Gemeentelijke regelgeving

Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van het lintenbeleid 3e herziening

Gemeente Aalsmeer · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

Zaaknummer: Z22-080356

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023;

gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

besluiten:

Hoofdstuk 1 Inleiding

Artikel 1 Definities

•bebouwingsbreedte: de breedte van het hoofdgebouw;

•bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van het hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

•hoofdgebouw (oorspronkelijk): gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is (zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is/wordt opgeleverd);

•kap: iedere hellende boven beëindiging van een gebouw, niet zijnde een platdak;

•openbare weg: een volgens het Omgevingsplan aangewezen en voor ieder toegankelijk voor verkeer gemaakte strook grond;

•peil:

•voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel;

•voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven;

•indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil;

•perceelsbreedte: de breedte van het kadastrale perceel;

•platdak: horizontaal dakvlak;

•voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd.

Bijlage 1 Wijze van meten

1Bouwdiepte van een gebouw

De maximale diepte van de voorgevel tot de achtergevel van het desbetreffende (oorspronkelijke) hoofdgebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel.

2Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3Breedte van een gebouw

Tussen de buitenste zijgevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw.

4Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de dakvoet, zijnde het laagste punt van een schuin dak.

5Inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.