Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer;
gelet op:
-artikelen 2, 31 en 32 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied;
-afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
-de gemaakte afspraken in de Uitvoeringsovereenkomst;
-de regionale samenwerkingsovereenkomst en de werkafspraken of enige opvolging, invulling of aanvulling van de relevante kaders en af te stemmen regels, besluiten en stukken.
Besluit vast te stellen het:
Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2024 gemeente Aalsmeer
Artikel 1 Definities
In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
•college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer;
•regeling: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021;
•uitvoeringsovereenkomst (UVO): de dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling getroffen door de opdrachtgever en opdrachtnemer;
•OD NZKG: het openbaar lichaam Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, bedoeld in artikel 3 van de regeling;
•directeur: de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de regeling;
•gemeente: de gemeente Aalsmeer;
•mandaat: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders besluiten te nemen;
•machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaat- rechtelijke rechtshandeling zijn.
•basistaken: de taken zoals die zijn opgenomen in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit;
•samenwerkingsovereenkomst: gesloten e/o nog te sluiten overeenkomst over regionale samenwerking binnen het werkgebied van de OD NZKG.
•werkafspraken: gemaakte of nog te maken concrete afspraken over samenwerking en taakverdeling bij concrete taken.
Artikel 2 Mandaat en machtiging
1Aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger, wordt voor zover het bevoegdheden van het college betreft, mandaat en machtiging verleend overeenkomstig het bij dit besluit behorende register, dat is opgenomen als bijlage 2 bij dit besluit.
2De bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaar- schriften, bedoeld in afdeling 7.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
3Aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger wordt mandaat en machtiging verleend om namens het college alle feitelijke handelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3 Kaders uitoefening bevoegdheden
1Indien het college een voor een besluit relevante beleidsregel heeft vastgesteld, verwijst de directeur dan wel diens plaatsvervanger ter motivering van een besluit naar die regel.
2De directeur dan wel diens plaatsvervanger aan wie bij dit Besluit mandaat en machtiging is verleend past de algemene dan wel specifieke instructies van het college als bedoeld in artikel 10:6 Algemene wet bestuursrecht toe.
3Het college zorgt ervoor dat de directeur dan wel diens plaatsvervanger over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken. Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de directeur dan wel diens plaatsvervanger over uitvoeringsaspecten, indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die namens het college worden uitgevoerd.
4De directeur dan wel diens plaatsvervanger treedt in overleg met het college indien hij het noodzakelijk acht af te wijken van de in de vorengaande leden bedoelde kaders of het bedoelde beleid.
Artikel 4 Informatieplicht
1De directeur dan wel diens plaatsvervanger verstrekt aan het college desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het besluit verleende mandaat en machtiging.
2De directeur dan wel diens plaatsvervanger informeert het college tijdig over: het nemen van beslissingen van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, politiek of bestuurlijk gevoelige aard en tevens bij het nemen van beslissingen met risico’s van financiële aard, zoals een mogelijk kostenverhaal op basis van onrechtmatige daad of anderszins. De directeur alsmede diens plaatsvervanger neemt hierbij de Algemene instructie uitoefening mandaat en machtiging die als bijlage 3 is opgenomen bij dit besluit in acht.
3De directeur dan wel diens plaatsvervanger en het college overleggen regelmatig over beleids- doelstellingen en prioriteiten ten behoeve van de beheer- en beleidscyclus van de OD NZKG, in het bijzonder over de planning, de aantallen en de kwaliteit van de in mandaat te nemen en reeds genomen besluiten.
4De directeur dan wel diens plaatsvervanger verstrekt aan het college conform de uitvoeringsovereenkomst, samenwerkingsovereenkomst of losse opdrachten rapportages van de besluiten die in mandaat zijn genomen.
Artikel 5 Ondermandaat en ondermachtiging
1De directeur dan wel diens plaatsvervanger kan de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, in onder- mandaat en ondermachtiging opdragen aan ondergeschikten, tenzij dit is uitgesloten in het register.
2De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat en ondermachtiging.
3De directeur dan wel diens plaatsvervanger zorgt ervoor dat de door hem ondergemandateerden en ondergemachtigden tevens kunnen beschikken over de informatie zoals genoemd in artikel 4.
4Een besluit tot verlening van ondermandaat en ondermachtiging wordt bekend gemaakt in het publicatieblad van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en treedt in werking op de dag na publicatie.
Artikel 6 Ondertekening
Indien een besluit krachtens (onder)mandaat dan wel (onder)machtiging wordt genomen als bedoeld in artikel 2 respectievelijk artikel 5 luidt de ondertekening:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer,
namens deze,
gevolgd door:
-de functieaanduiding
-de handtekening
-de naam van de (onder)gemandateerde of (onder)gemachtigde
Artikel 7 Bevoegdheid besluit intrekken of wijzigen
Indien een mandaat, zoals omschreven in het register opgenomen in bijlage 2, de bevoegdheid verstrekt tot het nemen van een besluit, dan behelst dit mandaat ook de bevoegdheid om dat besluit geheel of gedeeltelijk in te trekken, te wijzigen of te verlengen, tenzij in het register anders is vermeld.
Artikel 8 Slot- en overgangsbepaling
1Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024.
2Het Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2022 Gemeente Aalsmeer wordt ingetrokken, behoudens de situaties die onder het overgangsrecht vallen bij of krachtens de Omgevingswet, de Aanvullingswet bodem, de Aanvullingswet natuur en de Aanvullingswet geluid.
3Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2024 gemeente Aalsmeer.