Aanhef
De raad van de gemeente Aalten;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024;
Besluit:
vast te stellen het Agressieprotocol/protocol normoverschrijdend gedrag tegen Politieke Ambtsdragers Gemeente Aalten.
4. Preventie
4.1 Dialoog, training
•Bij een nieuwe raads- en collegeperiode wordt in een bijeenkomst met politieke ambtsdragers
stil gestaan bij de uitgangspunten van veilig en integer werken, de gemeentelijke norm, dit
protocol, mogelijke effecten van grensoverschrijdend gedrag, hoe ambtsdragers kunnen
anticiperen op normoverschrijdend gedrag.
•Vaardigheidstrainingen voor burgemeester, wethouders, raadsleden en fractievolgers worden
naar behoefte ‘op maat” aangeboden vanuit de griffie en organisatie.
•Jaarlijks wordt een geanonimiseerd verslag gemaakt van de incidenten door de griffie m.b.t.
incidenten met raadsleden en fractievolgers en door de afdeling P&O m.b.t. incidenten met de
burgemeester en wethouders.
•Tweejaarlijks worden ervaringen en dilemma’s in de aanpak besproken op basis van de
jaarverslagen. Waar relevant worden ook vertegenwoordigers van de griffie en/of ambtelijke
organisatie uitgenodigd om casuïstiek, waarin het samenspel tussen politieke ambtsdragers
en ambtenaren in het bijzonder van belang is/was, te bespreken en om afspraken te maken
voor de toekomst.
•Normoverschrijdend gedrag is samen met het onderwerp integriteit een vast agendapunt voor
de vergaderingen van het Presidium.
4.2. Organisatorische maatregelen
•Als politieke ambtsdragers tijdens kantoortijden een gesprek met een burger voeren in het
gemeentehuis en mogelijke problemen verwachten of vooraf is duidelijk dat dit een
risicogesprek wordt en/of dit nodig achten of zich daar prettiger bij voelen, doen ze dat
gesprek samen met een tweede persoon vanuit de organisatie. Bijstand door het
interventieteam wordt eveneens ingeschakeld. Een mogelijkheid is ook dat dit gesprek
gevoerd wordt in de beveiligde zone, bv in een spreekkamer met alarmknop (in
gemeentekantoor Hofstraat). Op die manier kan waar nodig een beroep worden gedaan op
binnen de organisatie aanwezige interventieteam. Veiligheid staat voorop.
•Bij het organiseren van evident risicovolle (openbare) groepsbijeenkomst/ informatieavond
wordt door de burgemeester een inschatting van de risico’s gemaakt. Op basis van het
resultaat hiervan wordt een passende locatie gekozen, worden organisatorische maatregelen
getroffen en wordt waar nodig beveiliging ingezet. De verantwoordelijke medewerker in de
organisatie kan, in overleg met de griffie ondersteunen bij het treffen van de juiste
maatregelen.
6. De handelingsprocedure na een incident
6.1 Melden
Alle voorvallen van normoverschrijdende gedrag (zoals beschreven in bovenstaand schema) worden
intern gemeld. Het kanaal dat wordt gebruikt door de burger is in deze niet van belang. Melding wordt
gemaakt van normoverschrijdend gedrag dat face-to-face, schriftelijk, via e-mail, of sociale media
wordt geuit.
•Raadsleden en fractievolgers melden incidenten bij de griffier of de plaatsvervangend griffier.
De griffier stelt de burgemeester op de hoogte.
•Wethouders melden incidenten bij de burgemeester. De burgemeester stelt de
gemeentesecretaris op de hoogte.
•De burgemeester meldt een incident bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris
informeert de griffier en de aangewezen medewerker in de organisatie
•Voor het melden wordt gebruik gemaakt van het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem
(GIR). Het GIR is zo ontworpen dat volledig “op maat” kan worden ingericht wie er meldt, waar
de melding terecht komt en wie de melding kan inzien. Hierdoor is de privacy van de melder
gewaarborgd. Het voordeel van registeren in GIR is dat er een totaaloverzicht van incidenten
en de daarbij behorende veroorzakers ontstaat vanuit de bestuurlijke en ambtelijke
organisatie.
•Het melden van incidenten geeft inzicht in de aard, de vorm en mogelijke toename of afname
van incidenten binnen de gemeente en is de basis voor de te nemen (preventieve)
maatregelen. Het registeren van incidenten is ook belangrijk voor het, mogelijk later, aangifte
doen bij de politie en het verhalen van mogelijke schade.
•Bij online incidenten via social media (bijv. X, Instagram, Whatsapp ect) legt de politiek
ambtsdrager het bericht en de eventueel bij behorende gegevens (account van verzender,
URL’s, datum en tijd van het bericht en eventueel andere gegevens) zoveel mogelijk vast als
bewijsmiddel. Als het vaker voorkomt, is het verstandig om een logboek bij te houden.
•Voor online normoverschrijdend gedrag geldt dat duidelijk wordt aangegeven dat de norm is
overschreden, eventueel in overleg met de gemeente. Het normoverschrijdend gedrag wordt
ook bij het platform van de betreffende medium gemeld.
•Ook als een politiek ambtsdrager twijfelt or er sprake is van normoverschrijdend gedrag, is het
altijd mogelijk contact op te nemen met de gemeentesecretaris, de griffier en/of de
burgemeester. Tijdens het contact wordt bepaald of er vervolgstappen nodig zijn en zo ja, welke.
6.2. Afhandeling van incidenten.
Na het doen van een melding wordt besproken welke maatregel tegen de veroorzaker wordt
genomen. In zijn algemeenheid zijn de volgende maatregelen mogelijk:
•De persoon mondeling of schriftelijk waarschuwen
•(Tijdelijk) de dienstverlening beperken of (tijdelijk) de toegang ontzeggen tot de gemeentelijke
gebouwen. De schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een besluit van de
burgemeester. Als hier geen gevolg aan wordt gegeven dan wordt de politie eveneens direct
in kennis gesteld en is sprake van een strafbaar feit waarvan aangifte wordt gedaan.
•De persoon oproepen voor een incidentgesprek/stopgesprek met een daartoe aangewezen
vertegenwoordiger van de gemeente over het normoverschrijdend gedrag.
•Het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar is, maar wel
normoverschrijdend, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder
geval bekend is bij de politie).
•Aangifte doen bij de politie.
•Afspraak op locatie of persoon bij de politie (prioritering in de respons door politie na een
melding)
•Andere maatregelen treffen, al naar de omstandigheden
•De burgemeester informeert, waar dat passend is, OM en politie en bespreekt incidenten in
het overleg binnen de driehoek.
Bij het bepalen van de maatregel wordt meegenomen of er sprake is van een eerste of herhaald
incident, zowel gericht tegen politieke ambtsdragers, als tegen ambtenaren van de gemeente.
6.3. Opvang en nazorg
Naast het regelen van praktische zaken is met name de emotionele ondersteuning van politieke
ambtsdragers (en hun familie) van groot belang voor het behoud van persoonlijk welzijn en voor
adequaat functioneren in de toekomst. De impact van een incident kan groot zijn en daarom wordt
altijd opvang en nazorg aangeboden. Voor opvang en nazorg is zeker niet altijd een externe
professional nodig. Effectieve ondersteuning na incidenten wordt vooral gekenmerkt door
invoelend vermogen en kennis van de mogelijke effecten van bijvoorbeeld bedreiging.
Er zijn verschillende mogelijkheden voor ondersteuning:
•De burgemeester en gemeentesecretaris verlenen opvang en nazorg aan de wethouders,
burgemeester en griffier aan de raadsleden en fractievolgers.
•Afhankelijk van de aard van het incident kan er ook gekozen worden om het
ambassadeursnetwerk van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden een rol te geven in
de emotionele ondersteuning
•Er kan gebruik worden gemaakt van Slachtofferhulp, via 0900 0101
•Als ondersteuning van het thuisfront nodig is, is het in ieder geval raadzaam een externe
professional in te schakelen. De gemeente heeft hiertoe een lokale voorziening getroffen via
de arbodienstverlening
•Voor acute gespecialiseerde psychosociale ondersteuning kan 24/7 een beroep worden
gedaan op het Instituut voor Psychotrauma. Zij zijn tijdens kantooruren te bereiken onder
nummer 020 840 76 20 en buiten deze tijden onder alarmnummer 088 33 05 112
•Ook de Vertrouwenslijn is voor politieke ambtsdragers een (vertrouwelijk) kanaal voor advies
en een luisterend oor. Deze helpt bestuurders met nazorg na vormen van ongewenst gedrag,
zoals bedreiging, intimidatie en geweld. De Vertrouwenslijn is opgericht in opdracht van het
•Ministerie van BKZ om politieke ambtsdragers bij te staan en te adviseren. Er kan anoniem
worden gebeld naar de Vertrouwenslijn op 0800 2800 200 (zeven dagen per week van 10.00
tot 17.00 uur). Voor persoonlijke- of zakelijke vragen kan er contact worden opgenomen via de
kantoorlijn op 088 – 5543218
Bij intern verzorgde opvang en nazorg kunnen altijd de navolgende gesprekken worden
aangeboden:
Eerste gesprek (binnen 24 uur)
Direct na een agressie-incident gaat het er om de veiligheid te herstellen en steun te bieden aan
de betrokkene(n). Het eerste gesprek heeft als doelen: veiligheid, emotionele ondersteuning en
praktische hulp bieden, informatie geven over het verwerkingsproces en vervolgafspraken maken.
Het is vooral belangrijk om betrokkene het verhaal te laten vertellen en te onderzoeken waar hij of
zij behoefte aan heeft. Wellicht moeten er praktische zaken worden geregeld (informeren
thuisfront, aangifte doen, schade e.d.)
Tweede gesprek (binnen drie dagen na het incident)
Het doel van het gesprek is net als bij het eerste gesprek het bieden van een luisterend oor en
steun (emotioneel en praktisch). Daarnaast is het belangrijk dat samen met de betrokkene het
verloop van de afgelopen dagen in kaart wordt gebracht en zodoende meer informatie wordt
verkregen over het verwerkingsproces.
Derde gesprek (na 4-6 weken 9 (of eerder voor zover nodig)
Naast emotionele ondersteuning gaat het tijdens het derde gesprek om de terugblik op de
gebeurtenis en de periode daarna. Het is belangrijk om stil te staan bij eventuele veranderingen in
de kijk op het ambt en het functioneren daarbinnen, het privéleven en persoonlijke beleving. Bij
mogelijke signalen op stagnatie van het verwerkingsproces is het zinvol om de betrokkene in ieder
geval door te verwijzen naar professionele hulpverlening, waarbij de kosten, voor zover deze niet
worden gedekt door de zorgverzekeraar, door de gemeente worden gedekt.
De gesprekken kunnen worden gevoerd door de gemeentesecretaris en/of griffier en/of de
burgemeester.
6.4 Aangifte doen en schade verhalen.
•Als er sprake is van strafbare feiten, doet de gemeente daarvan, met instemming van de
getroffen ambtsdrager, aangifte. De gemeente staat zo voor zijn ambtsdragers en ontlast deze
ook.
•Over de aangifte wordt niet gecommuniceerd, tenzij de betreffende politieke ambtsdrager
daarmee instemt ten behoeve van het onderzoek.
•Van de getroffen politieke ambtsdrager wordt verwacht dat hij/zij als benadeelde medewerking
verleend aan het politieonderzoek.
•Het OM wordt, voor zover nog niet betrokken in een eerdere fase, door de politie of
burgemeester op de hoogte gesteld bij een dreigingsmelding en/of een aangifte.
•Bij een acute, ernstige dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de
beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke
handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie en doet de politie
voorstellen over de te neme maatregelen. (artikel 1, lid 2 Politiewet, aanwijzing beveiliging van
personen, objecten en diensten)
•Als de burgemeester zelf onderwerp is van acute, ernstige dreiging, blijft de Hoofdofficier van
•Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator
•Terrorismebestrijding en Veiligheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Als de
burgemeester slachtoffer is, wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte
gesteld.
•De werkgever is, ook als sprake is van een “fictief dienstverband” verplicht de Inspectie SZW
binnen 24 uur te waarschuwen als sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke
ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden
opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen.
•De gemeentesecretaris en/of de griffier bewaken terugkoppeling aan de benadeelde en
desgewenst aan het Presidium over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan.
•Schade aan persoonlijke eigendommen of aanvullende kosten die een benadeelde moet
maken door het incident worden in eerste instantie vanuit de gemeente vergoed aan de
benadeelde. De gemeente verhaalt de kosten op de veroorzaker.