Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie

Gemeente Aalten · geldt sinds 24 mei 2017

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten;

gelet op het bepaalde in: artikel 1 van de Verordening onroerende-zaakbelastingen, artikel 2 van de Verordening forensenbelasting, artikel 2 van de Verordening hondenbelasting, artikel 3 van de Verordening rioolheffing en artikel 3 van de Verordening afvalstoffenheffing;

BESLUIT:

vast te stellen de Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie.

Artikel 1. Algemeen

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig zijn voor één belastingobject(onroerende of roerende zaak, roerende woon- of bedrijfsruimte, perceel, hond). In de gevallen waarin dat voorkomt, mag de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente Aalten een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Het zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

Artikel 2. Voorkeursvolgorde

1Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

1de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

2de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;

3de erfpachter dan wel de beklemde meier;

2de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

3degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

2Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1indien er binnen één categorie genothebbenden personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Aalten wonen of gevestigd zijn:

1degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt

2degene die in de gemeente woont of is gevestigd;

3degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

4een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

5bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

6degene die bij de afdeling FBI team, team Heffingen & GEO als genothebbende of gebruiker bekend is;

7de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt;

2indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de gemeente Aalten wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn:

1degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

2een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

3bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

4degene die bij de afdeling FBI, team Heffingen & GEO als genothebbende of gebruiker bekend is;

5de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt;

3indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn:

1degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

2degene die bij de afdeling FBI, team Heffingen & GEO als genothebbende of gebruiker bekend is;

3de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt.

3Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en de rioolheffing die worden geheven van gebruikers van niet-woningen respectievelijk bedrijfsruimten, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt;

2degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft;

3degene die volgens het handelsregister het langst het adres van het belastingobject als vestigingsadres voert;

4degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

5de oudste in leeftijd;

6degene die bij de afdeling FBI, team Heffingen & GEO al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

7degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

4Met betrekking tot de rioolheffing van gebruikers van woningen, de afvalstoffenheffing en de hondenbelasting wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1degene die de nutsvoorziening van het belastingobject c.q. het object waar de hond wordt gehouden, op naam heeft;

2degene die de huur van het belastingobject c.q. het object waar de hond wordt gehouden, betaalt aan een elders wonende verhuurder;

3degene die het grootste deel van het belastingobject c.q. het object waar de hond wordt gehouden gebruikt;

4degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject of van het object waar de hond wordt gehouden, wordt aangemerkt;

5degene die volgens de basisregistratie personen het langst staat ingeschreven op het adres van het belastingobject of van het object waar de hond wordt gehouden;

6de oudste, in geval van gelijktijdige inschrijving op het adres;

7degene die bij de afdeling FBI, team Heffingen & GEO al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

8degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject respectievelijk houder van de hond naar voren komt.

5Met betrekking tot de forensenbelasting wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt;

2degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

3degene die de huur van het belastingobject betaalt aan een elders wonende huurder;

4de oudste in leeftijd;

5degene die bij de afdeling FBI, team Heffingen & GEO al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

6degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

6Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

1ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;

2ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;

3ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen;

4ingevolge onderdeel 5 kan worden aangewezen.

7De onderdelen 1 tot en met 6 vinden geen toepassing indien:

1de aanslag kan worden opgelegd aan degene die over het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen en diegene gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

2bij de afdeling FBI, team Heffingen & GEO bekend is dat één van de belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben en dit er niet toe leidt dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

8Indien de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

9Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

10Wijzigingen kunnen – indien reeds een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd – pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

11Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig als er sprake is van willekeur. (Beroep bij de rechter is mogelijk)

12Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, zijn de onderdelen 1 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3 Slotbepaling

1Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.