Tekst
Hoofdstuk1Algemeen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
1.In deze regeling wordt verstaan onder:
dorpshuisstichting De stichting die op dorpsniveau verantwoordelijk is voor
het - zonder winstoogmerk - exploiteren van het dorpshuis
in het betreffende dorp en daarvoor geen structurele, gemeentelijke
subsidie ontvangt.
sorpshuis Een algemene, laagdrempelige accommodatie met een
functie voor het gehele dorp, die onderdak biedt aan diverse
algemene en specifieke activiteiten ten behoeve van
inwoners van het betreffende dorp.
grondoppervlak Het bebouwde oppervlak dat het dorpshuis op de begane
grond beslaat in vierkante meters op basis van de bij de
gemeente bekende kadastrale gegevens, waarbij niet
inbegrepen is de bergruimte, die niet permanent verbonden
is aan het dorpshuis.
groot onderhoud Onderhoud dat niet behoort tot het dagelijks onderhoud en
dat niet het gevolg is van kennelijke verwaarlozing.
levensduur De termijn waarbinnen de in deze regeling benoemde
onderhoudsvoorzieningen naar oordeel van de gemeente
technisch afgeschreven worden.
subsidie in huisvestingskosten Een subsidie van de gemeente, die specifiek bedoeld is
voor de instandhouding van het gebouwen die een structureel karakter heeft.
2Op deze regeling is de subsidieverordening van de gemeente Achtkarspelen van toepassing, tenzij in de regeling nadrukkelijk een afwijkende aanpak beschreven wordt.
Hoofdstuk2Doel van de subsidie
Artikel 2
Het gemeentelijk doel voor het verlenen van een subsidie ten behoeve van groot onderhoud
van dorpshuizen is gericht op het - samen met het dorp - instandhouden van die dorpshuizen
en daarmee een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid in het betreffende dorp.
Hoofdstuk3Te subsidiëren activiteiten
Artikel 3.1
Burgemeester en wethouders kunnen aan dorpshuisstichtingen, die geen subsidie in de
huisvestingskosten ontvangen, subsidie verlenen in de kosten van door of namens de stichting uit te voeren groot onderhoud ten behoeve van door hen geëxploiteerde dorpshuizen met een maximum van één dorpshuis per dorp.
Artikel 3.2
Onder groot onderhoud, als bedoeld in artikel 3.1 wordt in het kader van deze regeling verstaan:
a.Renovatie c.q. vervanging van de CV-ketel en de ventillatoren incl. toebehoren
b.Renovatie van:
-dakbedekking en goten/hemelwaterafvoer bij een plat dak
-goten en hemelwaterafvoer bij schuin dak
c.Renovatie van kozijnen en ramen in de buitengevel
Hoofdstuk4De door de gemeente te verstrekken subsidie
Artikel 4.1 Levensduur
Voor de bepaling van de te verstrekken subsidie als bedoeld in artikel 3.1 gaat de gemeente uit van een levensduur van:
a.20 jaar voor renovatie c.q. vervanging als bedoeld in artikel 3.2a.
b.20 jaar voor renovatie als bedoeld in artikel 3.2b.
c.25 jaar voor renovatie als bedoeld in artikel 3.2c.
Artikel 4.2 Jaarlijkse kosten
1Voor de bepaling van de te verstrekken subsidie als bedoeld in artikel 3.1 gaat de gemeente uit van de volgende jaarlijkse kosten (prijspeil 2000) gedurende de levensduur:
a.f 2,-- per vierkante meter grondoppervlak voor onderhoud als bedoeld in artikel 3.2a.
b.per vierkante meter grondoppervlak voor onderhoud als bedoeld in artikel 3.2b resp. f
3,50 (plat dak) en 1,50 (schuin dak)
c.f 2,-- per vierkante meter grondoppervlak (in dit geval is inbegrepen de opppervlakte
van de voor publiek toegankelijke ruimten op de eerste verdieping, met dien verstande
dat de ruimten minimaal 2.40m hoog dienen te zijn) voor onderhoud als bedoeld in
artikel 3.2c.
2De bedragen in lid 1 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CBS-index bouwkosten.
Artikel 4.3 Grondslag van de subsidie
De subsidie als bedoeld in artikel 3.1 bedraagt maximaal 75 % van de totale kosten per onderhoudspost, te bepalen door vermenigvuldiging van:
-de levensduur als bedoeld in artikel 4.1, en
-de jaarlijkse kosten als bedoeld in artikel 4.2, en
-het grondoppervlak van het betreffende dorpshuis
Artikel 4.4 Subsidieplafond
1Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 het
bedrag beschikbaar zoals dat in het onderhoudsfonds dorpshuizen beschikbaar is.
2Indien de berekende subsidies op basis van de aanvragen van de dorpshuisstichtingen in
een kalenderjaar het bedrag als bedoeld in lid 1 overstijgen, worden:
a.de subsidie-aanvragen op volgorde van binnenkomst bij Burgemeester en wethouders
afgehandeld
b.per subsidie-aanvraag de gemeentelijke subsidie aan het in lid 1 genoemde maximum
te verbinden
3Aanvragen die op grond van lid 2 niet of niet geheel worden gehonoreerd schuiven door
naar een volgend begrotingsjaar voor zover zij niet gehonoreerd zijn. De oorspronkelijke
datum van binnenkomst blijft gehandhaafd voor uitvoering van hetgeen beschreven is in
lid 2 sub a.
Artikel 4.5 De subsidie-aanvraag
Aanvragen door dorpshuisstichtingen voor de verlening van subsidie als bedoeld in artikel 3.1 dienen vergezeld te gaan van een bouwplan, waarvan in ieder geval onderdeel uit maken een begroting en een offerte van de beoogde uitvoerder van de werkzaamheden.
Artikel 4.6 De subsidie-afrekening
Afrekeningen van de toegekende subsidie dienen door de dorpshuisstichting na afronding van de werkzaamheden ingediend te worden en vergezeld te gaan van een gespecificeerd kostenoverzicht.
Artikel 4.7 Aanvullende bepalingen
1De dorpshuisstichting stelt personen die daartoe namens Burgemeester en wethouders
zijn aangewezen in de gelegenheid om ter plaatse een inspectie uit te voeren.
2De inspectie als bedoeld in lid 1. kan door Burgemeester en wethouders zowel ten aanzien
van de beoordeling van de aanvraag, als bedoeld in artikel 4.5, als ten aanzien van
de beoordeling van de afrekening, als bedoeld in artikel 4.6, ingezet worden.
3Burgemeester en wethouders wijzen een subsidie-aanvraag voor activiteiten als bedoeld
in artikel 3.1 af als het bouwplan niet voldoet aan de eisen die het bouwbesluit stelt.
4In die gevallen waarin deze regeling en de subsidieverordening van de gemeente Achtkarspelen niet voorziet, beslist het college van Burgemeester en Wethouders over de te
volgen procedure.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
31augustus 2000 van de raad van Achtkarspelen,
De voorzitter, de secretaris,
B.Schmidt R. Groninger