Aanhef
De raad van de gemeente Venlo;
gezien het projectcollegevoorstel van 3 november 2009;
gehoord de herindelingscommissie van 9 november 2009;
gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;
mede gelet op de Wet samenvoeging gemeenten Arcen en Velden en Venlo;
besluit
vast te stellen de navolgende Algemene plaatselijke verordening Venlo.
Hoofdstuk 2 Openbare orde
Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven
Artikel 2:34c vrijstelling ten behoeve van proeverijen in een slijtersbedrijf
Van het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod wordt vrijstelling verleend ten behoeve van proeverijen in slijtlokaliteiten, met dien verstande dat:
1proeverijen plaatsvinden buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld;
2proeverijen voldoen aan de in het Alcoholbesluit voor proeverijen gestelde eisen.
Artikel 2:34d Omschrijving van de horecalokaliteiten in de inrichting
1Aan elkaar grenzende ruimten worden als één lokaliteit beschouwd wanneer zij, ofwel verbonden zijn door een permanente wandopening met een hoogte van ten minste 2,20 m van de vloer af gemeten en een breedte van ten minste 2/3¬ van de scheidingswand met een minimum van 2,40 m, ofwel slechts gescheiden zijn door een afscheiding van geringere hoogte dan 1,25 m van de vloer af gemeten.
2Aan elkaar grenzende ruimten als bedoeld in lid 1 worden als aparte lokaliteiten beschouwd wanneer deze zijn voorzien van een afsluitbare toegang.
Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Artikel 2:49a Woonoverlast
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen
1Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
2Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
3Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
afdeling
Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein
1Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
2Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
a.op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
b.het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
c.het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Afdeling 17 Verblijfsontzeggingen
hoofdstuk
Afdeling 18 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen
Artikel 2:86 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
1De burgemeester kan de sluiting - al dan niet voor een bepaalde duur - bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw of daarbij behorend erf, inrichting of ruimte of gedeelte daarvan - niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:29i, seksinrichting in artikel 3:7 of ander vergunningplichtig bedrijf als bedoeld in artikel 2:41g als daar:
a.is gehandeld in strijd met arikel 1 van de Wet op de kansspelen;
b.door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;
c.wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of
d.zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
2De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien uit later bekend geworden feiten en omstandigheden moet worden afgeleid dat de bescherming van de belangen in verband waarmee deze regeling van kracht is, geen langere sluiting vergen.
3De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.
4De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
5Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.
6Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.
Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting
Artikel 4:4 Voorwaarden festiviteiten
Artikel 4:4a Onversterkte muziek
1Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid onder a van het Besluit is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:
a.de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
b.de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein;
c.de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;
d.bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
e.Tabel:
23.00 – 7.00 uur
LAr,LT op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen
40dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen
25dB(A)
LAmax op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen
60dB(A)
LAmax in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen
45dB(A
2Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.
3Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.