Aanhef
De raad van de gemeente Achtkarspelen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 13 februari 2024, punt nr.: 10;
Beslút:
1De ‘Erfgoednota Achtkarspelen’ vast te stellen.
2De ‘Erfgoedverordening Achtkarspelen’ vast te stellen.
3Het college de opdracht te geven om onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor de compensatie en/of subsidie voor de onderhoudskosten en de raad hierover een voorstel voor te leggen.
Figuur 1: Rijksmonument dwarshuisboerderij in eclectische stijl, Optwizel 34 te Twijzel (bron: CC BY-SA 3.0 nl)
Figuur 2: Rijksmonument woonhuis met aangebouwd koetshuis, Stationsstraat 19 te Buitenpost. (bron: CC BY-SA 3.0 nl)
1. Inleiding
1.2. Doel van een Erfgoednota
1.2.1 Ons streven
1) Betrokkenheid van de mienskip
Zoals in hoofdstuk 1.2 staat beschreven is één van de belangrijkste punten voor het beschermen en aanwijzen van ons erfgoed de mienskip. In de gemeente Achtkarspelen zal de aanwijzing van erfgoed sterk afhangen van het draagvlak van de mienskip. Daarom biedt de erfgoednota aan de mienskip niet alleen houvast over het belang van erfgoed maar probeert de nota met name ook de mienskip te enthousiasmeren over de erfgoedwaardes die de gemeente omvat. Erfgoed waar de mienskip trots op kan zijn.
2) Voldoen aan het gedachtegoed van de Omgevingswet
Gemeente Achtkarspelen heeft tot op heden nog nooit een nota of beleidsvisie opgesteld specifiek met betrekking tot erfgoed. Er is dus nog een flinke slag te slaan in dit beleidsveld en hier kunnen wij op een geheel eigen wijze invulling aan geven. De Omgevingswet vraagt de gemeenten om een integraal omgevingsplan waarin erfgoed ook is meegenomen. Wij willen allereerst aan deze huidige wettelijke taak voldoen.
3) Integraal beleid creëren
Met deze erfgoednota vormen we een brug tussen meerdere beleidsvelden. In het beleid van Achtkarspelen wordt toerisme genoemd als een middel dat bijdraagt aan het in stand houden van landschappen en cultureel erfgoed. Dit is terug te lezen in het beleid van Recreatie en Toerisme ‘Priuw de Wâlden’. Dit kan gezien worden als een aanknopingspunt om op voort te borduren. Verder zijn de ‘Kultuernota - Ut de kûlizen’ en de ‘Visie Ruimtelijke Kwaliteit Buitengebied’ al vastgesteld en is het Museumbeleid in ontwikkeling. Door deze beleidsvelden inhoudelijk aan elkaar te verbinden zowel binnen de ambtelijke organisatie als erbuiten ontstaat er een eenduidige visie voor de gemeente. Zo kunnen wij als gemeente vanuit een stevige basis onderbouwen waarom een specifiek object belangrijk is met (monumentaal) beleid vast te leggen en te behouden.
4) Aanwijzen gemeentelijke monumenten
Gemeente Achtkarspelen heeft nog geen gemeentelijke monumenten. Echter zien wij als gemeente dat er genoeg gebouwd goed is dat bescherming verdient. Daarom is deze nota een zeer belangrijke eerste stap om het uiteindelijke doel te verwezenlijken: het aanwijzen van gemeentelijk monumentaal erfgoed.
Belangrijk is dat wij ons bewust blijven van het feit dat deze nota de eerste stap is voor de gemeente om het erfgoed in de gemeente beter in kaart de brengen en te beschermen. De eerste prioriteit voor de gemeente is het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. In de toekomst kan dit beleid verder uitgebreid worden
Figuur 6: Rijksmonument woonhuis, Rykswei 2 te Kootstertille. (bron: CC BY-SA 3.0 nl)
1.3 Het belang van cultureel erfgoed
1.3.1 Wat is erfgoed?
Erfgoed is simpel gezegd de ‘geschiedenis van de relatie tussen de mens en zijn omgeving wat zichtbaar is in het heden’. In het kader van de Erfgoedwet wordt erfgoed omschreven als: “Uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden”.
Over het algemeen wordt erfgoed gezien als zowel tastbaar en niet tastbaar goed met een historische betekenis. Aan deze historische betekenis wordt in het heden een waardering wordt verbonden zodat de huidige generatie het door kan geven aan toekomstige generaties. Hierbij moet er een helder besef zijn van feit dat erfgoed een weerspiegeling van het sentiment is van wat die generatie op dat moment belangrijk (of mooi) vindt.
Het erfgoed waar wij nu waarde aan hechten kan in de toekomst zijn waarde verliezen doordat de normen en waarden van de samenleving zijn veranderd. Denk hierbij aan het weghalen van standbeelden van personen die nu als controversieel beschouwd worden. Daarom is het belangrijk om duidelijk vast te leggen waarom iets nú wordt gekenmerkt als erfgoed zodat men dit in de toekomst ook kan begrijpen en/of waarderen.
Binnen het erfgoed wordt er onderscheid gemaakt tussen verschillende twee soorten:
1Materieel erfgoed is datgene uit het verleden dat fysiek tastbaar en veelal te zien is. Denk hierbij aan (Rijks) monumenten, archeologische vondsten, verzamelingen, archieven en beschermde stads- en dorpsgezichten. Dit materiële erfgoed wordt weer onderverdeeld in roerend en onroerend goed. Het roerend goed is dat wat te verplaatsen is zoals objecten in een museum. Het onroerende goed is (denk aan gebouwen zoals woonhuizen en kerken).
2Immaterieel erfgoed gaat over culturen, tradities en rituelen en hoe dit mensen verbindt met elkaar en met objecten en plekken. Hoewel het niet tastbaar of niet (duidelijk) te zien is, is het belangrijk om erbij stil te staan dat immaterieel erfgoed wel een verankering kán hebben in de fysieke leefomgeving. Voorbeelden van immaterieel erfgoed zijn ‘Fierljeppen’, ‘Aaisykjen’ en de ‘Gondelvaart op Wielen – in Drogeham’. Dit zijn tradities die al decennia- of eeuwenlang onderdeel uitmaken van de identiteit van de Friese en/of de lokale Mienskip. Hierbij moet opgemerkt worden dat een oorspronkelijke functie van een traditie soms niet meer van deze tijd is. Waarbij het Fierljeppen vroeger een efficiënte verplaatsing over het waterrijke landschap was, is het nu een officiële sport. Het aaisykjen begon als aanvulling op een (karig) dieet maar maakt nu onderdeel uit van het monitoren en beschermen van vogels.
1.3.2 Waarom erfgoed behouden?
In de huidige tijdsgeest wordt cultureel erfgoed erkent als iets wat onze dagelijkse leefomgeving kleurt. Het voegt iets waardevols toe aan dorpen, steden en landschappen. Inwoners hechten zich aan een herkenbare leefomgeving en het erfgoed vervult hier vaak een belangrijke rol in. Dit is een belangrijke reden om het behoud van erfgoed meer te stimuleren en dit voor de huidige en toekomstige generaties in stand te houden. Wij moeten als gemeente bij projecten bewust aandacht besteden aan de plek die erfgoed inneemt in de leefomgeving. Wanneer er een gebouw of object, zoals bijvoorbeeld een kerk of historische boerderij gesloopt dreigt te worden, zal de kans groot zijn dat dit impact heeft op de bewoners in de buurt die hier een (in)directe connectie mee hebben. Een voorbeeld hiervan is de dokterswoning die in 2011 werd gesloopt in Surhuisterveen. De mienskip begon een actie tegen de dreigende sloop, maar omdat het gebouw geen monumentale status had kon de gemeente de sloop niet tegenhouden. Dit soort ontwikkelingen willen wij met behulp van deze erfgoednota in de toekomst voorkomen.
Erfgoed is een middel waarmee de mienskip hun identiteit kan uiten en versterken. De mienskip geeft betekenis aan en vertelt (streek)verhalen over een plek of regio met behulp van het erfgoed dat zich om hen heen bevindt. Als gemeente kunnen wij deze betekenis versterken door de inwoners inzicht te geven in wat voor erfgoed zich in hun directe omgeving bevindt en informatie hierover toegangelijk te maken. Dit kan de (emotionele) verbinding met hun eigen leefomgeving én elkaar versterken. Tegelijkertijd zal het de kans op het in verval raken of het verloren gaan van erfgoed verkleinen. Door de sterkere verbinding zal de mienskip zich waarschijnlijk eerder inzetten voor het behoud van hun erfgoed.
Figuur 10: Rijksmonument Buweklooster, Drogeham
’Cultureel erfgoed is overal in onze samenleving aanwezig. In onze musea, historische binnensteden en in het landelijk gebied. Maar ook in de bodem en onder water. En als immaterieel erfgoed in onze tradities, rituelen en verhalen. Het vertelt over waar we vandaan komen, wie wij zijn en hoe we ons ontwikkelen.’’…’’ Cultureel erfgoed staat middenin de samenleving, biedt kansen en verbindt mensen.’’ – Rijksoverheid
Behoud door gebruiksverandering
Door het gebruik van erfgoed te veranderen kun je erfgoed een nieuwe rol geven in de moderne samenleving en wordt de kans kleiner dat het kwalitatief achteruit zal gaan. De plek zal aantrekkelijk blijven voor bewoners en bezoekers.
De gebruiksverandering gaat meestal gepaard met het erfgoed onderdeel uit laten maken van de huidige trends, gebruiken en behoeften. Deze trends zijn op verschillende sectoren gaande, voor zowel het wonen als de toeristismeen recreatiesector. In het Toerisme en Recreatiebeleid geeft gemeente Achtkarspelen ook aan dat het toerisme graag ziet bijdragen aan het in stand houden van het landschappen, de natuur en het cultureel erfgoed. Vanuit Toerisme en Recreatie willen we dan ook als gemeente inhoudelijke initiatieven en het projectmatig bij elkaar komen van ondernemers stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld rondom benutting van cultureel erfgoed of het ontwikkelen van streekverhalen. Voorbeelden van initiatieven zijn de cultuurhistorische fietsroute door Achtkarspelen langs allerlei historisch erfgoed en ‘Streekpad Noardlike Fryske Wâlden’. Op deze manier kan erfgoed een sterk middel zijn dat hand in hand met toerisme de erfgoedverhalen uit de streek overbrengt aan inwoners en bezoekers
Een voorbeeld van behoud door gebruiksverandering is het rijksmonument Buwepleats (zie figuur 10) in Drogeham. Dit is een traditionele kop-hals-rompboerderij uit 1767 die samen met drie andere boerderijen onderdeel uitmaakte van het toenmalige Buweklooster. De boerderij is recentelijk gerenoveerd met het oog op duurzaamheid en dient nu als een Bed & Breakfast. Hier worden twee vliegen in één klap geslagen: Het rijksmonument wordt op deze manier behouden én de nieuwe recreatieve functie brengt weer mensen naar de regio.
Een ander voorbeeld is het rijksmonument Feanstermoune (figuur 11) uit 1864 in Surhuisterveen. Dit was oorspronkelijk een stellingmolen die gebruikt werd om rogge mee te malen. De molen is halverwege de vorige eeuw beschadigd geraakt door storm en raakte in verval. Op initiatief van Stichting de Feanstermoune werd er vanaf 1991 tot aan 1995 gewerkt aan de renovatie. Tegenwoordig wordt de molen door vrijwilligers bemand en worden er rondleidingen gegeven. Daarbij is het ook mogelijk om de molen als locatie te gebruiken voor allerlei verschillende activiteiten.
2. Erfgoed in wetgeving en beleid
2.2 Erfgoedwet en Omgevingswet
2.2.1 Erfgoed in de omgevingsvisie en het omgevingsplan
De omgevingsvisie heeft de structuurvisie vervangen. In dit document brengt een bestuursorgaan de langetermijnvisie voor de toekomst in beeld voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. Vanzelfsprekend heeft ook deze omgevingsvisie een integraal karakter. Zoals gezegd gaat dit erfgoed een belangrijkere rol geven in het gemeentelijk beleid. Erfgoed kan bijdragen aan het vertellen van het verhaal van de ontwikkeling van de gemeente. Zowel het verhaal van het landschap als van de mienskip. Op deze manier kunnen historische structuren of elementen ook als inspiratiebron dienen voor nieuwe ruimtelijke opgaven.
In het omgevingsplan wordt het beschermingsbeleid voor het erfgoed opgenomen. Gemeenten vertalen hierin hoe zij omgaan met hun (rijks- en) gemeentelijke monumenten en hoe zij deze beschermen. Er wordt bij de beoordeling gekeken naar het grotere geheel en niet alleen meer naar het individuele object. Voor het beschermingsregime wordt er gebruik gemaakt van de instructieregels uit het ‘Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)’ en de algemene regels uit het ‘Besluit activiteiten leefomgeving’ (Bal).
Om het beleid te bepalen moet er echter wel een inventarisatie en analyse plaatsvinden van het erfgoed dat zich binnen de gemeentegrenzen bevindt. Immers, als er geen zicht is op wat zich in de gemeente bevindt, dan kan hier ook geen rekening mee gehouden worden in het omgevingsplan. We hebben het dan over de aanwezige ‘cultuurhistorische waarden’.
3. Het verhaal van Achtkarspelen
3.1 Het landschappelijk erfgoed
3.1.1 De bodem van Achtkarspelen
De ondergrond van Achtkarspelen wordt gevormd door drie verschillende bodemtypes, namelijk:
1Dekzand-en keileem
Voor het natuurlijk landschap van Achtkarspelen waarmee wij als mens nu te maken hebben is voornamelijk de basis gelegd tijdens de voorlaatste ijstijd (250.000-120.000 jaar geleden). Tijdens deze ijstijd is het plateau (natuurlijk opgehoogd landschap) gevormd waar de gemeente zich nu op bevindt. Het plateau bestaat uit keileem (een bodemlaag bestaande uit stenen, grind, leem en zand) dat vervolgens afgedekt werd door dekzand. Dit dekzand en keileemlandschap is voornamelijk aanwezig aan de west- en zuidzijde van de gemeente bij Augustinusga, Drogeham, Surhuizum, Kootstertille, Buitenpost en Twijzel. Deze dorpen liggen op de natuurlijk gevormde verhogingen in het landschap. De zogenoemde dekzanden keileemruggen.
2Veenlandschap
Toen 10.000 jaar geleden de laatste ijstijd ten einde kwam, werd het warmer en vochtiger in Nederland. Hierdoor raakte, onder andere, Achtkarspelen bedekt met bossen. Door de stijgende temperatuur steeg ook de zeespiegel en daarmee het grondwaterpeil. De vegetatie kon maar moeilijk afgebroken worden door de vochtige omstandigheden en zo ontstond er een laag met vruchtbaar organisch materiaal dat wij nu veen noemen. Het laagveenlandschap is terug te vinden in het midden en oosten van de gemeente, waar de zogenaamde Mieden liggen (Hamster-, Twizeler-, Reahelster-, Bûtenposter-, Izer- en Surhuzumermieden). Het hoogveen in het zuiden en noordwesten van de gemeente is tot het zand toe afgegraven en verdwenen. Deze afgravingen hebben voornamelijk in de 17e en 18e eeuw plaatsgevonden waardoor er in Achtkarspelen enige economische activiteit plaats had gevonden. Dit heeft daardoor ook gezorgd voor het ontstaan en de groei van een aantal dorpen.
Figuur 16: Buitenpost
Pingo ruïnes (pingo’s)
Uit de periode van de laatste ijstijd (grofweg 13.000 jaar geleden) stammen ook de pingoruïnes. Een zeer uniek verschijnsel dat alleen in Nederland alleen in Noord Nederland voorkomt. In grote concentraties zijn deze ‘pingo’s’ aanwezig in Achtkarspelen. Dit zijn simpel gezegd kratervormige ‘kuilen’, met daar omheen een wal. Deze kuilen zijn door de tijd opgevuld met water, zand en/of vegetatie. Mede hierdoor (en door aantasting van de ruïne voor gebruiksdoeleinden zoals landbouwgrond) zijn ze nu niet altijd even duidelijk meer met het blote oog zichtbaar in het landschap. Dit zeldzame aardkundige verschijnsel wordt nu gezien als een belangrijk geologisch monument met daarnaast ook archeologische waarde, omdat er vaak langs de wallen prehistorische bewoningssporen worden aangetroffen. Ook de vegetatie in de pingoruïne is als het ware een bodemarchief van alle soorten vegetatie die door de eeuwen aanwezig is geweest en (mogelijk) geheel verdwenen. Veel pingoruïnes zijn echter door de jaren heen gedempt voor de landbouw. Pingoruïnes zijn voornamelijk nog te vinden in het noordwestelijke deel van de gemeente tussen Twijzelerheide en Harkema.
Figuur 17: Voorstelling ontstaan Pingoruïne (via Pingoruines.nl)
3Het kustlandschap
Ten slotte is er nog een (klein) deel van het landschap van Achtkarspelen dat als kustlandschap wordt aangemerkt.Dit is het noordoostelijk deel van onze gemeente.
In de vroege Middeleeuwen (500 – 1000 na Chr.) is de zee via de brede dalen het land ingedrongen en ontstonden er geulen, waaruit riviertjes als de Lauwers en de Âlde Ryd zijn ontstaan. Door stormvloeden breidde het getijdebekken van de Lauwerszee zich sterk landinwaarts uit. De zee sleet diepe geulen uit tot ver in het oude veenlandschap en zette zeeklei af. Grote delen van het veen werden opgeruimd.
De ÂldeRyd en de Lauwers
Van de Âlde Ryd is weinig meer over, alleen het deel tussen de Trekwei en de Lauwers is nog aanwezig. De rivier liep oorspronkelijk van Schalkendam (ten noordoosten van Gerkesklooster) via de huidige Dykhústerwei en Âlde Dyk naar Kootstertille. Door kleiafzetting is het stroompje dichtgeslibd. Later toen het riviertje met zware, kalkarme knipklei opgevuld was, kwam de oorspronkelijke rivier hoger te liggen dan het omliggende, ingeklonken veenlandschap. Daardoor ontstonden de Âlde Dyk tussen Kootstertille en Buitenpost en de Dykhústerwei tussen Buitenpost en Gerkesklooster. Deze verhoging in het landschap, die inversie wordt genoemd, is nog duidelijk waar te nemen in het gebied ten noorden van de Dykhústerwei, dat daarom ook wel de Diken wordt genoemd. Hier was de Âlde Ryd een behoorlijk brede rivier. Ook de Lauwers is dichtgeslibd. Ten oosten van de oorspronkelijke rivier ontstond een nieuwe waterloop. De Âlde Ryd en de Lauwers hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Achtkarspelen. Langs de beide rivieren ontstond de eerste bewoning van Achtkarspelen.
Figuur 18: Bodemkaart Achtkarspelen: In het noordoosten zee- kleigronden met de stroombeddingen van de Lauwers en de Âlde Ryd. Tussen de beide rivieren veengronden en in het midden en het zuiden pod¬zolgronden, dat wil zeggen humusrijke grond op gelig dekzand. Rondom Eestrum liggen enkeerd-gronden, waar de humu- slaag nog veel dikker is (bron: Achtkarspelen-Zuid/Eestrum van Mol, Noomen en Van der Vaar)
3.1.2 Het Nationaal Landschap De Noardlike Fryske Wâlden
Hoewel er in Achtkarspelen sporen van de mens zijn gevonden die gedateerd worden tot wel 10.000 jaar terug, heeft de mens voornamelijk pas vanaf de 9e tot de 15e eeuw zijn stempel gedrukt op het landschap. Rond die periode groeide de bevolking van Fryslân en ontstond er logischerwijs meer behoefte aan nieuwe landbouwgronden. Bewoners van de kwelders in het noorden van Fryslân trokken tussen 700 en 1000 via de Lauwers en de Âlde Ryd het gebied binnen. In de buurt van deze rivieren vestigden zich op het veen de eerste bewoners van Achtkarspelen. De boerenhuizen lagen meestal op een rij vlak in de buurt van de beide riviertjes. Om de natte gebieden te ontwateren werden er sloten haaks op deze riviertjes gegraven. Naast het afvoeren van water dienden de sloten ook als kavelgrenzen van de boerenbedrijven. Het waren gemengde bedrijven, er werd zowel aan veeteelt als aan akkerbouw gedaan. Door de afwatering van de sloten en grondbewerking teerde het veenpakket betrekkelijk snel weg. Hierdoor daalde het maaiveld in de droge perioden en was er sprake van wateroverlast in de natte perioden. De boeren werden gedwongen hun boerderijen via het recht van opstrek binnen dezelfde kavelstrook te verplaatsen naar hogere gebieden. Dit recht hield in dat de eigenaar van een perceel in het verlengde opnieuw grond mocht ontginnen. Het nieuwe bouwland werd op het nog hooggelegen veen aangelegd en het oude, ingeklonken veen diende als weiland en hooiland.
Het uiterlijk van de landbouwgronden die nu zo kenmerkend zijn voor de gemeente kreeg langzaamaan zijn vorm. Boeren gingen op de hogere gronden bomen en struiken planten langs de randen van hun percelen. Dit deden zij op een aarden wal met aan weerszijden greppels die als perceel scheiding konden dienen.
Dit zijn de nu welbekende houtwallen of dykswâlen. Op de lagere gronden (net boven NAP) werden sloten gegraven, waar langs de kanten elzenbomen gingen groeien. Hierdoor ontstonden de kenmerkende elzensingels. Verder zijn er de dobben, eveneens karakteristieke kenmerken van het woudenlandschap. Deze waterpoelen zijn natuurlijk ontstaan of uitgegraven door de mens en dienden veelal als drinkplaatsen voor het vee. De dobben maken samen met de houtwallen, de elzensingels en de pingoruïnes het landschappelijk plaatje van Achtkarspelen compleet.
Door schaalvergroting in de landbouw zijn in veel gebieden in Nederland kenmerkende landschapselementen voor kleinschalige landbouw verdwenen. In de Noardlike Fryske Wâlden is dit echter niet het geval. De lokale cultuur is dan ook nauw verweven met het landschap. Dit is terug te vinden in oude volksverhalen van lokale vertellers. Een van die vertellers is Simke Kloosterman. Schrijfster van gedichten en proza over de streek. De gemeente heeft een ‘Poëzieroute Achtkarspelen’ bedacht, zodat bezoekers en inwoners zich net als Simke Kloosterman kunnen laten inspireren door het landschap. Het Nationaal Landschap leent zich ook om vastgelegd te worden op doek. De Twijzeler schoolmeester Harmen van der Bij staat bekend om zijn vele potloodtekeningen van de dykswâlen en elzensingels. Daarnaast worden de bewoners van de Wâlden nog steeds Wâldpiken, ofwel woudkippen, genoemd. Hoewel het woord nu veelal gebruikt wordt als een geuzennaam, werd het vroeger door de rijkere bewoners van de vruchtbare Friese kleigronden gebruikt om de bewoners van de relatief armere oostkant van de provincie aan te duiden.
Figuur 19: Twijzelermieden via Natuurgebied in beeld
In contrast met het gesloten karakter van het houtwallen- en elzensingellandschap is er ook nog een ander landschap in het gebied van de Noardlike Fryske Wâlden te vinden. Dit zijn de Mieden die worden gekenmerkt door weidse, open, laaggelegen hooilandgebieden. Deze laaggelegen gebieden zijn ontstaan door afgegraven en ingeklonken laagveengronden. Deze gronden zijn door het inklinken van het veen ook vrij nat waardoor het landschap erg open is.
Rond de 17e en 18e eeuw werd het hoogveen in het zuiden en het noordwesten van Achtkarspelen ontgonnen om turf van te maken. Dit was de tijd waarin de veenkoloniën Surhuisterveen en Rottevalle ontstonden. Sommige delen van deze gronden werden later gebruikt voor de landbouw. Daar waar de grond niet vruchtbaar werd gemaakt groeide heide. Begin 19e eeuw was het veen bijna volledig ontgonnen en raakten veel veenarbeiders werkloos. Velen van hen vestigden zich op de arme heidegronden en woonden daar in armoedige plaggenhutten ofwel ‘spitketen’. Hierin woonden veelal grote gezinnen. Er ontstonden dorpen die gekenmerkt werden door wijdverspreide bebouwing met spitketen. Omdat de grond maar weinig te bieden had, was dit een periode van grote armoede voor deze heidebewoners. In 1902 zorgde de nieuwe Woningwet ervoor dat de spitketen in de loop der tijd voor een groot deel gesloopt moesten worden. Hier kwamen nieuwe arbeiderswoningen voor in de plaats. Dit zijn de bekende wâldhúskes. Deze kleine boerderijtjes voldeden aan minimale eisen uit de Woningwet van destijds en waren daarom al hele verbetering voor diegenen die voorheen in de spitketen woonden. Dit gebouwde erfgoed is vandaag de dag op verscheidene plekken nog steeds zichtbaar en de volledige geschiedenis van dit gebied wordt uitgelicht in het Openluchtmuseum - Themapark De Spitkeet in Harkema.
Figuur 20: Plaggenhut/spitkeet in Achtkarspelen omstreeks 1905 (via Tresoar))
Figuur 21: De ligging van de Noardlike Fryske Wâlden in het noord- oosten van de provincie Fryslân. De rood gearceerde delen zijn de: Twijzelermieden via Natuurgebied in beeld
Dit alles resulteerde in toch wel het unieke streekgebonden erfgoed dat hier nu te vinden is. Hierin is het gebruik van de gronden erg afhankelijk van de ondergrond/ bodemopstelling.
De stichting Landschapsbeheer Friesland, die zich bezighoudt met de kwaliteit van het Friese landschap, geeft aan dat het gebied door zijn omvang, de relatief kleine percelen en het gesloten karakter, samen met de lokale cultuur, van grote cultuurhistorische, landschappelijke en recreatieve waarde is voor de samenleving. Vanuit recreatie en toerisme wordt er in de beleidsnota van Achtkarspelen ‘Priuw de Wâlden’ erkent dat de recreatieve identiteit van de gemeente Achtkarspelen wordt gevormd door het Nationaal Landschap De Noardlike Fryske Wâlden met haar typische cultuur, natuur, landschappen en verhalen. Het idee is dat er voor bewoners en bezoekers zogenoemde ‘onderscheidene identiteits-dragers’ ontwikkeld worden. Hierbij worden voorbeelden genoemd zoals: een aantrekkelijke natuurspeelplaats (struintuin/moeras), outdoor-voorzieningen, blote-voetenpad, kleinschalige evenementen, start- en eindpunt van recreatieve routes, een nieuwe Mountainbike-trail (eventueel gemeentegrensoverschrijdend) en logiesaccommodaties. Hierdoor zal het eigenzinnige verhaal van de gemeente beleefbaarder worden voor inwoners en bezoekers. Het is dus van collectief belang om het bijzondere landschap met zijn unieke elementen te behouden.
Kavellijnen
Als naar de richting van de kavellijnen gekeken wordt, is duidelijk te zien dat alle lijnen gericht zijn op de beide rivieren. Ook de bochten in de rivieren zijn in de kavelpatronen te ontdekken. Afhankelijk van de bocht waaieren de kavellijnen uit of lopen ze naar elkaar toe. In het stroomgebied van de Âlde Ryd liggen drie kavelstructuren. De eerste is het blok van Harkema-Opeinde – Augustinusga. Deze wordt door de Ee gescheiden van het tweede blok Drogeham en het deel van Kooten tot de Âlde Dyk. De rest van Kooten vormt met Twijzel en Buitenpost het derde blok. De Âlde Ryd vormt de grens tussen de eerste twee blokken en het derde blok. Daardoor lag oorspronkelijk een deel van de dorpen Augustinusga, Harkema-Opeinde en Drogeham ten noorden van het later gegraven Prinses
Margrietkanaal. In het stroomgebied van de Lauwers liggen ook drie kavelstructuren. Het grootste is het blok van Surhuizum. De blokken van Kortwoude en de ‘taartpunt’ in het noorden liggen er haaks op. De grens tussen Surhuizum en Kortwoude werd gevormd door het watertje de Homear. Ook de grens tussen Surhuizum en het blok Harkema-Opeinde – Augustinusga werd gevormd door een sloot met de naam Homear, dat hoofdgrens betekent.
In de Middeleeuwen was Achtkarspelen omgeven door veen. Toen dit veen interessant werd voor de turfwinning, zijn er gemeente- en dorpsgrenzen in deze uitgestrekte venen getrokken. Veelal waren dit gegraven watergangen. De grens tussen Achtkarspelen en (voormalig) Kollumerland c.a. Dantumadiel wordt gevormd door de Swadde. De grens tussen Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel door de Kûkhernster Feart, de Aaltsjemuoisleat, de Skûtsleat, een sloot langs de latere Boskwei en de Mûntsegroppe, een greppel waar later een pad langs kwam te liggen. Deze langgerekte Mûntsegroppe en het verlengde daarvan in noordelijke richting vormt ook een opvallende, voormalige grens tussen de dorpen Drogeham en Harkema-Opeinde. De grens tussen Achtkarspelen en Smallingerland wordt gevormd door de Faasmagreppel, een voormalige greppel langs de latere Ds. Visscherwei en de Hillemagreppel, een greppel in de landerijen tussen Boelenslaan/Surhuisterveen en Houtigehage. Aan de oostkant vormt de Lauwers de grens tussen Achtkarspelen en de (voormalige) gemeente Grootegast.
Bij Gerkesklooster-Stroobos zien we een blokvormige kavelstructuur die kenmerkend is voor het kleigebied. In het zuiden van de gemeente is door veenontginningen een strookvormige verkaveling in kleine blokken ontstaan.
Figuur 22: Kavellijnen, een overzicht van kavelblokken in Achtkarspelen (bron Achtkarspelen-Zuid/Eestrum)
3.2 Het verhaal van de dorpen
3.2.1 de voormalige boerendorpen
Augustinusga
Augustinusga vindt zijn oorsprong in de Middeleeuwen. Waarschijnlijk is het dorp rond het jaar 1000 gesticht. Oorspronkelijk lag het niet op de huidige locatie, maar in de buurt van het noordelijker gelegen de Tjoele. Op oude kaarten komt hier nog een oud kerkhof voor. Omdat deze locatie uiteindelijk te nat bleek, zijn de bewoners zich uiteindelijk op de zuidelijker gelegen zandrug gaan vestigen.
Het dorp groeide vervolgens uit tot een agrarisch wegdorp langs de lijn It West-Geawei-It Oast. De Efterwei vormde de verbinding met Surhuizum. Langs het Kolonelsdiep ontstond bij een sluis de buurtschap Blauforlaet en bij de monding van de Feanster Feart de buurtschap Reahel, waar vroeger twee scheepswerven stonden. Bij een sluis in de Feanster Feart ontstond de buurtschap Reaskuorre. Het dorp is vernoemd naar Augustinus van Hippo (354 – 430 n.Chr.), ook wel ’de belangrijkste kerkvader van het Westen’ genoemd.
De blikvanger van het dorp is de Augustinitsjerke. Deze is van de vijftiende eeuw en gebouwd in gotische stijl met spitsboogvensters en steunberen. De toren dateert uit de dertiende eeuw, waarvan het zadeldak in 1895 vervangen is door een spits dak. Naast de kerk ligt het Abrahamsplein, waarop een monument staat met daarin een voormalige gevelsteen met het wapen van Achtkarspelen, bestaande uit een kerk met acht kerktorens. Op de hoek van de Geawei en de Legeloane staat in een parkje een beeld van kunstschilder Willem Bartel van der Kooi die in Augustinusga geboren is.
Oorspronkelijk stonden er verschillende states (landhuizen) in Augustinusga, die echter allemaal afgebroken zijn. Het Stynsger Bosk is nog een restant van één van dezes states. Aan de Geawei, in het centrum, staat een in 1777 gebouwde karakteristieke timmerschuur met overstek, waaronder de houtvoorraad bewaard werd. Via de Stynsgeaster Feart heeft Augustinusga een verbinding met het kanaal. Een tweede vaart, de Fabryksfeart, is in 1898 gegraven als verbinding tussen de toen opgerichte zuivelfabriek en het kanaal. In het Oast staat een in 1972 geplaatste poldermolen, een zogenaamde tjasker
Figuur 24: Rijksmonument Skoalikkers 25 te Augustinusga
Figuur 25: Rijksmonument Augustinitsjerke. Geawei 15 te Augusti- nusga (via Protestantse gemeente Augustinusga)
Buitenpost
Het verhaal van Buitenpost begint eveneens in de Middeleeuwen. De eerste bewoners van Buitenpost probeerden een bestaan op te bouwen in een bocht van het riviertje de Âlde Ryd. Overstromingen vormden in die tijd een constante bedreiging voor de bewoners, vandaar dat de meeste mensen verhuisden naar de hogerop gelegen zandrug. Het dorp is als een zogenoemde satellietnederzetting van het karspel Lutjepost ontstaan. Des te bijzonderder is het dat de rollen nu zijn omgedraaid. Buitenpost is het hoofddorp en het kleine Lutjepost werd in 1945 een buurtschap. De eerste naamsverwijzingen naar Lutjepost hebben het over Post, wat toentertijd een benaming was voor een eenvoudige voetbrug (over de Âlde Ryd). Buitenpost werd later Utpost genoemd en lag verderop, verder van de brug vandaan, op een hoge zandrug. Van oorsprong was Buitenpost een wegdorp langs de lijn West-Voorstraat-Oost. De monumentale Mariakerk is in de periode 1611-1613 gebouwd en staat iets ten zuiden van doorgaande weg, aan het einde van de Kerkstraat. Het is een gotische kerk met spitsboogvensters en steunberen. De toren met een spits is van rond 1200. In de kerk herinneren grote rouwborden en herenbanken nog aan de tijd van de adel en andere vooraanstaande lieden. Het dorp vervult een centrumfunctie in de regio. Sinds 1866 ligt Buitenpost aan het spoor van Leeuwarden naar Groningen.
Buitenpost onderscheidde zich vroeger van de rest van de regio als een ‘dorp met status’. Het dorp is al eeuwenlang de hoofdplaats van de gemeente. In ieder geval al vanaf 1685 stond het rechthuis, de voorganger van het gemeentehuis, in Buitenpost. Dit rechthuis zat in het gebouw met de pilaren aan de Voorstraat, dat in 1827 herbouwd is. Daarna zat het gemeentehuis een eindje verderop, in gebouw Nijenstein. Tegenwoordig is het gemeentehuis gevestigd bij het monumentale Jeltingahuis van 1877.
Ook stonden er verschillende adellijke states in het dorp, die in de loop der tijd allemaal afgebroken zijn. Het Van Haersma de Withpark, op de hoek van het West en de Parklaan, herinnert nog aan de voormalige Haersmastate (niet te verwarren met de huidige rijksmonumentale boerderij). Naast boeren, middenstanders en arbeiders woonden er vooraanstaande lieden als burgemeesters, notarissen, deurwaarders en huisartsen in het hoofddorp. Dat is ook te zien aan de verschillende notabele woningen die aan de Voorstraat en de Stationsstraat staan.
Via de Bûtenpostmer Feart is het dorp verbonden met het kanaal. Vroeger liep de vaart tot aan de Mariakerk. Aan het gedempte deel van de vaart staat een oude tramremise uit 1867 die daar in 1926 is neergezet, uit Leeuwarden, om als opslagplaats voor kolen te dienen en nu de status van rijksmonument heeft. Buurtschappen zijn, naast Lutjepost, De Lêste Stuver (aan de Trekfeart), It Útlân (op het oostelijke kleigebied), een deel van Egypte (aan het spoor) en een deel van Dykhuzen (richting Gerkesklooster). In het West van Buitenpost staat bij de ijsbaan een in 1958/’59 geplaatste watermolen, De Mûnts. Aan de andere kant van de weg staat een voormalige marechausseekazerne.
Figuur 26: Rijksmonument Jeltingahuis in Buitenpost
Drogeham
Wanneer Drogeham precies is ontstaan is niet bekend, maar er wordt verondersteld dat het ergens tussen het jaar 1000 en 1200 is geweest. Waarschijnlijk vormden Drogeham en Kooten vroeger één dorp en werd het later gesplitst in Westerham (het latere Kooten) en Oosterham (het latere Drogeham). Vermoedelijk is Drogeham van Kooten afgesplitst en heeft het geen voorganger gehad in het veengebied bij de rivier, maar is het direct op de hoge zandrug ontstaan. Dat Drogeham op een zandrug ligt, is ook terug te zien in de naam. Drogeham betekent namelijk ‘gebied op het droge’. Onder het dorp vallen de buurtschappen Bouwekleaster en de Hamsterpein (die vroeger beide onder Harkema-Opeinde vielen) en de Hamsherne (in het zuidoosten). De Westerein, waar vroeger verschillende boerderijen stonden, was vroeger ook een buurtschap.
Het dorp is ontstaan als een lintdorp langs de lijn TilleweiDe Buorren-De Sânnen. Daarnaast was er een zuidelijke aftakking, de huidige Lytse Wei, die naar de Hamsterheide, het tegenwoordige Harkema liep. Het oude dorp Harkema-Opeinde was vroeger een boerenstreek tussen Drogeham en Augustinusga. Ook stond hier, het in 1249 door Bouwe Harkema, gebouwde Bouwekleaster. Al eerder had hij een kapel op z’n land laten bouwen, die gewijd was aan Nicolaas. Het klooster is na de Hervorming, in 1580, gesloten. Alleen het kerkhof met een klokkenstoel, die in 1950 een ouder exemplaar vervangen heeft, herinnert nog aan het klooster. In 1921 is het oude Harkema-Opeinde bij Drogeham gevoegd. Qua voorzieningen was het al eeuwenlang op Drogeham aangewezen.
Rondom de Walburga Tsjerke was een enigszins geconcentreerde bebouwing. De van oorsprong Middeleeuwse kerk is in 1876/’77 opnieuw opgebouwd in neo-romaanse stijl met kleine rondboogvensters. De toren stamt uit begin dertiende eeuw. Ten oosten van de kerk was een brink, een plein beplant met bomen. Dit was uniek voor Fryslân, want brinken komen in deze provincie nauwelijks voor. Vanaf 1920 zijn er helaas huizen op deze brink gebouwd. Op de brink werd twee keer per jaar een veemarkt gehouden. Het beeld van de Hamster Ko, een koe met een boer en een veekoopman, dat hier vlakbij staat, herinnert hier nog aan. Dicht bij de kerk staat een klein karakteristiek woudhuisje van rond 1880.
In 1891 is de Hamster Feart gegraven. Deze vaart was bedoeld om het witte zand van de afgegraven hoge landerijen van Drogeham te vervoeren. Op de terugweg brachten de schippers terpaarde mee terug om het boerenland vruchtbaarder te maken. De Hamster Mieden vormt een natuurgebied met onder andere blauwgraslanden, waarin ook de Hege Bult ligt, een voormalig baggerdepot waarop diverse zeggen groeien. Een opvallend landschapselement is de houtwal tussen de Boskloane en de Dykswâl, die als verwijzing naar het karakteristieke landschap van de Wâlden midden tussen de bebouwing is blijven staan.
Gerkesklooster-Stroobos
De twee dorpen zijn een combinatie van een op een terp ontstaan dorp (Gerkesklooster) en een buurtschap aan het water (Stroobos). Het verhaal van Gerkesklooster begint officieel rond het jaar 1240 toen Gercke Harckema een klooster stichtte op zijn landgoed Wigerathorp (dorp van Wieger). Het is best mogelijk dat er toen al mensen woonden. In het noordelijke kleigebied kwamen verspreide boerderijen te staan. Lange tijd viel het dorp onder Augustinusga en Surhuizum. Gerkesklooster heeft eind achttiende eeuw de dorpsstatus gekregen. Hoewel het in de praktijk al veel langer als een dorp fungeerde, zijn pas in 1787 de officiële dorpsgrenzen vastgesteld.
De uitstraling van het dorp kenmerkt zich enerzijds als een oud-middeleeuwse nederzetting. In het noordwesten bevindt zich het restant van het klooster Jeruzalem. Alleen het brouwhuis van het klooster resteert nog. Dit is in 1629 verbouwd tot kerk. In 1786 werd de oostzijde van het kerkgebouw verbouwd tot woonhuis van de predikant en later de koster. In dit gedeelte werden grote rechthoekige vensters geplaatst. De toren stamt uit de negentiende eeuw.
Anderzijds kenmerkt Gerkesklooster zich als een plek waar grootschalige industriële bedrijven zich vestigden aan het water. De zuivelfabriek vormt het meest kenmerkende landschappelijke element van het dorp, omdat deze sterk aftekent tegen de rest van de bebouwing. Van oorsprong stonden de meeste huizen langs en in de buurt van het Âld Knillesdjip, ook wel de Aldfeart, genoemd. In de loop der tijd is de bebouwing verschoven naar het kanaal. Daardoor groeide het uiteindelijk vast aan Stroobos. Hier kwam ook, mooi tussen beide dorpen in, de karakteristieke gereformeerde kerk te staan. Aan de Wigerathorp staat het beeld De Tweeling, waar een tweeling op staat die de verbondenheid tussen de twee dorpen voorstelt. Aan de Lauwers of Aldfeart bij Sarabos staat een windmotor uit 1923 die de polder de Twee Provinciën moest bemalen. Ten zuidwesten van Gerkesklooster komt de Strobosser Trekfeart in het kanaal uit. Onder het dorp valt een deel van de buurtschap Dykhuzen, de weg die richting Buitenpost loopt.
Stroobos is een relatief jong dorp en is ontstaan bij een strategische plek aan weerszijden van een sluis en brug over het Kolonelsdiep-Hoendiep. Het dorp lag deels in Fryslân en deels in Groningen. In 1993 is het Groningse deel bij Fryslân gevoegd. In de veertiger jaren van de vorige eeuw is het kanaal zuidelijk om de kern van Stroobos heen gelegd. Vroeger vormde dit deel van het kanaal een onderdeel van de vaarverbinding Dokkum-Groningen. De naam Stroobos betekent waarschijnlijk moerassig land begroeid met laag hout (zoals elzen en ander water minnend geboomte). Een andere verklaring is dat Stroobos een wisselplaats voor trekpaarden van schepen was. Als gevolg daarvan woonden er veel scheepsjagers in deze buurtschap. Als een scheepsjager thuis was, hing hij een bosje stro buiten, ten teken dat hij beschikbaar was om met z’n paard een schip voort te trekken.
Kootstertille
Kooten was van oorsprong een boerenstreek. Het betekent streek van kleine boerenhuizen. Hogerop, richting Eestrum, ontstond de buurtschap Opperkoaten. Het kruispunt Kootstermûne is een belangrijke spil in de verbinding tussen Leeuwarden, Drachten en Buitenpost/Groningen.
In de loop der tijd ontstond er ook bebouwing bij de brug over het Kolonelsdiep, de voorganger van het Prinses Margrietkanaal, waardoor de buurtschap Kootstertille ontstond (‘’tille’’ is afgeleid van de oude benaming voor brug). Net voor de oorlog is het kanaal om Kootstertille heen gelegd en kwam er een rondweg om het dorp. Voorheen liep de doorgaande weg over de Tillebuoren en de Âlde Hamsterwei. Hoewel Kootstertille in de loop der tijd groter was geworden dan Kooten werden in 1959 de rollen omgedraaid: Kootstertille werd een dorp en Kooten werd een buurtschap. Verder oostelijk aan het kanaal ontstond ook een buurtschap, de voormalige veenkolonie Mûntsetille. Aan de Harstewei ligt een in de grond uitgegraven ‘poepekrús’, een herinnering aan een Duitse gastarbeider die hier is vermoord.
Door de aanwezigheid van het Kolonelsdiep vestigden zich allerlei soorten bedrijven aan het water. Van een schuitenmakerij tot aan een jeneverstokerij en een grutterij. In 1959 kreeg Kootstertille de status van industriekern. De bedrijvigheid kreeg een sterke impuls door de bouw van Bilgaard, de grootste woonwijk van Fryslân in Leeuwarden. Het dorp leverde vele bouwelementen voor dit project. Door de enorme groei van de werkgelegenheid verdubbelde in de periode van 1960 tot 1975 het inwonertal. In het centrum, aan de Âlde Dyk, staat het kunstwerk Ontwikkeling. Dit kunstwerk bestaat uit twee blokken met ruimte ertussen en laat daarmee de ruimtelijke tweedeling van Kootstertille zien. De Âlde Dyk vormt een scheiding tussen enerzijds het oude dorp met industriegebied langs het Prinses Margrietkanaal en anderzijds een nieuw woongebied.
De oude kerk van Kooten, die gewijd was aan Benedictus, stond oorspronkelijk bij de Âlde Dyk. Op het voormalige kerkhof tegenover de zuiveringsinstallatie zijn turfsteenresten gevonden die wijzen op een bouwwerk van voor 1150. Op een gegeven moment is de kerk verplaatst naar het centrum van het dorp. Dit was een gotisch gebouw met steunberen en spitsboogvensters. Bij deze kerk heeft een klokkenstoel gestaan. In 1882 is aan de overkant van de Tillebuorren een nieuwe kerk in neoclassistische stijl met een ranke toren gebouwd. Het kerkhof, dat op de oude plek aan de Tillebuorren bleef liggen, herinnert nog aan de plaats van de vorige kerk.
Surhuizum
Surhuizum is evenals de andere voormalige boerendorpen ontstaan in de Middeleeuwen en had in die tijd het grootste dorpsgebied van de grietenij. Een voorganger van dit dorp lag in de buurt van de Lauwers. Op oude kaarten staat nog een oud kerkhof aangegeven op het Hoogland richting de Lauwers. Het dorp is in zuidwestelijke richting opgeschoven naar een hoge zandrug. De naam Surhuizum is een verbastering van Zuiderhuizen. Het dorp lag in het zuiden van de gemeente.
In het dorpsgebied ligt ook één van de voormalige acht karspelen, namelijk Kortwoude. Vanwege overstromingen in 1441 was dit dorp te klein geworden om een eigen kerk te onderhouden en werd het dorp onderdeel van Surhuizum.
Surhuizum kenmerkt zich door een lint van boerderijen en andere huizen aan It Noard-Doarpstrjitte-It Súd-Koartwâld. De monumentale Antoniuskerk is herbouwd in 1614 met materiaal van de voorloper. In de muren zitten grote rondboogvensters. Kenmerkend aan deze kerk is de met een luchtbrug verbonden kerktoren. Deze kerktoren vanrond 1300 heeft op elke hoek twee zware steunberen die opgaan tot de top. Heel bijzonder en uniek is de achtzijdig opgemetselde spits. Bij de kerk staat een beeld van de Balkenspringer. Het verhaal gaat dat Cornelis Egberts tijdens de kerkbouw in de kerk van balk tot balk sprong en niet weer tot stilstand kon komen. Bij de kerk staat een karakteristiek verenigingsgebouw met opvallende toren gebouwd in 1928/’29 in de stijl van de Amsterdamse School.
Het dorp was via de, niet meer bestaande Surhuizumer Binnenvaart die gegraven was in 1834, verbonden met het kanaal. De vaart liep langs de Uterwei richting Blauforlaet. De nog aanwezige Delfeart zorgde voor de verbinding met het dorpscentrum. Door de Surhuizumer Mieden loopt de Âldfeart. Deze vaart werd gebruikt voor het vervoeren van turf uit de venen uit het zuiden van Achtkarspelen. Langs de vaart werden heel wat huizen gebouwd. Bij Surhuizum horen, naast Koartwâld en de Surhuzumer Mieden, ook de buurtschappen Ophûs (ten westen van de dorpskern) en een gedeelte van Bouwetille aan de Feanster Feart.
figuur 27: Rijksmonument Antoniuskerk. Doarpsstrjitte 31 te Surhuizum (1974) (via Rijksmonumenten.nl)
Figuur 28: Rijksmonument Kop-hals-romp boerderij te Twijzel
Twijzel
Oorspronkelijk lagen de dorpen van Achtkarspelen in de streek Twislum (ofwel ‘tweesprong’). Deze lag in het gebied van de tweesprong van de Lauwers en de Âlde Ryd. De naam Twislum is overgegaan op de dorpsnaam van Twijzel. Oorspronkelijk heette het dorp Optwijzel. Het lag hogerop dan het oude Twislum.
Twijzel is waarschijnlijk ontstaan bij de Âlde Ryd, in de buurt van de Sânsleat. In de loop der tijd is het dorp verschoven naar de hoge zandrug, waar de andere dorpen ook op liggen. Twijzel heeft de vorm van een langgerekt lintdorp aan de drukke straatweg van Leeuwarden naar Groningen. Opvallend zijn de vele negentiende eeuwse monumentale boerderijen en huizen die er aan deze weg gebouwd zijn. Zo staan er drie grote kop-hals-rompboerderijen naast elkaar aan de Wedzebuorren en twee boerderijen met dwarsgeplaatst voorhuis in eclectische stijl aan Optwizel. Bij het oude dorpshuis aan Optwizel staat een beeld van Date, een heidejongetje uit de roman De Hoara’s fan Hastings van Simke Kloosterman.
De Petruskerk, wat een rijksmonument is, staat een beetje excentrisch aan de oostzijde van de lintbebouwing. De toren, waar nog tufsteenelementen in verwerkt zitten, is van rond 1200. In 1692 is de Middeleeuwse kerk afgebroken en vervangen door de huidige. De kerk heeft in de zuidmuur grote, brede spitsboogvensters. De muur aan de noordzijde is geheel gesloten. Bij de haven aan de Twizeler Feart staat een opvallende kerk uit 1935 van de vrije gereformeerde gemeente, die gebouwd is in een bijzondere expresionistische stijl van de Amsterdamse School.
In 1698 is de Twizeler Feart gegraven, waardoor het dorp verbinding kreeg met het Kolonelsdiep. In de Twizelermieden, dat nu een prachtig natuurgebied is, zorgden de vrij brede Sânsleat en Miedsleat voor de verbindingen over water. De Wedze, een buurtschap waar een aantal boerderijen aan kwamen te staan, vormt vanouds de verbinding met Zandbulten/Kollumerzwaag. Aan deze weg ligt ook de Bootsma’s Poel, een pingoruïne uit de ijstijd. Egypte, een buurtschap aan het spoor, valt ook deels onder Twijzel.
3.2.2 de voormalige veenkolonie
Surhuisterveen
Surhuisterveen, of ‘It Fean’ zoals het in de volksmond genoemd wordt, was van oorsprong een veenkolonie. De nederzetting is ontstaan rond 1600 op het dorpsgebied van Surhuizum. Het grootste gedeelte van het veen was aanvankelijk eigendom van het Gerkesklooster. Op oude kaarten worden een oude Abtskamer en de Rode School (een verblijfplaats voor monniken) aangegeven, een teken dat de kloosterlingen hier actief waren. Het klooster heeft in 1576 het veen verkocht aan veencompagnons uit Utrecht die zich vervolgens met grootschalige turfwinning gingen bezighouden. Om de turf af te voeren werd de Aldfeart door de Surhuizumer Mieden gegraven. Met het vorderen van de turfwinning werd de vaart steeds verder westwaarts door Surhuisterveen gegraven. Uiteindelijk werd bij Blauhûs een verbinding met het Dwarsdiep gemaakt, waardoor de vaart kwam door te lopen tot het Jachtfjild. Langs deze vaart werd een lint van huizen gebouwd en aan het deel aan de huidige Blauhústerwei hoofdzakelijk boerderijen. In 1848/’49 werd een nieuwe vaarverbinding naar het Kolonelsdiep gegraven, de Nieuwe Compagnonsvaart, tegenwoordig bekend als de Feanster Feart. Een deel van de vaart door het dorpscentrum werd toen gedempt.
In 1685 werd een hervormde kerk met torentje aan de vaart gebouwd en werd Surhuisterveen in feite een zelfstandig dorp. Ook woonden er nogal wat doopsgezinden in het veendorp die ook een eigen kerk bouwden. Aanvankelijk was dit een schuilkerk die achter de rooilijn stond, want alleen hervormde kerken mochten zichtbaar aan de weg staan. De huidige kerk met koepeltorentje is gebouwd in 1802. Het meest markante bouwwerk in het dorp is de rode bakstenen dorpstoren, de Feanster Toer, die in opdracht van Plaatselijk Belang in 1934 is gebouwd. Op de begraafplaats ten noorden van het dorp staat een opvallend baarhuisje met een kleine klokkentoren, gebouwd in Art Nouveau stijl. In Kortwoude staat een korenmolen uit 1864, de Nôtmûne Koartwâld, ook de de Feanster Moune genoemd. Van oorsprong viel de molen onder het dorpsgebied van Surhuizum, maar door een grenswijziging in 1984 is hij onder Surhuisterveen komen te vallen.
Figuur 26: Rijksmonument Feanster Toer. Surhuisterveen (via Plaatselijk Belang Surhuisterveen)
Surhuisterveen is een dorp van ondernemers. Er staan veel bedrijven en aan de doorgaande weg langs de voormalige vaart (Gedempte Vaart-De Kolk-De Dellen) staan veel winkels. Daardoor heeft het dorp zich ontwikkeld als een plaats met een centrumfunctie. Bij het dorp horen de buurtschappen Blauhûs (in het westen) en een deel van It Wyldfjild (in het zuidwesten).
3.2.3 de voormalige veenkolonie
Boelenslaan
Boelenslaan is vanaf 1800 ontstaan als een heidedorp langs de Heidelaan, de tegenwoordige Boelenswei. Het veen dat hier lag was van oorsprong grotendeels eigendom van het Gerkesklooster. Om het veen te ontwateren en de turf af te voeren werden er wijken gegraven die verbinding kregen met de Feanster Faert. Een aantal van deze wijken, zoals de Halbewyk en het Dwarsdjip, zijn nog in het landschap terug te vinden. Doordat de grond na de vervening grotendeels aan z’n lot werd overgelaten, groeide er op de arme zandgrond vooral heide.
Tot ongeveer 1920 bestond het dorp uit een verzameling van wijdverspreide spitketen. De spitketen werden gebouwd van materialen die op de heide aanwezig waren, namelijk heideplaggen. De nederzetting hoorde in die tijd grotendeels bij Surhuisterveen en werd toentertijd de Feansterheide genoemd. De huidige naam dankt het dorp aan de familie Boelens die op Blauwhuis woonde en veengrond in Boelenslaan in bezit hadden. In de zeventiende eeuw waren leden van deze familie Grietman en secretaris van de Grieternij (voorloper van Gemeente) Achtkarspelen. In 1852 werd er een kerkje gebouwd. Deze kerk heeft nu de functie van aula van de begrafenisvereniging.
In Boelenslaan zijn de kenmerken van het heideverleden nog goed terug te zien in het landschap, namelijk een wijdverspreide bebouwing van kleine boerderijtjes en wâldhúskes. Deels staan die nog aan de karakteristieke zandpaden. In 1921 kreeg de heidenederzetting de dorpsstatus en kreeg het de naam Boelenslaan. In 1943 werd ook het gebied rond de Langewyk, tussen de Mûntsegroppe en de Fjouwer Roeden, bij Boelenslaan gevoegd. Van oorsprong was dit een veengebied dat eigendom van het Buweklooster was. Later kwam het onder het dorpsgebied van de veenkolonie Rottevalle te vallen. Dit dorp viel tot 1943 onder drie gemeenten, maar werd in dat jaar bijna in z’n geheel bij de gemeente Smallingerland gevoegd.
Door het bouwen van steeds meer woningen kwamen de dorpen Boelenslaan en Houtigehage aan elkaar vast te liggen. De Ds. Visscherwei, genoemd naar dominee Visscher die veel voor de arme heidebewoners heeft gedaan, vormt de grens. De huizen aan de noordkant vallen onder Boelenslaan en de huizen aan de zuidkant onder Houtigehage. Bij Boelenslaan horen ook deels de buurtschappen It Jachtfjild (in het noordwesten) en It Wyldfjild (in het zuidoosten). Verder zou je ook De Trije Roeden (in het zuidoosten) en de Langewyk als buurtschappen kunnen beschouwen.
Harkema
1921 zijn de dorpsgrenzen gewijzigd en kwam het oude boerendorp onder Drogeham te vallen en kreeg de nederzetting op de heide de naam Harkema-Opeinde. In 1972 is de naam Opeinde uit de dorpsnaam weggelaten. De Warmoltsstrijtte en de Reitsmastrjitte vormen de doorgaande wegen, waar de meeste winkels en voorzieningen aan kwamen te staan. De drukke Betonwei vormt de verbinding tussen straatweg LeeuwardenGroningen en Drachten. Ten zuiden van Harkema lag een grote waterplas, de Wide Pet, die was ontstaan door de vervening. Deze is in 1904-1914 ingepolderd en is nu een natuurgebied.
Ook Harkema kenmerkt zich van oorsprong als een nederzetting met wijdverspreide bebouwing op de heide en aan zandpaden. Op de heide kwamen de mensen te wonen die geen huis konden kopen of huren in de omliggende boerendorpen. Ze bouwden spitketen, ofwel plaggenhutten. Meestal woonden er grote gezinnen met soms wel zes tot twaalf kinderen in deze kleine hutten. De heidebewoners werden niet beschouwd als waardig onderdeel van de maatschappij. Dit heeft ervoor gezorgd dat de inwoners bekend staan als eigenzinnig en erg gehecht zijn aan de streek en aan elkaar. Het openluchtmuseum De Spitkeet geeft nog een goed beeld van het wonen, leven en werken op de heide van 1800 tot 1950. Mede door socialistisch voorman Jelle Dam, die zijn jeugdherinneringen op papier heeft gezet, is er nog veel over het leven op de heide bekend. Bij het seniorencomplex De Bôge aan de Warmoltsstrjitte staat het beeld de Mollenvanger, een man met een fiets en een stabijhond achterop. Dit beeld herinnert aan het mollenvangen, dat door sommige Harkemasters tot in de wijde omgeving werd beoefend.
In de loop der tijd zijn de spitketen vervangen door stenen huizen die wâldhúskes genoemd worden. Aan de zandweg van Drogeham naar Rottevalle, de Mûntsegroppe, staan nog een aantal van deze huisjes, die gebouwd zijn door de Stichting Woningbouw Achtkarspelen (SWA). Aan deze karakteristieke Mûntsegroppe ligt ook nog een overgebleven heideveldje. In tegenstelling tot de meeste andere dorpen werd er in Harkema pas laat een kerk gebouwd. In 1887 werd door evangelist Lambertus Warmolts een houten evangelisatiekerkje gebouwd dat in 1913 door de huidige kerk werd vervangen en nu de naam Warmoltskerk draagt. Van oorsprong was dit de gereformeerde kerk, nu is het een vrije evangelische gemeente. In 1928 werd de hervormde kerk gebouwd.
Tegenwoordig is Harkema een dorp als alle andere dorpen met goede huisvesting, voorzieningen en veel bedrijvigheid. De sport neemt een belangrijke plaats in Harkema. Bij het dorp horen deels de buurtschappen It Jachtfjild (in zuidwesten) en Bouwetille (bij de Feanster Feart). Verder kunnen ook Fjouwerhuzen aan de Feanster Feart, de Smoarhoeke rondom de Lieuwespoel in het noordelijke dorpsgebied en de Bulten (Mûntsegroppe en omgeving) als buurtschappen worden beschouwen.
Figuur 27: Warmoltskerk (gereformeerde kerk) Harkema. Geen monumentale status (bron: Vreeman, H)
Twijzelerheide
Op de westelijke dorpsgebieden van Twijzel en Kooten ontstond aan het begin van de negentiende eeuw een heidenederzetting met een wijdverspreide bebouwing van plaggenhutten. Het veen was toen al grotendeels afgegraven. In eerste instantie ontstond er een kleine veenkolonie met boerderijtjes aan de Kûkhernster Feart. In de loop der tijd zijn deze huizen aan de vaart bijna allemaal afgebroken. Op de heide vestigden zich de mensen die geen werk hadden en door de omringende dorpen werden uitgestoten. Zij bouwden hutten van heideplaggen, de zogenaamde spitketen.
Uiteindelijk kwam de kern van het dorp aan de Bjirkewei te liggen, de verbindingsweg van Twijzel naar De Westereen. Hier vestigden zich onder anderen kleine winkeliers en ambachtslieden. Ook werd hier in 1866 een begraafplaats aangelegd, waarop in 1952 een klokkenstoel kwam te staan. In wezen vormt Twijzelerheide wat bebouwing betreft één geheel met De Westereen en Sweagerbosk.
Het waterstroompje de Swadde geeft de grens tussen de dorpen aan. It Wyldpaed vormde lange tijd de grens tussen in cultuur gebrachte en niet in cultuur gebrachte gronden.
Aan deze weg vestigden zich verschillende boeren.
In 1921 werden de dorpsgrenzen in Achtkarspelen opnieuw vastgesteld en kregen de Twijzeler- en Kootsterheide de dorpsstatus. Omdat de meeste inwoners in het Twijzeler deel woonden en hier de belangrijkste straat lag, kreeg het dorp de naam Twijzelerheide. In 1870 werd een evangelisatiekerkje aan de Hiltsjemuoiswâlden gebouwd. Deze hervormde evangelisatie is later verplaatst naar de Doarpstrjitte en kreeg de naam Eben Haëzer. In 1911 werd aan de Bjirkewei een gereformeerde kerk gebouwd.
In de loop der tijd zijn de meeste wegen verhard en zijn alle heidehutten afgebroken en vervangen door stenen huizen. Twijzelerheide is nu een modern dorp liggend in het karakteristieke coulisselandschap van de Noardlike Fryske Wâlden. Aan het Jinkepaed liggen nog verschillende pingoruïnes. Kûkherne (deels), It Wyldpaed en de Hiltsjemuoiswâlden zijn drie buurtschappen die onder Twijzelerheide vallen.
Figuur 28: Klokkenstoel te Twijzelerheide (via Rijksmonumenten.nl)
Literatuurlijst
Gemeente Achtkarspelen & Tytsjerksteradiel. (2022). Út de kûlizen. Kultuernota. Gepubliceerd op
Link Cultuurnota: https://www.achtkarspelen.nl/ cultuurnota
Gemeente Achtkarspelen. (2013). Erfgoedverordening Achtkarspelen. Gepubliceerd op
Link erfgoedverordening: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR82024
Boer, Jan J. de (2003/2014). Veldgids landschapselementen Noardlike Fryske Wâlden – Stichting Landschapsbeheer Friesland. Beetsterzwaag. Link Veldgids landschapselementen: https://www.noardlikefryskewalden.nl/wpcontent/ uploads/2017/02/Veldgids-NFW.pdf
Karstkarel, P. (2007) Onder dak in Achtkarspelen 1907- 2007, Stichting Woningbouw Achtkarspelen 100 jaar actief! – Peter Karstkarel
Hoeksma, S. (2012). Achtkarspelen rond de tweesprong van Lauwers en Oude Ried : de geschiedenis van Achtkarspelen.
Leeuwarden : Elikser
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2018). Erfgoed Telt: de betekenis van erfgoed voor de samenleving. Gepubliceerd op 01-01-2018
Link Erfgoed Telt: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2018/01/01/erfgoed-telt
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2015). Wet van 9 december 2015, houdende bundeling en aanpassing van regels op het terrein van cultureel erfgoed (Erfgoedwet). Gepubliceerd op 18-12-2015
Modernisering Monumentenzorg (MoMo). (2009). Gepubliceerd op 02-10-2009.
Mol, J.A. et al. (1990). Achtkarspelen-Zuid/Eestrum, een historisch-geografisch onderzoek voor de landinrichting. Fryske Akademy: Leeuwarden.
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV), Verkeer en Waterstaat (VW). (1999). Cultuurhistorische en ruimtelijke inrichting (Belvedere); Nota ‘Cultuurhistorische en ruimtelijke inrichting (Belvedere)’ (Nota Belvedère). Gepubliceerd op 12-03- 2009
Provincie Fryslân. (2014). Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte. Leeuwarden
Link Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte: https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/Ruimtelijke%20 kwaliteit%20in%20Frysla%CC%82n%20-%20Grutsk%20 op%20e%20Romte%21%20Structuurvisie%202014.pdf
Provincie Fryslân. (2021). De Romte diele. Omgevingsvisie Fryslân 2020. Leeuwarden.
Link De Romte diele: https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/Bijlage%201%20 Omgevingsvisie%20De%20Romte%20Diele.pdf
Provincie Fryslân. (2019). Nij poadium. Kunst & cultuur, taal & onderwijs en erfgoed in Fryslân 2021-2024.
Leeuwarden.
Link Kunst & cultuur, taal & onderwijs en erfgoed in Fryslân 2021-2024: https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/ uploads/Nota%20Nij%20Poadium%20cultuur%2C%20 taal%20en%20erfgoed%202021-2024_NL.pdf
Raad van Europa. (2005). Verdrag van Faro: De Waarde van Cultureel Erfgoed voor de Samenleving.Faro.
Link Verdrag van Faro: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/ erfgoedparticipatie-faro/verdrag-van-faro
R. Steensma. (2009). Monumentale kerken in Achtkarspelen. 20 Leafdesdichten Bv Bornmeer Tuinstra, G., Hanenburg, J. en Meer, F. van der (2014). De Noardlike Fryske Wâlden – een bijzonder landschap. Beetsterzwaag/Twijzel.
Link: https://edepot.wur.nl/407828
Voor meer informatie zie:
Bal: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/inhoud/ besluit-activiteiten-leefomgeving/
Bkl : https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/inhoud/ besluit-kwaliteit-leefomgeving/
Erfgoedwet: https://www.cultureelerfgoed.nl/ onderwerpen/erfgoedwet
Omgevingswet: https://www.rijksoverheid.nl/ onderwerpen/omgevingswet
Verdrag van faro: https://www.cultureelerfgoed.nl/ onderwerpen/erfgoedparticipatie-faro/verdrag-van-faro
Geraadpleegde websitesfiguren:
Kerk en orgel. Foto van Vreeman, H. Geraadpleegd op 21-
08-2023 via https://www.kerk-en-orgel.nl/
Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden. Geraadpleegd op 12-04-2023 via https://www.holland. com/be_nl/toerisme/ontdek-nederland/provincies/ friesland/noardlike-fryske-walden.htm
Pingoruïnes. Van Pingo naar Pingoruïne. Geraadpleegd op 17-04-2023 via https://www.pingoruines.nl/pingoruines/ Visit Friesland Geraadpleegd op 09-08-2023 via https:// www.friesland.nl/nl/locaties/3536877251/laarzenpad- bootsma-s-poel
Protestantse gemeente Augustinusga. Geraadpleegd op 09-08-2023 via: https://augustinusga.protestantsekerk. net/
Plaatselijk belang Surhuisterveen. Geraadpleegd op 05- 07-2023 via https://www.surhuisterveen.net/vereniging/ de-feanster-toer
Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De vijf elementen van cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving. Geraadpleegd op 04-04-2023 via https:// www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/omgevingswet/ omgevingsplan
Tresoar. (2023). Fries fotoarchief 00015337. Geraadpleegd op 08-08-2023 via http://collections.tresoar.nl/digital/ collection/TRLffa/id/46234/rec/1
Bijlage 1
Augustinusga
Adres
Specificatie
Geawei 15
Kerk
Geawei 20
Wagenmakerij
Legesloane 6
Kop-romp-boerderij (Keuterij)
(Ten Zuidoosten van) It Oast1
Molen (Tjasker)
Skoalikkers 19
Boerderij met dwarsgeplaatst voorhuis ontbreekt op de lijst
Skoalikkers 25
Kantoorwoning (Villa Woudenhof)
Buitenpost
Adres
Specificatie
Stationsstraat 18
Villa (Jeltingahuis)
Stationsstraat 19
Woonhuis met aangebouwd koetshuis
Stationsstraat 21
Woonhuis
Voorstraat 24
Woonhuis
Voorstraat 49
Woonhuis (Vh. Nieuw Herbranda)
Voorstraat 58
Woonhuis met aangebouwd kantoor
Voorstraat 60
Praktijkwoning
Oude Havenstraat 1
Kerk
West 1A
Poldermolen (De Mûnts)
West 2
Stelpboerderij (
Haersma State)
West 22
Kazerne met paardenstallen
(Bij) Kuipersweg 54
Remise van een vooralsnog onbekende spoorwegmaatschappij
Drogeham
Adres
Specificatie
It Kleasterbreed 3
Kop-hals-rompboerderij
It Kleasterbreed 3A
Klokkenstoel
Tsjerke Buorren4
Hervormde kerk
Tsjerke Buorren8
Woonhuis (Wâldhuske)
Gerkesklooster
Adres
Specificatie
(Bij) Sarabos 13
Windmolen/Getijmolen
De Poorthoek 1A
Hervormde kerk
Harkema
Adres
Specificatie
Betonwei 30
Arbeiderswoning
Mûntsegroppe 14
Arbeiderswoning
Mûntsegroppe 14
Hok/veestal
Kootstertille
Adres
Specificatie
Tillebuorren 42
Hervormde kerk
(Bij) Harstewei 1
Gedenkteken (Poepekrus)
De Koaten26
Oldambtster Boerderij
De Koaten26
Bijschuur bij Oldambtster boerderij
Rykswei 2
Arbeiderswoning
Rykswei 4
Kop-hals-rompboerderij
Stroobos
Adres
Specificatie
Groningerstreek 12
Boerderij/Woonhuis
Surhuisterveen
Adres
Specificatie
Gedempte Vaart 8
Hervormde kerk
Gedempte Vaart23
Doopsgezinde kerk
Gedempte Vaart25
Doopsgezinde pastorie en consistorie
Groningerstraat 74
Woonhuis
Groningerstraat 76
Woonhuis
Groningerstraat 78
Woonhuis
Groningerstraat 80
Woonhuis
Groningerstraat 82
Woonhuis
Groningerstraat 84
Woonhuis
Groningerstraat 86
Woonhuis
Groningerstraat 88
Woonhuis
(Bij) Koartwâld 6
Stellingmolen
Torenplein 1A
Klokkentoren
(Bij) Vierhuisterweg 32
Baarhuisje/Lijkenhuisje
(Bij) Vierhuisterweg 34
Toegangshek
Surhuizum
Adres
Specificatie
Doarpstrjitte 31
Hervormde kerk
Koartwâld 11
Woonhuis
It Langpaed 1
Verenigingsgebouw
It Noard5
Stelpboerderij
Twijzel
Adres
Specificatie
Optwizel 34
Boerderij
Optwizel 34
Stookhok
Optwizel 34
Bijschuur
Optwizel 96
Boerderij
Optwizel 96
Stookhok
Tsjerkebuorren 15
Hervormde kerk
Tsjerkebuorren 24
Pastorie
Tsjerkebuorren 27
Woonhuis (renternierswoning) met koetshuis
Tsjerkebuorren 44
Woonhuis
Wedzebuorren 23
Kop-hals-rompboerderij
Wedzebuorren 25
Kop-hals-rompboerderij
Wedzebuorren 27
Kop-hals-rompboerderij
Twijzelerheide
Adres
Specificatie
Bjirkewei 102
Klokkenstoel
Bijlage 2 MIP lijst 13 punten of meer
Augustinusga
Waar
Punten
Specificatie
Abrahamsplein 9
16
Woonhuis
Nog checken
Dwerspaed 2
13
Woonhuis
Faertswâl 5
14
Woonhuis met werkplaats
Geawei 1
14
Notariskantoor
Geawei 4
13
Woonhuis
Geawei 24
16
Villa
It Oast14
18
Woonhuis
It Oast16
13
Variant Oldambtster boerderij
It West1
13
Woonhuis
It West4
14
Boerderij kop/romp
It West7
14
Woonhuis
It West 40
13
Woonhuis
Reaskuorre 13
16
Woonhuis, werkplaats Waterschap 1881
Slooprijp. Wel mooi.
Skoalikkers 1
14
Woonhuis
Skoalikkers 35
15
Woonhuis
Skoalikkers 72
13
Woonhuis
Boelenslaan
Waar
Punten
Specificatie
Bethlehemsreed 5
15
Ensemble arbeiderswoningen
Bethlehemsreed 9
15
Idem
Bethlehemsreed 11
15
Idem
Boelenswei 6
14
Stelpboerderij
Boelenswei 58
13
Schoolmeesterswoning
Boelenswei 74
14
Samenstel van woning met bedrijfsgebouwen
Boelenswei 86
15
Kerk met kerkhof
De Visscherwei 64
13
Arbeiderskeuterboerderij + bakhuis
Buitenpost
Waar
Punten
Specificatie
Jeltingalaan 1
13
Woonhuis Zonnewende
Jeltingalaan 3
13
Woonhuis
Jeltingalaan 5
13
Woonhuis
Jeltingalaan 9
13
Woonhuis
Jeltingalaan 31
14
Woonhuis
Jeltingalaan 61
13
Woonhuis
Jeltingalaan 64
13
Woonhuis
Julianalaan 15
13
Woonhuis
Julianalaan 17
13
Woonhuis
Julianalaan 21
13
Woonhuis
Julianalaan 25
13
Woonhuis
Julianalaan 30-32
14
Dubbel woonhuis
Julianalaan 34
14
Woonhuis
Julianalaan 47
13
Woonhuis
Julianalaan 49
13
Woonhuis
Kerkstraat 8
15
Woonhuis met winkel
Kuipersweg 3
13
Woonhuis
Kuipersweg 4
15
Woonhuis
Kuipersweg 23
13
Woonhuis
Kuipersweg 24
13
Woonhuis
Kuipersweg 29
13
Woonhuis
Kuipersweg 52
13
Woonhuis
Kuipersweg 54
13
Woonhuis
Kuipersweg 70
14
Woonhuis
Kuipersweg 74
17
Amsterdamse school baarhuisje
Oost 4
14
Stelpboerderij
Oost 7
14
Koprompboerderij
Oost 8
15
Koprompboerderij (villa)met schuur
Oude Dijk4
14
Woonhuis (onderdeel van serie arbeiderswonin-
gen)
Oude Dijk6
14
Woonhuis (onderdeel van serie arbeiderswonin-
gen)
Oude Dijk7 (bij)
14
Ophaalbrug
Oude Dijk8
14
Woonhuis (onderdeel van serie arbeiderswonin-
gen)
Oude Dijk10
14
Woonhuis (onderdeel van serie arbeiderswonin-
gen)
Oude Dijk14
14
Woonhuis (onderdeel van serie arbeiderswonin-
gen)
Parallelweg 8
13
Woonhuis
Parklaan 9-11
13
Dubbel woonhuis
Rijksweg 36 Oost 36
13
Stelpboerderij met krimp
Rijksweg 38
13
Boerderij
Rijksweg 40
13
Boerderij met krimp
Rijksweg 44
13
Stelpboerderij met krimp
Schoolstraat 1
13
Woonhuis met koetshuis
Schoolstraat 3
13
Woonhuis
Schoolstraat 5
13
Woonhuis
Schoolstraat 18
14
Woonhuis
Schoolstraat 20
13
Woonhuis
Gevel iets
Schoolstraat 23
13
Woonhuis
Stationsstraat 2-2A
14
Winkel-/woonhuis
Trekweg 8A
14
Gemaaltje
Trekweg 12
13
Stelpboerderij met krimp
Voorstraat 7-9
14
Dubbel woonhuis
Voorstraat 10
14
Woonhuis
Voorstraat 13
14
Notariswoning met koetshuis
Voorstraat 15
13
Gereformeerde kerk
Voorstraat 19
14
Schoolmeesterswoning
Voorstraat 20-22
13
Woonhuis
Voorstraat 28
15
Pastorie met catechisatiegebouw
Voorstraat 30-32
16
Vml. Gemeentehuis nu muziekschool pizzeria
Voorstraat 38
16
Winkel-/woonhuis
Voorstraat 40
13
Winkel-/woonhuis
Voorstraat 46
15
Woonhuis met kenmerkende aanbouw in Jugend-
still
Voorstraat 64
13
Woonhuis
West 10
13
Woonhuis
West 16
13
Stelp
West 23
14
Dwarskop-romp boerderij
West 30
13
Woonhuis
West 34
14
Stelpboerderij
West 44
14
Stelpboerderij
West 48
13
Woonhuis
West 68
14
Dwarskop-romp
Opgeknapt
West 70
13
Koprompboerderij
West 78
13
Stolpboerderij met krimp
West 88
13
Woonhuis
Drogeham
Waar
Punten
Specificatie
De Buorren 10-10A
13
Woonhuis met bijgebouw
De Buorren 13
13
Woonhuis
De Buorren 18
13
Woonhuis
De Buorren 37
13
De Buorren 61
13
Woonhuis
Verbouwd. Oei.
De Sânnen15
13
Woonhuis
Hamsterplein 1
15
Boerderij
Lytse Wei 2
13
Woonhuis
Lytse Wei 26
15
Woonhuis (mogelijk ontworpen door Bauke de
Jong)
Tillewei 3
13
Woonhuis en dubbele schuur
Tillewei 5 en 7
14
Boerderij kop-romp
Tillewei 8
15
Woonhuis
Tillewei 17
13
Boerderij kop-romp
Tillewei 30
13
Boerderij kop-romp
Gerkesklooster
Waar
Punten
Wat
De poorthoek 1(bij)
15
Begraafplaats incl.baarhuisje en monumentaal
hekwerk
Friese Streek7
14
Gereformeerde kerk
Hoogstraten 1
16
Gereformeerde pastorie
Hoogstraten 2
14
Pastorie Hervormde kerk
Zwaar vervallen
Hoogstraten 12
14
Kopromp boerderij met dwarshuis
Izermieden 10 (bij)
14
Gemaaltje
Monnikeweg (brug)
15
Brug
Sarabos 13
15
Stelpboerderij
Harkema
Waar
Punten
Specificatie
Betonwei 30
13
Arbeiderswoning
Betonwei 50
13
Arbeiderswoning (onderdeel van serie van 3)
Betonwei 52
13
Arbeiderswoning (onderdeel van serie van 3)
Betonwei 54
13
Arbeiderswoning (onderdeel van serie van 3)
Isniet meer
De WidePet 1A
15
Begraafplaats inclusief baarhuisje
Fiifhuzen 10
13
Ensemble van meerdere arbeiderswoningen
Fiifhuzen 14
13
Ensemble van meerdere arbeiderswoningen
Fiifhuzen 18
13
Ensemble van meerdere arbeiderswoningen
Fiifhuzen 22
13
Ensemble van meerdere arbeiderswoningen
Fiifhuzen 26
13
Ensemble van meerdere arbeiderswoningen
Krúswei 8
13
Boerderij
Mûntsegroppe 16,20, 22 en 24
14
Arbeiderswoningen
Mûntsegroppe 18(nabij)
13
Restant woeste grond binnenontginningsgebied
Mûntsegroppe 14
14
Kopromp boerderij
Warmolstrjitte 61
18
Gereformeerde kerk
Warmolstrjitte 63
15
Pastorie
Warmolstrjitte 113
14
Hervormde zaalkerk
Kootstertille
Waar
Punten
Specificatie
Alde Dyk kruising Twizelerfeart
14
Ophaalbrug
Alde Hamsterwei 2
15
Voormalige brugwachterswoning
Alde Hamsterwei 4
14
Boerderij
De Koaten16
13
Woonhuis
De Koaten27
14
Woonhuis (Architect Radema?)
De Koaten30
13
Woonhuis
De Koaten36
14
Woonhuis
De Koaten38
13
Woonhuis
De Koaten43(bij)
17
Transformatorgebouwen elektriciteitscentrale
De Koaten44
13
Kop-hals-rompboerderij
De Koaten50
14
Woonhuis
Rykswei 7A
14
Woonhuis
Rykswei 8
15
Stelpboerderij
Rykswei 9
15
Stelpboerderij
Rykswei 12
13
Koprompboerderij
Rykswei 26
13
Stelpboerderij
Tillebuorren 43
16
Pastorie
Tillebuorren 43(bij)
14
Begraafplaats
Tillewei 23
13
Stelpboerderij
Stroobos
Waar
Punten
Specificatie
Hoendiep 14
13
Boerderij met dwarshuis
Miedweg 7
13
Woonhuis
Miedweg 9
13
Woonhuis
Miedweg 19
14
Boerderij
Surhuisterveen
Waar
Punten
Specificatie
Blauwhuisterweg 17
15
Boerderij/dwarshuis
Blauwhuisterweg 23
13
Koprompboerderij met dwarshuis
Blauwhuisterweg 43
14
Koprompboerderij met vrijstaande schuur
De Kolk13
14
Woonhuis/houthandel behorende bij steenfabriek
De Wijk 26
13
Koprompboerderij met schuur
Dr.v.Kammenstraat 20
14
Woonhuis
Dr.v.Kammenstraat 22
13
Woonhuis
Gedempte Vaart27
16
Pastorie doopsgezinde kerk
Gedempte Vaart39
13
Woonhuis
Gedempte Vaart45
13
Boerderij/dwarshuis
Gedempte Vaart72
13
Woon-/winkelhuis
Groningerstraat 22
13
Woonhuis
Groningerstraat 30
13
Woonhuis
Groningerstraat 50
13
Woonhuis
Groningerstraat 90
13
Woonhuis
Slotstraat 7
14
Woonhuis
Begraafplaats Vierhuisterweg
17
Begraafplaats met toegangshek
Surhuizum
Waar
Punten
Specificatie
Doarpsstrjitte 39
13
Stelpboerderij met krimpen
Doarpsstrjitte 52
13
Woonhuis
Hurde Eker2
14
Stelpboerderij
It Langpaed 2A(bij)
13
kerkhofbegrenzing
It Noard6
13
Kop-hals-rompboerderij
It Súd 8
13
Smederij woonhuis
It Súd 23
13
Komprompboerderij
It Súd 39
14
Boerderij met dwarshuis
Koartwâld 22
14
Woonhuis
Miedwei 4
13
Koprompboerderij
Miedwei 24
13
Koprompboerderij
Miedwei 46
13
Kerkje
Pûsterwei 10
14
Boerderij kop-romp
Twijzel
Waar
Punten
Specificatie
De Wedze3 (nabij)
13
Begraafplaats
De Wedze3
14
Woonhuis/vml. Annex winkel
De Wedze 36
13
Koprompboerderij
Optwizel 20
14
Woonhuis
Optwizel 22
14
Woonhuis (gebouwd Jacob Hollema)
Optwizel 24
13
Woonhuis
Optwizel 35
17
Gereformeerde kerk (Architect A. Wiersema)
Optwizel 40
13
Woonhuis
Optwizel 41
13
Woonhuis met werkplaats
Optwizel 43
14
Woonhuis (Tekenaar Theades van Manen)
Optwizel 45
13
Boerderij (Oldambtstertype)
Optwizel 59
13
Woonhuis
Numet uitbouw
Optwizel 62
14
Woonhuis onderdeel ensemble Gereformeerde
Kerk
Optwizel 64
14
Gereformeerde Kerk
Optwizel 66
14
Woning (onderdeel ensemble Gereformeerde
Kerk)
Optwizel 68
13
Woonhuis
Optwizel 76
13
Woning met vml. Smidse
Optwizel 86
14
Koprompboerderij
Optwizel 93
15
Woonhuis
Tsjerkebuorren 10
13
Arbeiderswoning
Tsjerkebuorren 21
14
Woonhuis (gebouwd door Hillebrand Jacobus
Dalstra)
Iets gaande
Tsjerkebuorren 23
13
Woonhuis
Tsjerkebuorren 25
13
Koprompboerderij
Tsjerkebuorren 26
14
Woonhuis
Tsjerkebuorren 33
13
Koprompboerderij
Tsjerkebuorren 34
13
Kop-hals-rompboerderij met dwarshuis
Tsjerkebuorren 40
13
Koprompboerderij
Tsjerkebuorren 49
13
Oldambster boerderij
Tsjerkebuorren 60
13
Stelpboerderij
Tsjerkebuorren 10
13
Koprompboerderij
Wedzebuorren 3
13
Woonhuis
Wedzebuorren 8
13
Woonhuis
Wedzebuorren 18
14
Pand t.b.v. maatschappelijke doeleinden
Geen winkel meer
Wedzebuorren 28
13
Woonhuis
Slecht onderhouden
Wedzebuorren 29
13
Woon-/winkelpand
Slecht onderhouden
Wedzebuorren 44
15
Vml. Zuivelfabriek de Eendracht
Slecht onderhouden
Wedzebuorren 45
13
Woonhuis (gebouwd door Riekele Hollema)
Twijzelerheide
Waar
Punten
Specificatie
Bjirkewei 34(nabij)
14
Begraafplaats (baarhuisje + klokkenstoel)
Bjirkewei 73
13
Woonhuis-winkel
Bjirkewei 84
13
Pastorie
Doarpsstrjitte 7
13
Woonhuis
Doarpsstrjitte 17
13
Woonhuis
Nuzonder hout
Smitswei 1
15
Nederlands Hervormde kruiskerk
Wyldpaed (Oast)10
13
Stelpboerderij
Vernieuwd
Wyldpaed (Oast)14 zoeken
14
Koprompboerderij
Wyldpaed (West)30
14
Stelpboerderij
Bijlage 3 Houtsingelstraat gemeente Achtkarspelen (2014)
Te benaderen via: http://ruimtelijkeplannen.achtkarspelen.nl/NL.IMRO.0059.BPKtN369kstmolen-VG01/b_ NL.IMRO.0059.BPKtN369kstmolen-VG01_rb1.pdf
Bijlage 4
Kunst (in de openbare ruimte)
Beelden
Willem Bartelvan der Kooi
Augustinusga, Legeloane
Wapen van Achtkarspelen
Augustinusga, Abrahamsplein
Speelplastiek
Boelenslaan, Domela Nieuwenhuisstrjitte
Het Speelpaard
Buitenpost, OBS De Mienskip, Groenkamp
De Zaaier
Buitenpost, VMBO Aeres, Prof.Wassenberghstraat
Hinne en wer werom
Buitenpost, Stationsplein
Het Overleg
Buitenpost, gemeentehuis, Stationsstraat
De Brims
Buitenpost, Kerkstraat
In Droegehamster (De Hamster Ko)
Drogeham,Tsjerkepaed
Droegeham 1
Drogeham,Tillewei
Droegeham 2
Drogeham, De Sânnen
De Tweeling
Gerkesklooster, Wigerathorp
De Mollenvanger
Harkema,Nijkamp
Foar de duvel netbang
Harkema,Skeanpaad
Ontwikkeling
Kootstertille, Pinksterblomstrjitte
Kademuur en meerpaal
Stroobos,Groningerstreek
De Balkenspringer
Surhuizum, bij de kerk aan de Doarpstrjitte
Jan HepkesWouda
Surhuisterveen, De Dellen
Geluidsboom
Surhuisterveen, De Kolk
Grenspaal (bijhet begin van de Lauwers)
Surhuisterveen, De Ketting
Date
Twijzel, Optwizel
De Wilg
Twijzel,De Miedwei
Laarzenbankje
Twijzel, Bootsma’sPoel
De Hikke
Twijzelerheide, Bjirkewei
Oorlogsmonumenten en herdenkingsplaten
Frijdom wie de heechste wet
Augustinusga, Blauforlaet
Verzet tegenonrecht draagt de beschaving
Buitenpost, Oude Havenstraat
Indië-monument
Drogeham,Bouwekleaster
Oorlogsmonument
Harkema,bij begraafplaats, Reitsmastrjitte
Herdenkingsplaat
Boelenslaan, voormalige kerk, Boelenswei
Herdenkingsplaat
Buitenpost, stationsgebouw, Stationsplein
Herdenkingsplaat
Surhuisterveen, toren, Torenplein
Wandkunst
Lucas 2 : 46 & 47
Buitenpost, CBS De Lichtbron, Johan Frisostraat
Jacob’s droom
Drogeham, JacobTsjerke, De Sânnen
Wandsculptuur
Surhuisterveen, De Flambou, Groningerstraat
Zonder titel
Surhuisterveen, De Flambou, Groningerstraat
Genesis
Surhuizum, CBS J.L. Looijingaskoalle, Lustenburg
*Deze lijst is opgesteld door Stichting Oud-Achtkarspelen en kan nog aangepast worden.