Aanhef
Foarwurd
Eveneminten binne der yn in protte soarten. Fan doarpsfeesten dy’t mear as ien dei duorje oant in feestje yn it doarpshûs of in buertbarbekjû. Fan muzykfestivals oant en mei sport relatearre eveneminten. Fan optochten oant braderyen. Oft it no giet om in grut of in lyts evenemint, alle eveneminten binne wichtich.
Alle eveneminten sille mear of minder effekt hawwe op de omjouwing. Dêr spilet feiligens in grutte rol by. Dêrneist moat oerlêst foar de omwenjenden safolle mooglik beheind wurde. Sa binne der noch in hiel soad faktoaren en partijen dy’t meispylje en ôfwagings dy’t makke wurde moatte. Dêrby is it fan belang om in balâns te finen tusken in gesellige en libbene omjouwing, mar ek in feilige omjouwing sûnder te folle oerlêst.
Eveneminten moatte ek planologysk mooglik wêze. Op 1 januari 2024 wurdt de Omgevingswet fan krêft. Alle gemeenten moatte ûnder de Omgevingswet in omjouwingsplan opstelle. Dêryn wurde de regels foar de fysike libbensomjouwing opnommen. De gemeente Achtkarspelen nimt meidertiid de evenemintelokaasjes mei yn it omjouwingsplan. Wy slute by de fisy fan de Omgevingswet oan troch ek noch lokaasjeprofilen foar de evenemintelokaasjes fêst te stellen.
Yn it evenemintebelied fan de gemeente Achtkarspelen jouwe wy oan hoe’t wy stal jaan wolle oan eveneminten. Dêrneist hokker regels dêrfoar jilde en hoe’t in oanfraachproses derút sjocht. It organisearjen fan in feilich evenemint is net samar klear. Dêrom binne de belutsen partijen op ferskate mominten meinommen by it opstellen fan dit evenemintebelied. Meiwurkers fan ferskillende ôfdielings fan de gemeente, Veiligheidsregio Fryslân, Politie Fryslân, Koninklijke Horeca Nederland, organisatoaren en doarpsbelangen binne befrege en rieplachte. Harren opmerkings binne meinommen by de aktualisaasje fan dit evenemintebelied. Dêrom geane wy der fanút dat dit bywurke evenemintebelied dúdlikheid jout oan eltsenien dy’t dêrby belutsen is.
Voorwoord
Evenementen zijn er in vele soorten en maten. Van meerdaagse dorpsfeesten tot een feestje in het dorpshuis of een buurtbarbecue. Van muziekfestivals tot sport gerelateerde evenementen. Van optochten tot braderieën. Of het nu gaat om een groot of een klein evenement, ieder evenement is belangrijk.
Ieder evenement zal in kleine of grote mate effect hebben op de omgeving. Hierin speelt veiligheid een grote rol. Daarnaast moet overlast voor omwonenden zoveel mogelijk worden beperkt. Zo zijn er nog een heleboel factoren en partijen die meespelen en afwegingen die gemaakt moeten worden. Hierbij is het van belang een balans te vinden tussen een gezellige en levendige omgeving, maar ook een veilige omgeving zonder te veel overlast.
Evenementen dienen ook planologisch mogelijk te zijn. Op 1 januari 2024 doet de Omgevingswet zijn intrede. Alle gemeenten moeten onder de Omgevingswet een omgevingsplan opstellen. Hierin worden regels voor de fysieke leefomgeving opgenomen. De gemeente Achtkarspelen neemt te zijner tijd de evenementenlocaties mee in het omgevingsplan. Door voor de evenementenlocaties ook nog locatieprofielen vast te stellen, sluiten wij aan bij de visie van de Omgevingswet.
In het evenementenbeleid van de gemeente Achtkarspelen geven we aan hoe we evenementen gestalte willen geven. Daarnaast welke regels er gelden en hoe een aanvraagproces eruitziet. Er komt veel kijken bij het organiseren van een veilig evenement. Om die reden zijn de betrokken partijen op verschillende momenten meegenomen tijdens het opstellen van dit evenementenbeleid. Medewerkers van diverse afdelingen binnen de gemeente, Veiligheidsregio Fryslân, politie, Koninklijke Horeca Nederland, organisatoren en dorpsbelangen zijn bevraagd en geraadpleegd. Hun input is meegenomen bij de actualisatie van dit evenementenbeleid. Daarom gaan wij ervan uit dat dit bijgewerkte evenementenbeleid voor iedereen die erbij betrokken is helderheid biedt.
Bijlage I Begrippenlijst
Avondperiode:
Periode van 19.00 uur tot 24.00 uur
Beheersverordening:
Een beheersverordening is juridisch gezien gelijk aan het bestemmingsplan. Het is bedoeld om bestaande situaties vast te leggen en kan in plaats van een bestemmingsplan worden opgesteld. Dit kan interessant zijn voor bestaande gebieden waar geen ontwikkelingen gepland zijn, zoals woonwijken.
Belanghebbende:
Iemand die rechtstreeks door een besluit geraakt wordt.
Bestemmingsplan:
Een bestemmingsplan geeft aan hoe de grond op een bepaalde locatie gebruikt mag worden en wat op de grond gebouwd mag worden.
Beveiligingsplan:
Een beveiligingsplan omschrijft op welke manier de organisator de beveiliging op zijn evenemententerrein organiseert en wie daar verantwoordelijk voor is.
Bevoegd gezag:
De instantie die de vergunningaanvraag beoordeelt en een vergunning wel/niet afgeeft (voor een evenement is dit bijvoorbeeld de burgemeester, voor het geluid bij evenementen is dit bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders).
Circulariteit:
Het verlengen van de levensduur van producten en materialen door deze opnieuw in te zetten.
Commerciële tent- of
schuurfeesten:
Een feest dat gegeven wordt in niet daarvoor bestemde (tijdelijke) bouwwerken, zoals schuren, kassen en tenten. Tijdens het feest wordt muziek ten gehore gebracht en wordt, al dan niet door (directe) verkoop, zwak alcoholhoudende drank verstrekt en het feest wordt georganiseerd door mensen die daar commerciële belangen bij hebben.
Crowd management:
Het in goede banen leiden van grote groepen mensen en het handhaven van de orde (o.a. doorstroming, vluchtwegen, afzettingen en bewegwijzering).
Dagperiode:
Periode van 07.00 uur tot 19.00 uur
DIM-ICE model:
Een veelgebruikt model om maatregelen met betrekking tot crowd management in te kunnen analyseren en beschrijven.
Dorpsfeesten:
Evenementen waarbij de aanvrager en organisator een (vrijwilligers)organisatie zonder winstoogmerk is.
Draaiboek:
Een handleiding en beschrijving waarin staat wat er die dag gaat gebeuren en welke rol iedereen heeft.
Evenemententerrein:
Een terrein bedoeld en geschikt voor het houden van een evenement. In gemeente Achtkarspelen zijn hiervoor locatieprofielen vastgesteld.
Fysieke leefomgeving:
De openbare buitenruimte (onder andere fiets- en wandelpaden, parken, speeltuinen etc.).
Gastheren- of vrouwen:
Leden van de organisatie of vrijwilligers namens de organisatie die ingezet kunnen worden tijdens het evenement voor bepaalde taken ingezet kunnen worden. Deze personen hebben niet dezelfde bevoegdheden als gecertificeerde beveiligers met een vergunning en beveiligingspas.
Gecertificeerde beveiliger:
Een gecertificeerde beveiliger moet voldoen aan de eisen uit de Wet Particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Beveiligers moeten de juiste diploma’s hebben (Mbo-2 opleiding Beveiliger 2 of Event Security Officer) en een examencertificaat na een screening door de politie. Doorloopt een beveiliger die screening met succes? Dan ontvangt hij of zij een beveiligingspas van de afdeling Korpscheftaken van de regionale eenheid van de politie.
GHOR:
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio. De GHOR leidt en coördineert de geneeskundige hulpverlenging bij rampen en crises.
GRIP-structuur:
GRIP staat voor gecoördineerde regionale incidentenbestrijdingsprocedure. Het is een vaste regeling die ingaat bij een grote ramp of crisis. De GRIP structuur is in het leven geroepen om het opschalen van hulpverleningsdiensten ordelijk te laten verlopen.
Last onder bestuursdwang:
Een last onder bestuursdwang is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van een overtreding waarbij de handhavingsinstantie, wanneer de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op kosten van de overtreder, een overtreding beëindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een last onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat.
In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de last onder bestuursdwang de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavingsinstantie kan verzoeken om onmiddellijke beëindiging van de overtreding. Als blijkt dat de overtreder niet bereid is aan dit verzoek te voldoen, kan de handhavingsinstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last feitelijk optreden. Wel moet de handhavingsinstantie zo spoedig mogelijk nadien alsnog een formele sanctiebeschikking uitvaardigen.
Last onder dwangsom:
Een last onder dwangsom is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De overtreder krijgt een verplichting (een last) opgelegd om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen door iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te beëindigen. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat.
In bijzondere gevallen kan bij een dreigende overtreding of illegale situatie een preventieve last worden opgelegd. Het gaat hier om een ingrijpende bevoegdheid welke – volgens vaste jurisprudentie - alleen mag worden ingezet als zich een gevaar voordoet van een overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden.
Leges:
Bedragen die de gemeente bij een aanvrager in rekening brengt voor een concrete tegenprestatie, bijvoorbeeld een bedrag voor het verlenen van een vergunning.
Locatieprofiel:
Op deze locaties worden enkele keren per jaar evenementen georganiseerd. In de profielen worden randvoorwaarden en spelregels voor de locaties vastgelegd.
Multidisciplinair veiligheids-
advies:
Een integraal advies aan de gemeente vanuit de politie, brandweer, GHOR en de afdeling crisisbeheersing van de VRF.
Nachtperiode:
De periode van 24.00 uur tot 07.00 uur
Officiële feestdag:
De rijksoverheid hanteert de volgende officiële feestdagen; 1 januari, Goede Vrijdag, eerste en tweede Paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag.
Omgevingsplan:
Het omgevingsplan bevat algemene regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente krijgt een omgevingsplan onder de Omgevingswet.
Schaarse vergunning:
Een vergunning waarvan er één of een beperkt aantal kan worden verleend. Terwijl er meer (potentiële) aanvragers zijn.
Schouw:
De gemeente (een toezichthouder brandveiligheid) inspecteert met de organisator het evenemententerrein, eventuele tijdelijke bouwwerken (zoals een tent, loods of tribune) en controleert hierop de vergunningsvoorschriften.
Veiligheidsplan:
Een veiligheidsplan laat zien welke risico’s een evenement heeft en welke maatregelen de organisator daarop treft. Het veiligheidsplan is een verdieping op het draaiboek.
Verkeersplan:
Een verkeersplan omschrijft specifieke verkeersmaatregelen rondom een evenement. Een verkeersplan is een verdieping op het draaiboek.
Wederverstrekking:
Een meerderjarige die alcohol of een ander genotsmiddel koopt en doorgeeft aan een minderjarige.
Zaaksysteem:
Het computersysteem dat de gemeente gebruikt om alle documenten in op te slaan en de aanvraag af te handelen.
Zienswijze:
Een reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op een voorgenomen besluit.
Bijlage II Bronnenlijst
•Bestaande wet- en regelgeving en andere relevante interne beleidsstukken.
•Handreiking voor Publieke Gezondheid en Veiligheid bij evenementen van de VRF.
•Afsprakendocument Risicobeheersing Brandweer Fryslân – Friese gemeenten 2014.
•Hygiënerichtlijn publieksevenementen 2014 – 2016.
•Europese SUP-richtlijn.
•Alcohol en drugs bij evenementen, leidraad voor gemeenten van het Trimbos Instituut.
•Handhaving door en voor gemeenten, een juridische handleiding voor de gemeentelijke praktijk van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
•https://www.evenementenhelpdesk.nl.
•https://www.nvwa.nl.
•https://www.rijksoverheid.nl.
•https://www.veiligheidsregiofryslan.nl.
Bijlage IV Locatieprofielen
Locatieprofiel
Buitenpost, grasveldje naast de Mariakerk aan de Oude Havenstraat
Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of schuurfeesten)
1
Geluidnormen
Zie bijlage geluidnormen.
Voorkeurspositie tent of podium
Het podium met geluidinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Bij voorkeur is dit in oostelijke richting (richting de Mariakerk). In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk.
Verkeer en parkeren
De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk.
Parkeren kan bij voorkeur op de parkeerplaatsen in het winkelcentrum, bij Kapenga en in omliggende straten. Fietsen kunnen gestald worden in het winkelcentrum of op het terrein zelf. Er dient genoeg fietsenstalling aanwezig te zijn, om te voorkomen dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan.
Tijdens een evenement worden bij voorkeur de volgende wegen afgesloten:
-Haersma de Withstraat, vanaf het kruispunt met de Oude Havenstraat tot aan de Margrietstraat.
-Margrietstraat, langs het grasveld en de kerk.
Hierover is overleg met de gemeente mogelijk
Veiligheid
De calamiteitenroute op deze locatie loopt langs de Oude Havenstraat. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen.
Omdat het evenemententerrein grasland is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen.
Voorzieningen
Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water op de locatie. De organisator van een evenement dient gebruik te maken van eigen voorzieningen.
Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.
Bijzonderheden
-
Locatieprofiel
Buitenpost, kaatsveld aan Parklaan
Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of schuurfeesten)
1
Geluidnormen
Zie bijlage geluidnormen.
Voorkeurspositie tent of podium
Het podium met geluidinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Bij voorkeur is dit in noordwestelijke richting. In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk.
Verkeer en parkeren
De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk.
Parkeren kan bij voorkeur op de parkeerplaatsen in het winkelcentrum, bij Kapenga en in omliggende straten. Fietsen kunnen gestald worden in de fietsenstalling bij de sporthal naast het terrein. Er dient genoeg fietsenstalling aanwezig te zijn, om te voorkomen dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan.
De Parklaan dient vrijgehouden te worden van geparkeerde auto’s.
Veiligheid
De calamiteitenroute langs De Parklaan moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen.
Omdat het evenemententerrein grasland is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen.
Voorzieningen
Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water op de locatie. De organisator van een evenement kan gebruik maken van water vanuit de sporthal en dient verder gebruik te maken van eigen voorzieningen.
Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.
Bijzonderheden
-
Locatieprofiel
Drogeham, parkeerterrein VV Drogeham, De Buorren 12A
Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of schuurfeesten)
3
Geluidnormen
Voorkeurspositie tent of podium
Het podium met geluidinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Bij voorkeur is dit in noordoostelijke richting. In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk.
Verkeer en parkeren
De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk.
Parkeren kan bij voorkeur op het naastgelegen terrein van VDM. Eventueel kan er geparkeerd worden in de straten van het dorp. Hierover dient eerst overleg met de gemeente plaats te vinden. Fietsen kunnen gestald worden in de fietsenstalling op het parkeerterrein van VV Drogeham. Er dient genoeg fietsenstalling aanwezig te zijn, om te voorkomen dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan.
Veiligheid
De calamiteitenroute op deze locatie loopt langs De Buorren. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen. Bezoekers van een evenement kunnen bij een calamiteit het voetbalveld op.
Omdat het evenemententerrein een weiland is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen.
Voorzieningen
Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water op de locatie. De organisator van een evenement zal hier gebruik moeten maken van eigen voorzieningen of, in overleg met de voetbalclub, van de voorzieningen van VV Drogeham.
Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.
Bijzonderheden
Het betreft een particulier terrein in eigendom van Stichting Sportveld Drogeham. Evenementen kunnen hier alleen plaatsvinden als de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor geeft. De eigenaar kan daarnaast aanvullende afspraken met de organisatoren maken over het gebruik van het terrein.
Locatieprofiel
Drogeham, terrein aan De Sânnen (toegang tussen 14 en 16)
Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of schuurfeesten)
1
Geluidnormen
Zie bijlage geluidnormen.
Voorkeurspositie tent of podium
Het podium met geluidinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Bij voorkeur is dit in noordoostelijke richting. In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk.
Verkeer en parkeren
De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk.
Parkeren kan bij voorkeur in een weiland nabij het terrein. De organisator dient hierbij rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van rijplaten. Fietsen kunnen hier ook worden gestald, mits hiervoor genoeg fietsenstalling gecreëerd wordt die voorkomt dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan.
Er geldt een parkeerverbod aan De Buorren om ervoor te zorgen dat de calamiteitenroute vrij blijft.
Veiligheid
De calamiteitenroute loopt langs het voetbalveld. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen.
Omdat het evenemententerrein een weiland is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen.
Voorzieningen
Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water op de locatie. De organisator van een evenement zal hier gebruik moeten maken van aggregaten en toiletunits.
Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.
Bijzonderheden
Het betreft een particulier terrein. Evenementen kunnen hier alleen plaatsvinden als de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor geeft. De eigenaar kan daarnaast aanvullende afspraken met de organisatoren maken over het gebruik van het terrein.
Locatieprofiel
Drogeham, weiland achter terrein Hypo Fryslân, Hamsterpein 1
Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of schuurfeesten)
1
Geluidnormen
Zie bijlage geluidnormen.
Voorkeurspositie tent of podium
Het podium met geluidinstallatie dient geplaatst te worden in de richting die zoveel mogelijk van de bebouwing afdraagt. Bij voorkeur is dit in noordelijke richting. In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk.
Verkeer en parkeren
De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk.
Parkeren kan bij voorkeur in een weiland langs de parallelweg. De organisator dient hierbij rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van rijplaten. Fietsen kunnen hier ook worden gestald, mits hiervoor genoeg fietsenstalling gecreëerd wordt die voorkomt dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan.
Op de Hamsterpein, het gedeelte ter hoogte van Hamsterpein 1, geldt over een afstand van 200 meter aan weerszijden van de ingang van het concoursterrein tijdens een evenement een maximumsnelheid van 30 km/u.
Veiligheid
De calamiteitenroute loopt langs beide kanten van de Hamsterpein. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen.
Vanwege de drukke weg dient er extra verlichting geplaatst te worden bij de oversteekplaats.
Omdat het evenemententerrein een weiland is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen.
Voorzieningen
Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water op de locatie. De organisator van een evenement zal hier gebruik moeten maken van eigen voorzieningen.
Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.
Bijzonderheden
Het betreft een particulier terrein. Evenementen kunnen hier alleen plaatsvinden als de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor geeft. De eigenaar kan daarnaast aanvullende afspraken met de organisatoren maken over het gebruik van het terrein.
Locatieprofiel
Surhuisterveen, de passage van De Kolk naar De Dellen
Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of schuurfeesten)
4
Geluidnormen
Zie bijlage geluidnormen.
Voorkeurspositie tent of podium
Het podium met geluidinstallatie dient bij voorkeur geplaatst te worden in zuidoostelijke richting (richting De Kolk). In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk.
Verkeer en parkeren
De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk.
Er kan geparkeerd worden op het Torenplein en op de parkeerplaatsen van de Lidl (ter hoogte van Baansein) en de Albert Heijn (ter hoogte van De Kolk en Nije Jirden). Fietsen kunnen rondom het terrein worden gestald, mits hiervoor genoeg fietsenstalling gecreëerd wordt die voorkomt dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan.
Tijdens een evenement worden bij voorkeur de volgende wegen afgesloten:
-De doorgang tussen Terstal en Kolkzicht.
-De Kolk, het gedeelte vanaf de kruising met de Groningerstraat tot aan de kruising met de Dr. Van Kammenstraat.
Hierover is overleg met de gemeente mogelijk.
Veiligheid
Hulpdiensten kunnen zowel via De Kolk/De Dellen als via het parkeerterrein van de Albert Heijn aanrijden. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen.
Voorzieningen
Er kan gebruik gemaakt worden van het stroompunt en water van Kolkzicht (in overleg) of van eigen voorzieningen.
Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.
Bijzonderheden
-
Locatieprofiel
Surhuisterveen, Torenplein
Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of schuurfeesten)
3
Geluidnormen
Zie bijlage geluidnormen.
Voorkeurspositie tent of podium
Het podium met geluidinstallatie dient bij voorkeur geplaatst te worden in zuidelijke richting. In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk.
Verkeer en parkeren
De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk.
Er kan geparkeerd worden op de parkeerterreinen bij de Lidl (ter hoogte van Baansein), Kluswijs (Vierhuisterweg), Albert Heijn (ter hoogte van De Kolk en Nije Jirden). Fietsen kunnen op de locatie zelf gestald worden, mits hiervoor genoeg fietsenstalling gecreëerd wordt die voorkomt dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan op het terrein.
Veiligheid
De calamiteitenroute op deze locatie loopt langs de Gedempte Vaart en de Jan Binneslaan. De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen.
Voorzieningen
Er is een PUTkast aanwezig voor stroom en water. Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.
Er is straatverlichting aanwezig. Afhankelijk van het soort evenement zijn extra lichtmasten nodig. Hierover graag overleg met de gemeente.
Bijzonderheden
-
Locatieprofiel
Surhuizum, weiland aan Pûsterwei
Aantal evenementendagen per jaar (commerciële tent- of schuurfeesten)
2
Geluidnormen
Zie bijlage geluidnormen.
Voorkeurspositie tent of podium
Het podium met geluidinstallatie dient bij voorkeur geplaatst te worden in oostelijke richting. In overleg met de gemeente is wellicht een andere indeling mogelijk.
Verkeer en parkeren
De organisator van een evenement dient te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid en dient dit in goede banen te leiden. De inzet van voldoende parkeerwachten en verkeersregelaars is van belang. Dit is afhankelijk van het evenement en is daarom ook maatwerk.
Parkeren kan bij voorkeur in een weiland nabij het terrein. De organisator dient hierbij rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van rijplaten. Fietsen kunnen hier ook worden gestald, mits hiervoor genoeg fietsenstalling gecreëerd wordt die voorkomt dat er onveilige en onordelijke situaties ontstaan.
De Pûsterwei dient tijdelijk ingericht te worden als een 30km weg.
Veiligheid
De calamiteitenroute moet altijd vrij blijven van obstakels en mag niet gebruikt worden als vluchtroute voor bezoekers. Om tegengesteld verkeer te voorkomen.
Omdat het evenemententerrein een weiland is, dient de organisator rekening te houden met slecht weer vooraf of tijdens het evenement en dient hierop passende maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van platen.
Voorzieningen
Er zijn geen voorzieningen voor stroom en water op de locatie. De organisator van een evenement zal hier gebruik moeten maken van eigen voorzieningen.
Let op: er kan een gescheiden riolering systeem aanwezig zijn (vuilwaterriool en regenwaterriool). Daarom dient de organisatie tijdens het aanvraagproces contact op te nemen met de afdeling Beheer.
Bijzonderheden
Het betreft een particulier terrein. Evenementen kunnen hier alleen plaatsvinden als de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor geeft. De eigenaar kan daarnaast aanvullende afspraken met organisatoren maken over het gebruik van het terrein.
Bijlage V Geluid bij evenementen in de open lucht
1Inleiding bijlage geluid
1.1 Wettelijk kader
Zoals in het evenementenbeleid al is aangegeven is de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Achtkarspelen (hierna: APV) de wettelijke basis voor evenementen. Voor geluid bij evenementen ligt die wettelijke basis specifiek in artikel 4:6 van de APV. Hierin staat dat het verboden is om in de open lucht (dus buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zoals een horecazaak) toestellen of geluidsapparatuur in werking te hebben, of handelingen te verrichten, die voor een omwonende of de omgeving geluidhinder veroorzaken. Versterkte muziek bij een evenement zou kunnen zorgen voor hinder. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) kan van het verbod ontheffing verlenen.
Met het verlenen van een geluidontheffing wordt een bepaalde mate van hinder naar de omgeving toegestaan. In deze bijlage staat:
•Wanneer een ontheffing nodig is.
•Wanneer een akoestisch onderzoek van de organisatie nodig is.
•Het normenstelsel op grond waarvan het college de geluidontheffing verleend.
1.2 Afwijkingsbevoegdheid
Het is voor het college mogelijk gemotiveerd af te wijken van het normenstelsel bij:
•Evenementen die van groot (maatschappelijk/economisch) belang zijn voor de gemeente.
•Evenementen die en/of eenmalig zijn.
•Evenementen die en/of een zeer bijzonder karakter hebben.
1.3 Bronnen en literatuur
Bij het opstellen van deze bijlage is aangesloten bij bestaande wet- en regelgeving, zoals de Wet milieubeheer, en andere relevante beleidsstukken, zoals de Nota Limburg en het Derde Convenant preventie gehoorschade muzieksector. Verder is er aangesloten bij gerechtelijke uitspraken. In bijlage 3 staat een overzicht van de gehanteerde bronnen en literatuur.
2Geluidhinder
Bij de beoordeling van geluid moet naast het geluidniveau ook rekening gehouden worden met andere factoren. Of geluid van een evenement als hinderlijk wordt ervaren, hangt af van diverse factoren die met elkaar samenhangen. In het normenstelsel van deze bijlage is rekening gehouden met onderstaande factoren.
Akoestische factoren
•Het geluidniveau. Hoe hoger het niveau, hoe groter de prikkeling en de stress worden.
•De blootstellingsduur. De hinder neemt toe naarmate omwonenden langer worden blootgesteld aan geluid. Voor evenementen is dit zowel de duur als frequentie waarop deze plaatsvinden.
•Lage tonen worden als meer storend ervaren. Daarom is bij evenementen waarbij muziek met veel lage bastonen wordt gedraaid de hinderbeleving groter.
Sociaalpsychologische factoren
•De maatschappelijke aanvaardbaarheid: evenementen die een sterk maatschappelijk karakter hebben, dragen bij aan de onderlinge samenhang. Minder prettige bijkomstigheden, zoals hoge geluidniveaus en een latere eindtijd, worden hierbij eerder als acceptabel beschouwd.
•De voorspelbaarheid: onverwachte of onregelmatige blootstelling aan geluid leidt tot meer hinder dan in een situatie waarin het optreden van geluid voorspelbaar is.
•Gevoel van beheersbaarheid: als er geen gevoel van beheersbaarheid is, dan ontstaat er ook steeds meer prikkeling en stress. Onder beheersbaarheid wordt verstaan; zekerheid over het begin- en het eindtijdstip en het kunnen ontlopen ervan.
3Gehoorschade bezoekers evenement
Tussen het rijk en organisatoren van festivals is het Derde Convenant preventie gehoorschade muzieksector afgesloten. Ter bescherming van volwassen bezoekers zijn in het convenant afspraken gemaakt over een hoogste equivalent gemiddeld geluidniveau van LAeq-15 min = 103 dB(A)* voor volwassenen ter plaatse van de mengtafel, ook wel Front Of House of regietoren genoemd. Deze staat meestal 20-25m van het hoofdpodium af. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (m.n. tussen het podium en FOH) te verkleinen. Zowel in de aanvraag als de ontheffing wordt dit als uitgangspunt vastgelegd.
*) Voor muziekevenementen voor kinderen en jongeren hanteert het Convenant de volgende hoogste equivalent gemiddeld geluidniveaus:
•Voor shows voor jonge kinderen (t/m 13 jaar) is dit maximaal 91 dB(A);
•Voor shows voor kinderen/jongeren van 14 en 15 jaar is dit maximaal 96 dB(A);
•Voor shows voor kinderen/jongeren van 16 en 17 jaar is dit maximaal 100 dB(A);
Het college vindt de bescherming van bezoekers belangrijk. Ten opzichte van hetgeen afgesproken in het derde Convenant is dit beleid hier 3 dB(A) strenger. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. Voor volwassenen geldt een maximale waarde van LAeq-15 min = 100 dB(A). Overeenkomstig voor volwassenen geldt de verlaging ook voor jongeren van 16/17 jaar (97 dB(A)), voor 14/15 jaar (93 dB(A)) en voor kinderen t/m 13 jaar (88 dB(A)). Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. In de praktijk blijkt dit haalbaar voor veruit de meeste evenementen en hoeft het niet ten koste te gaan van de muziekbeleving.
Gehoorbescherming
Als het muziekgeluid boven deze waarde uitkomt, moet de organisatie de betreffende doelgroepen gehoorbescherming aanbieden. Deze zijn op een laagdrempelig wijze beschikbaar en goed vindbaar voor de bezoekers. De bezoekers worden voor of aan het begin geïnformeerd over de noodzaak en beschikbaarheid van gehoorbescherming. Uiteindelijk maakt de bezoekers zelf de keuze voor het daadwerkelijk dragen van de gehoorbescherming.
4Normenstelsel
Het geluid bij evenementen brengt een bepaalde mate van overlast met zich mee bij omliggende geluidgevoelige bestemmingen, meestal woningen. Om deze overlast te beperken stellen we normen aan het aantal geluidsdagen, de begin- en eindtijden en de hoeveelheid te produceren geluid. Dit vormt het normenstelsel van deze bijlage.
In deze bijlage wordt aangegeven wat maximaal is toegestaan, zijnde een grenswaarde. Wat werkelijk wordt toegestaan is afhankelijk van de aanvraag van de geluidontheffing en/of de uitkomsten van een akoestisch onderzoek. De feitelijke normstelling in de te verlenen geluidontheffing is maatwerk. Deze kan daardoor naar beneden afwijken van de maximale normen in deze bijlage.
Wij sluiten hiermee aan bij het BBT-principe. Het doel is dat toegepaste maatregelen en voorzieningen de grootst mogelijke bescherming aan het milieu moeten bieden, maar dat anderzijds deze maatregelen redelijk moeten zijn.
4.1 Aantal geluidsdagen
Er is geen regelgeving voor het aantal geluidsdagen voor een of meerdere evenementen. Wat acceptabel is voor een bepaalde locatie is ter afweging aan de gemeente zelf. Wij hanteren het aantal van maximaal 12 dagen per locatie. Wanneer het geluid bij een evenement in de nachtperiode doorloopt tot in de volgende dag wordt dit gerekend als één geluidsdag.
4.2 Tijden
De eindtijden voor buitenevenementen en de muziek worden vermeld en toegelicht in het evenementenbeleid, onder paragraaf 4.3.
Standaard rustperiode geluid
Bij evenementen die daags na elkaar op dezelfde locatie plaatsvinden moet er tussen de eindtijd en de begintijd van de muziek minimaal 8 uren zitten. Dit is een aaneengesloten rustperiode. Dit betekent dat bij een eindtijd van bijvoorbeeld 01:00 uur dan is een begintijd de aansluitende ochtend van 9:00 uur mogelijk en niet eerder.
4.3 Geluidnormen
Voor de bepaling van de geluidnormen is een opdeling gemaakt in lichte - en normale muziekevenementen, de op- en afbouw en overig geluid. Hierbij geldt dat:
•De evenementen altijd gebruik maken van BBT (Best Beschikbare Technieken) om geluidhinder zoveel als mogelijk te beperken.
•Geluidmetingen naar muziekgeluid worden uitgevoerd volgens het meetprotocol beschreven in bijlage 1.
•Andere geluidmetingen worden uitgevoerd volgens de HMRI 1999.
•Geluidnormen worden vastgelegd op de gevel van omliggende woningen, de gevel van andere geluidgevoelige gebouwen, op vastgestelde referentiepunten dan wel ter plaatse van Front of house.
•Onderstaande normen gaan uit van:
o Housemuziekspectrum; en
o een gevelisolatiewaarde van 20 dB.
Bij een andere muziekspectrum of isolatiewaarde wordt de maximale grenswaarde overeenkomstig bijgesteld.
4.3.1 Licht muziekevenement (zie toelichting)
Dit zijn kleinschalige (buurt)evenementen in de dag- en avondperiode. In de nachtperiode is geen muziek toegestaan. Muziekgeluid heeft slechts een ondersteunende functie in de sfeer. Er is meestal sprake van een hoge maatschappelijke betrokkenheid van de bezoekers en omgeving. Een ontheffing voor geluidhinder volgens artikel 4:6 APV achten wij alleen nodig als het muziekniveau in LAeq over 1 min gelijk of hoger is dan 90 dB(A) en 104 dB(C), gemeten op 1 meter van de geluidboxen. Dan wordt het muziekgeluid beoordeeld volgens de criteria van normaal muziekevenement. Als een lager muziekniveau aangevraagd wordt, worden geen geluidnormen opgelegd.
4.3.2 Normale muziekevenement (zie toelichting)
Wij hanteren de volgende grenswaarden:
Op de gevel van omliggende woningen, andere geluidgevoelige gebouwen of vastgestelde referentiepunten:
•Voor de dag- en avondperiode is een maximaal geluidniveau van 70 dB(A) en 84 dB(C) toegestaan.
•Voor de nachtperiode is een maximaal geluidniveau van 45 dB(A) en 59 dB(C) toegestaan.
Waarbij Front of house een ondersteunende grenswaarde geeft:
•Er is een maximaal geluidniveau van 100 dB(A)* toegestaan voor bezoekers van 18 jaar en ouder.
•Er is een maximaal geluidniveau van 114 dB(C)** toegestaan voor bezoekers van 18 jaar en ouder.
* voor bezoekers van 16/17 jaar, 14/15 jaar en 13 jaar en jonger geldt resp. 97 dB(A), 93 dB(A) en 88 dB(A).
** voor bezoekers van 16/17 jaar, 14/15 jaar en 13 jaar en jonger geldt resp. 111 dB(C), 107 dB(C) en 102 dB(C).
4.3.3 Op- en Afbouw
De tijden voor de op- en afbouw worden vermeld in het evenementenbeleid (paragraaf 4.3) (tussen 09:00 uur en 21:00 uur). Voor de geluidniveaus die tijdens de op- en afbouw periode maximaal worden toegestaan hanteren wij de volgende grenswaarden:
•LAeq = 70 dB(A) in de dagperiode en 65 dB(A) in de avondperiode;
•LAmax = 85 dB(A) in de dagperiode en 80 dB(A) in de avondperiode.
4.3.4 Overig geluid
Voor de geluidniveaus van overig geluid tijdens het evenement (naast muziekgeluid en geluid van de op- en afbouw) worden de volgende grenswaarden overeenkomstig het art. 2.17 lid 1a van het Activiteitenbesluit milieubeheer toegestaan:
Een voorbeeld zijn de (nood)stroomaggregaten, welke gedurende het evenement noodzakelijk zijn als het elektriciteitsnet onvoldoende kan leveren. De locatie en afscherming zijn bepalend voor de geluidbelasting.
4.3.5 Akoestisch onderzoek
De gemeente Achtkarspelen (de vergunningverlener) bepaalt wanneer de evenementenorganisator in een akoestische rapportage duidelijk moet maken welke geluidsruimte (van het evenement, de op- en afbouw en het overige geluid) wordt gevraagd. Zeker als aannemelijk is dat de grenswaarden bereikt worden. Dit wordt per ontheffing beoordeeld. Het akoestische onderzoek moet voldoen aan het meet- en rekenprotocol van bijlage 1.
De richtlijn voor muzieklawaai komt uit de nota Limburg en is het referentieniveau + 10 dB in een woning. Daarmee accepteren we de status “veel hinder”. De bijbehorende gevelbelasting is 60 dB(A) en 74 dB(C). Als in de aanvraag door de organisator dan wel door de vergunningverlener aannemelijk gemaakt kan worden dat de geluidbelasting bij een woning hoger of gelijk aan de 60 dB(A) is, wordt bij de aanvraag een akoestisch onderzoek vereist. Is voor de desbetreffende locatie actuele akoestische informatie beschikbaar, dan kan de vergunningverlener de onderzoekplicht laten vervallen.
4.3.6 Niet-meet verklaring
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij uit het akoestisch onderzoek vooraf blijkt dat sprake is van een normoverschrijding bij een beperkt aantal geluidgevoelige objecten. In die situaties kan een organisator van een evenement proberen een overeenkomst te sluiten met individuele bewoners of eigenaren van deze geluidgevoelige objecten. Dit kan bijvoorbeeld door hen te compenseren voor die tijdelijke hogere mate van geluidoverlast. Wij willen als gemeente deze mogelijkheid niet van tevoren uitsluiten en zullen met die strekking de aanvraag toetsen met als uitgangspunten:
•Afspraken tussen organisator en omwonenden moeten altijd per individuele bewoner zijn overeengekomen.
•Alle bewoners van de woningen die te maken gaan krijgen met een gevelwaarde boven de grenswaarde dienen hiermee akkoord te gaan.
•Het is duidelijk om welke geluidbelasting en tijdsduur het gaat; bij de vergunningsaanvraag dient uit akoestisch onderzoek (conform het Meet- en rekenprotocol) te blijken welke geluidbelasting verwacht wordt op de betreffende woningen.
•De compensatie moet proportioneel zijn. Voor een compensatie van 24 uur beschouwen wij een richtbedrag van 150 euro per persoon als redelijk.
4.3.7 Stemgeluid
Het stemgeluid van bezoekers van het evenement op het evenemententerrein is geen onderdeel van de (on)versterkte muziek en wordt daarmee niet in de beoordeling van de geluidniveaus opgenomen. Tenzij dit in het bestemmingsplan anders is aangegeven.
Stemgeluid op het evenemententerrein bestaat meestal uit het meezingen van de bezoekers. Dit specifieke geluidniveau is indirect afhankelijk van het geluidniveau van de muziek. Het uitgangspunt is dat het muziekniveau bepalend en hoger is dan het stemgeluid. De organisator heeft direct invloed op de muziek qua geluidniveau en geluidspectrum, met de instellingen op de mengtafel. Hierop is toezicht en handhaving. Het stemgeluid wordt daardoor niet in de beoordeling meegenomen.
Als de gronden in het bestemmingsplan bestemd zijn voor evenementen is er meestal een zgn. locatieonderzoek uitgevoerd voor een afweging voor een goede ruimtelijke ordening. Hierin is het stemgeluid van bezoekers binnen en buiten het evenemententerrein wel beoordeeld. Daarvoor zijn mogelijk planregels opgesteld, die doorwerken in deze bijlage.
Toelichting evenementengeluid
Wanneer is een ontheffing artikel 4:6 APV nodig?
Vanuit de oorveiligheid is gekozen voor een drempelwaarde bij muziekgeluid van 90 dB(A) en 104 dB(C) op 1m afstand van de muziekbox(en). Daarmee worden vooral jonge kinderen beschermd tegen oorschade. Deze waarde is voor iedereen duidelijk herkenbaar en komt terug in het aanvraagformulier voor de ontheffing. Als een muziekevenement onder deze waarde blijft, is geen ontheffing nodig en neemt het bevoegd gezag geen geluidnormen in dB(A) en dB(C) op.
Het bronvermogen van de muziekbox zal ca. 100 dB(A) bedragen. In onderstaande tabel wordt in deze worstcase de afnemende geluidbelasting op de gevel van een woning gegeven bij een toenemende afstand.
Bronvermogen box is LAeq = 100 dB(A) *)
Afstand muziekbox tot gevel woning in meters
Demping in dB(A) **)
Geluidbelasting LAeq op gevel in dB(A)
100
6
25
75
100
11
30
70
100
20
35
65(grenswaarde dag)
100
35
40
60(grenswaarde avond)
100
60
45
55
100
100
50
50
*) Bij een lager bronvermogen met x dB(A) in de linkerkolom neemt de geluidbelasting in de rechterkolom ook met x dB(A) af
**) afstandsverdubbeling geeft een demping van 6 dB(A) (zie bijlage)
Uitgaande van de grenswaarde voor lichte muziekevenementen van 65/60 dB(A) in de dag/avondperiode (status ernstige hinder in de woning) plaatst de organisator de muziekbox op een minimale afstand van 20/35m in de dag/avondperiode van een woning, van de woning af gericht.
dB(A) normering op de gevel van een woning/geluidgevoelige bestemming/meetpunt/FOH
De Nota Limburg (Nota evenementen met een luidruchtig karakter 1966) is het leidende uitgangspunt.
De gevelwering van bestaande woningen is minimaal 20 dB volgens het Bouwbesluit 2012. De nieuwbouwwoningen zijn duurzamer en energiezuinig en hebben daardoor een gevelwering van minimaal 25 dB. Tijdens vergunningverlening wordt de geluidwering vastgelegd. Daar waar nodig wordt deze berekend of gemeten door de aanvrager.
Voor een licht muziekevenement geldt voor de dag- en avondperiode het uitgangspunt van spraakverstaanbaarheid en de grenswaarde voor “enige hinder” uit de hinderkwalificatietabel in de woning. Het maximale binnenniveau in de dagperiode en avondperiode bedraagt 35 + 10 = 45 dB(A), resp. 30 + 10 = 40 dB(A). Rekening houdend met gemiddelde gevelisolaties van 20 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 65 dB(A) in de dagperiode en 60 dB(A) in de avondperiode.
Voor licht muziekevenement geldt voor de nachtperiode het uitgangspunt van slaapverstoring en de grenswaarde voor “geen hinder” uit de hinderkwalificatietabel in de woning. Het maximale binnenniveau in de nachtperiode bedraagt 25 + 0 = 25 dB(A). Rekening houdend met gemiddelde gevelisolaties van 20 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 45 dB(A). Praktisch is dan geen sprake meer van muziekgeluid.
Voor normale muziekevenementen geldt voor de dag- en avondperiode het uitgangspunt van spraakverstaanbaarheid en de grenswaarde van 50 dB(A) voor “onduldbare hinder” uit de hinderkwalificatietabel in de woning. Rekening houdend met gemiddelde gevelisolaties van 20 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 70 dB(A).
Wil een organisator een hogere waarde vergund krijgen, dan is bij de aanvraag een aanvullend akoestisch onderzoek nodig naar de benodigde gevelwering van de desbetreffende woning(en).
Voor normale muziekevenementen geldt voor de nachtperiode het uitgangspunt van slaapverstoring en de grenswaarde voor “geen hinder” in de woning. Het maximale binnenniveau in de nachtperiode bedraagt 25 + 0 = 25 dB(A). Rekening houdend met gemiddelde gevelisolaties van 20 dB, mag worden uitgegaan van een gevelbelasting van maximaal 45 dB(A). Praktisch is dan geen sprake meer van muziekgeluid. Dan wel achtergrondmuziekgeluid op grote afstand.
Bij de geluidbelasting bij FOH wordt er vaak gerekend met een afstand van 20 – 25m van het podium/opstelling boxen. Grofweg kan er gerekend worden met een afstandsdemping van 36 dB(A). Bij een “gehoor”grens voor volwassenen heeft het podium een maximaal bronvermogen van 100 + 36 = 136 dB(A) (en 150 dB(C)). Het oor ligt dan op de box. Uitgangspunt blijft dat de bezoeker de aangeboden gehoorbescherming vrijwillig draagt.
dB(C) normering
De dB(C) normering is afhankelijk van de optredende dB(A) waarde in combinatie met het optredende muziekspectrum. De aanvrager geeft dit aan. Volgens de “NSG-Richtlijn muziekspectra in de horeca” (maart 2015) accepteren we een muziekspectrum met bastonen overeenkomstig het pop-dance-house-ultrabas-spectrum. Het verschil tussen de dB(A) waarde en dB(C) waarde varieert volgens deze richtlijn positief tussen de 6 en 20 dB. Met de keuze van het spectrum ligt daarmee ook de te vergunnen dB(C) waarde vast op enig meetpunt.
Bij een B-evenement met een housespectrum wordt naast bijvoorbeeld een 75 dB(A) ook een 89 dB(C) grenswaarde vergund. Dezelfde redenering geldt voor de grenswaarde FOH van 100 dB(A) en dus 114 dB(C) voor volwassenen.
Omdat de grenswaarden A-gewogen zijn, wordt het toelaatbare geluidniveau in eerste instantie ook in dB(A) uitgedrukt. Bij een A-gewogen geluidniveau worden de lage tonen minder meegewogen dan de midden en hoge tonen. Dit betekent dat de bassen kunnen toenemen terwijl het totale A-gewogen geluidniveau niet of nauwelijks wijzigt. Hierdoor is het voor de organisatie van het evenement en handhavers van een gemeente moeilijk in te schatten of het geproduceerde geluidniveau aansluit bij de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek. Het hulpmiddel is het C-gewogen geluidniveau. In de C-weging worden de lage tonen zwaarder beoordeeld. Het verschil tussen het A- en C-gewogen geluidniveau zegt daardoor iets over de mate van lage tonen. In tabel 2 en hieronder is weergegeven wat het verschil is tussen het A- en C-gewogen geluidniveau per muziekspectrum:
(tabel NSG-richtlijn par. 3.2.5)
Toelichting akoestisch onderzoek
Uitgangspunt is een drempelwaarde van 60 dB(A) en 74 dB(C) op de gevel van een omliggende woning. In de woning is er dan sprake van een geluidbelasting van 40 dB(A). Vanuit de Nota Limburg is er dan sprake van een status “veel hinder” voor spraakverstaanbaarheid. Komt het muziekgeluid van het evenement boven deze waarde of wordt dit aannemelijk gemaakt is een akoestisch onderzoek nodig bij de ontheffing.
Op locaties waar vaker evenementen gehouden zijn, is meestal deze akoestische informatie al bekend. De vergunningverlener kan dan afzien van de onderzoekplicht. De ontheffing wordt dan op deze basis van informatie afgegeven.
Bij welke afstand wordt de drempelwaarde van 60 dB(A) bij een normaal muziekevenement bereikt. Bij dit evenement is de geluidbelasting op het podium gemiddeld 125 dB(A). Om dit geluid te dempen naar 60 dB(A) is er een afstand van ca. 500m nodig. Omdat in deze range altijd woningen staan is er daarmee ook een onderzoekplicht. In bijlage 4 is er een tabel opgenomen welke de afstandsdemping in dB weergeeft.
Best Beschikbare Technieken
Het uitgangspunt bij elk evenement is dat de geluidbelasting op omliggende woningen en andere geluidgevoelige gebouwen zo laag mogelijk is. Om dat te bereiken zal de organisator van het evenement:
•Niet meer geluid produceren dan nodig is voor het betreffende evenement.
•Geluidreducerende/-sturende maatregelen treffen die minimaal voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT).
Het begrip ‘Beste Beschikbare Technieken’ (BBT) - voorheen bekend als ‘As Low As Reasonably Achievable’ (ALARA) - is afkomstig uit de milieuwetgeving. Op grond van artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient bij de verlening van een vergunning in acht genomen te worden dat tenminste voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Voor de inhoud van het beginsel van BBT kan worden aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wabo. Door het treffen van BBT-maatregelen wordt onnodige geluidemissie zoveel mogelijk voorkomen.
Bij evenementen moet de organisator het BBT-principe (Best Beschikbare Technieken) toe te passen. Dit zijn technieken om de geluidoverdracht naar de omgeving zoveel als mogelijk te beperken. Onderstaande technieken moeten voor zover mogelijk worden toegepast:
•Podia en speakers worden in de meest optimale richting opgesteld.
•Gevlogen speakers worden zo laag mogelijk opgehangen.
•Speakers dienen zo goed mogelijk gericht te zijn op het publiek.
•Gevlogen subwoofers zijn niet toegestaan.
•Het kantelpunt/ de cross-over tussen subs en topkasten ligt op of boven de 80 Hz.
•Er wordt gebruik gemaakt van cardioïde opgestelde subs in een 1:2 verhouding als:
o dit nodig is voor het kunnen voldoen aan de geluidnorm;
o dit een reductie van ten minste 5 dB(A) oplevert op de gevel van enige woning, ongeacht of al aan de geluidnorm voldaan wordt;
o er woningen zijn gelegen binnen 25 meter van de achterzijde van een podium.
•Zogenaamde ‘end fire’ technieken zijn niet toegestaan.
•Het geluid onder de 40 Hz wordt afgefilterd met een verval van 6 dB per tertsband*.
*Geluid onder de 40 Hz moet worden afgefilterd.
Een maatregel om hinder van (zeer) lage tonen te verminderen is het zogenaamde ‘affilteren’. Dit betekent dat het geluidniveau onder een bepaalde frequentie verminderd wordt. Hiervoor wordt een filter gebruikt die naarmate de frequentie lager wordt het geluidniveau steeds verder reduceert.
Soundchecks
Soundchecks vinden bij voorkeur plaats op de dag van het evenement zelf en duren niet langer dan 30 minuten per podium/area. Als het organisatorisch onvermijdbaar is kunnen soundchecks de dag voorafgaand aan het evenement plaatsvinden. Soundchecks worden niet voor 10:00 uur en niet na 22:00 uur gehouden. Voor soundchecks gelden dezelfde maximale geluidniveaus als in de ontheffing is opgenomen.
Bijlagen bij geluid
Bijlage 1: Meet- en rekenprotocol
Bijlage 2: Overzicht van bronnen en literatuur
Bijlage 3: Begrippenlijst
Bijlage 4: Indicatie afstandsdemping vrije-veld situatie (HMRI 1999)
Bijlage 1: Meet- en rekenprotocol
1Inleiding
Dit meet- en rekenprotocol (hierna: het protocol) is van toepassing op muziekgeluid van een evenementen in de open lucht die binnen gemeente Achtkarspelen gehouden worden. Het protocol is opgesteld om een eenduidige en heldere manier te bieden hoe gemeten en gerekend wordt met evenementengeluid, met de nadruk op muziekgeluid. Dit protocol is een onlosmakelijk onderdeel van de bijlage ‘Geluidnormen voor evenementen in de open lucht gemeente Achtkarspelen’ bij het evenementenbeleid. Het protocol zal periodiek worden bijgewerkt op basis van ervaringen en voortschrijdende inzichten. De gemeente Achtkarspelen houdt bij de geluidmetingen de Handleiding meten- en rekenen industrielawaai 1999 (hierna: HMRI) aan als leidraad. De HMRI is opgesteld voor industrielawaai en daarmee niet op alle onderdelen geschikt voor muzieklawaai van evenementen. In dit protocol staat hoe wij de HMRI toepassen bij de evenementen op het uitgangspunt “meten = weten”.
2Algemeen
2.1 Beoordelingspunten
•De grenswaarden voor evenementengeluid gelden op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen (zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen) dan wel op vastgestelde referentiepunten.
•Een (blinde) gevel waarin zich geen ramen en deuren bevinden behoeft niet als beoordelingspunt beschouwd te worden.
•Een (dove) gevel waarin zich geen te openen delen bevinden wordt wel als beoordelingspunt beschouwd.
•De beoordeling vindt plaats op alle verdiepingen van een gebouw waarop zich geluidgevoelige ruimten bevinden. In het akoestisch onderzoek dienen daarvoor rekenpunten opgenomen te worden op alle relevante verdiepingen. Geluidmetingen kunnen zich beperken tot een aantal maatgevende beoordelingspunten die blijken uit het akoestisch onderzoek.
•Indien gewenst kan om praktische redenen beoordeling plaatsvinden op referentiepunten, waarbij berekend moet worden welk geluidniveau aldaar als grenswaarde aangehouden moet worden.
•Er wordt beoordeeld op een hoogte van 1.5 meter in de dag- en avondperiode.
•Er wordt beoordeeld op een hoogte van 5m in de nachtperiode.
2.2 Beoordelingsgrootheid
De grenswaarden voor evenementengeluid worden gesteld in zowel LAeq als LCeq (het equivalente A/C-gewogen invallende geluidniveau). Bij het vaststellen van de beoordelingsgrootheid gelden de volgende correcties, die verderop in het protocol nader worden toegelicht:
•Bij aanwezigheid van stoorgeluid, een stoorgeluidcorrectie Cstoor tot maximaal 3 dB.
•Bij aanwezigheid van gevelcorrectie, een gevelreflectiecorrectie Cg van 3 dB.
•Geen bedrijfsduurcorrectie Cb.
•Geen toeslagen voor muziek-, tonaal- en impulsgeluid (respectievelijk K1, K2 en K3).
•In de regel geen meteocorrectie Cm (uitzonderingen zijn per locatie mogelijk).
De beoordelingsgrootheid LAeq en LCeq wordt bepaald door het over minimaal 3 minuten gemeten geluidniveau, welke indien nodig gecorrigeerd wordt voor stoorgeluid, gevelreflectie en meteocorrectie.
LAeq,3min - Cstoor - Cg - Cm = beoordelingsniveau LAeq
LCeq,3min - Cstoor - Cg - Cm = beoordelingsniveau LCeq
2.3 Afronding getallen
De rekenkundige tussenresultaten worden gepresenteerd tot één cijfer achter de komma. De beoordelingsgrootheden worden opgegeven in hele dB's. Deze getallen worden afgerond volgens NEN 1047. Hierbij geldt dat als het af te ronden getal op een 5 eindigt deze wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele even getal. Dit betekent bijvoorbeeld dat 40,5 dB wordt afgerond naar 40 dB en 45,5 dB naar 46 dB.
2.4 Eisen meetsysteem
Voor het verrichten van metingen volgens het protocol moet het meetsysteem minimaal voldoen aan:
•Een precisie geluidniveaumeter volgens de specificaties van IEC-publicatie 651: 1979, type I met een rondomgevoelige microfoon.
•Een voorziening voor de bepaling van het equivalente geluidniveau op basis van continue integratie van het signaal (`real time').
•Octaafbandfilters (of tertsbandfilters) volgens de specificatie van IEC-publicatie 1260: 1995. De middenfrequenties van de octaafbanden dienen gekozen te worden overeenkomstig ISO 266: 1997 en de banden 31,5 Hz tot en met 8000 Hz te omvatten.
•Een windkap of een windbol.
•Een microfoonstatief tot 5 meter hoogte.
•Ook mogen digitale analyse- of monitoringssystemen worden gebruikt die door snelle bemonstering van tijdsignalen geluiddrukken kunnen meten. De microfoons, voorversterkers en functionaliteit van de software dienen overeenkomstig de eisen van de genoemde IEC-publicatie te zijn.
•Voor en na iedere serie metingen dient het gehele meetsysteem, inclusief microfoons en kabels, op de voor de apparatuur voorgeschreven wijze te worden gekalibreerd met een akoestische ijkbron, die binnen een marge van 0,5 dB een constant signaal geeft. Indien na afloop van de meetserie bij het kalibreren blijkt dat het meetsysteem niet betrouwbaar is (de afwijking ten opzichte van het constante signaal is groter dan 0,5 dB), dienen de desbetreffende metingen, indien mogelijk opnieuw uitgevoerd te worden.
•Bij meerdaagse metingen dient het meetsysteem dagelijks gekalibreerd te worden.
•Het gehele meetsysteem, inclusief akoestische ijkbron(nen), dient tenminste iedere twee jaar uitgebreid en controleerbaar te worden getest. Het testcertificaat is onderdeel van de aanvraag.
3Uitvoeren geluidmetingen
3.1 Meetmethode
Geluidmetingen tijdens evenementen worden uitgevoerd volgens Methode II.1 van de HMRI, met toevoegingen en/of uitzonderingen zoals in dit protocol beschreven. Deze methode bestaat uit immissiemetingen die direct nabij de woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) of vastgestelde meetpunten worden verricht. Soms liggen woningen op grote afstand, waardoor metingen niet meer betrouwbaar zijn voor een goede handhaving. In dat geval wordt er gekozen voor referentiepunten tussen het evenement en de woningen. In die gevallen is dit referentiepunt ook het beoordelingspunt en geldt aldaar de nog vast te leggen geluidnorm. Voor het meten van het C-gewogen geluidniveau wordt bij handmatige metingen de microfoon rustig heen en weer gezwaaid over een afstand van ongeveer 1,5 meter.
3.2 Vereist kennisniveau
Van personen die geluidmetingen verrichten namens de gemeente of namens een organisator van muziekevenement, wordt verwacht dat zij aantoonbaar gedegen kennis en ervaring hebben om deze metingen deugdelijk, betrouwbaar en conform dit meet- en rekenprotocol uit te voeren. Deze kennis en ervaring kan bijvoorbeeld blijken uit een gevolgde relevante opleiding in combinatie met adequate werkervaring (PHB Milieugeluid/Akoestiek, Specifieke gemeentelijke cursussen meten evenementengeluid, werkzame jaren bij een Omgevingsdienst of akoestisch adviesbureau).
3.3 Beoordelings- en meethoogte
•De beoordeling van het invallende LAeq en LCeq vindt plaats op de gevels van woningen op de hoogte alwaar zich geluidgevoelige ruimten bevinden.
•Er wordt zoveel mogelijk gemeten op de beoordelingspunten, waarbij uit praktische overwegingen in eerste instantie gemeten wordt op 1.5 meter hoogte.
•Als gemeten wordt op een referentiepunt, vindt de beoordeling plaats op 1.5 meter hoogte.
•Als een meethoogte van 1.5 meter praktisch niet uitvoerbaar is, kan hiervan worden afgeweken.
3.4 Meettijd en aantal metingen
Het gemiddelde A/C-gewogen geluidniveau (LAeq en LCeq) wordt bepaald over een (zuivere meet)tijd van minimaal 3 minuten (ondanks het feit dat evenementengeluid een fluctuerende bron is en volgens de HMRI net zo lang gemeten moet worden dat de meettijd geen invloed meer heeft op de meetwaarde).
Bij het monitoren van het geluid wordt het voortschrijdende gemiddelde (lopend gemiddelde) bepaald, telkens over de laatste 3 minuten.
3.5 Stoorgeluid
Stoorgeluiden kunnen de geluidmetingen sterk beïnvloeden. Tijdens het uitvoeren van geluidmetingen dient hier dan ook aandacht aan besteed te worden. Het beoordelen van stoorgeluid kan door gebruik te maken van stille(re)momenten tijdens het evenementen en/of door tegelijkertijd onder identieke omstandigheden het stoorgeluid te meten op een punt, dat verder van de bron verwijderd is.
•De beoordeling van stoorgeluid dient bij voorkeur spectraal uitgevoerd te worden.
•Als het stoorgeluidniveau 10 dB of meer onder het signaalniveau ligt, mag ervan worden uitgegaan dat het stoorgeluid de meting niet beïnvloedt en is Cstoor gelijk aan 0.
•Indien het stoorgeluid minder dan 3 dB onder het signaalniveau ligt, dient de meting als niet betrouwbaar geacht te worden.
•Als het stoorgeluidniveau tussen de 3 en 10 dB onder het signaalniveau ligt, dient een stoorgeluidcorrectie (Cstoor) te worden toegepast, door het stoorgeluid energetisch af te trekken van het gemeten geluidniveau.
•De stoorgeluidcorrectie is beperkt tot 3 dB op het totale geluidniveau of 7 dB in een octaafband. In het laatste geval mag door deze correctie het totale niveau niet met meer dan 3 dB gecorrigeerd worden.
•In het meetverslag (zie paragraaf 3.9) dient te allen tijde omschreven te worden in welke mate stoorgeluiden zijn waargenomen en hoe hiermee om is gegaan.
3.6 Gevelreflectie
Een deel van het geluid dat op een gevel terechtkomt reflecteert. Hierdoor kan er een verhoging van het geluidniveau optreden voor de gevel. De mate van reflectie is onder andere afhankelijk van de hoek van inval, de materialisatie van de gevel en het spectrum van het geluid. De geluidnormen zijn gerelateerd aan het invallende geluidniveau op de gevel. Dit betekent dat als er in de praktijk gemeten wordt inclusief reflectie van de gevel, er gecorrigeerd moet worden voor deze reflectie. Ondanks dat de mate van reflectie kan variëren is gekozen voor één correctiewaarde van 3 dB.
•Bij voorkeur wordt het invallende geluidniveau gemeten zonder reflectie, bijvoorbeeld op een punt direct naast een woongebouw, op gelijkwaardige afstand van de bron. Er wordt dan geen correctie toegepast.
•Indien nodig wordt het invallende geluidniveau direct voor de gevel van de betreffende woning gemeten.
•Als het geluidniveau voor een gevel moet worden bepaald, wordt op een afstand van 2 meter voor het verticale vlak gemeten.
•Waar gemeten wordt met reflectie, wordt een correctie van -3 dB toegepast op de meetwaarde.
•Situaties waar meerdere reflecties optreden zo veel mogelijk vermijden.
•Voor het meten van het C-gewogen geluidniveau wordt bij handmatige metingen de microfoon rustig heen en weer gezwaaid over een afstand van circa 1,5 meter.
3.7 Meteocondities
Door meteorologische omstandigheden kan de geluidoverdracht sterk variëren, met name over grotere afstanden (> 50 meter). Gezien het kortdurende karakter van evenementen kan met deze weersomstandigheden slechts zeer beperkt rekening worden gehouden.
•Tijdens evenementen hoeft niet onder ‘meteoraamcondities’ zoals in de HMRI vermeld gemeten te worden, ook niet bij metingen op grotere afstanden dan 50 meter.
•In de regel wordt bij de beoordeling van het geluid geen meteocorrectie toegepast (Cm = 0 dB).
3.8 Metingen preventie gehoorschade
•Voor metingen in het kader van preventie gehoorschade gelden de volgende regels:
•Het gemiddelde A/C-gewogen geluidniveau (LAeq en LCeq) wordt bepaald over een (zuivere meet) tijd van 15 minuten.
•Bij het meten van het geluid wordt het voortschrijdende gemiddelde (lopend gemiddelde) bepaald, tekens over de laatste 15 minuten.
•Metingen worden uitgevoerd ter plaatse van de mengtafel (Front of house), op een hoogte van 2 meter boven het vloerveld op maximaal 25 meter uit het podium.
3.9 Meetverslag
In het meetverslag dat wordt opgesteld moeten in ieder geval de volgende onderdelen worden opgenomen:
•Naam, datum en omschrijving van het evenement.
•Verwijzing naar de vergunning en dit protocol.
•Situatieschets of luchtfoto met de ligging van het evenement en de meetpunten.
•Overzicht meetposities, adressen en meethoogtes.
•Omschrijving stoorbronnen per meetpositie / meting.
•Omschrijving weersomstandigheden.
•Toegepaste correcties met onderbouwing.
•Overzicht meetresultaten, afgerond in hele getallen, per meetpositie.
•Overzicht metingen ten behoeve van preventie gehoorschade.
•Bij verslagen van monitoring:
o Grafieken van het verloop per meetlocatie, per drie minuten (leesbaar);
o Grafieken van het verloop van de windsnelheid en -richting (indien van toepassing).
•Overzicht gebruikte apparatuur.
•Meetverslag/directe metingen geluidmeter/ monitorstation(s) als bijlage.
4Uitvoeren berekeningen
Dit gedeelte van het protocol geeft een handleiding op welke wijze de geluidbelasting in de omgeving geprognotiseerd kan worden in een akoestisch onderzoek. De meest recente BBT-maatregelen worden daar eveneens bij betrokken. Het doel van de berekeningen is het inzichtelijk maken of het evenement passend is bij de betreffende locatie en of de best beschikbare technieken worden toegepast. Erkend wordt dat evenementengeluid niet op de 1 dB nauwkeurig is te prognosticeren. Het modelleren van evenementengeluid is zeer complex en geeft slechts een grove benadering van de werkelijkheid. Het uitgangspunt van het akoestisch onderzoek moet zijn dat het geluidniveau ter plaatse van het publiek niet harder gaat dan nodig (en nooit harder dan 100 dB(A) op 25 meter FoH) maar ook niet dusdanig zacht waardoor de geluidbeleving ernstig aangetast wordt.
De onderstaande uitwerking moet gezien worden als een voorbeeld hoe met een van de gangbare rekenpakketten (Geomilieu, module IL) een zo goed mogelijke inschatting gemaakt kan worden van de geluidbelasting tijdens een evenement.
4.1 Rekenmethode
Voor de prognose van de geluidbelasting die tijdens een gepland evenement zal optreden wordt een akoestisch rekenmodel opgesteld. Dit model berekent de geluidoverdracht van een bron naar de ontvanger. De berekeningen dienen uitgevoerd te worden overeenkomstig methode II.8 van de HMRI, met inachtneming van de toevoegingen en uitzonderingen van dit protocol.
4.2 Vereist kennisniveau
Van personen die berekeningen uitvoeren namens een organisator van een evenement, wordt verwacht dat zij aantoonbaar gedegen kennis en ervaring hebben om deze berekeningen deugdelijk, betrouwbaar en volgens dit meet- en rekenprotocol uit te voeren. Deze kennis en ervaring kan bijvoorbeeld blijken uit een gevolgde relevante opleiding in combinatie met adequate werkervaring (PHB Milieugeluid/Akoestiek en werkzame jaren bij een akoestisch adviesbureau).
4.3 Rekensoftware
Er zijn verschillende softwarepakketten die gebruikt worden voor het rekenen met geluid. Hierbij is er vrijwel altijd een onderscheid tussen software voor het berekenen van elektro-akoestische parameters en voor het berekenen van de geluidoverdracht. Eenvoudig gezegd is het ene pakket bedoeld voor hoe het FoH-systeem kan worden geconfigureerd voor het beste geluid bij het publiek en het andere voor het prognosticeren van de geluidbelasting in de omgeving. Helaas zijn de functionaliteiten van de diverse beschikbare pakketten nog niet optimaal voor het rekenen aan evenementengeluid. Ten tijde van het opstellen van het Meet- en rekenprotocol wordt het rekenprogramma Geomilieu, module IL van DGMR als het meest toegepaste programma gezien voor het berekenen van de geluidoverdracht van evenementengeluid. Om praktische overwegingen wordt het rekenprogramma Geomilieu aangehouden als de ‘standaard’ om prognoseberekeningen mee uit te voeren.
5Eisen akoestisch onderzoek
Voor muziekevenementen dient voorafgaand een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden, dat bij de vergunningsaanvraag wordt ingediend. Het onderzoek dient te voldoen aan het Meet- en rekenprotocol van de gemeente Achtkarspelen en de HMRI voor de onderdelen waar naar de HMRI verwezen wordt of waarin het protocol niet in voorziet. Het onderzoeksrapport dient helder en doelmatig opgesteld te zijn, waarbij de volgende indeling wordt gevolgd:
Inleiding
Korte en bondige inleiding van het onderzoek.
Activiteiten evenement
•Omschrijving (type) evenement, aantal bezoekers, tijden, type muziek, et cetera.
•Overzichtstekening inrichting en grens van het terrein.
•Opgaaf aantal podia, omschrijving en specificaties geluidsystemen.
Omschrijving omgeving
•Luchtfoto met bebouwing uit het BAG-register en hierin aangeduid de ligging van het evenement en de woningen en andere geluidgevoelige gebouwen.
•Bondige omschrijving van de meest relevante omgevingskenmerken.
Akoestisch rekenmodel
•Omschrijving toegepaste rekenmethodiek en software.
•Verwijzing naar het Meet- en rekenprotocol.
•Omschrijving representatieve bedrijfssituatie van de directe hinder voor het geluid van het evenement, de op- en afbouw en overig geluidhinder.
•Overzicht ingevoerde geluidbronnen met bronvermogens en spectrale verdeling.
•Varianten podia-opstellingen voor de meest gunstige speelrichtingen.
•Overzicht toegepaste maatregelen en beoogde reducties op basis van de BBT-Lijst.
•Als bepaalde maatregelen niet doelmatig of mogelijk worden geacht, dient dit onderbouwd te worden.
Rekenresultaten
•Overzicht geluidbelasting op de beoordelingspunten in dB(A) en dB(C) inclusief gehanteerde correcties.
•Altijd een rekenpunt op het Front of House in dB(A) en dB(C) (afstand afhankelijk van omvang FoH-gebied).
Meetplan
•Voorstel voor de meest relevante meetpunten in alle vier de windrichtingen (dit zijn minimaal 3 meetpunten in een hoek van 120 graden ten opzichte van het evenemententerrein).
•Het plan omvat een meetpunt bij de FoH van elk podium. Niet bij kleine podia die aantoonbaar geen bijdrage leveren aan de totale geluidbelasting op enige woning.
Conclusie
•Bondige conclusie met toetsing geluidbelasting aan grenswaarden.
•Opgaaf hoogste geluidbelasting op het maatgevende beoordelingspunt.
Bijlagen
•Plot met ligging bronnen en rekenpunten in het rekenmodel en plot ingezoomd op de bronnen.
•Uitdraai rekenmodel met rekenresultaten.
•Overzicht met invoergegevens, inclusief eigenschappen, rekenmodel met:
o Geluidbronnen
o Schermen
o Bodemgebieden
•Tekening indeling evenement.
•Het rekenmodel dient als losse digitale bijlage ter controle meegestuurd te worden.
Bijlage 2: Overzicht van bronnen en literatuur
•Bestaande wet- en regelgeving en andere relevante beleidsstukken.
•Activiteitenbesluit Milieubeheer, 19 oktober 2007, laatste herziening 1 januari 2016.
•Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Achtkarspelen, vastgesteld op 3 maart 2022.
•Bouwbesluit 2012.
•De Zondagswet, 15 oktober 1953.
•Evenementen met een luidruchtig karakter van ing. G.D. Cremers, uitgave van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg, januari 1996.
•Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999.
•Richtlijn Muziekspectra in horecabedrijven, een uitgave van de Nederlandse Stichting Geluidhinder, maart 2015.
•Derde Convenant preventie gehoorschade muzieksector tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de vereniging Nederlandse POP podia en festivals en de Vereniging van evenementenmakers (V.V.E.M), 5 december 2018.
•Wet Milieubeheer, 13 juni 1979.
Bijlage 3: Begrippenlijst
Onderstaand een overzicht van definities over deze bijlage. De lijst is niet uitputtend, maar bedoeld om op sommige begrippen een nadere uitleg/verklaring te geven.
Akoestisch onderzoek:
Een akoestisch onderzoek is een rapport van een geluidmeting of geluidberekening gemaakt door een akoestisch ingenieursbureau.
ALARA beginsel:
As Low As Reasonably Achievable.
BBT:
Best Beschikbare Technieken.
dB(A):
Eenheid voor geluid (de decibel), gecorrigeerd naar de gevoeligheid van het menselijk oor (de A-correctie).
dB(C):
Eenheid voor geluid (de decibel), de C-correctie is met name geschikt voor metingen van hoge geluidniveaus. Het frequentiespectrum onder de 500 Hz wordt veel beperkter gecorrigeerd dan bij de A-correctie, waardoor de bijdrage van het laagfrequent geluid in het optredende muziekspectrum beter wordt beoordeeld.
Equivalent geluidniveau:
Het energetisch gemiddelde van de fluctuerende geluiddrukniveaus van het ter plaatse gedurende een bepaalde periode optredende geluid (Leq).
Evenement:
Hiervoor wordt verwezen naar de definitie uit de APV van de gemeente Achtkarspelen.
Frequentieband:
Een aaneengesloten bereik van frequenties van geluid. Geluid is een materiële drukgolf.
Front of House (FOH):
Vastgesteld meetpunt bij de mengtafel/regietoren tussen 20 en 25 meter vanaf de geluidbron/podium.
Geluidhinder:
In deze bijlage gaat het over hinder door hoorbaar geluid bij mensen (tussen de 20 en 20.000 Hz).
Geluidontheffing:
Met het verlenen van een geluidontheffing wordt een bepaalde mate van hinder naar de omgeving toegestaan. De geluidontheffing wordt verleend op basis van artikel 4.6 van de APV.
Muziekgeluid:
Samenspel van zang en/of muziekapparaten (bijvoorbeeld muziekinstrumenten of muziekdragers), wel dan niet versterkt
Onversterkte muziekgeluid:
Onder onversterkte muziek wordt in deze bijlage verstaan muziekgeluid dat niet door een elektronisch luidsprekerssysteem publiekelijk ten gehore wordt gebracht
Soundcheck:
Het inregelen van de muziekinstrumenten.
Versterkte muziekgeluid:
Onder versterkte muziek wordt in deze bijlage verstaan muziekgeluid dat door een elektronisch luidsprekerssysteem publiekelijk ten gehore wordt gebracht.
Bijlage 4 Indicatie afstandsdemping vrije-veld situatie (HMRI 1999)
HMRI 1999 Geluidverzwakking bij vrije veld Do (geometrische uitbreiding/luchtdemping/bodemverzwakking
* ----------------------------------------» o
bron afstand r ontvanger
Let op : afstand verdubbeling van r naar 2r altijd een verzwakking van 6 dB !