Aanhef
Zaaknummer: Z21-093843
De raad van de gemeente Aalsmeer;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 januari 2022;
besluit vast te stellen de:
Het Regioplan Amstelland, Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid, een nieuwe start in Amstelland 2021-2025
1het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid Amsterdam-Amstelland 2021-2025 Een nieuwe start - Samen op weg naar perspectief vast te stellen;
2het Regioplan Amstelland, Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid, Een nieuwe start in Amstelland vast te stellen, waarin onder meer is opgenomen dat:
1de gemeente Amsterdam de aankomende inkoopprocedure voor de Amstelland gemeenten op zich neemt;
2de financiële middelen die de gemeente Aalsmeer vanaf 2023 voor nieuwe cliënten voor Beschermd Wonen ontvangt, tot en met 2025 worden overgeheveld naar de gemeente Amsterdam;
3de Amstelland gemeenten solidair zijn en blijven als het gaat om realiseren van opvangplekken voor economisch daklozen en eventueel toekomstige lokale MOBW lo-caties in de gehele Amstelland regio. Iedere Amstelland gemeente neemt daarin zijn verantwoordelijkheid en spant zich in om op hun grondgebied te zoeken naar ge-schikte locaties voor inwoners uit de Amstelland gemeenten.
3om voor de groep economisch dak- en thuislozen die wordt opgevangen vanaf 1 juli 2021 een uitzondering te maken op de regel dat de verblijfplaats van een persoon leidend is bij het verstrekken van voorzieningen en uitkeringen in het Sociaal domein en dit te verwerken in de lokale beleidsregels.
Bijlage 1 Regioplan Amstelland
Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid
Een nieuwe start in Amstelland
Voorwoord
Voor u ligt het Regioplan Amstelland Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid, Een nieuwe start in Amstelland (hierna te noemen Regioplan). Het plan is soms technisch, maar het gaat uiteraard steeds om onze inwoners. Dit Regioplan vertelt u meer over dakloosheid en een nieuwe start voor sommige inwoners. Denk hierbij aan economisch dak- en thuislozen die geen (zware) zorgvraag hebben, maar bijvoorbeeld door echtscheiding of verlies van inkomen hun woning verliezen en niet in staat zijn weer eigen woonruimte te vinden. Daarnaast is er ook een kwetsbaardere groep die meer begeleiding nodig heeft. Zij hebben bijvoorbeeld een verslaving, een psychiatrische stoornis of een psychische kwetsbaarheid. Over al deze mensen gaat dit plan. Graag stellen we twee inwoners uit Amstelland1 aan u voor:
Barbara is 21 jaar oud als ze dakloos raakt. Op het moment dat de situatie thuis met haar stiefvader onhoudbaar wordt, pakt ze haar spullen en vertrekt. Barbara wordt een paar maanden opgevangen in een hotel in Amstelveen. Hier heeft ze tijd om tot rust te komen en zich op het vinden van een vervolgplek te richten. Echter, er zijn nog wat strubbelingen. Een baan buiten haar hotelkamer is lastig. Door haar thuissituatie heeft Barbara angsten en paniekaanvallen ontwikkeld. Zodra ze een paniekaanval heeft wil ze weg, een typische fight and flight reactie. Ze heeft soms meerdere aanvallen per dag waardoor een baan buiten de deur niet vol te houden is. Ze leeft vooral ‘s nachts en slaapt overdag. Ze is veel op zichzelf. Tijdens haar verblijf in het hotel is ze begonnen met EMDR therapie en beetje bij beetje zet ze stappen. Ze wil graag vrij zijn van haar angsten.
Na een paar maanden kan Barbara doorstromen naar een tijdelijke woonplek. Ze is dolgelukkig. Ze kan hier in alle rust verder met therapie en intensief zoeken naar een vervolgplek. Ze vindt steun bij de mensen die haar begeleiden. Ze heeft nog geen vaste vervolgplek gevonden, maar haar situatie is stukken beter en stabieler dan voorheen. Ze werkt, ze is gestopt met roken en ze komt overdag weer buiten.
Peter is 59 jaar oud en woont op een Beschermd Wonen groepswoning in Diemen. Hij deelt de woning met twee anderen. Peter heeft een eigen slaapkamer en deelt de keuken, woon- , en badkamer. Peter heeft weinig tot geen contacten en is erg op zichzelf. Eenmaal per week loopt hij naar kantoor om zijn voedingsgeld te halen, verder laat hij zich niet zien voor koffie- of andere momenten. Begeleiding zoekt hem eens per week op.
Via diverse wegen van opnames, woonvormen en een eigen woning wordt Peter wanneer hij 56 jaar is aangemeld bij een Beschermd Wonen-locatie. Peter is gediagnosticeerd met schizofrenie. Bij middelengebruik, cannabis, neemt de problematiek toe. Peter heeft weerstand tegen antipsychotica vanwege de bijwerkingen en neemt al een lange tijd geen medicatie, met grote kans op psychische instabiliteit en daarbij toenemende kans op agressie. Als het slechter gaat met Peter dan zal hij niet snel aankloppen voor hulp. Wanneer het minder goed met hem gaat dan gaat hij overmatig schoonmaken in huis met agressieve schoonmaakmiddelen. Hij heeft dan het idee dat het heel vies is in huis en dat dit komt door medebewoners. In praktijk blijkt vaak dat het huis niet echt vies is.
Peter heeft zo af en toe een behandelaar, omdat hij soms gedwongen wordt aangemeld tijdens een klinische opname. Echter wanneer hij weer ontslagen is en stabiel is dan weigert hij nog GGZ contact te hebben. Peter geeft dikwijls aan dat hij wil doorstromen naar een eigen woning. Bij aanmelding om door te stromen geeft hij echter aan dat hij voorlopig wel goed zit en eigenlijk niet weg wil.
1Vanwege privacy redenen zijn de casussen fictief maar vergelijkbaar met de inwoners over wie dit plan gaat.
Het Regioplan is een Amstellandse invulling van het Beleidsprogramma Dak- en thuisloosheid Amsterdam-Amstelland 2021-2025: Een nieuwe start, Samen op weg naar perspectief (hierna te noemen Beleidsprogramma). Het Regioplan is een plan over taken die voor een groot gedeelte nieuw zijn voor de Amstelland gemeenten. Het behandelt wat we de komende jaren moeten organiseren, uitwerken en regelen. Deze afspraken moeten we maken, om onze inwoners, zoals Peter en Barbara, zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen bij het maken van stappen naar herstel.
Namens de colleges van Amsterdam-Amstelland,
Wilma Alink-Scheltema, wethouder gemeente Aalsmeer
Marijn van Ballegooijen, wethouder gemeente Amstelveen
Simone Kukenheim, wethouder gemeente Amsterdam
Jeroen Klaasse, wethouder gemeente van Diemen
Rineke Korrel, wethouder gemeente Ouder-Amstel
José de Robles, wethouder gemeente Uithoorn
1Inleiding
Per 1 januari 2022 wordt gestart met de doordecentralisatie van beschermd wonen. Dat betekent dat alle gemeenten in Nederland zich gaan inzetten voor inwoners die in aanmerking komen voor beschermd wonen. Vanaf 1 januari 2023 komt er een nieuwe financiële verdeling over gemeenten en een ‘woonplaatsbeginsel’. Daarmee wordt geregeld dat gemeenten voortaan verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen voor de eigen inwoners en daarvoor de middelen ontvangen. Daarnaast zijn in 2020 middelen door het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) beschikbaar gesteld aan Amsterdam in het kader van de Landelijke Aanpak Dak- en Thuisloosheid van staatssecretaris Blokhuis.
Het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid Amsterdam-Amstelland 2021-2025 met de titel ‘Een nieuwe start: samen op weg naar perspectief’2 is in juni 2021 door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld en schetst de uitgangspunten voor de aanpak van dak- en thuisloosheid. Zoals in juni 2021 bij de Amstellandse gemeenteraden is aangekondigd, vervangt het Beleidsprogramma het tot nu toe geldende Koersbesluit Thuis in de Wijk.
De situatie in Amstelland is logischerwijs anders dan die in Amsterdam. Amsterdam heeft veel meer inwoners, de bevolkingssamenstelling is anders en de groep dak- en thuislozen is aanzienlijk groter. Amsterdam heeft een voor Amsterdam passende uitvoeringsstructuur opgesteld om de taken die voortvloeien uit het Beleidsprogramma goed te kunnen uitvoeren. Deze structuur kan niet één op één worden toegepast in de regio. Daarnaast komen er met de doordecentralisatie van Beschermd Wonen en het als regio opvangen van economisch daklozen twee nieuwe taken bij de Amstelland-gemeenten terecht.
Zowel de andere situatie van de Amstelland gemeenten als de hierboven genoemde nieuwe taken maken het noodzakelijk om een eigen Regioplan op te stellen. Het Regioplan geeft op hoofdlijnen richting aan preventie, de lokale expertise, de toegang, uitstroom, de financiële uitwerking en de samenwerkingsafspraken na de doordecentralisatie. Met het vaststellen van dit plan voldoen we ook aan de Norm voor opdrachtgeverschap.3 De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en VWS hebben afgesproken dat op 1 januari 2022 regionale samenwerkingsafspraken moeten zijn gemaakt over de doordecentralisatie Beschermd wonen.
2Beleidsprogramma aanpak dakloosheid 2021-2025 - openresearch.amsterdam
3https://vng.nl/artikelen/norm-voor-opdrachtgeverschap-mo-bw-routekaart
Wat willen we in Amstelland bereiken?
Ons gezamenlijke doel is het bieden van een beter perspectief bij (dreigende) dakloosheid. Daarmee streven wij, in lijn met de gedachte achter de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), naar inclusieve buurten en wijken waarbij ook onze inwoners met een psychische kwetsbaarheid en inwoners die zich tijdelijk in een kwetsbare situatie bevinden, de mogelijkheid hebben om in deze wijken ondersteuning te krijgen en mee te kunnen doen.
Huisvesting is een mensenrecht en herstel begint met een huis, zoals ook het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving4 stelt. De ambitie van het Beleidsprogramma, en dus ook het Regioplan is, om met iedereen die in de regio dakloos wordt of dreigt te worden, samen aan een nieuwe start en daarmee maatschappelijk en economisch herstel te werken.5
4Terugdringen dakloosheid vereist structureel andere aanpak | Nieuwsbericht | Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (raadrvs.nl)
5Beleidsprogramma, p.8. (in de pdf bijlage van dit plan)
De speerpunten die horen bij deze ambitie zijn:
1Vroegsignalering en vroeginterventie
2Vergroten aanbod woonoplossingen
3Goede ondersteuning op maat
4Duurzaam maatschappelijk herstel
Wat gaan we daarvoor doen?
In dit plan is opgenomen wat we de komende jaren gaan doen en uitwerken in Amstelland. Zeker op het gebied van opvang en ondersteuning van economisch dak- en thuislozen staan we aan het begin. Voor 2021 vingen we nauwelijks mensen op en was er beperkte begeleiding. Bij het schrijven van dit plan is het beleid nog niet uitgekristalliseerd. We hebben nog nauwelijks zicht op deze groep en weten nog niet of het aanbod wat er nu is voldoende en passend is. Ook de toegang is volop in ontwikkeling. Daarbij leren we steeds uit de praktijk en sturen we dus regelmatig bij als het nodig is.
Lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig
We blijven in de regio Amsterdam-Amstelland samenwerken op het gebied van maatschappelijke opvang en beschermd wonen (verder: MOBW). Bij de inrichting van de doordecentralisatie binnen de regio Amsterdam-Amstelland is gekozen voor het leidende principe: lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig. Dit doen we stapsgewijs, zodat we in Amstelland expertise kunnen opbouwen en betere samenwerking kunnen organiseren met het lokale veld. Dit maakt het ook mogelijk om te anticiperen op de beslissingen van het Rijk die op dit moment nog niet duidelijk zijn of waarvan de uitwerking nog niet duidelijk is. Zoals de definitieve vaststelling van het verdeelmodel en de invoering van het woonplaatsbeginsel. De Amstelland-gemeenten blijven daarom het budget tot en met 2025 ‘teruggeven’ aan Amsterdam. Daarnaast worden nadere afspraken gemaakt over verrekening, de uitvoeringskosten en een transformatiebudget voor de groeiende rol in de toegang.
De komende jaren zal duidelijk worden hoeveel inwoners uit de regio Amstelland gebruik gaan maken van MOBW. Op basis van de beschikbare cijfers op dit moment schatten we in dat het in Amstelland om een relatief klein aantal inwoners gaat dat dakloos is of een vorm van beschermd wonen nodig heeft (zie bijlage 1 voor Feiten en cijfers). Ook daarom bundelen we in Amstelland de krachten en blijven we met Amsterdam samenwerken. Belangrijk hierbij is dat we afspraken maken en afstemmen over preventie en ondersteuning die we onze inwoners lokaal bieden.
Samen nemen we de verantwoordelijkheid voor de gehele keten zodat onze inwoners zoveel mogelijk de ondersteuning ontvangen die ze nodig hebben. Regionale samenwerking is ook de opdracht van het Rijk in het kader van de doordecentralisatie Beschermd Wonen.
Zoals u in het Beleidsprogramma van Amsterdam kunt lezen gelden de daarin geformuleerde speerpunten en uitgangspunten ook voor Amstelland. Ook de algemene analyses over dak- en thuisloosheid en de problematiek zijn niet anders. Gekozen is om niet teveel te herhalen in dit Regioplan.
Totstandkoming en participatie
Het Beleidsprogramma is opgesteld in samenwerking met aanbieders Wmo, MOBW, Geestelijke gezondheidszorg (GGZ), Licht Verstandelijke Beperking zorg (LVB), de cliëntvertegenwoordiging, het Groot MO/GGZ6, woningcorporaties, zorgverzekeraars en gemeenten. Van juni 2020 tot en met maart 2021 heeft veelvuldig contact plaatsgevonden met interne en externe partners vanuit de gehele regio om input op te halen voor het Beleidsprogramma. In aanloop naar het Regioplan zijn sessies gehouden waar de betrokken zorg- en welzijnspartijen, woningbouwcorporaties en gemeenten aan deel hebben genomen. Het Regioplan is ter advisering voorgelegd aan de Adviesraden Sociaal domein van de vijf Amstelland gemeenten.
6Het groot MO/GGZ is een onafhankelijk platform voor collectieve belangenbehartigers in de Maatschappelijke opvang en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg.
Het uitwerken van de in dit Regioplan beschrevn acties zal in overleg gebeuren met de in de regio actieve aanbieders voor MOBW en en dak-en thuislozen, aanbieders van preventie, woningcorporaties, cliëntvertegenwoordigers en andere belanghebbenden.
Leeswijzer
Dit Regioplan bestaat uit twee onderdelen:
1een Amstellandse invulling van het Beleidsprogramma Dak- en thuisloosheid: Een nieuwe start, Samen op weg naar perspectief. (hoofdstuk 3)
2afspraken over de doordecentralisatie en samenwerking MOBW AmsterdamAmstelland (hoofdstuk 4)
In de bijlagen vindt u een lijst met begrippen, feiten & cijfers over MOBW in AmsterdamAmstelland.
De foto's in dit Regioplan zijn afkomstig uit een film gemaakt in opdracht van de Regenboog Groep, gefilmd en geregisseerd door Vincent Fitz-Jim en gespeeld door acteur Kees Hartveld.
2Aanleiding en achtergrond
Landelijke besluitvorming doorcentralisatie
Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), staatssecretaris Blokhuis (VWS) en de VNG zijn het in juli 2019 eens geworden over de aanpak van de doordecentralisatie Beschermd Wonen. Zij hebben ingestemd met het advies van het expertiseteam dat de VNG voor dit vraagstuk in het leven had geroepen. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de manier waarop de transitie in beschermd wonen de komende jaren tot stand moet komen.
Rijk en gemeenten hebben afgesproken in tien jaar tijd tot een gefaseerde invoering van het objectief verdeelmodel voor beschermd wonen te komen en ook de doordecentralisatie in die tijd voor elkaar te krijgen. Dit betekent dat gemeenten in die periode geleidelijk overstappen van de huidige historische verdeling over centrumgemeenten naar een volledig objectieve verdeling van de middelen voor Beschermd wonen over alle gemeenten. De planning is dat vanaf 2023 een deel van de middelen, alleen voor nieuwe cliënten, voor het eerst objectief verdeeld wordt (zie ook paragraaf 4.4. Financiën). De centrumgemeenten blijven verantwoordelijk voor de bestaande cliënten. Het definitieve verdeelmodel moet worden vastgesteld door het nieuwe kabinet. De beslissing hierover is gepland in mei 2022.
Over de eventuele doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang naar alle gemeenten wordt op basis van een evaluatie over vier jaar (2026) een beslissing genomen.
Een aantal bewegingen komt tegelijkertijd bij elkaar in de decentralisatie van MOBW. Het gaat zowel om het decentraliseren van budget (van centrumgemeente naar de afzonderlijke gemeenten), als het overgaan van een historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel, in de context van de transformatie van het sociaal domein met meer nadruk op wonen in de wijk met zorg op maat (de beweging naar thuis in de wijk), de context van een overspannen woningmarkt en flinke wachtlijsten in de GGZ. Op verschillende bewegingen zal in dit plan worden ingegaan.
Regionale besluitvorming uitgangspunten
Begin 2020 zijn de bestuurders van de regio Amsterdam-Amstelland het eens geworden over het uitgangspunt van de doordecentralisatie voor wat betreft onze regio: “Lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig’. Deze richting doet het meeste recht aan de lokale verantwoordelijkheid, efficiëntere verdeling van de taken en de beste begeleiding voor de kwetsbare inwoners.
Dit uitgangspunt is leidend bij zowel Beschermd Wonen als bij Maatschappelijke Opvang. De afgelopen jaren is geconstateerd dat de grote scheidslijn tussen de doelgroepen vervaagt. Het gaat er vooral om wat een cliënt nodig heeft en wat de Wmo daarin kan bieden, in plaats van dat het feit dat iemand dakloos is leidend is in welke ondersteuning iemand ontvangt. Telkens gaat het om cliënten met een meervoudige ondersteuningsvraag en het verblijf kan zowel in een eigen woning als in een 24-uursvoorziening zijn. Bij de inkoop MOBW die start in 2022, is het onderscheid tussen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen dan ook verdwenen. Om deze reden zal in de regio ook de Maatschappelijke Opvang direct meegenomen worden in de doordecentralisatie.
Economisch dak- en thuislozen en Blokhuismiddelen
Actueel is de problematiek van inwoners die economisch dak- of thuisloos zijn. Voor het beleid hierover zijn we als individuele gemeenten nu al verantwoordelijk. We zien in onze regio een toenemend aantal van deze economisch dak- en thuislozen. Het gaat om dak- en thuislozen met voornamelijk een huisvestingsvraag met daarbij meestal een ondersteuningsvraag. Kenmerken van deze doelgroep zijn: dak- en/of thuisloos, veelal beperkt zelfredzaam7, geen verslavingsproblematiek, geen psychiatrische problematiek, geen of beperkt netwerk. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die door een levensgebeurtenis als een scheiding of verlies van een baan dakloos zijn geworden. Mensen die niet in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang, omdat er geen sprake is van onderliggende en ernstige problemen op het gebied van psychiatrie, verslaving of gedrag.
7Beperkt zelfredzaam maar nog voldoende zelfredzaam volgens het kader van Maatschappelijke Opvang en Beschermd woen. Dat wil zeggen dat er geen ernstige psychische problematiek of verslaving is.
We noemen deze groep economisch (of zelfredzame) daklozen, omdat zij voor het grootste deel geen zware zorg nodig hebben. Echter, zonder hulp is het risico groot dat de situatie van de inwoner van kwaad tot erger wordt. We weten dat door een situatie van (dreigende) dak- of thuisloosheid en de stress en onzekerheid die dat met zich meebrengt, mensen in korte tijd het risico lopen veel meer problemen te ontwikkelen. Van het verlies van een baan, relatieproblemen tot problematisch middelengebruik, eenzaamheid en depressiviteit. Kortom: zonder dak boven het hoofd, is het wachten tot iemand wel intensieve zorg nodig heeft en uiteindelijk doorstroomt naar MOBW. In het Beleidsprogramma Dak- en Thuisloosheid wordt er op ingezet om te voorkomen dat mensen in de intensieve en dure opvang terecht komen.
Schematisch ziet dit er als volgt uit:
De inzet van vroegsignalering en vroeginterventie is om dakloosheid te voorkomen. Als iemand toch dakloos wordt dan zetten we begeleiding en tijdelijke opvang in. Op die manier proberen we te voorkomen dat de situatie verergert en mensen toch aanspraak moeten maken op zwaardere zorg.
Het gebrek aan (betaalbare) huisvesting wordt gezien als de grootste oorzaak van het toenemend aantal (economisch) daklozen. De druk op de woningmarkt is in onze regio, net als in veel andere gemeenten in Nederland, hoog en zal naar verwachting voorlopig ook hoog blijven. Dit maakt dat mensen die met spoed een woning nodig hebben en niet in staat zijn om dit zelf te regelen zonder ondersteuning, steeds langer in een situatie van (dreigende) economische dakloosheid verkeren.
We hebben het afgelopen jaar samen met Amsterdam de noodklok geluid rond het toenemend aantal economisch daklozen in onze regio. Met resultaat: het Rijk heeft 45 miljoen euro voor de periode van 2020 tot 2022 beschikbaar gesteld aan de gemeente Amsterdam. Deze middelen worden de Blokhuismiddelen genoemd. Een deel van deze middelen, namelijk 4 miljoen euro, is bestemd voor het in samenwerking realiseren van tijdelijke woonplekken en passende begeleiding in de vijf Amstelland-gemeenten.
3Invulling beleidsprogramma Dak- en thuisloosheid
Dit hoofdstuk geeft op hoofdlijnen richting aan preventie, ondersteuning en in- en uitstroom MOBW. Ook is een beschrijving opgenomen van de verschillende pilots die lopen en oplossingen die gevonden zijn om economisch daklozen tijdelijk onder te brengen.
Het Regioplan geeft alleen op hoofdlijnen de regionale invulling van de nieuwe taken weer, omdat er nog veel onzekere factoren zijn. Zo is nog niet duidelijk hoe de budgetten verdeeld worden, wat beschikbaar is voor Amstelland als het gaat om middelen voor preventie en capaciteit en of de middelen vanuit het Rijk voor de aanpak van dak- en thuisloosheid voor economisch daklozen een structureel karakter gaan krijgen. In dit Regioplan benoemen we de uitgangspunten, wat we al doen en waar we naar toe willen.
We onderschrijven de uitgangspunten uit het Beleidsprogramma, namelijk8:
1Wijkgericht en nabij
2Focus op tijdelijkheid en housing first
3Inzet op tijdelijke woonmogelijkheden
4Speciale aandacht voor economisch daklozen, dakloze jongvolwassenen en gezinnen met kinderen
5Zelfregie als uitgangspunt
6Inzet van ervaringsdeskundigheid
7Aanpak vanuit verschillende gemeentelijke afdelingen (Zorg & Welzijn, Voorzieningen, Werk & Inkomen, Wonen)
8Samenwerking in de regio
De speerpunten die eerder zijn genoemd worden hieronder uitgewerkt en ingevuld.
8Beleidsprogramma, pagina 10 en 11
3.1 Vroegsignalering en vroeginterventie
We willen ten eerste zo veel mogelijk voorkomen dat mensen dakloos raken. Daartoe willen we in Amstelland zorgen dat informatie en ondersteuning voor onze inwoners op het gebied van huisvesting, werk, inkomen, schuldhulpverlening en Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) laagdrempelig en toegankelijk blijven. Daarbij worden signalen van dreigende dakloosheid, zoals oplopende schulden, oplopende huiselijke spanningen, zo snel mogelijk opgepakt. De lokale uitvoering en partners op het gebied van zorg, welzijn en veiligheid spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast onderzoeken we de oprichting van een regionale inloopvoorziening voor dak- en thuislozen waar mensen met hun vragen terecht kunnen.
Bemoeizorg en individuele begeleiding
Bemoeizorg is een vorm van hulpverlening voor kwetsbare inwoners met complexe GGZproblematiek. Het gaat om mensen die hulp nodig hebben, maar dit zelf niet kunnen, willen of durven regelen. Ze raken door een combinatie van psychiatrische, lichamelijke of verslavings- en sociale problemen steeds verder in moeilijkheden. De hulpverleners proberen contact te leggen met de inwoner en begeleiden deze naar de reguliere hulpverlening en zo nodig naar bijvoorbeeld schuldhulpverlening. Bij de meest kwetsbare inwoners wordt bemoeizorg ingezet. Bij de iets minder kwetsbare inwoners kan individuele begeleiding ingezet worden om de inwoner te begeleiden naar de reguliere hulpverlening. Gemeenten regelen bemoeizorg en individuele begeleiding lokaal.
Kostendelersnorm en briefadres
We streven in Amstelland naar zoveel mogelijk gelijke afspraken over (het voorkomen van) dakloosheid. Een voorbeeld hiervan is dat we willen regelen dat inwoners niet dakloos raken door toepassing van de kostendelersnorm vanuit de Participatiewet. Dit betekent dat we in voorkomende gevallen tijdelijk de kostendelersnorm niet zullen toepassen. Ook kijken we met elkaar naar de toepassing van de per 1 januari 2022 gewijzigde Wet basisregistratie personen9,als het gaat om briefadressen voor dak- en thuislozen. We zorgen dat personen begeleiding krijgen zodat ze stappen kunnen zetten richting duurzame oplossingen voor hun situatie. Daarbij is het van groot belang dat dit snel geregeld is, om te voorkomen dat er meer stress en (ergere) schulden ontstaan. Zonder briefadres kunnen mensen geen aanspraak maken op een zorgverzekering en/of toeslagen van de belastingdienst.
9Vanaf 1 januari 2022 is een gemeente wettelijk verplicht om iemand in te schrijven op een briefadres. Als er geen briefadresgever beschikbaar is, moet de gemeente zelf als briefadresgever optreden.
Begeleiding door de Regenboog Groep
Op dit moment financieren we vanuit de Blokhuismiddelen de Regenboog Groep voor het begeleiden van economisch daklozen naar een duurzame woonplek. Afhankelijk van de vraag, situatie en de verblijfplek van de inwoner wordt passende begeleiding geboden. De Regenboog Groep bespreekt met de dak- of thuisloze inwoner o.a. de binding in de regio, het sociale netwerk en eventuele andere problematiek. Als er extra hulpverlening nodig is, zoals schuldhulpverlening of maatschappelijk werk, wordt dit ingezet vanuit de gemeente van herkomst. De begeleiding van de Regenboog Groep richt zich daarnaast op het informeren en motiveren van inwoners om zelf te zoeken naar een duurzame vervolg woonplek. Als het passend en mogelijk is wordt een tijdelijke woonplek van maximaal één jaar geboden (zie paraaf 3.2). Ook als er sprake is van dreigende dakloosheid kan de Regenboog Groep worden ingezet voor ondersteuning bij het zoeken naar een andere plek. Halverwege 2022 evalueren we gezamenlijk de geleverde begeleiding en de behaalde resultaten. Afhankelijk van de uitkomst hiervan en benodigde en beschikbare financiën wordt besloten of we hiermee verder kunnen gaan.
Ervaringsdeskundigheid en vrijwillige inzet
In Amsterdam is het inzetten van ervaringsdeskundigen (via team ED) succesvol gebleken bij (dreigende) dakloosheid en GGZ problematiek. Amstelveen heeft in navolging hiervan besloten om team ED te subsidiëren en in te zetten. Ook in de andere regiogemeenten zal worden gekeken naar de inzet van ervaringsdeskundigheid als eventuele aanvulling op het reeds bestaande formele en informele aanbod vanuit de Wmo.
3.2 Vergroten aanbod woonoplossingen10
10In dit regioplan wordt niet ingegaan op wat elke individuele gemeente doet aan het vergroten van woonoplossingen voor bijvoorbeeld jongeren of spoedzoekers. Alleen de regionale ontwikkeling rond het woonruimte-verdeelsysteem en de regionale pilots rondom economisch dak- en thuislozen zijn hier benoemd.
Benutten tijdelijke woon-/opvangmogelijkheden voor economisch dak- en thuislozen
De kranten staan er vol van, en ook in de regio Amstelland zijn woningen schaars: het duurt lang voordat er een sociale huurwoning wordt toebedeeld. Na een scheiding kan het moeilijk zijn de huur op te brengen. Net als in veel andere delen van Nederland, zijn ook in onze regio zijn de afgelopen jaren niet genoeg passende, betaalbare woningen gebouwd. Met als gevolg dat het aantal inwoners die dak- of thuisloos zijn toeneemt.
Blokhuismiddelen
Zoals eerder beschreven heeft de gemeente Amsterdam een incidenteel bedrag van € 4 mln voor Amstelland ontvangen vanuit het Rijk. Deze middelen zijn bestemd om gezamenlijk tijdelijke woonplekken/ passantenplekken11 te realiseren in de regio Amstelland voor economisch daklozen. Tot nu toe zijn de volgende tijdelijke plekken gecreëerd in de vorm van een aantal pilots:
11Passantenplekken zijn tijdelijke opvangplekken voor de specifieke doelgroep van beperkt zelfredzame inwoners. Tijdelijke passantenplekken vallen buiten de reguliere woonruimteverdeling en worden niet via Woningnet en urgentieregelingen toegewezen. Het toewijzen van passantenplekken gaat dus niet ten koste van het huidige aanbod van reguliere woonruimte.
Onder de pannen, Regenboog Groep
Bij het project Onder de pannen worden economisch daklozen tijdelijk ondergebracht bij mensen die een kamer beschikbaar hebben en bereid zijn een stad- of dorpsgenoot te helpen. Degene die wordt ondergebracht, betaalt hiervoor huur en een onkostenvergoeding. Degene die de kamer beschikbaar stelt gaat er altijd op vooruit. In Amstelveen zijn nu 5 matches gemaakt. Ook in de andere Amstelland gemeenten zal Onder de pannen worden ingezet.
Parents House (via Regenboog Groep)
Tijdelijke woonruimte specifiek voor vaders/ moeders die op deze manier hun zorgtaken kunnen blijven vervullen en contact met kinderen kunnen behouden.
Passantenpension Graaf Janlaan, RIBW-K/AM en Villex
Tijdelijke woonplekken in een pand van RIBW-K/AM in Amstelveen. Deze locatie biedt plek aan 14 economisch daklozen uit de Amstelland gemeenten. De locatie leent zich voor een groep die wat meer ondersteuning nodig heeft. Bewoners betalen huur aan de beheerder en vanuit RIBW is er een kwartiermaker en begeleiding aanwezig.
Hotelaanpak
Vanaf januari 2021 vangen we economisch daklozen tijdelijk op in hotels. Met twee hotels in Amstelveen zijn prijsafspraken gemaakt en rond de 40 inwoners uit de Amstelland gemeenten zijn hier geplaatst (waarvan een deel is uit- of doorgestroomd).
Tijdens het verblijf in één van deze tijdelijke plekken (maximaal 1 jaar), is begeleiding door de Regenboog groep een voorwaarde. Er wordt actief gekeken naar mogelijkheden binnen het eigen netwerk, maar ook naar woonplekken buiten onze regio, omdat de kansen daar groter zijn. Dit is ook gebleken uit ervaringen van de Regenboog Groep die in Amsterdam al een aantal jaren economisch daklozen begeleidt. Naast deze voorwaarden wordt een eigen bijdrage van inwoners gevraagd die vergelijkbaar is met het betalen van huur.
De afgelopen periode zijn verschillende pilots gestart en zijn zo’n 60 inwoners van Amstelland tijdelijk ondergebracht. Ongeveer 100 mensen zijn begeleid door de Regenboog Groep.12
12Cijfers uit december 2021.
Belangrijk om op te merken is dat niet alle inwoners na het jaar tijdelijke opvang en begeleiding de gewenste duurzame plek zullen hebben gevonden. De krapte op de woningmarkt lossen we met deze aanpak niet op. Wel bieden we met deze aanpak een jaar waarin inwoners vanuit een eigen plek hun zaken zo goed mogelijk op orde kunnen brengen. In dit jaar worden de inwoners ondersteund om binnen de mogelijkheden die er zijn op de woningmarkt of binnen hun netwerk een andere (vaste) verblijfplaats te vinden.
Tot nu toe zijn alle tijdelijke plekken gerealiseerd in Amstelveen. We hopen het komende jaar met de tijdelijke middelen ook plekken te kunnen creëren in de andere Amstellandgemeenten, zodat inwoners zoveel mogelijk in hun gemeente van herkomst kunnen worden opgevangen; dichtbij hun netwerk. Daarnaast willen we het komende jaar focussen op het realiseren van tijdelijke woonplekken voor zelfredzame dakloze gezinnen. Zeker als er schoolgaande kinderen betrokken zijn, vangen we de gezinnen het liefst zo dicht mogelijk bij hun eigen omgeving op.
De regionale samenwerking voor economisch daklozen vraagt naast inzet van alle gemeenten voor het creëren van tijdelijke woonplekken ook inzet van een andere aard. Zo moet het mogelijk gemaakt worden om gemeentelijke voorzieningen zoals een uitkering of ondersteuning te verkrijgen vanuit de gemeente van herkomst. Zodat inwoner de ondersteuning die hij/zij krijgt kan blijven ontvangen en de gemeente waar de inwoner tijdelijk wordt ondergebracht niet wordt belast met de kosten. We zetten ons de komende tijd in om hier afspraken over vast te leggen en dit mogelijk te maken. Ook leggen we in 2022 beleid(sregels) vast over de opvang van economisch dak- en thuislozen.
Amsterdam en andere gemeenten zijn in gesprek met het Rijk om ook structurele middelen voor economisch dak- en thuislozen te realiseren. Mede afhankelijk van de resultaten hiervan kunnen we voortborduren op deze aanpak. Met als doel om inwoners zonder dak of thuis zo snel mogelijk weer een eigen (tijdelijke) woonplek te bieden. Want herstel begint met een eigen woning en hoe langer dakloos, hoe verder het bergafwaarts gaat. De VNG heeft bij de rijksbegrotingsbehandeling voor 2022 via een zogenaamde Position Paper aandacht gevraagd voor de voortzetting van de Brede Aanpak Dakloosheid. De VNG heeft voorgesteld daarvoor incidenteel 150 miljoen extra beschikbaar te stellen.
Nieuw woonruimte verdeelsysteem (vanaf begin 2023)
De inschrijfduur voor een sociale huurwoning in één van de Amstelland gemeenten is gemiddeld 16 jaar. Door de verdeelsystematiek te herzien moeten sociale huurwoningen in de regio’s AmstellandMeerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland vanaf 2023 meer terechtkomen bij de groepen die ze het hardst nodig hebben. Het nieuwe systeem werkt met punten. Iedereen die ingeschreven staat in WoningNet of Woonmatch bouwt punten op met inschrijftijd, zoekduur en speciale omstandigheden; de zogenaamde situatiepunten. Deze worden toegekend aan bepaalde groepen die in een problematische situatie verkeren, namelijk bij een relatiebreuk met kinderen, inwonend met kinderen en bepaalde categorieën van problematisch thuiswonende jongeren. Dit zijn groepen met een verhoogde kans om dakloos te worden. Door situatiepunten toe te kennen worden de kansen van deze groepen op een sociale huurwoning vergroot. De gemeenteraden van vijftien gemeenten die betrokken zijn bij de nieuwe woonruimteverdeling zijn in het voorjaar van 2021 akkoord gegaan en hebben hun huisvestingsverordening aangepast. Het nieuwe woonruimtesysteem gaat naar verwachting begin 2023 van start. De effecten van de herziening woonruimteverdeling worden zichtbaar als woningzoekenden voldoende extra punten hebben opgebouwd.
3.3 Ondersteuning op maat13
In het Beleidsprogramma Dak- en thuisloosheid zijn veel acties geformuleerd over ondersteuning op maat die veelal ook betrekking hebben op Amstelland.
13Beleidsprogramma Dak- en thuisloosheid, p. 21 e.v.
Kans op herstel
Bij toegang tot de MOBW-keten kijken we voor de inwoners van Amsterdam-Amstelland naar de gemeente waar kans op herstel het grootst is. We gaan meer mensen met een beter perspectief op maatschappelijk herstel en binding elders naar de gemeente leiden waar zij meer kans hebben op herstel. Dit doen we met behulp van een bindingsfunctionaris. Mensen die zich melden voor opvang hebben namelijk in sommige gevallen meer kans een bestaan op te bouwen in andere regio’s dan Amsterdam-Amstelland. Na melding wordt gekeken naar onder andere het woonverleden, sociaal netwerk en hulpverleningskader in de regio om te beoordelen of deze persoon hier of elders het meeste kans maakt op een succesvol traject en doorstroming naar huisvesting. Eventueel wordt na een korte periode in de nachtopvang, de persoon overdragen aan de regio waar de persoon in kwestie beter geholpen kan worden. Deze overdracht zal vanuit de gemeente begeleid worden.
Andersom zullen ook mensen uit andere regio’s in onze regio het meest kans hebben op maatschappelijk herstel. Het woonplaatsbeginsel dat op 1 januari 2023 in zal gaan voor MOBW, sluit ook aan bij die gedachte.
Resourcegroepen-methodiek
Voor inwoners van Amsterdam-Amstelland loopt een pilot met de “resourcegroepen methodiek” voor mensen met een MO-beschikking. De resourcegroepenmethodiek is erop gericht de autonomie van mensen te versterken en hen in staat te stellen zelf weer regie te voeren over de uitdagingen in hun leven. In een vroeg stadium wordt het eigen netwerk betrokken. Dit leidt in de praktijk tot meer maatwerk en zelfregie.
Wachtlijstbegeleiding
Wanneer cliënten in aanmerking komen voor een MOBW-traject wordt direct begeleiding ingezet, als dat nog niet het geval was. Ook nu hebben we afspraken met Amsterdam dat dit zoveel als mogelijk gebeurt door de “zorggemeente” (de gemeente waarin kans op herstel het grootste is).14
14Bekostiging vindt plaats vanuit het MOBW budget.
Schuldhulpverlening aan dak- thuislozen
Alle Amstellandgemeenten hebben een aanpak voor schuldhulpverlening en kennen relatief weinig weigeringsgronden als het gaat om schuldhulpverlening. Ook doen alle gemeenten aan vroegsignalering. Dit is vanaf 1 januari 2021 een nieuwe taak die is toegevoegd aan de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Deze vroegsignalering is gericht op in een vroeg stadium onder meer huurschulden bij woningbouwcorporaties signaleren en zo huisuitzettingen vanwege huurachterstand te voorkomen. We onderzoeken in 2022 of extra kennis nodig is over schuldhulpverlening aan dak- en thuislozen in de Amstelland gemeenten.
Inzetten op snellere doorstroom en gefaseerde afbouw
In 2022 worden voor MOBW realisatieafspraken over doorstroom en afbouw vastgelegd. Deze realisatieafspraak en uitstroompercentages zijn onderdeel van de contracten met aanbieders en hier zal vanuit contractmanagement op worden gestuurd. De Amstelland gemeenten krijgen ook een rol in het contractmanagement. Dit is van belang opdat de aanbieders goed zijn aangesloten op en samenwerken met het lokale veld in de gemeente waar zij actief zijn. Daarnaast worden beschikkingen in principe voor maximaal een jaar afgegeven, met daarbij de mogelijkheid om uitzonderingen te maken. Het uitgangspunt bij afgifte is in principe kortdurend en niet onbeperkt te verlengen, waarbij er altijd gekeken zal worden naar dat wat past bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt.15
15Passage uit Beleidsprogramma Dak- en thuisloosheid, pagina 25.
De gemeenten in Amstelland hebben in hun urgentieregelingen afspraken opgenomen waardoor inwoners die uitstromen uit een MOBW-instelling een urgentieverklaring kunnen aanvragen. Op dit moment zijn er geen signalen dat inwoners van Amstelland niet kunnen uitstromen in de gemeente van herkomst. Eén van de redenen hiervan is waarschijnlijk dat tot 2 jaar geleden de gemeente van herkomst niet goed werd geregistreerd, waardoor veel inwoners van Amstelland zijn uitgestroomd in Amsterdam. Samen met Amsterdam en de aanbieders gaan we monitoren of de voor uitstroom gereserveerde aantallen woningen voldoende zijn en deze aanpassen indien nodig en mogelijk. Het is immers onwenselijk als de keten stagneert door onvoldoende uitstroom mogelijkheden. Aan mensen die intramuraal verblijven vragen we om te zoeken naar alternatieve woonoplossingen bij uitstroom.
Housing first
Sinds 1 januari 2021 vallen de meeste mensen die blijvend 24-uurs zorg nodig hebben niet langer onder de Wmo, maar onder de Wet langdurige zorg (Wlz). De uitvoering van de Wlz ligt niet bij de gemeenten maar bij de Zorgkantoren. Voor mensen die wel onder de Wmo vallen, wordt het tijdelijke karakter en dus de gerichtheid op maatschappelijk herstel leidend in de ondersteuning bij MOBW. Uit onderzoek blijkt herstel in de eigen woonomgeving tot 70% beter en sneller te verlopen. We willen onderzoeken of een ruimer aanbod van omslagwoningen16 voor directe instroom van de MOBW-doelgroepen in Amstelland nodig is. Vervolgens moet gekeken worden naar de haalbaarheid. Het is echter op dit moment niet duidelijk hoeveel woningen hiervoor nodig zijn op korte, middellange en lange termijn. We laten op dit moment een woonzorganalyse uitvoeren. Deze analyse en monitoring gaan meer duidelijkheid geven over de opgave waar we voor staan.
16Omklapwoningen zijn woningen waar iemand eerst beschermd woont en waarbij het contract op naam van de zorginstelling staat en waarbij later het contract “omklapt” en iemand zelf kan huren.
Tien werkafspraken ‘Thuis in de wijk’
Bij de uitstroom uit de MOBW keten en de instroom naar een eigen woning is het van belang voor de inwoner zelf en voor de omgeving dat goede afspraken gemaakt worden over zorg en ondersteuning, hulp bij financiën, passend wonen, voorkomen en omgaan met overlast en ‘omklappen’ van het contract. In gemeenten om ons heen wordt al enige tijd met succes gewerkt volgens de “Tien werkafspraken ‘Thuis in de wijk’”.17 Uit ervaring blijkt dat deze werkafspraken een verbindende rol spelen tussen corporaties, cliënten, zorgaanbieders en de omgeving. Deze tien werkafspraken willen we in 2022 ook in Amstelland gaan maken met gemeenten, zorgaanbieders en woningbouwcorporaties.
17https://www.huisvestingkwetsbaregroepen.nl/hoe-werkt-het/de-10-werkafspraken/
3.4 Duurzaam maatschappelijk herstel
Inzetten op brede ondersteuning richting maatschappelijk herstel
In de Amstelland gemeenten wordt al op diverse manieren richting gegeven aan brede ondersteuning voor maatschappelijk herstel. Vanuit welzijn, vanuit cliëntondersteuning, door het inzetten van laagdrempelige (o)ggz interventies. Hier blijven we op inzetten. Ook in de samenwerking met de zorgverzekeraars en de verschillende zorg- en welzijnspartijen en de gemeenten zijn mentale gezondheid en maatschappelijk herstel belangrijke thema’s.
Respijtvoorzieningen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid
Respijtvoorzieningen zijn voorzieningen waar cliënten tijdelijk aanwezig kunnen zijn, wanneer het in de eigen woning even niet meer gaat.18 Het doel is om de druk voor de cliënt te verlichten en rust te creëren, zodat terugkeer naar de eigen woning mogelijk is. We zorgen dat dit ook voor de inwoners van Amstelland gemeenten beschikbaar is. We onderzoeken of op termijn een voorziening hiervoor in Amstelland nodig is.
18Respijtvoorzieningen worden vaak geassocieerd met situaties waarbij het gaat om ontlasting van de mantelzorger. In dit plan wordt ook gedoeld op situaties waarin het voor de inwoner zelf even niet meer lukt thuis.
4Inrichting doordecentralisatie MOBW
4.1 Landelijke en regionale uitgangspunten
De VNG en VWS hebben afgesproken dat op 1 januari 2022 regionale samenwerkingsafspraken gereed moeten zijn over de doordecentralisatie Beschermd wonen. Dit betekent dat in AmsterdamAmstelland afspraken moeten worden gemaakt over het zorglandschap, de toegang, financiën, inkoop en (juridische) samenwerking.
Zoals in de inleiding al opgenomen, decentraliseren we stapsgewijs, zodat we in Amstelland expertise kunnen opbouwen, betere samenwerking kunnen organiseren met het lokale veld, en steeds duidelijker wordt om hoeveel inwoners het gaat. Daarbij zijn ook de beslissingen van het Rijk op dit moment nog niet volledig duidelijk.
4.2 Zorglandschap
MOBW valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Onder MOBW wordt verstaan ondersteuning en/of verblijf voor mensen met een veelal stapeling van psychosociale en/of psychiatrische en/of Licht Verstandelijke Beperking (LVB) en andere complexe ondersteuningsvragen, al dan niet met een achtergrond van dak- en thuisloosheid. Zij zijn (nog) niet in staat zelfstandig en zonder begeleiding te wonen. Het gaat hierbij om volwassenen, (jonge) gezinnen en jongvolwassenen die in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit of als vreemdeling rechtmatig verblijf houden.
Voor wat betreft de MO zijn er verschillende voorzieningen. Deze voorzieningen zijn allemaal gelegen in Amsterdam. Het gaat hier om bijvoorbeeld de inloophuizen voor dak- en thuislozen en de nachtopvang. Beschermd wonen kent verschillende vormen. Dit kan in een 24-uurs voorziening maar ook bijvoorbeeld in een satellietwoning19bij een instelling of in een eigen woning.
19Een satellietwoning is een aparte woning, meestal op korte afstand van een instelling, waar een paar mensen wonen die iets meer zelfstandigheid aankunnen maar (nog) niet de stap naar begeleid zelfstandig wonen kunnen maken.
Voor de regio Amsterdam-Amstelland is besloten om in 2022 voor de MO en BW twee nieuwe producten in te kopen namelijk Beschermd verblijf en Begeleid thuis. Bij beschermd verblijf verblijven mensen in een intramurale setting en bij begeleid thuis krijgen mensen thuis zorg en ondersteuning. Met de inkoop van deze twee anders ingedeelde producten vervalt ook het onderscheid tussen de MO en BW. Beide producten kunnen in verschillende intensiteiten geleverd worden.
Gevolgen uitname Wet langdurige zorg20 voor aanbod
Tot 1 januari 2021 waren mensen voor beschermd wonen altijd aangewezen op Wmo-beschermd wonen. Vanaf 1 januari 2021 heeft er een wetswijziging plaats gevonden in de Wet langdurige Zorg (Wlz), waardoor mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, voor beschermd wonen vanuit de Wlz in aanmerking kunnen komen. Dit betekent dat in het afgelopen jaar door beschermd wonen instellingen samen met bestaande cliënten is bekeken of zij in aanmerking komen voor beschermd wonen vanuit de Wlz. In de regio Amsterdam-Amstelland is met ongeveer 35 % van de middelen en circa 40 % van de cliënten sprake van een vrij grote verschuiving van beschermd wonen Wmo naar beschermd wonen Wlz. Dit wordt de uitname Wlz genoemd. Cliënten blijven wel op dezelfde beschermde woonplek wonen, alleen wordt deze gefinancierd vanuit een andere wet. Het gevolg hiervan is dat veel plekken niet meer beschikbaar zijn voor Wmobeschermd wonen.
20De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt of iemand in aanmerking komt voor zorg vanuit de Wlz.
Doordat inwoners die langdurige ondersteuning nodig hebben vanaf 2021 onder de Wlz vallen, is de ondersteuning vanuit Wmo-beschermd wonen ingericht op:
•een tijdelijk karakter;
•maatschappelijk herstel van de cliënt; en
•het uitstromen van cliënten naar een zelfstandige woning.
Verwachte vraag naar MOBW
De verwachte vraag naar MOWB wordt bepaald door verschillende elementen:
•de historische vraag naar MOBW
•de herkomstgemeente van mensen met een MOBW-indicatie
•correctie uitname Wlz
•de duur dat mensen gebruik maken van MOBW
Maar ook meer algemene factoren spelen een rol, namelijk:
•bevolkingsgroei
•ambulantisering van de GGZ
•inzet op preventie
•woningnood
Verschillende van deze elementen kunnen op dit moment niet juist worden ingeschat. Zo registreert Amsterdam pas sinds 2020 de gemeente van herkomst en is de impact van de Wlz uitname nog niet geheel duidelijk. Dit zijn onderdelen die we de komende jaren goed gaan monitoren.
Op dit moment zien de aantallen er als volgt uit:
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is van veel mensen die op dit moment in zorg zitten de gemeente van herkomst onbekend. Wat ook zichtbaar is, is dat er meer vraag dan aanbod is, waardoor er wachtlijsten ontstaan. Dit heeft te maken met de budgettaire kaders die er zijn.
Belangrijke kanttekening bij deze aantallen is dat hier de afname door de overgang naar de Wlz nog niet in is verwerkt. Deze aantallen zijn op dit moment (december 2021) nog niet beschikbaar.
4.3 Toegang
Op dit moment wordt de toegang voor MOBW verzorgd door de Centrale Toegang (CT), gevestigd in Amsterdam en uitgevoerd door de GGD Amsterdam. Inwoners uit Amsterdam-Amstelland kunnen zich digitaal of fysiek melden in Amsterdam. Wanneer een cliënt een indicatie heeft voor MOBW wonen wordt een trajecthouder vanuit de CT toegewezen. Dat is iemand die de cliënt ondersteunt in zijn traject zolang deze nog geen woning heeft.
Er is nog veel onduidelijk over het aantal inwoners uit Amstelland dat zich zal melden. Dit is relevante informatie om te beoordelen of de toegang doelmatig georganiseerd kan worden in elke individuele gemeente. Gegeven de omvang van de totale vraag naar MOBW is de verwachting dat het organiseren in Amstelland-verbandniveau zeker mogelijk is en dat de aantallen voor iedere gemeente afzonderlijk (wellicht met uitzondering van Amstelveen) te laag zullen zijn.
Toegang vanaf 2022
Voor de toegang tot de tijdelijke plekken voor economisch dak- en thuislozen hebben we de afgelopen maanden de veldtafel Amstelland opgericht. De veldtafel bestaat op dit moment uit medewerkers van de Regenboog Groep, RIBW K/ AM en vertegenwoordiging vanuit de Amstelland gemeenten (zowel beleidsmedewerkers als uitvoerend medewerkers). De deelnemers van de veldtafel bespreken casuïstiek, bepalen samen waar de betreffende inwoner het best geplaatst kan worden en vanuit ervaringen van de veldtafel wordt op dit moment beleid ontwikkeld. Deze casuïstiek vormt daarmee een belangrijke bijdrage in de ontwikkeling van noodzakelijk beleid op het gebied van economisch dak- en thuislozen voor de Amstelland gemeenten. In 2022 voegen we de Centrale Toegang vanuit Amsterdam toe aan de veldtafel. Zo hebben we één loket voor heel Amstelland waar goed naar de situatie van de inwoner kan worden gekeken en de best passende plek/traject om dakloosheid te voorkomen, bepaald wordt. De Centrale Toegang blijft formeel indicaties stellen voor MOBW, maar door het toevoegen van een medewerker van de Centrale toegang creëren we één loket voor Beschermd wonen en dak- en thuisloosheid en bouwen we kennis en expertise op in Amstelland. De weg naar dit loket en andere voorzieningen voor dak- en thuisloosheid nemen wij op in een routekaart die we in 2022 gaan ontwikkelen.
Het komende jaar gebruiken we als een periode van leren, samenwerken en verzamelen van informatie voor de evaluatie die halverwege 2023 zal worden uitgevoerd. Op basis van deze evaluatie is beter in te schatten of de regionale toegang het juiste schaalniveau is voor indicatiestelling van begeleid thuis of dat beschikkingen door de individuele gemeenten kunnen worden afgegeven.
Het komende jaar gebruiken we als een periode van leren, samenwerken en verzamelen van informatie voor de evaluatie die halverwege 2023 zal worden uitgevoerd. Op basis van deze evaluatie is beter in te schatten of de regionale toegang het juiste schaalniveau is voor indicatiestelling van begeleid thuis of dat beschikkingen door de individuele gemeenten kunnen worden afgegeven.
4.4 Financiën
Op dit moment krijgt gemeente Amsterdam als centrumgemeente rijksbudget voor MO en BW. Vanaf 1 januari 2023 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inwoners die vanaf die datum instromen in BW en krijgen de gemeenten ook budget voor de “nieuwe cliënten”. Dit budget is bepaald op basis van het zogenaamde “objectief verdeelmodel”. Het nieuwe objectieve verdeelmodel wordt parallel met de herijking van het gemeentefonds vanaf 1 januari 2023 geleidelijk ingevoerd. De fasering van de doordecentralisaties is uitgespreid over 10 jaar, dus tot en met 2032. Het heeft alleen betrekking op de nieuwe cliënten, de centrumgemeenten krijgen de middelen voor de bestaande cliënten. Uitgangspunt bij de verdeling zijn objectieve maatstaven (hoge zorgkosten, aantal EPA-patiënten, oppervlakte land, regionale centrumfunctie en vast bedrag).
In de onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen die via de septembercirculaire van 2021 zijn gecommuniceerd. Belangrijk om te vermelden is dat deze cijfers nog niet definitief zijn. Het nieuwe kabinet moet nog een besluit nemen over de definitieve bedragen en het verdeelmodel. Verwachting is dat dit in de meicirculaire 2022 bekend wordt gemaakt. In bijlage 2 is een overzicht van de beoogde bedragen per gemeente opgenomen.
Een aantal bewegingen komt tegelijkertijd bij elkaar in de decentralisatie van MOBW. Het gaat zowel om het decentraliseren van budget (van centrum gemeente naar alle gemeenten), als het overgegaan van een historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel, in de context van de transformatie (de beweging naar thuis in de wijk), de context van een overspannen woningmarkt en flinke wachtlijsten in de GGZ.
De bedragen per regio en per gemeente zijn zoals gezegd nog niet definitief. Hierdoor is het effect van de herverdeling nog niet compleet te voorspellen. Daarnaast is de impact van de uitname Wlz ook een onzekerheid de komende jaren.
Omdat er nog te veel onbekend is willen we de komende jaren met elkaar blijven samenwerken zoals we in de afgelopen jaren hebben gedaan. Dat wil zeggen dat de Amstelland gemeenten het budget tot en met 2025 ‘teruggeven’ aan Amsterdam. Daarnaast worden nadere afspraken gemaakt over verrekening, kosten voor preventie/substitutie, uitvoeringskosten en een transformatiebudget voor de groeiende rol in de toegang.
De gemeente Amsterdam zorgt op basis van het gehele budget nog steeds voor inkoop van MOBWplekken voor de regio Amsterdam-Amstelland. Omdat er niet meer MOBW-plekken worden ingekocht dan waarvoor budget is, is er geen financieel risico voor de Amstelland gemeenten op overschrijding van budgetten. Wel kunnen wachtlijsten ontstaan als het aantal plekken onvoldoende is.
4.5 Inkoop
De huidige inkoop en contractmanagement zijn belegd bij de gemeente Amsterdam. De huidige contracten MOBW lopen tot 1 juni 2022. Op dit moment is de gemeente Amsterdam, in samenwerking met de Amstelland-gemeenten, gestart met een nieuwe aanbesteding in 2022. Er wordt ingezet op langdurige contracten. Het is nog niet exact bekend op welke tussentijdse momenten contracten kunnen worden verlengd of beëindigd.
Vanuit de Amstelland gemeenten is aan de voorkant meegedacht over de inkoop.
Gezien de huidige situatie waarbij in 2022 ingekocht wordt door Amsterdam, is het passend om op korte termijn geen wijzigingen in de inkoop uit te voeren. Wel zal bij de huidige inkoop de mogelijkheid voor Amstelland om zelf begeleid thuis in te kopen of een contract over te nemen na het aflopen van de eerste contractperiode worden meegenomen.
Tijdens de evaluatie in 2023 wordt bekeken welk scenario ten aanzien van inkoop het beste past bij de regio. 4.6 (Juridische) samenwerking Met Amsterdam
4.6 (Juridische) samenwerking Met Amsterdam
In de huidige situatie zijn de juridische afspraken tussen de gemeenten in Amsterdam-Amstelland gemaakt in de vorm van een mandaat- en dienstverleningsovereenkomst.
Op korte termijn (2022) continueren we de bestaande afspraken. Voor 2023 zal de Dienstverleningsovereenkomst worden aangepast aan de gemaakte afspraken. In de evaluatie van medio 2023 zal tevens bekeken worden wat de gewenste juridische vorm van samenwerking is op de langere termijn.
MOBW zal door de verdergaande extramuralisering zich meer richten op de dorpen, wijken en buurten in Amstelland. Het delen van kennis, expertise en ervaringen in Amsterdam en Amstelland is daarom van groot belang.
Ook de toevoeging van de Centrale Toegang aan de veldtafel en het deelnemen van de Amstelland gemeenten aan het contractmanagement is een wijziging, waardoor de samenwerking de komende jaren zal intensiveren. Daarnaast zetten we met elkaar beter in op monitoring en het verhelderen van afspraken in de keten, zodat de opgave voor Amstelland duidelijk wordt.
Binnen Amstelland
Binnen Amstelland zijn we intensief gaan samenwerken voor wat betreft de voorbereiding van de doordecentralisatie en de opvang en begeleiding van economisch dak- en thuislozen vanuit de Blokhuismiddelen. We blijven samenwerken op deze onderwerpen. In hoofdstuk 3 zijn een aantal onderwerpen benoemd die we samen willen oppakken, zoals het invoeren van de Tien werkafspraken. Vanuit onze zorg- en welzijnspartners en de woningbouwcorporatie wordt deze samenwerking positief ervaren omdat eenduidige afspraken voor het veld ook zeer gewenst zijn.
Omdat de Blokhuismiddelen incidenteel zijn en het daarmee onduidelijk is of en hoeveel middelen de verschillende gemeenten beschikbaar zullen stellen voor continuering van de wijze waarop we op dit moment werken, is het te vroeg om de samenwerking te formaliseren. Vooruitlopend op de formalisering van de samenwerking maken we als Amstelland gemeenten de volgende afspraken:
•De Amstelland gemeenten zijn en blijven solidair als het gaat om het realiseren van opvangplekken voor economisch daklozen en eventueel toekomstige lokale MOBW locaties in de gehele Amstelland regio.
•Iedere Amstelland gemeente neemt daarin zijn verantwoordelijkheid en spant zich maximaal in om op zijn grondgebied te zoeken naar geschikte locaties.
•De Amstelland gemeenten werken gezamenlijk aan de benodigde procedures en maken uitvoeringsafspraken op basis van het uitgangspunt dat doorbetaling en verstrekking van gemeentelijke voorzieningen in een regionale tijdelijke woonplek plaatsvindt door de gemeente van herkomst.
Op het moment dat de doordecentralisatie verder vorm krijgt en we beslissen of we begeleid thuis lokaal dan wel subregionaal gaan inkopen en indiceren, kunnen we een overweging maken of en hoe de samenwerking binnen Amstelland geformaliseerd kan worden. Tot die tijd zullen alle colleges en gemeenteraden afzonderlijk besluiten nemen. Solidariteit in deze samenwerking is van groot belang om de samenwerking succesvol te laten verlopen.
Zowel ambtelijk als bestuurlijk zal op regelmatige basis afstemming blijven plaatsvinden. We hebben nog een flink aantal acties uit te voeren en beslissingen te nemen. Op inhoud blijven we in Amstelland intensief samenwerken en hebben we in dit plan ook een aantal afspraken gemaakt rondom preventie en het voorkomen van het verergeren van de situatie van onze dakloze inwoners.
5Planning en monitoring
5.1 Planning
Dit Regioplan bevat veel stapsgewijs beschreven acties. Vanuit de Norm voor opdrachtgeverschap, moeten we op dit moment afspraken maken, terwijl nog veel onduidelijk is. In het onderstaande overzicht is opgenomen hoe welke ontwikkelingen de komende tijd zullen volgen en welke acties wanneer zullen worden opgepakt. In het vierde kwartaal van 2022 en 2023 brengen we de gemeenteraden op de hoogte van de ontwikkelingen en de ingeslagen richtingen. Mocht er sprake zijn van te nemen raadsbesluiten dan leggen we die uiteraard voor aan de gemeenteraden.
5.2 Monitoring
Bij het Beleidsprogramma dak- en thuisloosheid hoort een werkgroep, onder leiding van de GGD Amsterdam, die zich bezig houdt met de monitoring. Voor MOBW betekent dit dat de monitoring ook de inwoners uit Amstelland betreft. We zijn in gesprek met de GGD om te kijken op welke onderdelen/indicatoren we kunnen aansluiten en extra informatie kunnen leveren vanuit Amstelland (bijvoorbeeld over economisch daklozen of preventie) en hoe we bepaalde informatie juist specifiek voor Amstelland en per gemeente kunnen genereren, zodat dit goede sturingsinformatie oplevert. Belangrijk is dat cliëntervaringen worden meegenomen in de monitoring. Kortom; we maken op basis van dit Regioplan afspraken over de indicatoren die wij kunnen monitoren en hoe we goed kunnen aansluiten bij Amsterdam en tegelijkertijd de relevante informatie van Amstelland in zicht blijven houden.
Bijlage 1. Feiten Cijfers
MO/BW is op dit moment georganiseerd in regio’s met één verantwoordelijk uitvoerder. Amsterdam is uitvoerder voor regio Amsterdam-Amstelland (zie figuur 1).
Het totale budget voor taken MOBW is ca. €212mln per jaar. Amsterdam omvat circa 80-85% van de iets meer dan 1 miljoen inwoners van deze regio. De meeste opvang bevindt zich in Amsterdam.
Hieronder volgt een beschrijving van de ver- schillende soorten zorg en opvang. Deze cijfers zijn lager dan in de tabel in paragraaf 4.2 omdat in de onderstaande cijfers de uitname Wlz al grotendeels is meegenomen.
Beschermd Wonen (BW)
Aantal cliënten: 1402
Beschrijving opvang en doelgroep: BW is een maatwerkvoorziening van zorg met verblijf voor cliënten met psychiatrische problematiek waarbij een beschermde woonomgeving noodzakelijk is. Het gaat om mensen die (nog) niet geheel zelfstandig kunnen wonen en functioneren binnen de samenleving. De opvang vindt plaats in voorzieningen met 24 uurstoezicht, in groepswoningen en in zelfstandige woningen in de wijk.
Maatschappelijke opvang voor volwassenen
(MO)Aantal cliënten: 1669Beschrijving opvang: MO is een maatwerkvoorziening van zorg met verblijf voor cliënten die dak- en/of thuisloos, en daarnaast een opeenstapeling van problemen hebben op verschillende leefgebieden (niet vanwege economische redenen dakloos). De opvang vindt plaats in voorzieningen met 24 uurstoezicht, in groepswoningen en in zelfstandige woningen in de wijk.
Maatschappelijke opvang Jongvolwassenen
(MOJ)Aantal cliënten: 475
De Maatschappelijke Opvang Jongvolwassenen en Jonge gezinnen (MOJ) betreft een ketenaanpak ten behoeve van dreigende en aanwezige dak- en thuisloze jongvolwassenen tussen 18 en 23 jaar. Binnen de MOJ werken gespecialiseerde marktpartijen samen aan de volgende doelstellingen:
•Voorkomen van dak- en thuisloosheid onder jongvolwassenen.
•Jongvolwassenen die in de keten zitten zo snel en goed mogelijk begeleiden naar herstel en zelfredzaamheid, om uiteindelijk zo zelfstandig mogelijk te kunnen wonen en participeren in de samenleving.
•Bestendigen van de zelfredzaamheid van jongvolwassen na uitstroom door nauw samen te werken met de verschillende partners in de wijk.
Maatschappelijke opvang voor gezinnen (MOG) Aantal MO-gezinnen momenteel in traject: 424 gezinnen
MO voor dakloze gezinnen is ondersteuning en/of verblijf voor gezinnen met een stapeling van psychosociale en/of psychiatrische en/of lichtverstandelijke beperking en andere complexe ondersteuningsvragen, met een achtergrond van dak- en thuisloosheid. Zij zijn nog niet in staat zelfstandig en zonder begeleiding te wonen. Momenteel verblijven 56 gezinnen in een 24-uursvoorziening, 10 gezinnen in groepswonen en bijna 400 gezinnen in zelfstandige woningen in de wijk.
Dag- en nachtopvang (incl. trajectbedden) Aantal plaatsen: 350 structureel dag- en nachtopvangplekken plus 30 plekken tijdelijk voor kwetsbare inwoners van de regio Amsterdam-Amstelland en in de wintermaanden 45 plaatsen Stoelenproject De dag- en nachtopvang kent verschillende vormen in Amsterdam:
Eerste opvang voor daklozen: Cliënten betalen een eigen bijdrage en krijgen een verdiepende screening van de GGD voor een beschikking MO/ BW. Tijdens het verblijf in de dag- en nachtopvang wordt er gewerkt aan doelen en passend perspectief. Opvang voor kwetsbare EU burgers en ongedocumenteerden: 54 plekken naast de 350 plekken hierboven genoemd. Met een hulpverlener wordt gewerkt aan perspectief. Deze plekken zijn tot stand gekomen door de doorontwikkeling winteropvang.
Opvang voor kwetsbare EU burgers en ongedocumenteerden 54 plekken naast de 350 plekken hierboven genoemd. Met een hulpverlener wordt gewerkt aan perspectief. Deze plekken zijn tot stand gekomen door de doorontwikkeling winteropvang. Noodopvang gezinnen
Aantal plaatsen flexibel, maar we werken toe naar een gefixeerd aantal plekken van 200. Op dit moment zijn er rond de 210 gezinnen opgevangen, begin 2021 waren dit er nog 280. Doelgroep: gezinnen met een MOG beschikking die wachten op een plek in de MOG en die geen verblijfsalternatief hebben en dakloze Amsterdamse zelfredzame gezinnen die de afgelopen vier jaar legaal in Nederland hebben verbleven en in Amsterdam hebben gewoond.
Aantal locaties: 15
Winterkouderegeling
Aantal plaatsen: afhankelijk van de vraag. Beschrijving opvang en doelgroep: In de winterperiode verzorgt de gemeente extra slaapplaatsen bij extreme weersomstandigheden voor alle daklozen die geen onderdak kunnen vinden. Het gaat om een extra regeling naast het structurele aanbod aan nachtopvang. Gebruikers van de winterkouderegeling krijgen een bed, een warme maaltijd en ontbijt. Overdag kunnen zij niet in de opvang verblijven maar gebruik maken van de inloopvoorzieningen in de stad. De overnachting in het kader van de winterkouderegeling is kosteloos.
Partners voor de uitvoering van MOBW in
Amsterdam-Amstelland
Stedelijke / regionale partners:
•GGZ
•Politie
•Zilveren Kruis/Achmea
•Woningorporaties
Landelijke partners:
•G4 (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag)
•VNG
•Federatie Opvang
•VWS
Uitvoeringsorganisaties:
•HVO Querido
•Leger des Heils
•Cordaan
•De Regenboog Groep
•De Volksbond/StreetCornerWork
En een scala van kleinere, waaronder: Heeren van Zorg, RIBW-K/AM, Timon, Ons Tweede Thuis,
Amsta, Evean, Amstelring, Arkin, GGZ InGeest, Jados, De Bronx, Accuraat, Exodus, Philadelphia.
Bijlage 2. Objectief verdeelmodel beschermd wonen per gemeente
Zoals in paragraaf 4.4. is omschreven is de verwachting dat per 2023 het objectief verdeelmodel gaat gelden. In de septembercirculaire van 2021 zijn de verwachte bedragen voor de komende jaren per gemeente opgenomen. De bedragen voor de gemeenten in Amsterdam-Amstelland zijn hieronder weergegeven.
Bijlage 3. Begrippen
Ambulantisering
Het proces van afbouw van intramurale zorg en de opbouw van de ambulante zorg. Dit proces moet ertoe leiden dat meer mensen meer (intensievere) en betere ambulante zorg ontvangen.
Amstelland
De gemeenten die hier onderdeel van uitmaken zijn Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.
Amsterdam-Amstelland
De gemeenten die hiervan onderdeel uitmaken zijn: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, OuderAmstel en Uithoorn.
Beleidsprogramma Dak- en thuisloosheid Amsterdam-Amstelland 2021-2025: Een nieuwe start, Samen op weg naar perspectief
Beleidsprogramma van de gemeenten Amsterdam-Amstelland en opvolger van het Koersbesluit
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2016-2020 ‘Thuis in de Wijk’. Dit vernieuwde
Beleidsprogramma schetst de kaders voor ondersteuning van kwetsbare inwoners uit de regio AmsterdamAmstelland. Hierbij gaat het om inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden, maar ook om inwoners die vanuit beschermd wonen een vorm van opvang of ondersteuning nodig hebben. Het programma loopt van 2021 tot en met 2025.
Beschermd Wonen
Beschermd wonen is voor mensen van 18 jaar of ouder die door psychische of psychosociale problemen 24 uur per dag ondersteuning nodig hebben. Dit kan in een instelling zijn als er 24 uur toezicht nodig is. Of het kan een vorm van zelfstandig wonen zijn als begeleiding op afstand of op afroep afdoende is.
Blokhuismiddelen
Middelen aan centrumgemeenten beschikbaar gesteld door toenmalig staatssecretaris Blokhuis voor de aanpak van dak- en thuisloosheid.
Briefadres
Als iemand geen woonadres heeft, of verblijft in een instelling, kan diegene zich door de gemeente laten inschrijven op een briefadres (postadres). Dit is een adres waar de overheid iemand zonder woonadres kan bereiken. Een briefadres is nodig om in aanmerking te komen voor uitkeringen, toeslagen en een zorgverzekering.
BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Centrale Toegang
Het loket dat de aanvragen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen behandelt en afhandelt.
Centrumgemeente
In het kader van MOBW is de centrumgemeente de grootste gemeente in een regio die alle middelen voor MOBW ontvangt. Nederland telt op dit moment 43 centrumgemeenten voor MOBW. Voor de AmsterdamAmstelland regio is Amsterdam de centrumgemeente.
CIZ
Centrum Indicatiestelling Zorg; stelt indicaties voor de Wet langdurige zorg en heeft daarnaast ook taken in het kader van de Wet zorg en dwang.
College
College van burgemeester en wethouders van de gemeente
Dakloosheid
Het niet hebben van onderdak.
De Regenboog Groep
Een zorg- en welzijnsaanbieder gericht op mensen die het moeilijk hebben en die nergens anders terecht kunnen. In Amstelland bezig met het begeleiden en vinden van tijdelijke plekken voor economisch daklozen.
Doordecentralisatie
De verantwoordelijkheid met betrekking tot Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen wordt bij alle gemeenten in Nederland neergelegd in plaats van bij centrumgemeenten.
Economisch daklozen
Daklozen met voornamelijk een huisvestingsvraag met daarbij een lichte ondersteuningsvraag. Kenmerken van deze doelgroep zijn: dak- en/of thuisloos, soms beperkt zelfredzaam21, geen verslavingsproblematiek, geen psychiatrische problematiek, geen of beperkt netwerk.
EPA
Ernstig psychiatrische aandoeningen.
Ervaringsdeskundigheid
Het vermogen om op grond van eigen herstelervaring voor anderen ruimte te maken voor herstel. De kennis die door reflectie op de eigen ervaringen en ervaringen van deelgenoten is vergaard, aangevuld met kennis uit andere bronnen, wordt op een professionele (en soms ook op een vrijwillige) manier ingezet ten behoeve van anderen.
Extramuralisatie
Extramuralisering is de beweging waarbij buiten de muren van een intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt) op een zelfstandige woonplek gelijkwaardige zorg geboden wordt.
GGD
Gemeentelijke Gezondheidsdienst.
GGZ
Geestelijke Gezondheidszorg.
Historisch verdeelmodel
Verdeling van rijksmiddelen op basis van historische uitgaven.
Housing First aanpak
Housing First is een vorm van wonen met ambulante, intensieve begeleiding en bedoeld voor dakloze mensen met meervoudige problemen, waarbij de toewijzing van een woning de start is van een traject waarbij zelfstandig wonen het doel is.
HVO Querido
Een zorg- en welzijnsaanbieder
Inclusie
De situatie waarin iemand geen obstakels ervaart om mee te kunnen doen aan de samenleving.
21Beperkt zelfredzaam maar nog voldoende zelfredzaam volgens het kader van Maatschappelijke Opvang en Beschermd wonen. Dat wil zeggen dat er geen ernstige psychische problematiek of verslaving is.
Intramurale zorg
Zorg die geleverd wordt aan mensen die in een instelling wonen.
Koersbesluit Thuis in de Wijk 2016-2020
Beleidsprogramma Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen van 2016 – 2020.
Kostendelersnorm
De kostendelersnorm is een norm die wordt toegepast door de gemeente; als iemand samenwoont met meer volwassenen, past de gemeente de bijstandsuitkering daarop aan. Hoe meer volwassen personen in een huis wonen, hoe lager de uitkering.
Landelijke Aanpak Dak- en Thuisloosheid
Landelijke aanpak in het terugdringen van dak- en thuisloosheid waarbij één van de centrale doelstellingen van dit plan is om 10.000 extra woonplekken met passende begeleiding in Nederland te realiseren voor dak- en thuisloze mensen, bijvoorbeeld door middel van Housing First.
LVB
Licht verstandelijke beperking.
Maatschappelijke Opvang
Regeling voor iedere kwetsbare burger vanaf 18 jaar (met of zonder kinderen) die door een acute situatie (tijdelijk) geen woonruimte heeft. De maatschappelijke opvang biedt onderdak, zorg en begeleiding, maar geen behandeling bij een (psychiatrische) diagnose. Bewoners worden ondersteund in het traject naar weer zelfstandig wonen.
MOBW
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen.
Netwerk
Betrokkenen (formeel en informeel) die actief zijn op het gebied van wonen, welzijn, participatie, werk, inkomen, jeugd, veiligheid, schuldenproblematiek en (gezondheids-)zorg in de regio Amstelland.
NVO
In de Norm voor Opdrachtgeverschap wordt geschetst hoe regionale en bovenregionale samenwerking voor sommige vormen van zorg geregeld moet worden.
Objectief verdeelmodel
Verdeling van rijksmiddelen op basis van objectieve maatstaven. Vanaf 2022 wordt een deel van de middelen voor het eerst objectief verdeeld. De centrumgemeenten blijven verantwoordelijk voor bestaande cliënten. De nieuwe cliënten vallen vanaf dat moment onder de verantwoordelijkheid van alle gemeenten.
Respijtvoorzieningen
Respijtvoorzieningen zijn kleine voorzieningen waar cliënten tijdelijk aanwezig kunnen zijn wanneer het in de eigen woning even niet lukt. Doel is om de druk voor de cliënt te verlichten en rust te creëren zodat terugkeer naar de eigen woning mogelijk is.
Regionaal
Samenwerking tussen Amsterdam en de Amstelland gemeenten.
Resourcegroepen-methodiek
Methodiek die de autonomie van mensen versterkt en hen in staat stelt zelf weer regie te voeren over de uitdagingen in hun leven. In een vroeg stadium wordt het eigen netwerk betrokken. Dit leidt in de praktijk tot meer maatwerk en zelfregie.
RIBW-K/AM
Een zorg- en welzijnsaanbieder
Subregionaal
Samenwerking tussen Amstelland gemeenten.
Team ED
Aanbieder van ervaringsdeskundigheid
Urgentieverklaring
Een verklaring die in bepaalde noodsituaties kan worden aangevraagd waarmee iemand met voorrang wordt geholpen bij het vinden van een sociale huurwoning.
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeenten
Vroeginterventie
Interventies die vroegtijdig ingezet worden zodat erger kan worden voorkomen.
Vroegsignalering
In een vroegtijdig stadium signaleren dat er tekenen zijn dat men bijvoorbeeld dakloos kan geraken.
VWS
(Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Wlz
Wet langdurige zorg.
Wmo
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Woningnet
Woningzoekenden kunnen zich inschrijven bij Woningnet waarmee gereageerd kan worden op het woningaanbod van sociale huurwoningen in de verschillende regio’s.
Woonplaatsbeginsel
Daarmee wordt geregeld dat individuele gemeenten voortaan zelf verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen voor de eigen inwoners en daarvoor de middelen ontvangen. Bij plaatsing buiten de eigen gemeente blijft de herkomst gemeente ook verantwoordelijk voor de kosten.
Zelfredzaam
In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden (definitie Wmo 2015)
Zelfregie
Richting geven aan je leven, ook als je een beroep op anderen moet doen voor steun bij je zelfredzaamheid of participatie. Het gaat dus om zelf bepalen, niet om zelf doen.
Bijlage 2 Een nieuwe start
Samen op weg naar perspectief
Voorwoord
Het aantal dak- en thuislozen in Nederland liep de afgelopen jaren op tot 39.000 in 2018. Alhoewel de cijfers lijken te stagneren, telt Nederland volgens het CBS op 1 januari 2020 nog steeds 36.000 dak- en thuislozen. In Amsterdam- Amstelland hebben wij in 2020 ongeveer 4.700 mensen met een maatwerkvoorziening binnen Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen en dit is nog lang niet voldoende, want er staan daarnaast nog eens ongeveer 2.000 mensen op een wachtlijst. Dit zijn er te veel. Het gaat om volwassenen, jongvolwassenen en gezinnen met kinderen die om verschillende redenen geen dak boven het hoofd hebben.
Niet alleen de meest kwetsbare groep – waarbij verslaving, schulden, licht verstandelijke beperking, psychiatrische ziektebeelden of psychische stoornissen een rol speelt – neemt toe, ook het aantal economisch daklozen groeide vanwege de economische crisis. Dit is een groep daklozen die geen (zware) zorgvraag heeft, maar bijvoorbeeld door echtscheiding of verlies van inkomen hun woning verliest en niet in staat is weer eigen woonruimte te vinden. De groei van deze groep zien we ook terug in de regio Amsterdam-Amstelland. De schattingen lopen uiteen van 1.100 tot 2.500 mensen die jaarlijks economisch dakloos raken. De situatie op de woningmarkt in onze regio draagt hier ook aan bij. Er is immers sprake van een groot tekort aan sociale huurwoningen en fors gestegen prijzen van koopwoningen en huren van huurwoningen in de particuliere sector.
Ook is het zeker dat de huidige pandemie grote impact heeft op de Nederlandse samenleving. Zo zijn er veel bedrijven die hun omzet terug zien lopen, met als gevolg noodgedwongen ontslagen. Het is nog te vroeg om de effecten van de pandemie op dak- en thuisloosheid in zijn geheel te overzien, maar we zien nu in Amsterdam-Amstelland al een toename van aanvragen voor ondersteuning en meer economisch daklozen vanwege COVID-19.
Dakloosheid kan ons allemaal overkomen. Landelijke regelgeving, zoals de kostendelersnorm, kan ook tot dakloosheid leiden. Door de huidige kostendelersnorm kunnen mensen in de bijstand moeilijker hun woning delen met anderen. Zeker in het geval van jongvolwassenen leidt de kostendelersnorm soms tot schrijnende situaties. Zo komt het voor dat jongeren na hun 18e verjaardag op straat terechtkomen omdat de bijstand van de ouder anders verlaagd wordt. Jongeren hebben vaak niet voldoende inkomen om een betaalbare woonruimte te vinden en de kans dat zij via ‘bankhoppen’ in onveilige en uitzichtloze situaties terechtkomen neemt toe.
Ondertussen zien we in Amsterdam-Amstelland ook dat de druk op de opvang oploopt. In voorgaande jaren is de opvang dan wel uitgebreid, toch zijn de wachtlijsten helaas niet korter geworden. De grenzen van uitbreidingzijn bereikt: daarvoor zijn geen middelen meer beschik-baar. De vraag blijft echter groeien en de uitstroom uit de opvang stagneert vanwege het gebrek aan betaalbare woningen. Ook is er een blijvend hoge vraag naar 24-uursopvang door ambulantisering van de GGZ en forensische zorg. Omdat de trajecten in de specialistische GGZ en forensische zorg korter duren komen mensen met zwaardere problematiek binnen bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Zij hebben vaker dan voorheen intensievere ondersteuning nodig.
Dak- en thuisloosheid is schadelijk voor hen die het overkomt en voor de maatschappij. Het is onze maat- schappelijke opdracht om inwoners die dak- en/of thuisloos (dreigen te) worden perspectief te bieden op een nieuwe start en daarmee op maatschappelijk en economisch herstel. Daar zetten we ons al voor in, daar gaan we mee door en daar zetten we nu weer nieuwe stappen in. Bijvoorbeeld door als gemeente meer integraal te werken. Dakloosheid is immers niet alleen een zorgprobleem, maar ontstaat meestal vanuit andereleefgebieden zoals het verliezen van een inkomen of een huis. Hier valt nog winst te behalen.
Vroegsignalering en vroeginterventie is van groot belang. Om dakloosheid te voorkomen moeten we snel kunnen handelen als iemand zich meldt met een vraag naar ondersteuning. En als mensen toch dakloos worden willen we een springplank bieden naar maatschappelijk herstel en een zelfstandig bestaan. De Buurtteams Amsterdam en de lokale teams in Amstelland hebben hier samen met de specialistische partners vanuit Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen (MOBW) en de diensten vanuit Werk, Participatie en Inkomen
(WPI) een belangrijke rol in. Niet alleen ondersteuning, maar vooral een woning en een eigen plek dragen bij aan herstel en participatie. Creativiteit is noodzakelijk om elke kans in de regio te benutten om structurele, maar ook tijdelijke woonmogelijkheden te realiseren. Alleen zo kunnen we de opvangketen beschikbaar en betaalbaar houden voor acute nood in plaats van voor langdurige opvang. Een goede samenwerking binnen de regio Amsterdam-Amstelland is van groot belang om de ondersteuning bij dreigende dakloosheid snel en dichtbij te organiseren. De visie en uitgangspunten zijn in dit beleidsprogramma gedetailleerd uitgewerkt voor Amsterdam als centrumgemeente, maar de uitgangs-punten zijn in nauwe samenwerking met de regio- gemeenten opgesteld. In een apart regioplan zullen de uitgangspunten en de decentralisatie van MOBW naar Diemen, Uithoorn, Ouder- Amstel, Aalsmeer en Amstelveen worden uitgewerkt.
Mede ondertekend namens Laurens Ivens (wethouder Wonen), Rutger Groot Wassink (wethouder Sociale Zaken en Diversiteit) en Marjolein Moorman (wethouder Onderwijs en Armoede). Alsmede door de wethouders zorg van de regio Amstelland: Wilma Alink-Scheltema (Aalsmeer), Marijn van Ballegooijen (Amstelveen), Jeroen Klaasse (Diemen), Rineke Korrel (Ouder-Amstel) en José de Robles (Uithoorn).
Simone Kukenheim Wethouder Jeugd en Zorg
Inhoudsopgave
Het Beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid
‘Een nieuwe start’ is de opvolger van het Koersbesluit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2016-2020 ‘Thuis in de Wijk’. De evaluatie van ‘Thuis in de Wijk’ is opgenomen in bijlage 2. Met ‘Thuis in de Wijk’ is al een beweging vanvermaatschappelijking en inclusie in gang gezet. Het huidige, vernieuwde beleidsprogramma zet daar de komende vier jaar vervolgstappen in. ’Een nieuwe start’ schetst de kaders voor ondersteuning van kwetsbare inwoners uit de regio Amsterdam-Amstelland. Hierbij gaat het om inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden, maar ook om inwoners die vanuit beschermd wonen een vorm van opvang of ondersteuning nodig hebben. Het programma loopt van 2021 tot en met 2025.
De ambitie van dit beleidsprogramma is: iedereen die in de regio Amsterdam-Amstelland dakloos wordt of dreigtte worden ontvangt herstelondersteunende begeleiding. Op deze manier kunnen zij makkelijker aan maatschappelijk en economisch herstel werken.
Leeswijzer Amstelland:
De speerpunten en uitgangspunten in dit beleids- programma gelden voor Amsterdam-Amstelland;
de uitwerking ervan en de bijhorende resultaten en acties, zijn in dit beleidsprogramma voornamelijk beschreven voor Amsterdam. De regiogemeenten Ouder-Amstel, Uithoorn, Diemen, Aalsmeer en Amstelveen stellen, in samenwerking met de gemeente Amsterdam, in 2021 een regioplan op in aanvulling op dit beleidsprogramma waarin de vertaalslag naar de lokale situatie goed gemaakt kan worden. De regiogemeenten zullen als gevolg van de toekomstige doordecentralisatie een groeiend aandeel leveren in de preventie, opvang en uitstroom rondom dakloosheid en beschermd wonen. Hierbij gaat het om het doordecentraliseren van verantwoordelijkheden en financiën van de centrumgemeente. Het regioplan geeft richting aan de opbouw en ontwikkeling van preventie, de lokale expertise, de toegang, uitstroom naar de regio- gemeenten en de financiële afspraken onder de doordecentralisatie. Bij de inrichting van de doordecentralisatie binnen de regio Amsterdam- Amstelland is gekozen voor het leidend principe: lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig. Dit betekent dat verschillende interventies anders vormgegeven kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is dat verblijfsvoorzieningen voor MOBW regionaal worden georganiseerd, maar dat preventie passend bij de eigen gemeente lokaal ingericht kan worden. De opvang van economsich daklozen zal subregionaal georganiseerd worden.
Uitgangspunten
Aankomende jaren zijn er acht algemene uitgangspunten die het beleidsprogramma inkleuren.
1Wijkgericht en dichtbij: Elke inwoner kan in zijn of haar eigen buurt of wijk zo snel mogelijk ondersteund worden.
2Focus op tijdelijkheid en Housing first: De meeste mensen die blijvend 24-uurszorg nodig hebben vallen sinds 2021 niet meer onder de Wmo, maar onder de Wlz. Hierdoor is het tijdelijk karakter bij de herstel-ondersteunende begeleiding in de MO/BW-keten leidend.
3Inzet op tijdelijke woonmogelijkheden: Naast de bouw van nieuwe woningen versterken we de beweging naar nieuwe woonmogelijkheden.
4Speciale aandacht voor economisch daklozen, dakloze jongvolwassenen en gezinnen met kinderen: Er is een groeiende groep economisch daklozen die een andere ondersteuningsvraag heeft dan de oorspronkelijke MO/BW-doelgroep. Ook moeten jong volwassenen die aan het begin van hun leven staan alle kansen krijgen om zich te ontwikkelen en participeren. Tot slot verdienen gezinnen met kinderen speciale aandacht omdat de kinderen vaker in onveilige situaties opgroeien en dit zeer onwenselijk is. Bij al deze groepen is het van groot belang om snel de juiste hulp te kunnen bieden om daarmee erger te voorkomen. .
5Zelfregie als uitgangspunt: Het is van belang dat cliënten zelf regie hebben, kunnen nemen en krijgen over hun eigen traject.
6Inzet van ervaringsdeskundigheid: Het structureel inzetten van ervaringsdeskundigheid draagt bij aan het bieden van de ondersteuning die het beste aansluit bij de behoefte van een cliënt.
7Integrale aanpak vanuit de directies Zorg, GGD, Wonen en Werk, Participatie en Inkomen: Hierdoor zijn interventies beter op elkaar afgestemd. Dakloosheid is niet alleen een zorgprobleem maar ontstaat meestal vanuit andere leefgebieden, zoals het verliezen van een inkomen of een huis.
8Samenwerking in de regio: Regiogemeenten leveren een groeiend aandeel in preventie, opvang en uitstroom rondom dakloosheid en beschermd wonen.
Dilemma’s
Alhoewel alles op alles gezet wordt om de beoogde ambitie te behalen is het belangrijk om te realiseren dat dit beleidsprogramma de problematiek van dakloosheid niet kan oplossen. Dit heeft verschillende oorzaken:
•In de eerste plaats is er een tekort aan betaalbare woningen, vooral voor kwetsbare doelgroepen. Met de inzet op het vergroten van het aanbod van woonoplossingen wordt er resultaat geboekt, maar het is goed te realiseren dat ondanks die stappen het tekort aan betaalbare woningen de komende jaren niet wordt opgelost.
•In de tweede plaats is het budget voor opvang en hulpverlening onvoldoende om iedereen die zich meldt direct te kunnen helpen en daarmee dakloosheid in Amsterdam-Amstelland structureel op te lossen.
•Bij het niet structureel maken van de middelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak worden een aantal maatregelen in het beleidsprogramma na 2021 of 2022 afgebouwd.
Speerpunten
Bij de ambitie van dit beleidsprogramma horen vier speerpunten. Voor elk speerpunt zijn resultaten en acties benoemd.
Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie We willen voorkomen dat mensen dakloos raken. De toegespitste expertise op gebied van huisvesting, werk, inkomen en GGZ is laagdrempelig en toegankelijk. Daarbij worden signalen van dreigende dakloosheid eerder opgepakt. Buurtteams Amsterdam speelt hierbij een belangrijke rol aangezien dit de eerste plek is waar een belangrijke rol aangezien dit de eerste plek is waar mensen zich kunnen melden met een ondersteunings- vraag. Daarnaast ondersteunen we de oprichting van een daklozenkantoor. Hier krijgen daklozen de mogelijkheid om te werken aan hun maatschappelijk herstel en kan men gebruik maken van onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit de Straatalliantie. Economisch of dreigend daklozen hebben via het project ‘Briefadressen’ recht op een briefadres. Ze krijgen daarbij begeleiding met een op persoon gemaakt perspectiefplan. Tot slot biedt het team ‘economisch daklozen’ van De Regenboog Groep kortdurende en intensieve begeleiding aan economisch daklozen.
Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen
Het behoud én vermeerdering van betaalbare woningen is één van de sleutels bij het oplossen en voorkomen van dakloosheid. Aankomende jaren worden er in Amsterdam veel nieuwe woningen gebouwd en wordt de bestaande voorraad beschermd. We willen een groter aanbod van omslagwoningen om zo de directe instroom van de MO/BW-doelgroepen te bevorderen. Daarnaast komt er met de regio een nieuw woonruimteverdeelsysteem. Hierdoor krijgen mensen in kwetsbare positie meer kans op een sociale huurwoning. Dit is echter nog niet genoeg. Daarom wordt er geïnvesteerd in tijdelijke bouw en transformatie van panden. Bij tijdelijke bouw zetten we in op huurcontracten die op maat zijn gesneden waar- door een huurder voor een langere periode kan huren. Daarnaast worden tijdelijke woonmogelijkheden in Amsterdam en regio vergroot, zoals opvang in hotels en het project ‘Onder de Pannen’.
Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat
We zetten zo snel mogelijk in op een breed en op maat ingericht ondersteuningstraject waarbij het doel maatschappelijk en economisch herstel is. Uiteraard passend bij het perspectief van de inwoner. Momenteel staan mensen te lang op de wachtlijst voor een MOBW- traject. We proberen met verschillende maatregelen de instroom in de MOBW-keten te verkleinen en trajecten te verkorten. We zetten direct begeleiding in wanneer iemand in aanmerking komt voor een MOBW-traject en we vergroten de succesvolle resourcegroepen methodiek. Ook zetten we in op maatwerk van interventies op gebied van werk, wonen, inkomen en schulden. Op die manier is de ondersteuning passend bij de ondersteuningsvraag en staan er geen bureaucratische belemmeringen in de weg.
Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel
We willen voorkomen dat mensen die uit de schuldhulp- verlening komen of klaar zijn om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe werkplek of zelfstandige woning terugvallen. Het is belangrijk dat de inwoner tijdens het gehele traject toegang blijft houden tot het brede aanbod van interventies, zoals bij andere speer- punten omschreven. Het snel kunnen op- en afschalen van ondersteuning draagt bij aan een duurzaam herstel.
Monitoring
Dit beleidsprogramma heeft grote ambities die worden nagestreefd door verschillende wethouders. Om te zorgen dat we deze ambities kunnen waarmaken én tijdig kunnen bijsturen is monitoring van essentieel belang. Niet alleen om te zien of we de resultaten behalen, maar ook vanwege de groei van de daklozenpopulatie, de beschreven ontwikkelingen van het aanbod en de doelgroep en de gevolgen van de coronapandemie. Daarom wordt er een integrale monitor opgezet en uitgevoerd door de Amsterdamse gemeentelijke directies Zorg, WPI, Wonen, GGD, de stadsdelen, vertegenwoordiging van regio- gemeenten, zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging en het bredere veld.
Focus 2021-2025
In dit hoofdstuk leest u onze ambities en bijbehorende speerpunten. De maatschappelijke trends en ontwikkelingen zijn opgenomen in bijlage 2.
2.1 Ambitie en Speerpunten
Ambitie: een beter perspectief bij (dreigende) dakloosheid
Huisvesting is een mensenrecht en herstel begint met een huis, zoals ook het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (hierna RVS) stelt. Het is de ambitie van dit beleidsprogramma om met iedereen die in de regio Amsterdam-Amstelland dakloos wordt of dreigt te worden samen aan een nieuwe start en daarmee maatschappelijk en economisch herstel te werken. Bij deze ambitie horen vier speerpunten.
Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie Dakloosheid voorkomen is beter dan dakloosheid oplossen. Kwetsbare inwoners die dakloos dreigen te worden hebben we daarom eerder in beeld. Woonproblemen of andere bestaansonzekerheden die kunnen leiden tot dakloosheid – zoals schulden of eenzaamheid – worden snel en vroegtijdig gesignaleerd. Samen met de kwetsbare inwoner wordt via vroeg- interventie getracht om dakloosheid te voorkomen. Tevens wordt dakloosheid sneller omgebogen naar maatschappelijk herstel. Vroegsignalering en vroeg-interventie worden dus ingezet op alle leefgebieden.
Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen
De meest voor de hand liggende en noodzakelijke oplossing voor dakloosheid is meer betaalbare woningen. Daarom gaan we in Amsterdam de komende jaren veel nieuwe woningen bouwen en moeten we de bestaande voorraad blijven beschermen. Ook zullen we met de regio een nieuw woonruimteverdeelsysteem invoeren, waarin mensen die in een kwetsbare positie zitten meer kans krijgen. Dit is echter niet genoeg om de woonvraag van met name lage inkomensgroepen op te lossen. Daarom investeren we in tijdelijke bouw en transformatie van bestaande panden.
Bij tijdelijke bouw zetten we in op tijdelijke huur- contracten die op maat zijn gesneden. Het is hierdoor mogelijk dat een huurder voor een langere periode kan huren dan de gebruikelijke drie jaar. Voor de corporaties verlaagt dit de drempel om deze woningen voor een langere periode aan dezelfde persoon te verhuren, zonder het risico dat de persoon de woning niet meer verlaat zodra het tijdelijke complex ophoudt te bestaan. Niettemin moet het doel blijven dat de huurder terecht- komt in een permanente woning met een huurcontract voor onbepaalde tijd.
Kanttekening bij alle te nemen acties is dat ook met deze aanvullende maatregelen er niet voldoende woonruimte zal zijn voor alle daklozen in Amsterdam. Landelijke inzet voor extra woningen en beter spreiden van de opvang en huisvesting van statushouders is noodzakelijk. Daarom lobbyen we bij het Rijk ook voor een brede en integrale afweging van de diverse doel- groepen die opvang en huisvesting nodig hebben in een gemeente.
Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat
We zetten zo snel mogelijk in op een breed en op maat ingericht ondersteuningstraject waarbij maatschappelijk en economisch herstel het doel zijn. Hierbij gaat het om maatwerk van ondersteuning door hulpverleners, maar ook eigen inzet op de leefgebieden wonen, werk, inkomen, onderwijs en veiligheid is van belang. Het doel is dat mensen gegeven hun perspectief zo snel mogelijk, in een veilige omgeving, weer kunnen participeren.
Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel
We willen voorkomen dat mensen terugvallen die uit de schuldhulpverlening komen of klaar zijn om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe werkplek of zelfstandige woning. Om dit te realiseren is het van belang dat er sprake is van duurzaam maatschappelijk herstel om zodoende nieuwe bestaansonzekerheden te voorkomen.
Dit plan omschrijft niet het volledige aanbod waar dak- of thuisloze inwoners van Amsterdam-Amstelland gebruik van kunnen maken. Dit beleidsprogramma legt de nadruk op nieuwe Amsterdamse maatregelen of daar waar een intensivering plaatsvindt. De beschrijving van de maatregelen in dit beleidsprogramma zijn dus niet alomvattend. We doen nog zoveel meer dan beschreven.
2.2 Uitgangspunten
Naast de ambitie en speerpunten die wij de komende jaren nastreven is er een aantal algemene uitgangs- punten dat dit beleidsprogramma inkleurt.
Wijkgericht en dichtbij
Sinds 1 april 2021 kan elke Amsterdammer – ook dak- en thuislozen – terecht bij een buurtteam in een wijk naar keuze voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. Het buurtteam doet aan brede vraagverheldering en ondersteunt waar mogelijk de Amsterdammer zelf. Brede vraagverheldering betekent dat er op alle leef- gebieden wordt gekeken welke ondersteuning een Amsterdammer nodig heeft. Er wordt niet gefocussed op één bepaald leefgebied. Omdat de toegang tot ondersteuning via het buurtteam verloopt kan iemand in zijn of haar eigen buurt of wijk zo snel mogelijk ondersteund worden.
Focus op tijdelijkheid en Housing First
Sinds 1 januari 2021 vallen de meeste mensen die blijvend 24-uurs zorg nodig hebben niet meer onder de Wmo, maar onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarmee wordt het tijdelijke karakter en dus de gerichtheid op maatschappelijk herstel leidend in de ontwikkeling van de ondersteuning in de stedelijke en regionale Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen (hierna MO/BW-keten). Uit onderzoek blijkt herstel in de eigen woonomgeving tot 70% beter en sneller te verlopen.
Inzet op tijdelijke woonmogelijkheden
De druk op de Amsterdamse en regionale woningmarkt is groot. Er is een groot tekort aan betaalbare woningen. Als gevolg hiervan maken we naast de bouw van nieuwe woningen ook een beweging naar nieuwe woonmogelijk- heden, door onder andere de inzet van hotels of sloopwoningen. Met het voorlopig achterblijvende aanbod in de sociale huursector zullen we lokaal moeten blijven monitoren waar de kansen op transformatie (vastgoed, hotels, etc.) of (tijdelijke) nieuwbouw zich aandienen. Alternatieve en/of zelfgekozen woonoplossingen kunnen we daarnaast ook bevorderen en ondersteunen. Huisvestingsvragen van mensen die kunnen door- stromen uit opvang en verblijfsvoorzieningen zijn dan ook niet langer alleen afhankelijk van vrijkomende sociale huur. Ook voor hen geldt dat, indien passend bij hun perspectief, een eigen huis ook in een studio, een verbouwd hostel of een tijdelijke woning kan worden gevonden.
Speciale aandacht voor economisch daklozen, dakloze jongvolwassenen en gezinnen met kinderen
Er is een aantal groepen dat specifieke aandacht nodig heeft:
•Economisch daklozen: deze groep is de laatste jaren erg gegroeid en heeft een andere behoefte aan ondersteuning dan de doelgroep die van oorsprong in aanmerking komt voor MO/BW. Onder economisch daklozen vallen ook daklozen uit andere EU-landen.
•Dakloze jongvolwassenen: jongvolwassenen vragen om extra aandacht omdat hun situatie zich onder- scheidt van die van volwassenen. Ze staan aan het begin van hun leven en moeten alle kansen krijgen om zich te ontwikkelen en te participeren. Aandacht is er ook voor biculturele dakloze jong-volwassen met een lhbtiq+ achtergrond en kwetsbare jongvolwassen vrouwen.
•Gezinnen met kinderen: omdat kinderen in deze gezinnen vaker in onveilige situaties opgroeien, hebben extra aandacht en het snel kunnen inzetten van de juiste hulp prioriteit, zodat deze kwetsbare kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen.
Een ontwikkeling die positief kan uitwerken voor de hierboven genoemde groepen is het nieuwe punten- systeem van woonruimteverdeling, dat medio 2022 zal ingaan. In actie 3 onder speerpunt 2 lichten we dit systeem verder toe.
Zelfregie als uitgangspunt
Het is van belang dat cliënten zelf regie hebben, kunnen nemen en krijgen over hun eigen traject. Het ervaren van zelfregie draagt bij aan herstel en vormt dan ook een belangrijk onderdeel van de dienstverlening die geboden wordt binnen MO/BW. Uiteindelijk is het de cliënt die de ondersteuning ontvangt en in samenspraak met de begeleider zijn traject bepaalt. De dienstverlening binnen MO/BW is gericht op blijvende stimulering van zelfredzaamheid, passend bij de cliënt.
Hiertoe zijn de volgende leidende principes opgesteld:
1Focus op een duurzame relatie met een cliënt, in plaats van op gestandaardiseerde processen;
2Focus op doen en ontwikkelen, in plaats van op praten en denken;
3Meer focus op een ondersteunend sociaal netwerk, in plaats van op praktische woonvaardigheden.
Vanuit een gelijkwaardig perspectief kijken we samen met mensen naar de passende stappen voor herstel. Daarom is het van belang dat bij (dreigende) dakloosheid zo snel mogelijk een goede probleemanalyse wordt gemaakt, zodat een ondersteuningstraject op maat sneller kan beginnen.
Inzet van ervaringsdeskundigheid
Het uitbreiden en structureel inzetten van ervaringsdeskundigen draagt bij aan de ontwikkeling van het ondersteuningsaanbod. Op die manier vind je de beste aansluiting op de behoefte van een cliënt. Daarbij sturen we enerzijds op de inzet van professionele of vrijwillige ervaringsdeskundigen die direct bijdraagt aan het herstel van anderen. Anderzijds betrekken we doorlopend ervaringsdeskundigen bij het (door)ontwikkelen en monitoren van het aanbod.
Integrale aanpak vanuit de directies Zorg, GGD, Wonen en Werk, Participatie en Inkomen (WPI)
We constateren dat dakloosheid toeneemt in de maatschappij. Hierbij blijkt steeds vaker dat dakloosheid niet alleen een zorgprobleem is, maar ook ontstaat vanuit andere leefgebieden. Denk aan het verliezen van een inkomen of een woning. Daarom is het belangrijk dat we het vraagstuk van dakloosheid niet alleen vanuit zorg aanvliegen, maar dat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid bestaat vanuit de verschillende directies Zorg, GGD, Wonen en WPI. Oftewel: een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij de voorkoming van dakloosheid. Hier is integrale sturing en verantwoording voor nodig. Daarnaast werken regiogemeenten aan de transformatie van het sociaal domein om tot een integrale aanpak te komen die ook op dakloosheid van toepassing is.
Samenwerking in de regio
De gemeente Amsterdam ontvangt als centrumgemeente de middelen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen voor de regio Amsterdam-Amstelland. De regio- gemeenten mandateren Amsterdam om uitvoering te geven aan deze beleidsterreinen. Deze mandatering en de bijhorende dienstverleningsovereenkomst lopen tot eind 2021. Per 1 januari 2022 start de inhoudelijke doordecentralisatie van Beschermd Wonen plaats. Per 1 januari 2023 volgt de financiele doordecentralisatie. Naar verwachting zullen eind 2021 de defintieve financiele effecten van het nieuwe verdeelmodel bekend worden. Dit vraagt om hernieuwde (financiële) samen- werkingsafspraken. Deze zullen hun beslag krijgen in het eerder genoemde regioplan waar naast de financiën ook afspraken over preventie, toegang en uitstroom uit MOBW worden vastgelegd. Het uitgangspunt in de regionale samenwerking is: lokaal wat kan, regionaal wat moet en subregionaal waar nodig. Deze richting doet het meeste recht aan de lokale verantwoordelijkheid, efficiëntere verdeling van de taken en de beste begeleiding voor de kwetsbare inwoners. Het beleidsprogramma zal samen met het regioplan in het najaar van 2021 aan de gemeenteraden van de Amstelland gemeenten worden voorgelegd.
2.3 Dilemma’s
In de voorgaande hoofdstukken lichtten we de ambitie, het viertal speerpunten en de uitgangspunten van het beleidsprogramma toe. Dit laat de focus voor de komende jaren zien. Alhoewel we alles op alles zetten om de beoogde ambitie te behalen is het tegelijkertijd goed om te realiseren dat dit beleidsprogramma de problematiek van dakloosheid niet structureel kan oplossen. Dit heeft verschillende oorzaken:
•In de eerste plaats is er een tekort aan betaalbare woningen, met name voor kwetsbare doelgroepen. Door in te zetten op het vergroten van het woning- aanbod wordt er zeker resultaat geboekt, maar ondanks dat blijft er een groot tekort aan betaalbare woningen. Het probleem wordt hiermee de komende jaren dus nog niet opgelost.
•In de tweede plaats is het budget voor opvang en hulpverlening onvoldoende om iedereen die zich meldt direct te kunnen helpen en daarmee dakloosheid structureel op te lossen. In het kader van het Landelijk Plan van Aanpak Dakloosheid is richting het Rijk aangegeven dat de extra incidentele middelen veel mogelijkheden bieden, maar dat een structurele oplossing vraagt om structureel extra middelen. Dit betekent dat er binnen het budget keuzes gemaakt moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan een strengere selectie bij de toegang tot de MOBW-keten.
•Een aantal maatregelen in het beleidsprogramma worden gefinancierd vanuit de incidentele middelen van het Landelijke Plan van Aanpak. Het gaat om een bedrag van €11.252.000 euro. Als de middelen niet structureel gemaakt worden betekent dit dat een aantal maatregelen na 2021 of 2022 afgebouwd worden. Dit heeft dus gevolgen voor de ambitie van dit beleidsprogramma.
2.4 Doelgroep
Het beleidsprogramma ‘Een nieuwe start’ richt zich op een diverse groep kwetsbare burgers. Hierbij gaat het om verschillende groepen daklozen, maar ook burgers die ondersteuning vanuit beschermd wonen nodig hebben. Al deze groepen zijn enorm divers. Denk hierbij aan verschillende leeftijden, maar ook verschil in culturele- en seksuele identiteit. We benoemen de verschillende doelgroepen hieronder:
Doelgroepen onderdeel van dit beleidsplan:
Kwetsbare daklozen: hiermee doelen we op de groep die in aanmerking komt voor ondersteuning thuis, of met verblijf binnen de MO/BW-keten. Mensen met een achtergrond van dak- of thuisloosheid komen hiervoor in aanmerking vanwege een stapeling van psychosociale en/of psychiatrische en/of lichtverstandelijke beperking (LVB) en andere complexe ondersteuningsvragen. Ook na een afgerond verblijf in voorliggende domeinen zoals Jeugdzorg, de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), LVB-zorg en forensische zorg kunnen mensen in deze groep instromen.
Economisch daklozen: hier gaat het om mensen met een huisvestingsprobleem waarbij ook problemen op diverse andere leefgebieden spelen. Het lukt hen niet zelfstandig of met naasten de problematiek op te lossen. Deze doelgroep krijgt verschillende benamingen (zoals nieuwe daklozen, recent daklozen, zelfredzame daklozen). In dit beleidsprogramma hanteren we de term economisch daklozen. Deze groep neemt de laatste jaren al toe, maar het is voorstelbaar dat deze groep de komende jaren nóg verder toeneemt als gevolg van COVID-19.
Jongvolwassen daklozen: dit zijn mensen in de leeftijdscategorie 18-23 jaar die onder de doelgroep van de Maatschappelijke Opvang Jongvolwassenen (MOJ) vallen. Deze groep bestaat uit alleenstaande jongvolwassenen, maar ook jongvolwassenen met een of meer kinderen. Onder de 18 jaar vallen deze jongvolwassenen niet onder de Wet maatschappelijke opvang (Wmo), maar onder de Jeugdwet. Iedereen boven de 23 jaar valt onder de volwassenketens van MO/BW. Met deze leeftijdsgrenzen wordt overigens flexibel omgegaan. Er wordt per persoon gekeken met welk ondersteuningsaanbod de jongere het beste geholpen is.
Dakloze gezinnen: een of twee ouders met een of meer kinderen die dakloos zijn, en die geen verblijfsalternatief hebben (in hun netwerk, of anderszins).
Daklozen uit andere EU-landen: in de EU is er vrij verkeer van personen tussen de landen die onderdeel vormen van de EU. De afgelopen jaren is vooral de instroom van personen uit Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen) naar Nederland groot. Een aanzienlijk deel van deze immigranten is tijdelijk in Nederland om te werken. Helaas zijn er ook velen die dit (tijdelijk) niet redden, dakloos worden, op straat slapen of een beroep moeten doen op de voorzieningen. Binnen deze groep is ook een deel dat problemen heeft of ontwikkelt op het gebied van middelenmisbruik of psychiatrie. De toegang tot de opvang voor deze groep is beperkt en onder andere afhankelijk van de duur van het (werkzame) verblijf in Nederland. In het algemeen komen zij hierdoor niet in aanmerking voor een traject in de maatschappelijke opvang. Wel zijn er in de verschillende steden organisaties die helpen bij repatriëring en overdracht naar hulp- verlening in het eigen land.
Kwetsbare mensen met psychiatrische problematiek: dit zijn mensen vanaf 18 jaar en ouder die te maken hebben met psychiatrische problematiek, of waarbij sprake is van een licht verstandelijke beperking. Hierdoor kunnen ze mogelijk (nog) niet zelfstandig wonen en deelnemen aan de samenleving.
Doelgroepen die geen onderdeel van dit beleidsplan zijn:
Het programma richt zich niet op de groep ongedocumenteerden. Ter verduidelijking is hieronder de omschrijving van deze groep opgenomen.
Ongedocumenteerden: de meest recente schatting van het aantal ongedocumenteerde vreemdelingen in Nederland is 35.530. In 2013 verbleef ruim een derde van hen in één van de vier grootste steden. De grootste groep vindt onderdak bij familie of vrienden, maar een deel van hen kan niet op het sociale netwerk bouwen en kan geen aanspraak maken op reguliere sociale voorzieningen. Hierdoor belanden ze op straat. Voor deze groep zijn 24-uursvoorzieningen ingericht.
Speerpunt 1:Vroegsignalering en vroeginterventie
1Vanaf 1 april 2021 kan elke Amsterdammer, ook een dak- of thuisloze, terecht bij een buurtteam voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid.
2In 2025 zijn cliënten die zich met (dreigende) dakloosheid melden bij een buurtteam of onafhankelijke cliëntonder- steuning tevreden over:
•toegankelijkheid van informatievoorziening over het ondersteuningsaanbod;
•vraagverheldering (snelheid, passend);
•mate van zelfregie;
•bejegening.
3Mensen met schulden die dakloos dreigen te raken, worden zodanig geholpen op het gebied van werk, inkomen en schulden dat zij hun woning kunnen behouden.
4Buurtteams, Veldwerk Amsterdam, Jongerenwerk en Meidenwerk en onderwijs werken nauw samen om jongvolwassenen met (dreigende) dak- en thuisloosheid te bereiken.
Voorkomen dak- en/of thuisloosheid Omdat voorkomen beter is dan genezen willen we dak- en/of thuisloosheid voorkomen. Daar is vroegtijdige signalering van dreigende dakloosheid voor nodig. Enerzijds betekent dit dat op dakloosheid toegespitste expertise op het gebied van huisvesting, werk, inkomen en GGZ laagdrempelig moet zijn. Anderzijds betekent dit ook dat signalen van dakloosheid actief moeten worden opgehaald. Het buurtteam heeft hierin een belangrijke rol, aangezien dit de eerste plek is waar mensen zich kunnen melden met een ondersteunings- vraag. De samenwerking tussen Buurtteam Amsterdam en andere partijen zoals stichting Woon!, Amsterdam Extra en onafhankelijke cliëntondersteuning voor dak- en thuislozen is hierbij van groot belang. Naast vroegtijdig signaleren, moeten we de problemen die tot dreigend woningverlies leiden ook oplossen. Op die manier zorg je ervoor dat iemand in zijn of haar eigen woning kan blijven. Hierbij is het belangrijk dat er zo snel mogelijk een goed (eerste) gesprek wordt gevoerd met dreigend dak-en thuislozen. Aan de hand daarvan kan er beoordeeld worden welk ondersteuningstraject het best past. Hierbij moet aandacht zijn voor cultuur- en gendersensitiviteit.
Actie 1.1:Expertise en ondersteuningsaanbod: nabij en toegankelijk
Een sterke sociale basis in buurten en wijken is cruciaal voor vroegsignalering en vroeginterventie van dreigende dakloosheid. En dit is precies de beweging die Amsterdam op dit moment maakt door de sociale basis te versterken de buurtteams te introduceren.
Op dit moment kunnen dak- en thuislozen terecht bij de screeningsbalie op de Jan van Galenstraat. Sinds 1 april 2021 kan elke Amsterdammer, ook (dreigend) dak- en thuislozen, terecht bij een buurtteam voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. Het buurtteam doet aan brede vraagverheldering en ondersteunt waar mogelijk de Amsterdammer zelf. Als een buurtteam niet goed weet om te gaan met de hulpvragen van een cliënt, dan kunnen zij expertise inschakelen vanuit Amsterdam Extra (het netwerk van MOBW aanbieders), de Centrale Toegang of onafhankelijke cliëntondersteuning. De buurt- teams worden geleidelijk uitgerold, waardoor de Centrale Toegang ieder geval nog in 2021 in de huidige vorm blijft bestaan. Uiteindelijk wordt de Centrale Toegang een tweedelijns toegang.
Voor de regio betekent dit dat ook (dreigend) dakloze inwoners zich moeten kunnen melden bij de eigen gemeente, en waar mogelijk geholpen worden. Bij de introductie van deze nieuwe werkwijze houden we rekening met het feit dat buurtteams een groeimodel hebben: in volume en in expertise. Zo blijft de Centrale Toegang voor MO/BW in 2021 direct toegankelijk voor cliënten. We verwachten dat steeds meer Amsterdammers de weg naar een buurtteam vinden, waar zij eerder, beter en laagdrempeliger ondersteund worden. Bij de ontwikkeling van deze klantroute is de aandacht voor het eerste gouden gesprek van belang. Door ervaringsdeskundigen en onafhankelijke cliënt- ondersteuters in te zetten worden cliënten gehoord, gezien en erkend. De lijnen tussen de buurtteams, ervaringsdeskundigen en onafhankelijke cliëntonder- steuners zijn kort.
Binnen dit buurtteam starten alle klantroutes, ongeacht de mate van zelfredzaamheid. Ook voor EU-burgers of andere niet rechthebbenden. Met (dreigend) dak- en thuislozen beoordelen we samen welke mix van onder- steuning en instrumenten passend is voor de snelste weg naar maatschappelijk herstel.
Naast buurtteams zullen er ook onafhankelijke cliënt- ondersteuners beschikbaar zijn voor laagdrempelige ondersteuning en snelle vraagverheldering. Dit doen zij door nauwe relaties te onderhouden met de buurtteams, onderling expertise uit te wisselen en elkaar te betrekken bij het vinden van passende ondersteuning. Aanvullend blijven onafhankelijke cliëntondersteuners ook outreachend werken en bieden zij onafhankelijke ondersteuning wanneer cliënten vastlopen in het systeem. De cliënt voert zelf de regie en er is speciale aandacht voor zijn of haar unieke behoefte en kracht. De capaciteitsbehoefte van cliëntondersteuning zal vanaf 2022 gemonitord worden en is afhankelijk van de ontwikkelende rol van Buurtteams Amsterdam.
Om de vroegsignalering verder te verbeteren onder- zoeken we hoe de eerste signalen bij vindplaatsen (huisartsen, leerplichtambtenaren, aanvraag brief- adressen, jongerenpunten, schuldhulp meldpunt ZWO en corporaties) kunnen leiden tot vroeginterventies. De vindplaatsen worden ook geïnformeerd over de nu nog stedelijke startpunten van de klantroutes. Daarnaast onderzoekt de Chief Technology Officer in 2022 hoe Artificial Intelligence kan worden toegepast om dreigende dak- en thuisloosheid eerder te kunnen signaleren.
“Ik neem alleen wat van anderen aan als ze zelf iets hebben meegemaakt, als ze mijn wereld begrijpen. Zoals de persoon die op onze school kwam om over drugs te vertellen. Diegene had zelf gebruikt en was in de problemen geraakt, naar zo iemand luister ik, daar heb ik wat aan.”
Over het belang van ervaringsdeskundigheid - Lina
Tot slot ondersteunen we in 2021/2022 de oprichting van een Daklozenkantoor. Hier krijgen daklozen de mogelijkheid zelf aan hun herstel te werken door gebruik te maken van faciliteiten, zoals computers en printers. Daarnaast ontvangen ze laagdrempelige ondersteuning van cliëntondersteuners en ervaringsdeskundigen. Door deze laagdrempelige ondersteuning kunnen cliënten (zelf) werken aan oplossingen en kan voorkomen worden dat ze verder afglijden in dak- en thuisloosheids- problematiek. Het Daklozenkantoor is er niet alleen bij het begin van dakloosheid, maar is er ook voor clienten die al gebruik maken van de opvang of zelfstandig wonen met ondersteuning. Het Daklozenkantoor en de diensten die daar door de Straatalliantie geboden worden zijn altijd toegankelijk voor wie dat wil. Allereerst starten we dit Daklozenkantoor voor een periode van twee jaar, zodat we na deze periode kunnen kijken hoe het gehele sociale stelsel (en dus ook de buurtteams) werkt en eventueel kunnen bijsturen waar nodig.
Actie 1.2:Vroeginterventie: maatwerk als regel om dakloosheid te voorkomen
Om dakloosheid te voorkomen is maatwerk het uitgangspunt. De problematiek van de groep dreigend daklozen is immers zeer divers. Amsterdammers met geldproblemen willen we vroeg in beeld krijgen. Op die manier willen we voorkomen dat betalingsachterstanden escaleren, problematische schulden ontstaan en er huisuitzetting en afsluitingen dreigen. Het college heeft daarom op 30 juni 2020 besloten om de aanpak ‘Vroegsignalering’ per direct te intensiveren. Deze is er op gericht om betalingsproblemen rond de meest essentiële vaste lasten – waaronder huur – in beeld te krijgen. Door op tijd betalingsregelingen te treffen kan huisuitzetting en daardoor dakloosheid worden voorkomen. De maatschappelijk dienstverlening gaat nu eerder op meldingen van vaste lastenpartners af en blijft langer proberen om in contact te komen met Amsterdammers. Schuldeisers passen maatwerk en coulance toe. Deze actie wordt gefinancierd vanuit het herstelplan ‘Samen uit de crisis’.
Ons streven is dat niemand dakloos wordt door toedoen van de kostendelersnorm. De kostendelersnorm heeft tot negatief gevolg dat jongeren – soms zelf, soms door hun ouders – uit huis gaan en uitgeschreven worden op het adres, omdat anders de bijstand van de ouders verlaagd wordt. Hierdoor komen ze op straat terecht, met grote nadelige gevolgen voor de jongeren. Daarom wordt (waar mogelijk) maatwerk toegepast door in sommige individuele gevallen tijdelijk de kostendelers- norm niet toe te passen.
Onder andere hierom voert Amsterdam samen met andere steden een landelijke lobby om de leeftijdsgrens van de kostendelersnorm te verhogen naar 28 jaar. De Tweede Kamer heeft hier in februari 2021 een motie over aangenomen. Hierin wordt de regering verzocht een voorstel te doen om daklozen, mantelzorgers en kwetsbare jongeren tot en met 27 jaar uit te zonderen van de kostendelersnorm. Wij vinden dat de kosten- delersnorm of de jongerennorm nooit een reden mag zijn voor iemand onder de 28 jaar om niet te kunnen samenwonen. Daarom passen we waar dat kan maatwerk toe en monitoren we of en wanneer de uitzonderings- positie wordt toegepast.
In het kader van het actieprogramma ‘Dak- en thuisloze jongeren 2019-2021’ hebben staatssecretarissen Blokhuis en Van Ark aan Divosa gevraagd om gemeenten te ondersteunen bij het terugdringen van de dakloosheid onder jongvolwassenen, door de mogelijkheden voor de toepassing van maatwerk binnen de Participatiewet te beschrijven. Het gaat hierbij specifiek om het bieden van maatwerk dat binnen de wet is toegestaan, met betrekking tot:
•de kostendelersnorm;
•de lagere norm voor jongeren van 18, 19 of 20 jaar;
•de zoekperiode van 4 weken voor jongeren tot 27 jaar.
De zeven Jongerenpunten in Amsterdam zijn geïnformeerd en passen dit maatwerk zoveel mogelijk toe.
Actie 1.3: Project briefadressen
Iedere economisch dakloze of dreigend dakloze heeft (indien nodig) recht op een briefadres en krijgt begeleiding voor een op persoon gemaakt perspectief- plan. Ook als je geen uitkering hebt kun je begeleiding krijgen met een perspectiefplan. Het plan is erop gericht dakloosheid te voorkomen door de persoon te helpen bij zijn of haar specifieke problemen. Dat kan schulden- problematiek zijn, maar moeite bij het zoeken naar een betaalbare woning. Het is ook belangrijk dat formele en informele netwerken tijdig worden betrokken. Dit doen we onder andere via resourcegroepen. De begeleiding kan op verschillende manieren gebeuren. Een onderdeel van dit aanbod is bijvoorbeeld project VIND en pilot ‘bankslapersregeling’ die in 2021 start.
Actie 1.4:Innovatieve begeleiding door Team economisch daklozen van de Regenbooggroep
Team economisch daklozen van de Regenboog Groep biedt kortdurend en intensieve begeleiding aan economisch daklozen. Daarnaast ontwikkelen ze nieuwe woonoplossingen, zowel buiten de regio als in de stad. Tevens zorgen zij voor kennisoverdracht aan de buurt- teams en MaDi’s over de mogelijkheden voor economisch daklozen. Met deze kennis en dit aanbod kunnen we in een vroegtijdig stadium ingrijpen én erger voorkomen
Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen
Resultaten die we willen behalen:
•We hebben één integrale aanpak ontwikkeld om het huisvestingsvraagstuk voor alle kwetsbare groepen in Amsterdam aan te pakken vanuit een totaalopgave: sociaal en fysiek. Hiermee hebben we de beschikbare capaciteit aan woningen/ woonoplossingen met reguliere en onorthodoxe methodes vergroot.
•De gemiddelde wachttijd voor de zogenaamde spoedzoeker is omlaag gebracht.
4.1 Vergroten aanbod structurele woonoplossingen
’’Herstel begint met een huis”, stelt RVS in haar gelijk- namige advies over stijgende dakloosheid in Nederland. Dat is net zo waar als dat het een complexe opgave is. Met name in een volle regio met een overspannen woningmarkt.
In 2017 was de gemiddelde woon- en inschrijfduur van doorstromers en starters respectievelijk 10,8 en 20,3 jaar. Gemiddeld moest je vijftien jaar wachten op een sociale huurwoning. In 2019 – het jaar waarvan de meest recente cijfers beschikbaar zijn – was dit gedaald tot 13,2 jaar. In dat jaar was de gemiddelde woon- en inschrijfduur van doorstromers en starters respectievelijk 10,6 en 17,7 jaar.
Hieronder schetsen we een aantal maatregelen waarmee we de schaarste willen verkleinen. We willen voor de kwetsbare groepen een nieuw aanbod van woonoplossingen creëren. De oplossingen willen we langs verschillende lijnen realiseren:
•Vergroten van woonoplossingen voor kwetsbare groepen onderzoeken (onderdeel van een integrale aanpak).
•Nieuwe locaties onderzoeken voor (tijdelijke) woningbouw.
•Onderzoeken of gemeentelijk vastgoed ingezet kan worden voor tijdelijke huisvesting.
•Nieuwe locaties ontwikkelen (bijvoorbeeld hotels).
•Projecten uitvoeren, gefinancierd door extra middelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak Dakloosheid.
Actie 2.1:Nieuwbouwopgave sociale huurwoningen
Meer betaalbare woningen is de meest noodzakelijke en toekomstbestendige oplossing voor dakloosheid. In 2020 zijn 5.932 woningen in aanbouw genomen, waarvan 2.812 sociale huurwoningen. Van deze sociale huur- woningen worden er 2.270 door woningcorporaties gebouwd en de rest door overige partijen. De gemeente en corporaties streven ernaar om gemiddeld 2.500 sociale huurwoningen per jaar in aanbouw te nemen.
Actie 2.2: Omslagwoningen
We willen dat er voor alle kwetsbare groepen een passend woningaanbod is. Dit betekent dat er ook voor clienten vanuit MO/BW meer aanbod nodig is. Er is momenteel een een achterstand van 600 woningen die geleverd hadden moeten worden aan mensen die moeten door stromen. Daarnaast zijn er jaarlijks 800 woningen noodzakelijk voor reguliere doorstroming. We willen een ruimer aanbod van omslagwoningen voor directe instroom van de MO/BW-doelgroepen. Bepalend voor het aanbod in 2021 zijn de uitkomsten van de bestuurlijke overleggen met corporaties en huurderskoepels over het vergroten van het aantal van 1800 sociale huurwoningen van het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG).
Actie 2.3: Regionale herziening woonruimte verdeelsysteem
Door de verdeelsystematiek te herzien moeten sociale huurwoningen in de regio’s Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland vanaf medio 2022 meer terechtkomen bij de groepen die ze het hardst nodig hebben. Het nieuwe systeem werkt met punten. Iedereen die ingeschreven staat op WoningNet of Woonmatch bouwt punten op met inschrijftijd, zoekduur en speciale omstandigheden; de zogenaamde situatie- punten. Deze worden toegekend aan bepaalde groepen die in een problematische situatie verkeren. Denk aan relatiebreuk met kinderen, inwonend met kinderen en bepaalde categorieën van problematisch thuiswonende jongeren. Dit zijn groepen met een verhoogde kans om dakloos te worden en aan te kloppen bij de Centrale Toegang MO, Noodopvang Gezinnen of bij het loket voor woonurgentie. Door situatiepunten toe te kennen worden de kansen van deze groepen op een sociale huurwoning vergroot.
De gemeenteraden van vijftien gemeenten die betrokken zijn bij de nieuwe woonruimteverdeling zijn in het voorjaar van 2021 akkoord gegaan en moeten dit beleid verwerken in hun huisvestingsverordening. Dat gebeurt in de tweede helft van 2021. Dit jaar starten ook de voorbereidingen voor het invoeren van het nieuwe systeem. Het nieuwe woonruimtesysteem voor sociale huurwoningen begint medio 2022. De effecten van de herziening woonruimteverdeling worden pas later zichtbaar voor woningzoekenden.
4.2 Verbeteren tijdelijke opvang- en woonmogelijkheden
Daarnaast is het cruciaal dat het Rijk reële en betaalbare doelen stelt voor het huisvesten van kwetsbare groepen. Statushouders, daklozen en mensen in onhoudbare woonsituaties zijn hier anders de dupe van. Deze keuzes moeten niet afgewenteld worden op gemeenten. De gemeente en corporaties kunnen namelijk in de huidige woningmarkt en vanwege de financiële en juridische kaderstelling van het Rijk niet alle kwetsbare groepen huisvesten. Hierdoor ontstaat een ongewenst verdringings- effect. Wij willen een integrale reële taakstelling met bijbehorende financiering. Dit is één van de belangrijke lobbypunten die de komende jaren op de agenda staat.
Actie 2.4: Tijdelijke woonlocaties door transformatie en nieuwbouw
We zijn ambitieus in het ontwikkelen van alle reguliere en onorthodoxe mogelijkheden om het aanbod van woonruimte te vergroten, zodat er een buffer ontstaat om de komende jaren op te kunnen vangen. Denk aan nieuwe tijdelijke woonlocaties voor kwetsbare groepen, statushouders en economisch daklozen, uitstroom bij de maatschappelijke opvang, al of niet in combinatie met huisvesting voor jongeren en studenten. Er zijn geen makkelijk te ontwikkelen locaties. Momenteel zijn er drie lijnen uitgezet om huisvesting los te trekken in de vorm van tijdelijke woningen of tijdelijke opvang:
1Locaties die in onderzoek of ontwikkeling zijn.
Het betreft nieuwe te ontwikkelen locaties die tijdelijk gebruikt kunnen worden als woning. Daarnaast worden locaties die al in portefeuille bij de gemeente of zorgaanbieders zijn gefinancierd met incidentele BZK-middelen.
2Huisvesting in hotels.
Op dit moment is er al sprake van opvang in hotels en dit neemt nog toe. Door middel van gerichte acties wordt er geprobeerd dit uit te breiden. Daarnaast wordt onderzocht of er ook mogelijkheden zijn voor wonen. Onderdeel hiervan is een marktuitvraag bij hotels voor het hele spectrum van onderdak: van opvang tot wonen. Zie ook de actie onder benutten van tijdelijke woonmogelijkheden.
3Gemeentelijke panden inzetten.
Op dit moment vindt ook een inventarisatie plaats binnen het gemeentelijke vastgoed om gemeentelijke panden in te zetten voor tijdelijke huisvesting. Bijvoorbeeld door middel van tijdelijke woonunits.
Actie 2.5: Benutten tijdelijke woon-/ opvangmogelijkheden
We zetten op verschillende manieren in op het vergroten van de tijdelijke woonmogelijkheden in Amsterdam en de regio.
•Tijdelijk huisvesten van economisch daklozen
in hotels gedurende coronacrisis
De leegstand van hotelkamers biedt in ieder geval voor de duur van de effecten van de coronacrisis de mogelijk- heid deze in te zetten voor de groeiende groep economisch daklozen. Veel mensen weten zelf al hun weg te vinden naar dit aanbod. Anderen worden na bemiddeling door WPI, een MaDi en De Regenboog Groep ondersteund bij deze matching. Inmiddels hebben circa 200 mensen op deze manier onderdak gevonden. We gaan in gesprek met geïnteresseerde hoteliers over uitbreiding, ook voor andere kwetsbare groepen binnen het PHKG. De beschikbaarheid van deze oplossing is echter beperkt tot de tijd van de crisis. Opvolging voor deze groep vraagt aandacht op het moment dat de hotelbranche weer aantrekt.
•Project ‘Tijdelijk Onder Dak’
Woningcorporaties, de Regenboog Groep en de gemeente werken sinds 2020, vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak, samen aan het project ‘Tijdelijk Onder Dak’. Het doel van dit project is om economisch daklozen aan een tijdelijke woning te helpen en ze zo een ‘adempauze’ te geven. De woningcorporaties verwachten jaarlijks circa 200 woningen beschikbaar te stellen, waarbij het gaat om woningen die op de nominatie staan voor renovatie of sloop. Op elke woning kunnen steeds twee mensen maximaal een jaar wonen. Gedurende deze periode moeten zij zelf blijven zoeken naar een meer structurele woonplek (ook buiten Amsterdam) en eventueel naar betaald werk. Daarbij krijgen ze begeleiding.
Nathalja is, na scheiding, al een tijd dakloos. Ze heeft in een periode van 16 maanden bij kennissen, in onderverhuur, in hotels en ook even in de winteropvang overnacht. Nathalja heeft verschillende gezondheidsproblemen en ontvangt een bijstandsuitkering. Vanwege de onrust die ze heeft door haar woonvraagstuk komt er niets terecht van de verkennende gesprekken met betrekking tot activering. Sinds november kan ze een woning huren via Tijdelijk Onderdak. Er komt veel op haar af maar ze geniet van haar eigen plek. Ze haalt veel energie uit de cursus ‘Werken aan je toekomst’. Ze is begonnen met een baan en haar gezondheidsklachten zijn veel minder. Elk weekend komt een vrijwilligster langs die met haar alle woningnetten en websites afstruint op zoek naar een vervolgplek en met wie ze praat over haar week.
•Project Onder de Pannen
‘Onder de Pannen’ is een project waarbij daklozen (die niet verslaafd zijn of psychiatrische aandoeningen hebben) tijdelijk onderdak krijgen bij mensen die een kamer beschikbaar hebben en bereid zijn een stadgenoot hulp te bieden. Degene die het onderdak ontvangt, betaalt hiervoor huur en een onkostenvergoeding. Het is tot dusver een goedlopend project. Zo waren er in 2019 al 55 succesvolle matches, en liep dit aantal in 2020 op tot 86 succesvolle matches. Daarbij was het uitstroompercentage naar eigen woonplekken 49%. Schaarste op de woningmarkt leidt echter tot terug- houdendheid bij woningdelen. Vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak streven we ernaar het project uit te breiden naar 150 matches in 2022. Hierbij kijken we ook naar extra plekken voor jongvolwassenen. Daarbij hebben we ook rekening gehouden met (extra) kwetsbare jongvolwassenen, zoals biculturele dakloze jongvolwassenen met een lhbtiq+ achtergrond en kwetsbare jongvolwassen vrouwen. Deze woonvorm is uitermate geschikt voor deze groep jongvolwassenen. We willen het project ook bij woning- eigenaren onder de aandacht brengen. Daarnaast wordt er in de regio onderzocht of en hoe Onder de Pannen kan worden ingezet.
•Uitbreiden van passantenpensions
De afgelopen 4 jaar is de capaciteit van passanten- pensions uitgebreid. Passantenpensions bieden opvang aan economisch daklozen, waar mensen maximaal een half jaar mogen verblijven. Tijdens dit half jaar kunnen zij in alle rust aan een oplossing voor hun problemen werken. Wij zien momenteel nog steeds een groeiende populatie en een lange wachtlijst voor deze opvang.Dit betekent dat economisch daklozen nog altijd (te) lang moeten wachten op een plek in een passanten- pension. Daarom zetten we vanuit het Landelijke Plan van Aanpak in op het uitbreiden van passantenpensions in de regio. Zo wordt er in Amstelveen momenteel gewerkt aan de inzet van passantenpensions, waarvoor tijdelijke middelen vanuit het Landelijk plan van Aanpak worden ingezet.
Speerpunt 3:Goede ondersteuning op maat
1Vanaf 2022 zijn er structureel 10 bedden beschikbaar voor nachtopvang.
2De instroom van mensen met een beter perspectief en/of binding elders wordt beperkt.
3Het is onwenselijk dat kapitaal vernietigd wordt op het moment dat er lange wachtlijsten ontstaan bij instroom vanuit voorliggende domeinen. Vooral voor de cliënt, maar ook voor de hulpverlening en de financiële middelen. Er wordt een proces ingericht waarbij onder- zocht wordt of en hoe bij aanmelding voor MO/BW vanuit een voorliggend domein (Jeugd, GGZ, Forensische en LVB-zorg) de wachttijd in 2025 kan worden beperkt tot maximaal drie maanden voor toeleiding naar passende onder- steuning op alle leefgebieden.
4De aanmelding voor MO/BW vanuit voorliggende domeinen is in 2025 met 20% afgebogen naar ambulante ondersteuning.
5Alle mensen die in aanmerking komen voor MO/BW kunnen vanaf 2025 binnen drie maanden na screening gebruikmaken van een integraal aanbod gericht op participatie.
6Met alle cliënten die in 2025 instromen vanuit een voorliggend domein starten we voorafgaand aan de instroom met een herstelondersteunend traject (zoals resourcegroepen methodiek).
7Geen uitval van jongvolwassenen in 2025 bij de overgang jeugdwet-Wmo.
8In 2025 ontvangen alle dak- en thuislozen zo snel mogelijk passende ondersteuning om verergering van hun problematiek te voorkomen.
9In 2025 hebben cliënten die instromen in MO/BW binnen één maand werk of zinvolle dagbesteding.
10In 2025 hebben alle cliënten die uitstromen uit MO/BW werk of zinvolle dagbesteding.
11Alle mensen die zich melden met dakloosheid problematiek krijgen een maatwerk aangeboden op het gebied van inkomen, werk en schuldhulpverlening.
12In alle gezinsopvang voorzieningen is een eenduidige basis aan opvoed- en opgroeihulp en ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen georganiseerd.
Op het moment dat een Amsterdammer zich meldt, wordt er samen met de betrokkene naar opvang of onderdak gezocht. Daarnaast start ook de ondersteuning op andere leefgebieden. Vanaf het allereerste moment wordt er gestart met ondersteuning met de focus op herstel, uiteraard passend bij het perspectief van de Amsterdammer. Ook is het belangrijk dat er zo snel mogelijk op een goede manier met de betrokkene wordt gesproken over de problematiek die speelt én wat er nodig is om weer deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Dit is de basis voor een goede probleem- analyse, waarna een ondersteuningstraject op maat sneller kan beginnen.
Op dit moment staan mensen anderhalf à twee jaar op de wachtlijst voor een MO/BW-traject. Dit is onacceptabel lang. Met verschillende acties proberen we de instroom te beperken. Zo passen we een strengere selectie toe bij de toegang tot de MO/BW-keten, waardoor mensen toegang krijgen die dat het hardst nodig hebben. Maar we zetten ook in op maatwerk van interventies op het gebied van werk, wonen, inkomen en schulden voor het ombuigen van (dreigende) dakloosheid naar bijvoorbeeld eigen woonoplossingen met inkomensondersteuning.
Actie 3.1: Strengere selectie bij toegang MO/BW-keten
We gaan meer mensen met een beter perspectief op maatschappelijk herstel en binding elders, naar de gemeente leiden waar zij daadwerkelijk meer kans hebben op herstel. Dit doen we met behulp van een bindingsfunctionaris. Mensen die zich melden voor opvang hebben namelijk in sommige gevallen meer kans een bestaan op te bouwen in andere regio’s dan Amsterdam-Amstelland. Na melding wordt gekeken naar onder andere het woonverleden, sociaal netwerk en hulpverleningskader in de stad om te beoordelen of deze persoon hier of elders het meeste kans maakt op een succesvol traject en doorstroming naar huisvesting. Eventueel wordt na een korte periode in de nachtopvang, de persoon overdragen naar de regio waar de persoon in kwestie beter geholpen kan worden. Deze overdracht zal vanuit de gemeente begeleidt worden.
Daarnaast testen we vanaf 2021 de aanpak ‘Wonen buiten Amsterdam’. Deze aanpak richt zich op Amsterdamse gezinnen en alleenstaanden die dakloos zijn of dreigen te worden, die gemotiveerd zijn om zelfstandig buiten Amsterdam te gaan wonen omdat ze daar meer perspectief hebben. Wij ondersteunen de zoektocht met tips, baanadviezen, zoekhulp en het ‘meeverhuizen’ van enkele voorzieningen, zoals bijzondere bijstand en SHV-trajecten. We verwachten dat onze aanpak de kansen vergroot op het vinden van woonruimte en indien gewenst een betaalde baan buiten Amsterdam.
Actie 3.2: Nachtopvang en noodopvang gezinnen
De nachtopvang is een noodzakelijke eerste kortdurende landingsplek van rust. Tevens is het een startpunt op weg naar maatschappelijk herstel. Een te grote instroom en te trage uitstroom ondermijnen deze functie. Hierdoor komt het voor dat mensen alsnog op straat blijven, terwijl zij nachtopvang nodig hebben. In januari 2021 is een motie aangenomen en uitgevoerd die voorkomt dat daklozen op straat worden beboet voor het buiten slapen.
Door vroegtijdige interventies vanuit de buurtteams wordt verwacht dat de instroom in de nacht- en noodopvang wordt beperkt. Wanneer het om noodopvang gezinnen gaat zal er ook een strengere selectie worden gehanteerd op vier jaar rechtmatig verblijf in Nederland. Daarnaast zal er aan de voorkant van de opvang beter gekeken worden naar binding van de vrager. Dit is in lijn met de nieuwe huisvestingsverordening en in lijn met het convenant landelijke toegankelijkheid, bij een mogelijke toelating tot maatwerkvoorzieningen in de Wmo.
Wanneer iemand terecht komt in de nachtopvang of noodopvang gezinnen wordt er gelijk met de betrokkenen actief ingezet op maatschappelijk herstel op alle bestaans- zekerheden. Om dit te realiseren moeten professionals hier voor worden ingeschakeld, waar sturing op zal plaatsvinden.
Met deze verschillende interventies worden er tien lege plekken gerealiseerd zodat er altijd capaciteit beschikbaar is. Naast deze plekken is het ook altijd mogelijk om mensen die in acute precaire situaties belanden op te nemen. De GGD heeft regie over deze crisisplekken.
Actie 3.3: Resourcegroepen-methodiek
Het is belangrijk om in een vroeg stadium het eigen netwerk te betrekken bij de triage en samen met een regieondersteuner een resourcegroep samen te stellen. Dit leidt in de praktijk tot meer maatwerk en zelfregie. Bovendien verbetert dit de samenwerking tussen formele en informele ondersteuning. In de Amsterdamse pilots leidde dit in 80% van de cases tot een actiever sociaal netwerk. De professionals in de pilots verwachten op termijn ook een afname van professionele inzet. In een pilot bij de Centrale Toegang leidde de resource- methodiek bij 20% van de cases tot een eigen woonoplossing, waarmee instroom in de keten kon worden voorkomen. De methodiek vraagt een forse tijdsinvestering bij de voorbereiding (opleiden van regie- ondersteuners) en aanvang van het traject (gemiddeld 15 uur per casus). Toch lijkt het op den duur zowel qua uitkomsten als kosten succesvol te zijn. Uitvoerende partijen bepalen normaal gesproken zelf binnen hun eigen budgetten welke methodiek wanneer wordt ingezet. Maar gezien de resultaten en de kosten van de resource- methodiek willen we, vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak, de inzet hiervan bevorderen. De methodiek kan ook in ‘light vorm’ worden ingezet bij enkelvoudige interventies onder vroegsignalering en vroeginterventie.
Actie 3.4: Aanbod voor economisch daklozen
De MO/BW-keten ontwikkelde de afgelopen jaren specialistische kennis over GGZ, verslaving en sociale problematiek. Deze specialistische kennis was echter niet toegankelijk voor economisch daklozen, omdat zij niet in aanmerking komen voor MO/BW. Daarnaast was er specifieke kennis op het gebied van dakloosheid bij de Regenboog Groep, zoals: hoe kom je aan een nieuw huis en wat moet je daarvoor regelen? Na de uitvoering van de pilot ‘Huizen van de Wijk’, waarbij kennis op het gebied van dakloosheid ingezet werd bij deze doelgroep door de Regenboog Groep, bleek dat de doelgroep wel degelijk baat had bij bepaalde ondersteuning. Daarom wordt specifieke kennis op het gebied van dakloosheid de komende jaren wel toegankelijk binnen de wijk in Amsterdam en de regiogemeenten, met behulp van Buurtteams Amsterdam. Het beschikbaar stellen van deze kennis vergroot de mogelijkheden voor passende ondersteuning.
Na opname in een kliniek wilde Simon graag op zichzelf wonen. Dit kon alleen met financiële ondersteuning van zijn ouders die liever zagen dat Simon begeleid ging wonen. De regie- ondersteuner is het gesprek in de steungroep aangegaan en kon als ervaringsdeskundige de nodige ervaring mee brengen. Hierdoor begrepen de ouders waarom zelfstandig wonen een betere keuze zou zijn. Ze hebben samen een zelfstandige woning gevonden. Simon: “Door juist de steungroep is mijn moeder meegegaan in het idee dat ik hier kon wonen. Dit is nu mijn huis. Anders was ik dakloos geworden”.
Actie 3.5:Herstel ondersteunende begeleiding start niet pas in de Wmo
De overgang van cliënten die al ondersteuning krijgen vanuit voorliggende domeinen (zoals GGZ, jeugdhulp, forensische zorg, licht verstandelijke beperking of detentie) naar de MO/BW-keten wordt verbeterd. Dit gebeurt met name door eerder in het traject te werken aan herstel door middel van herstelondersteunende begeleiding. Concreet betekent dit dat tijdens de voorbereiding de resourcegroep methodiek wordt toegepast op een eigen plek in de wijk. Of in het geval van de Jeugdzorg met JIM en de Big Five wordt gewerkt. Professionals vanuit het gemeentelijke sociaal domein sluiten hier tijdig bij aan, zodat de overgang tussen bijvoorbeeld een GGZ- opname en ambulant begeleid wonen soepel verloopt. Door het vroegtijdig opzetten van een resourcegroep verwachten we twee uitkomsten. Enerzijds verwachten we dat meer mensen vanuit de voorliggende domeinen instromen in ambulante vormen van MO/BW, anderzijds kan het zelfs zijn dat dit niet meer nodig is wanneer ondersteuning vanuit de buurtteams voldoende is.
Actie 3.6:Wachtlijstbegeleiding
Wanneer cliënten in aanmerking komen voor een MO/BW-traject wordt er direct begeleiding ingezet. Hiermee voorkomen we een passieve wachtlijst met de kans dat cliënten verslechteren. Daarnaast kan de cliënt met ondersteuning direct aan zijn of haar hersteldoelen werken. Daarom start vanuit de tijdelijke middelen van het Landelijke Plan van Aanpak op 1 januari 2021 een project met als doel de toegang tot MOBW-trajecten te vernieuwen. Naast begeleiding in de zoektocht naar een woning worden hier ook nog andere ondersteunings- vormen breder ingezet. Cliënten worden vanuit een visie van herstelondersteuning geholpen bij het nemen van regie en het zoeken naar mogelijkheden in hun eigen netwerk. Aan de hand van ervaringen van dit project bouwen we voort. Dit gebeurt na het opstarten van Buurtteams Amsterdam, waarbij Amsterdam Extra – het samenwerkingsverband van MO/BW-aanbieders dat ambulante ondersteuning biedt – deze wachtlijstonder- steuning verder vormgeeft.
Actie 3.7:Toeleiding naar werk en onderwijs voor jongvolwassenen
De jongerenpunten werken momenteel aan de aanpak ‘Meer Kans Op Werk Jongeren’ (MKOWJ). Het doel hiervan is om jongeren naar passend werk en/of school te begeleiden, door flexibeler in te spelen op hun begeleidingsbehoeften. De jongerenpunten richten zich op verschillende doelgroepen jongeren, waaronder dak- en thuisloze jongeren. Hierbij ligt de focus primair op het wegnemen van belemmeringen, zoals schulden of psychische problemen. Hierdoor kunnen zij bemiddeld worden in de zoektocht naar werk, school of in sommige gevallen dagbesteding. Samenwerkingen met netwerk- partners en interventies op maat maken dit mogelijk.
Actie 3.8: Schuldhulpverlening aan economisch daklozen
Financiële Dienstverlening en Budgetbeheer (FiBu) ondersteunt kwetsbare Amsterdammers met een bijstands- uitkering in het omgaan met geld. Op die manier zorgen ze ervoor dat mensen niet opnieuw in de problemen en schulden komen. Dat gebeurt onder andere door de vaste lasten te betalen en geld te reserveren voor te verwachten kosten en schuldhulpverlening. Vanaf 2021 wordt deze dienstverlening, van de tijdelijke middelen van het Herstelplan ‘Samen uit de Crisis’, ook aangeboden aan economisch daklozen. Zij hebben met name advies en ondersteuning nodig om zelfstandig weer financieel stabiel te worden. We zorgen dat ons aanbod en de dienstverlening tussen gemeente en onze subsidie- partners (de MaDi’s) beter op elkaar aansluiten. Door een sluitende aanpak omtrent schuldhulpverlening te realiseren hoeft geen enkele burger met schulden tussen wal en schip te belanden.
Binnen het traject Briefadressen zijn naar schatting 1.420 economisch daklozen in beeld. Dit zijn Amsterdammers die naast een bijstandsuitkering van WPI ook een briefadres van WPI hebben gekregen. Vermoed wordt dat er bij ongeveer 600 cliënten sprake is van financiële problemen en/of schulden. Dit wordt aankomend jaar aangepakt. Momenteel worden er gemiddeld 100 cliënten per jaar begeleid door dedicated klantmanagers schuld- hulpverlening en een schuldhulpverlener. In 2021 krijgen alle 600 cliënten met financiële problemen en/of schulden een aanbod voor schuldhulpverlening. Gezamenlijk monitoren de dedicated klant manager en de schuld- hulpverlener de cliënt om hen te helpen met het oplossen van schulden en uitval van de interventies te voorkomen.
Actie 3.9:Pilot Maatwerk dak- en thuislozen uitkering
Met de pilot ‘Maatwerk dak- en thuislozenuitkering’ onderzoekt Wpi komend half jaar wat de gevolgen zijn voor economisch daklozen met het op maat aanbieden van een hogere uitkering, begeleiding of opvang. Deze pilot is aangepast naar aanleiding van een motie die 1 juni 2020 is ingediend om deze pilot uit te breiden. Hierin brengt Onderzoek Informatie en Statistiek in beeld waar bepaalde economisch daklozen het meest mee geholpen zijn. In eerder onderzoek (Muzus) gaven economisch daklozen aan dat extra geld welkom is, maar dat dit hun problemen niet structureel oplost.
Actie 3.10: Eigen regie over budget krijgen
Deelnemers aan de FiBu kunnen begeleiding krijgen waarbij ze leren weer zelf de regie te krijgen over hun budget. Dit gaat via het Krefia-portaal, waardoor cliënten zelf hun spaargeld kunnen opnemen. Ook wordt zaak- waarneming als instrument verkend, wat betekent dat alle post voor bepaalde FiBu cliënten rechtstreeks bij FiBu binnenkomt. De komende jaren valt nog meer winst te behalen op het gebied van digitalisering van de dienstverlening.
Actie 3.11: Inzetten op snellere doorstroom en gefaseerde afbouw
Aangezien de meeste cliënten die langdurige aanspraak maken op beschermd wonen tegenwoordig onder de Wlz financiering vallen, kan de ambulantisering binnen het segment van de Wmo worden geïntensiveerd. Vanaf 2022 wordt zowel voor Begeleid Thuis1 als voor Beschermd Verblijf (MO/BW) een realisatieafspraak van de cliënt- populatie vastgelegd. Hierbij zullen ook afspraken worden gemaakt omtrent uitstroompercentages.
Deze realisatieafspraak en uitstroompercentages zijn onderdeel van het contract en hier zal vanuit contract- management op worden gestuurd. Daarnaast worden beschikkingen in principe voor maximaal een jaar afgegeven, met daarbij de mogelijkheid om uitzonderingen te maken. Het uitgangspunt bij afgifte is in principe kortdurend en niet onbeperkt te verlengen, waarbij er altijd gekeken zal worden naar dat wat past bij de onder- steuningsbehoefte van de client. Uitzonderingen worden gewogen in de Centrale Toegang. Deze werkwijze heeft binnen Beschermd Wonen voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking al tot een hogere doorstroom geleid dan bij regulier Beschermd Wonen met indicaties met lange looptijden. Voor de inhoudelijke realisatie van deze focus op maatschappelijk herstel binnen Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf worden sturing op de uitvoering en toerusten van professionals verder ontwikkeld.
Actie 3.12:Zelfregie versterken middels ondersteuningsplan
Het ondersteuningsplan, dat al langer gemeengoed is binnen MO/BW, wordt samen met de cliënt opgesteld. Ook de ondersteuning vanuit de buurtteams wordt middels het ondersteuningsplan in samenspraak met de cliënt opgesteld. Bij het opstellen van dit ondersteunings- plan is het centraal stellen van de cliënt belangrijk voor het aansluiten bij de leefwereld van de cliënt en het ervaren en versterken van zelfregie. De cliënt is mede- verantwoordelijk voor de realisatie van het onder- steuningsplan. Eigen inzet aan maatschappelijk herstel wordt hierin dan ook vastgelegd. Door de cliënt meer eigenaarschap te geven, verwachten we dat de cliënt op een duurzame wijze kan uitstromen, waardoor de kans op terugval in dakloosheid verkleint.
1In de loop van 2022 worden de nieuwe producten Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf geïntroduceerd. Deze vervangen de huidige MO/BW-producten. Begeleid Thuis richt zich op ondersteuning van de eigen woning of op een nog te verkrijgen woonplek. Beschermd Verblijf richt zich op verblijf en ondersteuning in een 24-uursvoorziening.
Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel
Resultaten die we willen behalen:
1In 2025 zijn de heraanmeldingen na uitstroom uit de MO/BW-keten nihil.
2Alle daklozen die zich vrijwillig aanmelden worden begeleid naar financiële zelfredzaamheid. Daarbij kunnen diverse trajecten worden ingezet, waaronder financieel budgetbeheer (FiBu).
3Daklozen die financieel zelfredzaam zijn krijgen trajecten naar werk aangeboden.
Inzetten op duurzame uitstroom
Het bepalen van het moment waarop iemand de stap uit de schuldhulp maakt, of wanneer een ex-dakloze klaar is om vanuit de opvang door te stromen naar een nieuwe woonplek is maatwerk. Zowel te vroeg als te laat afschalen vormt een risico op terugval. Daarbij speelt ook het tekort aan betaalbare woningen in de regio Amsterdam. Hierdoor kan iemand niet altijd uitstromen op het moment dat hij of zij daar zelf wel klaar voor is. Hiervoor zijn voldoende betaalbare woonmogelijkheden voorwaardelijk. Een ex-dakloze die verhuist naar een nieuwe woonplek of iemand die net uit de schuldhulp komt, is vaak nog steeds kwetsbaar. Daarom is het belangrijk dat ook in deze fase samen met de betrokkenen de borging van het maatschappelijk herstel goed wordt georganiseerd om zo nieuwe bestaansonzekerheden te voorkomen.
Actie 4.1: Inzetten op brede ondersteuning richting maatschappelijk herstel
Het is belangrijk dat de Amsterdammer tijdens zijn gehele traject – zeker wanneer veranderingen plaatsvinden en bestaansonzekerheden mogelijk risicovol worden – toegang blijft houden tot het brede aanbod van (vroeg) interventies, zoals omschreven bij eerdere speerpunten. Dit kan bijvoorbeeld zijn: ondersteuning gericht op toeleiding naar werk en schuldhulpverlening (pagina 25) of ondersteuning op gebied van zorg vanuit de buurtteams (pagina 15).
Binnen het PHKG zijn de 10 werkafspraken ‘Thuis in de Wijk’ ontwikkeld, met als doel kwetsbare groepen zelfstandig te kunnen huisvesten. Uit ervaring blijkt dat deze werkafspraken een verbindende rol spelen tussen corporaties, cliënten, zorgaanbieders en de omgeving. In 2020 zijn deze werkafspraken herzien, waarbij onder andere de Nieuwe Kansregeling is toegevoegd. Hierbij wordt in samenwerking met de verhuurder gekeken of er naar aanleiding van overlast een nieuwe kans mogelijk is. Ook zijn er afspraken over woningruil toegevoegd. Dit houdt in dat als een woning niet passend blijkt, er zo snel mogelijk wordt geruild met een andere woning. De combinatie van de op maat gemaakte werk- afspraken (in samenwerking met de Amsterdammer), een operationele resourcegroep en terugvalafspraken bieden een stabiele basis en borging voor verder maatschappelijk herstel. Aanbieders in de keten (Buurtteams Amsterdam, Ambulante Ondersteuning, MO/BW-aanbieders) verankeren deze werkwijze in de uitvoering. De Amsterdammer heeft via de buurtteams ook toegang tot ondersteuning op het gebied van werk, inkomen en schulden en kan voor onafhankelijke cliënt- ondersteuning onder andere bij het daklozenkantoor terecht waar de Straatalliantie deze ondersteuning biedt.
De tien werkafspraken
1Afgestemd aanbod van wonen en zorg
2Zorgbegeleiding op maat
3Passend wonen met intermediaire verhuur
4Wonen en goed huurderschap
5Vroegsignalering en preventie
6Voorkomen van en omgaan met overlast
7Ondersteuning bij financieel beheer
8Omklappen naar ‘contract op eigen naam’
9Zorg en ondersteuning na omklap
10Respect voor privacy cliënt
Naast het beschikbaar houden van het aanbod worden bij en het liefst vóór uitstroom naar zelfstandige huisvesting duidelijke afspraken gemaakt met de Amsterdammer. Deze afspraken gaan over welke stappen de cliënt zelf moet zetten voor verder maatschappelijk herstel en welke ondersteuning of scholing daarbij helpt. Herstelondersteunende begeleiding helpt hen om weer écht mee te kunnen doen, maar ook om een negatief zelfstigma te voorkomen. Ook komt de focus meer te liggen op werk of zinvolle dagbesteding. Wanneer iemand geen werk of zinvolle dagbesteding heeft, is de kans namelijk groot dat iemand terugvalt in oude gewoontes. Denk specifiek bij jongvolwassenen aan (vak)onderwijs. Werk of zinvolle dagbesteding zijn niet alleen stimulerend, maar helpen ook bij het opbouwen van een nieuw sociaal netwerk. Sociaal isolement vormt immers een belangrijke risicofactor wanneer je de stap maakt (opnieuw) zelfstandig te gaan wonen. Aandacht voor de ontwikkeling van een sociaal netwerk en een sociale agenda helpen hierbij. Het opbouwen of versterken van een (nieuw) sociaal netwerk kan namelijk ook belangrijk zijn bij het weerhouden van een oud negatief (crimineel) netwerk. Voor mensen met psychische kwetsbaarheden is duurzaam herstel afhankelijk van de capaciteit van ambulante GGZ. Die verantwoordelijkheid vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) gaat samen met de afbouw van klinische capaciteit die wordt gerealiseerd.
Actie 4.2:Begeleiding bij financiële zelfredzaamheid en werk
Uiteindelijk is werk en een (financieel) stabiele toekomst natuurlijk het doel. Maar voor veel dak- en thuislozen is dit nog een stap te ver. Daarom biedt WPI trajecten financiële zelfredzaamheid (waaronder financieel budget- beheer, oftewel FiBu) aan. Deze trajecten zorgen voor stabilisering van de leefsituatie van de cliënt en helpen weer financieel zelfredzaam te worden. Belangrijkste stappen in de weg naar werk zijn onder andere het activeren van de cliënt, maar ook het wegnemen van obstakels die de weg naar werk bemoeilijken. Zodra een cliënt in staat is om zich te richten op het vinden van werk, wordt hij/zij overgedragen naar trajecten gericht op woon-werkbegeleiding door jobcoaches.
Begeleiding richting werk is de meest duurzame oplossing. Met een eigen inkomen kan iemand weer op eigen benen staan en een toekomst opbouwen. Ook is de kans op terugval naar oude problemen dan minder groot.
Frans: “Ik was dertien toen ik het huis uitgezet werd. Ik heb een hele lange tijd buiten geleefd: 38 jaar. Veel meegemaakt. Op het laatst was het zo erg dat ik 50 kilo woog. Ik was verslaafd aan heroïne en cocaïne. Daarna zat ik in begeleid wonen, met 13 mensen in een huis met interne begeleiding.” Hiermee had Frans onderdak maar veranderde er nog weinig aan zijn leefstijl. Toen twee begeleiders van Housing First over zelfstandig wonen kwamen praten, leek hem dat eerst niet haalbaar: “je gelooft het niet meer”. Toch kreeg hij na een paar maanden de sleutel van zijn woning. “Ik heb de woning drie keer bijna teruggegeven. Ik kon het niet aan, had nog geen sociaal netwerk, geen dag- besteding. Hier mag ik fouten maken, leren.’’ De eerste twee jaar maakte hij terugvallen mee, maar inmiddels is hij drie jaar verder. Frans weegt 86 kilo, is clean en trots op zijn part-time job bij een bierbrouwerij.
Actie 4.3: “Housing first, work second”
Waar mogelijk worden cliënten begeleid naar werk. Want werk, een eigen inkomen en een zinvolle dag- besteding leiden tot zelfstandigheid en voorkomt terugval. WPI heeft een breed scala aan re-integratie- trajecten. Ook voor de doelgroep (dreigend) dak- en thuislozen. Een cruciale voorwaarde voor het behouden van werk is het hebben van een (zelfstandige) woonplek. Vandaar dat in Amsterdam ‘Housing First’ als uitgangs- punt wordt gehanteerd. Maar na het vinden van een woonplek is het belangrijk vroegtijdig in te zetten op het vinden en behouden van een (betaalde) baan. Oftewel: ‘work second’. Het hebben van werk biedt meer kans op een (hoger) inkomen, invulling en structuur aan de dag. Daarnaast zorgt het voor sociale contacten. Kortom: werk verhoogt de kans op succes- volle uitstroom en maatschappelijk herstel.
Vanuit WPI is een breed aanbod voor re-integratie beschikbaar. Daarnaast is er veel begeleiding mogelijk om uit te stromen naar werk, ook als daar (duurzaam) extra steun bij nodig is. Dit kan met inzet van de instrumenten van de Participatiewet zoals jobcoaching, werken naar loonwaarde en beschut werk. Op dit moment begeleidt Werk en Re-integratie jaarlijks 250 Amsterdammers uit de doelgroep ex-dak- en thuislozen. Daarvan zetten er normaal gesproken jaarlijks rond de 100 kandidaten de stap naar betaald werk. Aankomende jaren willen we, als het wonen is geregeld, direct aansluitend de invulling van de dag regelen. Dit kan via re-integratie naar werk, via het nieuwe WMO-product MeeDoen Werkt of door middel van dagbesteding.
Actie 4.4: Respijtvoorzieningen
Op dit moment zijn er twee respijtvoorzieningen in de stad. Daarnaast is er in 2020 een pilot gestart, genaamd Het Lichthuis. Respijtvoorzieningen zijn kleine voorzieningen in de wijk waar cliënten tijdelijk aanwezig kunnen zijn, wanneer dit in de eigen woning even niet lukt. Het doel is om de druk voor de cliënt te verlichten en rust te creëren, zodat terugkeer naar de eigen woning mogelijk is. Er wordt gekeken of uitbreiding mogelijk is.
Actie 4.5: Wooncirkels en andere tussenvormen
De stap van een intramurale voorziening naar een eigen woonplek kan groot zijn. Daarom kan het voor de betrokken inwoner, maar ook voor zijn naasten, de professional, de nieuwe buren en de verhuurder helpen als de verkregen woning op gepaste afstand van een inloopvoorziening is. Zo zijn er altijd bekende peers en professionals nabij, voor zomaar een praatje of een uitgestoken hand als de herstart op de woonplek even tegenzit. Dit concept van de Wooncirkel met inloopplek en 24-uurs nabijheid van professionals als steun voor omwonenden met ambulante ondersteuning, maakt uitstroom en maatschappelijk herstel voor meer mensen mogelijk. Op verschillende plekken in de stad wordt dit concept rondom bestaande infrastructuur uitgewerkt, in samenwerking tussen corporaties en aanbieders. Ook andere vormen van gemengd en gespikkeld wonen of zelfbeheerconstructies kunnen naast wooncirkels worden ontwikkeld. In gebieden met te ontwikkelen nieuwbouw kunnen dergelijke concepten al vanaf de tekentafel worden ondersteund.
Financiën
Het beleidsprogramma en de bijbehorende maatregelen worden gefinancierd vanuit de reguliere budgetten van de directies OJZ, WPI en Wonen en daarmee grotendeels gedekt vanuit de begroting. Naast de reguliere budgetten zijn er extra middelen beschikbaar gesteld vanuit het Rijk met het Landelijke Plan van Aanpak en de middelen behorende bij het Herstelplan ‘Uit de crisis’. Het gaat wat betreft de maatregelen vanuit het Landelijke Plan van Aanpak om een bedrag van €11.252.000 euro. Als de middelen niet structureel gemaakt worden betekent dit dat deze maatregelen na 2021 of 2022 afgebouwd worden. Dit heeft dus gevolgen voor de ambitie van dit beleidsprogramma.
Voor de directie Onderwijs Jeugd en Zorg, afdeling Zorg, is het budget voor Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen geoormerkt en is duidelijk wat het beschikbare budget is en welke maatregelen daarmee worden gefinancierd. Voor de directies Wonen en WPI worden maatregelen meestal voor een grotere groep Amsterdammers ingezet waar dak- en thuislozen een onderdeel van uitmaken. Daarmee is het niet goed weer te geven wat het totale budget is behorende bij dit beleidsprogramma. Hieronder is een overzicht van de incidentele middelen per speerpunt.
In de rechterkolom van deze pagina is een overzicht opgenomen van de incidentele middelen per speerpunt.
Speerpunt 1: Vroegsignalering en vroeginterventie
•€590.000 voor 2021 gedekt vanuit het Herstelplan ‘Uit de crisis’ voor de maatregel ‘Vroeginterventie: maatwerk als regel om dakloosheid te voorkomen’. Dit komt na 2021 te vervallen.
•Vooralsnog heeft dit geen consequenties voor de beoogde doelstellingen.
Speerpunt 2: Vergroten aanbod woonoplossingen
•€640.000 incidenteel gedekt voor 2022, jaren 2023 en verder is nog niet gedekt.
-De uitwerking en dekking voor deze extra middelen worden meegenomen in de uitwerking van de begroting 2022.
Speerpunt 3: Goede ondersteuning op maat
•€11.252.000 incidenteel tot en met 2022 gedekt vanuit het Landelijke Plan van Aanpak.
-Consequenties bij het niet structureel maken van deze middelen vanuit het Rijk betekent dat de volgende maatregelen eind 2021 vervallen: uitbreiding passanten pensions, wachtlijstbegeleiding en de resourcegroepen. Het project Onder de Pannen vervalt vanaf 2023 bij het niet structureel maken van de middelen.
•€1.069.000 incidenteel gedekt voor 2021 uit het Herstelplan ‘Uit de crisis’. De maatregel ‘Schuld- hulpverlening aan economisch daklozen’ komt na 2021 te vervallen.
Speerpunt 4: Duurzaam maatschappelijk herstel
•Hier worden geen incidentele middelen ingezet.
Doordecentralisatie Beschermd Wonen Vanaf 1 januari 2023 zullen volgens het nieuwe objectieve verdeelmodel de middelen voor Beschermd Wonen van de centrumgemeenten overgeheveld worden naar de individuele gemeenten. De fasering van de doordecentralisatie is 10 jaar. Besluitvorming over de besteding van deze middelen en governance wordt in het regioplan vastgelegd.
Monitoren en sturen
Doel van monitoring
Het beleidsprogramma zal integraal gemonitord worden. Dit is nodig om verschillende redenen: vanwege de groei van de daklozenpopulatie, de beschreven ontwikkelingen van het aanbod en de doelgroep, de mogelijke verandering van type problematiek door onder andere de coronapandemie én de betrokkenheid van verschillende gemeentelijke directies bij dit beleidsprogramma. De noodzaak hiervan wordt verder onderstreept door de ontwikkelingen in het veld. Met onder andere een nieuw sociaal stelsel vanwege Buurtteams Amsterdam, de openstelling van de WlZ, de beweging naar een sterkere sociale basis en inzet op verdere ambulantisering van onder andere de GGZ. Hierbij vormen de cliëntervaring en ontwikkeling van de doelgroep de kern, waardoor cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen een centrale rol gaan spelen bij deze monitor. Zowel in de ontwikkeling van de monitor als in de uitvoering daarvan. Daarnaast wordt, net als dit beleidskader, de monitor integraal uitgevoerd door de Amsterdamse gemeentelijke directies Zorg, WPI, Wonen, de GGD, de stadsdelen, vertegenwoordiging van regiogemeentes, zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging en het bredere veld. Bovendien wordt er met deze directies een stuurgroep gevormd om integraal te sturen op de voortgang van, en in te spelen op de uitkomsten van, de monitor. Daarom starten we de werkgroep Monitoring Beleidsprogramma, samen met vertegenwoordigers van de diverse partners. Deze werkgroep vormt een centraal punt dat enerzijds over de ontwikkelingen rondom Dakloosheid en het Beleidsprogramma in Amsterdam rapporteert en anderzijds ook zorgt voor doorontwikkeling van de monitor zelf. Zo worden de vertegenwoordigers van de verschillende partijen vroegtijdig betrokken bij de (door)ontwikkeling van de monitor, kunnen ze invloeden uit de praktijk doorvertalen naar aanpassingen van de monitor én vormen ze het aanspreekpunt voor verdiepende onderzoeken. Vragen die tot verdiepende onderzoeken kunnen leiden, kunnen vanuit de gemeenten, zorgaanbieders, belangenbehartigers, de werkgroep zelf of andere partijen komen.
Door te kiezen voor deze constructie met een werkgroep kan de monitor doorlopend worden doorontwikkeld. Ook kan de monitorkwaliteit worden verhoogd en kan er beter en centraler data-gestuurd worden gewerkt. Tot slot kan er ook sneller worden ingespeeld op de actualiteit. Door GGD Amsterdam de werkgroep Monitoring Beleidsprogramma te laten leiden, worden uitkomsten geduid en kunnen vragen gelijk worden omgezet naar onderzoeken in samenwerking met de partners van de werkgroep. De betrokken gemeentelijke directies zullen daarbij de personele inzet beschikbaar stellen en zorg dragen voor het aanleveren van de benodigde en beschikbare data.
Werkgroep Monitoring Beleidsprogramma
GGD Amsterdam stelt een werkgroep samen en wordt de trekker van deze monitor. Deze werkgroep zal tenminste bestaan uit onderzoekers van de GGD, beleidsmedewerkers en data-deskundigen van diverse gemeentelijke directies (Zorg, Wonen, WPI, regiogemeenten en de stadsdelen), vertegenwoordigers van ervarings- deskundigen en onafhankelijke cliëntondersteuning en vertegenwoordigers van (zorg)aanbieders. De werkgroep zal zorg dragen voor de voortgangs- rapportage en input geven voor de doorontwikkeling. De frequentie van de werkgroep wordt bij de start vastgesteld en bevindingen zullen tenminste jaarlijks worden opgeleverd in een voortgangsrapportage.
Integrale Monitoring Beleidsprogramma
De werkgroep zal de eerste zes maanden gebruiken om de indicatoren van de monitor vast te stellen en een nulmeting uit te voeren. Naast de vaststelling van de indicatoren die de voortgang van de maatregelen in kaart brengen, zal deze groep ook de indicatoren bepalen die meerjarig de ontwikkeling van de doelgroep en het effect van het beleidsprogramma kunnen aantonen. Tot slot wordt bepaald welke aanvullende verdiepende cijfers van de gemeentelijke directies nodig zijn om bevindingen in de context te plaatsen en een overzicht te maken van lopende monitors, onderzoeken en rapportages die benut kunnen worden.
Om deze integrale en brede monitor op een heldere wijze te organiseren, deelt de werkgroep de monitor op in drie taken:
•Actieve kwantitatieve monitoring, waarbij de werk- groep actief cijfers verzamelt over de verschillende maatregelen, ketens en doelgroep.
•Actieve kwalitatieve monitoring, waarbij de werkgroep actief kwalitatief onderzoek doet naar de cliënt-ervaring.
•Passieve dataverzameling, waarbij de werkgroep in de gaten houdt welke data vanuit Amsterdamse,
G4- of landelijke bronnen (monitors, onderzoeken, rapportages) beschikbaar is en daar gebruik van maakt in de rapportage.
De actieve kwantitatieve monitoring bestaat uit een basisset van cijfermatige prestatie indicatoren voor Beleidsprogramma-maatregelen. Op die manier kan de voortgang van deze maatregelen in kaart worden gebracht. Deze cijfers worden aangevuld met verdiepende cijfers van de betrokken directies, zoals cijfers over:
•de in-, door- en uitstroom van de MO/BW-, MOJ- en MOG-ketens;
•het aantal buitenslapers in Amsterdam;
•de kortdurende (nood)opvang;
•de Centrale Toegang;
•veldwerk;
•overgang jeugdwet-WMO;
•uitschrijvingen GBA jongvolwassenen;
•kostendelersnorm;
•schuldhulpverlening;
•briefadressen;
•bijstand;
•meldpunt zorg en woonoverlast;
•huisuitzettingen.
Aanvullend worden per speerpunt indicatoren bepaald die het effect van het beleidsprogramma en de ontwikkeling van de doelgroep kwantificeren. De verwachting is dat deze set doorontwikkeld en aangevuld zal worden. De actieve kwalitatieve monitoring bestaat uit eeneigen onderzoek om cliëntervaring inzichtelijk te maken. Ervaringsdeskundigen vullen hierbij de sleutelrol in, bij zowel de ontwikkeling als de uitvoering van dit onderzoek én het ontwikkelen van de benodigde kennis- infrastructuur rondom ervaringsonderzoek. Binnen dit onderzoek – dat jaarlijks uitgevoerd wordt – is er speciale aandacht voor de ontwikkelingen van Buurtteams Amsterdam, de ervaring van economisch daklozen, jongvolwassenen, gezinnen met kinderen en de ervaring van hulpverleners. Ook worden er verschillende onder- werpen in kaart gebracht om te kunnen onderzoeken of de Amsterdammer adequaat en naar behoefte geholpen wordt om dakloosheid te voorkomen en duurzaam op te lossen’. Belangrijke thema’s hierbij zijn; de toegankelijkheid van informatievoorziening en aanbod, ondersteuning bij vraagverheldering, mate van zelfregie, benutten van de kwaliteiten en krachten van een cliënt en diens sociale omgeving, inclusiviteit van aanbod en bejegening.
Tot slot zal er een passieve dataverzameling plaatsvinden. Hiermee wordt beoogd gebruik te maken van lopende monitors, onderzoeken en beschikbare rapportages. Door deze te laten bundelen en verbinden door de werkgroep kan integraal duiding worden gegeven aan de bevindingen vanuit verschillende hoeken of gemeentelijke directies. Bovendien kunnen nieuwe inzichten uit andere rapportages, zoals over Buurtteams Amsterdam of capaciteitsmanagement-rapportages, gebruikt worden om de monitor te blijven ontwikkelen en zo de meest relevante data te verzamelen. Door niet alleen naar Amsterdam, regio Amsterdam-Amstelland, maar ook op G4- of landelijk niveau data te verzamelen, kunnen we ontwikkelingen nog beter in context plaatsen en belangrijke ontwikkelingen meenemen.
Bijlage 1: Totstandkoming van het beleidsprogramma
Dit beleidsprogramma is opgesteld in samen- werking met de afdelingen (Jeugd)Zorg, Wonen, Werk, Participatie en Inkomen (WPI), stadsdelen, zorgaanbieders MOBW, clientvertegenwoordiging en het Groot MO/GGZ. Van juni 2020 tot en met maart 2021 heeft veelvuldig contact plaats- gevonden met interne en externe partners om input op te halen voor het plan.
Dit beleidsprogramma is geen blauwdruk, maar wel richtinggevend voor de inzet van alle partijen, in de komende vijf jaar: de gemeente Amsterdam, de regiogemeenten Amstelveen, Uithoorn, Aalsmeer, Ouder-Amstel en Diemen, cliëntvertegenwoordigers, aanbieders Wmo, MO/BW, Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), Licht Verstandelijke Beperking zorg (LVB), woning- corporaties en zorgverzekeraars. Bij de verdere uitwerking wordt een beroep gedaan op het eigenaarschap van alle partijen.
Bijlage 2: Trends & ontwikkelingen
We zien een aantal ontwikkelingen die de komende jaren belangrijk zijn voor de wijze van ondersteuning aan dak- en thuislozen in Amsterdam-Amstelland. Deze ontwikkelingen worden hieronder toegelicht.
Regionale Ontwikelingen
Aantal dak- en thuislozen
Er is sprake van een toenemend aantal daklozen in de regio Amsterdam-Amstelland, net als in de andere steden van de G4. Dit concludeert een onderzoek naar ontwikkelingen binnen de groep van daklozen in de periode 2016 – 2018. Anno 2020 zijn deze conclusies nog steeds actueel. De stijging van het aantal dak- en thuislozen is opvallend omdat in alle steden het aantal huisuitzettingen gedaald is, ook in Amsterdam. Zo waren dat er circa 1.000 vóór 2010, en daalde dit in 2019 tot 84 huisuitzettingen.
De stijging van het aantal dak- en thuislozen is onder andere terug te zien in het aantal briefadressen en het aantal mensen dat zich aan de balie van de Centrale Toegang meldt. Belangrijke oorzaak van de stijging is – naast het feit dat er meer mensen dak- of thuisloos worden en de vermaatschappelijking van de GGZ – Wanneer we kijken naar specifieke groepen zien we met name dat het aantal economisch daklozen in de regio toeneemt. Naar schatting zijn tussen de 2.200 en 3.000 inwoners van Amsterdam-Amstelland op dit moment economisch dakloos. Daarbij is het voorstelbaar dat deze groep de komende jaren nog verder toeneemt als gevolg van COVID-19.
Voor de dak- en thuisloze jongvolwassenen ligt het aantal aanmeldingen juist lager. Waar zich in 2019 nog totaal 362 dak- en thuisloze jongvolwassenen aanmeldden bij de Centrale Toegang MOJ2, meldden zich vanaf 1 januari 2020 tot 1 november 2020 totaal 213 dak- en thuisloze jongeren aan. Dit is echter geen positieve, maar juist een zorgelijke ontwikkeling. GGD Amsterdam wijt dit aan de effecten van COVID-19. Professionals doen er alles aan om de jongvolwassenen op te sporen en door te verwijzen naar de MOJ, aangezien de problemen bij een deel van deze groep nu alleen maar toenemen.
Wachtlijst Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
De wachtlijst Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is een groeiend knelpunt. Mensen staan nu gemiddeld 1,5 tot 2 jaar op de wachtlijst voor een traject in MO/BW. In de voorgaande jaren is de opvang uitgebreid, maar de duur op de wachtlijst helaas niet afgenomen. vooral het gebrek aan betaalbare woonruimte. Hierdoor blijven mensen langer in de situatie van dak- en thuis- loosheid en loopt het aantal op.
2De CTMOJ is belegd bij de GGD Amsterdam, waar de screening plaatsvindt en een beschikking voor instroom wordt afgegeven.
De grenzen van de uitbreiding zijn bereikt; daarvoor zijn geen middelen meer beschikbaar. De vraag blijft echter groeien door een veelheid aan factoren, waaronder: te weinig betaalbare woningen, landelijke toegankelijkheid, en blijvend hoge vraag naar 24-uursopvang door ambulantisering van de GGZ. Omdat bij GGZ de trajecten korter duren, komen mensen met zwaardere problematiek binnen bij de Wmo. In dat geval hebben zij vaker dan voorheen intensievere ondersteuning nodig. Dezelfde effecten zijn in de MOBW-keten zichtbaar bij de ambulantisering van de LVB-zorg en de forensische zorg.
Veranderende locatie wensen in de keten Het beeld over hoe een (tijdelijke) locatie er in de MOBW- keten uit moet zien is aan verandering onderhevig. Zo is er meer behoefte aan kleinere locaties met zelfstandige eenheden en gemengde en gespikkelde vormen in de wijk. Ook is een toenemend draagvlak voor zelfbeheer, wooninitiatieven en kansen voor Wooncirkels wenselijk. In de ‘Groei van de stad’ is voorzien in een aantal nieuwe MOBW-locaties als vervanging voor bestaande volumes. Samen met de cliëntvertegenwoordigers, corporaties en aanbieders wordt er gekeken hoe die nieuwe locaties invulling kunnen geven aan de de veranderende wensen en nieuwe concepten.
Amsterdamse ontwikkelingen
Woningschaarste
Amsterdam heeft een overspannen woningmarkt. Er is een groot tekort aan betaalbare woningen. Ook is er een gebrek aan huurwoningen onder de huurtoeslag- grens3. Daarnaast groeit het gat tussen sociale huurgrens en vrije sector huur- en koopwoningen, waardoor de doorstroming uit de sociale huurwoningen beperkt blijft. Door deze krapte verblijven mensen langer op straat, in de nachtopvang, of bij vrienden en familie. Ook de ambulantisering van beschermd wonen, de GGZ en de forensische en LVB-zorg vergroot de druk op de woning- markt. Specifiek bij jongvolwassenen wordt benoemd dat zij te lang bij hun ouders of in hun netwerk moeten verblijven omdat zij geen eigen woning kunnen vinden. Dit leidt tot escalatie van de problematiek en uitputting van het sociale netwerk, vooral wanneer de jong- volwassenen ook geen mogelijkheid zien om wel thuis te blijven wonen
In de Samenwerkingsafspraken 2020 – 2023 tussen de woningcorporaties, de huurderskoepels en de gemeente is afgesproken dat corporaties jaarlijks 1.800 sociale huurwoningen toewijzen aan kwetsbare doelgroepen. De gemeente besluit over de verdeling van deze woningen. Door het tekort aan woningen is niet voor iedere kwetsbare direct plek. De 1.800 woningen blijken niet genoeg te zijn. In 2020 was het verschil tussen vraag en aanbod een tekort van 650 woningen. In 2021 loopt dit waarschijnlijk op tot 1.950 woningen.
3De huurtoeslaggrens is afhankelijk van de leeftijd van de aanvrager. Voor inwoners jonger dan 23 jaar (18-22) is de maximale huur € 432,51. En voor inwoners vanaf 23 jaar is de maximale huur € 737,14.
Het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen geeft uitvoering aan deze samenwerkingsafspraken.
Kansen sociaal domein
Inwoners met problematische huisvestingsvragen worden vaak direct doorverwezen naar de Centrale Toegang. Zo ontwikkelden de spelers in de sociale basis weinig expertise om deze vragen te ondersteunen, waardoor deze expertise steeds meer beperkt bleef tot de Centrale Toegang. Proeven met ondersteuning binnen Huizen van de Wijk met aanvullende expertise vanuit De Regenboog Groep toonden aan dat er al veel verlichting van de vraag in de sociale basis kan worden gerealiseerd. Dit is in lijn met de gehele beweging van de extramuralisatie. Kwetsbare bewoners worden sneller en duurzamer opgevangen in de wijk. Samenwerking tussen de eerste en tweede lijn is noodzakelijk en wordt vanzelfsprekender. Met door- ontwikkeling van lokale teams kan deze werkwijze worden verbreed.
EPA-agenda
Met de cliëntvertegenwoordigers, financiers en aanbieders is de afgelopen jaren gewerkt aan de ontwikkelagenda voor de groep mensen met een Ernstig Psychische Aandoening (EPA). Ook gericht op participatie, inclusie en herstel, focust de EPA-ontwikkelagenda de samen- werking rondom de borging van bestaanszekerheden voor deze kwetsbare groep. Goed en betaalbaar wonen en individueel verbindende zorg als basis voor maatschappelijk herstel staan boven aan de lijst van speerpunten. Vanaf 2021 worden EPA-netwerken ontwikkeld die in samenhang met de lokale infrastructuur uitwerking geven aan de agenda. Daarin krijgen parallel aan dit beleidsprogramma onder andere ook de ontwikkeling van bijzondere woonvormen, toeleiding naar werk en de toepassing van de resourcegroepen-methodiek een plek.
Nieuw sociaal stelsel Amsterdam
De gemeente werkt aan een nieuw sociaal stelsel in Amsterdam. Een onderdeel hiervan is het versterken van de sociale basis en de lokale teams in de buurt. Er komen op verschillende plekken in Amsterdam buurtteams die de toegang zijn naar sociale basiszorg voor volwassenen.
Buurtteams Amsterdam
Op 1 april 2021 hebben 33 buurtteams in Amsterdam hun deuren geopend. Dit aantal wordt geleidelijk verder uitgebreid, waarmee de toegankelijkheid voor alle Amsterdammers is geborgd. Bij het buurtteam kan elke Amsterdammer terecht voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, werk, schulden en veiligheid. Elk buurtteam bestaat uit professionele hulpverleners met verschillende expertises. Samen met de Ouder- en Kindteams worden de buurt- teams daarmee de spil in de wijk waar alle zorg en ondersteuning samenkomt. Fysiek nabij, in de buurt en in samenhang georganiseerd: eenvoudig, herkenbaar en laagdrempelig. Een plek in de buurt waar men kan binnenlopen of naartoe kan bellen. Zorg en ondersteuning wordt daarmee beter vindbaar voor inwoners. De buurt- teams ondersteunen cliënten om hun situatie duurzaam te verbeteren en op die manier zo zelfstandig mogelijk mee te kunnen doen aan de samenleving. Dit gebeurt altijd in afstemming met de cliënt en zijn of haar specifieke situatie: dicht bij zijn of haar leefwereld. Er wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn in de directe omgeving en er wordt een verbinding gemaakt met collectieve voorzieningen in de buurt. Waar nodig wordt specialistische hulp ingeschakeld. Wanneer Amsterdammers eerder en sneller onder- steuning ontvangen die zij nodig hebben, wordt hun zelfredzaamheid beter ondersteund. Op die manier kunnen lichte hulpvragen opgelost worden vóórdat deze complex worden. Zo wordt voorkomen dat zij later in aanraking komen met (multi)problematiek en zij een beroep moeten doen op zwaardere ondersteuning. De start van Buurtteams Amsterdam heeft gevolgen voor de toegang tot de keten van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en daarmee op de manier waarop zorg voor onder andere dak- en thuislozen wordt geregeld.
Toegang Amsterdamse keten
Voor alle (dreigend) dak- en thuislozen, ongeacht de mate van zelfredzaamheid, wordt het buurtteam het eerste aanspreekpunt. Dit zorgt ervoor dat de vindbaar- heid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van onder- steuning verhoogd wordt. Zeker in de beginfase van (dreigende) dak- of thuisloosheid valt er geen tijd te verliezen en zijn de eerste paar maanden cruciaal om afglijden te voorkomen De buurtteams kunnen gebruik- maken van de expertise van Amsterdam Extra. Amsterdam Extra bestaat uit gecontracteerde aanbieders voor Begeleid Thuis, dat bedoeld is voor mensen met of zonder woonplek. Amsterdam Extra biedt waar nodig aanvullende individuele ondersteuning en kan de buurt- teams expertise en consultaties bieden rondom de groep mensen met verhoogd risico op dak- of thuisloosheid en/of een ernstig psychische aandoening EPA. Het voordeel van dit nieuwe model is daarmee ook dat kennis en expertise over de doelgroep beter ontsluit en beschikbaar wordt gemaakt buiten de MO/BW-keten. Voor het signaleren van dak- of thuisloze jong- volwassenen en hen toeleiden naar ondersteuning heeft het onderwijs en de Sociale Basis (bijvoorbeeld het Jongerenwerk) een belangrijke functie. Met de buurtteams wordt binnen twee jaar tijd 70% afname van het aantal aanmeldingen bij de Centrale Toegang verwacht. Daarbij verwachten we dat er eind 2025 nauwelijks nog afwijzingen zijn in verband met zelfredzaamheid. Alleen de kwetsbare dak- of thuislozen die in aanmerking komen voor de MO/BW-keten zullen dan nog door het buurtteam worden doorverwezen naar de Centrale Toegang.
Wanneer aanvullende ondersteuning van zorgaanbieders nodig is verlenen de buurtteams de toegang hiertoe. Voor Aanvullende Individuele Ondersteuning of het product Begeleid Thuis (zonder wooncomponent) zal het buurtteam een beschikking kunnen afgeven. Bij hulpvragen waarvoor meer ondersteuning nodig is op het gebied van GGZ en Veiligheid, en MO/BW met verblijf heeft het buurtteam heldere samenwerkings-afspraken met de relevante aanvullende ketens. Hierbij volgt indien nodig een screening bij de Centrale Toegang. De Centrale Toegang kan beschikkingen afgeven voor de overige producten; Begeleid Thuis (met wooncomponent) en Beschermd Verblijf. De nieuwe producten Begeleid Thuis en Beschermd Verblijf worden in paragraaf 6.2 nader toegelicht.
Eén Centrale Toegang met nieuwe Wmo-producten De invoering van de buurtteams heeft ook gevolgen voor de Centrale Toegang. De Centrale Toegang bestaat anno 2020 uit vier verschillende toegangen (twee voor volwassenen, een voor jongvolwassenen en een voor gezinnen) voor de verschillende ketens met MO/BW- producten. Deze worden samengevoegd ten bate van overzichtelijkheid, bundeling van kennis en het makkelijker maken van het vinden van ondersteuning. Alle dak- en thuislozen die volgens het buurtteam of zorgaanbieder in aanmerking komen voor een MO/BW-traject (Begeleid Thuis met wooncomponent of Beschermd Verblijf) kunnen terecht bij de Centrale Toegang. Daarmee wordt de Centrale Toegang een tweedelijns voorziening, naast de buurt teams, om toegang tot de genoemde producten te krijgen.
De expertise van de dienstverlening aan dak- en thuis- lozen vanuit de Participatiewet ligt nu bij de Centrale Toegang op de Jan van Galenstraat in West en de Geïntegreerde voorzieningen in Centrum, Zuidoost en Noord. Dak- en thuislozen kunnen bij de Centrale Toegang terecht voor het aanvragen van opvang en bijstandsuitkering in combinatie met een briefadres. Op dezelfde locatie kunnen jongvolwassenen terecht bij de screeningsbalie Jongerenpunt Dak- en Thuislozen. Met de ontwikkeling van de buurteams kan deze expertise op termijn ook meer naar de buurten gebracht worden, zodat ook dak- en thuislozen die zich daar melden goed (op weg) geholpen kunnen worden. Vooralsnog blijft de Centrale Toegang inclusief de postkamer met briefadressen centraal georganiseerd en bereikbaar als tweedelijns voorziening, ook voor de regiogemeenten.
Landelijke ontwikkelingen
Ook is er een aantal landelijke ontwikkelingen met gevolgen voor de wijze van ondersteuning van dak- en thuislozen in Amsterdam-Amstelland.
Wijziging Wet Langdurige Zorg
Sinds 1 januari 2021 vallen mensen met een langdurige en levensbrede behoefte aan beschermd wonen onder de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Deze verschuiving betekent dat binnen beschermd wonen onder de Wmo de focus komt te liggen op het tijdelijke karakter, op maatschappelijk herstel en dus op het perspectief van door- of uitstroom naar een ambulante vorm van begeleiding vanuit de Wmo. Beschermd wonen wordt voor de meeste cliënten (met uitzondering van de meerzorgcliënten) eerder een trainingsaanbod dan een verblijfslocatie.
In de regio Amsterdam-Amstelland betekent dit dat van de circa 1.800 mensen binnen beschermd wonen er circa 1.000 overgaan naar financiering vanuit de Wlz. Hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat wordt nog uitgewerkt met zorgkantoor en aanbieders.
Landelijk Plan van Aanpak Dak- en thuisloosheid Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is incidenteel € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in 2020 en 2021. Amsterdam heeft een aanvraag ingediend van € 49 miljoen aan maatregelen en hiervan is € 47 miljoen is toegekend, waarvan € 4 miljoen is bedoeld voor de regio Amstelland. Daarnaast is door het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) landelijk incidenteel € 50 miljoen beschikbaar gesteld om daarmee extra (tijdelijke) woonplekken specifiek voor kwetsbare groepen te realiseren. In de zomer van 2020 heeft Amsterdam drie projecten bij BZK voorgedragen voor extra (tijdelijke) woonplekken. In november 2020 werd bekend dat er € 2,32 miljoen is toegekend.
Deze middelen worden besteed aan:
•meer dak- en thuislozen een (tijdelijke) woonplek bieden (middelen BZK);
•meer dak- en thuislozen ondersteuning en begeleiding bieden (Landelijk Plan van Aanpak);
•innovatie en kwaliteitsverbetering, waaronder realiseren van een prikkelarme voorziening en introductie van vernieuwende begeleidings-
methodieken (Landelijk Plan van Aanpak).
De projecten zijn meegenomen in dit beleidsprogramma.
Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren 2019-2021
Dit Actieprogramma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bevat vijf centrale thema’s:
•preventie, nazorg en regie
•financiële bestaanszekerheid
•persoonlijke ontwikkeling en scholing
•opvang en wonen
•helpende regels
Amsterdam is één van de veertien pilotgemeenten die deelneemt aan dit actieprogramma. In het verlengde hiervan heeft Amsterdam een 100%-ambitie pilot opgezet, gericht op dak- en thuisloze jongvolwassen vrouwen. Vijfentwintig jonge vrouwen van 18 tot 23 jaar die bedreigd worden met dak- of thuisloosheid krijgen volgens een doorbraakmethodiek ondersteuning om te voorkomen dat ze dak- of thuisloos worden. De pilot heeft als doel meer maatwerk voor deze groep kwetsbare vrouwen te ontwikkelen en wordt gemonitord door het Instituut Publieke Waarden om zo te komen tot een aantal werkbare elementen om dak- en thuisloosheid in een vroeg stadium te voorkomen.
Doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
De doordecentralisatie houdt in dat vanaf 1 januari 2022 alle gemeenten zich inzetten voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. De nieuwe financiële verdeling gaat in vanaf 1 januari 2023. Dit beleids- programma is voor de regio Amsterdam-Amstelland, maar zoomt verder in op de Amsterdamse maatregelen, omdat de regio met een eigen invulling van het regioplan komt. In 2021-2022 wordt verder invulling gegeven aan het regioplan waarin Amsterdam de regiogemeenten ondersteunt bij het opbouwen van expertise om ook lokaal in de regiogemeenten de preventie, door- en uitstroom van de MO/BW-keten te organiseren.
Ombudsman
Een echt integrale aanpak is nodig, zonder dat actoren naar elkaar wijzen en het probleem vervolgens blijft bestaan. Daarvoor is een herbezinning van het huidig systeem noodzakelijk. We moeten op weg naar een systeem waarin overheden, zorginstellingen en corporaties samen verantwoordelijkheid hebben en nemen, en waarin individuele budgetten ondergeschikt zijn.
“Wat boven alles opvalt, is dat er – ondanks de al eerdergenoemde tomeloze inzet van professionals – veel wordt gesproken over wat er niet kan. Hierdoor lukt het nog te vaak niet goed om integraal te kijken naar wat nodig is en te zoeken naar onconventionele oplossingen. Onconventionele oplossingen en maatwerk kunnen voorkomen dat situaties verder escaleren, dat zorgvragen complexer worden en dat de kosten om iemand te helpen verder oplopen. Daarvoor is wel lef nodig. Lef om out of the box te denken, lef om tegen nationale regelingen in te gaan (in overeenstemming met de doelstelling van de wet), en lef om met elkaar te besluiten dat het anders moet,” aldus de Ombudsman in het rapport ‘Opvang voor Iedereen – Dak- en thuisloos in Amsterdamse context’.
Bijlage 3: Evaluatie Koersbesluit Thuis in de Wijk 2016-2020
Het Koersbesluit Thuis in de Wijk bestond uit drie actiesporen: voorkomen van instroom, bevorderen van participatie en borgen van uitstroom. Aan deze actiesporen zijn tien prestatie-indicatoren toegevoegd om de voortgang te meten. Gebleken is dat niet alle indicatoren consequent en op dezelfde wijze te monitoren waren. Ter compensatie zijn, daar waar mogelijk, meetmethodes toegepast in lijn met de bedoeling van de oorspronkelijke indicator. In de tabel op de volgende pagina zijn de resultaten tezamen geven een inzichtelijk beeld van de voortgang op de drie actiesporen in de afgelopen vijf jaar.
Nr.
Prestatie indicator
Bevindingen
1
Aantal ontruimingen (zowel corporatie en particulier) is in 2020 ten opzichte van 2015 met 20% gedaald.
In 2015 waren er 595 huisontruimingen. Daarna is er een sterke daling te zien, tot 84 huisontruimingen in 2019. Het doel is daarmee ruimschoots gehaald. In deze cijfers wordt dreigende uitzetting, waarbij mensen vrijwillig uit huis gaan en de uitzetting niet afwachten, niet zichtbaar (aandachtspunt van het RVS).
2
Het aantal buitenslapers is in 2020 op een gemiddelde nacht in de winter gedaald tot 50 personen of minder.
De GGD schat het aantal buitenslapers in als onderdeel van het onderzoek tijdens de winterkoudeopvang. De resultaten over het aantal buitenslapers zijn in de jaren 2016, 2017 en 2019 stabiel met circa 70 buitenslapers op een gemiddelde winter- nacht. Echter zijn in 2018 en 2020 het aantal buitenslapers niet meegenomen in het winterkoudeonderzoek, waardoor data ontbreekt. In 2019 en 2020 heeft De Regenboog Groep bij inloopvoorzieningen wel tellingen uitgevoerd en deze suggereren een mogelijke toename van het aantal buitenslapers in 2019 en 2020.
3
80% van de mensen die in 2020 gebruik maakten van de nacht- opvang is doorgeleid naar een passend traject.
Dit betrof een ontwikkelindicator, waarvan de verwachting was dat deze in 2018 gemeten kon worden. Uiteindelijk is dit niet gerealiseerd, maar is wel een aantal keer een rapportage gemaakt over de cliënten van de nachtopvang. Informatie daaruit, en vanuit signalen van ketenpartners, laat zien dat het gewenste resultaat hier niet is behaald.
4
Het aantal nieuwe cliënten dat in aanmerking komt voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is 20% gedaald in 2020 ten opzicht van 2015.
De nieuwe aanmeldingen voor, en daarmee de vraag naar, MO/BW is onverminderd hoog gebleven.
5
Van de nieuwe instroom Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen woont 60% zelfstandig in 2020.
Tussen 2015 en 2017 zien we dat 40% van de nieuwe instroom in aanmerking komt voor een vorm van zelfstandig wonen. Daarna is meer ingezet op zelfstandig wonen (door uitbreiding van de capaciteit en de levering van extra woningen) en is besloten om naar de verhouding van de totale groep in de opvang te kijken aangezien dit een beter inzicht geeft in het aandeel dat zelfstandig (individueel of in groepsverband) woont. In 2019 zien we dat de meerderheid (58%) zelfstandig woont (ten opzichte van circa 40% in 2015). Alhoewel de cijfers van 2020 nog niet bekend zijn, is de verwachting dat deze doelstelling wordt behaald.
6
Minimaal 20% van de 24-uurs-voorzieningen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is afgebouwd na 2020.
Circa 10% van de 24-uurscapaciteit is afgebouwd. Gedurende de periode van het Koersbesluit is op twee momenten besloten de afbouwdoelstelling bij te stellen:
•In 2018 is de afbouw zes maanden opgeschort. Dit is gedaan om de stagnerende uitstroom uit de GGZ klinieken op gang te brengen
•In februari 2020 is besloten met afbouw te stoppen. Dit is gedaan vanwege de toename op de wachtlijst.
Na zomer 2020 volgde een tijdelijke opbouw van capaciteit door het in gebruiknemen van leegstaande capaciteit om aan deze groeiende behoefte te voldoen.
7
Alle mensen die in aanmerking komen voor MO/BW kunnen binnen drie maanden gebruikmaken van een integraal aanbod gericht op participatie na 2020.
De wachttijd voor de volwassenketen is in de eerste jaren gedaald. Dit werd veroorzaakt doordat meer mensen vanuit de wachtlijst op een voorziening werden geplaatst; met name plaatsingen op individueel begeleid wonen steeg sterk. Dit is grotendeels te danken aan de successen van het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen. Ondanks de daling bleef de wachttijd hoger dan de gestelde doelstelling. Sinds 2018 is de wachttijd toegenomen. Vanaf medio 2018 is de levering van het aantal sociale huurwoningen achtergebleven bij de afspraak. Ook valt de toename van de wachttijd samen met de periode waarin de vraag is toegenomen (indicator 4). In 2020 zien we ongeveer een verdubbeling van het aantal mensen dat >1 jaar op de wachtlijst staat, ten opzichte van begin 2019.
8
Nieuwe aanmeldingen van MO of BW voorziening zijn – waar nodig – binnen drie maanden voorzien van een passende financiële ondersteuning.
De aanmeldingen voor FiBu worden allemaal binnen drie maanden afgehandeld. Daarmee is de doelstelling behaald. Sinds 2019 is de doelstelling aangescherpt, aangezien de meeste aanmeldingen binnen 7 weken worden afgehandeld.
9
Alle mensen in de Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen die doorstromen naar een woning beschikken over een terugval-preventieplan na 2020.
Doelstelling ten aanzien van terugvalpreventieplannen voor mensen in een omslag- woning is omgezet in verschillende acties waarvan de resultaten niet als geheel te kwantificeren zijn. Deze acties betreffen onder andere de introductie van de Crisiskaart en de doorontwikkelingen van verschillende Respijtvoorzieningen om een extra vangnet te bieden en daarmee terugval in de MO/BW-keten te voorkomen. Resultaten van deze acties worden nog verzameld.
10
Het aantal heraanmeldingen van mensen woonachtig in de regio Amsterdam daalt met 50% in 2020 ten opzichte van 2012
In 2015 waren er 228 personen die zich binnen 5 jaar na uitstroom uit MO/BW opnieuw hadden aangemeld. In 2019 waren dit 160 personen, wat aansluit bij de doelstelling van 160 in 2019. Echter fluctueert het resultaat sterk per jaar, zonder duidelijke inhoudelijke oorzaak. Vanwege de plaatsing middels Housing First hielden we rekening met een mogelijke stijging. In de praktijk blijkt de inzet van Housing First daar geen aanleiding voor te zijn, een extra positief resultaat!
Bijlage 4: Begrippen- en afkortingenlijst
Begrippen- en afkortingenlijst
Centrale Toegang
Het loket dat de aanvragen voor Beschermd verblijf voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen behandelt en afhandelt.
Centrumgemeente
In de Nederlandse bestuurlijke indeling is een centrumgemeente een gemeente die in een intergemeentelijk samenwerkingsverband volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR), een bepaalde functie uitvoert voor omliggende gemeenten.
CIO
Chief Information Officer.
Clientvertegenwoordigers
Een cliëntvertegenwoordiger denkt en spreekt vanuit de positie en het belang
van cliënten. Zij/hij heeft ruime kennis van de ervaringen van cliënten, hun wensen en behoeften.
College
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam.
Convenant Landelijke Toegankelijkheid
Een afspraak van de overheid met een of meer partijen gericht op het realiseren van bepaalde (beleids-) doelstellingen. In een convenant worden schriftelijke afspraken over het leveren van prestaties vastgelegd. In dit geval gaat het over de landelijke toegankelijkheid van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen.
CTMOJ
Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang Jong Volwassenen.
Cultuur- en gendersensitiviteit
Bewust zijn van wezenlijke verschillen tussen de culturen en tussen mannen, vrouwen en alles dat daar tussenin zit.
Dakloosheid
Het niet hebben van onderdak.
De Regenboog Groep
Een zorg- en welzijnsaanbieder.
Doordecentralisatie
De verantwoordelijkheid met betrekking tot Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen wordt bij alle gemeenten in Nederland neergelegd in plaats van bij centrumgemeenten.
Duurzame sociale impact
Het toevoegen van langdurende sociale waarde voor kwetsbare groepen in de samenleving op de gebieden werk, participatie, armoedebestrijding, gezondheid en onderwijs.
Economisch daklozen
Daklozen met voornamelijk een huisvestingsvraag met daarbij een lichte ondersteuningsvraag.
EPA
Ernstig psychiatrische aandoeningen.
Ervaringsdeskundigheid
Het vermogen om op grond van eigen herstelervaring voor anderen ruimte te maken voor herstel. De kennis die door reflectie op de eigen ervaringen en ervaringen van deelgenoten is vergaard, aangevuld met kennis uit andere bronnen, wordt op een professionele (en soms ook op een vrijwillige) manier ingezet ten behoeve van anderen
Extramuralisatie
Extramuralisering is de beweging waarbij buiten de muren van een intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt) op een zelfstandige woonplek gelijkwaardige zorg geboden wordt.
FiBu
Financieel Budgetbeheer.
GBA
Gemeentelijke Basisadministratie.
GGD
Geestelijke Gezondheidsdienst.
GGZ
Geestelijke Gezondheidszorg.
Housing First aanpak
Housing First is een vorm van wonen met ambulante, intensieve begeleiding en bedoeld voor dakloze mensen met meervoudige problemen, waarbij de toewijzing van een woning de start is van een traject waarbij zelfstandig wonen het doel is.
Inclusie
De situatie waarin iemand geen obstakels ervaart om mee te kunnen doen aan de samenleving.
Integrale sturing
Integrale sturing betekent dat er op alle niveaus binnen de directies van de gemeente met elkaar samen wordt gewerkt en dat hier ook op wordt gestuurd.
Jongerenpunten
Gratis ondersteuning en advies voor iedereen van 16 t/m 26 jaar over werk, studeren, inkomen of andere vraagstukken.
Koersbesluit Thuis in de Wijk 2016-2020
Beleidsprogramma Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen van 2016 – 2020.
Krefia-portaal
Krefia is de online plek waar cliënten van de Kredietbank Amsterdam alle informatie over hun geldzaken kunnen terug vinden.
LHBTIQ+
Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele mensen, transgender personen, intersekse personen, queer personen en anderen die wat betreft hun genderidentiteit, genderexpressie, seksualiteit of hun lichaam buiten wat in de maatschappij wordt gezien als ‘standaard’ vallen.
LVB
Licht verstandelijke beperking.
MADI
Maatschappelijke Dienstverlening.
MO/BW
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen.
MOE-Landen
Midden- en Oost-Europese landen.
MOG
Maatschappelijke opvang Gezinnen.
MOJ
Maatschappelijke opvang Jong volwassenen.
Multi-problematiek
Complexe problematiek die speelt op meerdere leefgebieden.
Muzus
Onderzoeksbureau.
Netwerk
Betrokkenen (formeel en informeel) die actief zijn op het gebied van wonen, welzijn, participatie, werk, inkomen, jeugd, veiligheid, schuldenproblematiek en (gezondheids-)zorg in de regio Amsterdam.
PHKG
Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen.
Pilot ‘bankslapersregeling’
Met deze pilot kunnen economisch daklozen veel gemakkelijker een briefadres krijgen.
Project VIND
In een serie groepsbijeenkomsten worden economisch daklozen geholpen met een perspectief op een leef- en werkomgeving en gecoacht naar zelfstandigheid. Deelnemers met een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt krijgen binnen dit project voor een langere tijd (6 tot 12 maanden) perspectief op een (hotel) kamer of tijdelijke woning. Er wordt een koppeling tussen Wonen en Werk gemaakt.
Respijtvoorzieningen
Respijtvoorzieningen zijn kleine voorzieningen in de wijk waar cliënten tijdelijk aanwezig kunnen zijn wanneer het in de eigen woning even niet lukt. Doel is om de druk voor de cliënt te verlichten en rust te creëren zodat terugkeer naar de eigen woning mogelijk is.
RVS
De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.
Subregionaal
Samenwerking tussen regiogemeenten.
Vermaatschappelijking
Proces waarbij een groter deel van de samenleving de verantwoordelijkheid gaat dragen, bijvoorbeeld voor de verzorging van mensen met een zorgbehoefte.
Vroeginterventie
Interventies die vroegtijdig ingezet worden zodat erger kan worden voorkomen.
Vroegsignalering
In een vroegtijdig stadium signaleren dat er tekenen zijn dat men bijvoorbeeld dakloos kan geraken.
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Wlz
Wet langdurige zorg.
Wmo
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
WPI
Werk, participatie en inkomen.