek is één regisseur of coördinator aangewezen die de nodige samenhang en continuïteit bewaakt.

3.3 Met andere hulp- en zorgverleners vindt afstemming en de noodzakelijke gegevensuitwisseling plaats. Dit wordt regelmatig besproken met de cliënt en zijn/haar sociale netwerk en worden zo nodig bijgesteld.

4De voorziening wordt verstrekt in overstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid o.b.v. de professionele standaard (art. 3.1, tweede lid sub c, Wmo)

4.1 De door de aanbieder in het kader van de geboden voorziening aangewezen beroepskracht is vakbekwaam.

4.2 De aanbieder biedt de in het kader van de geboden voorziening aangewezen beroepskracht passende scholing.

4.3 De aanbieder heeft passend beleid ontwikkeld op het punt van:

-kwaliteitszorg (ten aanzien van de te leveren ondersteuning);

-personeelsbeleid, waaronder een verantwoorde inzet van vrijwilligers;

-opleiding en scholing;

-de melding van calamiteiten en (gewelds)incidenten en het daaruit trekken van lessen;

-de melding van huiselijk geweld en kindermishandeling;

-de omgang met en de uitwisseling van (gevoelige) persoonsgegevens;

-de afhandeling van klachten (o.b.v. een klachtregeling);

-cliëntparticipatie (o.b.v. een regeling voor medezeggenschap).

De aanbieder reflecteert op dit beleid, evalueert dit en stelt het zo nodig bij.

4.4 De organisatie werkt met effectieve interventies, best practices en good practices. Waarbij ruimte is voor professionele autonomie en innovatie van de ondersteuning.

5De voorziening wordt verstrekt met respect en in achtneming van de rechten van de cliënt (art. 3.1, tweede lid sub d, Wmo)

5.1 De bejegening door de beroepskracht van de cliënt is passend en correct.

5.2 De aanbieder houdt zich in het kader van de leveren ondersteuning aan de toepasselijke wettelijke voorschriften (w.o. bescherming persoonlijke levenssfeer).

5.3 De organisatie neemt eventuele klachten in behandeling en handelt die tijdig en passend af.

5.4 De organisatie organiseert een vorm van cliëntparticipatie cq cliëntmedezeggenschap.

6Algemeen

6.1 De aanbieder richt zich aantoonbaar op handhaving of verbetering van kwaliteit van de ondersteuning door een verbetercyclus in te richten. Tevens wordt geïnvesteerd in vernieuwingen en ontwikkelingen van de zorg. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar kansen en verbetermogelijkheden. Audit, risico-inventarisaties, cliënt- en medewerkerstevredenheidsonderzoeken kunnen als input dienen.

6.2 De organisatie zet wanneer mogelijk ervaringsdeskundigen in.

Bijlage 5: Richtlijnen maatwerkvoorzieningen ‘Zelfstandig Leven’ en ‘Maatschappelijke Deelname’

1In opdracht van de gemeenten Achtkarspelen en Achtkarspelen

2.Voorwoord

In dit document is, in opdracht van de gemeente Achtkarspelen, een beoordelingskader gemaakt voor de maatwerkvoorzieningen ‘Zelfstandig leven’ en ‘Maatschappelijke deelname’.

Op het verzoek van de gemeente is het document ‘Achtergronden bij Resultaatgerichte maatwerkvoorzieningen’ gebruikt als referentiekader voor deze opdracht.

In hoofdstuk 1 wordt een korte beschrijving gegeven over het ondersteuningsplan en de 7 leefgebieden die daarin verwerkt worden.

Hoofdstuk 2 en 3 gaan dieper in op de maatwerkvoorzieningen ‘Zelfstandig Leven’ en ‘Maatschappelijk Deelname’. Deze hoofdstukken beschrijven welke resultaten en sub resultaten vallen onder deze maatwerkvoorzieningen. Daarnaast bevatten de hoofdstukken een beoordelingskader dat gebruikt kan worden bij het bepalen van de complexiteit van de maatwerkvoorziening.

In de bijlage staat een beschrijving van de huidige indicatiestelling van het Centrum Indicatiestelling Zorg(CIZ) en de specifieke toegangscriteria van de AWBZ-functie Begeleiding.

De MO-zaak

1.Ondersteuningsplan

De Wmo heeft als doel het vergroten en/of op peil houden van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van burgers. Het behalen van deze doelen is primair de verantwoordelijkheid van de burgers zelf. De gemeenten Achtkarspelen en Achtkarspelen hanteren dan ook het uitgangspunt dat de burger zelf de regie heeft en houdt over zijn leven. Daar waar een burger ondersteuning nodig heeft, helpt de gemeente bij het opstellen en uitvoeren van een ondersteuningsplan.

De gemeenten werken in de Wmo met een regisseursmodel. In dit model stelt de burger samen met een ondersteuner een persoonlijk ondersteuningsplan op. Vertrekpunt voor het opstellen van dit plan is de persoonlijke situatie en leefomgeving van de burger. Welke problemen ervaart de burger en welke kansen zijn er om deze op te lossen? Hierbij staat de vraag wat nodig is om de problemen op het gebied van zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie te compenseren centraal.

Een ondersteuningsplan beschrijft het resultaat dat een burger wil bereiken en de ondersteuning die ingezet wordt omdat mogelijk te maken. De burger en zijn ondersteuner zijn vrij om die ondersteuning in te richten door de eigen kracht van de burger te benutten, gebruik te maken van informele zorg en door algemene voorzieningen of een maatwerkvoorziening in te zetten. Zo kan het ondersteuningsplan voor iedere burger individueel op maat gemaakt worden.

Maatwerkvoorzieningen kunnen onderdeel zijn van een ondersteuningsplan. De maatwerkvoorzieningen worden echter niet per burger getarifeerd en ingekocht. Het regisseursmodel werkt met een ‘catalogus’ met vooraf gedefinieerde en gecontracteerde maatwerkvoorzieningen.

In het ondersteuningsplan is geregeld welke maatwerkvoorzieningen geleverd moeten worden (het “wat”). De exacte invulling van een maatwerkvoorziening (het “hoe”) bepaalt een aanbieder zelf. Alleen de zorgaanbieder heeft hier immers de benodigde kennis voor. Om de aanbieders voldoende handelingsruimte te bieden zijn de maatwerkvoorzieningen zoveel mogelijk aan de hand van resultaten gedefinieerd. Het is dan ook mogelijk dat verschillende aanbieders een andere invulling geven aan dezelfde maatwerkvoorziening.

Wanneer een ondersteuningsplan is opgesteld en goedgekeurd kiezen burger en ondersteuner voor elke maatwerkvoorziening die in het plan is opgenomen uit de gecontracteerde aanbieders.

4.7 leefgebieden

In het ondersteuningsplan wordt dieper ingegaan op de 7 leefgebieden van MO visie. Door de leefgebieden van de burger in kaart te brengen, kan de burger worden geholpen bij het in kaart brengen van de eigen kracht van de burger.

Leefgebied ‘Zingeving’

Bij dit leefgebied gaat het over de drijfveren, de betekenis, de dromen en verlangens, de cultuur en de waarden, de spiritualiteit en de motivatie die een burger heeft.

Vragen die hierbij centraal staan, zijn;

-Wat vindt u belangrijk in het leven?

-Waar komt u ’s morgens uw bed vooruit?

-Hoe zou u willen dat uw leven er uitziet over een aantal jaren?

-Waar bent u het meest trots op in uw leven?

Leefgebied ‘Wonen’

Bij dit leefgebied staat de huisvesting, de buurt/wijk, het vervoer en de huishoudelijke dagelijks levensverrichtingen centraal.

Vragen die hierbij gesteld kunnen worden, zijn:

-Wat vindt u prettig aan uw woonsituatie?

-Welke huishoudelijke taken gaan u gemakkelijk af?

-Welke plekken, voorzieningen of activiteiten in de buurt zijn belangrijk voor u?

-Wat zou het wonen prettiger voor u maken?

Leefgebied ‘Financiën’

Bij dit leefgebied staan het inkomen, de uitgaven, het bestedingspatroon, de administratie, de verzekeringen en de financiële zorg voor anderen centraal.

Vragen die hierbij centraal staan, zijn:

-Wat doet uzelf aan uw eigen administratie?

-Wat hebt u nodig om schulden te voorkomen?

-Wat vindt u belangrijk als het gaat om geld en verzekeringen?

Leefgebied ‘Sociale relaties’

Bij dit leefgebied wordt dieper ingegaan op het gezin, de familie, de relaties en vrienden, buurtgenoten, professionele contacten, sociale vaardigheden en sociale media.

Vragen die hierbij gesteld kunnen worden, zijn:

-Welke mensen zijn belangrijk voor u?

-Welke contacten zijn u tot steun?

-Wat hebt u nodig om nieuwe relaties aan te gaan?

Lichamelijke gezondheid

Bij dit leefgebied staan eten, drinken, sporten, bewegen, zelfzorg, fysieke conditie, ziekte en handicap centraal. Vragen die hierbij gesteld kunnen worden, zijn:

-Waar krijgt u energie van?

-Wat doet u om u gezond te voelen?

-Wat betekent gezondheid voor u?

-Wat helpt u om u fit te voelen?

Psychische gezondheid

Bij dit leefgebied staan welbevinden, zelfzorg, autonomie, ziekte en handicap centraal.

Vragen die hierbij centraal staan, zijn:

-Waar krijgt u plezier of energie van?

-Wat helpt u in het omgaan met stress, ziekte of handicap?

-Wat hebt u nodig om u gelukkiger te voelen?

Werk en activiteiten

Bij dit leefgebied staan (on)betaald werk, dagactiviteiten, opleidingen en scholing en vrijetijdsbesteding centraal.

Vragen die hierbij gesteld kunnen worden, zijn:

-Waar wordt u enthousiast van?

-Welke vaardigheden bezit u?

-Wat doet u het liefste in uw vrijetijd?

5.Aanvullende vragen leefgebied vragen

Om een goede afweging te maken bij de toegangsbepaling van een maatwerkvoorziening dienen nog een aantal extra zaken in kaart te worden gebracht bij de volgende leefgebieden.

Aanvullende vragen leefgebied Lichamelijke gezondheid

-Hoe verloopt het ziektebeeld van de burger? Is er verbetering te verwachten?

-Heeft de burger ziekte-inzicht?

-Is er nog andere professionele zorg nodig of aanwezig?

-Is er een noodzaak tot acuut handelen (fysiek en/of op gedrag)?

Aanvullende vragen leefgebied Psychische gezondheid

-Hoe verloopt het ziektebeeld van de burger? Is er verbetering te verwachten?

-Heeft de burger ziekte-inzicht?

-Is er sprake van verslavingsproblematiek? Is er sprake van schuldenproblematiek? Is er sprake van overlast van de buurt door het gedrag van de burger?

-Is er nog andere professionele zorg nodig of aanwezig?

-Is er een noodzaak tot acuut handelen (fysiek en/of op gedrag)?

-Is er sprake van onaangepast gedrag? Is er sprake van gedragsproblemen die in groepsverband overlast kunnen opleveren?

Aanvullende vragen leefgebied Werk en activiteiten

-In hoeverre is er noodzaak tot structuur tijdens de dagbesteding? In hoeverre dient de invulling van de dagbesteding vast te liggen? Is er noodzaak voor een vaste structuur waarin tijden en activiteiten vastliggen of is een globale invulling met doelstellingen voldoende?

-In hoeverre is begeleiding nodig tijdens de dagbesteding? Kan de begeleiding groepsgericht zijn of is individuele begeleiding nodig?

-Zijn er tijdens de dagbesteding verzorgende of verplegende handelingen nodig?

-Is er een noodzaak tot acuut handelen (fysiek en/of op gedrag)?

-Is een beperking op groepsgrootte van de dagbesteding nodig?

-Is er sprake van onaangepast gedrag? Is er sprake van gedragsproblemen die in groepsverband overlast kunnen opleveren?

-Zijn er speciale eisen aan toe-en/of doorgankelijkheid van het gebouw en de ruimte nodig?

-Zijn er ‘speciale’ faciliteiten nodig?

-Zijneraanvullendeeisennodigwatbetreftdeomgevingvandedagbesteding?

-Dientdedagbestedingeenbeschermdofgeslotenkaraktertehebbenterbeschermingvandeburger?

2.Maatwerkvoorziening ‘Zelfstandig Leven’

In dit hoofdstuk worden de beoordelingscriteria voor de maatwerkvoorziening ‘Zelfstandig Leven’ nader uit gewerkt. Binnen de gemeente Achtkarspelen is de maatwerkvoorziening ‘Zelfstandig Leven’ onderverdeeld in 6 resultaatgebieden:

1Administratie en financiën

2Sociale redzaamheid in contact met anderen

3Zelf-oplossend vermogen en dag structuur

4Werknemersvaardigheid

5Onderhouden van een sociaal netwerk

6Huishoudelijk leven

Elk resultaatgebied is onderverdeeld in een te behalen resultaat, sub resultaten en 3 complexiteiten (licht, midden en zwaar).

NB: resultaatgebied 6 maakt geen onderdeel uit van deze richtlijn.

Om te beoordelen welke complexiteit het beste past bij de vraag van de burger dient onderzoek te worden gedaan naar volgende aspecten:

-Complexiteit van de problematiek van de burger; hoe verloopt het ziektebeeld van de burger? Is er verbetering te verwachten?

-Ziekte-inzicht; heeft de burger ziekte-inzicht?

-Complexiteit van de vraag; hoe complex is de vraag die de burger heeft? Op hoeveel sub resultaten heeft de burger ondersteuning nodig?

-Doelstelling; met welk doel wordt de maatwerkvoorziening ingezet? Hoelang denkt de burger de maatwerkvoorziening nodig te hebben?

-Verzwarende factoren; is er sprake van verslavingsproblematiek? Is er sprake van schuldenproblematiek? Is er sprake van overlast van de buurt door het gedrag van de burger?

-Frequentie van de begeleidingsmomenten; hoeveel momenten per week heeft de burger gemiddeld ondersteuning of begeleiding nodig?

-Vormgeving van de begeleidingsmomenten; op welke wijze kunnen de begeleidingsmomenten worden vormgegeven? Kan de inzet van de maatwerkvoorziening plaatsvinden op geplande momenten?

-Deskundigheid aanbieder; is er een specifieke (aanvullende) deskundigheid nodig om deze burger te kunnen begeleiden?

-Andere zorgnodig/aanwezig; is er nog andere professionele zorg nodig of aanwezig?

2.1Resultaatgebied ZL1 ‘Administratie en financiën’

ResultaatgebiedZL1‘Administratieenfinanciën’gaatoverallehandelingenophetgebiedvandeadministratie en/of de financiën. Denk hierbij aan; het zelfstandig de post kunnen beheren, de administratie kunnen verzorgen. Het zelf formulieren kunnen invullen maar ook omgaan met geld.

Het resultaat dat behaald dient te worden bij dit gebied is; de administratie van de burger en het beheer van zijn (huishoud)geld zijn op orde.

Dit resultaat is onderverdeeld in de volgende sub resultaten:

-De burger heeft inzicht in zijn administratie en financiën

-De burger opent, leest, begrijpt en beantwoordt zijn post

-De administratie van de burger is op orde

-De burger maakt de juist financiële keuzes (beheerd zijn (huishoud)geld) en kan betalen, pinnen en/of overmaken

-De burger maakt gebruik van regelingen, uitkeringen en toeslagen waar hij voor in aanmerking komt

6.Beoordelingskader

Hieronder staan de criteria benoemd die de complexiteit van de vraag beoordelen. De complexiteit is op geleide van het aantal items dat je hebt aangekruist onder de categorieën licht, midden en zwaar. Waarbij gemotiveerd mag worden afgeweken.

Licht

Midden

Zwaar

Complexiteit van de problematiek

Laagcomplex ziektebeeld; situatie is stabiel tot verbeterend

Middelcomplex ziektebeeld; situatie fluctueert licht, langzaam verloop

Hoogcomplex ziektebeeld; snelle verslechtering, fluctuerend beeld, combinatie van diverse ziektebeelden, niet-stabiele omgeving

Ziekte-inzicht

Wel ziekte-inzicht

Beperkt ziekte-inzicht

Geen ziekte-inzicht

Complexiteit van de vraag

Zorgvraag is laagcomplex; beperkingen op maximaal 2 sub resultaten

Zorgvraag is middel- complex; beperkingen op 3 of 4 sub resultaten

Zorgvraag is hoogcomplex; beperkingen op alle 5 sub resultaten

Doelstelling

Kortdurende ondersteuning, verwachting is dat de burger binnen 6 maanden dit zelf weer kan uitvoeren

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met grotendeels hetzelfde doel

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met wisselende korte en lange termijndoelen.

Verzwarende factoren

Geen verslavings- problematiek

Geenschuldproblematiek

Passieve verslavings- problematiek Betalingsachterstanden

Actieve verslavings- problematiek Groeiende schulden

Frequentie ondersteuning

Maximaal1keerperweek

2-4keerperweek

4xofmeerperweek

Licht

Midden

Zwaar

Vormgeving begeleidings- momenten

Geplande hulp Gem.1xperweek

telefonisch of Skype, eventueel face to face

Gepland hulp, af en toe ongepland

deels face to face, aanvullend tel. of skype

Veelal ongeplande hulp + geplande momenten

face to face en in mindere mate bellen

Deskundigheid aanbieder

Algemeen deskundige

Algemeen deskundige met aanvullende kennis over doelgroep

Specifieke deskundige met kennis over gedragsverandering en doelgroep

Andere zorg nodig / aanwezig

Geen andere professionele zorg (muv behandeling, zoals HA, specialist, fysio, GGZ,BGG,etc.)

Andere professionele zorg

(1) aanwezig; bureau Jeugdzorg, SPV’er, verpleging / verzorging van zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH (maatwerk), orthopedagoog, school maatwerk

Andere professionele zorg (meer dan 1) aanwezig; bureau Jeugdzorg, SPV’er, verpleging / verzorging van zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH (maatwerk), orthopedagoog, school maatwerk

2.2Resultaatgebied ZL2 ‘Sociale redzaamheid in contact met anderen’

Resultaatgebied ZL 2 ‘Sociale redzaamheid in contact met anderen ’gaat over het onderhouden van sociale relaties, deelname aan sociale activiteiten en alle vaardigheden die nodig zijn om jezelf te presenteren, uit te drukken en voor jezelf op te komen.

Het resultaat dat behaald dient te worden bij dit gebied is de burger kan in een sociale context een gesprek voeren en voor zichzelf opkomen.

Dit resultaat is onderverdeeld in de volgende sub resultaten:

-De burger kan zichzelf begrijpelijk maken

-De burger begrijpt wat anderen zeggen

-De burger kan een gesprek voeren

-De burger durft voor zichzelf op te komen (heeft zelfvertrouwen)

-Deburgerweetinveelvoorkomendesituatiesopwelkewijzehijhetbestvoorzichzelfkanopkomen

-De burger houdt zich aan afspraken en regels

-De burger leert omgaan met zijn beperking of gedragsproblematiek

-De burger ervaart een gevoel van veiligheid en geborgenheid in eigen woonomgeving en vormt geen gevaar voor zichzelf of anderen

7.Beoordelingskader

Hieronder staan de criteria benoemd die de complexiteit van de vraag beoordelen. De complexiteit is opgeleide van het aantal items dat je hebt aangekruist onder de categorieën licht, midden en zwaar. Waarbij gemotiveerd mag worden afgeweken.

Licht

Midden

Zwaar

Complexiteit van de problematiek

Laagcomplex ziektebeeld; situatie is stabiel tot verbeterend

Middelcomplex ziektebeeld; situatie fluctueert licht, langzaam verloop

Hoogcomplex ziektebeeld; snelle verslechtering, fluctuerend beeld, combinatie van diverse ziektebeelden, niet-stabiele omgeving

Ziekte-inzicht

Wel ziekte-inzicht

Beperkt ziekte-inzicht

Geen ziekte-inzicht

Complexiteit van de vraag

Zorgvraag is laagcomplex; beperkingen op maximaal 3 sub resultaten

Zorgvraag is middel- complex; beperkingen op 4- 6 sub resultaten

Zorgvraag is hoogcomplex; beperkingen op minimaal 7 sub resultaten

Doelstelling

Kortdurende ondersteuning, verwachting is dat de burger binnen 6 maanden dit zelf weer kan uitvoeren

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met grotendeels hetzelfde doel

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met wisselende korte en lange termijndoelen.

Verzwarende factoren

Geen verslavings- problematiek

Levert geen overlast op in de buurt

Passieve verslavings- problematiek

Levert soms lichte overlast op in de buurt (op maximaal 1 terrein)

Actieve verslavings- problematiek

Levert regelmatig overlast op in de buurt (op meerdere terreinen: hygiëne in huis, lawaai, problemen dag/nachtritme, onaangepast gedrag)

Frequentie ondersteuning

Maximaal 1 keer per week

1-2 keer per week

2-3 keer per week

Licht

Midden

Zwaar

Vormgeving begeleidings- momenten

Geplande hulp Gem.1xperweek

telefonisch of Skype, eventueel face to face

Gepland hulp, af en toe ongepland

deels face to face, aanvullend tel. of skype

Veelal ongeplande hulp + geplande momenten

face to face en in mindere mate bellen

Deskundigheid aanbieder

Algemeen deskundige

Algemeen deskundige met aanvullende kennis over doelgroep

Specifieke deskundige met kennis over gedragsverandering en doelgroep

Andere zorg nodig / aanwezig

Geen andere professionele zorg (muv behandeling, zoals HA, specialist, fysio, GGZ,BGG,etc.)

Andere professionele zorg (1); bureau Jeugdzorg, SPV’er, verpleging / verzorging van zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH (maatwerk), orthopedagoog, school maatwerk

Andere professionele zorg (meer dan 1); bureau Jeugdzorg, SPV’er, verpleging / verzorging van zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH (maatwerk), orthopedagoog, school maatwerk

2.3. Resultaatgebied ZL3 ‘Zelf-oplossend vermogen en dagstructuur’

Resultaatgebied ZL3 ‘Zelf-oplossend vermogen en dagstructuur’ gaat over dat een burger zelf in staat wordt gesteld om zijn dag in te vullen, activiteiten te organiseren, zaken te plannen en inzicht heeft in de administratie.

Het resultaat dat behaald dient te worden bij dit gebied is; de burger heeft voldoende regelvermogen, besluitvaardigheid en initiatief om zelfregie en dagstructuur te ontwikkelen en te behouden.

Dit resultaat is onderverdeeld in de volgende sub resultaten:

-De burger maakt zelfstandig beslissingen

-De burger overziet de gevolgen van zijn beslissingen

-De burger herkent praktische problemen die buiten de dagelijkse routine vallen en lost deze op

-De burger kan plannen en zijn agenda bijhouden

-De burger initieert eenvoudige taken en voert deze ook uit

8.Beoordelingskader

Hier onderstaande criteria benoemd die de complexiteit van de vraag beoordelen. De complexiteit is opgeleide van het aantal items dat je hebt aangekruist onder de categorieën licht, midden en zwaar. Waarbij gemotiveerd mag worden afgeweken.

Licht

Midden

Zwaar

Complexiteit van de problematiek

Laagcomplex ziektebeeld; situatie is stabiel tot verbeterend

Middelcomplex ziektebeeld; situatie fluctueert licht, langzaam verloop

Hoogcomplex ziektebeeld; snelle verslechtering, fluctuerend beeld, combinatie van diverse ziektebeelden, niet-stabiele omgeving

Ziekte-inzicht

Wel ziekte-inzicht

Beperkt ziekte-inzicht

Geen ziekte-inzicht

Complexiteit van de vraag

Zorgvraag is laagcomplex; beperkingen op maximaal 1 sub resultaat

Zorgvraag is middel- complex; beperkingen op 2 of 3 sub resultaten

Zorgvraag is hoogcomplex; beperkingen op minimaal 4 sub resultaten

Doelstelling

Kortdurende ondersteuning, verwachting is dat de burger binnen 6 maanden dit zelf weer kan uitvoeren

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met grotendeels hetzelfde doel

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met wisselende korte en lange termijndoelen.

Verzwarende factoren

Geen verslavings- problematiek

Levert geen overlast op in de buurt

Passieve verslavings- problematiek

Levert soms lichte overlast op in de buurt (op maximaal 1 terrein)

Actieve verslavings- problematiek

Levert regelmatig overlast op in de buurt (op meerdere terreinen: hygiëne in huis, lawaai, problemen dag/nachtritme, onaangepast gedrag)

Frequentie ondersteuning

Maximaal 1 keer per week

2-4 keer per week

4x of meer per week en/of 24 uurs standby-hulp

Vormgeving begeleidings- momenten

Geplande hulp Gem.1xperweek

telefonisch of Skype, eventueel face to face

Gepland hulp, af en toe ongepland

deels face to face, aanvullend tel.of skype

Veelal ongeplande hulp + geplande momenten

face to face en in mindere mate bellen

Licht

Midden

Zwaar

Deskundigheid aanbieder

Algemeen deskundige

Algemeen deskundige met aanvullende kennis over doelgroep

Specifieke deskundige met kennis over gedragsverandering en doelgroep

Andere zorg nodig / aanwezig

Geen andere professionele zorg (muv behandeling, zoals HA, specialist, fysio, GGZ,BGG,etc.)

Andere professionele zorg (1); bureau Jeugdzorg, SPV’er, verpleging / verzorging van zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH (maatwerk), orthopedagoog, school maatwerk

Andere professionele zorg (meer dan 1); bureau Jeugdzorg, SPV’er, verpleging / verzorging van zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH (maatwerk), orthopedagoog, school maatwerk

2.4Resultaatgebied ZL4 ‘Werknemersvaardigheden’

Resultaatgebied ZL 4 ‘Werknemersvaardigheden’ gaat over de vaardigheden die een burger nodig heeft om in een werksituatie zichzelf te kunnen handhaven.

Het resultaat dat behaald dient te worden bij dit gebied is; de burger beschikt over werknemersvaardigheden. Dit resultaat is onder verdeeld in de volgende sub resultaten:

-De burger komt op tijd

-De burger komt afspraken na

-De burger ziet er verzorgd uit

-De burger kan omgaan met gezag

-De burger kan omgaan met emoties en spanningen van de arbeidsmatige activiteiten

9.Beoordelingskader

Hier onderstaan de criteria benoemd die de complexiteit van de vraag beoordelen. De complexiteit is opgeleide van het aantal items dat je hebt aangekruist onder de categorieën licht, midden en zwaar. Waarbij gemotiveerd mag worden afgeweken.

Licht

Midden

Zwaar

Complexiteit van de problematiek

Laagcomplex ziektebeeld; situatie is stabiel tot verbeterend

Middelcomplex ziektebeeld; situatie fluctueert licht, langzaam verloop

Hoogcomplex ziektebeeld; snelle verslechtering, fluctuerend beeld, combinatie van diverse ziektebeelden, niet-stabiele omgeving

Licht

Midden

Zwaar

Ziekte-inzicht

Wel ziekte-inzicht

Beperkt ziekte-inzicht

Geen ziekte-inzicht

Complexiteit van de vraag

Zorgvraag is laagcomplex; beperkingen op maximaal 1 sub resultaat

Zorgvraag is middel- complex; beperkingen op 2 of 3 sub resultaten

Zorgvraag is hoogcomplex; beperkingen op minimaal 4 sub resultaten

Doelstelling

Kortdurende ondersteuning, verwachting is dat de burger binnen 6 maanden dit zelf weer kan uitvoeren

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met grotendeels hetzelfde doel

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met wisselende korte en lange termijndoelen.

Verzwarende factoren

Geen verslavings- problematiek

Geen schuldproblematiek

Passieve verslavings- problematiek Betalingsachterstanden

Actieve verslavings- problematiek Groeiende schulden

Frequentie ondersteuning

Minder dan 1 keer per week

1keer per week

Meerdere keren per week

Vormgeving begeleidings- momenten

Geplande hulp Gem.1xperweek

telefonisch of Skype, eventueel face to face

Gepland hulp, af en toe ongepland

deels face to face, aanvullend tel.of skype

Veelal ongeplande hulp + geplande momenten

face to face en in mindere mate bellen

Deskundigheid aanbieder

Algemeen deskundige

Algemeen deskundige met aanvullende kennis over doelgroep

Specifieke deskundige met kennis over gedragsverandering en doelgroep

Andere zorg nodig / aanwezig

Geen andere professionele zorg (muv behandeling, zoals HA, specialist, fysio, GGZ, BGG, etc.)

Andere professionele zorg (1);bureau Jeugdzorg, SPV’er, verpleging/ verzorging van Zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH (maatwerk), orthopedagoog, school maatwerk

Andere professionele zorg (meerdan1);bureau

Jeugdzorg, SPV’er, verpleging/verzorging van Zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH(maatwerk), orthopedagoog, school maatwerk

2.5Resultaatgebied ZL5 ‘Onderhouden van een sociaal netwerk’

Resultaatgebied ZL5 ‘Onderhouden van een sociaal netwerk’ gaat over dat de burger in staat is om een actief sociaal netwerk op te bouwen en te onderhouden, rekening houdend met zijn eigen beperkingen.

Het resultaat dat behaald dient te worden bij dit gebied is de burger beschikt over een betrokken en actief sociaal netwerk.

Dit resultaat is onderverdeeld in de volgende sub resultaten:

-De burger wordt herkend en erkend door zijn omgeving

-De omgeving van de burger kan omgaan met (de beperking of gedragsproblematiek van) de burger

-De burger is op de hoogte van contacten in zijn leefomgeving en maakt daar gebruik van

-De burger is in staat zijn sociaal netwerk te ontwikkelen en te onderhouden

10.Beoordelingskader

Hieronder staan de criteria benoemd die de complexiteit van de vraag beoordelen. De complexiteit is opgeleide van het aantal items dat je hebt aangekruist onder de categorieën licht, midden en zwaar. Waarbij gemotiveerd mag worden afgeweken.

Licht

Midden

Zwaar

Complexiteit van de problematiek

Laagcomplex ziektebeeld; situatie is stabiel tot verbeterend

Middelcomplex ziektebeeld; situatie fluctueert licht, langzaam verloop

Hoogcomplex ziektebeeld; snelle verslechtering, fluctuerend beeld, combinatie van diverse ziektebeelden, niet-stabiele omgeving

Ziekte-inzicht

Wel ziekte-inzicht

Beperkt ziekte-inzicht

Geen ziekte-inzicht

Licht

Midden

Zwaar

Complexiteit van de vraag

Zorgvraag is laagcomplex; beperkingen op maximaal 1 sub resultaat

Zorgvraag is middel- complex; beperkingen op 2 sub resultaten

Zorgvraag is hoogcomplex; beperkingen op minimaal 3 sub resultaten

Doelstelling

Kortdurende ondersteuning, verwachting is dat de burger binnen 6 maanden dit zelf weer kan uitvoeren

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met grotendeels hetzelfde doel

Langdurige ondersteuning bij burgers die langer dan 6 maanden ondersteuning nodig hebben met wisselende korte en lange termijndoelen.

Verzwarende factoren

Geen verslavings- problematiek

Levert geen overlast op in de buurt

Passieve verslavings- problematiek

Levert soms lichte overlast op in de buurt (op maximaal 1 terrein)

Actieve verslavings- problematiek

Levert regelmatig overlast op in de buurt (op meerdere terreinen: hygiëne in huis, lawaai, problemen dag/nachtritme, onaangepast gedrag)

Frequentie ondersteuning

Minder dan 1 keer per week

1keer per week

Meerdere keren per week

Vormgeving begeleidings- momenten

Geplande hulp Gem.1xperweek

telefonisch of Skype, eventueel face to face

Gepland hulp, af en toe ongepland

deels face to face, aanvullend tel. of skype

Veelal ongeplande hulp + geplande momenten

face to face en in mindere mate bellen

Deskundigheid aanbieder

Algemeen deskundige

Algemeen deskundige met aanvullende kennis over doelgroep

Specifieke deskundige met kennis over gedragsverandering en doelgroep

Licht

Midden

Zwaar

Andere zorg nodig / aanwezig

Geen andere professionele zorg (muv behandeling,

zoals HA, specialist, fysio,

GGZ, BGG,etc.)

Andere professionele zorg (1);bureau Jeugdzorg,

SPV’er, verpleging/

verzorging van Zvw, GGZ,

dagbesteding, WSW, PV, HH

(maatwerk),

orthopedagoog, school maatwerk

Andere professionele zorg (meerdan1);bureau Jeugdzorg, SPV’er, verpleging/verzorging van Zvw, GGZ, dagbesteding, WSW, PV, HH (maatwerk), orthopedagoog, school

3.Maatwerkvoorziening ‘Maatschappelijke Deelname’

In dit hoofdstuk worden de beoordelingscriteria voor de maatwerkvoorziening ‘Maatschappelijke Deelname’ nader uitgewerkt. Binnen de gemeente Achtkarspelen is de maatwerkvoorziening ‘Maatschappelijke Deelname’ onderverdeeld in 3 resultaatgebieden:

1Zinvolle dagbesteding

2Zinvolle arbeidsmatige dagbesteding

3Zinvolle educatieve dagbesteding

Elk resultaatgebied is onderverdeeld in een te behalen resultaat, sub resultaten en 3complexiteiten (licht, midden en zwaar).

Om te beoordelen welke complexiteit het beste past bij de vraag van de burger dient onderzoek te worden gedaan naar volgende aspecten:

-Doelstelling; wat is het doel van de dagbesteding?

-Behoefte aan structuur; in hoeverre is er noodzaak tot structuur tijdens de dagbesteding? In hoeverre dient de invulling van de dagbesteding vast te liggen? Is er noodzaak voor een vaste structuur waarin tijden en activiteiten vastliggen of is een globale invulling met doelstellingenvoldoende?

-Nabijheid van de begeleiding; in hoeverre is begeleiding nodig tijdens de dagbesteding? Kan de begeleiding groepsgericht zijn of is individuele begeleiding nodig?

-Noodzaak tot verzorgende en/of verplegende handelingen; zijn er tijdens de dagbesteding verzorgende of verplegende handelingen nodig?

-Noodzaak tot acuut handelen; is er een noodzaak tot acuut handelen (fysiek en/of op gedrag)?

-Maximale groepsgrootte; is een beperking op groepsgrootte van de dagbesteding nodig?

-Deskundigheidmedewerker; welke deskundigheid dienen de medewerkers te bezitten?

-Impact gedrag op groep; is er sprake van onaangepast gedrag? Is er sprake van gedragsproblemen die in groepsverband overlast kunnen opleveren?

-Toe- en doorgankelijkheid van het gebouw/de ruimtes; zijn er speciale eisen aan toe- en/of doorgankelijkheid van het gebouw en de ruimte nodig?

-Aanwezige faciliteiten; zijn er ‘speciale’ faciliteiten nodig?

-Eisen omgeving; zijn er aanvullende eisen nodig wat betreft de omgeving van de dagbesteding?

-Karakter van de dagbesteding; dient de dagbesteding een beschermd of gesloten karakter te hebben ter bescherming van de burger?

3.1Resultaatgebied MD1 ‘Zinvolle dagbesteding’

Resultaatgebied MD 1 ‘Zinvolle dagbesteding’ gaat over het hebben van een zinvolle dagbesteding voor de burger, waarbij de mantelzorger –indien van toepassing– ontlast wordt.

Het resultaat dat behaald dient te worden bij dit gebied is; de burger heeft een zinvolle dagbesteding. Dit resultaat is onderverdeeld in de volgende sub resultaten:

-De burger heeft sociale contacten buitenhuis

-De burger neemt deel aan georganiseerde (groeps)activiteiten

-Mantelzorgers van de burger is dermate ontlast dat mantelzorg langdurig wordt volgehouden

-Situatie van de burger is stabiel, achteruitgang wordt voorkomen

-De burger veroorzaakt geen overlast

-De burger voelt zich ondersteund bij onvermijdelijke achteruitgang

11.Beoordelingskader

Hieronder staan de criteria benoemd die de complexiteit van de vraag beoordelen. De complexiteit is opgeleide van het aantal items dat je hebt aangekruist onder de categorieën licht, midden en zwaar. Waarbij gemotiveerd mag worden afgeweken.

Licht

Midden

Zwaar

Doelstelling

Achteruitgang voorkomen

Stimuleren in functioneren

Oefenen van vaardigheden

Behoefte aan structuur

Dagbesteding met gemiddelde structuur met vrije dag invulling

Duidelijk gestructureerde dagbesteding met voorspelbare dag invulling

Strak gestructureerde dagbesteding met vooraf vastgelegde dag invulling

Nabijheid begeleiding

Begeleiding is aanwezig, maar groepsgericht

Begeleiding is aanwezig, groeps-en individugericht

Continu toezicht met individuele begeleiding

Verzorgende en/of verplegende handelingen

Nee, alleen ondersteunende handelingen

Ja, voornamelijk verzorgendehandelingen

Ja, verzorgende en verplegende handelingen

Deskundigheid

Algemene deskundige

Algemene deskundige met aanvullen de kennis

Specifieke deskundige

Acuut handelen noodzakelijk

Nee

Incidenteel, zowel fysiek als op gedrag

Regelmatig, zowel fysiek als op gedrag

Groepsgrootte

12–16personen

8–12personen

Maximaal8personen

Impact op de groep (gedragsproblemen)

Geen, levert geen overlast op

Weinig, levert soms lichte overlast op

Groot, levert regelmatig onrust op in de groep

Toe- en doorgankelijkheid

ruimtes

Niet aangepast

Toe- en doorgankelijk voor rollator en stok

Toe- en doorgankelijk voor (elektrische) rolstoel

Licht

Midden

Zwaar

Aanwezige faciliteiten

Geen

Deels, voornamelijk algemene voorzieningen, zoals aangepast meubilair, leesloep, pictogrammen, grootletterboeken, etc.

Veel, specifieke voorzieningen, denk aan; rustruimte / snoezel- ruimte, oefenmateriaal zoals loopband / home- trainer, tillift,etc.

Eisen omgeving

Geen aanvullende eisen noodzakelijk

Op verzoek van de burger aanvullende wensen, zoals in de bossen, met dieren, etc.

Aanvullende eisen, zoals op loopafstand, uit de buurt van een winkelcentrum, etc.

Karakter dagbesteding

Beschut, open karakter, burgers kunnen zelf naar buiten lopen, maar derden mogen naar binnenkomen

Beschermd, deels open karakter, burgers kunnen op verzoek naar buiten, maar derden kunnen niet zonder toestemming naar binnenkomen

Gesloten, burgers mogen niet zonder begeleiding naar buiten, derden kunnen niet zonder toestemming binnen komen

3.2Resultaatgebied MD2 ‘Zinvolle arbeidsmatige dagbesteding’

Resultaatgebied MD2 ‘Zinvolle arbeidsmatige dagbesteding’ gaat over het toe leiden van de burger naar een arbeidsmatige werkomgeving.

Het resultaat dat behaald dient te worden bij dit gebied is; de burger heeft een zinvolle dagbesteding met arbeidsmatig karakter.

Dit resultaat is onderverdeeld in de volgende sub resultaten:

-De burger bouwt ervaring en ritme op in arbeidsmatige omgeving

-De burger ervaart een waardevolle arbeidsmatige bijdrage;

-De burger ervaart behoud of vergroting eigenwaarde en sociale acceptatie

-De burger bouwt arbeidsvaardigheden en arbeidsritme op, met zicht op doorstroming naar reguliere of begeleide arbeid

-De burger voert met ondersteuning werk uit

12.Beoordelingskader

Hieronder staan de criteria benoemd die de complexiteit van de vraag beoordelen. De complexiteit is opgeleide van het aantal items dat je hebt aangekruist onder de categorieën licht, midden en zwaar. Waarbij gemotiveerd mag worden afgeweken.

Licht

Midden

Zwaar

Verwachte uitkomst

Doorstroming naar reguliere arbeid

Doorstroming naar reguliere arbeid met meer dan gemiddelde ondersteuning

Doorstroming naar begeleide arbeid

Nabijheid begeleiding

Begeleiding is aanwezig, maar groepsgericht

Begeleiding is aanwezig, groeps-en individugericht

Continu toezicht met individuele begeleiding

Verzorgende en/of verplegende handelingen

Nee, alleen ondersteunende handelingen

Ja, voornamelijk verzorgendehandelingen

Ja, verzorgende en verplegende handelingen

Deskundigheid

Algemene deskundige

Algemene deskundige met aanvullende kennis over doelgroep en arbeidsmarkt

Specifieke deskundige

Acuut handelen noodzakelijk

Nee

Incidenteel, zowel fysiek als op gedrag

Regelmatig, zowel fysiek als op gedrag

Groepsgrootte

6-8 personen

4-6 personen

Maximaal 4 personen

Impact op de groep (gedragsproblemen)

Geen, levert geen overlast op

Weinig, levert soms lichte overlast op

Groot, levert regelmatig onrust op in de groep

Toe- en doorgankelijkheid ruimtes

Niet aangepast

Toe- en doorgankelijk voor rollator en stok

Toe- en doorgankelijk voor (elektrische) rolstoel

Aanwezige faciliteiten

Geen

Deels, voornamelijk algemene voorzieningen, zoals aangepast meubilair, leesloep, pictogrammen, grootletterboeken, etc.

Veel, specifieke voorzieningen, denk aan; op de burger aangepaste apparatuur (machines, computers, etc.), sanitair en meubilair

3.3Resultaatgebied MD3 ‘Zinvolle educatieve dagbesteding’

Resultaatgebied MD 3 ‘Zinvolle educatieve dagbesteding’ gaat over het aanleren en vergroten van vaardigheden zodat de zelfredzaamheid en arbeidsmatige waarde van de burger wordt verhoogd

Het resultaat dat behaald dient te worden bij dit gebied is; de burger heeft een zinvolle en educatieve dagbesteding.

Dit resultaat is onderverdeeld in de volgende sub resultaten:

-De burger heeft vaardigheden aangeleerd ter vergroting van zijn zelfstandigheid

-De burger heeft vaardigheden aangeleerd gericht op arbeidsmatige participatie en heeft verhoogde arbeidsmatige waarde

-De burger ervaart groei en ontwikkeling na terugval

-De burger onderhoudt aangeleerde vaardigheden

13.Beoordelingskader

Hieronder staan de criteria benoemd die de complexiteit van de vraag beoordelen. De complexiteit is opgeleide van het aantal items dat je hebt aangekruist onder de categorieën licht, midden en zwaar. Waarbij gemotiveerd mag worden afgeweken.

Licht

Midden

Zwaar

Behoefte aan structuur

Dagbesteding met gemiddelde structuur met vrije dag invulling

Duidelijk gestructureerde dagbesteding met voorspelbare dag invulling

Strak gestructureerde dagbesteding met vooraf vastgelegde dag invulling

Nabijheid begeleiding

Begeleiding is aanwezig, maar groepsgericht

Begeleiding is aanwezig, groeps-en individugericht

Continu toezicht met individuele begeleiding

Verzorgende en/of verplegende handelingen

Nee, alleen ondersteunende handelingen

Ja, voornamelijk verzorgendehandelingen

Ja, verzorgende en verplegende handelingen

Deskundigheid

Algemene deskundige

Algemene deskundige met aanvullende kennis

Specifieke deskundige

Acuut handelen noodzakelijk

Nee

Incidenteel, zowel fysiek als op gedrag

Regelmatig, zowel fysiek als op gedrag

Groepsgrootte

9-12personen

6-9personen

Maximaal6personen

Licht

Midden

Zwaar

Impact op de groep (gedragsproblemen)

Geen, levert geen overlast op

Weinig, levert soms lichte overlast op

Groot, levert regelmatig onrust op in de groep

Toe- en

doorgankelijkheid ruimtes

Niet aangepast

Toe- en doorgankelijk voor rollator en stok

Toe- en doorgankelijk voor (elektrische) rolstoel

Aanwezige faciliteiten

Geen

Deels, voornamelijk algemene voorzieningen, zoals aangepast meubilair, leesloep, pictogrammen, grootletterboeken, etc.

Veel, specifieke voorzieningen, denk aan; op de burger aangepaste apparatuur, meubilair en sanitair.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.