Aanhef
Het college van de gemeente Aa en Hunze, besluit om de onderstaande Beleidsregels terugvordering van bijstand, bedrijfskapitaal, een IOAW- en een IOAZ-uitkering vast te stellen.
3. Incasso
3.2 Uitstel van betaling
3.2.1 De betalingsverplichting van inwoners met een uitkering
Inwoners met een uitkering van het college hebben meestal weinig mogelijkheden om een schuld te betalen. Het college houdt daar rekening mee en stelt de maandelijkse betalingsverplichting van de inwoner vast aan de hand van de beslagvrije voet. De vordering op de inwoner wordt verrekend met de uitkering.
Als een andere schuldeiser beslag legt op de uitkering, verhoogt het college de maandelijkse betalingsverplichting tot 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. De vordering van die andere schuldeiser kan dan niet worden afgelost uit de uitkering en moet wachten totdat de vordering van het college is afgelost.
Gaat de inwoner aan het werk en uit de uitkering? Dan blijft de hoogte van de betalingsverplichting zes maanden hetzelfde. Dat stimuleert de inwoner om met de aflossing verder te gaan en helpt om de financiële huishouding op orde te houden. Na afloop van die periode wordt de maandelijkse betalingsverplichting vastgesteld op het bedrag dat voor het andere inkomen geldt.
3.2.2 De betalingsverplichting van inwoners met een ander inkomen
Voor inwoners met een ander inkomen dan een uitkering van het college geldt het volgende:
Het college stelt de maandelijkse betalingsverplichting vast op 5% van de bijstandsnorm, plus 75% van het inkomen boven die bijstandsnorm gebaseerd het “vrij te laten bedrag berekening.”
3.4 Tussentijdse beoordeling van een lopende betalingsverplichting
3.4.1 Tussentijdse beoordeling door het college uit eigen beweging
Als het college informatie gekregen heeft dat de financiële ruimte van de inwoner is gewijzigd of gaat wijzigen, onderzoekt het college of de betalingsverplichting moet worden aangepast. Het kan dan gaan om signalen vanuit het college zelf, bijvoorbeeld de melding dat de inwoner aan het werk is gegaan, maar ook vanuit andere richtingen, bijvoorbeeld van UWV of SVB over werk of inkomen.
Het college informeert de inwoner over de uitkomst van het onderzoek naar de financiële ruimte. Leidt dat onderzoek ertoe dat de betalingsverplichting wordt aangepast, dan gaat een wijziging in die verplichting in op de eerste dag van de maand die volgt op het wijzigingsbesluit.
3.4.2 Tussentijdse beoordeling door het college op verzoek van de inwoner
De inwoner kan het college ook zelf vragen om de betalingsverplichting aan te passen. De inwoner voegt dan documenten en andere stukken bij, waaruit blijkt dat de financiële ruimte is gewijzigd of dat de betalingsverplichting om andere redenen moet worden aangepast. Factoren die daarbij een rol kunnen spelen zijn:
a.de werksituatie van de inwoner;
b.de gezinssituatie;
c.de financiële situatie:
d.de omvang van de restschuld;
e.de oorzaak van de vordering.
Het college neemt binnen acht weken een besluit over het verzoek van de inwoner.
Let op: de betalingsverplichting blijft gelden zolang het college nog geen besluit heeft genomen op de vraag van de inwoner, tenzij dit onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner. De inwoner moet dit aannemelijk maken.
3.5 Gevolgen bij het niet langer voldoen aan de betalingsverplichting
3.5.1 Kosten
De vordering wordt verhoogd met incassokosten, als:
a.het college de incasso heeft overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder.