Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze, gelet op
-De Algemene subsidieverordening gemeente Aa en Hunze 2021
overwegende dat:
1aan alle kinderopvangorganisaties in de gemeente Aa en Hunze de mogelijkheid wordt geboden om een subsidieaanvraag in te dienen om peuteropvang uit te voeren;
2uit de Wet Kinderopvang volgt dat de verantwoordelijkheid voor peuteropvang voor ouders die niet in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag van het Rijk, bij de gemeente ligt;
3het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie de basisvoorwaarden stelt aan de kwaliteit van voorschoolse educatie;
4de Wet op het primair onderwijs de opdracht geeft om regels vast te stellen over de uitvoering van de voor- en vroegschoolse educatie;
5uit de Jeugdwet volgt dat de gemeente de wettelijke taken voor de jeugdhulp uitvoert en samen met het onderwijs (Passend Onderwijs) verantwoordelijk is voor het versterken van preventie en het vroegtijdig onderkennen van ondersteuningsvragen;
6dat als gevolg van de harmonisatie de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang vanaf 1 januari 2018 hogere eisen stelt aan de kwaliteit van kinderopvang en peuterspeelzalen;
7dat deze subsidieregeling wordt uitgevoerd door de instelling voor peuteropvang waar de peuter is geplaatst;
8dat de gemeente de subsidie toekent aan ouders of verzorgers van de peuter dat gebruik maakt van de peuteropvang bij de instelling naar keuze waar de peuter is geplaatst.
Besluit vast te stellen:
De beleidsregels Peuteropvang en Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) 2021
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Aanbieder
Een aanbieder van peuteropvang, die voldoet aan de wettelijke voorschriften en gemeentelijke voorwaarden.
Aanvrager
De LRK-geregistreerde aanbieder van kinderopvang in de gemeente Aa en Hunze.
College
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze.
Gesubsidieerd arrangement
Ouders (ouder(s) en of verzorger(s)) kunnen slechts gebruik maken van peuteropvang een gesubsidieerd arrangement als de mogelijkheden om gebruik te maken van kinderopvangtoeslag zijn uitgeput. Voor een gesubsidieerd arrangement komen in aanmerking de ouders:
•die wonen en ingeschreven staan in Aa en Hunze en
•die niet vallen onder de kinderopvangtoeslag regeling en informatie kunnen overleggen waaruit dit blijkt, maximaal voor 2 dagdelen of
•die vallen onder de kinderopvangtoeslagregeling en waarvan één van de ouders/verzorgers kan aantonen dat er een vast dienstverband is van minder dan 12 uur, en binnen deze uren geen peuteropvang arrangement kan worden aangeboden, komt in aanmerking voor maximaal 1 dagdeel gesubsidieerde peuteropvang.
JGZ
Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen, in gemeente Aa en Hunze uitgevoerd door Stichting Icare JGZ.
Gecertificeerde voorschoolse voorziening
Een voorziening voor peuteropvang die zowel aan de geldende wettelijke eisen, als aan het in Aa en Hunze van toepassing zijnde kwaliteitskader voldoet.
Kinderopvangtoeslag toeslagtabel
Een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang van de overheid. De overheid betaalt een percentage van de kosten van kinderopvang. De hoogte van deze tegemoetkoming (kinderopvangtoeslag) hangt af van het inkomen van de ouders. Hoe lager het inkomen, des te hoger de bijdrage.
Kinderopvangtoeslagtabel
De tabel voor de berekening van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage van de overheid (zie www.belastingdienst.nl), voor ouders die gebruik maken van (gesubsidieerde) kinderopvang.
Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
een register met gegevens van alle gecertificeerde Kinderopvangvoorzieningen in Nederland. Hierin staat tevens vermeld of voorschoolse educatie wordt aangeboden;
Ouder of verzorger
Persoon met ouderlijk gezag of verzorger, die in de gemeente Aa en Hunze woont en waarvan de peuter naar een kinderopvang gaat in diezelfde gemeente. Bij het bepalen wie de ouder/verzorger is wordt aangesloten bij de term ‘ouder’ zoals bepaald in de Wet kinderopvang.
Ouderbijdrage
Een financiële vergoeding die ouders/verzorgers moeten betalen voor de deelname van hun peuter aan de peuteropvang. Deze ouderbijdrage is inkomensafhankelijk en gebaseerd op de kinderopvangtoeslagtabel.
Peuter
Een kind in de leeftijd van 2 jaar tot 4 jaar dat peuteropvang of VVE krijgt aangeboden op een in het LRK-geregistreerde kinderopvang.
Peuteropvang
Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van peuters tot de eerste dag van de maand waarop het basisonderwijs voor die kinderen begint.
Peuterplek
Eén dagdeel van 3,5 uur of 4 uur gedurende minimaal 40 weken, maximaal 46 weken.
Artikel 2 Algemeen
Het college beschouwt de peuteropvang als een algemene voorziening voor de stimulering van de ontwikkeling van 2 tot 4 jarigen en de continuïteit daarvan. Peuteropvang biedt een pedagogisch verantwoorde voorziening waar kinderen van 2 tot 4 jaar kunnen spelen, elkaar kunnen ontmoeten, zich optimaal kunnen ontwikkelen en waar eventuele belemmeringen van hun optimale ontwikkeling gesignaleerd en positief gestimuleerd worden. Het college stimuleert ouders om hun peuters van 2 tot 4 jaar de peuteropvang te laten bezoeken.
Artikel 3 Doel
Peuteropvang in Aa en Hunze betreft:
•een basisvoorziening die toegankelijk is voor alle peuters in Aa en Hunze; ook voor ouders die geen beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst (niet -KOT);
•een basisvoorziening van 8 uur per week, beschikbaar voor alle peuters. Peuters die een aanvullend aanbod nodig hebben komen in aanmerking voor 16 uur peuteropvang per week (VVE) of op maat ingevuld maar in ieder geval 960 uur in 1,5 jaar;
•een basisvoorziening die voldoende verspreid over de gemeente aanwezig is;
•een basisvoorziening die binnen de financiële kaders van de gemeente in stand gehouden kan worden.
Artikel 4 Subsidieaanvrager
1Voor subsidie Peuteropvang komen in aanmerking de ouders of verzorgers van een peuter die geen gebruik kan maken van de kinderopvangtoeslag van het Rijk.
2De subsidie voor de ouders of verzorgers wordt aangevraagd door de aanbieder (de aanvrager), nadat de ouder/verzorger de aanbieder hiervoor toestemming heeft verleend.
3De aanvrager bepaalt, aan de hand van door de ouders of verzorgers te verstrekken actuele inkomensgegevens, welke ouders of verzorgers in aanmerking komen voor subsidie Peuteropvang.
4De aanvrager brengt de subsidie in mindering op het door ouders of verzorgers van de peuter te betalen eigen bijdrage voor gebruik van een peuteropvangplaats en een VVE plaats.
Artikel 5 Aanbod
1De volgende activiteiten worden aangeboden voor de per peuterplek gefinancierde peuteropvang of VVE door het college:
a.Peuteropvang voor peuters van 2 tot 4 jaar, gedurende twee dagdelen per week, maximaal 8 uren, gedurende minimaal 40 weken in een jaar. Er maken maximaal 16 peuters deel uit van een peutergroep.
b.VVE voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een door ICARE JGZ (consultatiebureau) afgegeven indicatie VVE
i In Aa en Hunze gelden de volgende criteria voor het afgeven van een VVE-indicatie door Icare JGZ:• Beide ouders hebben maximaal LBO/ VBO, praktijkonderwijs of VMBO basis- of kaderberoepsgerichte leerweg gevolgd of maximaal twee jaar voortgezet onderwijs in andere schoolopleiding, aansluitend op basisonderwijs. NB Bij één oudergezinnen of co-ouderschap, is het opleidingsniveau bepalend van de ouder die belast is met de dagelijkse zorg voor de peuter.• Nederlands is voor minder dan de helft de spreektaal in het gezin.• De ouders nemen deel aan een inburgeringstraject.• De jeugdarts of jeugdverpleegkundige constateert een achterstand in de (Nederlandse) spraak-taalontwikkeling op basis van de hiervoor geldende richtlijnen.• De jeugdarts of jeugdverpleegkundige signaleert een verhoogd risico op spraak-taalachterstand. Dit is de professionele inschatting van de jeugdarts of jeugdverpleegkundige, op basis van o.a. omgevingsanalyse en/of andere risicofactoren die van invloed kunnen zijn op de spraak-taalontwikkeling van de peuter.• Kinderen met (dreigende) achterstanden op sociaal-emotioneel of motorisch gebied, van wie vermoeden bestaat dat extra stimulering achterstand kan voorkomen of verkleinen. Als er geen sprake is van (ook) een risico op spraak-taalachterstand dient afgewogen te worden of VVE de geëigende interventie is.
, maximaal 16 uur per week, gedurende minimaal 40 tot maximaal 46 weken in een jaar en met maximaal 16 peuters in een groep.
2De volgende producten worden geleverd door de kinderopvangorganisatie:
a.een pedagogisch beleidsplan waarin is opgenomen:
•de visie op de ontwikkeling van kinderen
•de visie op de omgang met en tussen kinderen
•de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach met betrekking tot de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie
b.een werkplan waarin wordt beschreven op welke wijze de organisatie een bijdrage levert aan het stimuleren van:
•de algemene ontwikkeling zowel qua motoriek, creativiteit en culturele overdracht als taal en cognitieve vaardigheden van peuters;
•de sociaal emotionele ontwikkeling;
•de wijze waarop afstemming met het basisonderwijs om de doorgaande ontwikkelingslijn te waarborgen plaats vindt.
c.een zorgplan waarin de gevolgde procedure wordt beschreven met betrekking tot:
•de signalering van achterstanden bij peuters, door het opstellen van een plan van aanpak en het bijhouden van een monitor;
•de verwijzing van ouders naar hulp- en dienstverlening/opvoedondersteuning (Stichting Attenta en andere externen zoals logopedie en fysiotherapie);
•het onderhouden van een werkrelatie met de jeugdgezondheidszorg in het kader van “Vroeg erbij”.
d.plan met betrekking tot ouderbetrokkenheid. Hierin wordt beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de ontmoetingsmogelijkheid en ouderbetrokkenheid voor ouders.
e.werken met een VVE programma gecertificeerd door het NJI en bij voorkeur Piramide.
f.meewerken aan de monitoring van de voortgang van kinderen.
3Er is zoveel mogelijk sprake van gemengde groepen: peuters met en zonder VVE-indicatie en peuters die wel of niet vallen onder de kinderopvangtoeslag spelen en ontwikkelen zich samen in een groep.
4De aanbieder van peuteropvang wisselt ervaringen uit met ouders over hun kinderen, stelt met hen samen het plan van aanpak vast voor de VVE doelen, en biedt ouders ondersteuning bij opvoed- en ontwikkelingsvragen.
Artikel 6 Kwaliteitseisen
1De kwaliteit van de peuteropvang en VVE dient te voldoen aan de wettelijk gestelde kwaliteitseisen.
2De aanbieder staat ingeschreven in het Landelijke Register Kinderopvang (LRK).
3De aanbieder houdt een registratiesysteem bij, waarin is opgenomen:
a.de NAW gegevens van de kinderen;
b.de doelgroepcriteria VVE;
c.de datum waarop kinderen zijn gestart het programma en de leeftijd;
d.categorie van de ouderbijdrage;
e.het opleidingsniveau van de ouders (gewichtenregeling). Dit staat in de verwijzing van Icare, niet in het registratiesysteem van de kinderopvangaanbieders.
4Voor de aanbieders van VVE geldt dat de pedagogisch medewerkers in vaste dienst en invalkrachten voor een langdurige periode:
a.geschoold zijn in een door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) erkend (zie bijlage) VVE programma, bij voorkeur een VVE certificaat voor het werken met Piramide;
b.voldoende Nederlands spreken; voldoen aan taalniveau 3f (mondelinge- en leesvaardigheid) en 2f (schrijfvaardigheden).
5De aanbieder van peuteropvang en VVE legt afspraken over taken van pedagogisch medewerkers (o.a. voorbereidings- en evaluatietijd, oudercontactmomenten en overlegmomenten) schriftelijk vast.
6De aanbieder van VVE legt afspraken over de rollen en taken van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of de coach voor verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie schriftelijk vast (per 1-1-2022).
7De aanbieder legt de verdeling van uren over de locaties van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of de coach vast in het pedagogisch beleidsplan (per 1-1-2022).
8De aanbieder draagt zorg voor continuïteit op de groepen.
9De aanbieder is bereid om informatie aan te leveren voor kwalitatieve monitoring. De onderwerpen voor kwalitatieve monitoring worden in overleg met de aanbieders bepaald.
Artikel 7 Aanvraag, aanvraagtermijn en wijzigingen
1De aanvrager vraagt subsidie aan door het indienen van het ingevulde aanvraagformulier uit bijlage 1.
2De aanvraag wordt ingediend voor 1 oktober en voor nieuwe organisaties op het moment dat wordt gestart met de peuteropvang en/of VVE.
3Wijzigingen die redelijkerwijs relevant kunnen zijn voor de subsidieaanvraag of de subsidieverstrekking worden direct doorgegeven aan het college.
Artikel 8 Subsidiehoogte per locatie
1De hoogte van het subsidiebedrag per locatie is het totaal van de uren van de gesubsidieerde peuteropvang volgens deze regeling minus het totaal van de ouderbijdragen (op basis van de kinderopvangtoeslagtabel). Voor het uurtarief van peuteropvang wordt aangesloten bij het maximumtarief kinderopvang op basis van de toeslagen Rijksoverheid.
2De hoogte van het subsidiebedrag per locatie is het totaal van de uren van VVE volgens deze regeling, minus het totaal van de ouderbijdragen. Voor het uurtarief van VVE wordt aangesloten bij het maximumtarief kinderopvang op basis van de toeslagen Rijksoverheid, vermeerderd met:
a.een toeslag van €1,25 per uur ten behoeve van de extra inspanningen die geleverd moeten worden voor het begeleiden en de daarbij behorende observaties en administratie van een doelgroep peuter, en
b.een toeslag van € 0,71 per uur voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach.
3De toeslagen genoemd onder lid 2 worden jaarlijks geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor de Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers.
4Per peuter komt maximaal 1 peuterplaats voor subsidie in aanmerking.
Artikel 9 Weigeringsgronden
Naast de weigeringsgronden in de Algemene wet bestuursrecht kan het college de subsidieverlening, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien de instelling niet voldoet aan de wettelijke voorschriften die gelden voor kinderopvanginstellingen, de Algemene subsidieverordening en de Beleidsregel (VVE) peuteropvang 2021 gemeente Aa en Hunze.
Artikel 10 Financiële bepalingen
1In de subsidieregel wordt uitgegaan van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. De inkomensafhankelijke ouderbijdragetabel is gelijk aan de door de Rijksoverheid jaarlijks vast te stellen kinderopvangtoeslagtabel.
2Voor het bepalen of ouders/verzorgers gebruik kunnen maken van gesubsidieerde peuteropvang of VVE vraagt de aanbieder de daarvoor benodigde gegevens aan de ouders/verzorgers. Het niet overleggen van de benodigde informatie betekent uitsluiting van een gesubsidieerde peuterplek.
3Indien gebruik wordt gemaakt van peuteropvang of VVE, stelt de gemeente geen subsidie beschikbaar voor peuteropvang of VVE als de ouder/verzorger gebruik kan maken van de kinderopvangtoeslagregeling van het Rijk.
4Subsidie wordt toegekend aan de hand van het aantal bezette (VVE)peuterplekken door peuters waarvan de ouders geen gebruik kunnen maken van de toeslagregeling kinderopvang minus de van toepassing zijnde ouderbijdragen.
5De kinderopvanginstelling brengt maandelijks aan de ouders/verzorgers een op grond van het adviestabel inkomensafhankelijke bijdrage in rekening. Deze ouderbijdrage is bedoeld voor eenverdieners. Tweeverdieners betalen voor het bijwonen van de peuterprogramma’s een uurtarief en krijgen vervolgens compensatie via het Rijk in de vorm van kinderopvangtoeslag.
6Per kwartaal wordt een declaratieformulier ingediend. Dit formulier kan worden ingediend nadat het college van burgemeester en wethouders een positieve beschikking op het verzoek van de aanvrager heeft afgegeven.
7De aanbieder stelt zich bereid op om financiële informatie aan te leveren en is verplicht om mee te werken aan een financiële controle.
8Geen subsidie zal worden verstrekt voor de opvang van een peuter waarvan de opvang al op een andere manier wordt gesubsidieerd.
9Voor de ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag geldt dat:
a.tenminste de eerste 2 dagdelen bekostigd worden via de kinderopvangtoeslagregeling;
b.het 3e en/of 4e dagdeel via de kinderopvangtoeslagregeling wordt bekostigd als de peuter al gebruik van maakt van deze dagdelen;
c.het 3e en/of 4e dagdeel gesubsidieerd wordt als b. niet aan de orde is.
10Ouders zonder kinderopvangtoeslag (KOT) komen in aanmerking voor een gesubsidieerd Peuter- of VVE arrangement waarvan:
a.de eerste 2 dagdelen op basis van het uurtarief minus de ouderbijdrage die wordt vastgesteld conform de kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst van het betreffende jaar;
b.het 3e en 4e dagdeel op basis van het uurtarief.
Artikel 11 Reikwijdte van de beleidsregels
Deze regeling is van toepassing op de uitvoering van gesubsidieerde (VVE) peuteropvang binnen de kinderopvang in de gemeente Aa en Hunze. De inhoud van deze beleidsregels kan gewijzigd worden indien het overheidsbeleid een wijziging ondergaat die van invloed is op de gemaakte afspraken.
Artikel 12 Hardheidsclausule
Het college heeft de mogelijkheid om van deze beleidsregels af te wijken als die voor een belanghebbende gevolgen zouden hebben die niet in verhouding staan tot de doelen die met deze beleidsregels worden nagestreefd.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op 1 juli 2021 en vervangen de Beleidsregel Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) 2020.
Artikel 14 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt elders aangehaald als ‘Beleidsregels (VVE) peuteropvang 2021 gemeente Aa en Hunze’.